De Volewijckers

Voetballen aan de boorden van het IJ.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, tussen 1918 en 1927 wordt in de Nieuwendammerham, Amsterdam Noord, de Vogelbuurt opgebouwd. Er komen vooral gezinnen met kinderen te wonen waarbij de vaders werken bij scheepswerven zoals Verschure, ADM en NSM en draad- en kabelfabriek DRAKA. Rederij KNSM laat rond het Koekoeksplein woningen bouwen, die in 1921 klaar zijn.

In de zomer van 1920 besloten C. Visser en P. Bonte, twee jongemannen die met vrienden vaak op een braakliggend terrein voetbalden, een voetbalclub op te richten het werd Door Vrienden Opgericht (D.V.O.) Ze kregen hulp van onder andere Th. Van de Broek, J.Koster, J.F. Reekers, P. ter Beek, J. Dekker en J. Reder. Van hen is J. Koster jr. de enige die onafgebroken lid bleef. Anderen bleven de club door de jaren heen steunen als donateurs.


De foto moet gemaakt zijn kort voordat het team aan de competitie van de A.V.B. ging deelnemen: de spelers hebben al shirts met de brede groen baan in het midden en ze staan in een echt voetbaldoel. Waarschijnlijk stonden ze al op het terrein bij het Hamerkanaal (zie de fabrieksschoorsteen).In het eerste bestuur zitten vooral werknemers van de KNSM. De nieuwe club treedt in 1921 toe tot de Amsterdamse Voetbalbond. Deze AVB kent al een vereniging met die naam en daarom wordt gekozen voor de Volewijckers. De naam ‘Volewijckers’ is afgeleid van de oude landtong de Volewijck (vogelenwijk), maar verwijst ook naar de nieuwe Vogelbuurt.

1922: Het terrein aan de Hamerkade. Fragment van de Volewijckers – L.O.C. Amsterdam

De kade is gelegen aan het IJ aan het Noord-Hollands Kanaal, waar de bal regelmatig in plonst. Vanaf 1926 verhuisde de club naar het Mosveld verderop in Amsterdam Noord. Daar verrees, tussen de Bloemenbuurt en Pekbuurt, een gemeentelijk stadionnetje met staanplaatsen voor zo’n 15.000 toeschouwers. Weinig stadions in Nederland hadden zo’n karakteristieke sfeer als het Mosveld. Het stadion lag ingebed in een woonwijk en vanaf de balkons kunnen de bewoners meekijken. De Volewijckers is een echte buurtvereniging.

Door de hechte gemeenschap bloeide De Volewijckers op. De belangstelling is zo groot dat de club niet alle jongeren kan opvangen. Affiniteit met andere clubs was er bij de inwoners niet. Men was in Noord voor de Volewijckers óf de concurrent DWV steevast aangeduid als ‘De Wilde Varkens.

1930/1940: De Volewijckers behalen titel na titel.

Het seizoen 1929/1930 brengt de vereniging het eerste kampioenschap in het bestaan. Om te kunnen promoveren naar de 2e klasse moest er een nacompetitie worden gespeeld en dat blijkt een te zware opgave.

3 mei 1931: Het Volk.
1929/1930 Volewijckers 3e klasse kampioen. Boven: Onbekend, H. Boignetteau, Arend v. d. Wel, Louis Ehrenfeldt, Gerrit v.d. Winkel, Joop Wiegel en Dries Dorlijn. Zittend: Frans v.d. Hilst, Jan Corstens, Tinus van Veelen, Ab Kievit (aanvoerder) en Henk v.d. Berg.
Dries Dorlijn.
Henk v/d Berg werd in 1925 lid op 17 jarige leeftijd. Eén jaar later debuteerde Henk in het eerste. Op 21 december speelde hij zijn laatste wedstrijd. Henk leed aan een ernstige ziekte en overleed 15 juni 1932.

Ook in de periode 1930/1931 prijkt de naam de Volewijckers bovenaan in de 3e klasse C te samen met Holland uit Utrecht. Een beslissingswedstrijd volgt op 3 mei op het AFC terrein en werd gewonnen. Doelpunten van der Wel 1-0, Dorlijn 2-0, bij rust 2-1. opnieuw van der Wel 3-1 eindstand. Het 2e kampioenschap sinds het bestaan is binnen. Opnieuw staan promotiewedstrijden op het menu. In een drieluik tegen HVC en BFC werden de Mosveld bewoners ruim geklopt. De derde titel in de 3e klasse was in 1934/1935. ook nu werd ten derde male de befaamde kers op de slagroomtaart niet geconsumeerd. Hercules behield haar 2e klasse plaats. Voor seizoen 1936/1937 heeft men oud-Ajaxspeler Martens aangetrokken als oefenmeester. Volewijckers werd voor de vierde keer kampioen in acht jaar maar opnieuw geen 2e klasse.

In het midden van de crisisjaren bouwen werkloze leden van de Volewijckers in 1935 een nieuwe sportaccommodatie. Het hoofdgebouw meet tien bij dertig meter en telt acht kleedkamers, twee doucheruimtes, twee kamers voor de scheidsrechters, drie wc’s en twee berghokken. Verder kent het clubgebouw nog een bestuurskamer en een kantine. Het complex met de naam Buiksloot heeft twee voetbalvelden en is een domein voor de voetbaljeugd. 

1940/1945: Voetbal tijdens de Oorlogsjaren.

De Duitse bezetter wilde het dagelijkse leven als ‘normaal’ laten verlopen. De KNVB werd opgedragen om het voetbal te reorganiseren. Alle onderbonden in het land gelovig of ongelovig moesten zich schikken onder de Zeister paraplu. Vanwege de mobilisatie als gevolg van het uitbreken van de tweede wereldoorlog is de competitie in het seizoen 1939-1940 een noodcompetitie. In de noodcompetitie werden alle verenigingen ongeacht sterkte in de eigen regio geplaatst. Aan het eind van dat seizoen 1939/1940 eindigt Volewijckers nipt naast de titel achter Velox.

Staand: De achterhoede. Bukkend: Het middenveld. vlnr: Henk Smit, Wim van Gelder, Gerben Wagenaar, doelman Kuyper, Arie Konradt, Ferry van Steen en Piet de Boer.
Zittend: De voorhoede. vlnr: Chris Smit, Daan de Jongh, Dirk de Ruiter, Joop de Busser en Piet Kamstra.

De Volewijckers blijft in 1940-1941 in de derde klasse C waarin het superieur is. Alle 22 wedstrijden werden gewonnen met als doelsaldo van 107 vóór en 15 tegen. De thuiswedstrijden in de promo-competitie werden gespeeld in het Ajax-stadion want het knusse Mosveld bood slechts plaats aan 4000 toeschouwers. Tegenstanders waren de oudste voetbalvereniging van Nederland, de Koninklijke HFC , Elinkwijk en Rapiditas uit Weesp. De beslissingswedstrijd tegen Elinkwijk werd in Utrecht met 1-3 gewonnen. Eindelijk promotie naar de tweede klasse. Een jaar later werd Jaap van der Leck trainer van de Volewijckers. De nieuwe trainer was een voorstander van het stopperspilsysteem. Hij liet zien dat het stopperspil-systeem veel meer was dan een star verdedigingssysteem dat alleen bij zwakke elftallen zou passen, zoals critici in die tijd beweerden. “De Volewijckers gaven daarop het gepaste antwoord. Het stopperspil-systeem is een prachtig systeem, mits de toepassing goed is, mits men het begrijpt en aanvoelt.” Aldus Jaap van der Leck in zijn boek: Modern Voetbal ( 1946). Hij stond aan de basis van de bloeiperiode van De Volewijckers.

Voetbal was tijdens de Tweede Wereldoorlog razend populair. Het stadionbezoek verdubbelde en tienduizenden Nederlanders sloten zich aan bij sportclubs. Sport bood afleiding van de oorlogsellende en een gevoel van saamhorigheid. Natuurlijk was de bezetting ook in het voetbal merkbaar. Het was in 1941 dat de Duitse bezetter de verenigingen verbood om nog joodse leden op het voetbalveld toe te laten. Ook bestuurlijk werden joden geweerd. Langzaam aan ontvouwd zich de zwartste bladzijde van de Twintigste eeuw.

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

Bij de Amsterdamse voetbalverenigingen werden 491 leden vermoord. Bij de Volewijckers zijn zeven clubleden het slachtoffer van de wrede Duitse praktijken, vele nog in de bloei van hun leven. Waaronder de broers Marcus, Nico en Samuel de Jong evenals juniorspeler Samuel Knoop. De tragiek is invoelbaar bij het lezen in de website over de joodse geschiedenis in Amsterdam . Op 17 juli 1943 voerden Amerikaanse vliegtuigen een bombardement uit op Noord. De bommen waren bestemd voor de Fokker vliegtuigfabriek, die door de Duitsers was overgenomen. De bommen vielen echter vooral in de omgeving waardoor er vele burgerslachtoffers vielen. Nadat ook een bom op het hoofdveld was gevallen besloot het bestuur dat het te gevaarlijk werd en besloot alle thuiswedstrijden in het Ajax-stadion te spelen.

Hoogtepunt in de historie van De Volewijckers.

De Volewijckers selectie was in veertiger jaren een sterk collectief en promoveerde in 1942/1943 naar de 1e klasse. Tegenstanders in de promotiewedstrijden waren DOS uit Utrecht en RCH uit Haarlem. De beslissingswedstrijd tegen DOS werd gespeeld in een uitverkocht Ajax-stadion en met 4-1 gewonnen. In het seizoen 1942/1943 was Volewijckers de grootste club van Amsterdam. In het seizoen 1943-1944 behaalde Volewijckers de afdelingstitel in de 1e klasse A. Dat is één van vijf nationale 1e klassen. Traditioneel speelden deze kampioenen om de landstitel tegen elkaar aan het einde van de competitie.

De strijd om het Nederlands kampioenschap 1944

In de kampioenspoule speelden Groen-wit tegen het Haagse VUC, het Tilburgse LONGA, SC Heerenveen en het Almelose Heracles. In de eerste kampioenswedstrijd op 12 maart 1944 was Heracles de tegenstander. De trein naar Almelo vertrok om 07.11 uur maar nog belangrijker de Volewijckers won afgetekend met 1-6. De wedstrijd tegen Heerenveen werd op 26 maart in het Ajax-stadion gespeeld. Zelfs stadion De Meer bleek niet groot genoeg voor alle belangstellenden. Wie nog een kaartje wilde bemachtigen, was aangewezen op de zwarte markt. In de tiende minuut van de wedstrijd ging het luchtalarm af. De toeschouwers moesten het stadion verlaten, maar de supporters scandeerden “Wij zijn Groen-Wit wij zijn de Volewijckers” en weigerden te vertrekken. De burgemeester moest er aan te pas komen en lastte de wedstrijd af bij een 0-1 stand voor de Friezen.

De thuiswedstrijd tegen Heracles werd gespeeld op 2 april in een uitverkocht Olympisch Stadion. Ten overstaan van 40.000 toeschouwers won de Volewijckers met 5-0. Op 10 april is er de match tussen VUC – De Volewijckers 2-0 en daarvan zijn videobeelden gemaakt. De volgende wedstrijd was uit tegen Heerenveen. Honderden fans namen de nachtboot van Amsterdam naar Lemmer. Heerenveen, met Abe en Jan Lenstra, werd verslagen met 1-6. De volgende wedstrijd op 30 april tegen VUC is zeer belangrijk. Het is de directe concurrent waarvan eerder was verloren. De match wordt gespeeld in een uitverkocht Olympisch Stadion en met 5-1 gewonnen. Zwarthandelaren hadden een groot aantal toegangskaarten weten te bemachtigen maar agenten in burger hadden zich gemengd tussen het talrijke publiek op het Stadionplein en slaagden erin 150 arrestaties te verrichten.

1944. Nederlands kampioen De Volewijckers. Staand de verdediging: Wim van Gelder, Piet Kamstra, Piet Bruist, Piet de Boer, Ferry van Steen, Arie Konradt en Jaap van der Leck. Zittend de voorhoede: Chris Smit, Dirk de Ruiter, Daan de Jongh, Joop de Busser en Klaas Bakker.
Daan was zo populair dat een precieze adressering niet nodig was. Brief van een Rotterdamse fan aan van midvoor Daan de Jongh, gestuurd na het behalen van het landstitel op 2e Pinksterdag 29 mei 1944 – collectie Ferry de Jongh

De inhaalwedstrijd tegen Heerenveen moest de beslissing brengen. Op de 2e pinksterdag 29 mei, traden beide ploegen aan in een opnieuw uitverkocht Olympisch Stadion. Het elftal was incompleet want joodse leden waren geroyeerd en de keeper is als dwangarbeider naar Duitsland gestuurd. Het was een wedstrijd die nooit een echte spannende wedstrijd werd. In de eerste helft waren De Volewijckers al de betere en het wachten was op een doelpunt. De rust ging met een 0-0 tussenstand. In de tweede helft kon het feest beginnen na doelpunten van Chr. Smit en Bakker. Ook nadat Heerenveen terug kwam middels een goal van Ploegh waren het de Groen-Witten die het wedstrijdbeeld bepaalden. Met een fraaie kopbal van opnieuw Chr. Smit werd het 3-1. Het wachten was op een doelpunt van de club topscoorder Daan de Jongh en die kwam er 4-1.

De 4-1-overwinning betekende ook een landstitel voor Joop de Busser. Die als aanvoerder het jonge team bij de hand nam op de momenten dat het moest. Club chroniqueur Tip de Bruin: ‘Wij moesten lopend terug naar Noord, dwars de stad door. Amsterdammers en de bezetters keken vreemd op naar die zingende, juichende schare supporters. Vele Amsterdammers sloten zich bij ons aan. De Wehrmacht hield zich gelukkig afzijdig, want er liepen honderden onderduikers mee.’ De Bruin was journalist voor de Noord-Amsterdammer en correspondent van Het Vrije Volk, Handelsblad en Het Parool. Op de Nieuwendijk opende hij in 1953 een herenmodezaak, in die jaren bekend en populair. Dat Volewijckers komende uit de derde klasse in drie jaar de sterkste van Nederland werd maakt de prestatie heel bijzonder of zoals hierboven de krantenkop luidt.

1944/1945: Samen sterk in de hongerwinter

Door een samenloop van omstandigheden werd Amsterdam in het laatste oorlogsjaar heel zwaar getroffen. Het raakte geïsoleerd van de buitenwereld, vooral tijdens de Hongerwinter. Deze rampzalige berichten bereikten al snel voetbalclub Heerenveen via clublid Joop Overdiep, die veel zakelijke contacten had in de hoofdstad. Samen met secretaris Floor Féléus en voorzitter Hendrik Huisman bespraken ze het idee om van de vier belangrijkste Amsterdamse voetbalclubs ieder vijftien jeugdleden op te vangen.

Op 25 mei 1945 vierde voetbal vereniging Heerenveen de Bevrijding met een optocht van jonge voetballers. Naast spelers van Heerenveen liepen er ook voetballertjes van Ajax, DWS, De Volewijckers en Blauw-Wit mee. Die Amsterdammers zaten toen al ruim een halfjaar in Friesland om aan te sterken.

Alle Amsterdamse clubs gingen dankbaar in op het Friese aanbod. ,,Beste mensen uit Heerenveen,” antwoordde een ontroerd DWS-bestuur, ,,jullie hebt prachtig werk gedaan. Niet medelijdend hoofdschuddend ‘gekletst’ over die arme Amsterdammertjes, maar jullie hebt iets gedaan, waarvoor wij jullie ten hoogste dankbaar zijn.” De jeugdleden van Ajax, Blauw-Wit en DWS gingen gezamenlijk per boot (het stoomschip Jan Nieveen) naar Lemmer. De Volewijckers uit Noord reisden zelfstandig met een vrachtwagen, omdat de pont naar het centrum er in oktober 1944 niet meer was en ze het schip daarom niet konden bereiken. Later mochten alle clubs nog ieder vier jongens sturen. Een FOX Sports documentaire.

De Volewijckers tegen Ajax op het Mosveld in 1947

1954: Ook in Amsterdam-Noord Semi-Profvoetbal.

Na de oorlog kon dit succes niet meer worden herhaald maar bleef de club een sterke tegenstander. Bijvoorbeeld in 1949/1950 toen het kampioenschap van de 1e klasse op twee na punten naar Ajax ging. Natuurlijk zijn vooral de confrontaties met stadsgenoot Ajax het hoogtepunt van het jaar, waarbij de halve stad uitloopt. Op 15 mei 1954 hield de Volewijckers een buitengewone ledenvergadering in verenigingsgebouw Nieuwendammerham. Het bestuur moest beslissen over toetreding tot het betaald voetbal. De meningen waren verdeeld. Men stond argwanend tegenover het betalen van spelers. Simon van der Oord, aanvoerder van het eerste elftal, nam het woord: ‘Desnoods nemen wij als spelers genoegen met een gage van tien gulden per week.’ Dat zag het bestuur wel zitten en dus werd de Volewijckers een semi-profclub, maar de basis is wankel. De latere aanvoerder Piet van der Muts zei tegen sportjournalist Theo Reitsma: ‘Wij kregen drie gulden voor de training, twintig gulden voor een overwinning en een tientje bij een gelijkspel.’

Het team van begin jaren 1960, dat koesterend de ‘Mosveld-baby’s werd genoemd krijgt vorm. Het begon als een jeugdteam dat jarenlang met elkaar samenspeelde om vervolgens de overstap te maken van A-junioren naar de eerste seniorenselectie. Evert Teunissen is de coach, oefenmeester en soms pater familias voor het jonge team. Bekende spelers uit dat team waren Hassie van Wijk 18 jaar, Wout Schaft 23 jaar, Henk Looyen 20 jaar, Dirk de Ruiter 19 jaar, Frits Kick 18 jaar, Jan Kirsten 22 jaar, Piet Boogaard 19 jaar en Frits Soetekouw 21 jaar.

Icoon Frits Soetekouw: Enige Volewijcker in Oranje.

Frits Soetekouw is de enige Groen-Witte die ooit in Oranje heeft gespeeld. Het was een éénmalig optreden met het Nederland elftal op 14 oktober 1962. Een vriendschappelijke interland in en tegen België die met 2-0 werd verloren. Frits Soetekouw, geboren Amsterdammer van 16 juni 1938 groeide op in Amsterdam-Noord, pal naast het terrein van De Volewijckers. “Vanuit ons huis keken we zo op het tweede veld,” vertelde hij ooit aan De Telegraaf. Het duurde lang voordat hij lid kon worden. “Voetballen op straat was alles voor mij,” zei hij in hetzelfde vraaggesprek. “Dat kwam ook doordat ik om geloofsredenen van mijn ouders niet in clubverband mocht voetballen.” Frits mocht van de zwartekousenkerk van zijn ouders niet op zondag spelen. Daarom heb ik later ook gebroken met de kerk. Toen hij eens een vriendschappelijk wedstrijdje speelde met De Volewijckers, ging het snel. In 1959 belandde hij in het eerste en speelde twee jaar voor De Volewijckers.

Na één jaar Heracles stapte Frits in 1964 over naar het Ajax met een hele jonge Johan Cruijff. Bij Ajax werd hij aanvoerder en laatste man onder trainer Rinus Michels . Daarmee werd hij tweemaal landskampioen en deed hij mee in de beroemde mistwedstrijd. In het Olympisch Stadion werd het onverslaanbaar geachte Liverpool met 5-1 verslagen. Na drie jaar vertrok hij naar PSV en speelde vervolgens ook voor DWS. Tot op hoge leeftijd was Soetekouw een kwiek figuur, die vanuit Purmerend graag als lid van Lucky Ajax naar het stadion kwam. De laatste maanden takelde hij snel af onder invloed van Alzheimer. Vrijdagochtend 3 mei 2019 overleed hij op 80 jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Purmerend.

Na het vertrek van Theunissen in 1959 volgde de charismatische trainer Daan de Jongh hem op. Daan is oud-eerste elftalspeler in het team dat landskampioen werd in 1944. Ook de Jongh was als een vader voor de jongens. Wedstrijdbesprekingen werden bijvoorbeeld bij hem thuis gehouden.

1958/1959 Staand: Oefenmeester E. Teunissen, D. van Alphen, J. van Wijk, J. Kroese, A. Mouw, H. Looyen en D. de Ruiter. Knielend: J. de Vries, M. Goedkoop, W. Schaft, F. Kick en G. Clement.

1961: Het Wonder van Zuilen.

Ondertussen werden de Mosveld-baby’s tweede in de 1e divisie seizoen 1960/1961. Dit gaf recht op deelname aan een promotiecompetitie voor een plaats in de eredivisie. Allereerst overwon de Volewijckers over twee wedstrijden DHC uit Delft, de kampioen van de andere 1e divisie . Tegen de nummer laatst van de eredivisie volgden daarna twee wedstrijden voor een plaats in die eredivisie. De tegenstander was Elinkwijk uit de Utrechtse wijk Zuilen. De eerste wedstrijd won De Volewijckers met 4-3 in het Olympisch Stadion zodat een gelijkspel in Utrecht voldoende zou zijn voor promotie. Voor 20.000 toeschouwers kwam Elinkwijk thuis gemakkelijk met 3-0 (rust 1-0) voor. In de 75e minuut scoorde Schaft de 3-1 binnen maar in de 80e minuut scoorde Elinkwijk de 4-1 en was een verlenging van het eredivisieschap ruim binnen het bereik van de Utrechters.

De supporters in Noord konden op het Mosveld het live-verslag volgen. De directe verbinding was tot stand gebracht door dagblad Het Vrije Volk met Bert Pasterkamp als verslaggever. Op het hoofdveld van de Volewijckers stonden vier speakers opgesteld. Ongeveer tweeduizend man volgde het verslag van de wedstrijd die om zes uur begon. Soetekouw viel uit met gescheurde kniebanden zodat de Volewijckers met tien man verder moest want een geblesseerde voetballer mocht niet vervangen worden. Die KNVB regel is in 1969 veranderd. Van Wijk speelde met een injectie in zijn enkel. In de tweede helft raakte de verdoving uitgewerkt, zodat hij amper nog kon lopen. Op een wonderlijke manier lukte het de Volewijckers met een doodvermoeid team en verschillende blessures in de blessuretijd 4-4 te scoren. Via 2 × Wouter Schaft en 1 × Willy van ‘t Hek, via het been van tegenstander Humphrey Mijnals. Deze wedstrijd werd bekend als Het Wonder van Zuilen. De Volewijckers gaat naar de eredivisie. Video beeld met radio verslag.

Oktober 1962. Het Mosveld twee jaar voor de sloop van dit knusse sportterrein.

Daan de Jongh: De charismatische oefenmeester komt te overlijden.

In het seizoen 1961/1962 eindigde debutant De Volewijckers als elfde wat een goed resultaat is. Op 4 februari 1962 wonnen De Volewijckers dankzij een doelpunt van Has van Wijk met 1-0 van VVV-Venlo. Beelden uit het archief van 3.17 min. Het seizoen erop werd een rampseizoen. Het seizoen was zes wedstrijden oud toen trainer Daan de Jongh, op de terugweg in de bus vanaf een uitwedstrijd bij DOS in Utrecht, op de achterbank van de bus overleed aan een hartstilstand. De magie van de Mosveld-baby’s was gebroken en de spelers kwamen deze slag nooit te boven.

Op Sportpark Buiksloterbanne verloren De Volewijckers op 18 november 1962 met 0-5 van Ajax. Scoreverloop: Piet Keizer (0-1), Henk Ellens (0-2, eigen doelpunt), Sjaak Swart (0-3), Henk Groot (0-4), Bennie Muller (0-5). Beelden zonder geluid. Het team degradeerde in 1963 roemloos met slechts 8 punten naar de 1e divisie. Daarna viel het team uit elkaar.

1962-1963. Staand v.l.n.r.; Hans Reuser, Henk Ellens, trainer Daan de Jongh, Jan Kirsten, Henk Looijen, Sjaak de Vries en Hassie van Wijk. Hurkend v.l.n.r.: Wout Schaft, Cees Kick, Otto Polak, Frits Soetekouw, Piet Boogaard.

De Volewijckers verliest haar thuisbasis.

In de semi-prof jaren speelt De Volewijckers elf seizoenen op het Mosveld, maar daarna moet het veld wijken voor de aanleg van de IJtunnel. Op het nieuwe veld in de Buiksloterbanne is het door het ontbreken van de magie van het Mosveld snel gedaan met de aantrekkingskracht van De Volewijckers. De verplichte verhuizing in 1964 naar het nieuwe sportcomplex verderop is een enorme tegenslag.

Clubgebouw buiksloot
Het clubgebouw op het complex Buiksloot in de Buikslotermeerpolder

In één klap was de club haar binding met haar wijk kwijt en de toeschouwers meden de nieuwe locatie. Criticasters binnen de club met een iets minder romantische inslag wijten de neergang echter ook aan het feit dat het bestuur van de club feitelijk niet meer dan hardwerkende amateurs waren die niet veel verstand hadden van het reilen en zeilen van een profvoetbalclub. De wedstrijd Volewijckers-Veendam op het Mosveld. Vermoedelijk de bekerwedstrijd gespeeld op 9 febr. 1964 met de uitslag 2-3. Commentaar bij de beelden van Felix Meurders.

20 augustus 1967 Staand: Fens, Bogaard, Adriaanse, Lagendijk, Rinia, de Ruiter en Koppedraaier. Zittend: Verweij, Stout, Engelsma, Boszhard. Vlak voor de wedstrijd. Volewijckers – Velox 2-0.

De dag dat de Volewijckers zijn kleur weer terug kreeg.

Jos de Rooy zingt het clublied

De Volewijckers beleefde nog één mooie opleving: Het kampioenschap van de 2e divisie in 1970/1971. Het profavontuur eindigde in 1973/1974. Het bestuur van de Volewijckers besluit de vereniging terug te laten gaan naar de amateurs. De betaaldvoetbal licentie werd met enige schulden overgenomen door de Amsterdamse voetbalclub FC Amsterdam. Die op haar beurt is ontstaan uit een fusie tussen Blauw-Wit en DWS.

1971/1972. Staand: Rob Meuwessen, Henny Heerland, Toon de Boer, Herman de Vries, en Co Meijer. Zittend: Kees Bogaard, Piet Boogaard, Co Stout, Cor Pell, Pim Waayenberg en Dick Fiene.