DOS

1901: Door Oefening Sterk uit Oudwijk

De Oudwijkerlaan in Utrecht Oost is in 1900 de plaats voor een aantal jongens om te ravotten en te voetballen. Hier ontstond het idee voor een sportclub. Zij noemden het de Utrechtse Athletiek en Voetbalvereniging DOS. (Door Oefening Sterk). Officiële oprichtingsdatum: 23 maart 1901.

1902. DOS elftal : W.Gille, A v.d. Brink, H.v. Dijk, J. Genissen, H. Hordijk, G. Galiard, A. Hordijk, G. Zieleman, , A.v. Dijk, N. Rommers, G. v.d. Berg en D. Peeterse.

De gele shirts waarvoor wordt gekozen geven de vereniging spoedig de bijnaam ‘de Kanaries’. Het speelterrein wordt een heuvelachtig gebied aan de rand van het Wilhelminapark, bij de Prinsenstraat. Het verlaagde gedeelte was begroeid met gras, waarbij de rand van de kuil dienst deed als kalklijn. Een voetbal werd later gekocht bij de portier van het oude sportterrein in het Oosten waar indertijd Hercules (1882) speelde. Er werd nog niet in bondsverband gespeeld dus moest men een tegenstander opzoeken en een match ‘aanvragen’. Eén van de eerste wedstrijden was tegen Achilles in Zeist en Prinses Wilhelmina (U). Al spoedig kwamen er meer clubjes zoals Victoria (U), Minerva, Velox en Velocitas. In 1908, na een nek aan nek race met Quick II en UVV II , won DOS de beslissingswedstrijd tegen de laatste met 1-0 en promoveerde naar de 3e klasse bij de N.V.B.

Het eerste jaar in de periode 1908/1909 eindigde DOS op een vijfde plaats van slechts negen clubs. Na een aantal seizoenen lukte het om in 1920/1921 naar de 2e klasse te promoveren. Een doorstart, hogerop bleef uit dus was de 2e klasse voor vele jaren de thuisbasis. Langzamerhand ontstond er in de gemeente behoefte aan een plaats waar verschillende sporten konden worden beoefend. Voordat het stadion kon worden gebouwd waren er enkele obstakels te nemen. De gemeente Utrecht en clubs reageerden positief op een plan voor een Sportpark/Stadion.

Ontstaan: 1e Galgenwaard stadion 1936

Aan de oostkant van de stad lag Galghenwert een naam met een gruwelijke historie. Het was de plaats net buiten Utrecht waar, tot ongeveer het jaar 1600, gestraften werden opgehangen. Dit word de plaats waar het 1e Galgenwaard stadion wordt gebouwd en op 21 mei 1936 feestelijk geopend. Er was plaats voor voetbal, atletiek, wielrennen en windhondenwedstrijden. De crisis waarin Nederland dan verkeert, heeft zijn dieptepunt bereikt. Om de werkloosheid het hoofd te bieden worden in heel Nederland werkgelegenheidsprojecten gestart. Zo ook in Utrecht waar in het buitengebied een nieuw stadion wordt gebouwd. Stadion Galgenwaard zoals het complex bij de opening heet, is opgetrokken in de stijl van die tijd. Dat wil zeggen: een eretribune, betonnen staantribunes rondom en een voetbalveld dat wordt omringd door zowel een atletiekbaan als een wielerbaan. Het stadion bied plek aan 10.000 toeschouwers. Het werd de thuisbasis voor Hercules en DOS. Daar waar Ben van Leur naam en faam zou krijgen. Toen kende ieder supporter deze speler. Hij scoorde in alle belangrijke wedstrijden het beslissende doelpunt voor DOS, via 1929, 1933, en in 1939, uiteindelijk in de 1e klasse bracht. Een filmische impressie van de historie van Galgenwaard.

1939: DOS naar de hoogste voetbal klasse.

Terug naar 1938/1939 waarin DOS na de reguliere competitie uitspeelt tegen DWV. In de nacompetitie die recht geeft op promotie naar de 1e klasse wordt er in het Olympisch stadion gespeeld. DOS heeft aan een gelijkspel genoeg.

1938: DWV- DOS 3-2. Kans voor Piet Dumortier.

De verwachting is dat DWV, in goede vorm, te sterk zal zijn. In dat geval zullen beiden nog een keer aan de bak moeten. Deze voorspelling is uitgekomen. Het is inmiddels tien jaar geleden dat Utrecht een 1e klasser binnen haar stadsgrenzen had. De beslissingswedstrijd is op 22 mei 1938 op neutraal terrein te Hilversum.

1938. Staand: Trainer J Marree, Gerard van Leur, P v Luin, Piet Dumortier, Masseur Jo Thijssen, Evert Veltmeijer en Henk Meeuwsen. Middelste rij vanaf links: B H van Leur, J C Weber, G v d Brink. Zittend vanaf links: H v Sandwijk, K Veenendaal en J de Lang.

Het Gemeentelijk Sportpark , thuisbasis van HVV ’t Gooi en FC Hilversum, is de ontmoetingsplaats. Het Sportpark, naar het ontwerp van gemeentearchitect Dudok, zat met 17.000 toeschouwers meer dan bomvol. Er ontstonden hier en daar opstootjes. Rechthebbende op een overdekte zitplaats konden hun plek niet innemen. Zowel binnen als buiten het veld ging het hard en onvriendelijk toe. Politie moest er aan te pas komen om de orde te herstellen. In de eerste helft waren beide teams, zo sterk verdedigend ingesteld, dat de 0-0 bij rust de juiste afspiegeling was. Na de pauze nam DWV het heft in handen. Van grote afstand nam Kreugel de bal op zijn slof en na 8 minuten stond het 1-0 voor de Amsterdammers. Twee minuten later was het alweer gelijk na voorbereidend werk van Piet Dumortier en afmaker Ben v/d Leur 1-1. De beslissing kwam op 8 minuten van het einde toen opnieuw v/d Leur met een fraai diagonaal schot via de paal 2-1 voor DOS maakte.

De eerste klasse West is na vele jaren een feit en DOS nam deze plaats over van Excelsior uit Rotterdam. Begrijpelijkerwijs was er na afloop een dansende menigte op het veld, maar de bewoners zagen deze emotionele supporters liever zo snel als mogelijk verdwijnen.

Een hechte familie vereniging

DOS was een hechte club van Utrechtse jochies van opgestroopte mouwen van vrienden en vaak ook families. DOS zakte gedurende de oorlog weer terug naar een lagere klasse. Het werd een heen en weer situatie want in mei 1944 reizen duizenden Utrechters naar OSV Oostzaan waar de Kanaries  de terugkeer naar de eerste klasse dankzij een 5-0 overwinning veilig stellen. Meeuwsen, Gerard van Leur (2 strafschoppen)  en Piet Dumortier zorgen voor de doelpunten. De return is op 14 mei een formaliteit. OSV wordt met 2-1 verslagen. Piet Dumortier maakt 7 minuten voor het einde de winnende goal. Zijn laatste doelpunt ooit.

(1950 ) Met staand vanaf links: Luc Flad, Henk Temming, Hans Lammers, Hans Kraay, Wim Visser, v.Maarschalkerweerd. Zittend vanaf links: Tonny van der Linden, Joop van Basten, Han Coster, Toon Westbroek en Cor Luiten.

1954: Opnieuw naar de 1e klasse.

In het seizoen 1953/1954 wordt DOS kampioen van de 1e klasse. In de nacompetitie om de landstitel zit DOS goed in de race maar als er halverwege thuis van PSV wordt verloren raken de Kanaries achterop. Als de concurrentie geen steken laat vallen dan is het EVV Eindhoven dat de terechte landskampioen wordt.

1953/1954 DOS Staand vanaf links: Joop van Basten, Henk Temming, Toon Westbroek, Hans Kraay, Wim Visser en Han Coster. Zittend vanaf links: Louis van den Bogert, Tonny van der Linden, Dirk Lammers, Gerrit Krommert en Cor Luiten.

Clubicoon Piet Dumortier: De jongste debutant

Pim is geboren op 8 november 1915 te Utrecht. Hij is een complete speler, tweebenig, heeft sprongkracht, is spelverdeler en afmaker. ‘Rooie’ Piet was geen duurloper maar liet de bal het werk doen. Oefenmeester van DOS Chris Roelofs was erg gecharmeerd van dit roodharige jochie ook om zijn mentaliteit en hij laat Piet op zijn 15e debuteren.

1944: Piet in een kopduel met twee spelers van Vriendenschaar, en de keeper pareert zijn kopbal

Op 23 oktober 1938 debuteert Piet in Oranje tegen Denemarken. Van de arbeidersclub DOS worden twee debutanten voor de wedstrijd gekozen: rechtsbuiten Gerard van Leur en midvoor Piet Dumortier. Van Leur had zijn eerste interlandgoal al na een minuut te pakken, maar nadien kwam hij nauwelijks nog in het spel voor. En ook Piet Dumortier kwam niet in de buurt van zijn gemiddelde vorm bij DOS. Sportverslaggever Herman Kuiphof noemt de lange slungelachtige en rossige aanvaller een technisch vaardige midvoor met spelinzicht. De kans op een herhaling is echter klein want de concurrentie in Oranje is groot. Bep Bakhuijs en Wim Lagendaal waren toen de toppers met ervaring en er was door de tweede wereldoorlog een interland stop.

1944. Staand: voorzitter Piet MacKaay, Gerrit Lijffijt, Puck van Diermen, Ko Siebes, Theo van Leeuwen, doelman Piet van Baggum, Dick Peeterse, masseur Jo Thijssen, Daan van Beek, Gerrit Brouwer, reserve keeper Han Vader en penningmeester Ben van Leur. Zittend: Gerard van Leur, Arie den Iseger, Piet Dumortier, Evert Veltmeijer en Henk Meeuwsen.

De gezondheid van Piet was wankel. Hij had een vergrote schildklier en leed aan struma en omdat te camoufleren droeg hij een shawl om zijn hals. Toch zegt hij in een interview:  “In ben nu 28 maar ik voel me achttien hoor!” Elke morgen doe ik ochtendgymnastiek. Een paar avonden in de week oefen ik de jeugd en zomers speel ik honkbal. “Kijk ik ben geen benenspeler maar een hersenvoetballer. Een goeie voetballer die zijn hersens kan gebruiken is veel meer waard dan een hardloper in het veld. Je moet goochem zijn en het spel zien. Ik oog misschien sloom maar dat komt ook door mijn lengte met die lange passen. Als midvoor moet je wel een snelle reactie hebben.” aldus Piet Dumortier.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-70.png

Piet wordt omschreven als bescheiden persoon, optimistisch zonder babbels. We zitten in de amateurtijd in Nederland hoewel er in Frankrijk, Engeland en Italië, al een fullprof competitie is. Niet hier in Nederland, dus moest er natuurlijk brood op de plank komen en zo werkte Piet bij een verzekeringsmaatschappij en haalde hij geld op voor een begrafenisfonds. Ook wel de ‘kwartjesopnemer’ genoemd. Het DOS bestuur zorgde enige tijd later voor een sigarenzaak aan de Catharijnesingel voor Piet. In het seizoen 1944/45 werd er geen competitie gespeeld. De situatie in Nederland was erbarmelijk, de bevolking leed honger en razzia’s bepalen de sfeer. De zwakke gezondheid van Piet lijdt er onder en een paar weken voor de bevrijding krijgt hij difterie. Piet Dumortier wordt in het Academisch Ziekenhuis Utrecht opgenomen. De doctoren leggen hem in een ‘ijzeren long ’ want op eigen kracht kan Piet niet ademen.

Op 5 april is er een bomalarm die een elektriciteit storing veroorzaakt. De ‘ijzeren long’  valt uit en Piet Dumortier komt te overlijden. De dood van veroorzaakt een enorme schok in Utrecht en ver daarbuiten. Op de weg naar de begraafplaats, langs de route, staat het zwart van de mensen. Van De Catharijnesingel, het Ledig Erf, via de Bokstraat tot aan de begraafplaats ‘Tolsteeg’ stonden rijen dik de mensen te treuren om de dood van ‘hun Rooie Piet ‘. Een maand later is er de bevrijding op 5 mei 1945. Het werd uitbundig gevierd in Nederland maar voor velen zoals de , familie, vrienden en supporters van Piet Dumortier, één met een dikke grauwsluier.

Betaaldvoetbal eindelijk ook in Nederland.

1955: Sigarenbandje

Als het betaald voetbal in 1954 zijn intrede doet, tekent zich een scheiding af in Utrecht. Elinkwijk, DOS en Velox stappen in het profavontuur terwijl Hercules liever amateur blijft. 1954 werd DOS de eerste vereniging uit Utrecht die betaald voetbal ging spelen. Luc Flad is de maker van het eerste doelpunt in het betaald voetbal. Vijf en twintig jaar later bleek het ook de eerste treffer te zijn voor het Guinness Book of Records. In het eerste prof-seizoen, 1954-1955, legde Luc voor DOS al na 32 seconden de bal in het net. Het duel op 28 november tegen BVC Amsterdam werd met 4-2 gewonnen door drie goals van Luc Flad.

1954. 1e klasse kampioen. Staand Wim v/d Bergh, Cor Luiten, Henk Temming, Toon Westbroek, Wim Visser, Hans Kraay en Joop van Basten. Zittend: Gerrit Krommert, Tonnie v/d Linden, Han Coster, Dirk Lammers en Louis v/d Bogert.

Het hoogtepunt in de historie van ‘de Kanaries’.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-65.png

Het grootste succes behaalde DOS in seizoen 1957/1958, met internationals Frans de Munck, Louis van der Bogert, Hans Kraaij en Cor Luiten en de reeds genoemde Luc Flad. Aan het eind van dat seizoen speelden NOAD en DOS een essentiële wedstrijd. Scoreverloop: Frits Louer (1-0), Jacques Westphaal (1-1), Tonny van der Linden (1-2), Ruud de Chêne (2-2), Jacques Westphaal (2-3), Tini van Osch (3-3). Scheidsrechter Martens, toeschouwers: 20.000. Beelden van NOAD – DOS Utrecht op 4 juni 1958. NOAD stelde met dit punt het eredivisieschap veilig, DOS echter mistte door het gelijke spel directe kans op de landstitel. De voorsprong van één punt op concurrent SC Enschede ging nu verloren en een beslissingswedstrijd, op 15 juni 1958 in de Nijmeegse Goffert, werd noodzakelijk.

16 juni 1958: Algemeen Dagblad.

Topaankoop keeper Frans de Munck.

De dure aankoop van doelman Frans de Munck is de sensatie van de transferperiode in de zomer van 1957. De Munck wilde weg bij Fortuna 54 nadat de club het landskampioenschap mistte en hij door zijn teamgenoot werd aangewezen als de schuldige. DOS bezat door een gemiddeld toeschouwersaantal van 15.000 man een rijke clubkas. Frans was semi-prof en parttime verzekeringsagent. Op 13 oktober bevestigt de Munck zijn reputatie als womanizer.

Bij aanvang van de uitwedstrijd tegen Sparta zou de Amerikaanse filmster annex sexbom Jayne Mansfield de aftrap verrichten. En inderdaad in plaats van een hand geeft Frans de beroemdheid een zoen plat op haar mond. De foto staat de volgende dag in alle kranten. De Munck is een topkeeper en levert DOS veel punten op. Hij was fanatiek en stijlvol tegelijkertijd. Zijn bijnaam was ‘de Zwarte Panter’ en hij keepte tot 1961 bij de Kanaries. Frans is geboren op 22 augustus 1922 te Goes en overleden op 24 december 2010 te Arnhem. Naar aanleiding van een in memoriam is er een kort filmpje uitgezonden door RTV Utrecht van deze legendarische doelman. De Munck kwam 31 maal uit voor het Nederlands Elftal. Hij speelde onder meer bij v.v. Goes, FC Köln, Fortuna ’54 en Vitesse. Hij nam ook deel aan de wedstrijd ten bate van de slachtoffers van de Watersnood van 1953 in Parijs. Met DOS werd hij, in zijn eerste jaar, in 1958 kampioen van Nederland. Frans de Munck werd 88 jaar.

Herman van Veen: Bij geboorte al een ‘Kanarie’

Theatermaker Herman van Veen geboren op 14 maart 1945, was al automatisch lid bij zijn eerste poepluier. Zijn vader, en nagenoeg de hele Kievitdwarsstraat, waren opgegroeid DOS supporter. ,,Er zaten ook wat Elinkwijkers, maar dat was meer iets van de Kwartelstraat. Wij waren van De Kanaries. “Ik had zo’n zwart- gele sjaal. Als het nat was dan werden die steeds langer. Je legde er een knoop in en dan zwaaien danw erd die sjaal nog langer. Ik heb er een keer één in mijn oog gehad en dat was niet aangenaam”. De spits van DOS , Dirk Lammers, woonde verderop in de straat, Louis van den Bogert, de stopper-spil, tegenover ons. Keeper Frans de Munck, de Zwarte Panter, reed geregeld de straat in met zijn Mercedes, want die deed de verzekeringen van een aantal buren en kwam dan de premies innen. Frans de Munck z’n auto voor de deur… , dát was wat jongen.”

Herman groeide op met passie voor voetbal. En voor DOS in het bijzonder. ,,We gingen bijna elke zondag, als ze thuis speelden. Soms was er geen geld. Dan ging ik met vriendjes uit de buurt en namen een tangetje, mee om het gaas kapot te knippen en gratis naar binnen te glippen. Ik zat vorig jaar een keer op de tribune bij FC Utrecht, komt er een mannetje op me af die me nog kent van die tijd en die zegt: ‘Hé, Herman! Heb je je tangetje weer bij je?’ aldus Herman in een interview met ‘Rondom Voetbal’. De voetbalsupporter door Herman van Veen.

Clubicoon Tonny van de Linden: Fluwelen techniek

Hij is de aller grootste vedette die DOS heeft voortgebracht. Mede door Tonny werd de club in 1958 landskampioen. Tonny geboren 29 november 1932 is een volksjongen uit Zuilen. Als lid van Voorwaarts stapte hij op zeventienjarige leeftijd over naar DOS en maakte op zijn negentiende zijn debuut. Het is 14 september 1952 als Tonny zijn eerste speelminuten in het eerste. Uit tegen RCH (1-3 winst) laat trainer Jaap van der Leck hem invallen. Op zijn vier en twintigste werd hij international en speelde tegen Spanje een fenomenale tegenstander met grootheden als Kubala, Gento, Di Stefano en Suarez. Het werd in het Bernabeu Stadion 5-1. Hoewel hij weinig ruimte kreeg, pikte Tonny wel zijn goaltje mee. Van der Linden verbaasde zich over de mentaliteit binnen Oranje. Vooral de houding van de solistische doelman Frans de Munck viel hem zwaar tegen. Frans liet tegen de pers weten dat een andere speler, hij noemde de naam Frans Appels, als beter alternatief. Niet zo sympathiek want Frans en Frans speelden in de competitie samen bij Fortuna 54. Tonny speelde 24 wedstrijden voor Nederland een scoorde 17 keer.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-67.png

Later vanaf het seizoen 1957/1958 werden Frans en Tonny ploeggenoten bij DOS. Tonny werd geroemd om zijn fluwelen techniek, balvaardigheid, tactisch inzicht, schotkracht maar bovenal om het scoren. Dit was waarom voetballiefhebbers in grote aantallen naar Galgenwaard kwamen. Andries Nagtegaal, rechtsback van DOS: “Onze  wedstrijdbesprekingen waren altijd in café Olympia aan de Amsterdamsestraatweg. Met je ingepakte voetbaltas ging je daarheen. Na de bespreking ging je met het openbaar vervoer –buslijn 3- naar het Stadion. Je zat als speler dan gewoon tussen de DOS- supporters die ook per bus naar Stadion Galgenwaard gingen. Raar eigenlijk als je dat nu bekijkt. Reizen naar uitwedstrijden ging per bus of per trein, trainingskampen bestonden nog niet. Ik ben voor het eerst twee dagen op trainingskamp geweest toen we de beslissingswedstrijd tegen SC Enschede in Nijmegen moesten spelen”.

1958. Boven: A.Nachtegaal, F de Munck, H. Temming, L v d Bogert, A. Kraay en J.A Westphaal. Onder: W. Visser, G. Krommert, D. Lammers, A v.d. Linden en C. Luiten
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-64.png

Op 15 juni 1958 bereikte DOS de hoogste prijs uit haar historie. SC Enschede en DOS streden, in de Goffert, te Nijmegen, om het landskampioenschap. Daarnaast was het ook de ultieme prestigestrijd tussen Abe Lenstra en Tonny van der Linden. Na 109 bloedstollende minuten maakte de nummer 10 van DOS het enige doelpunt door de bal genadeloos hard achter SC Enschede-keeper Jan van de Wint te schieten. In de historische Polygoon beelden zien we een fragment van deze wedstrijd. SC Enschede en Lenstra, aan wie hij een hekel had, omdat de eigenzinnige Fries bij het Nederlands elftal de andere spelers geen succes gunde, waren verslagen. Van der Linden, de speler met de fluwelen techniek, was de held van Utrecht en een idool in heel Nederland.

Collega’s bij Oranje, zoals Coen Moulijn zei, “ Hij is de beste spits met wie ik ooit heb gespeeld” en Faas Wilkes sprak, “Ik heb hem aanbevolen bij Valencia” Zij beiden spraken lyrisch over Tonny. “  Ajax en Feijenoord maar ook Fiorentina trokken aan de bel maar tot een transfer kwam het niet’. Bij Ajax zei onderhandelaar Melchers “Het is een eer om voor Ajax te mogen voetballen”. “Maar voor die eer was ik niet gevoelig, aldus v/d Linden”.

Ik kon bij Ajax iets meer verdienen, maar daar laat ik mijn DOS niet voor in de steek”. “Ik durfde eigenlijk ook geen risico te nemen. We hadden het in Utrecht ook goed. Mijn vader had een loodgietersbedrijf en doordat ik destijds nogal bekend was, konden we de gaskachels niet aanslepen, omdat ik ze rondbracht”. ”Dat jaar verdiende ik precies vijfduizend gulden, inclusief kampioenspremie. De volgende dag ging ik naar DOS-voorzitter Willem Kernkamp. Er viel niet over te praten, mijn contract liep nog twee jaar door. Einde discussie. Daar heb ik me toen bij neergelegd. Achteraf misschien niet slim maar naïef. Als ik naar Italië was gegaan, had ik nooit meer hoeven werken. Maar of je daar gelukkiger van wordt is maar de vraag”.

1960. Boven: Piet v d Kuil, Henk Groot, Tonny v d Linden, Kees Rijvers en Coen Moulijn. Onder: Bennie Muller, Frans de Munck, Roel Wiersma, Humphry Mijnals, Jan Klaassen en Kees Kuijs.

Tonny van der Linden was een echte sportjongen. Hij was tafeltenniskampioen van Utrecht, speelde ook nog in het Utrechts honkbalteam en was een talentvolle biljarter. Na zeventien jaar DOS maakte hij gebruik van zijn transfervrije status en ging naar stadgenoot Elinkwijk. Bij zijn afscheid kreeg hij van DOS-voorzitter Kernkamp een enveloppe. Van der Linden ging ervan uit dat het een enveloppe met inhoud was, maar later bleek die leeg te zijn. Waarom Kernkamp op deze, ‘smakeloze wijze’ afscheid nam is gissen. In zijn nadagen bij Elinkwijk verdiende Tonny voor het eerst een redelijk salaris, meer dan hij ooit had verdiend bij topclub DOS.

Al dromend, kijkt hij terug op zijn carrière en ziet Tonny van der Linden de wedstrijd ,van 3e april 1960, voor ogen in een bomvol Olympisch Stadion in Amsterdam. Dit was zijn ultieme wedstrijd. In zijn tiende interland speelde hij de match Nederland – Bulgarije, het werd een 4-2 overwinning en met drie goals was de Utrechter, de gevierde man.

Tonny van der Linden scoort in 1960 voor Oranje tegen Bulgarije


Het was ook het Oranje debuut voor Humphrey Mijnals, speler van het Utrechtse Elinkwijk. Het is de club uit het geboorte dorp Zuilen van Tonny van der Linden. De erelijst van Tonny van der Linden, maker van het eerste doelpunt ooit in de eredivisie, is ongeëvenaard. Hij staat nog altijd op de vijfde plek, in de topscorerslijst aller tijden in de eredivisie. Met 208 doelpunten hoeft Van der Linden alleen Willy van der Kuylen (311), Ruud Geels (265), Johan Cruijff (215) en Kees Kist (212) voor zich te dulden op de All-Time ranglijst. Ook werd hij zeven keer topscorer van DOS in de eredivisie. Tonny van der Linden, een beschaafde en fabelachtig speler is op 3 juni 2017 op 84 jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Vianen.

Unieke filmbeelden uit het ‘Beeld en Geluid’ archief.

1961/1962. DOS. Boven: Janos Hanek, Bert Theunissen en Henny Nederhand. Eronder: Martin Okhuijsen, Louis van den Bogert en Wim Visser. Naast de kooi George Liptak links en Gerard Weber rechts. Gehurkt: Tonny van der Linden, Nico van Zoghel, Gerard van Wiggen en Jacques Koole.

Seizoen 1961/1962. DOS Utrecht – PSV op zondag 25 februari 1962 werd 1-1. Nadat Wim Wolbers de Eindhovense ploeg voorsprong had gezet scoort Gerard Weber de gelijkmaker voor DOS Utrecht. Beelden van DOS- PSV  zonder commentaar.

Seizoen 1962/1963. DOS – Sparta op 7 april 1963 werd een 2-0 overwinning Doelpuntenmakers zijn Michel Kruin en Cor Luiten. De beelden zonder commentaar.

1962/1963 Staand: Nico van Zoghel, Miklos Dacsev, Nol de Ruiter, Martin Okhuijsen, Wim Visser en Gerard van Wiggen. Zittend: Michel Kruin, Jacques Westphaal, Tonny van der Linden, Gerard Weber en Cor Luiten.

De laatste profjaren van de drie uit Utrecht.

Eind jaren zestig hebben de drie Utrechtse clubs het moeilijk, zowel financieel als sportief. Velox speelt in de 2e divisie en Elinkwijk in de 1e divisie. Ook DOS houdt met moeite stand in de eredivisie. In 1964 was er het dodelijk ongeluk van het grote talent Ries van den Bogert, een broer van Joop en Louis, Zij allen waren 1e elftalspelers van DOS. Op 6 februari 1966 verliest DOS Utrecht thuis met 1-2 van Ajax. Tegen het eind van de wedstrijd denkt DOS de gelijkmaker nog te hebben gescoord, maar scheidsrechter Gerard van Oostrom keurt het doelpunt af. Beelden uit het Beeld en Geluid archief. Scoreverloop: Frits Soetekouw (1-0), Wim Suurbier (2-0), Tonny van der Linden (2-1).

Afbeeldingsresultaat voor dos elftal 1966
1965/1966 DOS. Staand: Trainer Jovan Jovanovic, Renze Veenstra, Tonny van der Linden, Sietze de Vries, Joop Rooders, Ed van Stijn en Ben Aarts. Zittend: Ger Blok, Henk Wery, Wim Ruitenbeek, Eddy Achterberg, Boelie van Vulpen en Verzorger Mischa Sijacic.

In 1967 stopt de vedette v. d. Linden en vertrok Eddy Achterberg naar FC Twente, en een jaar later ging rechtsbuiten Henk Wery naar Feijenoord. Tel daarbij op de beroerde financiële situatie, het ondermaatse aankoopbeleid en de degradatiespook kijkt om de hoek. Dus moest er na de laatste wedstrijd van het seizoen 1967/1968 nog beslissingsmatch gespeeld worden om de eredivisie plek te behouden. Dat lukte met een uitslag DOS-Fortuna ’54 4-3.

3 juni 1968 In Eindhoven. Het is feest bij supporters van DOS na de 4 – 3 zege in de beslissingswedstrijd tegen Fortuna ’54.

Zowel in het seizoen 1968/1969 als het jaar daarop schijnt de rode lantaarn vol in het aangezicht van de selectie. Er moest na de reguliere competitie een beslissingswedstrijd worden gespeeld tegen Volendam die in 2-1 winst eindigt. In 1969/1970 ontspringt DOS de degradatie cyclus in de laatste wedstrijd van de reguliere competitie. In de voorlaatste wedstrijd kreeg DOS eerst nog een enorme oorwassing in het Diekman-stadion te verwerken. Tegen Twente werd met dikke cijfers verloren. Doelman Verrips was in de rust zo gedemotiveerd dat hij trainer Zalai, bij de stand van 4-0, vroeg om hem te wisselen voor Good-Old keeper Van Ledden. Eindstand 7-2.

1970 “DOS kan niets, zelfs niet degraderen”.

Leo van Veen.

Deze laatste wedstrijd in het betaaldvoetbal was tegen mede degradant GVAV. De wedstrijd werd in het Oosterpark gespeeld in Groningen. DOS vertrok een dag eerder naar Norg in de buurt van Groningen. Aangekomen bleek de jaarlijkse kermis in volle gang, precies voor het geboekte hotel. De spelers kregen ter ontspanning vrijaf om ’s avonds een bezoekje aan de kermis te brengen. De ideale voorbereiding bleek achteraf. DOS speelde een relaxte wedstrijd in een hectische atmosfeer. Door een knal van Leo van Veen winnen de Kanaries met een 0-1. GVAV daalt na negen seizoenen af naar de eerste divisie. DOS blijft in de eredivisie en Utrecht viert feest en staat aan de vooravond van een fusie. Deze zege was meer dan belangrijk, want als DOS zou degraderen dan zou de fusie met Elinkwijk en Velox wellicht niet doorgaan. Na vele jaren tobben weet DOS zich opnieuw te redden. De veel gehoorde kreet “DOS kan niets, zelfs niet degraderen” blijkt een keiharde waarheid.

1970: Elinkwijk, Velox en DOS naar de amateurs.

Algemeen Handelsblad 18 juni 1970

De laatste elftalfoto van de geelzwarte Kanaries.

1969/1970.Staand: Henk Verrips, Hans Kraay, Ed van Stijn, Leo van Veen, Arno Wellerdieck, Thijs Wijngaarde, Hans de Weerd en Henk van Ledden. Zittend: Piet van Oudenallen, Ton Nieuwenhuys, Jef Geurten, Matthias Maiwald, Jan van Renswouw en Cor Adelaar

Mede onder druk van de gemeente, die de financiële tekorten niet meer wilde aanvullen, komt de fusie met de drie clubs tot stand. De oprichting is op 1 juli 1970 en de nieuwe club heet FC Utrecht. Zij neemt de plaats van DOS in de eredivisie over. Stadion de Galgenwaard wordt de thuisbasis en de drie verenigingen DOS, Elinkwijk en Velox gaan terug naar de amateurs. Nog altijd klinkt het lied van Herman Berkien door het stadion.