H.F.C. Haarlem

Klein Haarlem & Groot Haarlem.

HFC Haarlem werd opgericht op 1 oktober 1889. Grondgeggers waren Daan Santhagens en Piet Charbon die Haarlems eerste captain en voorzitter werd. Haarlem speelde haar eerste wedstrijd op 20 oktober 1889 tegen Excelsior met een 2-0 winst. HFC Haarlem werd aangeduid als
‘Klein Haarlem’. Stadgenoot de Koninklijke HFC was tien jaar ervoor opgericht tien jaar en kreeg daardoor in de volksmond de naam ‘Groot Haarlem’. In 1892 kreeg HFC Haarlem toestemming van de garnizoenscommandant van Haarlem om te spelen op een terrein op de Cavaleriekazerne. Dat zorgde ervoor dat de club meteen groter werd want veel officieren sloten zich aan. In de volksmond kreeg HFC Haarlem later de bijnaam ‘de Roodbroeken’ toen het in omvang en niveau voorbij de KHFC gestreefd was.

1897: De Roodbroeken promoveren naar de eerste klasse

Gepromoveerd naar de eerste klasse. Achterste rij: E. F. W. Gerth van Wijk, H. A. M. Gerth van Wijk, J. J. Kerbert, F. C. Stol en C. Kerbert. Middelste rij: H. Beaufort, A. C. de Kock en A. Bakker. Voorste rij: J.H.Kremer, P. Swart en J. J. van den Berg.

Het was op 4 december 1896 dat in de plaatselijke derby de Roodbroeken wonnen van de Koninklijke en mede daardoor promoveerden naar de 1e klasse.

1899: Het Bondselftal voorloper van het Nederlands elftal.

Op 10 april 1898 speelde Jan van den Berg als eerste Roodbroek mee in het Nederlands elftal, dat destijds nog niet in het oranje gekleed ging. De spelers van diverse clubs liepen gewoon in hun eigen clubkleuren rond. De wedstrijd tegen een Engels selectieteam ging met 6-1 verloren. Jan van den Berg zorgde voor de enige Nederlandse treffer en is daarmee de eerste Haarlem speler die een doelpunt maakt voor het Bondselftal. Jan van den Berg zou 5 wedstrijden voor het Bondsteam uitkomen. Op 2 april 1899 kwamen er maar liefst 4 Roodbroeken uit voor het Bondselftal, de voorloper van het Nederlands elftal: Van Wijk, Kremers, Kruseman en de al eerder geselecteerde Jan van den Berg.

Haarlem is een waarlijke cupfighter

In 1907 kreeg Haarlem een eigen stadion op de hoek van de Rijksstraatweg en de Jan Gijzenvaart. Het ging met Haarlem erg goed met als hoogtepunt in 1902 het winnen van de Holdert beker, de huidige KNVB beker.

13 mei 1902: Het nieuws v/d Dag.
De Holdertbeker.

Op 28 mei 1912 dringt Haarlem wederom na een reeks van tussenronden door tot de finale van de Holdertbeker. In de finale gespeeld op het RAP terrein te Amsterdam treft het Vitesse uit Arnhem. Vlak voor de pauze mocht Jur Haak een strafschop nemen tegen doelman en international Just Göbel. De penalty die keurig werd ingeschoten werd echter door de scheidsrechter geannuleerd en in de herkansing schiet Jur Haak de bal tegen de dwarslat. Het is deze Vitesse doelman die vele Haarlem aanvallen onschadelijk wist te maken. Göbel was de eerste keeper in Nederland die de bal niet probeerde weg te stompen of weg te trappen, maar juist te vangen. Het kwam mede door zijn grote lengte dat hij deze nieuwe stijl goed kon etaleren. Hij keepte klemvast en volgens velen ook erg stijlvol. Een andere techniek die hij in Nederland introduceerde was al vallend de bal van de voeten van de aanvaller plukken.

26 mei 1912: Toespraak en uitreiking van De Holdertbeker die vernoemd is naar Hak Holdert, hoofdredacteur van het dagblad de Telegraaf.

Vlak voor de thee is het dan toch Houtkooper die na een voorzet van vleugelaanvaller Haak, doelman Göbel weet te verschalken. Na de pauze is Haarlem verreweg de meerdere en is het de doelman die dwarsligt. Toch lukt het opnieuw Houtkooper, om na een verdedigende fout van Vitesse te scoren. De einduitslag is 2-0 en Haarlem weet ten tweede male de Holdertbeker te winnen.  In 1912 won Haarlem in aanloop naar het nieuwe seizoen ook de Zilveren Bal, een gerenommeerd toernooi, die op uitnodiging werd gespeeld te Rotterdam.

HFC Haarlem. Winnaars van de Zilveren Bal. Achterste rij:N. de Wolf, K. Koster, Ch. Wilhelm, W. van Eek, G. Bouwmeester, J. Smit en H. A. Healy. Voorste Rij: J. Bakker, M. Houtkoper, S. Veen, Jur Haak en J. Oostenbroek.

De belangrijkste namen van  de club in de eerste jaren waren Jan van den Berg, de Engelsman Bert Healey en de gebroeders Haak en Houtkoper. HFC Haarlem was toen nog een eliteclub en had veel vermogende leden waaronder ook een echte suikeroom. Eigenaar Cornelis Nicolaas Hin van de Kousenfabrieken Hin NV, die vanaf 1909 aan de Zijlweg in Haarlem was gesitueerd, was een groot fan van de club. Hij zorgde dat het de vereniging er financieel goed voor stond..

1921: Eerste historische beelden van de voetballende Roodbroeken.

Diverse spelfragmenten uit de voetbalwedstrijd Haarlem – Sparta (1-2) uit 27 februari 1921. Deze belangrijke wedstrijd in de Westelijke 1e Klasse zou bepalen wie zou degraderen. Scheidsrechter J.H. Elzinga tost; voor de aftrap maken de spelers drie maal het hoezee gebaar. Op de achtergrond is een overdekte tribune zichtbaar. Deze wedstrijdbeelden zonder geluid. Er zijn ook aanvullende beelden vanuit Sparta perspectief met onderliggende redactionele toevoeging. De film is een kleine 10 minuten lang. Het Rotterdamsch Nieuwsblad was destijds goed om rondom voetbal een stunt te organiseren. Om Sparta in Haarlem te steunen regelde de krant dertig vrachtauto’s, die volgestouwd met supporters vanaf de Coolsingel vertrokken. Een werd voor Sparta een groot succes met een lange stoet van meer dan 2.000 Rotterdammers.

1917: De nieuwe tribune aan de Jan Gijzenkade.

Roodbroeken kleuren Oranje.

Na Piet Stol komen nog vele spelers uit voor Oranje. Zoals daar waren Gerrit Bouwmeester, Nico de Wolf, Arie Bieshaar, Jur Haak, Henri Baay, Piet Tekelenburg, Martien Houtkooper, Klaas Breeuwer, Wiggert van Daalen sr, Kick Smit, Wim Roosen, Piet Groeneveld, Joop Odenthal en Cees Kuys. In 1934 kreeg de club een speler met ongekende kwaliteiten. Kick Smit, opgegroeid onder de rook van het stadion kwam naar de club en al snel speelde hij in het Nederlands elftal. In 1935 kreeg het Haarlem stadion als één van de eerste clubs in Nederland een lichtinstallatie. De installatie werd in de 2e wereldoorlog verstopt. De Duitse bezetter had namelijk opdracht gegeven het hele stadion te ontmantelen. Mede daardoor moest de vereniging na de oorlog noodgedwongen haar thuiswedstrijden afwerken bij clubs in de omgeving.

1937: HFC Haarlem: Spelersnamen onbekend.

Het Spaernebeker toernooi

Wedstrijden om de Spaernebeker was een initiatief van de supportersvereniging en werd gespeeld in aanloop naar de competitie. Hiernaast de prijsuitreiking in 1936 aan HFC Haarlem. De Haarlemmers winnen voor de 1e maal de Spaernebeker. Aanvoerder R. Kammeijer en voorzitter J.P. van Balen Blanken. Het is één van de vele jaarlijkse evenementen in de regio. Zo is er de Zilveren Molen bij RCH in Heemstede en bij EDO was er het toernooi om het Frans Hals Beeld.

1940/1945: Voetballen tijdens de oorlogsjaren

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde de voetbalclub het verenigingsleven zo goed mogelijk te onderhouden maar dat was niet eenvoudig. Zo waren in juli 1941 voetbalschoenen voorlopig alleen te verkrijgen door middel van distributiebonnen. Ernstiger werd het wanneer het sportterrein in heel het land een verboden gebied werd voor Joodse sportleden. Langzaam aan en stapsgewijs werd de wurggreep van de bezetter op de samenleving duidelijk.

Afbeeldingsresultaat voor joden verboden voetbal

Het cluborgaan ‘De Roodbroek’, het ledenblad van Haarlem, mocht vanaf augustus 1941 niet meer verschijnen van de bezetter. Naast het trainen en het spelen van voetbalwedstrijden organiseerde de club ook gezelligheidsactiviteiten, zoals viswedstrijden en schaatstochten. Dat werd op den duur steeds moeilijker gezien de oorlogsomstandigheden zoals: uitgaansverboden, strafwachtlopen, vervoersproblemen, ondergedoken spelers en jongemannen die aan het werk werden gesteld in Duitsland.

1944: Afscheid van het Haarlemveld.

In juli 1944 verboden de bezetters iedere vorm van ontspanning. Om er zeker van te zijn dat er niet meer werd gevoetbald, werd het speelterrein gedeeltelijk ‘gevechtsgebied’. Een deel van het veld werd afgezet met een prikkeldraadversperring en van gras ontdaan. Op 31 juli 1944 nam de club afscheid van het ‘Haarlemveld’ en kwamen oud en jong nog één keer samen. Een dag later werden alle opstallen op het Haarlem terrein gesloopt. Op de onderzoeksite Het Voetbal Monument zijn de namen terug te vinden van voetballeden die het slachtoffer zijn geworden van het Duitse geweld.

Afbeeldingsresultaat voor 1945 Haarlem-Nijmegen

In juli 1945 werd door het Nederlands Volksherstel en Hulpactie Rode Kruis een grootschalige inzameling gestart in Haarlem om inwoners van Venray en Nijmegen te helpen. Scholieren van middelbare scholen uit Haarlem, Bloemendaal en Heemstede hielpen hierbij. Zo’n dertig gevulde vrachtwagens reden richting Venray en Nijmegen.

Vlak na de oorlog speelden plaatselijke elftallen tegen elkaar zoals Nijmegen tegen Haarlem. De wedstrijd werd gespeeld in het RCH stadion in Heemstede. De international en NEC speler Wim Lakenberg was ook van de partij. Op welke datum is waarom blijft onduidelijk. Mogelijk dat het ook een benefiet voor oorlogsslachtoffers betrof. Het publiek was met plezier aanwezig tot aller genoegen. Wat na een vijftal jaren bezetting heel goed denkbaar was. De herkomst van de beelden met commentaar zijn onbekend maar geven een goed tijdsbeeld. Bron: Geschiedenis lokaal 023.

Vanaf 1945: De Roodbroeken leveren topprestaties

H.F.C. Haarlem districtskampioen. Achter: W. van Daalen sr., U. v.d. Zwaart, F.J. v.d. Hulst, doelman Piet Kluit, M.J. Verhappen. Midden: A. van Gool, W. van Daalen jr., R. Visser. Voor : A. de Winter, G. de Koning, W. Roozen, Kick Smit, P. Groeneveld.

In het weekend van 4 en 5 november 1945 werd de eerste officiële competitieronde in het Nederlandse voetbal gespeeld. Na veertien maanden werd er eindelijk weer gespeeld. De eerste voetbalcompetitie in 1945/1946 leverde HFC Haarlem direct een 1e klasse kampioenschap op. Er volgde een nacompetitie om de landstitel. De seriewedstrijden begonnen op 17 juni 1946 tussen de kampioenen van de diverse regio zoals NEC, Ajax, NAC, Limburgia en Heerenveen. De eerste wedstrijd is uit tegen NEC dat een drie nul voorsprong neemt, maar door een omzetting wisten de Roodbroeken alsnog een 3-4 overwinning uit het vuur te slepen. Men speelde de ene keer aan de Spanjaardslaan bij de Koninklijke HFC en de andere keer op het Heemstede sportpark van RCH.

Twee kampioenswedstrijden binnen een etmaal.

Doelman Piet Kluit
1951: Samson shag.

In deze kampioenscompetitie werd, hoe dat verzonnen werd mag Joost weten, in één weekend twee wedstrijden gespeeld. Eerst op 29 juni Haarlem – Ajax in het Olympisch stadion vervolgens op zondag 30 juni in de Watergraafsmeer de return. Er zat precies 17 uur tussen het laatste en eerste fluitsignaal. Nadat het roemruchte Ajax, met onder meer Rinus Michels in de gelederen, in een uitverkocht Olympisch stadion met 2-0 was verslagen, sloegen de Amsterdammers echter in de tweede ontmoeting genadeloos terug. De imposante Haarlem-keeper Piet Kluit was kansloos en zag de ene na de andere bal achter hem verdwijnen en werd het 8-0.

Na deze avond van de grote vernedering trok de Haarlem-ploeg, op verzoek van de ‘nuttige invaller’ Jaap van Balen Blanken jr., naar café Brinkmann. Men zakte even goed door en mede dankzij het inspirerende pianospel van rechtsbinnen George Koning bouwde Haarlem een ‘feestje’ en werd de geest opgefrist. NAC werd vervolgens met 4-1 en 2-1 het eerste slachtoffer van de herboren Roodbroeken. Daarna ging Limburgia twee keer over de knie 2-1 en 3-2.

Nederlands kampioen: De mooiste prijs in de clubhistorie.

1946. Landskampioen HFC Haarlem. Achteraan: v/d Hulst, doelman Kluit, Verhappen en oefenmeester v/d Zwaart. Midden: Van Gool, Van Daalen en Visser. Vooraan: De Winter, Koning, Roosen, Smit en Groeneveld.

In de voorlaatste speelronde werd er thuis tegen het Heerenveen van Us Abe Lenstra gespeeld. Er zat veel spanning op de ontmoeting want het kampioenschap kon nu al worden binnengehaald. De Friezen kregen dankzij treffers van Koning en Smit, met 2-0 klop, waarna de spelers juichend van het veld werden gedragen. Van deze kampioenswedstrijd zijn videobeelden op Wikipedia beschikbaar.

18 juli 1946: Leeuwarder courant
17 juli 1946: Muzikanten van de NS wachten in de Kruisstraat op landskampioenen.

Opnieuw regiokampioen.

In het seizoen 1947/1948 behaald HFC Haarlem een 2e kampioenschap in de 1e klasse West. Het was tot het laatst toe spannend met het Rotterdamse Xerxes als directe concurrent. In de onderlinge ontmoeting wisten beide teams hun thuiswedstrijden te winnen. Uiteindelijk is de marge maar één punt en zijn de Roodbroeken de sterkste.

1947-1948. HFC Haarlem kampioenselftal Boven: Ulbe van der Zwaart, aanvoerder Arie de Winter, Klaas Poelman, Wim Roosen, Kick Smit en Piet Groeneveld. Midden: Arie van Gool, Wiggert van Daalen jr en Bert Boeree. Onder: Aad Zuurbier, keeper Piet Kluit en Jan van Bakel.

In de nacompetitie om de landstitel moet de selectie een buiging maken. Want uit de tien wedstrijden werden er zeven verloren. Dit overigens telkens met minimaal verschil van één doelpunt. BVV uit Den Bosch pakt het landskampioenschap.

6 juni 1948. Kick Smit soort in de wedstrijd HFC Haarlem – PSV 3-1.

Icoon Kick Smit: Boter, kaas en ballen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is download.jpg

Johannes Chrishostomos ‘Kick’ Smit geboren te Bloemendaal op 18 november 1911 maakte als dertienjarige zijn debuut. Het was in het eerste elftal van Geel-Wit even later stapte op zijn 14e over naar RKVV Onze Gezellen. Dat was in de Haarlemse Katholieke Voetbalbond. In 1931 was er de overgang naar RCH en in 1934 de overgang naar HFC Haarlem. Dit was wel een heel memorabel jaar want Kick debuteerde ook nog voor het Nederlands elftal. In het thuisduel tegen onze zuiderbuur België werd een daverende 9-3 overwinning behaald met twee doelpunten van de technisch begaafde linksbinnen Kick Smit.

Hieronder een interview met Kick in een plaatselijke courant. Het geeft de omgangsvorm en sfeer en taalgebruik uit die tijd prachtig weer.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-30.png
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-29.png

Kick Smit was bijna vijftien jaar ouder dan Kees Rijvers toen hij in de lente van 1946 eenmaal met hem samen speelde bij het Nederlands elftal. In het Olympisch Stadion vormden zij tegen België de linkervleugel. Rijvers en Smit waren vergelijkbare spelers. Hun sociale inslag koppelden zij aan een ernstige opvatting van de voetbalsport. Beiden werden later ook goede trainers. Als spelers hadden zij kennis van tactisch voetbal. De linksbenige Smit stond als linksbinnen en de rechtsbenige Rijvers als rechtsbinnen opgesteld. Een mooi compliment ontving Kick van Kees Rijvers die in een interview in Vrij Nederland zei ” Kick Smit is de grootste voetballer die hij in zijn actieve periode had meegemaakt. Kick Smit had het geniale van Abe en de afwerking van Faas.”

3 april 1938: Puck van Heel, Frank Wels, Bas Paauwe, Kees Mijnders, Leen Vente, Kick Smit, Henk van Spaandonck, Mauk Weber, Bertus Caldenhove, Wim Anderiesen en Adri van Male. België – Nederland (1-1), stadion De Bosuil te Antwerpen.

Smit vond het vooral bij het Nederlands elftal noodzakelijk om een beetje te zwerven. “Rechtsbinnen is meestal Leen Vente en midvoor is Beb Bakhuys. Die jongens zijn sterk gericht op het maken van doelpunten. Prima, maar er moet ook balans in een elftal zijn. Dus laat ik me regelmatig terugzakken en vul ik soms ook andere posities in.” Kick werd door zijn medespelers geprezen om zijn kijk op het spel in het verloop van een wedstrijd. Hoewel hij vooral anderen goed liet spelen kon Smit ook passeren en scoren als de beste. Die hang naar de goal onderdrukte hij enigszins op basis van zijn bescheiden karakter.

Achteraf vond Kick Smit dat hij af en toe toch iets te vriendelijk en te bescheiden was geweest. De beroemde Engelse profclub Wolverhampton Wanderers bood hem het ongelooflijke jaarsalaris van 36 duizend gulden. Arsenal wilde later nog meer betalen maar Kick Smit, melkboer van professie, durfde de stap uiteindelijk niet aan. Betaaldvoetbal was vóór de oorlog een besmet woord in de ogen van de KNVB. Zij voerden een schrikbewind tegen professionele voetballers. Mannen die in het buitenland gingen spelen, werden voor maanden of jaren geschorst en mochten ook niet voor Oranje uitkomen. Pas in 1954 liet de KNVB onder druk haar conservatieve houding varen. Net als vele Europese landen ging men hier ook over tot een semi-profcompetitie. Nog tijdens zijn voetbalcarrière werd Kick Smit vereeuwigd door striptekenaar Henk Sprenger, die de stripfiguur Kick Wilstra creëerde. Het is een combinatie van Kick Smit, Faas Wilkes en Abe Lenstra.

1950. Huldiging van de Kick Smit bij zijn afscheidswedstrijd.

Tijdens de oorlog koos Kick voor HBC. Na de oorlog was er de terugkeer naar HFC Haarlem, de club waarmee hij in 1946 landskampioen werd en in 1954 op zijn 43ste warempel nog even officieel betaald voetbal speelde. Nadien was Kick Smit trainer van RCH, Alkmaar en Aalsmeer. Voorts was hij als docent verbonden aan het CIOS in Overveen. Voetballegende Kick Smit was de grote architect van HFC Haarlem. De sportredactie van het Haarlems Dagblad riep Smit uit tot Haarlems sportman van de 20e eeuw. Hij was record international met 29 oranje shirts, gespeeld tussen 1934 en 1946. Johannes Chrishostomos ‘Kick’ Smit overleed, na een slopende ziekte, in 1974 op 62-jarige leeftijd. Dit was twee dagen voordat Oranje zich wist te plaatsen voor de WK finale tegen Duitsland. In het Fries Film Achief zijn nooit vertoonde beelden opgedoken van voetballegendes Abe Lenstra en Kick Smit. Het gaat om beeld van de wedstrijd SC Heerenveen -HFC Haarlem van 6 mei 1948 in de kampioenscompetitie. Destijds speelde de winnaars van de regionale competities na afloop tegen elkaar. Het filmpje duurt zo’n drie minuten. In een spannend duel won Heerenveen met 4-3 van Haarlem. Us Abe scoorde vier keer. Uiteindelijk greep Heerenveen net naast de landstitel.

Barrage om het Nederlands kampioenschap

In 1951/1952 speelde HFC na een kampioenschap in de 1e klasse A, een barrage met de andere drie 1e klasse kampioenen t.w. Ajax, Willem II, en Hermes DVS. Met 12 punten uit 6 wedstrijden werd Willem 2 de ongeslagen landskampioen en eindigde HFC met 4 punten uit 6 op de voorlaatste plaats. Het zouden de laatste hoogtepunten zijn in de historie van de Haarlemse vereniging. Door de komst van het betaaldvoetbal werd het moeilijker de landelijke topclubs – financieel – bij te benen. Toch maakte het bestuur kenbaar de stap te willen maken.

Mei 1952: Achter: F. Doets, W. Meijer, H.B. Boerée, C. de Voogd, J.P. Groeneveld, H. Kors, de Groot, W.A. van Daalen sr. Midden.: J. Odenthal, J. Laan, C. Schilpzand. Voor: N. Jacob, J. Snijder, C. Kuys

1954: Opkomst van het semi-professionele voetbal

In 1954 bij de invoering van het betaalde voetbal werd HFC Haarlem een semiprofclub. Samen met stadsgenoten RCH en EDO werd met succes een proflicentie bij de KNVB aangevraagd. Er moest aan een paar regels worden voldaan. Zo moest er een bankgarantie zijn van 50.000 gulden, een accommodatie die voldeed aan de moderne eisen en op 1e klasse niveau spelen. Met de terugkeer van de katholieke Kick Smit, die in het eerste oorlogsjaar naar het roomse HBC was vertrokken, heeft de  vereniging een topvoetballer in handen.

Maar het team dat in het eerste naoorlogse voetbalseizoen de nationale titel zou veroveren, was meer dan Kick Smit alleen. Zo vormde hij met vleugelspits Piet Groeneveld, 408 duels voor Haarlem, de gevreesde  linkervleugel. Tevens beschikte Haarlem in het kampioensjaar 1946 over Wim Roosen. De lange midvoor ontpopte zich tot een geduchte kop specialist, die met 163 doelpunten in 224 duels een enorm rendement etaleerde.

Start van het grote profavontuur.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Roosen-watermark-2.png
Wim Roosen

Aan de vooravond van het betaaldvoetbal heeft Joop Odenthal overschrijving aangevraagd naar SC Enschede. Ook Wim Roosen stopt want, zo valt ergens te lezen, hij heeft geen zin in het profvoetbal. Een schrale troost is dat hij wel bij de club betrokken blijft. Beider afwezigheid wordt als een groot verlies gezien voor Haarlem.

29 november 1954: De Volkskrant
Piet Groeneveld

De openingswedstrijd van Haarlem is thuis tegen Alkmaar ’54 en de tribunes stromen met 13.000 toeschouwers vol. De HFC toonde over een hecht team te beschikken. Tot verrassing staat de naam van Odenthal in de opstelling en is de verwachte overstap van de baan. Met een herstelde Kees Kuijs heeft het elftal de eerste wedstrijd onder controle. Tot aan de rust bleef het echter doelpuntloos. Dat veranderde in de zestigste minuut toen linksbuiten Groeneveld drie man passeerde inclusief keeper Snabilie 1-0. Direct na de aftrap was het de beurt aan de Surinaamse balgoochelaar Andre Kamperveen die na een pass van De Voogd 2-0 maakte. De eerste punten zijn binnen. Aan het einde van het eerste profjaar 1954/1955, spelen Haarlem en NOAD uit Tilburg een tweetal barragewedstrijden. Haarlem verliest deze partijen voor een plaats in de Eredivisie en komt in 1955/1956 uit in de 1e divisie.

Icoon André Kamperveen: Meer dan een doelpuntmaker.

28 mei1954: Haarlem- Feijenoord 4-0. Doelpunten van André Kamperveen. 1-0 en 3-0.

Rudi André (Ampie) Kamperveen  was de eerste Surinaamse voetballer die uitkwam in het Nederlands betaaldvoetbal. Hij is geboren te Paramaribo op 27 september 1924. Kamperveen was in de jaren veertig een bekend voetballer in eigen land en kwam vanaf 1944 als midvoor uit voor het Surinaams voetbalelftal. Hij schopte het tot aanvoerder van het nationale team en was onder andere van de partij toen het Surinaams Bondselftal in 1946 een aantal wedstrijden in Nederland speelde. Door de Stichting Cultureel Suriname werd hij in 1954 uitgenodigd om in Nederland aan de CIOS in Overveen te studeren. In de jaren veertig heeft hij gespeeld voor MVV waarna hij zich in 1954 als semiprof aanmeldde bij HFC Haarlem. Aan het CIOS specialiseerde hij zich naast voetbal in judo, boksen, jiujitsu en basketbal. Na zijn afstuderen deed hij een vervolgstudie aan de Sporthochschule in Keulen.

In januari 1957 ging hij terug naar Paramaribo, met de bedoeling de sport in zijn vaderland op poten te zetten. Kamperveen was in Suriname bondscoach, uitgever van een sportblad, bestuurder en voorzitter van de Surinaamse voetbalbond. Hij was de oprichter van Ampies Broadcasting Corporation Suriname (Radio ABC). Na de verkiezingen van 1969 kwam hij voor het PNP-blok in de Staten van Suriname en werd minister van Sportzaken. Kamperveen werd de eerste Surinamer die als bestuurslid van een wereldsportorganisatie werd aangesteld. De toenmalige FIFA-voorzitter Joao Havelange noemde hem ‘the one and only Mister FIFA’.

André Kamperveen standbeeld bij het kantoor van de Surinaamse voetbal bond te Paramaribo.

Op 8 december 1982 werd Kamperveen thuis opgepakt door militairen onder leiding van Desi ‘bevel’ Bouterse die zijn honden doodschoten en twee granaten afvuurden. Hij werd overgebracht naar Fort Zeelandia en aldaar ernstig mishandeld. Zijn radiostation ABC werd ondertussen opgeblazen. Vervolgens werd hij na een schijnproces geëxecuteerd. Desi Bouterse is veroordeeld in het strafproces rond de zogenoemde  Decembermoorden van december 1982. Ook wordt hij gezien als de hoofdverantwoordelijke voor de Moiwana-slachting van november 1986, waarbij ten minste 39 onschuldige Surinaamse Marrons vermoord werden door het nationale leger van Suriname. De begrafenis van Kamperveen, op 13 december 1982 op begraafplaats Annette’s Hof in Paramaribo, trok duizenden mensen.

Kleurenfoto’s voor de liefhebber en verzamelaar.

In 1958 maakte het A.N.P. in opdracht van olieproducent Esso een serie elftal foto’s van voetbalteams uit het betaald voetbal. Bij de benzinepomp kon de automobilist stempels sparen. Op vertoon van een volle kaart leverde dat wekelijks een prachtige kleurenplaat voor het seizoen 1958/1959 met achterop de spelers namen. De beleving van deze magische platen is wellicht te vergelijken met een platenhoes die terwijl de muziek tot leven komt, je voor even deel uitmaakt van een ‘droom’ wereld.

HFC Haarlem 1958: Boven: J.P. Groeneveld, A. Goedhart, A, Killian, F. Sybrandi, S. de Graaf, O. Berendregt en gebukt H. Dinkelberg. Onder: J. Oepkes, J. Snijders, P. Kroon en P. Degenaar.

Kampioen worden en niet promoveren.

In de zestiger jaren kon het nog, kampioen worden van de 2e divisie B en toch niet promoveren. Het overkwam Haarlem in het seizoen 1962/1963. ” We draaiden een heel goed jaar” zegt Fred Boom, basisspeler van het kampioenselftal. Het kampioenschap werd een feit door een 6-0 overwinning op Wilhelmina in de laatste wedstrijd. Topscorer Fred Jaski maakte dat seizoen 25 doelpunten en in deze wedstrijd vijf maal. Boom: ” Toen moesten we promotiewedstrijden spelen tegen streekgenoot VSV uit Velsen, de kampioen van de 2e divisie A.

1963 HFC Haarlem – VSV 2-2. Henk Angenent in een kopduel met de doelman van VSV.

Het bestuur beloofde duizend gulden per man als we zouden promoveren. Dat was een gigantisch bedrag, zeker als je weet dat wij een basisbedrag ontvingen van vijftienhonderd gulden per jaar. De beslissingswedstrijd werd gespeeld op het neutrale terrein van RCH in Heemstede. Het werd 2-2. In de replay stonden we 2-0 voor maar we verloren ongelukkig met 3-2. VSV promoveerde en wij kregen nog een herkansing via de nacompetitie. Maar toen was de fut eruit en BVV, dat in onze competitie nog tweede was geworden, pakte de promotie “. “In dat kampioensjaar hadden we een uitgebalanceerd team met een sterke verdediging, ijverige middenvelders en snelle aanvallers. Boom: ” Met name linksbinnen Fred Jaski en linksbuiten Nico Jonker waren vreselijk snel. Maar Haarlem had dat seizoen ook veel te danken aan sterspeler en ex international Henk Angenent, destijds 33 jaar en veruit de oudste van de ploeg”.

Wisselende resultaten in het betaaldvoetbal.

Lange jaren van gewenning breken aan. In de eerste tien semiprofjaren werd er, tot aan de promotie in het seizoen 1968-1969, in de lagere 1e divisie of 2e divisie gespeeld, Vanaf dat jaar volgde een lange stabiele periode van 21 jaar waarin vrijwel constant in de eredivisie gespeeld is. De resultaten waren niet noemenswaardig met veelal een plaats in het rechterrijtje maar men speelde wel op het hoogste landelijke niveau. Afgezien van de jaren 1902 en 1912 waarin de Holdertbeker werd gewonnen is HFC Haarlem geen cupfighter gebleken. Tot aan 1970 werden de Haarlemmers veelal in de eerste ronde uitgeschakeld.

Icoon Henk Angenent: Snelheid en een snoeihard schot

Henk Angenent werd geboren op 14 maart 1930 te Haarlem. Hoewel geboren onder rook van HFC Haarlem duurde het tot begin 1962 eer hij voor de Roodbroeken ging spelen. Voor de invoering van het betaald voetbal in Nederland speelde Angenent bij ‘Vliegende Vogels’ uit Haarlem,  Stormvogels uit IJmuiden en Sportclub Emma uit het Limburgse Treebeek. In 1954 werd hij aangetrokken door Fortuna ’54 waar Angenent als rechtsbuiten veelvuldig scoorde.

Op 30 januari 1957 speelde hij zijn enige interland voor het Nederlands elftal tegen Spanje, als vervanger voor zijn geblesseerde ploeggenoot Bram Appel. Nederland had grote voetbalnamen in de jaren vijftig, maar niet groot genoeg om fameuze Spanjaarden als, Ladislao Kubala, Alfredo di Stefano, Luis Suarez en Francisco Gento aan het schrikken te brengen: 5-1 voor Spanje, voor 105 000 toeschouwers in de burcht van Real Madrid het Bernabéustadion . Het was een wedstrijd, van Nederland dat destijds geleid werd door coach George Hardwick, die tot veel kritiek leidde. De opbrengst was bestemd voor de noodlijdende Hongaren die kort tevoren door de Sovjets onder de voet waren gelopen. Was het niet heel vreemd, een wedstrijd voor dit doel te organiseren in het land van een dictator als Franco ? De KNVB dacht er anders over. Henk Angenent kreeg na zijn enige interland redelijke perskritieken.

Henk is binnen het Oranje elftal de jongen van de gestampte pot, met zijn sterk Noord-Hollandse accent, zijn mond geen moment dicht houdt. Hij tapte volop moppen en treurde niet erg lang om de pak slaag die Oranje opliep. Hij speelde tot 1962 voor Fortuna en bouwde daarna zijn carrière af bij Haarlem in de 2e divisie. In het kampioensjaar 1962/1963 heeft Angenent een belangrijk aandeel. Samen met Jaski vormde hij een succesvol aanvalsduo. Na zijn actieve voetballoopbaan werd hij zonder succes trainer voor Velox en de amateurvereniging  Vriendenschaar uit Culemborg.

HFC Haarlem kampioen in 1963. Boven: Trainer Ruud v Wilsum, Fred Boom, Gerard Duwel, Jan v ‘t Kruys, Bob Maas, Nico Duyster en Otto Barendregt. Onder: Louk Vreken, Henk Angenent, Ruud Frie, Fred Jaski, Nico Jonker en Henk Dinkelberg.

De voetballer Henk blijkt (verre) familie te zijn van de schaatser Henk Angenent. De voetballer en de vader van de schaatser waren achterneven van elkaar. Zo vrolijk en opgewekt zo treurig blijkt later is het ‘korte’ leven van Henk. Hij gaat gebukt onder een slechte gezondheid opgelopen in zijn tijd in de haven waar hij balen van vijftig kilo moest dragen om maar financieel rond te komen. Hij probeerde na zijn voetbalperiode als trainer zich verdienstelijk te maken maar die poging mislukte. Hij krijg te maken met een aandoening aan zijn ruggenmerg en raakt verlamd. Enkele vrienden van de camping ‘De Eenhoorn’ in Hilversum organiseren in het voorjaar van 1977 een benefietwedstrijd voor de berooide voetballer van weleer. Negen maanden later, op 26 december 1977, overlijdt Henk Angenent te Culemborg op 47 jarige leeftijd.

Eindelijk in de Eredivisie.

In 1968/1969 promoveert HFC Haarlem naar de Eredivisie. Daar zal het voor een lange periode verblijven. Eredivisie-seizoen 1970/1971 was voor Feyenoord-legende Ove Kindvall het laatste jaar in Rotterdam. In de allerlaatste wedstrijd van het seizoen, zijn afscheidswedstrijd, scoorde Kindvall tegen HFC Haarlem twee keer. Feyenoord werd kampioen en Ove topscorer in de Eredivisie met 24 doelpunten. Zondag 6 juni 1971, Feyenoord – HFC Haarlem 2-1 en daarvan zijn Beelden uit het Eredivisie Archief.

2010: De ‘rood-blauwe leeuwen’ onder curatele.

Op 25 januari 2010 werd bekend dat de bewindvoerder faillissement heeft aangevraagd. Enkele dagen later wordt HFC Haarlem uit de competitie gehaald. Op 29 januari 2010 speelt de club haar laatste wedstrijd uit tegen Excelsior Rotterdam en verliest met 3-0. Een van de oudste voetbalclubs van Nederland, opgericht op 1 oktober 1889, heeft geen recht op het eeuwige leven. HFC Haarlem kent een reeks van internationals die een grote bijdrage leverden aan het Nederlands elftal. Nu is er geen voetbal meer aan de Jan Gijzenkade in Haarlem, alleen nog herinneringen aan ver vervlogen tijden, aan de ‘rood-blauwe leeuwen’, die in topwedstrijden 15.000 toeschouwers trokken. De emoties die gisteren bij het handjevol nog overgebleven supporters de vrije loop kregen zijn de laatste symptomen uit een mooie tijd.

Hier zien we jongeren die met smart wachten totdat de hekken van het stadion opengaan.

HFC Haarlem heeft geen draagkracht meer en nostalgie telt niet. Herinneringen blijven, aan de enige landstitel in 1946 onder leiding van de beste voetballer die de Haarlemsche Football Club Haarlem ooit voortbracht, international Kick Smit.  Op 26 april 2010 werd bekend dat de vereniging na een fusie met HFC Kennemerland verder gaat als Haarlem-Kennemerland.