Heracles

1903: Opgericht door ‘eenvoudige’ burgers.

In het begin van deze eeuw bestond er reeds een voetbalclub in Almelo, “Oranje-Nassau” geheten. De club was alleen voor de “gegoede” burgerij uit Almelo.  Voor de “eenvoudige” burgers was het onmogelijk om lid te worden van deze club, dus zat er voor de enthousiaste jongelingen uit Ambt Almelo niets anders op dan zelf te oefenen. In het voorjaar van 1902 ontdekten twee vrienden, Derk Kortenvoort en Gait Reuvekamp, de wereld van het voetbal. Van de spelregels hadden de twee geen kennis, maar plezier hadden ze wel. Meerdere jongens sloten aan bij de groep. Uiteindelijk wist een van de jongens een exemplaar van ‘De regels van het voetbalspel’ te bemachtigen.

In een openluchtvergadering werd na een langdurige discussie besloten tot de oprichting van een voetbalclub met als naam “Hollandia”.  De contributie werd in die tijd vastgesteld op 5 cent, de minderdraagkrachtige leden dienden 2 cent contributie per week te betalen.

Hercules 1905 achterste rij: Joh. Toren, D. Kortenvoort, J. Ter Stal, J. Nijkamp en C. Lagcher. Middelste rij: H. E. Smit, G. Beverdam en W. Hendriks. Voorste rij: J. Meulenbelt, A. J. Nieuwenhuis en G. Reuvekamp

Eerste wedstrijd bij de Twentsche voetbalbond.

De eerste wedstrijd die “Hollandia” speelde was op het terrein van en tegen de toenmalige voetbalvereniging “Oranje-Nassau”. Besloten werd om de T.V.B. (Twentsche Voetbal Bond) te verzoeken om zich aan te mogen sluiten. Tot grote vreugde van de leden kwam op 3 oktober 1903 het bericht dat “Hercules” was toegelaten tot de T.V.B. De eerste bondswedstrijd die “Hercules” speelde was in het najaar van 1903 thuis tegen “Voorwaarts”. Deze wedstrijd werd met 2-0 gewonnen.

16 oktober 1903: Algemeen Handelsblad

Heracles gaat vanaf het seizoen 1913-1914 spelen op het inmiddels legendarische terrein aan de Bornsestraat, nadat het afscheid nam van een stuk grond in de buurt van Erve Bonthuis, waar het tot dan toe de wedstrijden afwerkte. In het jaar 1924 werd er begonnen met de bouw van dit schitterende tribunecomplex. In het voorjaar van 1925 werd deze tribune voor het eerst in gebruik genomen. De prachtige houten hoofd gebouw in Engelse stijl is samen met Het Kasteel van Sparta – nu een stukje nostalgie uit vroegere tijden, dat in Nederland vrijwel geheel verloren is gegaan. Iets later en in de Amsterdamse bouwstijl en zeker zo fraai is de houten tribune op het Sportpark in Hilversum van architect Dudok.

In mei 1906 na een slopende en zeer lange finale werd op het terrein van “P.W.” met 2-1 gewonnen van Phenix, waardoor de Almelose helden de eerste editie van de T.V.B.-wisselbeker wisten te winnen. Men heeft de smaak te pakken en verzoekt de landelijke N.V.B. om in 1906/1907 over te kunnen stappen naar de 2e klasse. Er kwam een positieve reactie op dit verzoek, maar er was reeds een “Hercules” en dus werd de naam AVC Heracles zoals wij die nu kennen. 

1931 C. Schlosser

Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de groei van Heracles zonder de hulp van de Twentse textielbaron Breuning ten Cate sr. niet tot stand zou zijn gekomen. Hij is de eerste beschermheer van Heracles Almelo. Breuning ten Cate steunde de club financieel omdat hij inzag dat voetbal ook een sociaal doel diende. Het bood de arbeiders immers vermaak en ontspanning. Mede dankzij deze hulp kon Heracles begin jaren ’20 beschikken over een echte Engelse trainer. U moet zich indenken dat Engeland indertijd het voetballand bij uitstek was, waar al competitief werd gevoetbald sinds 1850. Het beste voetbal en de beste trainers kwamen uit Engeland. Normaal gesproken zouden alleen de allergrootste Nederlandse ploegen kunnen beschikken over een Engelse trainer, maar nu was dit ook het geval bij Heracles.

Aan het begin van de 1e wereldoorlog in het seizoen 1913/1914 en aan het eind van de 1e wereldoorlog in 1919/1920 werd Heracles voor het eerst kampioen van de 2e klasse. In een klein stadje in het oosten van Nederland gebeurden wonderlijke dingen. 

1922: 2e klasse Oost Kampioen na een barrage tegen Wageningen.
6 juni 1922: Twentsch Dagblad.

In het seizoen 1921/1922 werd voor de derde keer het Oostelijk kampioenschap behaald en drie keer is scheepsrecht. Nu wist Heracles in de nacompetitie wel zichzelf te belonen. Heracles wint op de valreep thuis van “Wageningen” in de slotseconden van de wedstrijd met 3-2. In de return in Wageningen wist Heracles een gelijkspel uit het vuur te slepen. De 1e klasse was nu bereikt. Heracles krijgt nu de kans om werkelijk uit te groeien tot een club van naam en faam. Inmiddels werden er ook al Heraclieden geselecteerd voor het Twentsch elftal. Moest Heracles in het seizoen 1925-1926 de eer voor het Oostelijke kampioenschap nog aan “Sportclub Enschede” laten, het seizoen 1926/1927 daarop wist de club wel beslag te leggen op het Oostelijke kampioenschap.

Heraclied: B. Freese 1931

Weliswaar was hiervoor opnieuw een beslissingswedstrijd nodig tegen “Sportclub Enschede” De 2-0 overwinning voor de Almeloërs gaf aan dat Heracles dat jaar nauwelijks te kloppen was. In de nacompetitie moest Heracles het opnemen tegen Ajax , Feijenoord , N.A.C. en Velocitas . Heracles had een moeilijke start met een wedstrijd tegen Ajax in Amsterdam. Een ieder in de regio Almelo zou al tevreden zijn geweest als Heracles in ieder geval niet af zou gaan, maar tot verbazing van velen werd Ajax keurig op 2-2 gehouden. Met nog een gelijkspel, wederom tegen Ajax en verder 6 overwinningen werd Heracles op 19 juni 1927 in Almelo kampioen van Nederland. Op onderstaande foto staan de mannen die ervoor zorgden dat Heracles definitief een prominente plaats kon innemen op de Nederlandse voetbalkaart. Inmiddels zullen in 1928 twee spelers debuteren in het Nederlands elftal t.w. Frits Schippers en Bertus Freese.

Heracles 1927  Staand: H. Colclough (trainer), B. Smit, J. Edelijn, H. Hilbrink, B. Freese, J. Reekers, F. Schippere en G. Freese Gehurkt: C. Schlosser, H. Grobben, F. v.d. Kolk, en J. Hinnen

Heracles weet in 1933/1934 opnieuw kampioen te worden maar gaat in de eerste wedstrijd van de acht om de landstitel tegen Ajax knalhard met 9-1 onderuit. Aan het eind van de serie blijken de onderlinge verschillen, hoe vreemd ook, minimaal maar werd Ajax landskampioen en de Almeloërs vierde. In 1936/1937 bleek al snel een jonge “rechtspoot” furore te maken. Zijn naam was Frens van der Veen. Hij is zonder twijfel de beste voetballer die men ooit heeft gehad in Almelo. Feyenoord en Heracles streden tot de laatste speelronde om het landskampioenschap. Het lot wilde dat de laatste wedstrijd in Almelo werd gespeeld. Heracles- Feijenoord moest de beslissing brengen. 

Met ruim 19.000 toeschouwers, waaronder alle prominenten binnen het Nederlandse voetbal, werd de wedstrijd voor de zwart- witte formatie een grote teleurstelling. In Rotterdam bleek Feyenoord reeds met 4-1 de sterkste en ook in Almelo waren de Rotterdammers sterker (0-2). Het verschil kwam mede tot stand door blessures van de jonge Frens van der Veen evenals de geblesseerde Geert Entjes. Feijenoord had met de geroutineerde Puck van Heel een aanvoerder en selectie die gewoonweg meer kwaliteit dan het gehavende Heracles. 

Clubicoon: Frens van der Veen, de man van de kontstop.

Afbeeldingsresultaat voor frens van der veen cartoon

Op 25 maart 1919 werd volgens veel bronnen de allerbeste voetballer die Heracles ooit heeft voortgebracht geboren, Frens Christiaan van der Veen. Als zestienjarige maakte hij al zijn debuut, drie dagen voordat hij zeventien werd. Frens leerde het voetballen op straat, op klompen. Zowel met links als met rechts ontwikkelde hij een ongelofelijke balbeheersing. Kort nadat hij op zijn zestiende debuteerde bij Heracles, was de linksbinnen geselecteerd voor vertegenwoordigende elftallen. Eerst voor het Nederlands jeugdelftal en vanaf zijn achttiende voor het Nederlands elftal. Hij speelde in de jaren, direct vóór de oorlog, in acht opeenvolgende interlands mee. Zijn directe concurrent voor de linksbinnen-positie, Abe Lenstra, toch niet scheutig met complimenten, zou later zeggen: “Alleen aan Frenske kon ik niet tippen.” Moeder Aal van der Veen zegt het anders: ” Oons Frens hef gold’n been’n.” Van der Veen beschikte over een buitengewone techniek, een fenomenaal spelinzicht en weergaloze creativiteit. Zowel met links als met rechts kon hij ongelooflijke dingen met een bal. Een van zijn trucs werd wereldberoemd, namelijk ‘de kontstop’. Daarbij liet hij de bal zo stuiteren dat hij deze met het achterwerk kon controleren. 

Frens van der Veen in Oranje.

Van der Veen werd gezien als de architect van het aanvalsspel gedurende de periode dat hij bij Heracles voetbalde. Hij dook overal op en was altijd aanspeelbaar. Daarnaast stuurde hij tegenstanders met schijnbewegingen het bos in en bediende hij zijn medespelers met slimme passes. In 1937/1938 bezorgde hij Heracles in de laatste beslissende wedstrijd de Oostelijke titel met een fenomenaal schot waarmee hij international Leo Halle passeerde. Slechts vier spelers presteerden het om als speler van Heracles het Nederlands Elftal te behalen. Frens van der Veen debuteerde op zondag 21 mei 1938 op zijn negentiende in Oranje. Hij hield het niet lang vol als international. Vanwege een incident waarbij hij het opnam voor ploeggenoot Bertus de Harder, speelde hij op zijn 21e alweer zijn laatste interland. Van der Veen kwam daardoor ‘slechts’ tot acht interlands voor het Nederlands Elftal en hij vond daarin één keer het net.

Begin 1940 eindigt de interlandcarrière van Frens van der Veen alweer. Een grote nederlaag tegen de Belgen, een opstandige houding tegen bobo’s en ongedisciplineerd gedrag van Van der Veen zullen daarin een rol gespeeld hebben. Er had veel meer ingezeten. Van der Veen is een briljante technicus maar ook één die tegenstanders uitdaagt, met gebaren en woorden: ” Kom maar, kom maar!” Hij combineert zijn geweldige vaardigheden verder met een groot tactisch vermogen, met noeste arbeid, zwervend over het hele veld, altijd aanspeelbaar en, je komt uit Almelo of niet, met stevig bikkelen.

1941: 2e Landstitel voor Heracles.

Heracles 1941 Achterste rij: J. Krabshuis, R. Dirkink, J. Velthuis, F. v.d. Veen en F. Jaarsma. Middelste rij: G. Entjes, T. Lassche en A. Wanningen. Voorste rij: A. Dekkers, F. Dekkers en H. Koldewijn

Van der Veen leidde Heracles in 1940/1941 naar de tweede landstitel in de historie van de club. Spits Veldhuis boezemde vele tegenstanders angst in, en in dat jaar zelfs goed voor 34 treffers in 26 wedstrijden (waarvan 14 in de kampioenscompetitie). In Almelo wisten ze wel beter. Het geheim heette Frens van der Veen, die de ballen op een presenteerblaadje gaf en de productie was voor een groot deel op het conto van Frens te schrijven. Heracles Almelo werd Nederlands kampioen in 1941 door aan de Bornsestraat in de laatste ronde PSV met 6-1 te verslaan met drie goals van Johan Veldhuis Bekijk de unieke video beelden. Frens van der Veen overleed op 4 mei 1975 te Almelo.

Algemeen Handelsblad van 23 juni 1941.

1944: Videobeelden uit Den Haag match tussen VUC – Heracles.

Donkere wolken boven Almelo.

Heracles wist in het seizoen 1949-1950 nog lange tijd mee te doen om het afdelingskampioenschap, toch was duidelijk dat de club een zware tijd tegemoet ging. In 1950 werd besloten dat de competitie indeling niet meer regionaal was, maar landelijk. Er werden afdelingen van 13 elftallen samengesteld en daarvan zouden de onderste twee ploegen uit iedere afdeling degraderen. Het geschiedde in Almelo dat na 30 jaar onafgebroken in de top van de 1e klasse te hebben gespeeld. Heracles degradeerde. Op 22 april 1951 werd er thuis met 2-3 verloren van ’t Gooi uit Hilversum en dalen de Heraclieden af naar de 2e klasse. 

23 april 1951: Het Parool.

Wie echter vermoedt dat de Heraclieden de moed opgaven heeft het mis, vanaf de start van de competitie in het seizoen 1951/1952 stond Heracles aan kop. Ongeslagen werd Heracles kampioen, ook de noodzakelijk promotiewedstrijden werden winnend afgesloten. In 1952 stond Heracles weer daar waar het hoorde: in de hoogste klasse van het Nederlandse voetbal. Er zou helaas een hele slechtere periode volgen.

Het betaalde voetbal deed in 1954 haar intrede in Nederland en daar waar Heracles altijd het “amateur zijn” hoog in het vaandel had moest opeens professioneel gewerkt worden. In een kleine stad als Almelo zou dit geen eenvoudige taak zijn. Met de nodige kunst en vlieg werk werd de club in stand gehouden. Zo moesten de prijzen van de donateurskaart flink omhoog en werd er een Heracles voetbalpool gehouden. De verdiensten van de Heracles-spelers waren niet hoog: fl. 30,- voor winst, fl. 20,- bij een gelijkspel en bij verlies werd er fl. 10,- uitgekeerd. Het eerste semiprof jaar 1954/1955 werd een derde plek van onderen. Een jaar later betekende de dertiende plaats degradatie naar de 2e divisie. De eens zo trotse club uit Almelo was afgedaald en hoe lang kon men nog lijdzaam toezien dat de zwart-witte formatie doelloos in de marge van het betaalde voetbal opereerde? 

Heracles moet professioneler.

Heracles 1957. Staand: Kamphuis, Vrieling, Edel, ten Brink en de Olde. gebogen: Hulshof, Schonewille, Zittend: Kers, Dekkers, Tusveld en Scholten.

De toenmalige voorzitter, H. van Ingen, besloot dat er reclameborden rond het hoofdveld geplaatst moesten worden, tevens werd in overleg met de supportersvereniging besloten om de fabrikantenkring in Almelo te benaderen. Het gevolg was meteen te merken: vanuit de fabrikantenkring werd de heer Molenaar (directeur van de Palthe Stomerijen) naar voren geschoven als nieuwe leider binnen Heracles. Einde 1955/1956 was Heracles nog net voor de Zwolsche Boys op de voorlaatste plaats in de 2e divisie B geëindigd. Dit was het sein voor Almelo om van Heracles weer een trotse club te maken. 

De weg naar herstel wordt ingezet.

Vanuit de onderkant van het betaaldvoetbal klom in het voorjaar van 1958 Heracles na de met 7-0 gewonnen thuiswedstrijd tegen de Zwolsche Boys naar de kampioenstitel van de 2e divisie B. In het seizoen 1960/1961 streed Heracles lange mee met het Amsterdamse “Blauw-Wit”, maar op het laatst bleken de Amsterdammers toch over meer capaciteit te bezitten.

Seizoen 1958/1959. Staand: trainer J. N. Bijl, R. Greving, S. Mokone, H. Vrielink, J. Schuman, J. van Veen en J. Kamphuis. Zittend: K. v,d Veen, G. Brouwer, J. Kers, R. Koers, H. Tusveld en F. Hulshof.

Onder aanvoering van het legendarische spitsenduo Joop Schuman (topscorer aller tijden van het betaalde voetbal met 47 doelpunten in het seizoen 1961-1962) en de Zuid-Afrikaan Steve Mokone kreeg Heracles de kans haar kwaliteiten als ploeg te bewijzen in de Eerste Divisie. Heracles werd na een enerverende strijd met Elinkwijk kampioen door in de beslissende wedstrijd thuis met 1-0 van het reeds gedegradeerde Heerenveen te winnen. De beslissende promotiewedstrijden tegen Fortuna uit Vlaardingen staan bij menig oudere Heracles- aanhanger nog op het netvlies gebrand. Na een 0-0 gelijkspel in Vlaardingen scoorde Hennie van Nee in Almelo na 10 minuten het enige doelpunt van de wedstrijd: de 1-0 overwinning werd door 22.000 dolenthousiaste aanhangers tot ver na de wedstrijd gevierd. Het zwart-witte clubtenue zal weer te zien zijn in de hoogste divisie.

In de Eredivisie 1962/1963 bleek al snel dat Heracles een tegenstander was waar een ieder respect voor had, de resultaten waren redelijk tot goed te noemen. In dat seizoen had Heracles een ongekende wedstrijdreeks neergezet waaronder op 21 oktober 1962 de wedstrijd met videobeelden van Heracles – SC Enschede. De grootste overwinning was thuis tegen de Volewijckers 7-1 uitslag en de grootste nederlaag werd thuis geleden tegen Feijenoord met 3-6. Met een 14e plek eindigde de formatie het eredivisie debuutjaar net boven de degradatiestreep.

Seizoen 1961/1962. Staand: Ger Donners, Gerrit Pasman, Jan van de Wint, Herbert Finken, Wolfram Arnthoff, en trainer Jaap van der Leck. Zittend: Isie Giering, Hennie van Nee, Joop Schuman, Barent Vrielink, Dick Reekers en Joop Brand.

De Eredivisie jaren.

12 oktober 1964: Het Parool.

In het seizoen 1964-1965 steeg Heracles boven zichzelf uit. Onder de bezielende leiding van trainer van der Leck bleven de Almeloers de eerste 8 wedstrijden ongeslagen. Waarbij er onder meer met 1-4 gewonnen bij werd bij Ajax hierbij Videobeelden uit 11 oktober 1964. Doelpunten van Van Nee 40 ’ Greving 70’ Morsing 75’. Petersen van Ajax 85’ en Greving 86’. de scheidsrechter is de parmantige Piet Roomer. Ook P.S.V. werd in Eindhoven met 0-1 verslagen. In de thuiswedstrijd tegen Feijenoord ging het voor 26.000 toeschouwers dan toch mis voor Heracles. De 1-5 nederlaag sloeg bij de spelersgroep in als een bom en dat is te zien op de Videobeelden. Wat men ook probeerde, de rest van het seizoen was het zeer wisselvallig. Toch behaalde Heracles alsnog een keurige plaats net onder de subtop. De revelatie van dat seizoen was Heracles-aanvaller Hennie van Nee. De razendsnelle Van Nee zag zijn goede vorm beloond middels meerdere uitnodigingen voor het Nederlandse Elftal. 

Seizoen 1964/ 1965. Staand: W. Arnthof, H. Terhorst, B. Westra, J. v/d Wint, D. Milne en S. Westenberg. Zittend: G. Pesman, Ph. Stapper, E. Drost, Hhr. Hartjes en Ph. Tinney.

De transfer bedragen stijgen en leegloop dreigt.

Aan het einde van de periode 1964/1965 leek er voor Heracles niets aan de hand. Toch wilden sommige spelers de overstap maken. De Heraclieden hadden zich in de kijker gespeeld dus was voor de penningmeester het moment gekomen handelend op te treden. De transferperiode aan het einde van het seizoen was een spannende tijd. Nu moest er met het oog op het nieuwe speeljaar zaken gedaan worden en de selectie aangevuld worden dan wel versterkt.

19 juni 1965: De Tijd.

Icoon Hennie van Nee: Topspits en levensgenieter.

Hennie van Nee (1964)

Hennie van Nee is geboren op 13 augustus 1939 te Zwolle. De eerste jaren speelde de aanvaller voor Zwolsche Boys. Vervolgens heeft Hennie, met een uitstapje naar het Zwolsche afkomstige PEC vier seizoenen Voor Heracles gespeeld. De spits stond vijf maal in Oranje in de periode 30 september 1964 tot en met 17 maart 1965. Daarmee is hij nog altijd de laatste Heraclied die voor het Nederlands Elftal is uitgekomen. Het waren drie vriendschappelijke wedstrijden en twee WK-kwalificatieduels. In die twee WK duels scoorde hij in Tirana tegen Albanië (0-2). Op woensdag in Belfast op 17 maart scoorde hij in de verloren match tegen Noord-Ierland (2-1) het openingsdoelpunt.

18 maart 1965: Limburgsche dagblad.

Van Nee heeft zijn uitverkiezing te danken aan de fenomenale start van Heracles in de competitie van 1964/1965. De ploeg stond na negen wedstrijden ongeslagen bovenaan en Van Nee voerde de topscorerslijst aan, onder meer door na een 2-0 achterstand tegen Sparta er vier ballen in te kegelen. Bondscoach Dennis Neville was onder de indruk van zijn effectiviteit. Bovendien mist Oranje een killer voorin. Van Nee ‘Ik was middelmatig, maar ik kon wel ontzettend hard schieten. Ik was snel en hard, een vechter.’ Maar als zich in 1965 een nieuwe generatie met Johan Cruijff en Willy van der Kuijlen aandient, is het met zijn interlandcarrière gedaan.  

Heracles-Ajax. Hennie van Nee ontwijkt een tackle in het thuisshirt dat gekozen is door de supporters als het mooiste shirt ooit.

Hennie van Nee was een levensgenieter. Hij reed in sportauto’s, geeft zich over aan de leuke dingen des levens en aan het eind van zijn voetbalcarrière heeft hij geen cent overgehouden aan de voetballerij. Via het Duitse Kickers Offenbach, het Belgische AA Gent, Cercle Brugge en HFC Haarlem bouwt hij zijn carrière af bij de amateurs van vv Schoten uit Haarlem. Maatschappelijke verdiende Hennie de kost in de autohandel. Op 25 januari 1996 komt Hennie van Nee in Bennebroek plots door een acute hartstilstand te overlijden, hij is dan pas 56 jaar.

Heracles moet een stap terug doen.

Met een vernieuwde selectie werd het seizoen 1965/1966 begonnen. Het was zeker wennen, de punten werden behaald maar moeizaam. Er leek tot na de winterstop niets aan de hand echter het geluk liet Heracles in de steek. Volledig tegen de verwachtingen in degradeerden de Almeloërs naar de 1e divisie. Indertijd beweerden de kranten dat Heracles de dupe was geworden van een “omkoopschandaal”. Inzet was er genoeg maar de oorzaak was gewoon een gebrek aan kwaliteit en samenhang.. De uitverkoop van dragende spelers heeft ook bijgedragen aan de stand van zaken. Het sprookje van Heracles in de Eredivisie was afgelopen: de club kwam 2 punten te kort om degradatie naar de 1e divisie te ontlopen. 

Waar zijn de supporters ?

Clublied: “Hart veur Heracles” door Herman Finkers

De Almelose bevolking liet Heracles in de steek: in de jaren ’50 was het stadion altijd goed gevuld, evenals in het begin van de jaren ’60. Een kleine 10 à 12.000 mensen zaten er altijd wel. Er waren zelfs perioden dat de kaarten al enkele weken voor een wedstrijd uitverkocht waren! Na de degradatie uit de eredivisie daalde de publieke belangstelling, maar toch zaten er altijd nog zo’n 7 à 8.000 mensen aan de Bornsestraat. Vanaf het begin van de jaren ’70 ging het echter steeds minder en minder, het gevolg was dat gemiddeld nog slechts 4 à 5.000 mensen de weg naar het sportpark vonden. Was de Heracles -zondagmiddag opeens uit de mode? Het had er alle schijn van. 

1969/1970

Volgens het algemeen bestuur van Heracles was er maar één mogelijkheid voor de amateurtak van Heracles (AVC Heracles)om te overleven. De K.N.V.B. gaf het advies om een zelfstandig betaald Heracles stichting op te richten. Als voorbeeld werd er gewezen naar Alkmaar’54 en FC Zaanstreek en het succes dat AZ ’67 heeft. Op 1 juli 1974 gaan de prof en de amateursectie uit elkaar. De proflicentie van de KNVB gaat over naar de stichting SC Heracles’74.