BVV Den Bosch

Bossche Voetbal Vereniging van arbeiders

De Bossche Voetbal Vereniging is op 8 oktober 1906 opgericht door sigarenmakers Gijs van Leur en Jan Hootsmans onder de naam NOAD. Elf jaar later wordt de naam veranderd in B.V.V. om verwarring met het Tilburgse NOAD, te voorkomen. BVV speelde net als de middenstandsvereniging en roomsche stadsgenoot RKVV Wilhelmina in de buurgemeente Vught. Vreemd wellicht, want beide waren echte Bossche verenigingen.

1906: BVV. foto © archief herman van boxtel.

Er werd gevoetbald op Heidelust aan de Kampdijklaan. Dit complex van velden was goed voor een ontvangst van 10.000 toeschouwers. De vereniging groeide en in die zelfde jaren twintig nam men de sportterreinen van Wilhelmina op Heidelust over.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-12.png
Spelers profielen uit 1916 met van 1 t/m 11: Frans Kops, Janus Broeren, Hendrik Verkaart,Van Liempt, Piet van der Sluijs, Toontje Hoek, Piet van Lent, Bartje Meeuwissen, Louis van Rooy,Ventje Fleuren en Toon van Beek.

Zonder onderbreking speelt BVV vanaf 1920 in de 1e klasse Zuid. Diverse keren speelt de selectie om de titel zoals in 1935/1936 toen NAC uit Breda de titel met één punt voorsprong won. In het seizoen 1936/1937 troefde PSV op vier punten BVV af.

1933: BVV. Zuidelijke 1e klasse.

Opvallend is het dat BVV lange tijd ontbreekt in de nationale bekercompetitie. Wat daar de reden voor is, is onbekend. Pas in het KNVB bekerseizoen 1929/1930 duikt de naam van de Bossche voetbal Vereniging op. Dan laat het ook direct zien waartoe het in staat is. Na vijf ronden te hebben overleefd stuit het in de kwartfinale op Ajax. Het lijkt gezien de uitslag op een spannende wedstrijd. Het is een aanname want meer valt er niet te lezen in de kranten van 29 mei 1930.

29 mei 1930: Limburger koerier
1931: J. Schut
1931: W. Fleuren

Naar het bekerseizoen 1931/1932 werd gezien het recente resultaat met nieuwsgierigheid uitgekeken. Hoe staat BVV er landelijk op is de vraag. In de derde ronde wacht een uitwedstrijd tegen het Hilversumse ’t Gooi. Het werd een blamage zoals de 7-2 nederlaag wel laat zien. Dat de regionale kranten er verschillend aandacht aan besteden is opvallend. In de Gooi en Eemlander van 25 april 1932 werd, naast een uitgebreid verslag, zelfs de opstelling van beide elftallen genoemd.

25 april 1935: Dagblad van Noord-Brabant.

Het voetbal tijdens de 2e wereldoorlog in Den Bosch.

Net als overal elders kreeg ook de Bossche joodse gemeente gedurende de Duitse bezetting in toenemende mate te maken met uitsluiting. Begin januari 1941 telde de joodse gemeente in de stad 465 personen. Vanaf dat jaar was er ook sprake van arrestaties en vervolging. In september 1941 werden joden uitgesloten van het openbaar onderwijs en sportverenigingen In de stad werd een speciale joodse lagere school en een joods lyceum (voor joden uit heel Noord-Brabant) opgericht. 

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

Van de circa 465 joodse inwoners van de stad zouden slechts 172 de verschrikkingen van de oorlog overleven, ongeveer een derde. In de Bossche synagoge werd in 1948 een voorlopige lijst met slachtoffers uit ‘s-Hertogenbosch en ook omgeving  opgehangen.  Deze telde 267 namen. Nieuw onderzoek heeft tot hogere getallen geleid. Op donderdag 27 oktober 2016, vijfenzeventig jaar ná het begin van de jodenvervolging in Nederland, is een monument onthuld tegen de achterwand van de synagoge in De Mortel. Bron: Erfgoed ‘S-Hertogenbosch.

Over de specifieke situatie van BVV tijdens de bezetting is weinig bekend. Wel blijkt uit de website Voetbalmonument.nl dat er onder de leden van BVV ook een tiental oorlogsslachtoffers zijn gevallen. Sportjournalist Jurryt van Vooren heeft na uitgebreid onderzoek de namen kunnen combineren met voetbalverenigingen. Een duivelswerk waarvoor hij meer dan lof verdient. De voetbalcompetitie staat onder nadrukkelijk toezicht van de bezetter. Eén van de maatregelen was dat alle onderbonden neutraal of religieus onder één nationale bond kwam en dat werd de NVB. De Duitsers wilden dat het ‘gewone’ leven zijn gang gaat. Daar blijkt bij de bevolking ook grote behoefte te zijn. Het is een uitlaadklep en een vorm van saamhorigheid onder de bevolking. De wedstrijden werden goed bezocht en zorgt voor ontspanning. BVV handhaaft zich zonder veel moeite in de 1e klasse getuige de derde, vierde. zesde en zevende plaats.

1944: Oorlogsslachtoffer Puck van Liere.

Britse kogels doorkruisen een voetbaldroom | Den Bosch, Vught | bd.nl
Adriaan v Liere

Op 15 augustus 1944 is het Maria Hemelvaart als er op deze rooms-katholieke feestdag zich een drama afspeelt. Het is even buiten Den Bosch, bij Vlijmen als om 12.25 uur een trein wordt beschoten door een kogelregen uit twee Britse Spit­fires. Al snel word bekend dat daarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. Het blijkt Puck van Liere te zijn, de reserveaanvoerder van BVV. Puck is pas 23 jaar en werd als leerling-machinist op de trein dodelijk getroffen Puck van Liere dringt op zijn negentiende als middenvelder door tot het eerste team van BVV. Hij wordt gekozen in het zuidelijk elftal en voetbalt daarin samen met enkele spelers die na de oorlog voor Oranje zullen uitkomen.

BVV op 8 februari 1944. Staand: Sjef Goedmakers (verzorger), Tommy Donhuijsen, Piet van der Sluijs, Puck van Liere, Thijs Sluiter, Dré Saris, Bernard Bossong, Willem van Buel (grensrechter). Knielend: Louis Swanenberg, Kees Krijgh, Frans Tausch, Dorus Donhuijsen, Toon van Beek. © Privéarchief Jan van Mil.

Puck is vernoemd naar Puck van Heel, één van de bekendste vooroorlogse spelers van het Nederlands elftal. ” Hij is een technisch knappe voetballer die zeker international zou zijn geworden en ook nog sportief en beminnelijk:” zo stelde zijn toenmalige medespeler Thijs Sluiter enkele jaren geleden. De begrafenis, op zaterdag 19 augustus 1944, is behalve een indrukwekkend eerbetoon ook een stilzwijgend protest tegen het oorlogsgeweld. Rijen dik wordt Van Liere uitgeleide gedaan op zijn laatste tocht door de stad. Spelers van BVV en medewerkers van de spoorwegen begeleiden hem als slippendragers. Op de muur naast het clubhuis van BVV, op sportpark De Vliert, eert de club met een herdenkingssteen de elf leden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Bron: Het Brabants Dagblad. Ook op Voetbalmonument.nl zijn voetballers te traceren, die het slachtoffer zijn van de Duitse tirannie, met de voetbalvereniging waar zij lid van waren.

Na de oorlog: De doorbraak van BVV Den Bosch .

11 juni 1946: Het Nieuwsblad van het Zuiden.

De zuidelijke titel, in het eerste vrede’s seizoen 1945/1946 werd bestreden door NAC en de Bossche ploeg. Na twintig wedstrijden in de competitie eindigden ze gelijk. Op 10 juni de tweede pinksterdag ontmoeten de beide rivalen elkaar voor een beslissingsmatch op het LONGA terrein. BVV is de onderliggende partij in een wedstrijd die door beide defensies werd bepaald. Tien minuten voor tijd weet Engelsman met een afstandsschot het enige doelpunt te maken. De sportterreinen aan de Kampdijklaan staan bekend door café Heidelust. Voor velen die in de jaren zestig een rijexamen hebben afgelegd een bijzondere herinnering.  Beiden Bossche clubs leefden in pais en vree, op enkele honderden meters van elkaar, maar waren ook elkaars rivalen. In het jubileum jaar 1946, werd bij gelegenheid, een historisch overzicht vertoond. Hierbij het unieke gefilmde document van de Bossche vereniging over het veertigjarig bestaan. Muziek: “Zo tussen de mensen” van Wim Kersten.

Het voormalige sportpark Heidelust in 1947 waar BVV 1e Klasse kampioen werd.

BVV ontwikkelde zich na de oorlog tot een grote club. De clubkleding is, een rood/zwart verticaal gestreept shirt, een zwarte broek met rode kousen. Het eerste kampioenschap in het bestaan was in het seizoen 1946/1947 toen de club kampioen van de 1e Klasse zuid werd. In de gebruikelijke nacompetitie om de landstitel moest BVV met een vijfde plaats, van de zes, genoegen nemen achter een heel sterk landskampioen Ajax.

De invloed van oefenmeester Charles Jackson

Charles Jackson

Charles Jackson (1900-1967) is 29 jaar wanneer hij naar Nederland komt, als een van de tientallen Britse voetbaltrainers die begroet worden als profeten uit het beloofde land. Jackson maakt snel indruk met zijn opvattingen en zijn eigen wil waarmee hij zijn mening doordrukt. Bij het Amsterdamse DWS boekt de Engelsman succes met het in Nederland verafschuwde stopperspil-systeem. DWS wordt er twee keer afdelingskampioen mee en steekt daarmee ook Ajax naar de kroon. Vanaf 1934 mag ook BVV gebruik maken van zijn diensten; aanvankelijk alleen op zaterdagmiddag. In 1938 geeft Jackson prioriteit aan het trainerschap bij BVV. Tot ongenoegen van DWS. De Provinciale Noord-Brabantsche toont grote bewondering voor de nieuwe trainer: ‘De BVV-boys vliegen voor ‘m. Hij behoeft maar te kikken of ze voeren z’n commando’s al uit.

Joris van den Bergh, een sportjournalist en radiocommentator noemt BVV een ‘kwalijk voorbeeld van de moderne Britse stijl’. Met uitspraken als ‘de stopperspil is een ongewenst importartikel’, maakt Van den Bergh woedende reacties in Den Bosch los. De woorden van Joris passen bij de breed gedragen ergernis aan het stopperspil-systeem binnen het Nederlandse voetbal.

Een training van BVV in de gymzaal.
BVV: Training in de gymzaal onder leiding van Jackson.

Na de Tweede Wereldoorlog ziet Jackson BVV terug als een bloeiende club. Tijdens de oorlogsjaren is het ledental verdrievoudigd tot boven de duizend. De spelers zijn gerijpt en talenten ontluiken. Het is een ideale voedingsbodem voor de naoorlogse successen van BVV, in 1948 bekroond met het landskampioenschap. Voor het zuidelijke sportblad De Sportwereld is dat aanleiding een ommekeer in de Nederlandse machtsverhoudingen aan te kondigen: ‘BVV heeft dank zij de intellectuele inslag die Jackson spon, een begin gemaakt met de ondermijning van de Westelijke superioriteit. Laten de andere Zuiderlingen van zijn voorbeeld profijt trekken. De Westelijke burcht wankelt. En zij zal langer wankelen dan een jaar…’ In het tijdsbestek 1948-1956 komen inderdaad liefst zeven van de negen landskampioenen uit het zuiden. Zes spelers van BVV halen in die jaren het Nederlands elftal. Na 42 jaar in Vught te hebben gespeeld, keert BVV in 1951 terug in de geboortestad. Vanaf nu speelt men in De Vliert, een stadion met 30.000 plaatsen, naar grootte op dat moment het derde in Nederland. Met Jackson als animator loopt de Bossche club in 1954 voorop in de strijd om ook in Nederland betaald voetbal in te voeren.

Tot medio 1957/1958 handhaaft BVV zich op het hoogste niveau. Dan volgt er een mindere periode met degradatie uit de eredivisie als gevolg. Deze situatie knaagt aan het krediet van Jackson bij de club. De neergang pleegt een aanslag op het moreel. De verhouding tussen spelers en trainer verkilt. Op dinsdagavond 27 september 1960 krijgen de spelers te horen dat Jackson naar Engeland is vertrokken, officieel omdat zijn vrouw en 15-jarige dochter, die daar al langer verblijven, hem erg missen. Een kleine zeven jaar later overlijdt Jackson op 66-jarige leeftijd na een hartverlamming. Bron: Februari-uitgave van Hard Gras, editie 118.

1948: De Bossche Voetbal Vereniging Nederlands kampioen

1947/1948. BVV – SV & AV Juliana (1-2); Staande: Jackson (trainer), Cor Huybregts, Piet van der Sluys, Dre Saris, Jan Remmers, Kees Krijgh, onbekend, Thijs Sluyters en v. Buel secretaris). Zittend: Zwanenberg, Piet van Overbeek, Langenberg, Dorus Donhuyzen en Toon van Beek

Een jaar later in 1947/1948 werd de selectie opnieuw kampioen van de regio zuid nu onder leiding van de Schot Charles Jackson. Met vijf andere districtskampioenen werd het een spannende competitie. Uiteindelijk heeft BVV in de laatste wedstrijd het voordeel dat het aan één punt genoeg heeft. In de uitwedstrijd in Haarlem tegen EDO werd het 1-1 waarmee de landstitel de slagroom op Bossche bol is.

14 juni 1948: Het Parool.
1948. BVV landskampioen. Grote blijdschap. In Haarlem gaan de spelers op de schouders na de wedstrijd EDO-BVV 1-1.

Terug in Den Bosch werden de spelers gezeten op een platte wagen via de Vughterstraat de stad binnen gereden. Bij hun rondje over de Markt, waar luidspeakers hingen om de wedstrijd tegen EDO Haarlem te kunnen volgen, werden zij toegejuicht door honderden Bosschenaren. Het was feest in een stad waar de spelers een paar voetbalschoenen of een fiets cadeau kregen.

Zondagse rituelen.

De successen van BVV zorgde voor een enorme toeloop van toeschouwers. Op zondagmiddag was het een lange stoet van voornamelijk sigaren rokende mannen met gleufhoed en lange jassen die vanuit de wijken op weg naar Stadion Heidelust/de Vliert liepen. Na afloop ging dezelfde lange stoet meestal even langs bij de tabakszaak in de buurt om te kijken wat de concurrentie had gedaan en om te discussiëren over de wedstrijd. De sigarenwinkelier had om vijf voor half vijf het radioprogramma ‘Langs de lijn’ beluisterd, gepresenteerd door Frits van Turenhout. De winkelier noteerde de uitslagen en prikte op een planbord de eindstanden in de etalage. Een ritueel wat in heel Nederland op zondag gewoon was.

1949: Voor de derde keer op jacht naar een titel.

Aan het eind van de competitie 1948/1949 is het ongemeen spannend tussen Limburgia en BVV. Wisselend zijn de resultaten en met nog één achterstallige wedstrijd te spelen en twee punten achterstand, kan de selectie gelijk komen. Aan de hand van krantenartikelen uit o.a. Het Nieuwsblad van het Noorden volgen we de slotfase.

In de laatste speelronde speelt Limburgia tegen VVV en BVV ontmoet Brabantia. VVV en Brabantia hebben niets te winnen en niets te verliezen. Het werd een boeiende match in Brunssum tussen de twee streekgenoten.

Einduitslag Limburgia-VVV 1-2. Dit is een opgelegde kans voor de Bosschenaren om voor derde maal in successie de 1e klasse titel te pakken. Een aardige bijkomstigheid is dat ook BVV tegen een provinciegenoot speelt.

Na dit regionale succes gaan de BVVers opnieuw in een poule spelen om de Nederlandse titel in de hoop/verwachting wederom landskampioen te worden. Tot aan het einde van deze kampioenscompetitie is er spanning. BVV strijd volop mee. Het is zondag 29 mei en de wedstrijd tegen het Schiedamse SVV staat op het punt van beginnen.

30 mei 1949. Twentsch dagblad Tubantia.

Een week later op 4 juni en laatste speeldag staat voor de deur. BVV zit in de wachtkamer en is uitgespeeld. Beide clubs staan met een gelijk aantal punten bovenaan. De Schiedammers hebben, met nog één wedstrijd thuis tegen Heerenveen de titel voor het oprapen. Een gelijkspel is voldoende en heel Den Bosch zit gekluisterd aan de radio.

10 juni 1949: Het Nieuws: Algemeen dagblad

 1951: Stadion De Vliert wordt geopend.

Door de populariteit van BVV was een nieuw stadion zeer gewenst. Na vele jaren net buiten de stadsgrens te hebben gespeeld opende men op 8 september 1951 het stadion De Vliert in Den Bosch. Een sportterrein dat ook uitgerust is voor ander sporten. Zoals een atletiekbaan waar viervoudig Olympisch-kampioen Fanny Blankers-Koen haar sprintbenen kan trainen. De Filmbeelden zijn afkomstig uit het bioscoopjournaal.

 

BVV 1951. Boven: Taks, Utermarkt,Huybregts, Jansen, Dré Saris en Remmers. Onder: Van Overbeek, Van Beurden, Krijgh, Quaadvliet en Heymans.

1954. De grote omwenteling.

Na jaren van succes volgen nu jaren van stabiliteit. De vereniging blijft een voorname rol spelen in de hoogste vaderlandse competitie maar kampioenschappen blijven buiten bereik. In de voetbalwereld heerst opwinding over de vraag: Wanneer bereikt het betaald voetbal nu eindelijk het kantoor van de KNVB. Vele topspelers vulden hun zakken over de grens op straffe van uitsluiting voor het Nederlands elftal. De KNVB is onwrikbaar en vind dat je voetbalt voor je plezier. Tot het moment dat een alternatieve Bond de aandacht trok. Deze ‘wilde’ NBVB begon in 1954 spontaan met het organiseren van een profcompetitie.

De eerste wedstrijd was Alkmaar-Venlo op 14 augustus. Enkele maanden lang liepen er twee profcompetitie naast elkaar. Zeist schrok wakker uit de slaapstand en stond, hals over kop, ook met een vorm van betaling toe. Intussen was er topoverleg tussen de ‘wilde bond ‘ en de Koninklijke. De KNVB begreep heel goed dat, nu de geest uit de fles was, zij niet de monopolie positie had over het betaaldvoetbal. Op 25 november 1954 kwamen de Bonden tot overeenstemming. Er werd een inmiddels historische overeenkomst getekend. Alle straffen aan voormalige profs werden teruggedraaid en op 29 november 1954 start de eerste officiële profcompetitie onder de KNVB vlag.

1954: Den Bosch is twee profclubs rijker.

Bij de KNVB kwamen 80 inschrijvingen binnen voor een proflicentie, waaronder die van BVV en Wilhelmina. Allen teams werden willekeurig verdeeld over vier eerste klasse poule’s. De openingswedstrijd in het seizoen 1954/1955 was BVV – RBC. Op zondag 28 november spelen de rood-zwarten voor 4500 toeschouwers de Roosendalers met 5-2 van de mat, met doelpunten van tweemaal Van Overbeek, tweemaal Van Beurden en Quaadvlieg. Een week later krijgt BVV uit tegen VVV een draai om de oren, met een 4-0 nederlaag keert het elftal huiswaarts. In de volgende maanden worden de kaarten geschud en de Bossche club draait lekker mee in haar eerste jaar. Het eindresultaat is een mooie zesde plek. De KNVB maakt een zwakte-sterkte analyse. BVV schuift voor het seizoen 1955/1956 door naar Hoofdklasse B. Door opnieuw een middenmoot positie wordt in het seizoen 1956-1957 de Eredivisie bereikt.

1956: BVV gaat zich echt meten met de Nationale top.

In het eerste Eredivisie seizoen bestaat de competitie uit o.a. de volgende topclubs: Ajax, DOS, sc Enschede, Feyenoord, Fortuna ’54, PSV, Rapid JC en Sparta. Het spelen in deze entourage is een hoogte punt in de historie van BVV. De Bossche selectie valt erg tegen en was niet opgewassen tegen zoveel kwaliteit. Van de 34 wedstrijden werden er 21 verloren, 6 gelijk en 7 gewonnen. De degradatie is een feit en de verlossing komt op 4 juni 1958. Het Vrije Volk schrijft de volgende dag een bijzondere column over de laatste wedstrijd in het seizoen 1957/1958 uit tegen BVC Amsterdam.

In de jaren volgen zijn de prestaties sterk wisselend en in dalende lijn met als eindpunt de 2e divisie. De jaren van topvoetbal in de eredivisie lagen ver weg in het Rood-Zwarte geheugen. Somber was men niet want ” Vanaf nu kunnen we alleen maar omhoog”. Een waarheid als een Bossche Bol. Ingegeven door de tegenvallende financiële/sportieve resultaten, komen de fusieplannen tussen Wilhelmina en BVV weer ter tafel. Een discussie die ook elders in het land, bijvoorbeeld in Amsterdam, tussen DWS en Blauw-Wit en in Hilversum, tussen ’t Gooi en Hilversum werd gevoerd. Men voorvoelde in Den Bosch dat twee profclubs er één teveel is. De eigenheid van beide clubs echter liet zich op zulke moment van overleg sterk voelen. Het gevoel voor zelfstandigheid bleek toch sterker dan een samenwerking. Dus werd het fusieonderwerp tussen de Bossche clubs weer vooruit geschoven.

1958/1959. BVV Eerste divisie. Staand: Joep van de Burgt, Tonnie Westbroek, Daan Netten, Thijs Burgerhof, Bart van Engelen en Sjef Weber. Gehurkt: Mari van Bergen, Nees Kerssens, Max van Beurden, Piet van Overbeek en Wim van Helvoirt.

Wim Landman: Ten onrechte beschuldigd.

Afbeeldingsresultaat voor wim landman keeper

Het is 26 mei 1956 als via een beslissingswedstrijd tegen SHS deze met 1-5 wordt gewonnen. BVV plaatst zich voor de Eredivisie waarna er volop wordt gefeest maar na later blijkt met een slechte afdronk. De keeper van SHS, de international Wim Landman, werd er van beschuldigd zich te hebben laten omkopen. De betrokken doelman en verschillende bestuursleden van BVV werden langdurig geschorst en de clubnaam besmeurd. Uit nieuw onderzoek in 2015, blijk dat het een viertal BVV supporters waren die achter de omkoping zaten.

Wim Landman en de BVV-secretaris werden gerehabiliteerd. Deze conclusie kwam echter te laat voor Wim Landman. Hij, die fenomenale keeper weggehoond en zwart gemaakt, kreeg een mentale klap, ging onderuit en werd zwaar depressief. Het leven had voor hem geen zin meer. Er restte hem uiteindelijk niets anders dan een zelfgekozen levenseinde. Quote uit het boek: ‘Het drama Wim Landman’ van sportjournalist Jan D. Swart; “Op een vroege zomerse vrijdagochtend in 1975 neemt Wim Landman, de oud-doelman van RVV Neptunus , Sparta, SHS en het Nederlands elftal, een dramatisch besluit, dat hij een paar seconden later niet meer kan navertellen. Het is 27 juni 1975 en hij stapt omstreeks 7.00 uur ’s morgens in zijn auto, rijdt richting Bleiswijk en zegt het leven bij een spoorbaan vaarwel”.

 Clubicoon Max van Beurden: Vijf maal Oranje International

Max van Beurden.

Marinus Johannes Emmanuel van Beurden is geboren op 25 december 1930 te Berlicum en speelde direct na de 2e wereldoorlog bij BVV. Hij werd in 1948 als middenvelder kampioen van Nederland met het Bossche elftal. Max heeft tussen 1953 en 1954 in totaal vijf interlands gespeeld voor BVV. De spits had zijn uitverkiezing te danken aan de belabberde serie van Oranje in voorgaande jaren. Het publiek en pers schreeuwden om veranderingen. Hij doorbrak met een doelpunt de negatieve reeks tegen de Belgen. Het gebeurde op 25 oktober 1953, in een vriendschappelijke wedstrijd tegen de Rode Duivels uit België.

1959 BVV met staand zesde van links Max van Beurden.

Van Beurden was die dag niet de enige zuiderling in het Nederlands elftal. Liefst acht speelden er mee: Jan Klaassens, Frans Tebak, team genoot Piet van Overbeeke, Rinus Bennaars, Gerard Gruisen, Noud van Melis en Co Steiger. Max van Beurden overleed op 29 oktober 2006 op 75 jarige leeftijd.

Clubicoon Cor Huijbrechts: Driemaal in het Oranje.

Cor Huijbrechts

Cor Huijbregts is geboren op 8 juni 1920 te ‘s-Gravenland. Hij vergaarde vooral bekendheid als rechtsback van BVV, waar hij in 1945 belandde na eerder bij Picus te hebben gespeeld. Met de Bossche Voetbal Vereniging, waar hij een sterke defensie vormde met collega-internationals Kees Krijgh en Piet van der Sluijs, veroverde hij in 1948 het landskampioenschap. Op 8 juni 1950 debuteerde Huijbregts in het Nederlands elftal, dat in Stockholm met 4-1 van Zweden verloor. Hij moest spelen op de voor hem weinig bekende linksbackpositie, toch deed hij dat verdienstelijk. Nadien volgden nog twee interlands, waarvan hij alleen de laatste in en tegen Zwitserland op de voor hem vertrouwde rechtsbackpositie mocht voetballen. Bron: Voetbal International. Cor is overleden op 24 december 2005.

Clubicoon Piet van Overbeek: Éénmalig international.

Piet van Overbeek is een geboren Bosschenaar van 6 mei 1926. Hij speelde jarenlang voor BVV, waarmee hij in 1948 het kampioenschap van Nederland veroverde. Een jaar later debuteerde Van Overbeek in het Nederlands Elftal. Op 23 april speelde Oranje in Rotterdam tegen Frankrijk, dat met 4-1 klop kreeg. Rechtsbuiten Van Overbeek was op het laatste moment aan de selectie toegevoegd en kreeg direct een plaats in de basis. Ook al speelde hij een verdienstelijke wedstrijd, het zou zijn enige interland blijven. Van Overbeek was een kleine aanvaller, die een sterke dribbel had en een schaar, die in de volksmond de Van Overbeek-beweging werd genoemd. Hij beweerde dat Juventus en Valencia hem destijds wilden inlijven. Beide clubs zouden zelfs al contracten klaar hebben liggen. Maar vader Van Overbeek zou zijn zoon niet toe hebben gestaan op avontuur te gaan in het buitenland. Op 8 januari 2004 is Piet in Den Bosch overleden.

Clubicoon Kees Krijgh: Debutant in het Oranje.

Kees Krijgh

Kees Krijgh is op 20 augustus 1921 geboren te Den Bosch. Op 26 juli 1948 mocht Kees, die al vijftien jaar aan één stuk in het eerste van BVV speelde, debuteren in Oranje. De stad stond op zijn kop want Kees ging naar de Olympische spelen van 1948 . Hij kon tegen Ierland meteen aan de bak als vervanger van de gepasseerde Joop Stoffelen. De Bosschenaar moest rechtshalf spelen en niet stopperspil, zijn eigenlijke stiel. Hij was klein, veel te klein voor een topvoetballer zou je zeggen, maar compenseerde dat met een goed spel inzicht. Hij deed dat zodanig dat hij in 1950 nog een keer werd uitgenodigd nu tegen België. Na iets minder dan een half uur kwam hij in het veld voor Rinus Terlouw. Het was 0-0 maar nauwelijks een uur later was het 7-2 voor de Belgen. Dit kwam onder meer omdat zijn tegenstander midvoor Jef Mermans twee goals maakte. Kees was nogal cynisch na afloop. ‘Geen best debuut van mij als spil. Ik wist nog nauwelijks waar ik stond en hoe ik stond, of de Belgen hadden er al drie in liggen.’ Op 15 juni 2007 is Kees Krijgh in zijn geboorte stad overleden.

Clubicoon Dre Saris: Goed voor één Oranjeselectie.

Dré Saris
Dré met een zelfgebreide keeperstrui.

Een ander Bosschenaar die werd geselecteerd voor Oranje was Dre Saris, de keeper. Geboren op 19 juni 1921 te Den Bosch. Hij debuteerde tijdens de 2e wedstrijd die Oranje afwerkte in de Scandinavië-toer. Concurrent Frans de Munck, keepte tegen Denemarken niet klemvast, daarom kreeg Saris tegen de Finnen de kans en hij deed het goed. Een journalist: ‘laatste man Terlouw voelde zich heel zeker wetende dat hij op onze debuterende doelman Saris vertrouwen kon. De pers schreef over Dre. ’Het zal velen stellig genoegen hebben gedaan, dat de sympathieke en altijd goede BVV-doelman zijn kans ook eens heeft gekregen. ‘Dré Saris heeft goed gespeeld en door moedig werk enkele fouten van zijn verdedigers weet te neutraliseren. Een goed debuut dus, maar als Piet Kraak van Stormvogels genezen is, blijft hij toch onze man.’ Zo ging het ook. De kleine sigarenmaker bleef nog wel vele jaren in het doel staan bij BVV. Hij vormde met stopperspil Kees Krijgh en rechtshalf Jan Remmers een legendarisch club trio. Dré Saris is overleden op 14 juni 2005.

Clubicoon Piet van der Sluijs: Eenmalig in het Oranje shirt.

Piet van der Sluijs werd op 17 september 1918 geboren te Den Bosch. Op 11 december 1949 mocht Piet in het Olympisch Stadion zijn eerst Oranje shirt aantrekken. Extra speciaal, want het gebeurde in een jubileumwedstrijd tegen Denemarken. De KNVB vierde haar 60 jarig bestaan en dus waren de tribunes tot de nok gevuld met 60.000 toeschouwers. De verwachtingen waren groot evenals de teleurstelling. Het was een slechte wedstrijd die met 0-1 werd verloren door een opvallend gebrek aan technisch handelen, een te laag tempo en een stopperspil systeem die niet werkte.

Alle spelers werden langs de meetlat gelegd in een dagboek bijgehouden door oefenmeester Jaap van der Leck. Van der Sluijs werd als volgt beschreven: Zijn ingrijpen door snel inkomen viel te loven. Hij heeft het grote voordeel bekend te zijn in het stopperspil systeem en heeft daarvoor het juiste inzicht. Toch kwam hij vaak in grote moeilijkheden doordat de snelle rechtsbinnen van de Denen zich vaak vrij wist te spelen. Zijn herstel was vervolgens niet snel genoeg, aldus: De trainer. Dit klinkt als een zesje. Oranje Piet hieronder staande uiterst links voor aanvang tegen het Deense elftal.

Piet werd in de jaren zestig trainer van stadgenoot Wilhelmina. Ofschoon hij de juiste papieren ontbeerde maakte van der Sluijs indruk met zijn tactische inzicht. De KNVB verzocht Wilhelmina om een gediplomeerd oefenmeester aan te stellen. De club stuurde een brief met: “We
hebben de juiste man niet kunnen vinden. Over de trainingskwaliteiten en ijver van Van der Sluijs zijn we best te spreken”. Resultaten onderstreepten die woorden. In 1961 bereikte Wilhelmina onder zijn leiding de eerste divisie. Hij bleef vier jaar lang trainer en werd uitgeluid met een afscheidsbrief vol lof. Piet van der Sluijs is op 16 november 1990 overleden.

1965: De Zwart/Rode clubvlag wordt gestreken

De eredivisie is een mooie ervaring, met volle stadions tegen de top van Nederland en klinkende kassa voor de lokale middenstand. Helaas bleek de BVV selectie niet bestand tegen de Nederlandse top en kwam het vanaf 1958 in een vrije val. Na twee seizoenen degradeert de vereniging via de 1e naar de 2e divisie. De herinnering aan die bloeiende tijd wordt nog altijd gekoesterd en is in het archief met inkt geschreven.

In augustus 1965 wordt de handdoek in de ring geworpen: BVV speelt de thuiswedstrijden in een steeds leger “De Vliert” en kan het financieel niet meer bolwerken. De club laat zich saneren, waarbij de professionele tak opgaat in de Stichting FC Den Bosch en BVV terug gaat naar de amateurs. Het nieuwe seizoen 1965/1966 is de club niet meer de grijze muis in het betaald voetbal. Met slechts één nederlaag in achtentwintig wedstrijden werd de titel behaald en promoveerde de FC Den Bosch naar de 1e divisie. Stadgenoot Wilhelmina besloot zich uiteindelijk ook aan te sluiten bij de Stichting. De nieuwe naam wordt FC Den Bosch ’67.

De fusie was in alles een goede keuze, het voetbal leefde verder op in ‘s-Hertogenbosch. Onder de nieuwe naam kon de selectie prima meedraaien en groeide snel uit tot een vaste waarde in de eerste divisie. In het seizoen 1970/’71 droomden veel Bossche voetbalfans, 23 jaar na de landstitel, weer van nieuwe successen.

In 1971 pakte FC Den Bosch één van de eerste prijzen in de historie. O.l.v. trainer Jan Remmers (staand links) werd FC Den Bosch kampioen van de 1e divisie. Er werden slechts twee wedstrijden verloren en het publiek kwam met gemiddeld 10.150, massaal naar de thuiswedstrijden. Ver voor het einde van de competitie stond promotie naar de Eredivisie vast. Er was echter één maar, het gebeurde met een elftal die al redelijk op leeftijd is zeker voor de Eredivisie begrippen. De beide Bossche verenigingen BVV en Wilhelmina leven voort op amateurniveau.