Fortuna ’54

Fortuna 54 en de droom van Gied Joosten

Fortuna ’54 is opgericht door de flamboyante zakenman Gied Joosten. Hij werd de drijvende kracht achter de professionalisering van het voetbal. Gied nam na de oorlog samen met zijn broers Jo en Jacques het Geleense aannemersbedrijfje van zijn vader over. In de jaren vijftig van woningnood en wederopbouw had de NV Limburgse Bouwmaatschappij de wind in de zeilen; de betonmolens draaiden op volle toeren. Mede door het initiatief van Joosten werd Geleen gezien als de bakermat van het Nederlandse voetbal want Fortuna ’54 is de eerste professionele betaald voetbalclub van Nederland. Gied Joosten zat al lang te broeden op dit plan en werd geïnspireerd door wat er in het buitenland gewoon was, een betaald voetbal competitie.

Watersnoodwedstrijd in beeld en geluid op 12 maart 1953 t.b.v. het Rampenfonds Zeeland.

Op 12 maart 1953 zat Gied Joosten op de tribune in Parijs voor een wedstrijd tussen in het buitenland spelende profs en het Franse nationale elftal. De opbrengst was bestemd voor het Rampenfonds voor het door watersnood getroffen Zeeland. Het Nederlandse gelegenheidselftal won met 2-1. Joosten sloot zich aan bij de Nederlandse Beroepsvoetbalbond een tegenhanger van de KNVB en werd voorzitter. De NBVB bestond uit 10 clubs: Alkmaar ’54, BVC Amsterdam, Fortuna ’54, BV De Graafschap, Den Haag, Rapid ’54, BVC Rotterdam,Twentse Profs, Utrecht, Sportclub Venlo ’54. De vereniging Fortuna ’54 trainde in het Geleense Burgemeester Damensportpark en stonden onder leiding van de Hongaar József Veréb.


26 juli: Eerste geheime voetbal training

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-1.png
1955 tot 1964: Fortuna ’54

Fortuna speelde in een wit shirt met de Nederlandse driekleur in een horizontale baan op de borst en werd door internationaal befaamde clubs geïnviteerd. Dus naast de eigen competitie zorgden dit ook voor inkomsten. In het buitenland was men al veel verder dan ons land. In Geleen en bij de NBVB trotseerde men de banvloek van de KNVB. De bond hield het professionalisme tegen er van uitgaand dat je niet voor geld hoorde te spelen maar uit liefde voor je club, volk en vaderland. Buiten het zicht van de buitenwereld werd op maandagavond 26 juli 1954 op het sportpark in Geleen onder spaarzaam licht de eerste profvoetbaltraining in Nederland gehouden, clandestien.

26 juli 1954: Selectie van Fortuna bij de geheime training. Staand: 2e v links Jan Notermans. 3e Henk Angenent. 2e rij uiterst rechts Arie Pieneman. Zittend: Doelman Frans de Munck, uiterst rechts Ravenstein.

De selectie van Fortuna ’54 trainde onder leiding van de Hongaar Joszef Vereb. De toegangspoort tot het park was gesloten. Niemand kon erin en pottenkijkers waren niet gewenst. Toch was het de achttienjarige Jean Nelissen die met een aangeboren nieuwsgierigheid zich tussen de bosjes had geposteerd. De sportjournalist in wording voelde dat er hier geschiedenis zou worden geschreven. De KNVB mocht hier niets van weten, overtreders konden rekenen op lange schorsingen. De ‘wilde’ competitie werd op het tweede weekend van september 1954 gestart.

28 november 1954. Start eerste profcompetitie in Nederland

De oprichter van Fortuna ’54, de zakenman Egidius ‘Gied’ Joosten zag dat de KNVB na enkele maanden de ontwikkelingen rond het semiprof voetbal niet verder kon tegen houden. Beide zochten naar een oplossing Op 2 november was er een goed gesprek tussen vertegenwoordigers van beide bonden. Dit leidde tot onderhandelingen en op 7 november 1954 werd een akkoord bereikt

Hans Hopster vice voorzitter van de KNVB en Gied Joosten rechts van de NBVB proosten op de overeenkomst.

De overeenkomst betekende dat de competities op 25 november 1954 werden afgebroken. De KNVB kwam met de NBVB overeen dat beider competities op 28 november, voor het seizoen 1954/1955, werden samengevoegd. Wel moesten nieuw opgerichte voetbalclubs gelieerd zijn aan reeds bestaande verenigingen die een bestuursstructuur kenden en een goed gekeurde accommodatie. Ook moest er om in aanmerking te komen voor een proflicentie een bankgarantie van 50.000 gulden worden afgegeven. Alle 64 verenigingen werden ongeacht sterkte verdeeld over vier 1e klassen. Fortuna ’54 werd in gedeeld in de 1e klasse B. en eindigde achter kampioen Willem II en Sparta op een derde plaats. De Tilburgers werden in de nacompetitie de eerste landskampioen bij de profclubs.

29 november 1954: Limburgsch dagblad.
1954. De volledige Fortuna selectie. Staand: Trainer Friedrich Donenfeld, Bram Appel, Cor v/d Hart, onbekend, Frans de Munck, Jan Notermans, verder onbekend. Zittend: 1e v links Arie Pieneman, 3e Henk Angenent, 5e Jeu Voncken en uiterst rechts Andre Raverstein.

In het seizoen 1955/1956 werden de clubs willekeurig verdeeld over twee hoofdklassen. Aan het eind van dat seizoen zou de Eredivisie het licht zien. Fortuna wist zich met een derde plek daarvan te verzekeren. Opvallend dat de club in haar uit wedstrijden meer punten (26) haalde dan thuis (18) punten. Aan het eind van de competitie veegden de Limburgers bijvoorbeeld Ajax in eigen huis van de mat. 1-4.

22 mei 1956: Het Vrije Volk

1957: Het grootste succes jaar uit de Fortuna historie.

1955/1960: Bram Appel

De thuiswedstrijden van de Fortunezen waren met 20.000 toeschouwers bijna altijd uitverkocht. De NS zette extra materieel in om de supporters naar Geleen te vervoeren. In 1956/1957 won Fortuna ’54 in een bomvol en erg warm De Kuip in Rotterdam met 2-4 van Feijenoord. Hierbij de historische Polygoon filmbeelden die meestal in het bioscoopjournaal werden vertoond. In dat seizoen was Fortuna het dichtste bij het behalen van het landskampioenschap. Tot de één na laatste ronde zou bij punten verlies van Ajax de Limburgers nog langszij kunnen komen. Het liep echter anders want de club kwam uiteindelijk vier punten te kort in de eindstand. De Amsterdammers behaalden haar negende landstitel wat op dat moment een record was in de vaderlandse voetbal geschiedenis.

31 mei 1957: Het Parool.

Vlak voor het einde van de competitie reikte Fortuna ’54 in het bekertoernooi tot de halve finale. Tegen ADO werd een 2-1 overwinning behaald dus gloorde er toch nog een prachtige prijs. De bekerfinale wordt een prachtige affiche Fortuna ’54 – Feijenoord. De man achter het succesvolle jaar is de oud-Nederlands elftal trainer de Oostenrijker Friedrich Donenfeld.

Fortuna ’54 seizoen 1956/57. Staand: Trainer Friedrich Donnefeld, Jan Notermans,Jeu Voncken, Frans de Munck, Arie Pieneman, Wim Dormans en Cor van der Hart. Zittend: Wim Huis, Bram Appel, Henk Angenent, André Raverstein en Bart Carlier. (Foto Delahaye Geleen. Collectie Notermans).

In de daaropvolgende seizoenen eindigde de club als vierde in 1958 en derde in 1959.

1926 SV Maurits: Een sportvereniging van mijnwerkers.

In 1926 werd in Luttelrade-Geleen de voetbalclub SV Maurits opgericht. De club was de bedrijfsvereniging van de eveneens in 1926 geopende Staatsmijn Maurits uit Geleen. In 1958 houd SV Maurits op te bestaan en gaat de vereniging op in Fortuna ’54. Maurits was op dat moment de voornaamste bespeler van het Mauritsstadion en speelde ook meermaals op het hoogste zuidelijke voetbalniveau. Het stadion, in de wijk Lutterade, werd achtereenvolgens bespeeld door Maurits, de Geleense profclub Fortuna ’54 en de latere fusieclub Fortuna Sittard Combinatie,  FSC.

1944: Ongekend drama bij Sittardse Boys-Maurits Geleen.

Zondag 19 november 1944 is voor veel Sittardenaren een zwarte dag. De stad was toen twee maanden bevrijd. Het oorlogsfront lag bij Susteren, waardoor Sittard nog altijd makkelijk bereikbaar was voor Duitse granaten. De richting van de projectielen konden door de Sittardenaren herkend worden aan de fluittoon. Langzaamaan kwam het dagelijkse leven weer op gang. In de Baandert was een voetbalwedstrijd gepland tussen de twee aartsrivalen Sittardse Boys en Maurits Geleen. Toen midvoor Harie Ehlen van de Sittardse Boys op die zondag het suizende geluid van een granaat hoorde, liet hij zich terstond op het gras vallen. Enkele seconden later dreunden de Baandert en omgeving van de inslagen. Toeschouwers renden voor hun leven op zoek naar een veilige plek. De meesten wilden de kleedkamers in. Anderen liepen verdwaasd rond. De fietsenstalling aan de overkant van de straat werd met een enorme knal getroffen. Toen het granatengeweld ophield, konden de mensen naar huis. Blijkbaar was de toren van de kerk doelwit van de Duitse artillerie geweest, want om de kerk waren heel wat granaten ingeslagen. Rode-Kruishelpers liepen door de met glas bezaaide straten op zoek naar slachtoffers. Er zijn die middag elf doden gevallen.

1949: Bouw Mauritsstadion.

Het Mauritsstadion werd kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd voor de bedrijfsclub van de Staatsmijn Maurits. Op 14 augustus 1949 werd de opening verricht door Hans Hopster, de vicevoorzitter van de KNVB. Hierna speelden Maurits en het Belgische RFC Liégeois de openingswedstrijd. De club werd in de periode 1949/1950 afdelingskampioen na een 2-0 zege door doelpunten van v/h Hoofd en Nelisse op Eindhoven, waardoor de club met vijf andere afdelingskampioenen deelneemt aan de competitie om het landskampioenschap van Nederland.

1950: SV Maurits uit Luttelrade. Staand: Trainer Bas Pauwe, Muyris, Willems, doelman Mol, Claessens, v Mulken en Wylick. Zittend: Nelisse, Maessen, v/h Hoofd, Vriesema en Heks.
20 maart 1950: De Heerenveensche courier.

SV Maurits komt te spelen tegen Limburgia, Blauw-Wit, Ajax, Heerenveen en Enschedese Boys. Een hele pittige poule met een moeizame start conform de verwachting. Uiteindelijk hebben de mijnwerkers zich fantastisch hersteld. Opvallend in deze reeks is het gewonnen uitduel tegen Ajax 1-2 met twee goals van scherpschutter v/h Hooft.

En de streekderby tegen rivaal en latere landskampioen Limburgia. Thuis werd er met 2-1 gewonnen door goals van dribbelaar Maessen op aangeven van v/h Hooft.

Met een landelijke derde plaats sluit SV Maurits een uitmuntend jaar af. Dat er in het Limburgse Heuvelland goed wordt gevoetbald heeft de rest van Nederland ondervonden met goed voetbal.

In 1954 degradeerde de club echter uit de 1e klasse amateurs. Maurits kwam vervolgens in 1958 tot een overeenkomst met het door de Geleense bouwondernemer Egidius Joosten opgerichte Fortuna ’54 voor het gezamenlijke gebruik van het Mauritsstadion. Zo kwam er een einde aan een kleine vereniging die met spelers uit eigen opleiding bij de landelijke top behoorde.

Clubicoon Gied Joosten deel 1: Zakenman en visionair

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-7.png
1954/1962: Periode

Elke zondag bezocht het gezin Joosten de wedstrijden van Fortuna ’54. Als het team naar Joostens smaak ondermaats presteerde, stapte hij tijdens de rust de kleedkamer binnen. Zijn gebulder was tot op de tribune te horen. In 1957 was Fortuna ’54 de gedoodverfde kandidaat voor het landskampioenschap, maar eindigde als tweede. Ook in de volgende jaren slaagde de ploeg er niet in om de landstitel te behalen. In het seizoen 1959-1960 ontsnapte het sterrenelftal zelfs ternauwernood aan degradatie. Ook in de jaren die volgen kost het de selectie veel energie om in de eredivisie te blijven maar een teruggang trad in. Beelden uit het Eredivisie archief van de eerste speeldag van het seizoen 1959-1960 in de Eredivisie: zondag 23 augustus 1959 met o.a. beelden van Volendam -DWS A 3-1, Ajax- NAC 3-0 Fortuna ’54 – PSV 0-2 en Feijenoord- Sparta 0-1.

1958/1959 Boven: Jan Notermans, H. Weber, E. Belski, A. Pieneman, J, Munsters en Cor v. d. Hart. Onder: R. Morond, M. Quanje, Henk Angenent, H. Custers en J. Jongen.

In het euforische klimaat van de wederopbouw na de 2e wereldoorlog, voelde Joosten zich als een vis in het water. ‘Gied was een dynamische man met ideeën die twintig jaar vooruit lagen,’ zegt voormalig sportjournalist Nino Tomadesso. ‘Door de oorlog had hij het amerikanisme meegekregen. Twintig huizen was voor Gied te weinig; hij bouwde het liefst een hele stadswijk. Hij had als een van de eersten in Nederland een helikopter. Om tijd te winnen.’  Joosten bouwde het team op door verschillende gelouterde spelers naar Geleen te halen.  

Hoe Fortuna’54 zich een weg kocht.

1954/1957: Periode.

Omdat Fortuna’54 uit het niets is ontstaan en de geschiedenis nog geschreven moest worden werd er stevig geïnvesteerd. De grens ging open en vele internationals zoals Frans de Munck, Cor van der Hart, Bram Appel, Bart Carlier, Henk Angenent, Wim Huis en Faas Wilkes werden gecontracteerd , alsmede de Luxemburger Spitz Kohn en de Belg André Piters. Uit de eigen regio kwam international Jan Notermans en Jean Munsters. Trainer was de Oostenrijker Friedrich Donenfeld. Ondanks het semi-professionele karakter van het Nederlands betaald voetbal in deze periode, waren er voor deze spelers een huis beschikbaar en een goede beloning.

Clubicoon Jan Notermans: Complete middenvelder.

jan Notermans

Jan Martin Gerardus Notermans is geboren op 29 juli 1932 en opgegroeid in Sittard. Zijn eerste wedstrijd ervaring deed hij op bij Sittardse Boys. Op zeventien jarige leeftijd debuteert hij in het eerste elftal waar hij twee seizoenen blijft. In 1950 stapt hij over naar Sittardia om in 1955 de transfer te maken naar Fortuna’54 uit Geleen en wordt semiprof. Jan ontwikkelt zich tot belangrijke middenvelder, klein van stuk maar groots in zijn werklust. Als tegenstander blijkt het moeilijk om het ‘bijtertje’ van je af te schudden. Het was niet alleen buffelen maar hij had ook de technische kwaliteit om een mannetje te passeren.

Zijn carrière krijgt landelijk aanzien als hij op 14 maart 1956 zijn eerste Oranje shirt mag aantrekken in een vriendschappelijk wedstrijd uit tegen West-Duitsland 1-2. Als Fortunaspeler is hij een vast keuze voor het Nederlands elftal. Eind jaren vijftig was Fortuna’54 de club die het merendeel van de spelers van het Nederlands Elftal leverde. Doelman Frans de Munck, Wim Huis, Cor van der Hart, Faas Wilkes, Bram Appel, Bart Carlier en Henk Angenent. Notermans zou in 25 interlands twee doelpunten scoren alvorens op 29 juni 1960, na een vriendschappelijk match tegen de Nederlandse Antillen 0-0, zijn laatste Oranjeshirt op te bergen.

Na de periode als voetballer in 1966 te hebben afgesloten vervolgt hij het voetbal als trainer. Door zijn ook Duitse diploma werd hij oefenmeester bij Arminia Hannover en Arminia Bieleveld. Zelf boekte hij zijn grootste succes in 1982 voor Helmond Sport met het kampioenschap van de 1e divisie en promotie naar de eredivisie. In zijn laatste jaren leed Notermans aan de ziekte van Alzheimer en ging zijn gezondheid langzaam achteruit. Jan Notermans overleed op 8 juni 2017 in het ziekenhuis vlakbij zijn geboorte dorp Sittard.

Naamsbekendheid in Europa.

Peter Beenen of Fortuna 54 of Holland in 1961.
1958 tot 1968: Fortuna ’54

Belangrijkste oorzaak was het overvolle programma: de competitie, de bekerwedstrijden, de Europacup, interlands en vooral de talrijke vriendschappelijke wedstrijden vergden veel energie. Fortuna was een gewilde sparringpartner voor buitenlandse topclubs. Het regende uitnodigingen voor vriendschappelijke wedstrijden van onder meer Real Madrid, Rio de Janeiro en Galatasaray. ‘Die jongens speelden soms drie of vier wedstrijden per week,’ zegt de toenmalige verzorger Jeu Jöris. ‘Ze reden duizenden kilometers van stad naar stad en van land tot land. Er waren soms maanden dat er niet getraind werd, alleen maar wedstrijden gespeeld. Dat was slopend.’ 

1954 tot 1966: Fortuna’54
1954 tot 1965: Fortuna’54

De vriendschappelijke ontmoetingen waren noodzakelijk om de begroting sluitend te krijgen, maar ze waren desastreus voor Fortuna’s prestaties. Vaak delfden de doodvermoeide Fortunezen het onderspit tegen degradatiekandidaten als Elinkwijk en Blauw-Wit. Van der Hart: ‘We accepteerden alles. In twaalf jaar heb ik ongeveer duizend wedstrijden voor Fortuna gespeeld voor een salaris van duizend gulden per maand. Twee keer tegen het grote Real Madrid voor een premie van 45 gulden bruto. Een enorme lacher, want er zaten 70.000 tot 80.000 mensen in het stadion. Men heeft zich aan ons verrijkt.’ 

In  1963/64 won Fortuna ’54 de KNVB beker en speelde de club op 7 oktober 1964 Europacup II. Fortuna ’54 wint op 21 april 1963 de derby tegen MVV Maastricht met 1-0. In het Maurits Stadion in Geleen scoort Sef Horsels het enige doelpunt. Opstelling Fortuna ’54: Piet Vogels, Willy Quadackers, Zef Mommertz (Wiel Smeets), Cor van der Hart, Jean Munsters, Jan Notermans, Anton Kohn, Pierre Custers, Michael Pfeiffer, Frans Rutten, Sef Horsels. De beelden zonder commentaar zijn afkomstig van de NTS/NOS. Fortuna werd in de eerste ronde uitgeschakeld door Torino FC. In de International Football Cup 1965-66 bereikte de club de kwartfinale, die verloren werd van FC Lugano.

1968: Een gearrangeerd huwelijk Fortuna ’54 en Sittardia

1959/1962: Faas Wilkes

In 1967 was er reeds sprake van een mogelijk samengaan met streekgenoot Sittardia, maar de fusie ketste af. Fortuna wist nieuwe financiële middelen aan te boren en droomde over een nieuwe succesperiode, mede omdat voormalige internationals Piet Giesen en Bert Theunissen inmiddels naar Geleen waren gekomen. Het seizoen 1967/68 verliep echter desastreus en eindigde met degradatie. Fortuna fuseerde met het eveneens gedegradeerde Sittardia tot FSC. Omdat het hoger geëindigde Xerxes/DHC zich terugtrok uit het betaald voetbal, mocht FSC in de Eredivisie blijven.
Het betaald voetbal verkeert in een diepe crisis. Veel clubs hebben een miljoenenschuld en vechten tegen liquidatie. Het eerste slachtoffer van de verstrengeling van voetbal en bedrijfsleven was Fortuna ’54 uit Geleen. Door de ineenstorting van het bouwimperium van de flamboyante zakenman en voorzitter Egidius Joosten ging de club in 1968 jammerlijk ten onder. Daarna in 1970/1971 kwam er de grote KNVB sanering waarbij groot aantal verenigingen terug moesten naar de amateurs.

Clubicoon Gied Joosten deel 2: Als je wint heb je vrienden, rijen dik.

1959/1963: Nederlandse driekleur

In 1958 begon Joosten in Heerlen een eigen firma: de Vascomij NV. Hij wilde in de oostelijke mijnstreek op grote schaal goedkope huurwoningen bouwen. De Heerlense stadsbestuurders waren opgetogen, want er stonden achtduizend woningzoekenden op de wachtlijst. De ‘geniale betonconstructeur’ sloot miljoenendeals met de gemeente en stampte woonwijken, torenflats en winkelcentra uit de grond. Keer op keer klopte Joosten bij de gemeente aan voor garantieleningen. Ze werden probleemloos toegekend. 

 In 1962 raakte de Vascomij in financiële moeilijkheden. Het gemeentebestuur besloot om nog meer miljoenen in de firma te pompen, maar het bouwimperium was niet meer te redden. In oktober 1966 ging de firma bankroet; honderden werknemers kregen hun ontslag. Directeur Joosten werd wegens wanbeleid, onverantwoorde investeringen en verkeerde calculaties aan de kant gezet. Ook bankiers, de gemeente Heerlen, Provinciale Staten en het ministerie van Volkshuisvesting kregen de volle laag. De nieuwe directie trof een boekhoudkundige puinhoop aan. Accountants berekenden de schuld op 68 miljoen gulden.

1955/1960: Fortuna ’54

Het bouwschandaal leidde tot veel maatschappelijke beroering. Een aantal woedende crediteuren stelde Gied Joosten persoonlijk aansprakelijk voor het debacle. Met succes. Op 5 januari 1967 werd hij door de Maastrichtse rechtbank failliet verklaard. ‘De gevolgen waren desastreus,’ zegt zijn oudste zoon Maurice. ‘Zijn filosofie was: mijn zaak is mijn zekerheid. Er was geen verzekering, geen bankrekening ,niks. Alles werd via het bedrijf geregeld. Toen hem dat werd ontnomen was er niets voorhanden. Daar heeft het gezin zwaar onder geleden. Er was zelfs geen geld om eten te kopen.’ De neergang van de Vascomij had grote gevolgen voor Fortuna ’54. De zeven vette jaren waren voorbij. In 1968 eindigde Fortuna op de voorlaatste en Sittardia op de laatste plaats van de ranglijst. Een paar weken later werd bekendgemaakt dat de twee kwakkelende clubs gingen fuseren. FSC werd nu veranderd in de volledige naam Fortuna Sittardia Combinatie. Een jaar later degradeerde de fusieclub echter alsnog.

1955/1958 + 1964/1966.

Na omzwervingen door Zwitserland, België en Spanje keerde het berooide echtpaar Joosten in 1993 terug naar Nederland. In oktober van dat jaar overleed Joosten. Op zijn bidprentje stond: ‘Consequent en principieel. Strijdend voor recht in de laatste fase van zijn leven.’ ‘Hij is als een verbitterd en teleurgesteld man gestorven,’ verzucht zijn zoon Maurice. ‘Het was een man met visie, die veel heeft kunnen bewerkstelligen. Helaas zijn er een paar ontzettend vervelende dingen gebeurd, die een enorme stempel op zijn leven hebben gedrukt. De laatste tien jaar van zijn leven was hij straatarm en volkomen afhankelijk van giften.’ Nino Tomadesso: ‘In zijn laatste levensjaar was Gied mentaal gebroken, geknakt. Een dood vogeltje. Het deed me pijn. Als ik bij hem zat, dacht ik: hoe is het mogelijk, zo’n man?’ 

Van 1957 tot 1964: Tweemaal KNVB Beker maar geen landstitel.

Een historisch wedstrijdaffiche, ‘n affiche met een verhaal. Het gaat om de laatste wedstrijd die de club Fortuna Sittardia Combinatie ooit in het befaamde Mauritsstadion in Geleen heeft gespeeld. Dat was in 1971. In de KNVB-beker kwartfinale versloeg FSC na verlenging GVAV uit Groningen knap en verrassend met 2-1. Na de kwartfinale volgde de halve finale waarin Sparta met 4-1 een paar maten te groot was. Fortuna’54 pakte twee maal de KNVB beker zowel in 1957 als in 1964. Een landstitel, ondanks een surplus aan kwaliteit, zat er nimmer in. Daarvoor speelde de ploeg door de week her en der in Europa te veel demonstratiewedstrijden. Notermans: ‘We waren vooral een glamourelftal. We speelden overal, tegen alle grote ploegen. Real Madrid, Rode Ster, Bayern München… Zeventig tot tachtig wedstrijden per jaar speelden we, puur voor het geld.’

Clubicoon Gied Joosten deel 3: Herstel in eer en goede naam

De plek waar vroeger het Fortuna ’54 stadion stond is een monument onthuld ter herinnering aan die mooie club.

Op een winterse dag in 1971 deed een terreinknecht een onhandige poging om de kleedruimten van het Mauritsstadion te verwarmen. De hoofdtribune ging volledig in vlammen op. De restanten van de ooit zo fameuze voetbaltempel werden gesloopt en het perceel kwam in handen van een projectontwikkelaar, die er seniorenwoningen bouwde. In 1999 werd aan de rand van de nieuwbouw met enig feestvertoon een monument onthuld. In een plaquette was een hele rits namen gegraveerd van spelers en begeleiders van Fortuna ’54 behalve de naam Egidius Joosten. Inmiddels is de gemeente tot inkeer gekomen en is de geschiedenis van Fortuna 54 compleet. Het monument is nu met de naam Egidius Joosten gebeiteld in het geheugen van Geleen en de rest van Nederland. Bron: Geschiedenis van Fortuna ’54 de Limburgse sportjournalist Nino Tomadesso.

Aandacht in Fortuna Museum voor rijke clubhistorie - Staantribune
Dankzij een groep enthousiaste vrijwilligers zal de rijke clubhistorie van Fortuna Sittard en haar voorgangers Fortuna’54 en Sittardia – die in 1968 fuseerden tot het huidige Fortuna Sittard – vanaf begin mei prominent terug te vinden zijn in het stadion van de eredivisionist. 

Het Fortuna museum in MunsterGeleen