Volendam


1920: Opgericht onder toezicht van de katholieke kerk.

Aan het begin van de twintigste eeuw schoten vriendenclubs door heel het land als paddenstoelen uit de grond. Het voetbal was eenvoudig in opzet en er werd gespeeld op uitnodiging tegen een andere buurt of gemeente. Een weiland met kuilen werd van de boer gehuurd, houten palen met een touw er tussen en spelen maar. In het katholieke Volendam aan de boorden van de Zuiderzee was het door de zeeklei niet anders. De Meer was zo een veld, achter de begraafplaats van de Sint Vincentiuskerk, waar de vriendenploeg en buurtclub ‘Victoria’ speelde. Het Doolhof, de Kloosterbuurt en De Meer, zijn kinderrijke buurten en waren in die tijd de leveranciers van de spelers. Hier zette een groepje visserszoons op 1 juni 1920 een voetbalvereniging op in een tijd dat de geestelijken huiverig waren om voetbal op zondag toe te staan.

1920: Staand: Dirk Plat, bijgenaamd ‘Duks van de Ruiter’; 2. Thijs Bond, een broer van ‘de Kouwe’ en van ‘de Sportkous’; 3. Kees Karregat of Lou Klouwer, ‘de Clown’;; 4. Jaap Hansen, ‘Jaap van Dirkie Hansen’; 5. mogelijk Jaap Molenaar ‘Suls’ en 6. Jan Guijt, ‘Jan Riedel’; Zittend: 7. Jan de Boer, ‘Joep van Jan de Boer’; 8. Jan Plat, ‘Jan de Ruiter’; 9. met bal: Hein Pelk, de bakker van de Vissersstraat; 10. Jan Pooijer, ‘Jannie Pooijer de bakker’ en 11. Harmen Veerman, ‘Harmen van de Poes’.

Oorsprong Volendamse bijnamen.

Volendam kent een eeuwenoud gebruik om elkaar bijnamen te geven. In een belastingboek uit 1462 werden inwoners al bij hun bijnaam genoteerd. De bijnamentraditie bestaat dus al sinds het ontstaan van Volendam. Bijnamen werden gegeven vanuit praktische redenen omdat veel namen in Volendam hetzelfde zijn. Er bestaan weinig familienamen en voornamen in Volendam. Denk maar aan de familienamen Smit, Veerman, Muhren en Tol. Het telefoonboek van Volendam staat vol met dezelfde achternamen. Kinderen werden voorheen vernoemd naar hun opa of oma, zo werden er steeds Jannen en Pieten geboren en gingen dezelfde namen door naar de volgende generatie. Om mensen uit elkaar te houden werden er bijnamen gegeven. Veel Volendammers kregen als bijnaam de naam van een vogel of een vis, maar ook beroepen werden gebruikt als bijnaam. De werkzaamheden die verwant zijn aan een beroep werden daarvoor gebruikt. Je kunt je voorstellen dat veel mensen uit Volendam in de visserij werken. Bij de visserij hoort bijvoorbeeld ook het maken van zeilen. De bijnaam die vanuit die werkzaamheid ontstond was Zeilenmaker, de bijnaam werd dan ‘Jan de Zeilenmaker’. Een bijnaam moet je verdienen, je mag er niet zelf eentje aandragen. Zo was er een man in Volendam met een hele luide stem. Als hij in zijn stamcafé zat werd zijn stem met elke borrel luider, totdat mensen zeiden: “houd nou je waffel eens”. Daarmee ontstond de bijnaam voor deze man: de Waffel. Een bijnaam wordt voor je verzonnen. Als je een bijnaam krijgt draag je die de rest van je leven.

Een verhaal als in een jongensboek

Er gaat een verhaal dat Gerrit Pelk één van deze jongens was. Hij fietste ooit als bakkersjongen wekelijks van Volendam naar Bergen en kreeg daardoor zulke sterke fietsersbenen dat hij een wielerwedstrijd wist te winnen. De prijs bestond uit een echte leren voetbal en een paar voetbalschoenen met verharde neuzen. Bij zijn terugkomst thuis verzamelde zich al direct een groepje jongens om Gerrit heen, dat om zijn gunst bedelde om ook mee te mogen voetballen met een originele leren bal. Wat nog nooit eerder in Volendam was gezien gebeurde. Er werd gevoetbald op blote voeten of klompen met een echte leren voetbal.

Een Volendam-elftal uit 1927, toen de spelers een blauw-zwart gestreept shirt droegen en een zwarte broek. Staande: 1. in burgerkleding vlagger Klaas Veerman, ‘Klaas Toet’, 2. Gerrit Tol, ‘Gerritje van Aart’, 3. Jaap Keijzer, ‘Japie Keijzer de Bakker’ (van de Burgemeester Kolfschotenstraat), 4. Jan Plat, ‘Jan de Ruiter’, 5. Thames Karregat, 6. Willem Mastenbroek, 7. Jaap Molenaar, ‘Suls’, 8. Dirk Jonk, ‘Hamburg’, 9. Jan Tol, ‘Ditje van Ouwe Hein’ en 10. scheidsrechter de heer Verhoofstad. Vooraan zittend: 10. Sijmen Tol, 11. doelman Hein Sier ‘Dot’ en 12. Wim Runderkamp, slager ‘Wim van ‘t Zwarte Pad’.

De geestelijkheid vreesde dat de sport in heel het land het kerkbezoek zou ondermijnen maar ook dat jongelui zich zouden mengen met goddelozen. Om toch enig grip te houden richten de kerken vervolgens eigen voetbalbond op binnen haar geloofsrichting. De eerste drie jaar speelden de jongelui onder de naam Victoria. In 1923 verdwijnt deze naam en gaat de club verder als rooms-katholieke sport vereniging Volendam. De rood met zwarte tenues verdwijnen, oranje shirts komen hiervoor in de plaats. Hier heeft de club de bijnaam ‘Het Andere Oranje’ aan te danken. 

Aansprekende glorie jaren.

Kampioen 1934/1935: Staande: 1. Siem Snieder grensrechter, 2. Bakkertje Tuijp, 3. Jan Bond, ‘de Kouwe’, 4. Thoom Mooijer, 5. Jan Koning, ‘Jan Kakes’, 6. Fruk Tuijp, 7. doelman Jan Sier, ‘Jan de Robbert’ en 8. De Joodse succestrainer Eddy Hamel. Zittend: 9. Wim Runderkamp, slager ‘Wim van ‘t Zwarte Pad’, 10. Thijs Bond, 11. Klaas Koning, ‘Not’, 12. Kees Jonk, ‘Kleine Kees’ en 13. Heintje Smit.
12 juni 1935: De Gooi en Eemlander.

We maken een grote sprong in de tijd om een aansprekend resultaat tegen te komen. Terwijl de onderlinge katholieke competitie gekoesterd wordt speelt men bij de omliggende verenigingen zoals Edam en Monnickendam al jaren bij de landelijke KNVB. In de jaren dertig van de vorige eeuw beleefde Volendam een periode van grote, sportieve successen. Dat gebeurde onder leiding van de Joodse trainer Eddy Hamel. Hamel was oud-speler van Ajax en belandde aan de IJsselmeer als trainer in 1932. Hij had een echte winnaarsmentaliteit en dat paste wel bij het karakter van de Volendammers, dat kwam het spel zeer ten goede. Er waren meteen al successen waardoor Volendam voortaan meetelde in het Nederlandse voetbal. Het is inmiddels 1934/1935 als de vereniging onderleiding van trainer Eddy Hamel opstoomt naar de 1e klasse van de RKF en daarin kampioen wordt. Het hoogste plafond is bijna bereikt. Wat nog rest is het winnen van de kampioenscompetitie om de landstitel bij de Roomsch-Katholieke Federatie en ook dat ligt binnen het bereik, zoals in de rechter column de lezen is.

Na landelijke duels tegen de vijf 1e klasse kampioenen HBC uit Heemstede, Kolping uit Helmond, SDOUC uit Ulft en het Limburgse Kerkrade werd de derde katholieke landstitel binnen gehaald. Drie jaar later in het seizoen 1937/1938 bevestigde Volendam opnieuw haar reputatie en werd ten vierde male het RK landskampioenschap behaald. In de laatste wedstrijd tegen de grootste concurrent Brabantia werd aan beide kanten een hoog niveau behaald. Het werd een fraaie 6-1 overwinning met doelpunten van 4 x Koning, Jong en Sier.

14 juni 1936: Volendam-Brabantia 6-1. Klaas (Not) Koning scoort

1940/1945: De 2e wereldoorlog en het voetbal.

In 1940 werd op bevel van de Duitse bezetter alle voetbalbonden, religieus of niet, samengevoegd en ondergebracht bij de KNVB. Zo hielden de Duitsers het toezicht op het voetbal helder en de lijnen kort. Want het voetbal moest doorgaan om de situatie zo ‘gewoon’ mogelijk te laten lijken. Gedurende de bezetting werd er in een noodcompetitie vorm gespeeld. Verenigingen werden niet op grond van sterkte ingedeeld maar regionaal. Ook was er in het eerste oorlogsjaar geen promotie of degradatie mogelijk. Vele jongemannen werden verplicht te werk gesteld in Duitsland of doken onder. In 1941 werd de situatie nog ernstiger omdat het voor joden verboden werd om te mogen voetballen.

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

We kennen het drama waar vele landgenoten onder gebukt gingen of kwamen te overlijden. Dat er tijdens de bezetting toch werd gevoetbald mag vreemd overkomen. Het bijwonen van een wedstrijd werkte voor vele echter ook helend. Met dorpsgenoten zijn en praten over de dagelijkse omstandigheden, tijdens het kijken naar je favoriete club, zorgde voor afleiding. De clubs hadden over belangstelling niet te klagen.

Icoon Edward Hamel: Slachtoffer van het Duitse regiem.

Edward Hamel werd op 21 oktober 1902 in New-York geboren. Eddy kwam op jonge leeftijd naar Amsterdam en begon zijn carrière bij AFC. Hij stapte over naar Ajax en speelde tussen 1922 en 1930 ongeveer 125 wedstrijden in de hoofdmacht. Hij is een behendige rechtsbuiten en geliefd bij het publiek en kreeg de koosnaam ‘belhamel’. Hij stopte in 1930 als voetballer maar bleef Ajax veteraan en lid. Hij werd trainer van HEDW, de Kennemers en RKAV Volendam. Edward Hamel is van joodse afkomst en werd tijdens de oorlog opgepakt door de Duitsers en op transport gezet naar Kamp Westerbork. Als hij, opdat moment, zijn Amerikaanse paspoort op zak zou hebben dan kon hij geruild worden tegen Duitse krijgsgevangenen. Die tijd kreeg hij niet en dus werd hij op transport gezet naar Birkenau. Hij heeft het daar als dwangarbeider lang uitgehouden. Uiteindelijk is hij op transport gezet naar Auschwitz, waar hij op 30 april 1943 is omgekomen. Op de website Het Voetbalmonument is met een eenvoudig kliksysteem de clubnamen en spelers/leden te herleiden die tijdens de 2e wereldoorlog zijn omgekomen.

1945: Christelijke voetbalbonden worden opgeheven

3 juni 1952: Het Algemeen Handelsblad.

De KNVB kreeg, na Duits verbod op de voeging Koninklijk, de K weer terug en krijgt het algeheel toezicht op het Nederlandse voetbal. Voetbalbonden op religieuze grondslag zoals RKF en IVCB hielden op te bestaan. Jarenlang verbleef Volendam in de tweede klasse ondanks kansen op promotie, maar in 1951/1952 werd eindelijk na meer dan tien jaar weer een kampioenschap behaald. De nacompetitie moest in eigen huis worden gespeeld en verplaatsbare tribunes voor 15.000 toeschouwers werden ingehuurd. De eerste wedstrijd thuis tegen Stormvogels werd 1-1 mede door een gestopte penalty vlak voor tijd door doelman Keizer. Ook de tweede tegen EBOH eindigt in een gelijkspel. Stormvogels wist inmiddels EBOH met 4-3 te verslaan en dus is de laatste wedstrijd uit tegen de IJmuidense ploeg doorslaggevend. Helaas kwam Volendam tekort en wist men de promotiecompetitie niet te winnen.

Geertje Mossel echtgenote van Gerrit Mossel, wasvrouw voor de kampioenen.

In het seizoen 1952/1953 werd Volendam opnieuw kampioen.

6 juli 1953. Dagblad De Tijd.

In de promotiecompetitie zal Volendam het opnemen tegen EBOH en DFC, beide clubs uit Dordrecht. De eerste wedstrijd is thuis tegen DFC. Na twee keer op achterstand gekomen wist Dick Tol vlak voor tijd met een ferme kopstoot remise te maken. EBOH wist DFC in Dordrecht op een 1-1 te houden. De drie teams waren aan elkaar gewaagd want ook Volendam- EBOH wordt een 1-1 gelijk spel . Het is inmiddels eind juni als de wijdbroeken naar DFC gaan en met een 3-4 overwinning huiswaarts keert. Grote man is Klaas Smit met een hattrick. DFC verliest kennelijk het vertrouwen want het krijgt een draai om de oren van EBOH met 5-2. De poort ligt nu open waarbij Volendam het voordeel heeft van een thuiswedstrijd maar toch gaat het verkeerd.

1954: Rumoer rond het thema betaaldvoetbal

Venlonaren Alkmaar '54 en Venlo spelen allereerste profduel ...
Klaas Smit (Kip) Alkmaar ’54.

De KNVB heeft lang vastgehouden aan de gedachte dat je voetbalt voor je plezier en niet voor het geld. Een nobele maar conservatieve gedachte. In heel Europa werd er betaaldvoetbal gespeeld en vele Nederlandse toppers gingen het geld achterna. Er ontstond steeds grotere weerstand tegen de onwrikbare houding van het Zeister bondsbureau. Een nieuwe voetbalbond diende zich aan. Deze NBVB wist vele voetbalclubs voor zich te winnen en startte een eigen semiprof competitie. De eerste wedstrijd op zaterdag 14 augustus 1954, was vriendschappelijke. Dit ter gelegenheid van het 700 jarige bestaan van Alkmaar.

Drie spelers van Volendam maakten kort voor de wedstrijd de overstap naar Alkmaar ’54. Het zijn de broers Klaas, Evert en wat later Thoom Smit. Dit tot grote woede van Meester Mühren, de toenmalige voorzitter van Volendam. Ondanks dat de broers geroyeerd werden bij hun oude club, zou één van hen op die bewuste zaterdagavond voetbalavond geschiedenis schrijven. Het was Volendammer Klaas Smit die het eerste doelpunt in de historie van het betaaldvoetbal maakte en dat op aangeven van zijn broer Evert Smit. Klaas Smit keert in september 1961 in genade terug naar Volendam waar zijn comeback in een drama eindigt. Hij scheurt de kruisbanden van beide knieën na een botsing met Barry Hughes. Na 210 profwedstrijden, waarin hij 57 keer scoort, zal Klaas Smit nooit meer op het veld terugkeren.

17 september 1961, Volendam – Blauw-Wit 2-4. Klaas Smit net dit seizoen teruggekeerd op het Volendam nest, wordt met een brancard van het veld gedragen.

De KNVB maakt een 180 graden draai.

De KNVB wakker geschrokken door zoveel aandacht, plande hals over kop een overleg met de ‘wilde ‘bond. De ‘wilde competitie was inmiddels gestart naast de reguliere van de KNVB. Op 25 november 1954 kwamen de Bondsvertegenwoordigers tot een akkoord. De vrede is getekend en alle door Zeist uitgevaardigde straffen tegen profvoetballers en hun clubs werden ingetrokken. De RKSV Volendam was inmiddels zeer geïnteresseerd in deelname. Maar om in aanmerking te komen voor een prof-licentie moesten clubs voldoen aan de door de KNVB gestelde voorwaarden. Zo moest er een borgstelling zijn van 50.000 gulden, een accommodatie die voldoet aan de normen, een binding hebben met een bestaande vereniging en uitkomen in de hoogste amateur klasse. In de periode 1953/1954 promoveren de wijdbroeken met een tweede plaats naar de 1e klasse en voldeden nu aan alle eisen.

Profvoetballer met baan.

11 september 1955: 1e semiprof wedstrijd. Het Vrije Volk

Volendam begint in 1955/1956 aan het profavontuur. Eigenlijk is semi-prof een betere benaming want alle spelers hadden een baan naast het voetbal. Bij een overwinning kregen ze 55 gulden uitbetaald, 20 gulden voor een gelijkspel en toch nog 10 gulden indien er verloren werd. Voor die tijd waren dit behoorlijke bedragen als men bedenkt dat het gemiddelde besteedbare inkomen van de Nederlander in 1950 op 2.500 gulden per jaar lag. Het totale inkomen is echter onvoldoende en te risicovol om een gezin van te onderhouden. In dit eerste semiprof jaar eindigt Volendam op een derde plaats. Achter Helmondia ’55 en kampioen KFC uit Koog aan de Zaan die in het seizoen met 5-2 klop kreeg tegen Volendam. Daarmee plaatsten zij zich voor de eerste divisie voor het komende seizoen. De formatie lijkt zijn draai te hebben gevonden en speelt zich in het seizoen 1956/1957 naar de subtop.

1958: Volendam maakt naam als cupfighter.

1958. Staand: Verzorger K. Hooijberg, voorzitter A. Múhren, D. Maurer, J. Smit, D. Tol, K.Karregat, J. Kroon, J. Keijzer en G. Stroker oefenmeester. Zittend: J. Bond, H. Veerman, J. Pelk, J. Schilder, G. Zwarthoed en B. Steur.

Tijdens de KNVB beker 1957/1958 verrast de club vriend en vijand. Volendam werd in 1958 de eerste ploeg ooit die als 1e divisionist doorstoomt naar de bekerfinale. Na zeges op De Spartaan (4-2), BVC Amsterdam (3-2), Stormvogels (2-0), Excelsior (4-0), Wageningen (2-9) en MVV (1-3) trof de stuntploeg in de finale Sparta. De beker finale in het Olympisch Stadion op 26 juni te Amsterdam eindigde in het voordeel van de eredivisionist. Voor 18.000 toeschouwers bleek Sparta te sterk. De Rotterdammers wonnen met 4-3. De doelpunten voor Sparta werden gescoord door Tinus Bosselaar, Kees Karregat in eigen doel, Peet Geel en Ad Verhoeven. De tegendoelpunten kwamen van Jaap Smit, Dick Tol en opnieuw Jaap Smit. Twee opmerkelijke momenten uit deze cupmatch. Allereerst het falen van de bloednerveuze Volendamdoelman Keizer die bij een aantal doelpunten blunderde. Daar stond tegenover dat bij Sparta de ex-Volendammer Janny Schilder de uitblinker in de verdediging is. Deze pijnlijke tegenstelling werd door de cartoonist Dik Bruynesteyn nog eens fijntjes in de Volkskrant verbeeld met de tekst: De enige tevreden Volendammer in het Olympisch Stadion was gisteravond Janny Schilder.

Volendam naar de eredivisie.

3 mei 1959, Limburgia – Volendam. Uitbundige supporters vertrekken vanuit Brunssum met de kampioenstrein terug naar Volendam.

In 1958/1959 werd Volendam kampioen in de 1e divisie A en promoveerde zodoende voor het eerst in haar historie naar de Eredivisie.
In de stromende regen wordt het elftal, na het behalen van het kampioenschap, door het dorp gereden op een botter, die op een aanhangwagen achter een tractor rijdt. Later zou deze befaamde botter tot de ‘Heen en Weer’ gedoopt worden. Beelden uit het Eredivisie archief van de eerste speeldag van het seizoen 1959-1960 in de Eredivisie. Zondag 23 augustus 1959 fragmenten van Volendam –DWS A 3-1, AjaxNAC 3-0, Fortuna ’54PSV 0-2 en FeijenoordSparta 0-1. In de navolgende periode blijkt de hoogste klasse een stap te groot en met een zeventiende plaats en een ervaring rijker, daalt de selectie weer terug naar af.

Heen en Weer.

1958: Volendams tafereeltje op het Doolhof.

We zien in het seizoen 1960/1961 met dank aan privé beelden met commentaar van Hennie Boersma achtereenvolgens de Volewijckers – Volendam 1-3 gespeeld op 16 april. Op 11 juni speelt Volendam thuis tegen Helmondia ’55 met een verpletterende 7-0 winst. Op de Dijk wordt het kampioenschap van de 1e divisie gevierd onder leiding van Bram Appel. Ditmaal was het verblijf wel langer dan één seizoen. Het elftal bestond uit louter Volendammers. Kras, Zwarthoed, Veerman, Pelk en Bond zijn de namen die elk jaar terugkeren, net als later Steur, Plat, Jonk, Sier en Mühren. Volendam wordt een soort cultclub waarbij opstaan en ondergang is gecultiveerd.

1961: De grootste nederlaag ooit.

Het is 24 september 1961 en in De Meer Amsterdam wordt de wedstrijd Ajax – Volendam gespeeld. Het zou een zwarte middag worden voor de oranje formatie. Ajax speelt Volendam rond om dronken en met 9-1 werd de club naar het palingdorp gestuurd. Het is de grootste nederlaag uit haar club historie. Later dat seizoen neemt Volendam thuis zoet wraak door Ajax met 4-1 te verslaan. Op de ontketende Dick Tol stond die middag geen maat.

Seizoen 1961/1962. Staand: Trainer Bram Appel, Wim Kras, Jan Tol, Dick Tol (Knoest), Jan Visser (Bloem), Klaas Karregat (Blubber), Joep Molenaar (Des) en masseur Cees Hooyberg. Knielend: Klaas Zwarthoed (Vracht), Henk Jonk (Spijker), Johan Pelk, Jan Schilder (Koles) en Thijs Bond (Kouwe).

Clubicoon Dick Tol: De ‘Knoest’ is jong overleden.

Dick Tol - Wikipedia

Dick Tol geboren 24 augustus 1934, was de zoon van een welgestelde vis verkoper. Na de Tweede Wereldoorlog meldde hij zich aan bij Volendam. Dick is geen technische speler, maar moest het vooral hebben van explosiviteit, fysieke kracht en zijn fanatisme. Ondanks dat Tol als jeugdspeler al makkelijk scoorde, maakte hij pas op zijn 21ste zijn debuut in het eerste van Volendam. In zijn eerste seizoen 1955/1956 in de 1e klasse scoorde hij dertig doelpunten. Een seizoen later 1956/1957 in de nieuw opgezette Eerste divisie trof hij zelfs 36 maal het doel, waarmee hij topscorer werd. Samenvattende beelden zonder commentaar van Blauw-Wit – FC Volendam 2-3 gespeeld op 11 oktober 1959. De grote ster bij FC Volendam is Dick Tol, hij scoort alle doelpunten. Hij maakte in totaal 276 competitiegoals, waarmee hij clubtopscorer is van Volendam. In de eredivisie scoorde hij 76 doelpunten in ruim 100 wedstrijden.

13 september 1959, Volendam – SC Enschede, uitslag 2-1. Dick Tol knalt het winnende doelpunt binnen

Voor 16.000 uitzinnige toeschouwers valt de regen met bakken uit de hemel maar het feest is er niet minder om. Via doelpunten van Wim Kras, Johan Pelk en vijfmaal van de ontketende Dick Tol wordt thuis Helmondia’55 met 7-0 verslagen. In het tijdvak 1961/1962 werd Dick topscoorder van de eredivisie met 27 doelpunten, ondanks dat hij dat seizoen negen wedstrijden moest missen wegens een blessure. Het goede presteren van de aanvaller leidde tot zijn eerste uitnodiging voor het Nederlands elftal, dat op 26 september 1962 uitkwam tegen Denemarken. Drie dagen ervoor scheurde Tol in een duel met Guus Haak van ADO echter een rechter enkelband, waardoor hij noodgedwongen moest afzeggen. Het bleef voor de speler bij deze ene uitnodiging. Aan het einde van het seizoen 1966/1967 besloot Tol zijn actieve loopbaan te beëindigen. In 1973 werd darmkanker bij hem geconstateerd. Hij overleed op 39-jarige leeftijd in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, aan complicaties kort na een operatie aan de dikke darm.

16 september 1962: Alles valt op zijn plaats.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-3.png
Feest na het stoppen van een penalty door keeper Jan Kwakman. Rechts ‘wat is die groot’ Janny Schilder.

Deze 2-5 uit-overwinning tegen regerend landskampioen Feijenoord is een van de meest aansprekende wedstrijden uit de historie van Volendam. Het zat hem niet zozeer in een betere techniek, want Feijenoord heeft bewezen dat het voldoende in huis heeft, maar een effectieve tactiek die Volendam toepaste. Er zat volop variatie in de aanvallen, nu eens kort dan weer lang met passes in de open ruimte. Voortdurende switch van spelers met een onvermoeibare Dick Tol. Het was weer zo een dag dat kwaliteit eruit komt. Het is een beetje het raadselachtige wat Volendam iets speciaals bracht. Soms ver boven zichzelf, dan weer onthutsend. Want ondanks de euforie van deze dag stond de selectie aan het einde van het seizoen 1962/1963 net boven de degradatielijn.

Toptalenten met een dorpskarakter

Het is al eerder gememoreerd dat er veel werd gevraagd van deze jonge talenten. Het is zoeken naar een balans tussen het voetballen en het werk. Vijf dagen in de week een deeltijd baan en in de avond/weekeinde trainen/wedstrijden.

Het is tekenend voor de spreekwoordelijke wisselvalligheid dat Volendam toch onderin eindigt en een jaar later opnieuw degradeert in het seizoen 1963/1964. De derde promotie voor Volendam vond plaats in 1967 onder de Engelse trainer Ron Dellow. Het was het laatste seizoen van Dick Tol, die dat seizoen topscorer werd van de Eerste divisie.

6 oktober 1964: Alles valt niet op zijn plaats

7 oktober 1963: De Waarheid.

Ruim een jaar later op 6 oktober in het seizoen 1963/1964 neemt Feijenoord revanche. Het werd met een ontketende Coen Moulijn een oorwassing van jewelste. Het is zover, de boot “De heen en weer” kan weer van stapel.

6 oktober 1963. De onverzettelijke verdediger Klaas Karregat krijgt geen grip op de linksbuiten Coen Moulijn. De dribbels van de publiekslieveling van het Nederlandse publiek, waren alleen met stevige tackles tegen te houden .

De ploeg van trainer Piet Dubbelman verloor met 0-8, wat in de hoogste afdeling van het Nederlandse betaalde voor Volendam een historisch grote nederlaag is voor eigen publiek. De enige uit overwinning is in De Meer het stadion van Ajax met 2-3. Aan het eind van de periode sluiten de wijdbroeken de competitie af met degradatie naar de 1e divisie. Daar zal de selectie drie seizoenen tot bezinning moeten komen. Vervolgens werd na het vijfde kampioenschap in het bestaan in 1966/1967 met het onderstaande elftal, opnieuw de deur naar de eredivisie te openen. Wat het succes bijzonder maakt is dat het allen Volendammers zijn.

9 oktober 1966. Staand: Jan Jonk, Jaap Jonk, Klaas Karregat, Kees Tuyp, Hoogland en Klaas Zwarthoed. Zittend: Sier, Pelk, Dick Tol, Wim Kras en Gerrie Mühren.
Van 1964 tot 1968: trainer Ron Dellow.

De man aan het roer is de aimabele Engelse trainer Ronald William Dellow. De Engelsman was in de 2e wereldoorlog piloot in dienst van de Royal Air Force. Inmiddels had hij een mooie sportcarrière als rechtervoetballer bij o.a. Manchester City achter zich. Ronnie zoals hij wel liefkozend werd genoemd is vanaf 1948 tot aan 1989 onafgebroken oefenmeester geweest van zeventien Nederlandse verenigingen. Waarbij de vier seizoenen bij de Wijdbroeken zijn langste tijd bij één club is geweest. Ron Dellow zou de rest van zijn leven in Nederland blijven wonen. Op de respectabele leeftijd van 99 jaar kwam hij in 2004 in een verzorgingshuis te Almelo te overlijden.

Sportsponsering en Volendam gaan hand in hand.

Langzamerhand zal het voetballandschap gaan veranderen. Om kwaliteit te waarborgen zullen er investeringen moeten komen. Bijvoorbeeld door spelers voldoende te betalen en zij zich volledig kunnen wijden aan het voetbal. Het geld zal komen uit de reclamewereld die shirts en de boarding gaan gebruiken. Het toen befaamde Radio Veronica begreep dat goed en sponsorde Volendam zoals het ook al deed bij SC Gooiland. In het groot is PSV en Philips al een goed voorbeeld. Van semiprofessioneel naar full- professioneel Nederland is de weg die zal worden gekozen. Volendam bulkt van de voetbaltalenten en de structuur van de club en de mentaliteit is een voorbeeld voor ander clubs. Namen zoals Gerrie en Arnold Mühren, Wim Jonk zullen internationale faam verwerven. Voor RKSV Volendam en wat later FC Volendam zal er altijd plaats zijn al is dat met vallen en opstaan en de supporters zullen nog vaak het ‘Heen en Weer” krijgen.

RKAV Volendam - Wikipedia

De naamsverandering die Volendam in de twintigste eeuw onderging op een rijtje vanaf oprichting in 1920 met Victoria. In 1923 werd de naam omgezet in de Rooms Katholieke Sportvereniging (RKSV) Volendam. In de volksmond na 1937 ook wel eenvoudig Volendam genoemd. Vanaf 1977 wordt de vereniging opgeknipt, in de betaaldvoetbal club FC Volendam en de amateurtak RKAV Volendam.

Ter afsluiting en nu we toch bezig zijn met namen en bijnamen hieronder een vijftal Volendam selectiespelers met de familienaam Jonk.

1971/1972. Van links naar rechts: Jan Jonk (Bol), Jaap Jonk (Suikere), Hans Jonk (Kip), Jack Jonk (Bol) en Kees Jonk (Kippie).