Stormvogels

De IJmuiden voetbalvereniging Stormvogels is een voormalige betaald-voetbalclub uit IJmuiden. De club is opgericht op 1 juni 1912 en speelde op Sportpark Zeewijk in IJmuiden. De club is ontstaan binnen een steeds groter wordende dorpse gemeenschap aan zee. De geur van de visafslag en de zilte zeelucht hing in het dorp en in de kleding van de bevolking. In 1848, nog lang voor het graven van het Noordzeekanaal, publiceerde de journalist Simon Vissering dit sfeerbeeld ooit in een reisartikel.. Hij beschreef een bootreis over het IJ vanaf Amsterdam. De journalist noemde het eindpunt ‘mond van het IJ’. Nadat het kanaal in 1876 voltooid was, werd het dorp, in gedachtenis aan de journalist, IJmuiden genoemd.

1912. IJ.V.V. Stormvogels. Mogelijk de oudste afbeelding van de vereniging.

Het vissersdorp.
Het Ijmuiden bestond in die tijd uit 32 straten en stegen. De ontspanning voor de jeugd was er op straat en bestond uit touwtjespringen, knikkeren, tollen, hinkelen en hoepelen. De jongens vermaakte zich met vliegeren en als ze een bal in elkaar knutselden werd er op straat gevoetbald. De straat was voor de jeugd en van een enkele hondenkar. In dit dorp aan de rand van de duinen bestonden reeds twee voetbalclubs namelijk IJ.F.C. en IJ.V.V. Zij speelden slechts op uitnodiging en nog niet in bondsverband. In het zaaltje De Outenaar gelegen aan de Enschedéplein in Oud-IJmuiden was de onderlinge verstandhouding zo goed dat beide verenigingen werden samen gevoegd. Zo stonden de jonge jongens aan de wieg van ‘Stormvogels’.

1919. De tribune tijdens de wedstrijd tussen de Stormvogels en EDO.

De club begon in de 1e klasse van de Noordhollandsche Voetbalbond, maar klom na vier gespeelde seizoenen al snel op naar de 2e klasse van de Nederlandse Voetbalbond. Vanaf 1914 huurt Stormvogels een terrein op De Kikvorsch van Baron Boreel van Hogelanden, nadat het eerder al op een veld speelde iets verderop. Het terrein ligt tegen de bos- en duinrand aan. De velden van Stormvogels liggen pal naast die van VSV. In 1917/1918 draaide de selectie verdienstelijk mee met clubs als RCH, ZFC en de buurman/rivaal VSV uit Velsen. In het eerste voetbaljaar 1918/1919 na de 1e wereldoorlog waarin Nederland neutraal was zou voor de Vogels een opmerkelijk jaar worden. De club werd kampioen en mocht met VUC en FC Hilversum spelen om twee promotieplaatsen naar de 1e klasse. Stormvogels en VUC waren de gelukkigen maar de NVB meende in haar wijsheid dat er een Overgangsklasse moest komen. Dit betekende een extra hindernis, naar de hoogste landelijke klasse. De nakomende jaren in de 1e klasse draait de selectie lekker mee in middenmoot, zoals in het jubileum jaar 1921/1922.

1922: Tienjarig jubileum.

Fragment uit de film: ‘Even Omzien’ tijdens het 10 jarig bestaan IJVV Stormvogels. Een mix van feestelijkheden zijn hierop te zien. Het 1e elftal speelt tegen “Michels’ oude garde”. Het is zaterdag 16 aug 1922 muziekkapel Concordia speelt onder leiding van Sam Vlessing. Sterspelers waren de keeper Jan Bremer en de speler “witte” Jan Blinkhof.

17 augustus 1922: De Courant.

Debutant Stormvogels behaalt haar eerste kampioenschap

27 mei 1924: Het Volk.

In het seizoen 1923/1924 wordt de titelstrijd in de 1e klasse West al vroeg een tweestrijd tussen de verrassing Stormvogels en Sparta dat na een aantal mindere jaren weer terug is aan het front. De club neemt in het vroege voorjaar een voorsprong van twee punten doordat Sparta een nederlaag lijdt tegen HBS. Deze voorsprong geeft het elftal uit IJmuiden niet meer uit handen. In de uitwedstrijd tegen Blauw Wit wordt de 1e klasse titel een feit. Veel heeft de selectie te danken aan het befaamde binnen-trio Gerrit Visser-Piet Sint-Jan Blinkhof. Omdat het succes van Stormvogels vooral gebaseerd is op een ongebreidelde werklust wordt er van de ploeg niet veel verwacht in de competitie om de Nederlandsche titel. Maar die basis blijkt voldoende om tot het laatst met Feijenoord om de titel te strijden.

Stormvogels bestuur en spelers vieren het kampioenschap van de 1e klasse West in 1924. Onderaan in het midden Gerrit Visser met links Jan Blinkhof.

Uiteindelijk blijkt de vroeg opgelopen nederlaag tegen Be Quick fataal. Het uitgespeelde Stormvogels moest toezien hoe Feijenoord de laatste twee wedstrijden wint en daarmee de titel opeist.

Clubicoon Gerrit Visser: De eerste voetbalprof van Nederland.

Gerrit Antoon Visser is geboren op 2 februari 1903 te Nieuwendam. Het is een klein dorp onder de rook van Amsterdam. Vanaf 1920 heeft hij een vaste plaats in de voorhoede van Stormvogels en speelt op alle posities. Gerrit kwam van 1920 tot 1925 uit voor Stormvogels. In een interview met het Haarlems dagblad, vlak voor zijn emigratie naar Amerika, in 1925 blikt Gerrit terug. ‘Ik leerde echt voetballen op mijn vijftiende bij trainer Piet Verwoerd bij Sparta een klein clubje uit de buurt. Bij Stormvogels zagen ze in mij een doortastende aanvaller en werd uitgenodigd voor een oefenwedstrijd. In deze proeve stond ik rechtshalf tegen Kees Oldenburg die op 14 maart 1926 éénmalig voor het Nederlands elftal zou spelen. De keuzecommissie van de NVB inviteerde mij op mijn 21e voor mijn debuut op 23 maart 1924 voor het Nederlands elftal tegen België. Drie vriendschappelijke duels heb ik gespeeld en de overige vier interlands waren op de Olympische Spelen van 1924 in Parijs”.

Gerrit Visser: “Het was een nerveus debuut tegen België, maar in de halve finale van het Olympisch toernooi in Parijs tegen Uruguay ging het een stuk beter al werden we door een dubieuze penalty met 1-2 verslagen. Eenmaal wist ik te scoren en wel op 27 april 1924 tegen België”. De prestaties van het Nederlands elftal waren heel matig. Daar heeft Visser wel een verklaring voor: ” Er werd weinig centraal getraind. Geoefend op standaardsituaties zoals corners en vrije trappen zaten er helemaal niet bij.”

27 april 1924 Het Nederlands elftal. Staand: Grensrechter Vuijk, Gerrit Visser, Evert van Linge, Ber Groosjohan, Harry Dénis, Gejus van der Meulen, Albert Snouck Hurgronje, reserve-doelman Jan de Boer, reserve Eef Ruisch en Kees Pijl. Beneden: Peer Krom, Hans Tetzner, Jan de Natris en André le Fèvre. België – Nederland (1-1) op het Beerschot-terrein te Antwerpen.

Gerrit kijkt, aan het einde van het gesprek, vooruit en verteld over het werk in Amerika. “Ik ga als vertegenwoordiger voor Nederlandse vissersbedrijven werken om vis aan de man te brengen. Daar zal ik het druk genoeg mee hebben zodat er voor voetbal weinig tijd zal zijn.” “Stormvogels ga ik wel missen want dat zit in mijn hart en nieren”. Toch zou Gerrit Visser in februari 1926 al voor de Amerikaanse club Bethlehem Steel F.C. in de American Soccer League spelen. In 2007 ontdekte  sportgeschiedenis.nl dat Visser in Amerika betaald voetballer was en daarom de eerste Nederlandse profvoetballer is. Gerrit Visser overleed op 3 december 1984 te Wenatchee , Washington, USA,.

1926: Stormvogels behaalt haar tweede kampioenschap

7 maart 1926. Vanaf links : Broek, Karel Haak, W. Koster, doelman Jan Thijssen, Snoeks, Kees Oldenburg, Houtkamp, Blinkhof, Bakker, Struys en K. Boekelaar. In deze wedstrijd te Hilversum werd Stormvogels kampioen. ’t Gooi- Stormvogels 1-2.
1931. Wim Koster.
Albumplaatjes - The Vittoria Egyptian Cigarette Company (Rotterdam) - Boekelaar, Stormvogels, IJmuiden
1931. K. Boekelaar

Sparta wordt in de media al bijna naar het kampioenschap van de periode 1925/1926 geschreven, als de Rotterdammers begin februari het uitduel tegen Stormvogels met 4-0 wint. In punten staan beide teams nog wel gelijk, maar Stormvogels heeft alleen nog lastige uitduels te spelen. Ook VOC doet aanvankelijk mee in de titelstrijd, maar is slordig. Sparta pakt daarna een voorsprong op Stormvogels, maar loopt zelf ook schade op bij ‘t Gooi, waardoor de thuiswedstrijd tegen de club uit IJmuiden plotseling van essentieel belang is. In een kwalitatief matig duel winnen de Blauwwitten verdiend, waardoor het de titel voor het grijpen heeft. En dat doet het ook. Op bezoek op zondag 7 maart 1926 bij ‘t Gooi neemt de ploeg al snel een 0-2 voorsprong via Struys en Oldenburg. Hoewel het na rust nog even spannend wordt, door een tegen goal van de Hilversummer Wentink 1-2, houdt Stormvogels stand en pakt na 1924 de tweede afdelingstitel.

In de kampioenen competitie begint Stormvogels met een verdienstelijk gelijkspel tegen de latere landskampioen SC Enschede, maar verliest het de volgende twee duels, waardoor de landstitel al vroeg uit het zicht verdwijnt. Alleen het thuisduel tegen Be Quick levert een zege op.

Clubicoon Kees Oldenburg: Eenmalig in het Oranje.

1926. Staand: trainer Bob Glendelling, Theo de Haas, Appie Groen, Dick Sigmond, Harry Denis, Tonny van Haeren, Bertus Bul, Gejus v/d Meulen, Jan Gielens en NVB consul Lou Bouljon. Zittend: Wim Tap, Cock Oldenburg en Puck van Heel.
Belgische doelverdediger Caudron in duel met Oldenburg.

Op 14 maart 1926 maakte Cornelis (Cock) Oldenburg zijn debuut als rechtsbinnen voor het Nederlands elftal tegen de Belgen en is de vervanger van de geblesseerde Kuchlin. In een vriendschappelijke uitwedstrijd, in het Bosuil stadion voor 47.000 toeschouwers, werd het een 1-1 eindstand. Kees geboren op 28 december 1900 te Rotterdam speelde de volledige negentig minuten en maakte als voorhoedespeler een fletse indruk. Cock wist zijn medespeler een enkele keer Gielens in stelling te brengen en zelf wist hij een paar keer een schot te lossen. In het algemeen krijgt hij een onvoldoende. Op 17 maart wordt Cock toch nog uitgenodigd voor een onderlinge oefenwedstrijd met andere potentiele gegadigden. Na afloop werd hij opgeroepen als reservespeler voor de interland op 28 maart tegen Zwitserland. Cock bleef de gehele ontmoeting die met 5-0 werd gewonnen op de bank en is er van een herhaling bij Oranje geen sprake en zo bleef Oldenburg éénmalig international.

15 maart 1926: Dagblad van Noord-Brabant

Naast Stormvogels heeft Cock nog voor Blauw-Wit en van 1928 tot 1939 voor HFC Haarlem gespeeld. Kees Oldenburg overleed plotseling op 53 jarige leeftijd op 20 januari 1954 te Haarlem.

1927/1932: Een paar mindere jaren

Het seizoen 1926/1927 zou bijna opnieuw een titel hebben opgeleverd, maar Ajax werd nipt de sterkste. De videobeelden van Stormvogels- Ajax 1-2 met de vele juichende Amsterdammers zijn vanuit Ajax perspectief gefilmd. In 1927/1928 valt de vereniging ver terug en weet zich nipt te handhaven in de 1e klasse maar een smadelijke nederlaag van 9-1 nederlaag bij ZFC dreunt lang na.

Fragment uit het Haarlem’s Dagblad van 16 januari 1928

Ook in het navolgende seizoen 1928/1929 hangen de spelers, nog net niet in de touwen en blijft het in de 1e klasse maar de vraag rijst ‘voor hoe lang’? Het antwoord laat een aantal sportieve jaren op zich wachten. In IJmuiden is men trots te spreken over de Vogels waar de prestatie als redelijk word gezien. Deze opvatting is niet vreemd want het kleine dorpje aan zee speelt nog steeds in de top van het vaderlandse voetbal.

1931 Stormvogels. Staand: K v/d Steen, T. Prins, Ketting, P. Plokker, W. v/d Velde, doelman J. de Waard en H. Effern. Zittend: W. Koster, J. Tol , K. Boekelaar en K. Haak.

1933: Derde 1e klasse kampioenschap voor de Stormvogels.

Na de jaren van beproeving is dan plots het seizoen 1932/1933. Hierboven een bijzonder ingekleurde spelsituatie van Stormvogels- FC Hilversum. Het is zondag 11 december 1932 als er gespeeld wordt op een keihard winters speelveld waar goed voetbal onmogelijk was. De Hilversummer Foppe Huizinga maakt via een penalty 0-1 nadat Karel Haak hands had gemaakt. Met nog een kwartier te spelen passeerde Stormvogel de Waard, doelman Bottenberg. Eindstand 1-1.

De ontlading is groot als na een perspectiefvolle serie het kampioenschap met ruime voorsprong op Ajax en Sparta wordt binnengehaald.

1938. Toernooi te Verviers: Semifinale: 18 april Kölner BC-Stormvogels 5-3. Derde plaats: 19 april. Stockton FC-Stormvogels 5-2

In de nacompetitie om het Nederlands kampioenschap weet Stormvogels mooie resultaten te halen met 2 x winst op PSV maar ook 2 x verlies tegen de latere landskampioen Go Ahead uit Deventer. In de laatste wedstrijd speelt Stormvogels een extra belangrijke rol. Feijenoord komt op bezoek op sportpark De Kikvorsch en kan bij winst een titelrol spelen.

19 juni 1933: Nieuwsblad van Friesland.

Steeds maar weer zijn de sportjournalisten op zoek naar het antwoord op de vraag: waar zit toch de magie dat een vissersplaatsje met een paar duizend inwoners zo leidend is in zo een populaire sport ? Het speculeren is niet van de lucht. Heeft het iets te maken met het eten van verse vis waarvan elke ochtend de vishallen vol liggen of is het de frisse zeelucht ?Feit is dat de gemeenschapszin groot is en dat zien we terug in de strijdbaarheid van de selectie.

September 1935. Stormvogels wint het Spaernebeker toernooi. HFC Haarlem-voorzitter van Balen Blanken overhandigt de beker aan aanvoerder Karel Haak.

Tot aan de 2e wereldoorlog vallen er nauwelijks hoogtepunten te melden maar is het handhaven op het allerhoogste niveau natuurlijk op zichzelf al een fraaie prestatie. Wel werd in september 1935 het prestigieuze Spaernebeker toernooi in Haarlem gewonnen na een serie tegen drie andere 1e klassers. De eerste wedstrijd tegen het sterke Heracles werd met 6-2 gewonnen en Velocitas versloeg streekgenoot HFC Haarlem met 4-3. De finale was tegen Velocitas uit Groningen-stad. Dit was een wedstrijd die er nooit één werd. De Groningers werden met 5-0 kansloos naar huis gestuurd.

1937. Clubicoon W. Koster en gezin gehuldigd in verband met zijn 250ste wedstrijd voor De Stormvogels.

1940: Duitse Oorlogsdreiging

De dreiging van een Duitse invasie in Nederland werd onderkent. Het leger mobiliseert zich zo goed en zo kwaad als het gaat. Toch wordt ons land op 10 mei 1940 door de Duitsers volkomen onverwacht overvallen. Ook boven IJmuiden verschijnen vliegtuigen die bommen afgooien in de havenmond en het kanaal. De eerste dagen ontstaat er een enorme file van auto’s van vooral Joodse vluchtelingen uit Amsterdam en andere streken op de Parkweg langs het dorp richting de haven van IJmuiden. Getracht wordt een plekje te vinden aan boord, met van alles wat kan varen naar Engeland, met achterlating van de auto’s. Ook de koninklijke familie vertrekt vanuit IJmuiden. Bron: Dorpsgeschiedenis

Atlantikwall. Marine KüstenBatterie 81 “Heerenduin”
Evacuees afkomstig uit Velsen en IJmuiden trekken over de Rijksstraatweg Haarlem binnen. op de achtergrond de jan Gijzenkade. Bron: Oorlogshistorie Bloemendaal.

Langs de kust ligt de Atlantikwall, een verdedigingslinie aangelegd onder Duits toezicht. Voor de bouw waren duizenden Nederlandse arbeiders nodig. In het begin waren dat betaalde krachten en krijgsgevangenen. Maar later werd het werk gedaan door Nederlandse dwangarbeiders. Mannen die in het gebied te werk werden gesteld als ‘Arbeidsdienstplichtigen’. Als ze niet op kwamen dagen werden zij gestraft met maximaal 6 maanden gevangenisstraf. Voor deze vesting werd een groot deel van de bebouwing van IJmuiden, Velsen-Noord en Santpoort opgeofferd. Bewoners moesten hun huis verlaten en vertrokken met hun huisraad op handkarren naar elders. Delen van de dorpen raakten ontvolkt en slechts enkele vaderlanders mochten achterblijven die op het gemeentehuis werkten.

Voetballen in donkere tijden.

De tribunes en clubhuizen werden door de bewoners gebruikt om in de strenge winter de kachel te stoken. Zowel Stormvogels als V.S.V. uit Velsen moesten elders gaan spelen. Het totale gebied aan de monding van het Noordzeekanaal was oorlogsgebied want ook de Geallieerden zouden de strategische ligging met bombardementen aanvallen. De oorlogssituatie laat zich goed voelen in de resultaten van de club. De vereniging is ontheemd en heeft ook de grootste moeite om een respectabel elftal op de been te brengen. Veelal vertoefde men daardoor in het onderste deel van de ranglijst. Het geluk is dat degradatie of kampioenschappen zijn geschrapt. Op Voetbalmonument.nl zijn de clubleden te herleiden die het slachtoffer zijn geworden van de Duitse waanzin.

Herstart van de KNVB competitie.

Tot 1948 werd het EDO terrein in Haarlem de thuisbasis voor Stormvogels. De velden van Stormvogels en V.S.V., beiden gelegen tegen de duinrand waren in de oorlog met de grond gelijk gemaakt door de Duitse bezetter. Direct na de oorlog wordt de competitie hervat maar zijn de clubresultaten mager. Het echte herstel komt aan het begin van de vijftiger jaren. Eind 1948 keren de clubs weer terug naar de gemeente Velsen, waar het gemeentelijk Sportpark Schoonenberg wordt geopend. Jaar na jaar wordt er gewerkt aan een moderne accommodatie en bij voltooiing zijn er 18.000 plaatsen beschikbaar, waarvan op één lange zijde zitplaatsen op een tribune gebouwd uit hout en staal. 

Suikerzakje: “Schoonenberg”

V.S.V. hield de boot nog even af en legt een eigen sportpark aan maar omdat deze niet geschikt is voor 1e klasse-voetbal strijkt de hoofdmacht toch neer op Schoonenberg. Aanvankelijk is het een bescheiden sportpark, maar omdat de publieke belangstelling toeneemt vindt er al snel een uitbreiding plaats. In het seizoen 1948/1949 staat het nog onvoltooide sportpark synoniem voor een team wat ook in de steigers staat. Stormvogels eindigt onderin en moet, met alles wat er aan geloof is, nog een keer bijeenrapen. In de promotie/degradatie competitie is de selectie echter opnieuw de zwakste getuige het bijgevoegde krantenknipsel. De vereniging degradeert naar de 2e klasse.

9 mei 1949: Het Parool.

Clubicoon Piet Kraak: Gemaakt van Noord-Hollands hardhout.

Pieter Cornelis (Piet) Kraak is geboren op 14 februari te Alblasserdam. Hij was een visserszoon en werkte bij de IJmuider visafslag. Daarnaast was hij politieman, handelde in verzekeringen (Voor braak, bij Kraak), was uitbater van een café in Utrecht en een restaurant in Zierikzee.

Piet Kraak was in zijn tijd een fenomeen. Hij keepte zonder handschoenen en had vaak een zonneklep op. Hij was snel, sterk en had een grote sprongkracht. Z’n katachtige reflexen en onmogelijke reddingen, soms afgewisseld met blunders, maakten hem populair bij het publiek. In tegenstelling tot de meeste andere keepers was hij geen lijnkeeper. Frans de Munck kon mooi duiken, maar Piet Kraak had dat niet nodig. Het hele strafschopgebied was van hem, de backs moesten daarbuiten blijven. Daardoor werd hij nooit verrast. In een wedstrijd tegen Haarlem maakte hij een schitterende redding als volgt omschreven: “De door Wim Roozen ingeschoten bal lijkt onbereikbaar voor Kraak het doel in te gaan, maar door achterover over z’n kop te duiken, had hij de bal nog.”

20 maart 1949. ’t Gooi-Stormvogels 1-0. De geblesseerde Piet Kraak, de 1e doelman van Stormvogels, geeft aanwijzingen aan zijn vervanger Hamers. Toch zal Hamers eenmaal worden gepasseerd door een doelpunt van Henk Los. Dit was een degradatiewedstrijd voor beide clubs. Door het verlies van Stormvogels moesten zij nog een nacompetitie spelen voor handhaving in de 1e klasse.
Piet verkoopt voor zijn café in Utrecht zijn voetbalkleding t.b.v. de slachtoffers van de overstroming in Tuindorp Oostzaan 1960

Piet Kraak stond erom bekend dat hij een harde keeper was tegen wie je maar beter niet kon oplopen. Hij was bikkelhard en stompte je zo voor je kop. Hij was de baas in het elftal en was niet altijd even prettig in de omgang. Als hem iets niet aanstond, dan kon hij tegenstanders hard aanpakken. Zo stompte hij eens met de ene hand de bal en met de andere een ZFC er vol op de kaak nadat die daarvoor in de wedstrijd een aantal keren vervelend was geweest. Zegevieren, altijd maar winnen, daar draait het in het leven om aldus de doelman en kent geen enkel mededogen. Een tegenstander is een hinderlijke sta-in-de-weg in de strijd om het einddoel: de winst. Op 10 maart 1946 maakte hij in de eerste wedstrijd na de oorlog zijn interlanddebuut. Tegen Luxemburg werd het 6-2. In het totaal speelde Kraak 33 interlands waarvan een drietal op de Olympische spelen van 1948 en 1952. Na een nederlaag tegen België op 19 oktober 1952 was het gedaan met zijn interlandloopbaan want het verlies werd Piet aangerekend.

Zijn uittrappen waren ver en vaak goed geplaatst. “Hij trapte de bal uit op kniehoogte en de bal kwam bij de speler terecht voor wie hij bedoeld was. Ook had hij een luide stem, waarmee hij z’n medespelers aanwijzingen gaf. “Kraak gaf geen aanwijzingen, het waren commando’s” en speelde twintig jaar voor Stormvogels. Behalve als keeper kwam Kraak ook als midvoor uit voor Stormvogels. Na enkele maanden wegens een schouderblessure afwezig te zijn geweest, stond hij in januari 1954 in een wedstrijd tegen Heracles in de spits, waarbij hij een doelpunt voorbereidde en er één scoorde. Hij speelde twintig jaar voor Stormvogels. Vanaf 1954 ten tijde van de invoering van het betaalde voetbal vertrok hij voor 5 gulden per training naar ADO Den Haag. Piet Kraak ging ook bij Elinkwijk spelen.

Zondag 9 november 1952: Stormvogels – Achilles Assen 1-2

Van de Nederlandse bondscoach George Kessler hoorde hij dat het Deense AAB, de Aalborg Boldspilklub die in de hoogste Deense klasse speelt, een trainer zocht. Het was het begin van een mooie, succesvolle trainerscarrière in Denemarken. Pas in 1983 hoorden ze in IJmuiden dat Piet Kraak in Kopenhagen na een hersenbloeding in het ziekenhuis lag. Er werd een stichting Steun Piet Kraak! opgericht om geld in te zamelen met het doel Kraak naar het revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee over te brengen. De Deense gezondheidsdienst ging dwars liggen toen bleek dat de kosten in Heliomare veel hoger waren dan de opbrengst van de benefietactie. Piet Kraak moest in het Deense verzorgingshuis blijven en overleed daar op 28 april 1984. Tot 1 juni 2010 was Piet Kraak de oudste international die ooit in het Nederlands elftal speelde.                                                                       

1952: Stormvogels kan weer omhoog kijken.

14 april 1952. De kampioenen in het blauwwitte clubtenue: H. Snoeks, v/d Oever, Piet Kraak, G. Snoeks en Tol jr. Zittend: Jan Snoeks, Jan Luppens, Henk Angenent, De Boer, v Onselen en Freek Venus.

Tot aan 1951/1952 heeft Stormvogels zich kunnen bezinnen over de terugval. Buiten de aandacht van de landelijke pers herstelde de vereniging zich in de 2e klasse om vervolgens op 14 april 1952 in een beslissingswedstrijd tegen ZFC met 4-1 te zegevieren met twee goals van Jan Luppens, 1 x Henk Angenent en Freek Venus. In de nacompetitie met EBOH en Volendam om promotie naar de 1e klasse zijn de blauw-witten de bovenliggende partij. In de laatste match thuis tegen de wijdbroeken wordt de kers op de taart genuttigd.

28 september 1952: Sport en Sportwereld.

Het is zondag 27 september 1952 en we zien hierboven een foto, genomen op het gemeentelijk sportpark in Hilversum op een belangrijk spelmoment, uit de wedstrijd ’t Gooi- Stormvogels. Het is op de linker foto verdediger H. Mol die de bal met de hand uit het doel slaat terwijl zijn sluitpost verslagen toekijkt. Stormvogel Jan Snoeks neemt met alle kracht de toegekende penalty. De ervaren doelman Theo Mosterd stompt het harde schot in een reflex over de lat. Detail: de houten plank onderin zorgt ervoor dat de bal niet onder het net door kan schieten.

De afgelopen vier jaar in de 2e klasse hebben louterend gewerkt want het herstel zette door en Stormvogels nam aan het einde van het seizoen 1952/1953 haar vertrouwde plaats in de subtop in. In 1954 is het stadion Schoonenberg voltooid. Het heeft dan 18.000 plaatsen, waarvan op één lange zijde zitplaatsen op een tribune gebouwd uit hout en staal. 

1956: Herindeling betaald voetbal.

Seizoen 1956/1957. Opstelling: Doelman A. de Graaf. Achterin: B. Freriks en C. Post. Middenlinie: Fr. Venus, aanvoerder H. J. Snoeks en J.Tol. Voorin: Jansen Jr, Jansen Sr, Luppens, De Boer en J. P. Snoeks.

Het betaaldvoetbal gaat op de schop. In het totaal twee en tachtig verenigingen zullen verdeeld worden over vijf afdelingen. De verschillende klassen krijgen andere namen. zoals Eredivisie, 1e divisie A en B en 2e divisie A en B. De KNVB wil deze mega operatie na het seizoen 1955/1956 invoeren. De herschikking vind plaats op grond van de ranglijst die de 82 clubs aan het eind van de competitie innemen. Stormvogels eindigt niet bij de bovenste tien van de achttien teams en valt terug naar de 1e divisie.

Driemaal een tweede plaats is driemaal net niks.

In de drie navolgende seizoenen tot aan 1959 zit de blauwwitte formatie dicht tegen de eredivisie aan maar eindigt het telkens op een tweede plaats. Hoe pijnlijk deze plaats is blijkt als we inzoomen naar het verschil tussen een kampioenschap en een tweede plaats. In 1957 eindigt Stormvogels op twee punten van kampioen Blauw-Wit. In 1958 op twee punten achter kampioen S.H.S. en in 1959 op één punt van kampioen Sittardia.

Seizoen 1958/1959. Staande: D. v/d Oever, Jan Snoeks, Ben Freriks, doelman Nico de Graaf, Jan Luppens en J. Tol. Knielend: A.F. de Boer, H.M. Janssen, Cees Groot en Henk Groot en Hans Doorneveld.

Was het de teleurstelling of kwaliteit van deze generatie? Nooit meer kwamen de Stormvogels zo dichtbij promotie. Het uitzicht op de eredivisie was achteraf het hoogst haalbare in het professionele voetbal. Hierna werd het alleen maar minder met degradatie in 1961/1962 naar de 2e divisie als dieptepunt.

1963: Het einde van een mooi prof avontuur.

Gerelateerde afbeelding

Het seizoen 1962/1963 wordt de laatste periode in het betaald voetbal voor Stormvogels. Plaatsgenoot V.S.V. zat in financiële moeilijkheden en hoopte met Stormvogels een doorstart te kunnen maken. Maar tot tweemaal had haar eigen achterban een fusie afgewezen. Bij de leden van Stormvogels waren er geen beletsels. Op 17 juli 1963 komen de twee besturen dan toch tot een akkoord. De verenigingen splitsen de prof en amateurafdeling. De profsecties gaan verder als SC Telstar. De amateurtak van Stormvogels en V.S.V. keren terug naar de amateurcompetitie. De laatste wedstrijd van Stormvogels is op 16 juni 1963 uit bij Heerenveen en werd met 3-1 verloren. Het laatste doelpunt voor de Stormvogels werd door middenvelder Bert van Wooning gescoord.

Stormvogels ga ik wel missen want dat zit in mijn hart en nieren” Citaat: Gerrit Visser.