Sparta

Eerste Paasdag bij de familie Harteveld Hoos.

De officiële geschiedenis van de Rotterdamsche Cricket & Football Club Sparta begint op 1e Paasdag, zondagmiddag 1 april 1888. Tussen de ochtend en middagdiensten van de Nederlands-hervormde kerk aan de Hoogstraat en de rooms-katholieke kerk aan de voormalige Houttuin werd Sparta opgericht. De locatie was de tuin van de familie Hartevelt Hoos Oostvestplein 11 in Rotterdam.

Het witte vooruitspringende huis met de hoge schoorsteen is het pand Oostvestplein 11, in de tuin waarvan tot de oprichting van Sparta werd besloten. Het was ongeveer gelegen waar nu de Boezemsingel uitkomt op het Oostplein.

De jongens in de leeftijd van 13 tot 16 jaar kwamen uit gegoede families in Rotterdam dat in de tweede helft van de 19e eeuw een snelgroeiende havenstad was geworden. De doorvoer van goederen naar en van het geïndustrialiseerde Duitse Ruhrgebied deed de bevolking van de stad groeien van 89.000 naar 320.000 inwoners en dat waren voornamelijk arbeiders voor de haven, huizenbouw en industrie.

Twee palen met een touw er tussen.

De oprichters en overige eerste leden van Sparta woonden in de wijken Stadsdriehoek, Cool, Rubroek of Crooswijk. Zij kwamen in contact met de uit Groot-Brittannië overgewaaide voetbalsport. In de loop der jaren werd door Sparta een doel met een lat en netten in Nederland geïntroduceerd. Voor die tijd werd een touw tussen de palen gespannen. Het rood-witte tenue werd in 1899 afgekeken tijdens een bezoekje van het Sparta bestuur aan het Engelse Sunderland FC. De eerste Sparta-shirts waren aangekochte tweedehands Sunderland-shirts. Vandaag de dag wordt het kenmerkende rood-witte shirt gecombineerd met een zwarte broek en rood-wit gestreepte kousen.

1893. Oudst bekende foto van 1e klasse Sparta.Staand: voorzitter van Rooij, J. v/d Ende, A. Timmermans, C.W. van Hasselt, J. Stolk, Cokart, Bertram, Pauls en de Roodt. Zittend: Kampscheur, C. v/d Ende, G. Stok, Weinthal en J. Timmermans.

Het was in eerste instantie de hoge en middenklasse die tijd en geld had om sport te beoefenen. Dat blijkt ook uit de eerste sport: het cricket. De NRC van mei 1888 meldt al een overwinning van Sparta op Achilles met 45 runs. Met een pas verworven lederen bal speelden de jonge Sparta-leden op het terrein dat was gelegen op het Noordereiland, westelijk van het Burgemeester Hoffmanplein. Daar oefenden zij alleen maar en speelden onderlinge partijtjes even later gevolgd door wedstrijden tegen andere clubjes. In maart 1890 sloot Sparta zich aan bij de Nederlandsche Voetbal en Atletiek Bond, de voorloper van de huidige KNVB. Hoe eenvoudig het er in competitievorm aan toeging staat in het verslag van het maandblad van de Nederlandsche Sport uit december 1892.

‘Sparta speelt een uitwedstrijd tegen Quick Amsterdam dat nog steeds geen latten over den goal heeft terwijl de kosten werkelijk toch niet zo hoog zijn. Het Sparta team kwam met 10 spelers op het zwaar besneeuwde veld in Amsterdam in actie omdat ener speler door de winterse situatie niet uit Scheveningen wist te vertrekken. De wedstrijd werd met 1-3 gewonnen onder leiding van onder andere uw verslaggever als grensrechter. De Spartanen waren door Quick allerhartelijkst ontvangen zo vermeld het weekblad en de wedstrijd werd in de beste verstandhouding gespeeld en de Quick spelers waren niet die onvriendelijke menschen waar voor men hen de laatste tijd uitmaakten’. Quick uit Amsterdam opgericht op 13 maart 1889 speelde zijn eerste wedstrijd in 1891 en werd in 1907 ontbonden.

1892: Hoogste score ooit.

De thuiswedstrijd Sparta – AFC Quick 1890 op 18 december 1892 brengt een absurd hoge scorebord namelijk 17-0. De eerst volgende thuiswedstrijd tegen Go Ahead uit Wageningen trekt 1500 toeschouwers. Het is een belangrijke match want beide teams maken aanspraak op het kampioenschap. Het werd de enige 2-4 verliespartij in de 2e klasse . De uitwedstrijd in februari wordt met 0-2 gewonnen, waardoor de ploegen gelijk eindigen en beide promoveren naar de hoogste landelijke klasse. Dat jaar won HFC uit Haarlem voor de tweede maal de officieuze Nederlandse voetbaltitel.

Februari 1893 opstelling bij Go Ahead-Sparta 0-2.

1898: Strijd om de eerste officiële Nederlandse voetbaltitel.

Sparta formatie. Afbeelding vermoedelijk uit 1897. Helaas ontbreken de spelersnamen. Kick uitgevers.

In de westelijke 1e klasse toont RAP uit Amsterdam zijn superioriteit maar Sparta is in staat is thuis de latere landskampioen op een gelijkspel 1-1 te houden en op een tweede plek eindigt. Het seizoen 1897-1898 is een historische jaargang, want voor het eerst is er een landskampioen. Die eerste titel gaat naar RAP, dat dan midden in zijn kort maar hevige glorieperiode zit. Grote man in de finale tegen Vitesse is 20-voudig cricket-international Julius Heinrich ‘Pick’ Hisgen, die alle vier treffers maakt voor de Amsterdammers. Op het neutrale Hercules terrein te Utrecht is de einduitslag 4-2. De initialen van R.A.P stond voor RUN, Amstels en Progress.

Clubicoon Cees van Hasselt: Liefhebber van voetbal en kunst

Cornelis Wilhelmus (Cees of Kees) van Hasselt is geboren te Rotterdam op 5 oktober 1872. Hij begon zijn sportcarrière bij Sparta en staat op een elftalfoto uit 1893. Over zijn kwaliteiten als linksachter is weinig bekend des temeer over zijn rol als trainer. Van 1905 tot 1908 is hij de eerste bondscoach van een Nederlands elftal dat uitsluitend uit spelers uit Zuid-Holland bestond . Omdat de première interland in 1901 tegen België nog niet onder de vleugels van de Nederlandse voetbalbond werd gespeeld geld deze als officieus.

30 april 1905. Achterste rij: trainer Kees van Hasselt, Bok de Korver, Guus Lutjens, de Belgische official Paul Havenith, Ben Stom, Dolf Kessler, Peet Stol, Eddy de Neve, grensrechter Bep Willing. Voorste rij: Reinier Beeuwkes, Karel Gleenewinkel Kamperdijk, Rein Boomsma, Dirk Lotsy, Willy de Vos.

Op 30 april 1905 werd de eerste officiële interland gespeeld, andermaal tegen België met Van Hasselt als trainer. Na negentig minuten was de stand 1-1, waarop verlengd werd. Oranje won de wedstrijd uiteindelijk met 4-1. Grote man was Eddy de Neve, die alle vier de Nederlandse goals maakte. De Belgische tegentreffer was een eigen doelpunt van Ben Stom. Van Hasselt leidde Oranje elf keer. Onder zijn leiding werd zes keer gewonnen en vijf keer verloren. Alle wedstrijden waren vriendschappelijk, achtmaal was België de tegenstander. Toen Oranje in 1908 aan de Olympische Spelen in Londen zou meedoen, achtte de (K)NVB de tijd gekomen voor een ervaren Engelse trainer. Van Hasselt ruimde het veld en werd opgevolgd door Edgar Chadwick. Overigens wordt deze door een aantal voetbalexperts ook wel beschouwd als de eerste bondscoach; zij zien in Van Hasselt meer een goedwillende amateur dan een echte coach.

1945: Uitreiking Zilveren Bal aan Kees Krijgh aanvoerder van BVV door Kees van Hasselt. BVV Den Bosch – DFC Dordrecht 4-1. Foto: Harry Pot / Anefo
C.W. van Hasselt

Naast zijn werkzaamheden in de sport zo was hij commissielid van de fameuze Zilveren bal commissie en was Van Hasselt ook op allerlei andere terreinen actief. Na de Eerste Wereldoorlog begon hij, samen met zijn zoon Johannes Hendrikus, de kunsthandel “Huize van Hasselt”. Zij organiseerden de eerste tentoonstelling van de progressieve Rotterdamse kunstenaarsgroep “De Branding” en besteedden ook veel aandacht aan moderne Duitse kunst. Cees van Hasselt overleed op 16 januari 1951 aan de gevolgen van een maagbloeding. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk. In 1999 werd een straat in Rotterdam naar hem genoemd, de Kees van Hasseltstraat in de nieuwbouwwijk Nieuw Terbregge.

Invloed op de (K)NVB

Het bestuur van de Nederlandse Voetbalbond bestond destijds grotendeels uit Spartanen. Behalve als innovator stond Sparta ook bekend als een club die soms lastig was. Zo trok men zich in 1897 tijdelijk terug uit de competitie vanwege de vermeende partijdigheid van de scheidsrechters. Vanaf 1901 werd door Sparta wedstrijden om de Zilveren Bal georganiseerd (destijds het belangrijkste ‘bekertoernooi’). Door een beter doelsaldo wordt Sparta voor het eerst de trotse bezitter in haar nog prille bestaan. In 1907 verschijnt het eerste maand editie van het clubblad ‘De Spartaan’. Het vermeld dat Sparta dat seizoen 1906/1907 in de 1e klasse West op een magere derde plaats van onderen eindigt.

Een sterke selectie gaat voor het allerhoogste

1909. 1e landskampioenschap: In willekeurige volgorde: Boerdam, Eshuijs, de Groot, Konert, de Korver, v d Meulen, C. Nieuwenhuizen, W. Nieuwenhuizen, Ruffelse, Teschmacher en v d Wolk.
Casperius Wilhelm Ruffelse: Achtvoudig international.

Een paar jaar later ziet het voetbal er een stuk beter uit. Naast de legendarische aanvoerder Bok de Korver en Cas Ruffelse zijn de nieuwkomers Huug de Groot en Piet van der Wolk de voornaamste steunpilaren. In het seizoen 1908/1909 zou Sparta meestrijden om het landskampioenschap. Allereerst wordt Sparta kampioen in de 1e klasse West. Op 2 mei wordt in de laatste wedstrijd HFC uit Haarlem met 5-0 verslagen. Het doelgemiddelde van het gelijkstaande Haagse HVV is dan in Spartaans voordeel. Daarna volgen er de wedstrijden tegen de kampioen van de 1e klasse Oost, Wilhelmina uit Den Bosch.

17 mei 1909: Nieuws van de Dag

De Bossche formatie werd twee keer afgedroogd met 2-6 uit en met 4-1 thuis, door onder meer 4 doelpunten van De Groot en 3 goals van Ruffelse. Sparta is voor de eerste keer landskampioen. Tijd om ter gelegenheid van de festiviteiten de Sparta Marsch, het oudste clublied van Nederland te componeren. Tekst: J. Wolf, muziek: Jac. Blazer In de jaren die volgen tot aan 1915 levert Sparta het beste elftal van Nederland.

De landskampioenschappen rijgen zich aaneen met uitzondering van 1910 en 1914. Deze periode wordt ook wel de Gouden Periode genoemd. Het sportterrein ligt aan de Prinsenlaan en wordt rijk bezocht. Tegenstanders op weg naar de landstitel in die jaren zijn G.V.C. “Go Ahead – Victoria Combination” uit Wageningen alsook Vitesse uit Arnhem. Beide teams, kampioen van afdeling oost, werden tot tweemaal toe verslagen in een dubbel.

Clubicoon Bok de Korver: Levensgenieter, lui en eigenzinnig.

Johannes Marius de Korver werd in 1883 geboren aan de Oude Binnenweg 91 in Rotterdam, als tweede zoon van pakhuisknecht Engelbertus de Korver en huisvrouw Johanna van Ooijen. Zijn ouders waren in 1879 uit Den Haag verhuisd en openden twee jaar na de geboorte van Jo, zoals hij binnen het gezin werd genoemd, een winkel in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen aan de Kruiskade. Op de plaats van de kleine winkel staat nu het Hilton Hotel. Hij is misschien wel de beste voetballer die Sparta ooit gekend heeft. De stopperspil werd maar liefst vijfmaal kampioen met de Kasteelclub.

Hij schreef zich pas op 17-jarige leeftijd in bij voetbalclub Constantia, dat later zou opgaan in de club Volharding. In 1902 werd de spelmaker aangenomen bij stadgenoot Sparta. Direct al zagen velen in hem een groot talent. Hij zou dat absoluut gaan waarmaken. Bok de Korver speelde een cruciale rol in de succesvolle jaren die zouden volgen bij de club. Hij was een natuurlijke leider en letterlijk en figuurlijk de spil van het elftal. Al op 20-jarige leeftijd droeg De Korver de aanvoerdersband. Op 1 mei 1905 speelt hij zijn 1e officiële interland. België-Holland.

1 mei 1905: Algemeen Handelsblad

De Rotterdammer was ook basisklant bij de eerste officiële wedstrijd op 30 april 1905 van het Nederlands Elftal. In Antwerpen werd België met 1-4 verslagen, dankzij vier goals van Eddy de Neve. Een maand later op 14 mei werd de eerste thuiswedstrijd door Nederland gespeeld.

Op het Sparta Sportpark Schuttersveld werd het een 4-0 overwinning tegen opnieuw België. Het allereerste thuisdoelpunt in de geschiedenis is gemaakt door Bok de Korver. Uiteindelijk speelde hij 31 interlands, waarin hij twee keer scoorde. Na zijn carrière bleef De Korver actief bij zijn club. Tot 1944 was hij bestuurslid technische zaken. Ook was hij namens de Liberale Vrijheidsbond lid van de gemeenteraad en werd hij hoofd van de afdeling sport & recreatie van de gemeente Rotterdam.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is BokdeKorver.jpg

De Korver stond bekend als een beschaafde en kalme gentleman met een aristocratische uitstraling, die zelden een overtreding maakte en een overwinning nooit uitbundig vierde. Zelfs op het toppunt van zijn roem relativeerde hij zijn kwaliteiten, en de eventuele prijzen die hij kreeg werden gauw opgeborgen. Volgens De Korver diende een tegenstander niet te worden verslagen door middel van fysieke kracht, maar door snelheid en technische en tactische kwaliteiten. Tegelijkertijd was hij wars van tactiek besprekingen; de Rotterdammer wilde vooral “gewoon lekker voetballen”. Ook deed hij nooit mee aan trainingen, aangezien deze in zijn optiek onsportief waren: niet iedere voetballer had evenveel tijd en kans om te trainen, en dus zou hij in het voordeel zijn geweest tegenover zijn tegenstander als hij er wel aan meedeed.

In zijn beginperiode deed hij nog aan gymnastiek en liep hij af en toe enkele rondjes om het veld, maar intensief meetrainen met de rest van de selectie was aan hem niet besteed. Hoe De Korver aan zijn bijnaam ‘Bok’ kwam blijft in nevelen gehuld. Het vermoeden is dat het verwijst naar zijn harde manier van koppen of zijn koppigheid en onverzettelijkheid. Ondanks zijn sportieve kwaliteiten leefde de verdediger niet uitzonderlijk gezond. In de rust van een wedstrijd rookte hij geregeld een sigaret om tot rust te komen, en ’s avonds dronk hij regelmatig enkele borreltjes. Ook vroeg naar bed gaan vond hij ongepast en vooral ongezellig.

1923: Het afscheidt is nakende.

We schrijven het seizoen 1921/1922 als Sparta teruggevallen naar de 2e klasse, een aarzelende start kent. De tweede helft van het seizoen is Sparta duidelijk de sterkste. Voor toenemende toeschouwersaantallen wordt het kampioen met zeven punten voorsprong op Quick, ’t Gooi en ZFC. Promotie naar de 1e klasse is het gevolg. Na het feest krijgt Bok de Korver een levensgevaarlijke longontsteking, waarvan hij ternauwernood herstelt. De 39-jarige Bok beslist na zijn verblijf in het ziekenhuis te stoppen met voetbal. Zijn laatste laatste officiële wedstrijd wordt op 18 maart 1923 tegen Feijenoord. Hij was toen 40 jaar en in de stadsderby werd rivaal met 1-0 verslagen.

Bok de Korver - Wikipedia

Als blijk voor zijn verdiensten werd De Korver benoemd tot erelid van de KNVB. Niet dat hij daar erg van onder de indruk was. Bok de Korver was wars van officiële besognes. Hij hield niet van huldigingen. Die vond hij maar overdreven. Zijn eigenwijze houding ten opzichte van het trainen kostte Bok een paar keer een plaats in het Nederlands elftal door een schorsing van Oranje-bondscoach Kees van Hasselt. De Korver was ontegenzeglijk de beste en meest populaire voetballer van het land in zijn tijd. Hij had zo zijn eigen opvatting over betaling. In een interview liet hij zich ooit ontvallen niet tegen professionalisme te zijn: “Wat is er tegen dat een voetballer 25 of 50 gulden betaald krijgt voor een wedstrijd ? “Het voetbal is zo’n groot kijkspel geworden dat iemand, die voor een zeer talrijk publiek optreedt, er best wat aan verdienen mag.” Deze opvatting was zeker in die tijd een progressieve gedachte.

Zoon John speelde ook nog een aantal jaren bij Sparta. Ook hij droeg de aanvoerdersband bij de Kasteelclub, al was al snel duidelijk dat hij nooit in de voetsporen kon treden van zijn illustere vader. De Korver junior werd als dwangarbeider naar de Birma-spoorlijn gestuurd, waar hij koorts kreeg en uiteindelijk aan malaria kwam te overlijden. De dood van zijn zoon raakte Bok diep: hij werd depressief en trok zich terug uit het openbare leven. Na zijn pensioen in 1948 leefde De Korver met zijn vrouw Henriette een teruggetrokken bestaan in zijn huis aan het G.W. Burgerplein. Wel bleef hij een frequent bezoeker van de wedstrijden van Sparta.

In de geest van Bok de Korver.

Bok de Korver overleed in 1957 op 22 oktober aan een longontsteking op 74-jarige leeftijd. Sportief Nederland was in rouw vanwege de dood van een groot sportman. Ook na zijn dood was de invloed van De Korver op het Nederlandse voetbal nog merkbaar. Hij wordt beschouwd als een van de clubiconen van Sparta, en ter ere van hem werd op 1 april 2007 de tribune aan de westzijde van Het Kasteel, herdoopt tot Bok de Korvertribune. Stadsdichter Jules Deelder, tevens supporter van de club, verrichtte de opening met het voordragen van zijn gedicht Spartageest, dat begint met de woorden: ” Als de geest van Bok de Korver zich warm loopt langs de lijn”. De 75-jarige dichter en schrijver Deelder miste geen thuiswedstrijd van zijn favoriete club en kwam sinds 1949 op Het Kasteel. Hij was een ras Rotterdammer, geboren op 24 november 1944. In het werk van Deelder kwam zijn geliefde voetbalclub ook vaak terug. Zo schreef hij onder andere over Bok de Korver en Tonny van Ede. Op de verjaardag van Deelder, speelde Sparta tegen Vitesse en werd de dichter uitgebreid in het zonnetje gezet. Hij werd uitgeroepen tot lid van verdienste en zijn club speelde met een speciale Deelder-aanvoerdersband.

In het ‘Spartaans gedicht’ refereert hij ook aan dood en de onsterfelijkheid van Sparta. Hij is overleden op 19 december 2019 te Rotterdam.

1914/1918: Voetballen tijdens de 1e wereldoorlog.

De 1e wereldoorlog, bereikt Rotterdam en het neutrale Nederland weliswaar niet, maar zijn tentakels wel en snel ook. De spanning was voelbaar in het land bang als men was dat de omringende landen onze neutraliteit niet meer zouden respecteren. Ook economisch ondervind Nederland de gevolgen. De prijzen stijgen en de werkgelegenheid daalt als de druk van het wapengekletter vlakbij de grens toeneemt. In het land gaat de bevolking massaal naar de kantoren van de kranten; niet om voetbaluitslagen te zien, zoals kort daarvoor nog het geval is, maar om in de etalages de nieuwste onheilspellende berichten te lezen. 

Lopende het seizoen 1914/1915 werden veel mannen opgeroepen voor het leger waardoor er een noodcompetitie moest worden gestart. De 1e klasse West, waarin Sparta uitkomt, wordt uiteindelijk in oktober weer hervat. Elftallen zijn danig verzwakt, want verloven worden er tijdens die eerste periode van de mobilisatie nauwelijks uitgedeeld. Soms speelt sterspeler Bok de Korver mee, als hij verlof krijgt maar vaker niet want hij is gelegerd in Leerdam. De tien verenigingen die de strijd aangaan met Sparta, (K)HFC, HVV, HFC Haarlem, UVV, DFC, VOC, Hercules, HBS en Quick. Sparta sleept de titel in de afdeling binnen met grote overmacht. Aan het einde van het seizoen wordt gespeeld om een gemankeerde landstitel. Er zal slechts gespeeld worden tussen de kampioenen van het westen en het oosten. Het zuiden doet noodgedwongen niet mee omdat het grenst aan oorlogsgebied.

Afbeeldingsresultaat voor sparta kampioen 1915
23 mei 1915: Sparta- Vitesse 4-1.

De winnaar van de 1e klasse West Sparta moet een dubbel spelen tegen Vitesse winnaar 1ee klasse Oost. Na een 2-1 verlies in Arnhem volgde een 4-1 winst in Rotterdam waardoor een beslissingswedstrijd noodzakelijk is. Op 6 juni 1915 wordt er in Amsterdam om de algehele landstitel gespeeld door een minimale selectie. Zonder de afwezige Bok de Korver en de latere geblesseerde Huug de Groot leveren de Spartanen echter goed werk af tegen Vitesse Arnhem. Door doelpunten van Borgh tweemaal en Ruffelse wordt er met 3-0 gewonnen. Op ruim honderd kilometer van de Nederlandse grens woedt de 1e wereldoorlog in alle heftigheid. De ons omringende landen België, Duitse Keizerrijk, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn in een gruwelijke loopgravenoorlog gewikkeld. Het meest dramatische voltrekt zich tijdens de slag om Ieper.

1916: Het Kasteel op Spangen.

In oktober 1916 wordt het Kasteel op Spangen in gebruik genomen vlakbij de plaats waar in de dertiende eeuw het Slot “Spangen” heeft gestaan. Het werd gebouwd in de traditionele stijl naar ontwerp van de Rotterdamse architecten J.H. de Roos en W.F. Overeijnder. De gemeente wilde met het beschikbaar stellen van de grond voor de bouw van het stadion, positieve invloed uit oefenen op de kwaliteit van de (latere) bebouwing van de wijk Spangen.  Tot de opening van Het Kasteel spelen clubs in Nederland op gewone velden met kleine tribunes er omheen. In deze tijden van crisis, weinig handel in de haven, hoge voedselprijzen en mobilisatie verrijst echter in een lege polder bij Rotterdam het eerste echte voetbalstadion van Nederland. Sparta wordt de bespeler die voordien speelt op Het Schuttersveld in Crooswijk en op een veld aan de Prinsenlaan. Langs de lijn kunnen 12.000 toeschouwers een plaats vinden. Aan de oostkant staat op de lange zijde een muziektent. De openingswedstrijd tegen kampioen Willem II wordt met 1-0 gewonnen.

Helaas is de bereikbaarheid van het nieuwe stadion slecht, want de meeste bezoekers moeten met een pontje de Schie worden overgezet. Daarnaast ligt het stadion in een verder lege omgeving, want met de bouw van de arbeiderswijk kan pas in 1919 worden begonnen. Stond 1916 in het teken van de vooruitgang met de verhuizing naar Spangen, sportief echter doet Sparta in de jaren hierna een stap terug.

Voetbal voor en na de 1e wereldoorlog.

Hoe ridicuul ook, het Nederlandse voetbal heeft veel te danken aan de 1e wereldoorlog. Precies honderd jaar geleden veranderde deze van een elitesport in de belangrijkste volkssport van ons land. Vóór de oorlog werd voetbal vooral in de steden in het westen van het land gespeeld door jongens uit de hoogste sociale milieus. Ná de oorlog waren er clubs in heel Nederland. Voetbal ontplooit zich als een volkssport.

Het voetbal ging door met vier verschillende landskampioenen: Sparta in 1915, Willem II in 1916, Go Ahead in 1917 en Ajax in 1918. Het boek “Voetbal in neutraal Nederland.”

Vooral de snelheid waarmee de katholieken zich op het voetbal hebben gestort is adembenemend. Maar liefst 2800 nieuwe verenigingen in slechts 25 jaar worden ondergebracht bij de Roomsch-Katholieke Federatie . Nederland was in die tijd een verzuild land met eigen leefwerelden voor christenen, katholieken, socialisten en de liberalen, zelfs in het voetbal speelde dit. Vóór 1900 was er ten zuiden van Helmond (Brabant) nog geen enkele voetbalclub. Het was voor de religieuze leiding zaak om de achterban te organiseren binnen eigen gelederen. Immers, contacten met niet katholieken lees: heidenen/goddelozen/socialisten moest zo veel als mogelijk voorkomen worden. Voetbal wordt vooral vanuit de parochies gepropageerd, want voetbal zo ontdekte men was een uitstekend middel om de eigen jeugd te bereiken en aan zich te binden. 

Bij deze voetbalrevolutie speelde ook het leger een doorslaggevende rol. Hoewel Nederland neutraal bleef, werd door die oorlog duidelijk dat soldaten naast discipline een goede conditie moesten hebben. Er kwamen militaire voetbalcompetities. De militaire opperbevelhebber gaf het bevel aan officieren om de voetbalbond zoveel mogelijk te steunen. Voetbal was een staatsbelang geworden.

De oudste filmbeelden van een Nederlandse competitiewedstrijd.

In 1921 won Sparta Rotterdam de uitwedstrijd tegen Haarlem met 1-2. Maar liefst 2.000 Rotterdammers waren naar Haarlem gekomen om Sparta te steunen, want bij verlies zou de club degraderen. De supporters zaten in dertig vrachtauto’s, eigen auto’s en soms zelfs op de fiets. De plaatselijke bevolking stond verbaasd langs de weg de stoet gade te slaan. Deze wedstrijd is de oudste Nederlandse competitiewedstrijd waarvan er nog filmbeelden zijn. Bron: Geschiedenis.vpro.nl

1922: Overgangsproblemen ?

In 1922 kennen de rood-witten in de overgangsklasse startproblemen. Sparta werd door de NVB berispt vanwege een dreigende houding van het publiek bij Sparta-ZFC. Men was boos op de scheidsrechter, die twee strafschoppen aan ZFC geeft, dat daardoor een 2-0 achterstand inloopt. De berisping werd omgezet in een voorwaardelijke straf omdat ook de NVB toegeeft dat de arbiter niet bekwaam genoeg was. De tweede strafschopgoal wordt door de protestcommissie teruggedraaid, zodat vanachter de tafel Sparta alsnog wint.

15 april 1922 .’Het Volk’ dagblad van de arbeiderspartij.

Tegen het einde van het seizoen is Sparta duidelijk de sterkste. Voor een toenemend aantal toeschouwers wordt het kampioen voor Stormvogels uit IJmuiden, Quick uit Den Haag, ’t Gooi uit Hilversum en ZFC Zaandam.

1925: Het eerste Sparta kampioenschap sinds…

De opwaartse trend zet in het seizoen 1924/1925 door. Voor het eerst na 1916 valt op het Kasteel weer een kampioenschap te vieren. In de 1e klasse west passeert Sparta in de laatste wedstrijd Feijenoord dat thuis van het zwakke ASC Oestgeest verliest terwijl Sparta in Hilversum concurrent ’t Gooi met 2-3 verslaat. Ok Formenoy scoort van de totale club productie meer dan de helft t.w. 22 doelpunten. Het landskampioenschap wordt echter niet behaald want in de nacompetitie eindigt Sparta achter landskampioen HBS uit Den Haag en NAC Breda als derde. Bij de eerste wedstrijd van de eindronde doet zich het vreemde verschijnsel voor dat Sparta op dezelfde dag thuis tegen NAC moet spelen en er tegelijk een bekerwedstrijd uit tegen Feijenoord geprogrammeerd staat. Naar Rotterdam-zuid stuurt de club dan het tweede dat met 5-0 klop krijgt. Het eerste verliest overigens ook met 0-2 van NAC.

Halverwege het seizoen 1925/1926 wordt Sparta in de media al bijna naar het kampioenschap geschreven. Zeker als de Rotterdammers begin februari het uitduel tegen Stormvogels met 4-0 wint. In punten staan beide teams nog wel gelijk, maar Stormvogels heeft nog lastige uitduels te spelen. Ook VOC doet aanvankelijk mee in de titelstrijd, maar is te slordig. Sparta pakt daarna een voorsprong op Stormvogels, maar loopt zelf ook schade op bij ‘t Gooi, waardoor de thuiswedstrijd tegen de club uit IJmuiden plotseling van essentieel belang is. In een kwalitatief matig duel wint Stormvogels verdiend, waardoor het de titel voor het grijpen heeft en dat doet het ook. Op bezoek bij ‘t Gooi neemt de ploeg al snel een 2-0 voorsprong en hoewel het na rust nog even spannend wordt houdt Stormvogels stand en pakt na 1924 de tweede afdelingstitel.

Ray Wilson

Het seizoen 1927/1928 levert Sparta een fraaie tweede plaats op achter stadsgenoot Feijenoord echter wel op respectabele achterstand van acht punten. Opvallend was de moeite die Sparta had met de geel-zwarten selectie uit Hilversum. ’t Gooi- Sparta 5-0 en Sparta – ’t Gooi 1-1. Een jaar later is Sparta dan toch weer het stralende middelpunt van de 1e klasse West met een mooi kampioenschap. In de nacompetitie zijn de clubs min of meer aan elkaar gewaagd. Het is PSV die landskampioen wordt. Opnieuw ruikt Sparta in 1930/1931 het kampioenschap maar is het concurrent Feijenoord die de titel pakt met één punt voorsprong. Het blijkt dat Sparta haar punten vooral thuis verliest tegen lager geplaatsten zoals Blauw-wit, KFC en VSV.

1931/1932: Staand. J. Oostlander, W. Schut, W. van Zwieteren, G. van de Berg, J. Warberton en J. Cohen. Zittend. H. Voormolen, R. Wilson, Ok Formanoy, S. de Blanc en J. de Jong. Batco serie

De crisisjaren en de terugval van de Spartanen.

Ok Formanoy

In tegenstelling tot vorig seizoen worden nu in 1931/1932 zeven uitwedstrijden verloren maar door een grootse eindspurt van vier achtereenvolgende zeges eindigt Sparta uiteindelijk in de middenmoot. Dit verhult wel dat het slechts drie punten voorstaat op degradant het Haagse HVV. Het is het begin van een mindere periode. Het lijkt wel of Sparta zich spiegelt aan de crisisjaren in de economie.

Ingekleurd spelmoment 8 januari 1933: Xerxes-Sparta 4-1.

In het nieuwe seizoen 1934/1935 voert Sparta als eerste in Nederland het stopperspilsysteem in . De stopper is John de Korver, zoon van Bok. Het systeem is succesvol, want in februari staat Sparta 5 punten los. Na een vorstperiode en een ongelukkig verlies tegen het Schiedamse Hermes DVS sluipt er twijfel in de ploeg. Het gebrek aan zelfvertrouwen steekt weer de kop op. Sparta wint nog slechts één keer en eindigt als derde, vier punten achter Ajax dat juist wel een geweldige eindsprint heeft. 

Ten tijde van de 2e wereldoorlog

De troepen van Adolf Hitler wierpen op 14 mei 1940 ruim 150 bommen af op Rotterdam. Bijna negenhonderd mensen kwamen om het leven en 80.000 mensen raakten dakloos door het bombardement en de vuurzee die volgde. Met het bombardement op de stad dwongen de Duitsers, aan het begin van de 2e wereldoorlog, Nederland om te capituleren. Voetbal bleef in Nederland mede onder druk van de bezetter gewoon doorgaan, het werd zelfs nog veel populairder dan voorheen. Tijdens de 2e wereldoorlog verdubbelde het bezoek aan voetbalwedstrijden, hoewel verzetsbladen soms tot een boycot opriepen. Ook ondergedoken joden bezochten wedstrijden. Kennelijk was er naast de onderdrukking ook behoefte aan ontspanning. De Duitsers wilden niets liever dan dat alles zo ‘gewoon’ mogelijk zou zijn. Zij verplichten de NVB om alle competities te gaan coördineren. De katholieke bond en anderen moesten hun zelfstandigheid inleveren en opgaan in de NVB.

Op 27 september 1941 werd het bord ‘Verboden voor joden’ over de volle breedte van de hoofdingang van het Kasteel aangebracht. Simon de Winter, een van oorsprong Nederlandse jood die nu in Israël woont, ging in april 1944 als kind van twaalf jaar naar de kampioenswedstrijd tussen HVV en Neptunus op het Rotterdamse Spangen. Hij was fan van Neptunus. Kinderen hadden geen persoonsbewijs nodig. Tijdens de wedstrijd hield de landwacht echter plotseling een razzia. De tribunes werden afgezet. Ongeveer 80 joodse leden van Sparta moesten verplicht hun lidmaatschap beëindigen. Een plaquette bij het Kasteel herinnerd aan de vele joden die zijn omgebracht. Op Voetbalmonument zijn de clubleden terug te vinden die het slachtoffer zijn geworden van de Duitse waanzin.

De Zilveren bal.

In de naoorlogse jaren is Sparta verre van imponerend. Is er helemaal niets te vieren? Jazeker wel is het antwoord want vele malen wordt het toernooi om de Zilveren Bal, het belangrijkste bekertoernooi van Nederland door de Spartanen gewonnen. Zoals in het bekerseizoen 1957/1958. De Zilveren Bal was in de eerste helft van de 20e eeuw een voetbaltoernooi dat jaarlijks voorafgaand aan elk seizoen in Rotterdam werd gehouden. Daarvoor werden de top van de 1e en 2e klasse uitgenodigd.

Sparta kijkt weer omhoog

Pas in het seizoen 1951/1952 in de reguliere competitie gloort er weer hoop en eindigt Sparta op een voortreffelijke tweede plaats in de 1e klasse D achter kampioen Hermes DVS. Destijds waren er vier gelijkwaardige klassen. De weg omhoog lijkt ingezet want in 1952/1953 weet Sparta weer een triomf te behalen. In de laatste wedstrijd tegen stadsgenoot Excelsior werd met een 1-0 winst en één punt voorsprong de rood-witte kampioenvlag gehesen.

Sparta mag nu strijden om het algeheel Nederlands kampioenschap. Aan deze kampioenscompetitie deden de kampioenen mee uit de vier 1e klassen. RCH uit Haarlem kampioen van de 1e klasse A, Vitesse Arnhem van B, Sparta van C en Eindhoven van D. Bovenaan eindigden RCH en Eindhoven met zeven punten. RCH won de extra match van Eindhoven met 2-1 en werd daarmee landskampioen. Sparta pakte met een derde plek het ‘brons’.

Boven: In het midden Keeper Wim Landman uiterst rechts Rinus Terlouw en beneden uiterst links Tonny van Ede

1954: Start prof-voetbal in Nederland

In 1954 staat Sparta mede aan de basis van het betaaldvoetbal. Als de voetbalcompetitie begint zijn er twee bonden actief. Naast de vier 1e klassen van de KNVB waar inmiddels minimale vergoedingen zijn toegestaan gaat er in september ook een competitie van start met 10 teams bij de NBVB. Bij deze bond, ook wel de ‘wilde’ bond genoemd, worden de spelers beter betaald.

NBVB voorzitter Gied Joosten en KNVB vice voorzitter Hans Hopster zetten de handtekening voor één prof-competitie.

Vertegenwoordigers van Sparta, Feijenoord, Excelsior en ADO zetten in een historische vergadering in september het bestuur van de KNVB onder druk. Gesteund door de publieke opinie en de media laakten zij de conservatieve houding. De KNVB ging op 25 november 1954 overstag en daarna is betaald voetbal in Nederland een feit. Sparta begint de competitie 1954/1955 op 26 november met een nederlaag tegen Brabantia in Eindhoven met daarna een lange serie gelijke spelen. Na de eerste zege, een 3-6 in Heerenveen klimt de ploeg gestadig op tot een tweede plaats in haar afdeling maar elf punten achter PSV. In de nacompetitie wordt Willem II de eerste betaaldvoetbal landskampioen.

Clubicoon Rinus Terlouw: Stoer, wilskrachtig en onverschrokken.

Rinus is geboren op 16 juni 1922 te Capelle a/d Ijssel. Hij mocht als jongetje uit een gereformeerd dorp niet op voetbal. Als in een mooi voetbalsprookje wasten de buren zijn kleren, zodat hij stiekem toch bij De Zwervers kon spelen. In 1945 maakte Rien de overstap naar DCV uit Krimpen a/d IJssel. Bij die tweedeklasser debuteerde hij op 18 april 1948 voor het Nederlands elftal. Tegen België werd het een 2-2 gelijkspel. Rinus zou tijdens die 2e klasse periode negen interlands spelen wat uniek is in de voetbal historie. In de zomer van 1949 ging Rinus, inmiddels inkoper van scheepswerf Van der Giessen, spelen voor Sparta. In samenwerking met de elegante keeper Wim Landman leverde de krachtige linksbenige stopper de Rotterdamse ploeg de reputatie van onneembaar bolwerk. Door journalist Herman Kuiphof getypeerd als : ” The Beauty and the Beast”.

DCV speler Rinus Terlouw. Staand 2e van rechts. DCV uit Krimpen aan de Ijssel.

Rinus Terlouw was als verdediger schier onpasseerbaar gelijk een granieten rots. Hij was het die het Nederlands elftal bij de hand nam toen het tijd was voor het moderne Engelse stopperspilsysteem. De interlands Holland-België werden vereenvoudigd tot botsingen tussen de robuuste redder der natie, Rinus Terlouw, en de sluwe Belg Rik Coppens of goalgetter Jef Mermans. Terlouw was een uitstekend speler die opviel in tijden van verschraling van het Nederlandse voetbal. Het uitblijven van profvoetbal had zo zijn effecten. In de jaren voor de invoering van betaald voetbal zochten vele topspelers voor het geld hun heil in het buitenland. Rinus speelde vier en dertig interlands voor Oranje en kreeg in Cor van der Hart een waardig opvolger.

In Rotterdam hebben ze het nu nog over die ene wedstrijd van 1957 tegen DOS. Waarin ‘IJzeren Rinus’ Sparta-aanvoerder van beton ook maar een mens bleek te zijn met een achilleshiel. Het is de Amerikaanse actrice Jayne Mansfield die op bezoek in Nederland de aftrap mocht verrichtten bij de wedstrijd op het Kasteel tussen Sparta en DOS Utrecht. Voor een vol stadion met flitsende camera’s kuste de hoogblonde filmster Jayne Mansfield, Rinus Terlouw op de middenstip vol op de mond. Het werd al snel duidelijk hoe Rinus zich daarna voelde. Want de geblokte speler wist geen bal meer te raken. Jules Deelder: “Met eigen ogen kon ik constateren dat er van de roemruchte borstomvang van Miss Mansfield geen centimeter gelogen was, haar gemoed stak royaal over de punten van haar schoeisel heen, terwijl de mode dat jaar juist héle puntige schoenen dicteerde. Nadat de Pin-Up, enigszins belemmerd door haar ultra-nauwe kokerrok, op kokette wijze de bal aan het rollen had gebracht en het veld had verlaten, zag zij Sparta na een kwartier door Bosselaar met een klimmend schot de leiding nemen. Vervolgens ging een ontketend DOS, met een waarlijk briljante Tony van der Linden, die Terlouw alle hoeken van het veld liet zien, met maar liefst 7-1 zegevieren.” aldus Jules Deelder.

Sparta leed tegen DOS de grootste thuisnederlaag in jaren. De Rots, schreef journalist Herman Kuiphof, was die dag van bordpapier. In 1958 beëindigde Terlouw zijn carrière en zag in Jannie Schilder uit Volendam een voortreffelijke opvolger. De voetbalman Terlouw hield op te bestaan. Hij vond zijn rust binnen de Gereformeerde Gemeente van Nieuwerkerk aan den IJssel en liet zich nooit meer rond het voetbalveld zien. Met het overlijden van Rinus Terlouw op 16 december 1992 in zijn geboortedorp Capelle a/d Ijssel verdween één van de meest karakteristieke voetballers van ons land.

1956 scorebord Sparta – Eindhoven 6-0

Sparta veerde op en wordt in 1956 kampioen van de hoofdklasse A door een 1-0 overwinning in de laatste wedstrijd op Limburgia uit Brunssum. Het was een bikkelharde wedstrijd met veel blessures met een spanning die te snijden is. In de eerste helft werd er niet gescoord ondanks de soms weergaloze Tonny van Ede. ( Lees het gedicht ‘De Schicht’). De tweede helft was vijf minuten jong toen opnieuw van Ede gevaarlijk was en een bal op de lat kopte. Benninghof was alert en schoof de winst binnen. In de nacompetitie om het landskampioenschap weten de Spartanen van de zes ‘dubbels’ tegen Rapid JC uit Kerkrade, NAC Breda en Elinkwijk uit Zuilen er één te winnen. Nederlands kampioen wordt NAC na een extra match tegen Rapid JC.

1955/1956. Sparta kampioen hoofdklasse A: Boven: Reserve, Verhoeve, Visser, v Dijk, Hans de Koning, Rinus Terlouw, Schop en trainer Denis Neville. Onder: Tonny v Ede, Wim v d Gijp, Daniels, Benninghof en de Boer.

Het zijn de bekende gouden tijden onder leiding van Trainer Denis Neville. In de bekerfinale op 26 juni 1958 wint Sparta in het Olympische Stadion met 4-3 van FC Volendam onder toezicht van ruim 18.000 toeschouwers.

1959: Voor de zesde maal de Nederlandse titel.

Joop Daniels - Spartaverzamelaar
Joop Daniels

Ook in het seizoen 1958/1959 komt Sparta aarzelend opgang. Nadat Ajax op het Kasteel met 4-2 naar huis werd gestuurd vallen de puzzelstukjes in elkaar. Eind oktober werd de grote concurrent DOS in Utrecht met 0-3 te verslaan. Sparta staat aan kop van de eredivisie. Het verliest zelden en breidt na oud en nieuw, haar voorsprong op de concurrentie gestaag uit. Er werd nog vier keer gelijkgespeeld, tegen Ajax in de Meer en Blauw-Wit in het Olympisch Stadion, en thuis tegen DOS en Rapid JC. Daarna volgen overwinningen tegen o.a. Feijenoord 0-3 in de Kuip. Sparta heeft een stabiel en degelijk elftal, dat goed op elkaar is ingespeeld en heeft met 83 goals een schotvaardige voorhoede waarin Joop Daniels met 23 doelpunten excelleert.

Het is Tweede Pinksterdag 18 mei 1959 en Sparta Rotterdam sleept de landstitel met 6 punten voorsprong op concurrent Rapid JC in stijl binnen. Met een doelsaldo van 80 voor en 25 tegen uit 32 wedstrijden overtuigden de kasteelbewoners volledig. De heren verslaan DWS in Amsterdam met 0-4. Doelpuntenmakers voor Sparta Rotterdam zijn Joop Daniëls 2 x, Ad Verhoeven en Wim van der Gijp. Samenvatting: DWS – Sparta in Polygoon beelden.

Arbiter Leo Horn trekt alle aandacht.

Een jaar later, het is de eerste speeldag op zondag 23 augustus van het seizoen 1959-1960 . We zien in een korte fragmenten de volgende wedstrijden: Volendam -DWS 3-1, Ajax- NAC 3-0, Fortuna ’54 – PSV 0-2 en Feijenoord- Sparta 0-1. Vooral de laatste wedstrijd zorgt voor veel commotie als arbiter Leo Horn, Sparta een discutabele penalty geeft die onder hels gefluit door Tinus Bosselaar wordt verzilvert. De video beelden komen uit het Eredivisie archief.

Europees voetbal op het Kasteel.

In het najaar van 1960 spelen de Spartanen drie wedstrijden in de Europa Cup 1 tegen het Zweedse IFK Göteborg. Na op het Kasteel, door 3 x Joop Daniels, met 3-1 te hebben gewonnen raken de Spartanen in Zweden in de problemen ondanks goed werk van de invallende amateur-keeper Fred Mühring die een strafschop stopt. Kort voor tijd kopt Janny Schilder de belangrijke 3-1 binnen, waardoor een beslissingswedstrijd noodzakelijk wordt. In Bremen wordt het opnieuw 3-1 nu met een hoofdrol voor Tinus Bosselaar en Sparta gaat door naar de kwart finale.

Clubicoon Tinus Bosselaar: De dribbelaar.

Tinus is een geboren Rotterdammer van 16 januari 1936 en speelde vanaf zijn tiende voor Sparta. Hij maakte al snel naam als talentvol speler en kwam op 17-jarige leeftijd uit voor het Nederlands jeugdelftal en kort daarna voor het Nederlands B-team. De Engelse succestrainer Denis Neville was zeer gecharmeerd van de behendige dribbelaar en maakt hem belangrijk, ook al kan hij zich soms vreselijk ergeren aan zijn bal verliefdheid. ,”Tinus, we spelen vandaag met twee ballen. Eentje voor jou en eentje voor de rest van het elftal,” zet de Britse Kasteelheer hem dan op zijn nummer.​ Hij zou 270 wedstrijden spelen als linksbuiten. Tinus zal zich zo lang als hij kan in alle bescheidenheid en met veel humor verdienstelijk maken voor zijn club. In 1954 maakte hij de overstap van Sparta naar plaatsgenoot Feijenoord. De reden was dat hij zwaar gepikeerd is door een weigering van zijn club om hem met het Nederlands jeugdelftal mee te laten gaan op een trip naar Turkije. In augustus 1956 kwam Bosselaar met Sparta tot overeenstemming om terug te keren naar de club waar hij was opgegroeid. Feijenoord was het daar echter niet mee eens en spande een arbitragezaak aan. Omdat Bosselaar in zijn contract had laten opnemen dat hij te allen tijde Feijenoord mocht verlaten voor Sparta, kreeg hij van de rechter gelijk. Hij zou tot het einde van zijn carrière in 1966 voor Sparta uitkomen. Met zijn team won hij in 1958 de KNVB beker en in 1959 het landskampioenschap. Als international komt hij tot zeventien wedstrijden waarin hij vier maal scoort. Als elftalleider, klusjesman en stadiongids is oer Spartaan Tinus Bosselaar vele jaren verdienstelijk op en rond het Kasteel. Mede daarvoor wordt hij geëerd als erelid en clubambassadeur. Hij overleed op 6 juni 2018 op 82 jarige leeftijd te Capelle a/d Ijssel.

Kwart finale Europacup: Het Wonder van Glasgow.

Het hoogtepunt van het seizoen 1959/1960 wordt gevormd door de Europa Cup wedstrijden tegen het Schotse Glasgow Rangers. In de Kuip is Sparta beter maar zonder geluk. Twee ballen raken het houtwerk en de meer ervaren Schotse profs zijn sterker en slimmer en dat geeft de doorslag al maakt Piet de Vries nog een fraaie treffer die de schade beperkt tot 2-3. In Glasgow houdt de Sparta verdediging knap stand onder de Schotse furie en in het imponerende Ibrox Stadium met zijn ruim 80.000 fans. Na 80 minuten scoort Tonny van Ede op een schitterende pass van Bosselaar. Voor het eerst verslaat een Nederlandse club een Britse club op eigen bodem. In Londen op Highbury is het veld na heftige regenval in een modderpoel veranderd. Verhoeven kopt Sparta snel op 1-0 maar door twee eigen doelpunten verliezen de Spartanen tenslotte toch met 3-2. Beelden van deze beslissingswedstrijd gecomprimeerd tot 2.17 min. Waarbij Sparta in witte shirts speelt.

Succesvolle zestiger jaren in de bekercompetities

Het kampioenschap van 1959 is het voorlopige hoogtepunt in de voetbal historie van Sparta. In de Nederlandse competitie zal het in de komende jaren zestig/zeventig in de schaduw spelen van grote broer Feijenoord en Ajax. Wel weet het zich vaak te plaatsen voor Europees voetbal. Ronduit teleurstellend in de geschiedenis van is het seizoen 1963/1964 met een derde plaats van onderen. Beelden van Feijenoord – Sparta 0-1, gespeeld op 19 april met commentaar van Herman Kuiphof in een tijdsduur van 1.15 min.

1962: De KNVB beker gloort

Is er dan helemaal niets om van te genieten? Een competitie die parallel loopt is die om de KNVB beker. Door de Nederlandse top werd die bekercompetitie er een beetje bijgedaan maar voor de subtop een mooie gelegenheid zich te profileren met een korte route naar Europeesvoetbal. Sparta bleek al een echte cupfighter en dat zet zich door, zoals in de bekercompetitie van 1962. Ze verslaan Excelsior en Volendam op het Kasteel.

De meeste moeite heeft Sparta in de kwartfinale tegen 2e divisie club ’t Gooi uit Hilversum. Thuis op het Kasteel maakt Cor Adelaar pas in de 88e minuut gelijk na een 1-2 achterstand door ’t Gooi-goals van Wolff en Engelander. De verlenging die volgt wordt in de 114e minuut beslist door opnieuw Cor Adelaar in 3-2. De halve finale tegen Wageningen wordt gespeeld in stadion de Goffert te Nijmegen, het is bij rust nog 0-0, maar drie kwartier later staat er 7-1 op het scoreboord met drie goals van Tonny van Ede.

1966. Staand: Theo Laseroms, Hans Eijkenbroek, Ben Bosma, Hans Buitendijk, Hans Benzton en Ton Kemper. Vooraan: Pim Doesburg, Ole Madsen, Jan Bouman, Henk Charly Bosveld en Ad Vermolen 
Uit De Tijd/ De Maasbode.

Sparta speelt de finale tegen DHC in overleg thuis op het Kasteel. Het is een duel met een extra tintje want Tonny van Ede gaat zijn 500ste wedstrijd spelen. Onder voortdurende regenval kent de match na een doelpuntloze 90 minuten, een spectaculair verlenging. Hierin raakt Hans Dorjee namens DHC (weer) de lat waarna in de tegenaanval ex DHCer Piet van Miert, na een misser van keeper Lagarde, de beslissende treffer in het doel glijdt.

1966: Opnieuw succes in het KNVB beker toernooi.

In het KNVB bekertoernooi is het opnieuw Sparta dat doordringt tot de finale. Sparta – ADO: zo luidt het affiche voor de finale van de 48e editie van de KNVB Beker. Voor de Hagenaars is het de vierde keer in zeven jaar tijd dat de finale wordt bereikt, maar nog nooit werd de beker gewonnen. Komt daar nu eindelijk verandering in ? Nee, zo luidt het antwoord na negentig minuten voetbal waarin ADO wel de bovenliggende partij is, maar het niet weet te scoren. In stadion De Kuip is Sparta heel wat efficiënter.

Een goede wedstrijd wordt het niet. “Het weer werkte al evenmin mee als de spelers, die zeer gespannen waren en in hun nervositeit de precisie misten, welke noodzakelijk is om tot een goede spelopbouw te komen”, schreef Herman Kuiphof in zijn analyse van het duel in Sportkroniek. In de eerste helft probeert ADO de Sparta-muur te slechten, maar door Spartaans verdedigen zijn de kansen schaars voor de Hagenaars. Na de pauze bijt Sparta iets meer van zich af en blijkt al snel de verdediging niet ADO’s sterkste linie. Het doelpunt valt dan ook aan die kant. Na precies een uur voetballen schiet Ole Madsen Sparta op 1-0. In de dertig minuten die resteren probeert ADO het wel, maar weer bijt het zich stuk op de stugge Sparta-defensie. “Bovendien gaf deze wedstrijd de indruk dat Sparta over een betere Cupfighters-mentaliteit beschikt dan het technisch fraaier en sierlijker spelende ADO.”

Bekerwinst Sparta tegen ADO in 1966, Links Theo Laseroms en aanvoerder Eykenbroek met beker

1966/1970: Cupfigther Sparta gaat Europees

In Europa weet Sparta zijn cup faam deze keer niet waar te maken want in de competitie voor bekerwinnaars de Europacup 2, komt Sparta niet verder dan de tweede ronde. Na Floriana uit Malta 1-1 op Malta en 6-0 in de Kuip is het Zwitserse Servette te sterk. In Genève wordt het 2-0, ook al door een lankmoedige arbiter. Het harde spel kost Hans Buitendijk zijn loopbaan. In de Kuip is de late goal 1-0 van Laseroms niet voldoende om door te gaan. In 1970 is Sparta ingedeeld voor de Europacup 3.  De Rotterdammers doorliepen de eerste en tweede ronde van het toernooi door respectievelijk IA Akranes (IJsland) en FC Coleraine (Noord-Ierland) in een tweeluik te verslaan.

In de derde ronde wordt Bayern München geloot. In de uitwedstrijd op woensdag 25 november neemt Sparta door Nol Heijerman een 0-1 voorsprong. In de 2e helft hielden de Spartanen lang stand maar na een kwartier wordt er gelijkgemaakt waarna in de 88ste minuut Gerd Muller de wedstrijd in zijn voordeel beslist 2-1.

Het thuisduel beloofde spannend te worden voor Sparta met een legioen van 45.000 supporters in De Kuip. De eerste helft is veelbelovend want na 0-1 maakt Jurgen Kristensen gelijk. Na de rust is Bayern echter buiten gewoon koel en effectief met een Gerd Muller die zijn bijnaam ‘Der Bomber’ glans geeft. Einduitslag 1-3.

Zoals gememoreerd gaat het in de competitie een stuk minder. Voor de terugval worden meerdere oorzaken aangedragen. Ten eerste was er het ontbreken van overheidssteun. Waar andere gemeentes in de jaren zeventig hoge subsidies aan voetbalclubs verstrekten, werd dit door de gemeente Rotterdam geweigerd, omdat Rotterdam drie profclubs telt. Gevolg hiervan was dat andere clubs in de jaren zeventig en tachtig vaak de talenten van de Spartaanse voetbalschool konden kopen met overheidsgeld. Door deze ontwikkeling hebben ruim honderd spelers Het Kasteel verruild voor andere clubs die wel subsidiegelden ter beschikking hadden.

Sparta blijf voor altijd op het Kasteel.

Daarnaast kreeg Sparta te maken met een huisvestingsprobleem. De gemeente Rotterdam wilde de locatie van Het Kasteel al sinds de jaren zeventig gaan gebruiken voor woningbouw. Ondanks de vele voorstellen van Burgemeester & Wethouders om te verhuizen komt er niets van terecht. Dat Het Kasteel inmiddels een verouderd stadion was, was echter wel duidelijk. Sparta liep hierdoor decennialang veel geld mis.

Eind jaren negentig werd, na drieëntwintig jaar onderhandelen over andere locaties, door het college van B&W besloten dat het nieuwe stadion in Spangen zou worden gebouwd. Het Kasteel met de torentjes bleef daarbij behouden. Het stadion, dat in 2000 werd geopend met een wedstrijd tegen de Schotse topclub Rangers FC, kreeg de vertrouwde Rotterdamse naam: Sparta Stadion Het Kasteel. Sparta zal in voor en tegenspoed echter onverminderd populair blijven tot ver over de gemeentegrenzen en luistert men ook aldaar met sympathie als bij aanvang het legioen het S.P.A.R.T.A clublied hartstochtelijk ten gehore brengt. Voetbaljournalist Hugo Borst is meer dan een supporter van Sparta Rotterdam. Hij blikt in een videoclip terug op de beginjaren van zijn Sparta.