H.F.C EDO

Afbeeldingsresultaat voor EDO logo haarlem

1897: Eendracht doet overwinnen.

1 maart 1897, is de historische datum dat de Haarlemse Footballclub EDO officieel werd opgericht. Op de foto staan de oprichters van de Haarlemmers. In 1897 trokken zij de Haarlemmerhout in om te voetballen, waarbij de bomen dienden als doelpalen. De eerste voetbal werd gekocht bij P.J.van Gulik in de Zijlstraat.

Haarlems Dagblad 27 april 1897

De contributie bedroeg in die tijd 5 cent en werd later verhoogd naar 10 cent. In 1902 ging EDO georganiseerd voetbal spelen en werd men ingedeeld in de eerste klasse van de Haarlemse Voetbalbond. De voorzitter in die tijd was dhr. Jan Hommels. EDO speelde haar wedstrijden op de Koekam. Het eerste kampioenschap van EDO werd gevierd in het seizoen 1903/1904. EDO promoveerde naar de 3e klasse van de Nederlandse Voetbalbond. Een seizoen 1906/1907 later werd EDO wederom kampioen en promoveerde, na een kruiswedstrijd tegen het Amsterdamse A.V.V., naar de 2e klasse. In Haarlem werd het een 4-2 overwinning.

Datum onbekend van één der eerste afbeeldingen van HFC EDO. Vermoedelijk rond 1900.

In de navolgende jaren blijkt EDO zich in de de 2e klasse maar net te handhaven. Tijdens de 1e Wereldoorlog wordt er in het eerste oorlogsjaar een noodcompetitie gespeeld met tegenstanders rondom Haarlem. Dit tot groot genoegen van EDO want plots werd men in seizoen 1914/1915 kampioen. Gezien het speciale karakter werd dit gezien als een officieuze titel. Tussendoor wordt er ook om Den Amsterdamsche-beker gespeeld tegen AJAX. Het sportverslag van 15 maart 1915 uit het dagblad Het Vaderland:

In de volgende bekerronde verliest EDO thuis van het Amsterdamse De Spartaan 0-1.

Verhuist van de Haarlemse geboortegrond naar Heemstede

EDO-terrein aan de Kleverlaan.

In het seizoen 1918/1919 verhuisde EDO naar Heemstede en speelt vervolgens jarenlang in de 2e klasse. Voor het seizoen 1920/1921 keerde de club weer terug naar Haarlem. Om precies te zijn het veld aan de Kleverlaan achter het inmiddels verdwenen Zwembad Kleef.

1931/1932. 2e klasse. Staand: H de Waard, Zwart, W, Zandstra, Boeree, J. Dinkla en Oomen. Ziettend: J. Koene, Perucal jr., B. Steffens, J, Koppen en Perucal Sr.

Tot het seizoen 1934/1935 wordt in de 2e klasse aan de Kleverlaan gespeeld, daarna verhuisde de vereniging naar het Noorder Sportpark. Bij deze verhuizing werden de 500 plaatsen tellende overdekte zittribune en twee open zittribunes meegenomen. De nieuwe locatie bevond zich op enkele honderden meters van het H.F.C. Haarlem-stadion. Het nieuwe stadion, dat plaats bood aan ongeveer 10.000 toeschouwers, stroomde regelmatig vol.

1939: Tragisch ongeval in Hilversum.

Tot zover een krantenbericht uit de Zuid-Willemsvaart courant van 30 mei 1939.  ’s Avonds werd in een nieuwsuitzending van het ANP de tragische dood van Bas Timmermans gemeld. Zijn begrafenis werd druk bezocht en zijn sportvrienden brachten geld bijeen voor een grafmonument. Het werd een grote marmeren voetbal met tekst. Zijn graf is terug te vinden op de Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan te Haarlem. Bron: Haarlems Nieuwsblad.

1940/1945: Voetballen tijdens de 2e wereldoorlog

In het eerste oorlogsjaar werd er landelijk met enige hapering gewoon gevoetbald. De KNVB werd door de bezetter verplicht de organisatie op zich te nemen te nemen. Alle onderbonden religieus of niet werden ondergebracht bij de NVB. Het gebruik van het woord Koninklijk werd Zeist verboden. Zo is het gemakkelijk voor de Duitsers om zaken naar hun hand te zette. Dit zou al snel blijken. Onderwijl was de competitie van 1940/1941 vergevorderd en blijkt EDO te samen met het Amersfoortse HVC de belangrijkste titel kandidaat te zijn. In de laatste speelronden maakten beide geen fout en met een nipte voorsprong weten de Haarlemmers het kampioenschap van de 2e klasse binnen te halen..

1940/1941. Kampioen 2e klasse. Staand: Arbiter K. Zandstra, J. Schildwacht, J. Steffens, T. v/d Sluis, H. Schijvenaar, Nolet, J. Wille, K. de Jong, W. Hirs en J. Corsten. Zittend: S. Spek, P. Schildwacht, H. Oomen en K. Hellingman. Foto genomen vlak voor EDO-Velox 5-1.

Later dat jaar in 1941 wordt het kwaadaardige karakter van de bezetter meer en meer zichtbaar. Stap voor stap, systematisch met voor bedachte rade worden onze Joodse medeburgers opgejaagd en beknot. Zoals het de Nederlandse sportorganisaties verplichten om de Joodse leden te weren van de sportvelden.

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

Voetbal bleef in Nederland tijdens de bezetting niet alleen populair, het werd zelfs nog veel populairder dan voorheen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog  verdubbelde het bezoek aan voetbalwedstrijden ongeveer, hoewel verzetsbladen soms tot een boycot opriepen. Tweede pinksterdag 1944 was er een stormloop op de 30.000 kaartjes voor de wedstrijd om het Nederlands kampioenschap tussen De Volewijckers en Heerenveen. Bron: Het Historisch Nieuwsblad.. Mede na onderzoek van sporthistoricus Jurryt van Vooren zijn er 2200 namen naar boven gekomen die het dodelijk slachtoffer van de Duitse bezetter zijn. Daaronder ook leden van de Haarlemse voetbalclub EDO zoals C. de Jong, J. Manaker, A. Stormbroek, J. Weber en H. Wille.

1948: Na zes jaar nu ook 1e klasse kampioen.

In 1947/1948 werd het eerste elftal afdelingskampioen in de 1e klasse West II na een 2-1 zege op Feijenoord door twee doelpunten van midvoor Roodselaar. De beslissingswedstrijd werd in het Olympisch stadion gespeeld.

1948: HFC EDO gaat voor de landstitel.

In de strijd om de landstitel speelde men in een poule met Heerenveen, Go Ahead, BVV, HFC Haarlem en PSV. Twee wedstrijden voor het einde speelden de Haarlemmers op zondag 16 mei 1948 in Friesland.

De jaren die volgen tot aan de intrede van het betaaldvoetbal speelt EDO een vooraanstaande rol. Zoals in de seizoenen 1948/1949 en 1951/1952 waarin een fraaie derde plaats werd gehaald. Veelal eindigt de selectie in de middenmoot waarbij een titel er niet in zit.

20 maart 1950 t Gooi – EDO 1-1, Doelman Teun van den Berg met links Henk Schijvenaar. Het Gemeentelijk Sportpark Hilversum. Seizoen 1949/1950.

1954: EDO gaat op de professionele tour.

In 1954 besloot de vereniging toe te treden tot het zojuist ingevoerde betaald voetbal in Nederland. Om aan een proflicentie te komen moesten er aan een aantal KNVB voorwaarden worden voldaan. Zo moets er een borgsom worden betaald van 50.000 gulden en de accomodatie moest veilig en aan de juiste maat zijn. EDO kwam de eerste jaren uit op het hoogste niveau, respectievelijk de 1e klasse B in seizoen 1954/55 en de hoofdklasse B in het seizoen 1955/1956. Vanaf 1956 werden de diverse klassen herbenoemd. Zo speelde de club in dat seizoen 1956/1957 in 1e divisie en in 1958/1959 na opnieuw degradatie in de 2e divisie.

1960: Het laatste hoogtepunt in het betaaldvoetbal.

Teun van den Berg

EDO werd in 1959/1960 kampioen, maar kon slechts één jaar genieten van de 1e divisie. In 1961 volgde opnieuw degradatie, waarna EDO tot 1971, stabiel in de 2e divisie verbleef. EDO speelde enige seizoenen op hetzelfde niveau als buurman H.F.C. Haarlem. De onderlinge strijd leefde vooral bij de arbeidersclub EDO sterk. Haarlem, dat meer de club van de middenklasse en kleine zelfstandigen was, wist zich echter in de loop van de jaren zestig op te werken naar de Eredivisie, terwijl EDO meestal onderin de Tweede divisie eindigde. Het bezoekersaantal liep sterk terug en was met een gemiddelde van 497 toeschouwers in seizoen 1969/70 het laagste van alle profclubs.

Een mogelijke fusie tussen de drie lokale ploegen RCH, Haarlem en EDO was een paar jaar eerder stukgelopen op onderlinge rivaliteit en grote weerstand bij met name EDO. In 1971 dreigde de vereniging het slachtoffer te worden van een grote sanering die de KNVB in het betaald voetbal wilde doorvoeren. De vereniging besloot dit niet af te wachten en vroeg terugzetting naar de amateurs aan. EDO is een instituut in het zondagvoetbal, met een roemruchte geschiedenis. Maar daar komt nu, gezien de financiële situatie, in 2018 een einde aan. Alleen de zaterdagtak van HFC EDO gaat nu verder met meer oog voor de eigen jeugd.

1969/1970. 2e divisie. Staand: Theo Nijssen, Ferry Hasert, Reint Laan, Ferry Kock en Theo Blum. Zittend: Frits v/d Putten, Rob Bosdijk, Wim van Polanen, Tonnie Breewer, Ton Amama en Leo v/d Lubbe.

Clubicoon Henk Schijvenaar: Honkbal of voetbal 

File:Henk Schijvenaar (1951).jpg

Henk Schijvenaar behoort samen met Joop Odenthal en Cor Wilders tot de enige sporters die zowel voor het Nederlands voetbalteam als het Nederlands honkbalteam uitkwam. Schijvenaar geboren Haarlemmer op 31 mei 1918 kwam uit als voetballer en honkballer voor de sportvereniging EDO uit Haarlem. Op een wel heel bijzondere manier heeft Henk kunnen debuteren in het Oranje elftal. Een journalist beschrijft de navolgende situatie. “In het Antwerpse hotel van het Nederlands elftal werd op 3 mei 1947, die avond, tot in de nacht gekaart. Zoals altijd. Waarom ook vroeg naar bed als je dat anders ook niet deed? In een hoekje van de bar stonden drie spelers bij elkaar: Faas Wilkes, Arie de Vroet, Piet Kraak. Het ging over de wedstrijd van de volgende dag, tegen België‘. Henk van de Linden, de back van Ajax, was geblesseerd.

Gerelateerde afbeelding
België – Nederland 1-1
Interland nummer 9 van Henk Schijvenaar

Henk Herberts van de Keuze Commissie had al laten weten dat wat hem betrof Miel Vos van Quick moest invallen. En dus niet Henk Schijvenaar, die tien jaar eerder voor het eerst was gekozen in de selectie van Oranje maar nog nooit een minuut interland voetbal was gegund. Wilkes, De Vroet en Kraak dachten er anders over dan Herberts; zij kwamen naar Schijvenaar toe met goed nieuws: ‘Jij speelt morgen mee.’  tot zover de Journalist die dit mogelijk ooit heeft opgetekend uit de mond van Schijvenaar. Henk Schijvenaar was een showman, maar ook een begaafde verdediger. Uiteindelijk begon hij als linksbinnen, werd rechts of linksbuiten rechtsbinnen, en ten slotte spil.

Bij EDO tenminste. In het Nederlands elftal begon en eindigde hij als linksback. Links was hij ook wel iets beter dan rechts. Misschien had het van doen met zijn honkbaltijd. Schijvenaar behoort tot het elite groepje voetballers dat in meerdere sporten international is geweest. Hij speelde tien of twaalf keer in het Nederlands honkbalteam, zelf wist hij nooit precies hoe vaak. Bij het honkbal sloeg hij links, om op die manier sneller bij het eerste honk te zijn. Het scheelde drie meter, had hij eens uitgerekend.

Zijn neus brak hij meer dan eens, zonder dat er veel ophef over gemaakt werd. Bekend werd Schijvenaar toen hij z’n been brak bij de wedstrijd Nederland- België op 25 november 1951. Die beenbreuk kreeg nationale aandacht Hij kreeg wel vijfhonderd brieven en telegrammen in het ziekenhuis. Het gebeurde in een duel met de Belg Jef Mermans, aanvoerder van de ‘Rode Duivels’. Henk probeerde met een tackle een schot van Jef te blokkeren.

De Nederlandse achterspeler Henk Schijvenaar brak tijdens die wedstrijd een been en wordt hier weggedragen.

De actie eindigt in een drama. De bal rolt door en België scoort de 3-4 in Kuip, maar wat beroerder is de dubbele beenbreuk die Schijvenaar oploopt. Het akelige geluid van de breuk is tot in de tweede ring te horen. Iedereen beseft de ernst en Henk wordt per brancard van het veld gedragen. De Belgische aanvalsleider Jef Mermans slaat zijn handen voor de betraande ogen.

De verloren wedstrijd eindigt in een monsterscore van 6-7 maar daar waar de Belgen feest zouden vieren liepen ze nu stilletjes van het veld. Jef Mermans gaat direct na afloop met een aantal Oranje spelers naar het Rotterdams ziekenhuis en krijgt troostende woorden van Henk ” jongen, je moet er niet over inzitten, je kon er gewoon niets aan doen”. Het was de laatste wedstrijd van Henk voor Oranje want de vorm van voor de breuk kwam niet meer terug.

Links Rinus Terlouw, Piet Kraak, 3e van links Henk Schijvenaar. Nederland- België 6-7.

Als Henk Schijvenaar terugkijkt weet hij niet precies hoe hij bij Oranje verzeild was geraakt. ‘Nu, met al die fijne jeugdelftallen, groei je naar de top. In mijn tijd was je er. Of niet. Maar we moesten wel lang wachten. Bijna een hele voetballoopbaan. Ik weet niet of de club mij had voorgedragen. Want zo ging dat in die jaren. De club had ook een stem. Er zijn spelers niet naar voren geschoven om hun ‘mentaliteit’. Henk Schijvenaar, 18 x international, overleed op 17 september 1996 op 78 jarige leeftijd.

Clubicoon Teun van de Berg: Honkbal en Voetbal

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-22.png

Teun van den Berg is geboren op 2 april 1934 te Halfweg. Hij was vele jaren de betrouwbare keeper in het voetbalteam van EDO, herkenbaar aan zijn karakteristieke bruine pet met lange klep. Hij werd lid van EDO op 31 maart 1940 en debuteerde in het eerste team op 20 februari 1944. Hij zou er ruim 300 wedstrijden spelen en stond er niet alleen bekend omdat hij een erg solide keeper was. Het kon niemand namelijk ontgaan dat Van den Berg in het doel stond, want hij maakte zeer actief deel uit van de wedstrijd, voornamelijk vanwege zijn (positieve) luidruchtige aanwezigheid, waarbij hij adviezen gaf en zijn teamgenoten aanmoedigde. Van den Berg was van 1950-1963 de keeper van EDO en werd er een legendarisch club-icoon. Met EDO speelde hij op het hoogste niveau tot de intrede van het betaalde voetbal. Hij speelde verschillende malen voor het Haarlems Elftal en had ook zitting in de commissie betaald voetbal. Van den Berg was lid van verdienste van EDO.

Een jaar nadat hij in het eerste voetbalteam van EDO debuteerde begon Van den Berg in 1945 bij dezelfde club zijn honkbal-loopbaan en ook dat deed hij op het hoogste niveau. In 1949 ging hij spelen voor het eveneens Haarlemse Schoten en stopte als speler in 1957, het jaar waarin Schoten landskampioen werd. Als honkballer was Van den Berg net zo aanwezig als op het voetbalveld. Niemand kon hem missen, want hij toonde hetzelfde enthousiasme met aanmoedigingen van zijn teamgenoten, maar ook zijn beweeglijkheid als (snelle) honkloper. Teun van den Berg is op zaterdag 2 maart 2013 op 88-jarige leeftijd overleden.

Haarlem: Honkbal Metropool 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-26.png

Met de clubs Kinheim, Sparks, EDO en RCH behoorde Haarlem tot de Nederlandse honkbal top. Naast Henk Schijvenaar, Teun van den Berg was er ook de rechtsbuiten Leo Kops die bij EDO honkbalspeler is. Deze combinatie bracht bij sommige een extra kwaliteit naar boven. Zoals zuiver en hardgooien bij een pitcher voor ‘de hand’ ligt, kun je dat onderdeel goed toepassen bij voetbal. Leo Kops is een speler die deze extra techniek heeft, de bal vanaf de zijlijn voor het doelgebied gooien. Bij hem werd dit wapen een extra corner en andersom kon Leo wanneer dit zo uitkwam na de wedstrijd nog weleens paar innings voor het honkbalteam werpen. Later zou de EDO honkbaltak, fuseren tot de fameuze Haarlem Nicols. ” Als ik het me goed herinner kregen we als speler toen een geeltje voor een overwinning, een joetje bij een gelijkspel en als we verloren helemaal niets”.

Einde profavontuur zondag 6 juni 1971: HFC EDO-SC Gooiland 1-1.

De laatste profwedstrijd van de Haarlemmers is een thuiswedstrijd voor 800 toeschouwers. Dagblad Trouw plaatste op maandag 7 juni 1971 het volgende artikel. Waarin wat slordigheden zaten zoals de naam ( E)DO – Gooiland. Ook de spelersnaam bij het eerste doelpunt Koek moet Kock zijn. De hoeveelheid toeschouwers is met 3000 teveel eer voor de clubsupporters. Slordigheid ook bij de EDO speler Tonnie Breeuwer die een eigen doelpunt maakte. Ferry Kock komt de eer toe het laatste doelpunt te hebben gemaakt in de historie van het betaaldvoetbal voor zijn vereniging HFC EDO seizoen 1970/1971.

De laatste elftal foto van het laatste profjaar 1970/1971 HFC EDO Staand: Verzorger A. Helderman, D. de Ruiter, C. Vos, W. van Polanen, H. Kempen, Th. Blum, J. Engelsma en trainer H. Snoeks. Zittend: H. Oosterbaan, F. van Amerongen, J. Koster, R. Laan, F. Kock, T. Breeuwer en v/d Lubbe.