EBOH

EBOH: Één van de drie uit Dordrecht

Deze voetbalvereniging werd opgericht op 27 november 1921 onder de naam O.V.D. dat stond voor “Onder Vrienden Dordt”. Aangezien er al een vereniging onder die naam stond ingeschreven bij de Nederlandse Voetbalbond werd in 1924 de huidige naam EBOH gekozen (Eendracht Brengt Ons Hoger). De bedenker was Piet Ton. 

Het eenzame beroep van een ‘EBOH’ keeper.

Voetbal speelde de jongelui aan de Oude Straatweg met de kleedkamers naast de bestuurskamer. In de loop van de jaren ging het EBOH steeds beter. Er volgde vele kampioenschappen en de toekomst met een professionele competitie zette het bestuur aan het denken. Gaan wij de stap maken naar het betaalde voetbal. Er moest dan voldaan worden aan een aantal KNVB regels. Zo moest de accommodatie volwaardig zijn, veilig zijn, en er moest 50.000 gulden in kas zijn. Na een positieve keuze werd er in 1954 min of meer overhaast, zitplaatsen bijgebouwd. Met als gevolg dat een open zittribune instortte, maar zonder slachtoffers.

Wie, wat en wanneer is onbekend maar wel het eerste beeld van de EBOH accommodatie.

In 1956 voltooide EBOH door veel zelfredzaamheid het nieuwe hoofdterrein aan de Zuidendijk. Een bescheiden complex met in totaal ruim 8.000 plaatsen. Daarvan passen een kleine duizend op de hoofdtribune.  Het grootste deel van de capaciteit bestaat uit onoverdekte staanplaatsen. Aan de Zuidendijk speelt EBOH zes seizoenen profvoetbal Het is nu niet meer voor te stellen, maar ooit kende Dordrecht maar liefst drie profclubs. Behalve DFC, het huidige FC Dordrecht, en Emma was ook EBOH actief in het betaald voetbal. Het voetballandschap in Nederland anno 1955 laat zich niet vergelijken met het betaald voetbal zoals we het nu kennen. Maar liefst tachtig clubs speelden 62 jaar geleden profvoetbal

14 juni 1953: EBOH – Volendam 1-1. Arie Schoon passeert keeper Aaltje Keizer van Volendam. Achter Arie Schoon is Rein de Bruijn nog net zichtbaar met uiterst rechts Bas Hijbeek.

Het is 1953 en na afloop van de reguliere competitie spelen EBOH en Volendam twee wedstrijden voor promotie naar de 1e klasse. Op 14 juni is de eerste ontmoeting op het sportpark aan de Oude Straatweg in Dordrecht die in 1-1 eindigt. Twee weken later is er de return in Volendam. Het is 5 juli en na de mening van de insiders speelt EBOH hier de beste wedstrijd met het beste team ooit. Na een spannend duel weet EBOH door een doelpunt van Arie Schoon te promoveren naar de 1e klasse.

Boven: trainer Richard Dombi, Cor Scheurwater, Henk Vermaat, Rein de Bruijn, Arie Hagemans, Jan Bens, Jan Oosthoek. Onder: Rien Fok, Arie Schoon, Frits Wouters, mascotte Vermaat, Wiedze Smit en Bas Nijbeek. Dit elftal wint op 5 juli 1953 met 0-1 bij Volendam. Doelpunt Arie Schoon, en promoveert
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-102.png

In 1954, wanneer het betaald voetbal wordt ingevoerd, speelt EBOH op het hoogste amateurniveau. Dat betekend dat EBOH ingedeeld zal worden in één van de vier 1e klassen, A,B,C,of D. De overstap lijkt logisch, maar drie clubs uit één plaats ? Het stadsbestuur van Dordrecht probeert met een tussenoplossing de drie clubs aan tafel te krijgen, om tot een fusie te komen. DFC, Emma en EBOH gaan wel in overleg maar het is DFC dat afhaakt. Er komt geen overeenstemming door de keuze van DFC voor zelfstandigheid.

Alle drie slaan een eigen weg in. Zo ook EBOH gesteund door particulier geld van ‘eigenaar Piet Vermaat van een drukkerij en zaadhandel’. Het eerste seizoen is een historisch seizoen. EBOH treft in de 1e klasse C, onder meer Rapid JC, Alkmaar ’54, Vitesse, Feyenoord en PSV. Elke week waren er volle tribunes, er werd thuis veel gewonnen en maar één keer verloren. Kortom een droomstart.

EBOH – Feijenoord 1-0 De bal is in veilige handen van keeper Wim Broere, links kijken Jan Bens en Arie Hegemans toe.  23 mei 1955

Zo waren er prachtige uitslagen, met een gelijkspel tegen PSV en twee maal winst tegen Feyenoord, beide keren met 1-0. De club kwalificeert zich met een vijfde stek,  voor de hoofdklasse A.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-119.png

De verwachting was groot voor het seizoen 1956/1957 maar het werd een deceptie. EBOH eindigt als achttiende met enkele leuke wedstrijden tegen Fortuna ’54 en Ajax. In 1957 past de KNVB een voorlopig laatste verandering toe en voert een ere-, eerste en twee 2e divisies in. In de 1e divisie gaat het voor EBOH nauwelijks beter. Opnieuw degradeert de club, en dat het gehate DFC, twee maal de sterkste is, maakt het voor de aanhang nog pijnlijker . Door een zestiende plaats, zakt de club af naar de 2e divisie. EBOH haalt een gemiddelde van tweeduizend toeschouwers en dat is een te magere bezetting voor een profclub. Wanneer daarop ook sponsor Piet Vermaat zich dan ook nog terugtrekt, ziet het er somber uit. Maar zie daar een wederopstanding want verrassend weet de selectie zich terug te vechten naar een tweede plaats in de 2e divisie A en mag het een promotiewedstrijd spelen.

  Leen de Visser op handen.

Van Roda Sport uit Kerkrade wordt met 2-1 gewonnen door twee doelpunten van Leen de Visser. Het chagrijn is weg, er kan weer worden gelachen en de supporters kijken weer vooruit, logisch na alle misère. Het is 1961 en ondanks het uitblijven van transfers weet de club zich in de 1e divisie op het nippertje te handhaven. Het blijkt een stuiptrekking, EBOH voetbalt op zijn laatste benen. Het seizoen 1961/62 zal een beproeving worden voor de spelers, supporters en uit eindelijk ook voor het bestuur. De selectie weet éénmaal te winnen, drie keer gelijk te spelen maar verliest dertig wedstrijden. Met 29 doelpunten voor en 131 tegen valt het doek voor EBOH. In het voorjaar van zondag 27 mei, verlaten 500 ‘echte’ supporters het sportterrein Zuidendijk. Ook de laatste wedstrijd tegen Hermes DVS wordt verloren. Zeker nu teleurgesteld maar later wellicht met een mooie herinnering aan een hele bijzondere tijd. EBOH vestigt op het laatste moment, nog een pijnlijk record met een seizoens totaal van vijf punten. In het betaald voetbal is er tot op heden, door geen enkele club, een zo minimale punten totaal behaald als EBOH dat seizoen.

Afbeeldingsresultaat voor eboh 1962 dordrecht

Na rijp beraadt besluit het bestuur om EBOH in de zomer van 1962 terug te trekken uit het betaald voetbal en te kiezen voor de amateurstatus. Al vele verenigingen gingen haar voor. Hier volgt een opsomming van verenigingen die EBOH voorgingen.
Brabantia (Eindhoven, 1955), TOP (Oss, 1957), Emma (Dordrecht, 1958), Oosterparkers (Groningen, 1959), DOSKO (Bergen op Zoom, 1959), Rigtersbleek (Enschede, 1961), EBOH en VV Helmond (1962). Ook de jaren erna werd er volop gesaneerd worden in het betaalde voetbal. Zo ook Oldenzaal (1963), Be Quick (Groningen, 1964), LONGA (Tilburg, 1965), ’t Gooi 1965, Tubantia (Hengelo, 1967), FC Hilversum (1968) en Zwolsche Boys (Zwolle, 1969). Zij allen verlieten het betaald voetbal.

Jan Bens: De boksende voetballer

Jan Bens is een voetballer met een gemiddeld talent en heeft van 1947 tot 1955 voor EBOH gespeeld o.a. in de kampioensploeg van 1953. Hij had toen al een 14 jarige carrière bij Feijenoord achter zich waar hij wisselend wel en niet bij de selectie zat. Jan Bens heeft naast het voetballen ook talent voor boksen. Hij traint bij de boksschool van Theo Huizenaar en werd kampioen van Zuid-Holland.

Later word hij zowel boks als voetbaltrainer. Jan is een temperamentvolle sportman en leert zeker als bokser om emotie en conflicten onder controle te houden. Over het algemeen lukte hem dat redelijk maar een aantal incidenten haalde toch wel het nieuws. In december 1942 bijvoorbeeld liep FeyenoordAjax uit op een vechtpartij doordat Jan Bens op de vuist ging met Ajax keeper Gerrit Keizer die de bal wel heel treiterend langs vast hield. Scheidsrechter Karel van der Meer, had Feijenoord een penalty toegekend, maar greep niet in. Feyenoord aanvoerder Bas Paauwe nam wel zijn verantwoordelijkheid en stuurde medespeler Jan Bens van het veld. Jan had er begrip voor want kende zijn karakter. Hij is ook een charmante man, een aimabel mens, maar een paar keer per jaar sloeg hij op tilt en dat leverde vaak hilarische momenten op. Zijn vader exploiteerde het Rotterdamse buurtcafé De Sport en als er wat lastig volk was, en Bens junior was in de buurt dan wist hij de situatie wel klaren.

Lolle van Houten Nederlands kampioen der zwaargewichten

Als trainer van Cambuur brak hij het kunstgebit van een Wageningen-supporter toen, zijn keeper Frans de Munck werd bedreigd Wat later tijdens de wedstrijd VitesseCambuur sloeg hij middenvelder Bennie Hofs neer. Dit gebeurde nadat hij het veld was opgelopen om een geblesseerde speler te helpen en door Bennie werd tegen gehouden. Het Arnhemse publiek vloog over de hekken en de hele ploeg moest weg rennen. In Leeuwarden was Bens ook nog trainer van de profbokser Lolle van Houten. Tijdens de warming-up van Cambuur moesten we dan ook altijd schijn boksen. Voor onze trainer was dat een goede gelegenheid de discipline weer wat aan te trekken. Ik zie Hans Sigmond speler van Cambuur nóg knock-out gaan, nadat de trainer hem tijdens zo een training op een uppercut had getrakteerd.

Jan Bens is een bijzonder mens, eerlijk, openhartig en spraakzaam. Hij heeft humor, is gevat en direct. Precies zoals je je een Rotterdammer voorstelt.

Jan Bens als trainer van Cambuur, vooraan in het midden.

Journalist Jan Derksen en oud speler van Cambuur heeft ook ervaring met Jan Bens, en noemt hem een geweldige oefenmeester. Toen ik net als jonge speler van het voetbalinternaat van Go-Ahead kwam dacht ik, in alle eigen wijsheid, Jan wat te kunnen vertellen. Hij heeft mij toen direct duidelijk gemaakt dat spelers het nooit voor het zeggen mogen krijgen. Want, zei hij, zodra de soldaten de baas worden, is de oorlog verloren. Jan is een echte sportliefhebber, een Feyenoorder in hart en nieren was een tevreden mens. ‘Als ik de pijp uitga, moet niemand aan mijn graf staan janken, want ik heb een prachtleven gehad. Ik was slechts een voetballer, een trainer, meer niet. Ik ben een dankbaar mens en heb eigenlijk maar één wens. Ik wil nog één kampioenschap van Feyenoord meemaken. Dat moet toch kunnen’; aldus Jan Bens in gesprek met Jan Derksen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-118.png

Ooit verliet hij Feyenoord om met de toenmalige trainer Richard ‘Dombi’ Kohn naar EBOH over te stappen. Zoals veel spelers uit die tijd adoreerde hij Dombi. De zoon van Jan heet niet voor niets Richard. Een andere reden om naar EBOH te vertrekken was het feit dat hij bij Feyenoord zoet werd gehouden met een paar consumptiebonnen, terwijl er in Dordrecht ” onder de tafel” al werd betaald.  Jan Bens is 91 jaar geworden en overleed in 2018. Zijn wens, om nog één kampioenschap van Feijenoord mee te maken is in 2017 in vervulling gegaan.

Richard ‘Dombi’ Kohn: Het Oostenrijkse wondermiddel

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-122.png

Richard Kohn: Geboren 1888 in Wenen was een Oostenrijks voetbaltrainer die actief was bij een aantal Nederlandse clubs. Hij dankt zijn faam in Nederland met name aan die eerste periode bij Feijenoord, toen de club twee x landskampioen werd maar ook bij EBOH verrichte hij goed werk. Dombi was een bekwaam en sociaal bewogen coach, die volgens velen zijn tijd tactisch ver vooruit was.

Dombi, Hongaars voor “kleine eminentie”, was de bijnaam van Richard Kohn die hij kreeg toen hij voor MTK Boedapest uitkwam. Gedurende het grootste deel van zijn leven en met name in Nederland stond hij bekend als Richard Dombi. Als voetballer verdiende Dombi zijn sporen bij het Weense Wiener AC en het Hongaarse MTK Boedapest. Hij bracht het tot international, maar zou vooral furore maken als coach tijdens een carrière die hem onder andere naar Uruguay, Spanje en Duitsland voerde.

Kurt Landauer

Begin jaren dertig streek hij neer in Zuid-Duitsland, waar hij Bayern München in 1932 het eerste kampioenschap in de clubgeschiedenis wist te bezorgen. Na de machtsovername begin 1933 door de nationaalsocialisten besloot de joodse Dombi Duitsland te verlaten. Via Spanje (FC Barcelona) en Zwitserland (FC Basel) ging hij per 1 juli 1935 aan de slag bij Feijenoord, dat over Dombi was getipt door bondstrainer Karel Lotsy.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-101.png

Onder zijn leiding speelde de clubs verzorgd combinatievoetbal in de geest van de Midden-Europese school met sterk positiespel. Het ging EBOH in de amateurtijd heel voorspoedig. Dombi stond bekend om de ‘mentale speeches’ waarmee hij zijn spelers voorafgaand aan de wedstrijd motiveerde. Onder zijn leiding boekte de vereniging maar liefst vier kampioenschappen en tijdens de wedstrijd eiste hij 100% inzet.

Helemaal legendarisch werd hij vanwege zijn enorme medische kennis, die hem de bijnaam De Wonderdokter opleverde. Een speler met kapotte knieën of gezwollen enkels ging naar Dombi en genezing was verzekerd. In 1936 bijvoorbeeld meldde Leen Vente van het Rotterdamse Neptunus zich bij Dombi met het verzoek zijn knie te onderzoeken. Vente, sinds 1933 international, was blessuregevoelig en hoopte zo op beterschap. Dombi stemde in, op voorwaarde dat Vente voor Feyenoord zou gaan spelen. Op 27 maart 1937 maakte deze speler namens Feyenoord het allereerste doelpunt in de gloednieuwe Kuip. Hiervoor gebruikte hij o.a. een zalf, waarvan niemand wist wat erin zat. Het enige wat de behandelde speler kon vertellen, was dat na een pijnlijke nacht het herstel optrad. De wonderzalf was met recht het Geheim van Dombi – totdat sportgeschiedenis.nl het recept te pakken kreeg. Tot opluchting van Feyenoord keerde Dombi in de jaren vijftig terug na even te zijn weggeweest.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-123.png

Het was in deze tijd dat Gerard Meijer, masseur en verzorger, en hem leerde kennen. Meijer “Het  recept was zijn grootste geheim, het leggen van de warme verbanden tegen kapotte knieën en gezwollen enkels.” “Het maken van de zalf was erg arbeidsintensief en het duurde een dag voordat het klaar was”. Het grote geheim was: “De zuivere rubbermelk is de basis maar erg moeilijk te krijgen. Ik kon er aankomen via contacten in de Rotterdamse haven. Die moest dan in een pan worden verhit tot honderd graden. Aan de hand van de kwetsuur was er een bepaalde hoeveelheid rubbermelk met daarbij een bepaalde hoeveelheid paraffine. Ik stond er een dag lang in te draaien en te roeren.” Om de kwetsuur werd eerst heel strak een stuk gaas gebonden, zodat er tussen vel en gaas geen lucht zat. De zalf was namelijk tachtig graden heet en zou brandwonden veroorzaken als er nog lucht zat boven de kwetsuur. Dit gaas met daarop de zalf werden afgesloten, waarna de voetballer een avond lang moest zitten. Als het er ’s ochtends afging, stond de transpiratie er op. Meijer: “Het was ongelofelijk dat er geen wonden ontstonden met die langdurige hitte, maar het werkte altijd.” Het geheim zat hem in de rubbermelk, bedacht door Dombi, die na verhitting heet kan blijven. Meijer: “Paraffine was in die tijd al bekend, maar het nadeel is dat dit snel afkoelt..”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-124.png

Richard Kohn, die inmiddels de Nederlandse nationaliteit had verworven, overleed in 1963. Hij, die gedurende zijn leven van teveel aandacht niets moest hebben, werd in alle stilte gecremeerd in een crematorium in Dieren. Namens Feijenoord voerde voorzitter Kieboom het woord. Hij memoreerde, dat Richard Kohn, geliefd was door zijn manier van werken, maar hij de overledene door diens menselijkheid de hoogste plaats geeft in de rij van trainers, die hij kent.’