RKVV Wilhelmina

Voetballegends | Wilhelmina den Bosch (1897)

Voetbal overgewaaid uit Engeland.

Nederland behoorde tot de eerste landen op het vasteland van Europa
met een voetbalbond. Alleen Denemarken was eerder aan bod. Waar voor het eerst in Nederland werd gevoetbald, valt niet met zekerheid te zeggen.
De voetballiefhebber uit Twente legt wellicht graag de nadruk bij het verhaal van de Twente textielbaronnen met hun voetbalervaringen, opgedaan tijdens de opleiding in Engeland. In Amsterdam houdt men vol dat Engelse jongeren, in de hoofdstad werkzaam bij het lichtgasbedrijf
Imperial Gas Co, de eer verdienen. Den Haag moet rond 1870 kennis hebben gemaakt met het voetbalspel toen leden van een Engelse
delegatie op de Maliebaan een balletje gingen trappen. Zonder dat hun praktijken navolging kregen door de plaatselijke bevolking.
Engeland voetbalde toen al lange tijd, in velerlei vormen. De sport kreeg er pas stevig voet aan de grond met de oprichting van de voetbalbond in 1863. Na Engeland, Enschede en Haarlem drong het voetbal in
1890 door tot Brabant. De eerste verenigingen droegen originele namen. In Breda bijvoorbeeld: Niet Ophouden Altijd Doorspelen. In Helmond heette de eerste voetbalclub: Trap Door en één van de eerste Eindhovense voetbalclubs droeg de veelzeggende naam: Nooit Moe.

1897: Voetbal arriveert in ‘s-Hertogenbosch.

De vereniging werd 1 october 1897 opgericht en is daarmee één van de oudste voetbalverenigingen in Nederland. Naast het Bossche Gymnasium lag een heel klein voetbalveldje en daar speelden een aantal leerlingen na schooltijd hun partijtjes voetbal. Die partijtjes werden nogal eens gestoord doordat op hetzelfde grasveld de cavalerie oefeningen plaatsvonden en dan paarden dwars over het veld liepen. De jongens die BVV Wilhelmina oprichten waren voor een deel al lid van voetbalclub Victoria Den Bosch. Wilhelmina voetbalde in het seizoen 1899-1900 behalve in de Brabantsche Voetbalbond ook onder de vlag van de NVB in de tweede klasse Oost. De voetbalbond noteerde dat jaar voor Wilhelmina een ‘geheel wit costuum’ en als speelterrein, het veld bij Huisje ten Halve in
Vught.

Aan het einde van het seizoen 1903/1904 behaalde Wilhelmina het kampioenschap in de 2e klasse. In een gekruist duel tegen de andere oostelijke kampioen GVC Wageningen werd op 8 mei 1904 thuis met 3-2 gewonnen. De week daarop in won Wilhelmina opnieuw nu met 1-2. Het elftal werd gedragen door 3 families, nl drie Meerendonks, drie van Nijnattens en 3 Wertenbroeks.

15 april 1909. Wilhelmina de nieuwe kampioen van de 1e klasse Oost door een gelijkspel tegen Vitesse op zondag 4 april 1909.

Wilhelmina promoveerde naar de 1e klasse Oost en in dit district behaalde de vereniging het afdelingskampioenschap van 1908/1909. Dit na een spannende competitie. Gaandeweg was het duidelijk dat de titelstrijd tussen Vitesse en Wilhelmina ging, waarbij de Arnhemmers voortdurend op pole position ligt. In de voorlaatste wedstrijd gaat Vitesse echter onderuit bij GVC Wageningen en steekt Wilhelmina plotseling langszij. De titelstrijd wordt beslist in een onderling duel, waarbij Vitesse moet winnen op zich kampioen te noemen. De ontknoping is bloedstollend. Het wordt 1-1 in Arnhem, mede omdat Vitesse in de slotfase een strafschop mist. Wilhelmina mag zich nu kampioen noemen en spelen voor de landstitel tegen Sparta.

Strijden om de Nederlandse titel

Sparta maakte eerst een optocht door de stad. Als ware het popsterren werden er prentbriefkaarten verkocht met foto’s van de elftallen. En toen volgde ook nog een wedstrijd om de landstitel waaraan in die tijd veel minder betekenis werd gehecht dan aan het afdelingskampioenschap. Voor het laatste werd immers het hele seizoen (twaalf wedstrijden) gestreden. Na de 6-2 nederlaag op eigen veld viel het verlies in Rotterdam met 4-1 nog mee. In die strijd met de destijds beroemde en veel sterkere Sparta met sterren als Bok de Korver en Cas Ruffelse was er van tegenstand geen sprake.Van belang was vooral dat het leuk was geweest want met de boot naar Rotterdam en de muziek van een fanfare Goulmy en Baar aan boord.

Oktober 1911. Een spelsituatie uit Wilhelmina-U.D. 2-1 en impressie van het sportterrein tegenover het Huisje ten Halve te Vught.

Het volgende aansprekende resultaat werd behaald in de periode 1914/1915. Uit het dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage van 19 april. Opnieuw werden de spelers van Wilhelmina kampioen, dit keer in de zuidelijke afdeling tegen NAC, einduitslag 2-2.

Gedurende de jaren 1904 t/m 1931 speelde Wilhelmina in de 1e klasse maar degradeerde op 14 juni 1931. Ruim twintig jaar zou de 2e klasse de thuisbasis blijven.Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam er een verbod op het gebruik van Koninklijke clubnamen. RKVV Wilhelmina koos voor de bijnaam De Kanaries vanwege de felgekleurde gele shirts. Ook de (K)NVB mocht de naam Koninklijk niet dragen. Sinds 1926 spelen de Kanaries op sportpark De Hooge Donken.

Jaartal onbekend. Ergens in de 2e klasse periode rond 1950.Spelersnamen onbekend.

Clubicoon: Tonnie van Haeren, éénmalig international.

Tonny van Haeren is geboren op 23 september 1899. En is nog steeds de enige international van Wilhelmina. Op 14 maart 1926 bij de
traditionele interland België – Nederland (1-1) was Tonny van Haeren, de linksback van Wilhelmina, international nummer 170. In de aanloop naar zijn Oranjedebuut speelde v. Haeren niet alleen in het zuidelijke elftal. Hij moest zich ook bewijzen in een zogeheten Nederlands proefelftal en speelde voor andere selectie-elftallen als De Zwaluwen en Corinthians. Met name De Zwaluwen golden in die jaren als een voorportaal van Oranje. Na
twee optredens daarin mocht Tonny van Haeren zich opmaken voor zijn debuut in Oranje. Van Haeren (26 jaar toen) maakte zoveel indruk dat hij door de Nederlands Elftalcommissie in Oranje werd opgesteld. Toenmalig
bondstrainer Bob Glendenning had daar formeel niets over te zeggen. Zijn debuut in de middaguren te Antwerpen, voor 42.000 toeschouwers van wie tienduizend uit Nederland, leverde volop voer voor discussie.

14 maart 1926. Nederlands elftal Staand: Trainer Bob Glendenning, Theo de Haas, Appie Groen, Dick Sigmond, Harry Dénis, Tonny van Haeren, Bertus Bul, Gejus v/d Meulen, Jan Gielens en NVB consul Lou Boeljon. Zittend: Wim Tap, Cock Oldenburg en Puck van Heel.

De pers over v. Haeren “Provinciale mislukkingen”, luidde een van de koppen in De Sportkroniek die sloeg op het debuut van Tonny van Haeren in het ‘gewone’ Nederlands elftal. Verslaggever Ad van Emmenes, liet na het fortuinlijke 1-1 gelijkspel tegen België weinig heel van het spel van v.
Haeren. “We gaan er gaarne mee accoord als ook de provincie eens wat kansen krijgt. Wanneer echter op ‘t bankje der reserves menschen als Krom en Van Kol beschikbaar zijn, dan is het ons een raadsel waarom men een v. Haeren gaat kiezen. Hij was ‘n bittere teleurstelling. Van Haeren
maakte allerminst een zekeren indruk, daardoor dreigde voortdurend gevaar. Alleen door zijn lichaamskracht stond de Bosschenaar zijn mannetje”. Dr. Tonny van Haeren oogarts was een voornaam en uitstekend verdediger van de geel-zwarte kleuren. In de ogen van Wilhelmina was Tonny een welhaast geharde linkerverdediger, scherp-intelligent, berekenend en koel. De waarheid zal regens in het midden liggen. Hij was een ‘amateur’ in hart en nieren. Hij overleed op 21 juni 1976.

1936/1937. Promotie 1e klasse. Staand J. Aarts, C. Bertens, J. Schlangen, A. Smulders, A. v Gool en J. Baks. Knielend: N. v Ham, M. Maas, A. Spijkers, H. Mes, P. Strijbosch en A. Simons.

1940/1945: De donkere jaren

1931: Poieriee. 2e klasse.

Tijdens de oorlog lag het herhaaldelijk onder granaatvuur. Speelvelden werden verwoest, kleedkamers afgebroken, tribunes stuk geschoten, schuttingen en omrasteringen geroofd. Het paviljoen dat nog gespaard gebleven was, ging enkele weken na de bevrijding met inventaris en al in vlammen op door onvoorzichtigheid van daar ingekwartierde soldaten. Binnen enkele maanden kon de club weer gebruik maken van het speelveld en kreeg het zelfs de beschikking over een lichtinstallatie voor het trainingsveld. Voor Wilhelmina bleef het overigens een schraal bestaan in de tweede klasse; in de schaduw van stads rivaal BVV, dat kort na de oorlog hoogtijdagen beleefde met een landstitel in 1948 als toppunt. In juni 1951 verzocht de vereniging de KNVB om de naam te veranderen in RKVV Wilhelmina. Het bestuur wilde in het verzuilde Nederland haar rooms-katholieke signatuur in de clubnaam en zo geschiedde.

De wederopbouw en het nieuwe elan

In 1952 trekt RKVV Wilhelmina een paar honderd meter zuidwaarts om op sportpark De Wolfsdonken een nieuw terrein in gebruik te nemen. In West was een geheel nieuw stadsdeel gepland. Langs de Vlijmenseweg tegenover de Willem I-kazerne kreeg Wilhelmina de beschikking over een nieuw complex, dat een intieme sfeer beloofde. Voor 750 gulden per jaar kon RKVV Wilhelmina een hoofdveld met overdekte zittribune, twee onoverdekte zittribunes en staantribunes huren. Voor circa 6.000 toeschouwers was er plaats op De Wolfsdonken, maar uitverkocht is het maar sporadisch geweest in de 38 jaar dat Wilhelmina er huisde. Op de Wolfsdonken beleefde Wilhelmina alle ups en downs die bij een voetbalclub horen.

1951/1952. Wilhelmina 2e klasse. Staand: Kalberg, Boelens, v. Heeswijk, v. Vucht, v. Baarschot, Mees en Jacobs. Zittend: De Goey, v/d Tang, de Moor en Emons.

1955: Het grote semi-profavontuur gaat beginnen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-43.png

Er volgen twaalf jaar betaald voetbal met vreugde en verdriet. De nieuwe omgeving was korte tijd een inspirerende voedingsbodem voor gezond betaald voetbal. Om te kunnen voldoen aan de KNVB moesten er een drietal horden worden genomen. In de eerste plaats moest er een bank garantie komen van 50.000 gulden om bij liquidatie de achtergebleven kosten te kunnen betalen. Ten tweede: Er moest een sportpark zijn volgens de geldende veiligheidsnormen. Daarnaast kreeg men pas een proflicentie als men 1e klasse speelt en dat gebeurde na het seizoen 1953/1954.

Er was een optimistische start in 1955/1956. Een zesde plaats aan het einde is een mooi resultaat. De KNVB moest echter gezien de grote hoeveelheid semi-profclubs de degradatie regels aanpassen. Ondanks de subtop degradeerde Wilhelmina naar de laagste klasse de 2e divisie. In 1960/1961 liep De Wolfsdonken vol omdat Wilhelmina de weg naar de eerste divisie vond. De 1e divisie is in 1961/1962 toch een te grote stap want van de 34 wedstrijden werden er 19 verloren in met name uitduels. Er waren zeker ook hoogtepunten zoals de plaatselijke derby’s met het afgezakte BVV. Vooral financieel was het een opsteker als de thuisduels van Wilhelmina werden afgewerkt in stadion De Vliert.

121 jaar Wilhelmina-historie op YouTube | 073voetbal.nl073voetbal.nl
1963. Vooraan uiterst links: Nico Goudemans, Rob Meezen, Carel Akemann en Jo Konings. Achterste rij linksboven: Frans Burg, Enrico van Rooy, Jan Burg, Jacques van Stippent, Jan van Dinther, Wil Giesberts, Cor Stolzenbach, Frans Becks en Wim van den Heuvel.

In het seizoen 1962-1963 won BVV beide duels (0-2 en 5-2) en ontdeed het zich via promotie weer van Wilhelmina. Twee jaar later in 1964/1965 later beet Wilhelmina feller van zich af. Max Meezen keepte als een panter en een doelpunt van Frans Burg was beslissend voor een historische zege (0-1) in De Vliert voor ruim tienduizend toeschouwers. Ook in de return (2-2) hield Wilhelmina zich staande tegen BVV, dat na de oorlog tot de meest vooraanstaande club van ‘sHertogenbosch was uitgegroeid.

Icoon: Cor Stolzenbach.

Cor in Willem II shirt.

Cor Stolzenbach geboren op 3 september 1944 te Den Bosch begon met voetballen bij de Bossche club Wilhelmina, waarmee hij op zestienjarige leeftijd in het betaald voetbal debuteerde, in de tweede divisie. Stolzenbach werd in 1964 door Jan Zwartkruis geselecteerd voor het Nederlands militair elftal. Willem II liet hem in 1965 overkomen, nadat het zojuist naar de eredivisie was gepromoveerd. Tegenover het vertrek van de talentvolle jeugdspeler en militaire international Cor Stolzenbach kreeg Wilhelmina de beschikking over drie spelers van Willem II. Naast Keresztes waren dat Jan Boor en Wim van Esch. Daar bij de Tilburgers viel Cor op als een erg correcte verdediger, getuige de ene gele kaart die hij in twaalf seizoenen in dienst van de club ontving. Cor was als speler een betrouwbare, gedreven, positief ingestelde, opbouwende vleugelverdediger. Snel en technisch en bovenal sportief. Een karakterjongen die het harde werken niet schuwde en mede daardoor erg populair was.

Na de fusie terug naar de amateurs en een nieuwe naam

Een periode later 1965/1966 speelde Wilhelmina voor het laatst op De Viert, nu om de inmiddels stichtingsclub FC Den Bosch/BVV te bestrijden. En opnieuw weerde Wilhelmina zich kranig tegen de ambitieuze ‘stichting’, die naar de eerste divisie promoveerde met onder meer een 1-1 gelijk spel en een 2-0 zege als resultaten tegen Wilhelmina. In het seizoen 1966/1967 maakte Wilhelmina vrijwillig een eind aan het betaald voetbal door op te gaan in de stichting FC Den Bosch. Misschien is vrijwillig door verstandig te vervangen. Het bleek elk jaar een kunst om de boekhouding sluitend te krijgen. Toen de financiële nood het hoogst was werd aan de opbrengsten van de transfersommen van 80.000 gulden (Van Stippent naar PSV) en 30.000 gulden (Stolzenbach naar Willem II) zwaarder getild dan aan de sportieve perspectieven van Wilhelmina.
De ambitie van weleer had het verloren van de steeds harder wordende strijd om het alledaagse voortbestaan. De amateurs van Wilhelmina gingen terug naar de 4e klasse maar bleven spelen op sportpark de Wolfsdonken.

Na 121 jaar Wilhelmina produceert de vereniging geen jubileumboek maar een filmpje. Met een lengte van 15 minuten wordt met behulp van historische én actuele beelden een toer gemaakt langs plekken in Den Bosch (en Vught) die in de geschiedenis van de club een rol speelden. 

In 2020 besluit de ledenraad tot een naamsverandering. De nieuwe naam wordt ‘ Wilhelmina 1897 ‘. Zo wordt er in naam afstand genomen van de rooms-katholieke signatuur.