De Volewijckers

Voetballen aan de boorden van het IJ.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, tussen 1918 en 1927 wordt in de Nieuwendammerham, Amsterdam Noord, de Vogelbuurt opgebouwd. Er komen vooral gezinnen met kinderen te wonen waarbij de vaders werken bij scheepswerven zoals Verschure, ADM en NSM en draad- en kabelfabriek DRAKA. Rederij KNSM laat rond het Koekoeksplein woningen bouwen, die in 1921 klaar zijn.

In een bouwkeet op het plein besluiten buurtbewoners op 1 november 1920 een voetbalvereniging te beginnen met de naam DVO, Door Vrienden Opgericht. In het eerste bestuur zitten vooral werknemers van de KNSM. De nieuwe club treedt in 1921 toe tot de Amsterdamse Voetbalbond.

1922: Het terrein aan de Hamerkade. Fragment van de Volewijckers – L.O.G.

Deze AVB kent al een vereniging met die naam en daarom wordt gekozen voor de Volewijckers. De naam ‘Volewijckers’ is afgeleid van de oude landtong de Volewijck (vogelenwijk), maar verwijst ook naar de nieuwe Vogelbuurt. Het eerste speelveld ligt op een terrein van Verschure, aan de Hamerkade, vlakbij DRAKA. De kade is gelegen aan het IJ aan het Noord-Hollands Kanaal, waar de bal regelmatig in plonst. Vanaf 1926 verhuisde de club naar het Mosveld eveneens in Amsterdam Noord. Daar verrees, tussen de Bloemen en de van der Pekbuurt, een gemeentelijk stadionnetje met veel staanplaatsen voor zo’n 15.000 toeschouwers. Weinig stadions in Nederland hebben zo’n karakteristieke sfeer als het Mosveld van De Volewijckers. Het stadion is in feite ingebouwd in een woonwijk en vanaf de balkons van de huizen langs het terrein kunnen de bewoners meekijken naar de wedstrijden van de club. De Volewijckers wordt vooral door het Mosveld een echte buurtclub.

Door de hechte gemeenschap in Noord bloeide De Volewijckers als club. Gerben Wagenaar, speler van het eerste elftal, is een van de drie leden in de enquêtecommissie, die controleert of een nieuwe jongen wel talent heeft. Een jongen zonder voetbalaanleg kan geen lid worden van de Volewijckers. De belangstelling is zo groot dat de club niet alle jongens kan opvangen. Affiniteit met andere clubs was er bij de inwoners niet. Men was in Noord voor de Volewijckers óf de concurrent DWV steevast aangeduid als ‘De Wilde Varkens. In de crisisjaren speelde de groen-witte brigade in de derde klasse KNVB.  

De Oorlogsjaren van 1940 tot 1945.

Door de bezetter gedwongen was er een noodcompetitie in het eerste oorlogsjaar. Deze bestond uit tweede- en derdeklassers. Aan het eind van het seizoen 1939/1940 eindigt Volendam nipt naast de 2e klasse titel achter Velox. De Volewijckers werd verdienstelijke tweede en hoopte uit te mogen komen in de tweede klasse, maar de NVB plaatste de Volewijckers voor het seizoen 1940-1941 in de derde klasse C, waarin de club uit Noord superieur was. Alle 22 wedstrijden werden gewonnen met als doelsaldo van 107 vóór en 15 tegen. De thuiswedstrijden van de nacompetitie werden toen al gespeeld in het Ajax-stadion. Het knusse terrein op het Mosveld bood slechts plaats aan 4000 toeschouwers. Tegenstander waren de oudste voetbalvereniging van Nederland, de Koninklijke HFC , Elinkwijk uit Utrecht en Rapiditas uit Weesp. De beslissingswedstrijd tegen Elinkwijk werd in het stadion van Utrecht met 1-3 gewonnen. Eindelijk promoveerden de Over-IJers in 1941 naar de tweede klasse. In het seizoen 1941-1942 werd Jaap van der Leck trainer van de Volewijckers.

Het werd het begin van een bloeiperiode met in 1942/1943 het debuut in de 1e klasse. Voetbal was tijdens de Tweede Wereldoorlog razend populair. Het stadionbezoek verdubbelde en tienduizenden Nederlanders sloten zich aan bij sportclubs. Sport bood namelijk afleiding van de oorlogsellende. Tegelijkertijd was de bezetting ook in het voetbal merkbaar. Het was in 1941 dat de Duitse bezetter de verenigingen verbood om nog joodse leden op het voetbalveld toe te laten.

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

Als we ons beperken, dan zijn er bij de Amsterdamse voetbalverenigingen 491 leden vermoord door de Duitsers. Aan de Volewijckers kant waren dat zeven slachtoffers, waarvan vele in de bloei van hun leven. Voor diegene die meer wil weten is er de website over de joodse geschiedenis in Amsterdam Amerikaanse vliegtuigen voerden op 17 juli 1943 een bombardement uit op Noord. De bommen waren bestemd voor de Fokker fabriek, die door de Duitsers was overgenomen. De bommen vielen echter vooral in de omgeving van Fokker met vele slachtoffers.. Er viel ook een bom op het hoofdveld van de Volewijckers. Het bestuur vond het Mosveld ongeschikt om bij luchtalarm te ontruimen en de toeschouwers dekking te geven. Besloten werd alle thuiswedstrijden vanaf 1943 in het Ajax-stadion te spelen.

1944: Hoogtepunt in de historie van RKSV Volendam.

De Volewijckers selectie was in veertiger jaren een sterk collectief. In 1942 werd de Volewijckers kampioen van de tweede klasse B en promoveerde naar de eerste klasse. Tegenstanders in de promotiewedstrijden waren DOS uit Utrecht en RCH uit Haarlem. De beslissingswedstrijd tegen DOS werd gespeeld in een uitverkocht Ajax-stadion en met 4-1 gewonnen. In het seizoen 1942/1943 was Volewijckers de grootste club van Amsterdam. In het seizoen 1943-1944 behaalde Volewijckers de afdelingstitel in de eerste klasse A, één van vijf eerste klassen. Traditioneel speelden deze kampioenen om de landstitel tegen elkaar aan het einde van de competitie.

De strijd om de landstitel

De vier concurrenten waren het Haagse VUC; het Tilburgse LONGA, SC Heerenveen en het Almelose Heracles. In de eerste kampioenswedstrijd op 12 maart 1944 was Heracles de tegenstander. De trein naar Almelo vertrok om 07.11 uur. De Volewijckers won afgetekend met 1-6. De wedstrijd tegen Heerenveen werd op 26 maart in het Ajax-stadion gespeeld. Zelfs stadion De Meer bleek niet groot genoeg voor alle belangstellenden. Wie nog een kaartje wilde bemachtigen, was aangewezen op de zwarte markt. In de tiende minuut van de wedstrijd ging het luchtalarm af. De toeschouwers moesten het stadion verlaten, maar daar voelden ze niets voor. De burgemeester moest er aan te pas komen: hij lastte de wedstrijd af bij een 0-1 stand voor de Friezen.

De thuiswedstrijd tegen Heracles werd gespeeld op 2 april in een uitverkocht Olympisch Stadion. Ten overstaan van 40.000 toeschouwers won de Volewijckers met 5-0. Op 10 april is er de match tussen VUC – De Volewijckers 2-0 en daarvan zijn videobeelden gemaakt. De volgende wedstrijd was uit tegen Heerenveen. Honderden fans namen de nachtboot van Amsterdam naar Lemmer. Heerenveen, met Abe en Jan Lenstra, werd verslagen met 1-6. De volgende wedstrijd op 30 april tegen VUC is zeer belangrijk. Het is de directe concurrent waarvan eerder was verloren. De match wordt gespeeld in een uitverkocht Olympisch Stadion en met 5-1 gewonnen. Zwarthandelaren hadden een groot aantal toegangskaarten weten te bemachtigen. Agenten in burger hadden zich vermengd met het talrijke publiek op het Stadionplein. Ze slaagden erin 150 arrestaties te verrichten.

1944 Kampioen De Volewijckers. Helaas ontbreken de spelersnamen.

De inhaalwedstrijd tegen Heerenveen moest de beslissing brengen. Op de 2e pinksterdag 29 mei, traden beide ploegen aan in een opnieuw uitverkocht Olympisch Stadion. Het was een wedstrijd die nooit een echte spannende wedstrijd werd. In de eerste helft waren De Volewijckers al de betere en het wachten was op een doelpunt. De rust ging met een 0-0 tussenstand. In de tweede helft kon het feest beginnen na doelpunten van Chr. Smit en Bakker. Ook nadat Heerenveen terug kwam middels een goal van Ploegh waren het de Groen-Witten die het wedstrijdbeeld bepaalden. Met een fraaie kopbal van opnieuw Chr. Smit werd het 3-1. Het wachten was op een doelpunt van de club topscoorder Daan de Jongh en die kwam er 4-1.

Daan was zo populair dat een precieze adressering niet nodig was. Brief van een Rotterdamse fan aan van midvoor Daan de Jongh, gestuurd na het behalen van het landstitel op 2e Pinksterdag 29 mei 1944 – collectie Ferry de Jongh

De 4-1-overwinning betekende ook een landstitel voor Joop de Busser. Die als aanvoerder het jonge team bij de hand nam op de momenten dat het moest. Club chroniqueur Tip de Bruin: ‘Wij moesten lopend terug naar Noord, dwars de stad door. Amsterdammers en de bezetters keken vreemd op naar die zingende, juichende schare supporters. Vele Amsterdammers sloten zich bij ons aan. De Wehrmacht hield zich gelukkig afzijdig, want er liepen honderden onderduikers mee.’ De Bruin was journalist voor de Noord-Amsterdammer en correspondent van Het Vrije Volk, Handelsblad en Het Parool. Op de Nieuwendijk opende hij in 1953 een herenmodezaak, in die jaren bekend en populair. Dat Volendam komende uit de derde klasse in drie jaar de sterkste van Nederland werd maakt de prestatie heel bijzonder of zoals hierboven de krantenkop luidt.

1944/1945: Samen sterk in de hongerwinter

Door een samenloop van omstandigheden werd Amsterdam in het laatste oorlogsjaar heel zwaar getroffen. Het raakte geïsoleerd van de buitenwereld, vooral tijdens de Hongerwinter. Deze rampzalige berichten bereikten al snel voetbalclub Heerenveen via clublid Joop Overdiep, die veel zakelijke contacten had in de hoofdstad. Samen met secretaris Floor Féléus en voorzitter Hendrik Huisman bespraken ze het idee om van de vier belangrijkste Amsterdamse voetbalclubs ieder vijftien jeugdleden op te vangen.

Op 25 mei 1945 vierde voetbal vereniging Heerenveen de Bevrijding met een optocht van jonge voetballers. Naast spelers van Heerenveen liepen er ook voetballertjes van Ajax, DWS, De Volewijckers en Blauw-Wit mee. Die Amsterdammers zaten toen al ruim een halfjaar in Friesland om aan te sterken.

Alle Amsterdamse clubs gingen dankbaar in op het Friese aanbod. ,,Beste mensen uit Heerenveen,” antwoordde een ontroerd DWS-bestuur, ,,jullie hebt prachtig werk gedaan. Niet medelijdend hoofdschuddend ‘gekletst’ over die arme Amsterdammertjes, maar jullie hebt iets gedaan, waarvoor wij jullie ten hoogste dankbaar zijn.” De jeugdleden van Ajax, Blauw-Wit en DWS gingen gezamenlijk per boot (het stoomschip Jan Nieveen) naar Lemmer. De Volewijckers uit Noord reisden zelfstandig met een vrachtwagen, omdat de pont naar het centrum er in oktober 1944 niet meer was en ze het schip daarom niet konden bereiken. Later mochten alle clubs nog ieder vier jongens sturen. Een FOX Sports documentaire.

De Volewijckers tegen Ajax op het Mosveld in 1947

1954: Ook in Amsterdam-Noord Semi-Profvoetbal.

Na de oorlog kon dit succes niet meer worden herhaald maar bleef de club een sterke tegenstander. Voor de confrontaties met stadsgenoot Ajax liep de halve stad uit. Op 15 mei 1954 hield de Volewijckers een buitengewone ledenvergadering in verenigingsgebouw Nieuwendammerham. De vergadering moest beslissen over toetreding tot het betaald voetbal. De meningen waren verdeeld. Het bestuur stond argwanend tegenover het betalen van spelers. Simon van der Oord, aanvoerder van het eerste elftal, nam het woord: ‘Desnoods nemen wij als spelers genoegen met een gage van tien gulden per week.’ Dat zag het bestuur wel zitten en dus werd de Volewijckers een semi-profclub, maar de basis was wankel. De latere aanvoerder Piet van der Muts zei tegen sportjournalist Theo Reitsma: ‘Wij kregen drie gulden voor de training, twintig gulden voor een overwinning en een tientje bij een gelijkspel.’

In die tijd kreeg het team van begin jaren 1960, dat koesterend de ‘Mosveld-baby’s werd genoemd, vorm. Het was begonnen als een jeugdteam dat jarenlang met elkaar samenspeelde en uiteindelijk de overstap maakte van A-junioren naar het eerste seniorenteam. Evert Teunissen was coach, trainer en soms parttime vader voor het team. Bekende spelers uit dat team waren Hassie van Wijk 18 jaar, Wout Schaft 23 jaar, Henk Looyen 20 jaar, Dirk de Ruiter 19 jaar, Frits Kick 18 jaar, Jan Kirsten 22 jaar,Piet Boogaard 19 jaar en Frits Soetekouw 21 jaar.

Clubicoon: Frits Soetkouw, de enige Volewijcker in Oranje.

Frits Soetekouw is de enige Groen-Witte die ooit in Oranje heeft gespeeld. Het was een éénmalig optreden met het Nederland elftal op 14 oktober 1962. Een vriendschappelijke interland in en tegen België die met 2-0 werd verloren. Frits Soetekouw, geboren Amsterdammer van 16 juni 1938 groeide op in Amsterdam-Noord, pal naast het terrein van De Volewijckers. “Vanuit ons huis keken we zo op het tweede veld,” vertelde hij ooit aan De Telegraaf. Het duurde lang voordat hij lid kon worden. “Voetballen op straat was alles voor mij,” zei hij in hetzelfde vraaggesprek. “Dat kwam ook doordat ik om geloofsredenen van mijn ouders niet in clubverband mocht voetballen.” Zijn andere zoon Mischa: “Van de zwartekousenkerk van mijn grootouders mocht ik niet op zondag spelen. Daarom heb ik later gebroken met de kerk.” Toen hij eens een vriendschappelijk wedstrijdje speelde met De Volewijckers, ging het snel. In 1959 belandde hij in het eerste en speelde twee jaar voor De Volewijkers.

Daarna volgde één jaar Heracles. Bij Ajax werd hij tweemaal landskampioen en deed hij mee in de beroemde mistwedstrijd. In het Olympisch Stadion werd het onverslaanbaar geachte Liverpool met 5-1 verslagen. Na drie jaar vertrok hij naar PSV en speelde vervolgens ook voor DWS. Hierna werd hij o.a. trainer bij AZ. Tot op hoge leeftijd was Soetekouw een kwiek figuur, die vanuit Purmerend graag als lid van Lucky Ajax naar het stadion kwam. De laatste maanden takelde hij snel af onder invloed van Alzheimer. Vrijdagochtend 3 mei 2019 overleed hij op 80 jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Purmerend.

Na het vertrek van Theunissen in 1959 volgde de charismatische trainer Daan de Jongh hem op. Daan is oud-eerste elftalspeler geweest in het team dat landskampioen werd in 1944. Ook de Jongh was als een vader voor de jongens. Wedstrijdbesprekingen werden bijvoorbeeld bij hem thuis gehouden.

1958/1959 Staand: Oefenmeester E. Teunissen, D. van Alphen, J. van Wijk, J. Kroese, A. Mouw, H. Looyen en D. de Ruiter. Knielend: J. de Vries, M. Goedkoop, W. Schaft, F. Kick en G. Clement.

1961: Het Wonder van Zuilen.

Ondertussen werden de Mosveld-baby’s tweede in de 1e divisie seizoen 1960/1961. Dit gaf recht op deelname aan een promotiecompetitie voor een plaats in de eredivisie. Allereerst overwon de Volewijckers over twee wedstrijden DHC uit Delft, de kampioen van de andere 1e divisie . Tegen de nummer laatst van de eredivisie volgden daarna twee wedstrijden voor een plaats in die eredivisie. De tegenstander was Elinkwijk uit Utrecht en deze club speelde in de Utrechtse wijk Zuilen. De eerste wedstrijd won De Volewijckers met 4-3 in het Olympisch Stadion zodat een gelijkspel in Utrecht voldoende zou zijn voor promotie. Dat ging niet zomaar. Voor 20.000 toeschouwers kwam Elinkwijk gemakkelijk met 3-0 (rust 1-0) voor. In de 75e minuut scoorde Schaft de 3-1 binnen maar in de 80e minuut scoorde Elinkwijk de 4-1 en leek de buit voor hen (verlenging van het eredivisieschap) ruim binnen bereik. Uniek beeld met radio verslag. De supporters in Noord konden op het Mosveld het live-verslag volgen. De directe verbinding was tot stand gebracht door dagblad Het Vrije Volk met Bert Pasterkamp als verslaggever. Op het hoofdveld van de Volewijckers stonden vier speakers opgesteld. Ongeveer tweeduizend man volgde het verslag van de wedstrijd die om zes uur begon. Soetekouw viel uit met gescheurde kniebanden zodat de Volewijckers met tien man verder moest. Een geblesseerde voetballer mocht toen niet vervangen worden. Die regel is in 1969 veranderd, deelde de KNVB desgevraagd mee. Van Wijk speelde met een injectie in zijn enkel. Op een wonderlijke manier lukte het De Volewijckers met een doodvermoeid team en verschillende blessures in de blessuretijd 4-4 te scoren.In de tweede helft raakte de verdoving uitgewerkt, zodat hij amper nog kon lopen. Bij een blessurebehandeling kreeg hij ook nog een zitkussentje tegen zijn hoofd.Via 2 × Wouter Schaft en 1 × Willy van ’t Hek, via het been van tegenstander Humphrey Mijnals. Deze wedstrijd werd bekend als Het Wonder van Zuilen. De Volewijckers gaat naar de eredivisie.

Oktober 1962. Het Mosveld twee jaar voor de sloop van dit knusse sportterrein.

Daan de Jongh: De charismatische oefenmeester komt te overlijden.

In het seizoen 1961/1962 eindigde debutant De Volewijckers als elfde wat een goed resultaat. Het seizoen erop werd een rampseizoen. Het seizoen was zes wedstrijden oud toen trainer Daan de Jongh, op de terugweg in de bus vanaf een uitwedstrijd bij DOS in Utrecht, op de achterbank van de bus overleed aan een hartstilstand. De magie van de Mosveld-baby’s was gebroken en de spelers kwamen deze slag nooit te boven. Het team degradeerde in 1963 roemloos met slechts 8 punten naar de Eerste Divisie. Daarna viel het team uit elkaar.

1962-1963. Staand v.l.n.r.; Hans Reuser, Henk Ellens, trainer Daan de Jongh, Jan Kirsten, Henk Looijen, Sjaak de Vries en Hassie van Wijk. Hurkend v.l.n.r.: Wout Schaft, Cees Kick, Otto Polak, Frits Soetekouw, Piet Boogaard.

De Volewijckers verliest haar thuisbasis.

In de semi-prof jaren speelt De Volewijckers elf seizoenen op het Mosveld, maar daarna moet het veld wijken voor de aanleg van de IJtunnel. Op het nieuwe veld in de Buiksloterbanne is het door het ontbreken van de magie van het Mosveld snel gedaan met de aantrekkingskracht van De Volewijckers. De verplichte verhuizing in 1964 naar het nieuwe sportcomplex verderop is een enorme tegenslag.

Clubgebouw buiksloot
Het clubgebouw op het complex Buiksloot in de Buikslotermeerpolder

In één klap was de club haar binding met haar wijk kwijt en de toeschouwers meden de nieuwe locatie. Criticasters binnen de club met een iets minder romantische inslag wijten de neergang echter ook aan het feit dat het bestuur van de club feitelijk niet meer dan hardwerkende amateurs waren die niet veel verstand hadden van het reilen en zeilen van een profvoetbalclub.

20 augustus 1967 Staand: Fens, Bogaard, Adriaanse, Lagendijk, Rinia, de Ruiter en Koppedraaier. Zittend: Verweij, Stout, Engelsma, Boszhard. Vlak voor de wedstrijd. Volewijckers – Velox 2-0.

De Volewijckers beleefde nog één opleving: kampioen van de Tweede divisie in 1970/1971. Het profavontuur eindigde in 1973/1974. Het bestuur van de Volewijckers besluit de vereniging terug te laten gaan naar de amateurs. De betaald voetballicentie werd met enige schulden overgenomen door de Amsterdamse voetbalclub FC Amsterdam. Die op haar beurt is ontstaan uit een fusie tussen Blauw-Wit en DWS.

Jos de Rooy zingt met de fanfare Waterland, het clublied van De Volewijckers.

1971/1972. Staand: Rob Meuwessen, Henny Heerland, Toon de Boer, Herman de Vries, en Co Meijer. Zittend: Kees Bogaard, Piet Boogaard, Co Stout, Cor Pell, Pim Waayenberg en Dick Fiene.

Met dank voor enige clubinformatie. AmsterdamNoord.Com

Aanvullend een drietal video opnamen uit het archief.

Op Sportpark Buiksloterbanne verloren De Volewijckers op 18 november 1962 met 5-0 van Ajax. Scoreverloop: Piet Keizer (0-1), Henk Ellens (0-2, eigen doelpunt), Sjaak Swart (0-3), Henk Groot (0-4), Bennie Muller (0-5). Beelden zonder geluid.

Op 4 februari 1962 wonnen De Volewijckers dankzij een doelpunt van Has van Wijk met 1-0 van VVV-Venlo. Beelden uit het archief van 3.17 min.

De wedstrijd Volewijckers-Veendam op het Mosveld. Vermoedelijk de bekerwedstrijd gespeeld op 9 febr. 1964 met de uitslag 2-3. Commentaar bij de beelden van Felix Meurders.

Uit Het Parool van 25 augustus 2019: De dag dat de Volewijckers zijn kleur weer terug kreeg.

Amsterdam / Noord Holland | Pinsworld