De Valk

De Valk site is nog in een opbouw fase.

Op de geboortedag van prinses Juliana, 30 april 1909, werd in Valkenwaard de voetbalvereniging Juliana opgericht. In 1912 trad de club toe tot de Brabantse Voetbalbond. Op dat moment werd de naam gewijzigd in De Valk. De naam had te maken met het feit dat de trekroute van de slechtvalk boven Valkenswaard lag, waardoor de stad een belangrijk centrum was van valkenvangst. Eenmaal afgericht werden de roofvogels verkocht in heel Europa en dat leverde de stad veel rijkdom op. Zo ontstond eerst de naam Valkenswaard en in 1912 ging de plaatselijke vereniging verder onder de naam De Valk. Een jaar later trad de club toe tot de Nederlandse Voetbal Bond.

In 1955 maakte De Valk de overstap naar het betaalde voetbal. Op dat moment speelde Karel Theuwis al voor PSV. Hij was in 1951 van De Valk naar het Belgische Esperanza Neerpelt gegaan en daar kochten de Brabanders hem weg voor 5.773 gulden. PSV verkocht hem voor negenduizend gulden door aan Elinkwijk en hij sloot zijn voetbalcarrière af bij Eindhoven. Theuwis woonde zijn hele leven in Valkenwaard, maar keerde als voetballer niet meer terug bij De Valk. Sterspeler Jacques de Wit was de zoon van voorzitter Harry de Wit.

Toen PSV hem benaderde, ontstond er een enorme rel in Valkenswaard. De plaatselijke bevolking nam het PSV kwalijk dat de club De Wit ronselde. Vader De Wit probeerde de transfer te verhinderen en de gemoederen liepen zó hoog op, dat het complete sectiebestuur betaald voetbal naar het Oranje Hotel in Eindhoven kwam om de affaire met de besturen van PSV en De Valk in der minne te schikken. De Wit moest het seizoen afmaken bij De Valk en mocht vervolgens naar PSV.

Na twee jaar keerde hij alweer terug naar De Valk, doordat hij er niet in slaagde bij PSV een basisplaats af te dwingen. Vanaf dat moment combineerde De Wit het voetballen bij De Valk met een baan als jeugdtrainer. Later zou hij als coach in het betaalde voetbal debuteren bij Eindhoven. De Valk royeerde hem vervolgens als lid, doordat hij rechtsbuiten Peter Jansen wilde meenemen. De Wit was daarna trainer van DFC, Helmond Sport, Club Brugge, Anderlecht, KV Oostende en jeugdcoach bij PSV. Hij runde even een dierenwinkel in het Belgische Lommel en trainde nog bij Turnhout, Wezel Sport en Antwerp FC.

De spelers van De Valk voetbalden voor een minimumcontract. Ze ontvingen jaarlijks een vergoeding van zeshonderd gulden. De club bestond bij de gratie van de sigarenindustrie in Valkenswaard. Hofnar steunde de vereniging, in het eerste elftal speelden vijf sigarenmakers, maar concurrent Willem II stak alleen geld in de katholieke amateurclub VSV. Aan het eind van het seizoen 1960/61 was het afgelopen met het betaalde voetbal in Valkenswaard. Met zestien punten uit 34 wedstrijden eindigde de club als laatste in de Tweede Divisie en ontkwam zij niet aan de sanering van de KNVB. Het bestuur probeerde wanhopig geld binnen te halen en ook de nieuwe trainer Oliver Gaspar kon de vereniging niet redden.

Op dat moment was Miel Pijs twintig jaar. Hij zou de enige speler van De Valk worden die international werd; Pijs speelde acht keer voor Oranje. In 1953 werd hij lid. Acht jaar later stapte hij over naar PSV. Dat leverde De Valk een vermogen op, want de Eindhovenaren betaalden 38 duizend gulden voor de lokale held. Na zes seizoenen bij PSV kreeg Pijs een conflict met coach Milan Nicolic en vertrok hij voor honderdduizend gulden naar Sparta. Trainer Wiel Coerver nam hem vervolgens mee naar NEC, waarna hij nog voor FC Den Bosch en Eindhoven uitkwam.

Pijs bleef zijn geboorteplaats trouw, want hij opende in Valkenswaard een sportzaak en werd trainer van tennisvereniging Falcones. Hij werd in 1980 technisch manager bij Eindhoven, had dezelfde functie bij Antwerp FC en ging daarna als scout aan de slag. De schooljeugd in Valkenswaard speelt jaarlijks nog een toernooi om de Miel Pijs Wisseltrofee.

Valkenswaard heeft intussen 31 duizend inwoners en niemand denkt nog met weemoed terug aan het avontuur in het betaalde voetbal. Er is een Valkerijmuseum en de tijden dat de stad ruim honderd sigarenfabrieken telde, is voorgoed voorbij. Daarvoor is het Sigarenmakerij Museum in de plaats gekomen. Ook met de voetbalclub is het gelukkig goed afgelopen. Twee jaar na het gedwongen vertrek uit het profvoetbal werd De Valk op 20 juli 1963 kampioen van Nederland bij de zondagamateurs en in 1974 slaagde de club erin de Hoofdklasse te bereiken.

In 2005 sloeg de paniek toe, nadat de vereniging de degradatiewedstrijd tegen Bladella uit Bergeijk had verloren en naar de Derde Klasse degradeerde. Maar in 2009 werd het honderdjarig bestaan gevierd met de promotie naar de Eerste Klasse en in 2010 promoveerde De Valk weer naar de Hoofdklasse.

De Valk speelde slechts een marginale rol in de historie van het betaalde voetbal, maar het leverde sommige clubiconen eeuwige roem op. Theo Smolders, landelijk een anonieme speler, maakte twintig jaar deel uit van de selectie. Hij was tijdens het profavontuur de aanvoerder. Een rustige man, die nooit bij conflicten was betrokken en gedurende zijn voetbalcarrière maar één officiële waarschuwing kreeg. In mei 1959 werd Smolders gehuldigd vanwege zijn vijfhonderdste wedstrijd in het eerste elftal. Ook na de terugkeer naar de amateurs bleef hij een vaste kracht.

Dick Bimmel kwam uit Rotterdam-Zuid en belandde bij toeval in Valkenswaard. Hij werkte bij het Effectenbedrijf A. Milders & Co in Rotterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door twaalf Duitse soldaten uit zijn ouderlijk huis gehaald en naar De Kuip gebracht. Vervolgens werd hij in Hamburg op de scheepswerf Blom & Voss tewerkgesteld. Nadat Hamburg was ingenomen door de Amerikanen, wilde Bimmel terug naar Nederland, maar alleen het zuiden was al bevrijd. Daardoor bleef hij in Valkenswaard steken tijdens zijn reis naar Rotterdam.

Zijn komst naar de Brabantse plaats zou bepalend zijn voor de rest van zijn leven. Bimmel ging eerst vrijwillig in militaire dienst en nam drie jaar deel aan de politionele acties in Indonesië. Tijdens dat verblijf trouwde hij met de handschoen met Annie Dubach uit Valkenswaard en na zijn terugkeer werd hij basisspeler bij De Valk. Van zijn eerste salaris als prof kocht hij een Berini-bromfiets en in 1956 begon hij café De Toerist op de Markt, dat hij later verkocht aan motorcrosser Broer Dirks. Na zijn actieve carrière was Bimmel elftalleider en bestuurslid bij zijn club, al bleef hij tot zijn dood Feyenoord-supporter.

Keeper Cor van den Akker kwam als enige speler van De Valk uit Eindhoven. Hij speelde daar met zijn neven Jo en Frans Tebak bij de gelijknamige club, maar de Belgische gezelligheid in Valkenswaard sprak hem meer aan. Van den Akker was de zoon van een slager, runde een kruidenierszaak op het Gerardusplein in Eindhoven en exploiteerde café De Punt in Elsloo. Uiteindelijk werd hij niet beroemd als doelman, maar als kunstschilder. Als keeper won hij wedstrijden en maakte hij afschuwelijke blunders. Zijn schilderijen hangen nog steeds in diverse musea.