rkvv Brabantia

RK Brabantia: Een gezegende vereniging.

Brabantia is een rooms katholieke voetbalvereniging uit Strijp, een wijk van Eindhoven. De club werd op een zondag in maart 1922 als Olympia gesticht. Het waren een stelletje knapen in de huiskamer van de familie Geven aan de Schouwbroekseweg. Bij elkaar lappen ze de man een gulden en besluiten tot de oprichting van Olympia, want dat klonk wel aardig. Een inmiddels historische daad van Gerrit Geven, Harrie Verbeek, Kareltje de Wouw, Tinus van Hout, Marinus Boogers en Bram Veneman. Kennelijk werd er elders in de land al onder die naam gespeeld, dus moest de clubnaam veranderen en dat werd vanaf 1924 RKVV Brabantia.

RK sportpark Brabantia 1936 Inzegening door de bisschop van Den Bosch: Monseigneur A.F. Diepen.

De vereniging bestond voor een belangrijk deel uit jongens, wonende in de katholieke arbeiderswijk Strijp. De club ging aan de slag op een veld van boer Donkers aan de Apeldoornstraat. Helaas, moeilijke tijden bleven ook niet uit. Het zich uitbreidende Philipsconcern slokte het veldje van Donkers op en Brabantia zat zonder speelterrein. Vanaf 1935 speelde de kersverse landskampioen Brabantia bij de Rooms Katholieke IVCB op het sportpark aan de Botenlaan. Eigenaar was de katholieke woningbouwvereniging Sint Trudo. Het hoofdveld lag centraal op het terrein en beschikt over een hoofdtribune met 400 plaatsen en 10.000 staanplaatsen rondom een sintelbaan. De clubkleuren zijn: Blauw shirt, blauwe broek, Rood.blauwe gestreepte kousen

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Spelmoment-Brabantia-Mulo-1.jpg
1933 regionale wedstrijd: Mulo-Brabantia 2-1

In het algemeen was tot ongeveer 1910 voetbal een sport voor de bovenlaag van de samenleving. Het was niet meer dan een nieuwe vorm van ontspanning Vanaf 1910 ging katholiek Nederland zich actief organiseren. Het bisdom Den Bosch begon er mee en al ras volgde de bisdommen van Utrecht, Haarlem enzovoort. Men vond het belangrijk om de religieuze achterban aan zich te binden. Contacten met niet katholieken moesten zoveel mogelijk worden vermeden. Het was de tijd van de verzuiling. Dat dit goed gelukt is blijkt wel uit de vele voetbalclubs beneden de grote rivieren.

Brabantia: Landskampioen 1936 en 1937 der katholieken.

RKVV Brabantia was zo een club, ook wel bekend onder haar bijnaam d’n Brab. Zij vierden de grootste successen in de jaren dertig van de twintigste eeuw vierden. Toen werden ze het tweemaal achtereen, in 1935 en 1936 Nederlands kampioen in de katholieke IVCB.

De Tijd : Godsdienstig-Staatkundig dagblad van 29 juni 1936

Brabantia werd na het afdelingskampioenschap in 1935 ingedeeld voor de nacompetitie om de landstitel van 1936. De kampioenen van de vijf eerste klassen speelden om het landskampioenschap. Tegenstanders waren de roomse verenigingen Volendam, De Treffers uit Groesbeek, Spartaan uit Rotterdam en Bleijerheide met RKNAC. Uit acht wedstrijden werden er elf punten behaald met een opvallende doelsaldo van 30 voor een 24 tegen.

1935/1936 Kampioen van den I.V.C.B : Piet van Hoof, Harrie Trines, Thijs Hessels, Bram Veneman, Theo van Dooren, Jan Lukken, Piet van Deursen, Joop Wilbrink, Martien van Osch, Albert van Osch, Gerardus Stoker.

Na het het opnieuw behalen van het regionale kampioenschap mocht de vereniging wederom strijden om den landsbocaal van 1937. De kampioenen van de vijf eerste klassen speelden om de landstitel. Ingedeeld met VVA uit Nieuwendam, HBC uit Heemstede, het Maastrichtse RKVVL en opnieuw De Treffers uit Groesbeek.

Met vier achterstallige wedstrijden is Brabantia bijna ongrijpbaar.

In de nacompetitie om het algehele landelijke titel werd er zes maal winst gehaald en tweemaal verlies. Voldoende om de vlag opnieuw te hijsen. RKVV Brabantia is voor de 2e maal landskampioen der katholieken 1936/1937.

21 juni 1937: Limburgsch dagblad.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Brabantia-elftal-1938.jpg

Nadat in 1940 de Duitsers Nederland waren binnengevallen, eisten zij een andere opzet van het Nederlandse voetbal. Dit moest bestaan uit één voetbalbond met regionale onderafdelingen. Deze onderafdelingen hadden voortaan te luisteren naar de bond en konden niet zomaar eigen regels maken. De 20 grootste neutrale regionale bonden werden onderafdelingen van de KNVB. Alle overige bonden werden opgeheven. Hiermee kwam een einde aan de overkoepelende RKF, de Rooms Katholieke Federatie en aan de IVCB, de Interdiocesane Voetbal Competitie Bond. Het werd veel overzichtelijker zonder al die versnippering. Vanaf nu werd de Nederlands kampioen ook een echt Algeheel Nederlands kampioen.

27 augustus 1950. Wetstrijden om AROL beker. AFC -Brabantia 2-0. Verder informatie ontbreekt maar dat het een spannend moment is dat is duidelijk. Het A.R.O.L. toernooi , is vernoemd naar een jong overleden voetballer van AFC Amsterdam Tony van Lierop. Het zou uitgroeien tot een succesvol toernooi dat gespeeld werd bij het begin van de competitie.

Nu alle onderbonden zijn opgenomen in één landelijk orgaan besloot de (K)NVB nog enkele reorganisaties door te voeren. Het gevolg was dat Brabantia, misschien wel tegen wil en dank, in de 1e klasse terechtkomt. Na een goede start in het eerste seizoen 1945/1946, werd de club keurig vijfde. In 1946/1947 heeft Brabantia het lastig en degradeert net niet.

1946/1947: Brabantia. Boven: G.Stoker, F.v.d.Kruijs, J.Trinus, Toon Wouters, Coen Dillen, M.Hessels, M.van Zantvoort en Antoon van Winkel. Onder: J.van Elderen, H.Stoker, Jan Wouters (keeper), W.Pero, B.Weenink.

In de jaren erna is de middenmoot het hoogst haalbare. Een prima prestatie overigens gezien ‘het voetbalmenu’ met clubs als MVV, VVV , Sparta en PSV.

20 maart 1949: RKVV Brabantia lijdt een verpletterende nederlaag in Den Bosch. BVV-Brabantia 7-0 . Mede door vier ongelukkige momenten van doelman Wouters en een weggeven penalty door de verdediging; aldus het Limburgsch dagblad. BVV werd kampioen in de 1e klasse zuid.

Vanaf 1952 volgt een mindere tijd als de club wegzakt van de middenmoot naar de rode streep. Dat ligt niet alleen aan de kwaliteit van de spelers, onder wie de legendarische record spits Coen Dillen, maar vooral aan de opkomende concurrentie uit de eigen stad. In de achtertuin van Brabantia maakt het kapitaalkrachtige PSV furore. Veel spelers vinden een toekomst bij PSV veel aantrekkelijker dan bij het straatarme Brabantia en lopen over. Natuurlijk hebben we het nog steeds over amateurs maar toch wordt er al volop in de schaduw betaald.

1951/1952 RKVV Brabantia in de 1e klasse. Met hiernaast de samenstelling.

1954: De Watersnoodramp verbind de NBVB en de KNVB.

In 1953 werd een wedstrijd gespeeld tussen de Nederlandse beroepsvoetballers in het buitenland en de nationale ploeg van Frankrijk in Parijs. De opbrengst ging naar de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland. Dit leidde in 1954 de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond ook wel ‘Wilde Bond’ genoemd. De KNVB heeft betaald voetbal altijd tegen gehouden op straffe van uitsluiting. Vele toppers gingen in het buitenland spelen. Het voelde als een verschraling van het Nederlandse voetbal. Er kwam meer druk op de KNVB nu er zelfs een ‘Wilde Bond’ profvoetbal ging organiseren. Hals over kop besloot al de KNVB in november 1954 te fuseren op één voorwaarde dat er onder de paraplu van de KNVB betaald voetbal zou worden gespeeld. De nieuwe reglementen maakten het mogelijk om als vereniging je in te schrijven waarna de financiële situatie van de club zou worden doorgelicht.

De voormalige kantine van de Strijpse voetbalclub Brabantia. Nu in gebruik als Gildehuis ’t Paviljoentje van het Sint Catharinagilde.

Brabantia en betaald voetbal: Een heel kort huwelijk

1954. Staand: Hein Mollen, Albert van Elderen, Jo v/d Heuvel, Toon Peters, Mies van Zantvoort, Been Weenink, Joop v/d Wilenberg en grensrechter Antoon van Winkel. Zittend: Charles van Osch, Jan Wouters, Frans van Osch en Jan Mutsers.

RKVV Brabantia ontvangt per augustus 1954 de licentie en wordt ingeschreven als semi-prof organisatie voor de nieuwe competitie. De financiële situatie is door de KNVB valide genoemd dus kan het feest beginnen. De achterliggende sportieve resultaten boden echter niet bepaald een garantie voor een hoopvol bestaan. De club wordt ingedeeld in de 1e klasse B met o.a. ADO, DWS, Elinkwijk, Heerenveen en Fortuna’54. De eerste wedstrijd is thuis tegen Sparta en voor tweeduizend toeschouwers wordt er met doelpunten van Kruyssen, Bos en Mollen met 3-2 gewonnen. Vervolgens werd er tweemaal thuis gewonnen, éénmaal thuis gelijk tegen DWS en twee maal uit verloren. Een prima resultaat tot aan de winter maar daarna gaat het sterk bergafwaarts. Vrijwel alle wedstrijden gaan vervolgens verloren en Brabantia eindigt als voorlaatste met 18 punten uit 26 wedstrijden. Willem II wordt afgetekend kampioen in het seizoen 1954/1955 en zal in een nacompetitie ook Nederlands kampioen worden.

Brabantia 1955: Boven links: Hein Mollen, Albert van Elderen, Nico van Elderen, onbekend, Jo van den Heuvel, Bennie Weenink. Onder: Frans van Os, Jan Mutsers, Jan Wouters, Charles van Os. Dit is een incomplete namenlijst.

Terwijl na afloop van de competitie Het Vrije Volk deze krantenkop plaatst moet er in Brabant ook een pijnlijk besluit worden genomen.

RKVV Brabantia: De 1e prof-club die terug gaat naar de amateurs.

De vereniging telde haar zegeningen en voorzag dat RKVV Brabantia het niet zou gaan redden zonder sponsoring. Er is vervolgens gekeken of het haalbaar zou zijn om met wat versterkingen de selectie op redelijk 1e klasse niveau te brengen. Het bleek niet mogelijk zo vond het bestuur. Dus was de conclusie dat Brabantia geen bestaansrecht had als profclub. Voorzitter Paul van Loenhout maakte het besluit bekend die moeilijk maar moedig en verstandig zou zijn. Dat bleek niet alleen uit de profetische woorden van secretaris Schaffels in 1955: “Zoals het zich op dit moment laat aanzien, zullen er in de eerstkomende jaren wel meer slachtoffers vallen, die nu menen, dat zij het wel in de afdeling betaald voetbal zullen redden”.

In de komende jaren zal het aantal semi-profclubs inderdaad fors dalen. Mede door de KNVB, die een levensvatbare ondergrens vaststelt van 2000 toeschouwers gemiddeld per jaar per club. Ongeveer de helft van de totale aantal profclubs zou in 1971 teruggebracht zijn tot ongeveer 40 clubs, deels door eigen keuze deels door de KNVB bepaald.

Icoon: Coen Dillen: Overal en altijd “Het Kanon”. 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-10.png

Coen Dillen werd geboren op 5 oktober 1926 in Strijp te Eindhoven. Hij is
de vijfde telg van de elf kinderen van de familie Dillen. Op zijn 11e ging hij bij Brabantia voetballen. Omdat destijds een leren bal te duur was had hij al snel een eigen bal gemaakt. Van kranten omwikkeld met touw. Op zijn 15e ging hij naar PSV maar keerde na één seizoen terug naar Brabantia. Op 18 jarige leeftijd ging hij, voor drie jaar, als vrijwilliger naar de marine en stopte met voetballen. Na de zijn dienstperiode keerde hij in 1947 terug bij Brabantia. De club stond op het punt te degraderen en derhalve moesten er degradatie wedstrijden gespeeld worden.

In de beslissende wedstrijd scoorde Coen 4 maal en degradeerde Brabantia niet. In het seizoen 1949/1950 begon de 2e periode bij PSV die tot en met het seizoen 1960/1961 zou duren. Daarna speelde hij nog twee seizoenen voor Helmondia ’55. In het seizoen 1956/1957 scoorde Dillen 43 keer wat tot heden nog steeds een record is. Hij was een voetballer met een beperkte techniek maar met een ongenadig hard schot. Aan dit harde schot, velen beweren dat hij harder kon schieten dan Ronald Koeman, dankt hij zijn bijnaam.

Coen Dillen scoort voor PSV tegen BVV en juicht ouderwets met de armen recht omhoog.

De persoon Dillen zorgt er niet voor dat de biografie “Het Kanon” van journalist Jeroen van Berk spraakmakend wordt. Hij is een rustige, bescheiden en norse Brabander die erg op zijn rust gesteld is.  In totaal speelde hij 483 wedstrijden waarvan 328 voor PSV. Zijn loopbaan bij Oranje bleef beperkt, vooral vanwege de moordende concurrentie: Faas Wilkes, Kees Rijvers, Abe Lenstra, Andre Roosenburg, Noud van Melis, Coy Koopal, Jan van Roessel, Cor van der Gijp, topaanvallers zat. Maar ook in het Nederlands elftal hield hij een mooi cijfers hoog: vier goals in vijf interlands, een prachtig, typisch Dillen gemiddelde. Na zijn actieve loopbaan is hij nog twee seizoenen trainer geweest van amateurvereniging Nuenen.

In 1966 is hij definitief gestopt met voetballen en trainen. Coen Dillen had een sigarenzaak aan de Frederiklaan in Eindhoven, dezelfde straat waaraan het Philips Stadion ligt. Dillen overleed in 1990 op 63-jarige leeftijd tijdens een vakantie in Zeeland aan de gevolgen van een hartstilstand. Coen Dillen kind van RKVV Brabantia werd volwassen bij PSV. Aan de oostkant van het PSV-stadion is een standbeeld te vinden van hem en tevens is de museumachtige opgang aan de zuidkant van het Philips-stadion naar hem vernoemd, de Coen Dillen promenade.

Instellingen - RKVV Brabantia
De jeugd in de vijftiger jaren en V.V. Brabantia anno nu, zingen het clublied.