RCH

Simon Hazevoet, die als oprichter van RCH wordt beschouwd en eerste voorzitter was

Enkele sportieve scholieren zochten rond 1906 aansluiting bij de voetbalvereniging Concordia. toch bleef het hebben van een eigen voetbalvereniging kriebelen. Dat leidde vijf jaar later, in februari 1911 tot de oprichting van HFC Achilles. Onder aanvoering van initiator Simon Hazevoet werd er in een achterzaaltje van een café aan de Ridderstraat in Haarlem de eerste regelementen op papier gezet. Simon Hazevoet bleef het boegbeeld van de club tot 1919. Zijn taken werden overgenomen door Henk Scheen die al vanaf het begin bij de club betrokken was. Met twee teams en ondersteuning van Baron Van Tuyll van Serooskerken die een terrein op zijn landgoed Velserbeek in bruikleen gaf kon er gevoetbald worden. Deze buitenplaats lag aan de spoorlijn ten zuiden van het voormalige station Velsen. In het spoorwachtershuisje  van spelersmoeder Van Til mocht er op de zolder worden omgekleed. Een paar jaar later was er gastvrijheid bij boer Arisz, op de overdekte deel van zijn grote stolpboerderij. Dit monumentenpand aan de Middenweg in Haarlem-Noord werd in 1928 helaas afgebroken.

Racing Club Haarlem: maakt naam en krijgt faam.

In de begin van de 20e eeuw was het de trend om clubs naar Griekse helden te vernoemen wat de NVB noopten tot ingrijpen. In 1912 kreeg Achilles opdracht van de bond een andere clubnaam aan te nemen. Gekozen werd voor Alcides maar ook daarin was het niet origineel. Het bestuur ging nu op de Engelse toer, zo werd er voor de naam Racing Club Haarlem gekozen. Racing Clubs waren zeer in de mode zoals Racing Mechelen, Racing Genk, Racing Club de Paris, Racing Strasbourg, Racing Santander.

1918 RCH Winnaar van de Holdertbeker.


R.C.H. kreeg landelijke bekendheid in het seizoen 1917/1918 door het winnen van de NVB-beker, die toen Holdertbeker werd genoemd. Dat jaar was het de twintigste editie van dit voetbaltoernooi. RCH won hem voor de eerste keer door VVA Amsterdam met 2-1 te verslaan. Door dit succes en het spelen in de gewestelijke 2e klasse werd de club populair. Het ledenaantal schiet omhoog en de toeloop van toeschouwers is enorm. Het succes had ook een keerzijde want het aantal van vijf elftallen één veld gaf aan dat RCH uit zijn jasje groeit en op zoek moet naar een andere locatie.

Sportpark 1920 aan de Middenweg Haarlem Noord

Met ingang van het seizoen 1920/21 kon de vereniging aan de Middenweg in Haarlem Noord beschikken over drie velden met twee open zittribunes alsook een kantine met kleedkamers. De Racing Club Haarlem schiet zich na één jaar door naar de 1e klasse maar niet elk seizoen verliep even succesvol. In het seizoen 1921/22 wist de selectie ternauwernood aan degradatie te ontsnappen. Trainer Bill Julian van Feyenoord werd aangetrokken als professional en dat had effect. In 1923 werd het westelijk afdelingskampioenschap behaald en kwalificeerde zich voor de nacompetitie om het landskampioenschap.

j. Geutskens. 1e klasse.

De Racing ging voor het eerst in haar bestaan deelnemen op voor het Kampioenschap van Nederland met regiokampioenen zoals Be Quick, Go Ahead en Willem II. In deze competitie ligt Willem II lange tijd op titelkoers. Overwinningen op Be Quick en Go Ahead leggen een goede basis, maar het gaat mis als tegen het al uitgeschakelde Go Ahead wordt verloren. Willem II is zo van slag dat daarna een dubbele nederlaag volgt tegen RCH. Die laatste wedstrijd is beslissend in de titelstrijd. RCH is Landskampioen! Een fantastisch resultaat voor de nog maar 12,5 jaar oude vereniging.

1922/1923. RCH kampioen Staand v.l.n.r.: Frans Nieuwenhuis, D.Radsma, Nekkie Koning, J.Geutskens. W.Hazevoet, Peer Krom, Paul Nachtegeller en met hoed trainer  J.W.Julian. Zittend: Jaap Kuyt, Nico van Dam, R.Roelfsema en Klaas Boekelaar.

Clubicoon: Gerard “Peer” Krom was de 1e oranje speler bij RCH.

Sinds de Racing zich van een onbetekenend provinciaaltje tot een landelijk bekende vereniging had opgewerkt, straalde dat succes ook door naar de spelers individueel.  Onze linkshalf Gerard Krom viel de eer te beurt als eerste RCH’er voor het Nederlands elftal te worden geselecteerd. Tamelijk bijzonder omdat die verkiezing veelal was voorbehouden aan  de jongeheren van stand maar dat was voor onze Peer (zijn bijnaam) geen probleem, hij paste zich prima aan tussen de studenten van halve of hele adel. “Toen ik in 1915 met voetballen begon en RCH nog op Velserbroek te Velsen speelde, legden wij de afstand van en naar het veld meestal te voet af, want het zakgeld van die dagen was al even snel uitgegeven als tegenwoordig”, aldus Peer.
Na die Velsensetijd kreeg Krom wederom plaats in het eerste van RCH, toen ze naar het terrein aan de Middenweg in Haarlem ging. De meest spannende wedstrijd in zijn loopbaan vindt Krom de kampioen wedstrijd, die RCH in 1923 tegen Willem II speelde. De blauw-zwarten stonden met 4-3 voor, toen de tegenpartij een strafschop kreeg te nemen. Die werd gemist en de Racing won.

Peer debuteerde in Oranje op 25 november 1923 in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Zwitserland die met 4-1 werd gewonnen. Hij scoorde direct middels een keiharde kopbal en speelde 14 x voor Oranje maar scoorde nooit meer. Hij werd geroemd om het afnemen, de bal controle en het voeden van de voorhoede maar vooral zijn doorzettingsvermogen. Als Peer in een gesprek op augustus 1959 in een krantenartikel over vroeger spreekt en zijn glorieuze voetbalverleden, beginnen zijn donkere ogen van voldoening te glinsteren. Kenmerkend voor deze toen 61 jarige, die nu nog middenin de voetballerij staat, is wel, dat hij zich uit zijn interlandloopbaan meer de aangename uitstapjes in verschillende Europese steden herinnert, dan de wedstrijden zelf.

Het Nederlands elftal ten tijde van de Olympische Spelen van 5 juni 1928.

Zo weet hij niet meer precies de uitslag van zijn debuutwedstrijd in 1923 tegen de Zwitsers. Maar des te beter weet hij nog hoe hij in 1924 tijdens de Olympische Spelen in Parijs met enige kornuiten de toenmalige hoofdconsul van de KNVB, Lou Boeljon, om de tuin wist te leiden. Deze official, die zijn pappenheimers goed kende, had zich voor de hotelingang opgesteld om een wakend oogje in het zeil te houden hetgeen mislukte. Ook aan zijn vele buitenlandse reizen, zowel met RCH als met het Nederlandse Elftal hield Krom de aangenaamste herinneringen aan over.

‘Peer’ in Oranje.

Bij de Olympische spelen in Parijs was het trouwens ook mooi. Om half twee stond de ploeg nog op de Eiffeltoren, toen men zich er plotseling rekenschap van gaf, dat om twee uur de wedstrijd tegen Roemenië moest beginnen. Veel nadelige gevolgen had deze overhaaste actie echter niet, want Holland won met 6-0. Peer was een man, die een “kind van zijn tijd” was, een oprechte voetbalamateur. Hij speelde met volledige inzet voor zijn plezier als kanthalf of spil in het Nederlands elftal met spelers als Harry Dénis, Hans Tetzner, Jan de Natris, Gejus v. d. Meulen, Puck van Heel, Dolf van Kol, ‘Rat’ Verlegh. Van 1920 tot 1938 kwam de rasechte RCHer uit voor het eerste team van de Racing. Daarna speelde hij als liefhebber tot zijn tweeënvijftigste jaar in lagere elftallen. Een bedrijfsongeval maakte tenslotte een einde aan zijn voetbal activiteiten.  Gerardus Johannes Krom, die 67 jaar is geworden, was geen man, die hoog van de toren blies; die zich op de borst klopte, omdat hij in zijn tijd een zeer bekwaam voetballer was. Daar was hij een te bescheiden en in feite ook te wijs man voor. Hij doorzag de betrekkelijkheid van sportroem, vooral als hij die toetste aan de “glorie” van de huidige voetballers.

1928 RCH wint de NVB Beker met een elftal die uit de volgende spelers bestond. Doelman Kos, Prefost, Van Es, Muller, Nieuwenhuis, De Vos, Brugman, Ruys, Verkerk, Nagtegeller, en Hanze.

Bijzonder in sportief opzicht was 1928, toen RCH wederom de Holdert-beker won. In een finale wedstrijd op neutraal terrein op het Sportpark Hilversum werd er tegen PEC Zwolle gespeeld. Uit een verslag in de Sportkroniek blijkt dat PEC de bovenliggende partij was maar door twee eigen doelpunten tekort werd gedaan. Zo werd het 0-2 mede ook door fantastisch keeperswerk van doelman Kos.

In Haarlem draait het niet alleen om RCH. HFC EDO en de HFC Haarlem eveneens uit Haarlem-Noord, zijn de plaatselijke rivalen. Groei en bloei leidden tot een grote toeloop van nieuwe leden. Eind jaren twintig ging RCH door voor de grootste voetbalclub van Nederland met 57 elftallen. 

RCH: een vlucht van Haarlem naar Heemstede.

1955. Sigarenbandje.

Het blauw-zwart-witte RCH vaandel stond hoog in aanzien bij de burgerij en werd ooit door supporters bezongen. “ Blauw zwart wit zijn onze kleuren. En voetballen is ons bestaan. Niemand zal ooit betreuren. Dat hij aan de Racing is gegaan. Op gemeentelijk niveau moest de club echter steun ontberen. De gevolgen waren pijnlijk toen de gemeente de RCH velden opkocht t.b.v. de woningbouw en de pacht vervolgens opzegde. Het geboden alternatief was wel heel mager. De club zou moeten berusten in één nieuw zelf aan te leggen veld aan de Vergierdeweg aan de noordkant van de stad en twee velden in het onbebouwde Schalkwijk. Een opsplitsing die de doodssteek voor het verenigingsleven zou kunnen betekenen. 

Gelukkig bevonden zich onder de Racing supporters ook gemeente ambtenaren uit buurgemeente Heemstede die de vereniging een warm hart toedroegen. Zij kenden de noodsituatie van de club. Zij wezen het RCH-bestuur op de sportplannen van de Gemeente Heemstede zoals de aanleg van een voor die tijd moderne sportaccommodatie. RCH greep die kans als een geschenk uit de hemel. Een verhuizing naar Heemstede bracht echter ook een afstandsrisico door de veelal in het noorden van Haarlem wonende leden.

1932. Opening voor volle tribunes met een erewedstrijd tegen Ajax. RCH-Ajax 7-4
Entree van de Heemsteedse Sportparken aan de Sportparklaan, 1932. Daaronder de Nieuwe kantine/restaurant van de Heemsteedse Sportparken, 1932, vermoedelijk ontworpen door Cornelis van Gelder. Dit karakteristieke houten gebouw, tegenwoordig een gemeentelijk monument, heeft de vorm van een rechthoek met overstekende dakrand. De stijl is verwant aan die van de beroemde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) en die van de gemeente architect Dudok met zijn sportpark in Hilversum.

Zo verrees er een sportpark met 5 voetbalvelden met 2 staantribunes aan de korte zijde. Een kleedkamer accommodatie dit alles in groen geschilderd hout met daarboven een hoofdtribune met een imposant pannendak. Het kon niet mooier. Hier in Heemstede voelde RCH zich meer dan welkom. In deze in 1932 gereed gekomen accommodatie stonden later regelmatig 10-15.000 toeschouwers met uitschieters tot boven de 20.000 ten tijde van de nakompetitie om het kampioenschap van Nederland in 1953.

Wallstreetcrash, werkeloosheid en de 2e wereldoorlog.

Zo vet als de jaren twintig waren, zo mager zouden de jaren dertig uitvallen, zowel sportief als in ieders portemonnee. De beurskrach van 1929 in New York had een wereldwijde uitstraling, lonen en de al krappe uitkeringen werden herhaaldelijk gekort. Er heerste een gierende werkloosheid en omdat te begeleiden besteedden vele gemeenten grote projecten uit aan werkelozen die in een tewerkstelling/werkverschaffing vorm verplicht waren arbeid te verrichten.

Filmbeelden uit 1934. Het Gefi-Journaal van Geuerfilm Haarlem. Met als onderwerp Zandvoort, Hertenkamp en het Paaschtournooi van voetbalclub RCH. Met beelden van de wedstrijd R.C.H-D.W.S. Die op 12 april 1936 (1ste paasdag) werd gespeeld”

Ook onze club ontkwam niet aan de malaise zowel qua ledental als qua prestatie. In 1937 viel het doek; degradatie naar de 2e klasse! Zelfs de Hongaarse trainer kon niet meer worden betaald en kreeg zijn ontslag. De 2e Wereldoorlog deed nog een extra schepje op de misère, competities kregen een sterk regionaal tintje omdat het aan openbaar vervoer ontbrak.

RCH 1948-1949. Kampioenselftal 2e klasse A. Staand: grensrechter van Rheenen, Heijermans, Van Vliet, De Vos, Bartels en Koppen. Knielend: Botter, Biesbrouck, Hase, Koster en Bleker.  

Haarlemmervoetbal iconen.

In de geschiedenis van Racing zijn er drie voetballers die door hun bijzondere talenten extra aandacht verdienen. Allereerst Gerard ‘Peer’ Krom in de jaren tussen de beide wereldoorlogen en reeds belicht. In de veertiger en vijftiger jaren was het Loek Biesbrouck die zijn buitengewone kwaliteiten liet zien. Later in de 20e eeuw zou dat eigen kweek Johan Neeskens zijn die naam en faam maakte tot ver over de grenzen.

Clubicoon: Louis (“Loek”) Biesbrouck: een heer op het veld.

Louk Biesbrouck werd op 20 februari 1921 in Haarlem geboren. Als jongen van elf werd hij lid van RCH. Hij wilde aanvankelijk keeper worden, maar omdat de Racing over veel jeugdkeepertjes beschikte, kwam het Haarlemse spelertje terecht op het middenveld. Op zeventienjarige leeftijd debuteerde hij in het eerste elftal om daar liefst 21 jaar lang een vaste waarde te zijn.

Loek Biesbrouck in een elegante pose in de wedstrijd uit tegen HFC uit de jaren 1937-1938.

Tussen 1938 en 1961 zou hij voor dat elftal ruim 500 wedstrijden spelen. Hij was een complete speler en kon met links als rechts de voorwaartsen bedienen. Dat was zijn handelsmerk. Hoewel er in de loop der tijden diverse aanbiedingen kwamen van buitenlandse clubs bleef hij amateur. Want zo sprak hij vele malen “als je betaald voetbal speelt ben je geen sportman meer, maar een loonslaaf”.

Al in het najaar van 1947 werd Loek Biesbrouck voor de eerste keer geselecteerd. Hij moest echter vanaf de reservebank toekijken omdat eerst Arie de Vroet en later Joop Stoffelen de voorkeur kregen voor de linkshalf-positie. Pas op 10 december 1950 mocht Biesbrouck tegen Frankrijk debuteren en bleek dat hij een andere speler was dan de noeste werkers als Arie en Joop. Biesbrouck moest het hebben van zijn techniek en tactisch inzicht. Hij had echter de pech international te worden in een tijd dat de beste spelers de grens overtrokken om full professional te worden. Zij werden door de KNVB bestraft en mochten niet meer voor Oranje spelen.

Een aardige bijzonderheid is overigens dat Loeki de Leeuw, de voormalige mascotte van de Ster reclame, zijn naam te danken heeft aan Loek Biesbrouck. Hij kreeg als aanvoerder van Oranje voor de uitwedstrijd tegen Engeland van de KLM een mascotte aangeboden in de vorm van een leeuw. Daarna kreeg het speelgoeddier zijn naam, omdat Loeki volgens Biesbrouck beter klonk dan bij voorbeeld Abe de Leeuw (Abe Lenstra).

Van 1950 tot 1954 speelde hij negentien keer in het Nederlands elftal, waarvan twaalf keer als aanvoerder. Loek Biesbrouck was er ook bij toen het Nederlands elftal deelnam aan de Olympische Spelen in Helsinki (1952). Het lag beslist niet aan de kwaliteiten van Biesbrouck, dat hij in zijn serie van negentien interlands slechts drie keer tot de winnende ploeg behoorde.

Het Oranje elftal tegen België: katholieke Illustratie van 1 mei 1953. Zittend: Van Ede, Van Beurden, Abe Lenstra, Bleijenberg en Luiten. Staande: Tebak, Odenthal, LOEK BIESBROUCK, Klaassens, Landman en Terlouw.

Het heeft er even naar uit gezien dat Loek toch nog een carrière switch zou maken. Buiten beeld van de media blijkt dat hij ooit onderhandeld heeft met een Italiaanse tussenpersoon over een contract dat hem zestigduizend gulden per jaar zou opleveren. Struikelblok zou een proefwedstrijd in Italië zijn geweest waar Biesbrouck geen trek in had.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-4.png

Loek Biesbrouck, die een assurantiekantoor had aan de Leidse vaart, was volgens diens ploeggenoot keeper Joop Wille als mens bescheiden en aimabel en als tweebenige speler een sieraad voor het voetbal. Biesbrouck was bepaald niet gemeen. Hij heeft in al zijn officiële wedstrijden nimmer een waarschuwing gekregen laat staan een gele kaart. Hij was de “architect” van zijn elftal dat in 1953 het landskampioenschap voor zich opeiste. Dik zestigduizend toeschouwers zagen in de Rotterdamse Kuip hoe RCH in een beslissingswedstrijd Eindhoven versloeg. Wie er niet bij kon zijn, volgde op het Phoenix-terrein in Haarlem het radioverslag van Bob Spaak via de luidspeakers. ’s Avonds zag het zwart van de mensen op de Grote Markt, waar het kampioenselftal gehuldigd werd. Hij was een vedette zonder vedette neigingen. Tot zijn drie en zestigste bleef ‘Loek de liefhebber’ voetballen nu bij de veteranen. De laatste jaren was hij erelid van Racing Club Heemstede. Loek Biesbrouck overleed in Heemstede op 20 december 2005 op 84-jarige leeftijd.

Engelse impuls door trainer Leslie Talbot

trainer talbot

Na de oorlog was het uithuilen en opnieuw beginnen met de Engelse trainer, Leslie Talbot, die tijdens de oorlog als instructeur de Engelse recruten had afgeknepen en dat zelfde regiem ook aanhield in zijn trainingen.  Dat kwam de conditie ten goede en weerspiegelde zich in de resultaten. Oud speler Peter van der Werff: ‘Leslie leerde ons met flink wat geschreeuw het fysieke werk: ‘Voetbal is niet alleen met je voeten. Gebruik je hele lichaam. Draai je kont tussen de bal en de tegenstander. Spring met je borst tegen zijn borst. Bots met je schouder tegen zijn schouder. Stop de bal met je hele lichaam over de bal. Over de bal, zeg ik toch!’ En Talbot had eer van zijn werk. RCH stond erom bekend extra voordeel te hebben van het krachtige spel. Bij sommige spelers liep het uit de hand en heette het rauzen. Dat mocht zolang je er niet op uit was een ander te blesseren. Pas in later jaren is dat omgedoopt tot het ‘spelen van de bal en de man’. Hoewel Talbot zijn instructies half in het Engels riep, ging schelden en vloeken in het Nederlands hem prima af. Bij oostenwind golfde zijn gebrul door tot aan de nette Heemsteedse families in villa’s aan de Dreef die dan weer de politie belden, waarna het clubbestuur te horen kreeg dat zij hun trainer moesten manen zich nu eindelijk eens fatsoenlijk te gaan gedragen, aldus Peter van der Werff.

RCH: sportief hoogtepunt in de geschiedenis.

In 1949 vierde de Racing haar terugkeer naar de 1e klasse maar 1953 staat gebeiteld in de historie want niet alleen werd het afdelingskampioenschap behaald gevolgd door een nakompetitie tegen de drie regio kampioenen, Sparta, Vitesse en Eindhoven.

Als outsider wist RCH na een beslissingswedstrijd tegen EVV Eindhoven in het Feyenoord stadion met een 2-1 zege de landstitel te pakken. Het was precies 30 jaar geleden dat RCH opnieuw landskampioen wist te worden. Grote man was linkshalf en aanvoerder Loek Biesbrouck.

18 juli 1953 De Kuip Landskampioen RCH- Eindhoven 2-1: Staand: Doelman Wille, v Rheenen, v d Brink, Lasschuit, Biesbrouck en De Vos. Zittend: Koster, De Wette, Gallis, Hoonhout en Couwenhove.
18 juli 1953 De Kuip Rotterdam: Loek Biesbrouck op de schouders.

In het seizoen 1952-1953 komen in het totaal 127.000 toeschouwers bij 13 thuiswedstrijden. In 26 wedstrijden wist Couwenhoven er tien in het net te prikken. Gallis scoorde er zelfs twaalf. Het meest bezocht werd de wedstrijd tegen Wageningen op 7 december 1952 met een aantal van 14.000 toeschouwers. Het minst bezocht was de wedstrijd op 31 mei 1953 tegen GVAV met 6.000 toeschouwers. Een aantal waar menige eredivisieclub van zou smullen.

Overgang van een amateurvereniging naar een semiprofclub.

Na het topjaar 1953 kwam de koude douche sneller dan de grootste vijand zou hebben gewenst. Het seizoen 1953/54 verliep rampzalig, de kampioens-nakompetitie had onze merendeels oudere spelers gesloopt, de ziekenboeg zat overvol en het 2e garnituur was van onvoldoende niveau om het tij te doen keren. Gevolg: degradatie en terug naar de 2e klasse. Dat had de volgende jaren grote consequenties want ondanks snelle  terugkeer in de 1e klasse bleef RCH toch net onder de top hangen. Eind 1954 werd namelijk het betaalde voetbal geïntroduceerd met het instellen in 1955 van een extra hoofdklasse en in 1956 herdoopt tot eredivisie, boven die 1e klasse. 

In het seizoen 1960/1961 haalde RCH naast degradatie ook op een andere manier het nieuws. Een opmerkelijke gebeurtenis die de landelijke media haalde was het debuut van de 18 jarige Loek Biesbrouck junior. Samen met zijn 21 jaar oudere vader heeft hij geprobeerd het tij te keren. De weg terug naar de 2e divisie blijkt onvermijdelijk. Opmerkelijk: op de bovenstaande elftalfoto is de aanwezigheid van de latere Minister v Binnenlandse zaken en Burgermeester van Rotterdam Bram Peper zichtbaar.

1960 Loek Biesbrouck junior 18 jaar en loek senior 39 jaar in één elftal.

RCH trad toen toe tot het betaald voetbal, maar daarin werden, tot aan het begin van de zestiger jaren, geen successen geboekt. Er moest veel geld op tafel komen om alles naar behoren te financieren voor zowel terreinhuur, spelerssalarissen als aankoop van spelers. Soms waren er hoopvolle momenten zoals in 1964-’65 waarin RCH weer een goede gooi naar de bovenste plaatsen in 2e divisie heeft gedaan. Echter aan het eind van de competitie, toen een gemankeerd elftal het veld opging, zakte RCH van de derde naar de zevende plaats. Maar in het seizoen 1965/1966 is er een vierde plaats met recht op promotie naar de 1e divisie.

1965: Nu ook in naam Racing Club Heemstede.

In 1965 veranderde de naam van de club naar Racing Club Heemstede.  Na afloop van de competitie 1968/1969 speelden RCH en FC VVV tweemaal een play-off wedstrijd om lijfsbehoud op neutraal terrein. Op 23 juni 1968 eindigde het eerste duel in Arnhem onbeslist: 3-3 na verlenging. Drie dagen later troffen beide clubs elkaar opnieuw, ditmaal op Birkenheuvel de thuisbasis van HVC in Amersfoort. RCH won met 4-3 na verlenging en handhaafde zich in de 1e divisie; FC VVV degradeerde wel. In 1970 volgde ook RCH de aftocht naar de 2e divisie.

Voetballen: Het eerste team van voetbalclub R.C.H. (RCH) met de Haarlemse Bloemenmeisjes met narcissen, Nederland, 1964. De voetballers zijn vlnr boven: Dicky Meijer, Jan Honout, Jan Doeselaar en John Engelsma, derde rij: Aad Eeuwes, Ab Koning en Jan Dahrs, tweede rij: keeper Bap v.d. Voort, trainer M. de Jong en Ulrich Maslo, onder: Henk Wullems en Laslo Nanai.
1964 RCH: Bovenste bank: Dicky Meijer, Jan Honout, Jan Doeselaar en John Engelsma, Daaronder: Aad Eeuwes, Ab Koning en Jan Dahrs, Tweede rij van onderen: keeper Bap v.d. Voort, trainer M. de Jong en Ulrich Maslo, Onderste rij: Henk Wullems en Laslo Nanai.

Het seizoen 1970/71 werd de laatste periode voor de 2e divisie in het betaalde voetbal. De KNVB zag teveel profclubs onder het bestaansminimum komen en voerde een sanering in. De beslissing of een club verder kon in het profvoetbal of diende te verdwijnen, werd gemaakt op basis van het toeschouwers gemiddelde over de afgelopen vijf seizoenen. De elf clubs met het laagste gemiddelde moesten wijken daarbij ook RCH. Na het seizoen ging een aantal gezonde clubs naar de 1e divisie en de rest werd failliet verklaard en naar de amateurs gezet of ging vrijwillig. Een mogelijke fusie tussen de drie lokale ploegen RCH, Haarlem en EDO was een paar jaar eerder stukgelopen op onderlinge rivaliteit en grote weerstand bij met name EDO. Racing Club Heemstede o.l.v. trainer Ben Tap werd door de KNVB teruggezet naar de derde klasse van de amateurs.

Eind jaren zestig manifesteerde zich een groot talent uit eigen jeugd: Johan Neeskens, Hij werd na enige jaren in 1970 getransfereerd naar Ajax werd daarna bijna vanzelfsprekend international en wereldspeler bij Barcelona en de New York Cosmos. Lees meer in ‘de Nees‘.

Sportblad Goal van 23 januari 1970 met wellicht de laatste elftalfoto uit het betaalde voetbal van RCH. Boven: Trainer J. van Daal, Doelman Siem Bos, Hans Driesen, Arie van Eijden, Rob Koster, Chris Croes en P. Peeman Coach. Onder: Bart Severijns, Johan Neeskens, Victor Wets, Herman Kamoen, Ton Smit en Dick Meijer.

Ter afsluiting een smaakvolle special gemaakt in opdracht van RCH Voetbal Heemstede voor het 100 jarige bestaan van de voetbalclub. 100 jaar Racing Club Heemstede. Hierin fragmenten uit alle periodes.