PSV

De Philips Sport Vereniging is officieel opgericht op 31 augustus 1913, als sportvereniging voor en door medewerkers van Philips. Het is het feestelijke einde van een groot Philips sportfeest ter gelegenheid van honderd jaar Nederlandse onafhankelijkheid. Er kunnen verschillende sporten beoefend worden. Voetbal is er één van.

Dit is vermoedelijk de 1e foto van het op 1910 opgerichte PSV Philips voetbalelftal. Mogelijk is de persoon rechts J.W. Hofkes, de eerste voorzitter van PSV. Foto komt uit een privéalbum en is gemaakt door de Eindhovense fotograaf H. Reufel 

Drie jaar eerder, op 12 december 1910, wordt de basis gelegd voor wat uit zal groeien tot de huidige voetbalclub PSV. Werknemers van Philips richten dan het Philips Elftal op. Zondag 15 januari 1911 speelde het Philips Elftal haar eerste wedstrijd, tegen Hollandia  uit Woensel. De aftrap van deze wedstrijd werd gedaan door de destijds vijfjarige Frits Philips. Het veld was op een stuk braakliggend terrein aan de Frederiklaan dat geschonken was door Philips aan het Philips Elftal. Die locatie is dezelfde plaats waar nu het Philips Stadion staat. Na deze wedstrijd speelde het Philips Elftal in 1911 ook nog een serie wedstrijden tegen onder andere EVV Eindhoven. Nadat het tweede elftal met 1-0 en 4-3 werd verslagen, liet EVV de volgende vier wedstrijden het eerste opdraven. Al deze vier wedstrijden werden gewonnen door EVV. In het seizoen 1911-1912 was het Philips Elftal ingedeeld in de tweede klasse B van de Brabantse Voetbalbond. In het daaropvolgende seizoen speelde het elftal ook competitie, maar werden vele wedstrijden niet gespeeld vanwege geldgebrek. Het is niet zeker, maar de aanleiding zou een meningsverschil zijn tussen de leider van de elftalcommissie die, als bestuurslid van een vakbond, in aanvaring komt met Anton Philips.

De ijscokar voor het sportpark aan de Frederiklaan was van de verenigde banketbakkers. De ijsfabriek was gevestigd in de Willemstraat. Het ijs was verpakt in een papieren wikkel. Het kostte 5, 10 en 25 cent, erg duur voor deze tijd.

Naar aanleiding van 100 jaar Onafhankelijkheidsfeesten werd een tweedaags sportevenement georganiseerd op 30 en 31 augustus 1913. Dit evenement stond open voor zowel mannen als vrouwen en jongens als meisjes en was aangeboden door Philips’ Gloeilampenfabrieken aan het personeel.

Na het tweedaags evenement werd op zondagavond 31 augustus 1913 PSV in een kapperszaak aan de Vrijstraat 13 te Eindhoven opgericht door Gerard Eric Bouwmeester, Jan-Willem Hofkes, Jan Ketel, Willem Schouten en Hendrik Huiskens.

De oprichtingsvergadering van PSV in 1913 vond plaats in een kamer op de Vrijstraat nummer 20 in het centrum van Eindhoven

Het was een sportvereniging waar verschillende sporten beoefend konden worden. De vereniging werd speciaal opgericht voor personeelsleden van Philips. De clubkleuren werden bepaald op rood en wit. Ook Gerard en Anton Philips onderkennen het belang van sporten en steunen de vereniging volledig. Anton vond sportbeoefening van cruciaal belang voor lichaam en geest. ‘Sport leert snel beslissen en kweekt een goede geest voor samenwerking’. Het was direct duidelijk dat deze sportvereniging niet alleen een voetbalvereniging zou zijn, maar ook andere takken van sport zou herbergen. De onafhankelijkheidsfeesten waren voornamelijk gericht op atletiek en gymnastiek en zouden samen met het voetbal de belangrijkste plaats innemen in de Philips’ Sportvereniging. De vereniging is een geloof neutrale vereniging: ze is gelokaliseerd in het katholieke zuiden en de oprichters zijn van verschillende geloven (protestant en Nederlands-hervormd).

De houten tribune die in 1916 in gebruik werd genomen. Om het hele terrein was een hekwerk met een paar toegangspoorten, de hoofdingang, praktisch op de hoek met de Elisabethlaan, een tweede bij het huis van de terreinknecht, Nol Vermeulen, zo’n 100 m verderop en een derde op de hoek Mathildelaan/Elisabethlaan. Alle elftallen, van jong tot oud, trainden op het veld langs het stadion, tussen Frederiklaan en Mathildelaan.

Dit sportpark kwam er omdat Anton Philips zich (begin 20e eeuw) had laten inspireren door de tuindorp-gedachte: een modern fabrieksdorp moest gezond zijn voor de fabrieksarbeiders (dat is prettig voor hen, en goed voor de fabriek want gezonde arbeiders zijn productiever): ruime huizen met diepe achtertuinen (plaats voor moestuinen), met veel groen in de voor die tijd ruime lichte straten. En op loopafstand voor de Philipsdorp-bewoners een sport- en ontspanningspark (geïnspireerd door de Engelse greens). Dit park aan de Frederiklaan moest net als alle andere voorzieningen binnen het fabrieksdorp liggen, want dat vergroot de saamhorigheid en de betrokkenheid bij het bedrijf. Voor de voetbaltak van PSV waren het moeilijke eerste jaren. Er was weinig materiaal en weinig geld, bovendien was de Eerste Wereldoorlog net begonnen en kwamen er in Groot-Eindhoven veel voetbalclubs bij. Ook de kerk was het nog niet eens met het (geloofsneutrale) sporten en vond alle sensatie en uitsloverij rondom de sporten niet in overeenstemming met het geloof.

Atletiekwedstrijden in Philips Sportpark, 1913, ter ere van 100 jaar onafhankelijkheid van Napoleon

Het voetballen bleef beperkt tot vriendschappelijke wedstrijden, en werd meestal gespeeld op het sportpark aan de Frederiklaan gelokaliseerd, dat toen nog in de gemeente Strijp lag. PSV (en Philips) wilden daar al snel een tribune bouwen en in 1915 krijgt het toestemming van de burgemeester van Strijp; in 1916 werd de eerste tribune geopend en was toen al het paradepaardje van de vereniging. Philips was al snel overtuigd van commerciële waarde van de sport, zowel als goede beoefening voor de medewerkers als de reclame en verdiensten voor de vereniging. In 1917 organiseerde PSV de wedstrijd tussen Noord en Zuid. De NVB, het latere KNVB, durfde de wedstrijd niet te organiseren vanwege het financiële risico, maar PSV organiseerde de wedstrijd en maakte veel winst. De voedingsbodem voor commercie en voetbal was geboren.

PSV op bezoek tijdens de kerst van 1920 in het Duitse Barmen.

In de kranten in die tijd kreeg PSV weinig aandacht, die vooral de kant van de blauwwitten van EVV kozen. De atletiektak van PSV kreeg wel aandacht in de media. In 1918 kan er ook jeugd lid worden, die dan nog geen competitie kan spelen, maar enkele jaren later wel wanneer de Brabantse voetbalbond een Eindhovens jeugdcompetitie heeft ingesteld.

De eerste wedstrijd in de competitie is de wedstrijd tussen Willem II en PSV op 19 december 1915. PSV speelde toen in de noodcompetitie die was ingesteld door de Brabantse Voetbalbond vanwege de oorlog. In 1917 en 1918 speelde PSV in de 3e klasse, waaruit het in 1918 promoveerde naar de tweede klasse. PSV speelde van 1918 tot 1921 in de tweede klasse en promoveerde in 1921 naar de eerste klasse toen het kampioen was geworden van 2e klasse B. In die jaren kwamen ook al de eerste personeelsleden/voetballers uit verschillende delen van Nederland.

Op 17 januari 1916 gingen glasblazers aan de slag in de glasfabriek die Philips op Strijp uit de grond had gestampt. Uit nood geboren.  De Duitsers blokkeerden in de Eerste Wereldoorlog de aanvoer van glasballonnen en de productie van gloeilampen dreigde stil te vallen. Zelden is van de nood zo’n deugd gemaakt.

Glas werd een van de pijlers van het concern. In alle delen van de wereld bouwde Philips in de afgelopen eeuw glasfabrieken. De honger naar glas voor lampen, röntgenbuizen, radiolampen en beeldbuizen was niet te stillen. Honderden recepten ontwikkelde Philips voor evenzovele glassoorten. ‘Eigenlijk zijn we glasboeren’, liet een Philips-directeur zich eens ontvallen om aan te geven hoe belangrijk glas was. ‘Was’ want de wereld is veranderd en Philips is veranderd. Glas heeft zijn strategische betekenis voor het concern verloren.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-17.png
1e Philips sport logo rond 1920.

Uit Oostenrijk kwamen glasblazers en zo kwam in die jaren Oostenrijks international Fritz Weiss naar PSV, die tussen 1920 en 1926 bij PSV speelde. Weiss was al een vedette bij Rapid Wien en nog vier Oosterijkers maakten met hem de oversteek. Deze keuze werd kritisch beoordeel door de Nieuwe Rotterdamsche Courant die meende dat deze spelers niet waren gehaald omdat ze zulke goeie glasblazers waren. PSV was in die tijd ook niet populair in Eindhoven, door de hoge prijzen die gevraagd werden voor de entree van de sportevenementen maar ook omdat enkel Philips-medewerkers lid mochten worden. De vereniging staat tot 1928 alleen open voor medewerkers van Philips. PSV blijft in de beginjaren een club voor personeelsleden van de N.V. Philips’ Gloeilampenfabrieken. Pas in 1928 mogen mensen van buiten het bedrijf bij PSV sporten.

PSV. Landskampioen 1929: Beperkt aantal namen bekend. Staand: Arie v Strien, 4e v links Jan van den Broek, Zittend: Frits v Zeyl, Sjef v Run, Doelman Leo Boumans met bal,

Sinds 1926 is PSV niet meer uit de hoogste klasse weggeweest. Het eerste kampioenschap van de Zuidelijke competitie werd door PSV behaald in 1929. Toen in de kampioenscompetitie FeijenoordGo AheadSparta  en  Velocitas werden verslagen was PSV tevens landskampioen, ook voor de eerste keer.  

Successen
PSV verovert al voor de invoering van het betaald voetbal meerdere prijzen. De inmiddels indrukwekkende erelijst begint in 1929. Behalve in 1929 werd PSV ook kampioen van de Zuidelijke Districtsklasse in 1931, 1932, 1933, 1935, 1937, 1938 en 1941, dat de acht kampioenschappen in 12 jaar complementeerde.

Seizoen 1931/1932. PSV speelde in Afd IV Zuidelijke 1e klasse. Staande v.l.n.r.: J v d Broek, L Boumans, A Oomens, Th Hermens en G Hermans. Knielende: Fr Hunting, J van Run, C de Visser, P van Eerd, Fr van Zeyl en C Paulissen

Het landskampioenschap dat in 1929 werd behaald werd in 1935 geëvenaard. Samen met FeijenoordAjax en Go Ahead domineerde PSV in die jaren het voetbal in Nederland. Tussen 1927 en 1940 verdeelden de vier clubs alle landstitels. Van de trainers in die tijd wordt Herbert James “John” Leavey (van 1922 tot 1926 trainer van PSV) gezien als de grondlegger van de jeugdafdeling. Een andere Engelsman, John “Jack” Hall, behaalde tussen 1929 en 1935 vier afdelingskampioen, al werd de opstelling nog altijd bepaald door de Technische Commissie.

Jan van den Broek: Topschutter op knikkende knieen.

Jan van den Broek in Breda geboren op 8 juni 1907 en was een fenomeen in de jaren dertig. Hij is met voetballen begonnen bij de lokale WSB en ’t zesde en vervolgens komt hij voor NAC Breda uit.

1931. Jan met de knikkende knieën in de zwachtels.

In 1925, en al op zeventienjarige leeftijd, viert hij zijn eerste districtstitel. Zijn tweede seizoen bij NAC verloopt minder succesvol als hij twee keer zijn been breekt. Van den Broek maakt als NAC-speler zijn debuut als international op 12 juni 1927 en er wordt hem een grote toekomst bedacht maar inmiddels weet men ook van zijn knieproblemen en het duurt twee en half jaar alvorens hij opnieuw door de KNVB wordt uitgenodigd. Uiteindelijk zal Jan 11 maal voor Nederland uitkomen en vier keer scoren. Jan is een bijzonder speler en geen enkel doelpunt is eenvoudig en kenmerkend zijn, zijn afstandsschoten. Fameus is het doelpunt op 6 april 1930 tegen Italië. De Sportkroniek beschrijft het tafereel als volgt: ‘Het was een doelpunt die doelman Combi volledig verraste want tien meter buiten het strafschop gebied werd hij aangespeeld. Wat gebeurt is een verwoestende uithaal met zijn linkerbeen. Precies onder de lat suisde de bal hoog in het net. Dit was zelden gezien en zette het hele stadion in vuur en vlam.

Jan was inmiddels overgestapt naar PSV waar hij tien jaar gaat spelen in de periode 1927-1937. Hij was een gevaarlijke, gedrongen linksbenige aanvaller en scoorde in 200 competitiewedstrijden maar liefst 154 maal. Een onwaarschijnlijk hoog gemiddelde van 0,77 doelpunt per wedstrijd. Jan is een harde en zijn kwaliteiten zijn inmiddels ook international bekend en befaamd. Hij krijgt zelfs op zijn 22e een aanbieding voor een profcontract bij Lille OSC uit Frankrijk, nog ver voordat Beb Bakhuys de eerste Nederlandse prof in Frankrijk wordt. Jan is niet helemaal zeker en twijfelt. Hij wil zijn baan bij Philips niet kwijt en is ook bang voor uitsluiting door de KNVB. Elke speler die zich liet betalen werd door de bond bestraft voor een aantal jaren. Jan blijft bij PSV en blijft doelpunten maken.

Amsterdam 4 mei 1930 Nederland- België 2-2 Staand: Jan van den Broek, Jan de Kreek, Harry Dénis, Henk Breitner, Gejus van der Meulen, Gep Landaal en Dolf van Kol. Zittend: Evert van der Heijden, Cor Kools, Wim Tap en Koos van der Wildt.

Hoewel het met zijn carrière voorspoedig gaat is het zijn lichaam die tegen blijft sputteren en na 6 districtstitels en 2 landskampioenschappen stopt hij met voetballen. Hij maakt direct de overstap naar voetbaltrainer. In 1938 bereikt hij als trainer met Helmondia 55 de halve finale van het KNVB-bekertoernooi. Tussen 1938 en 1942 werd Jan van den Broek trainer van PSV met een goed oog voor de eigen jeugd. PSV doorbrak met de keuze voor Jan de keten van voornamelijk Engelse trainers. Een gewoonte overigens bij vele andere Nederlandse clubs.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is philips1.jpg

De grote man achter de successen van PSV is Ir. Frans Otten schoonzoon van Anton Philips. Voorheen was voetbal een ondergeschoven kindje of in ieder geval de melkkoe van de Philips Sport Vereniging, daar de afdracht van de voetbaltak een relatief groot aandeel had ten opzichte van andere takken. Voetbal kwam in hoger aanzien te staan binnen PSV en binnen Eindhoven. Otten wilde door kwaliteit zorgen voor een gezonde club. Hij zorgde voor nieuwbouw en uitbouw van tribunes, kleedlokalen en dergelijke. PSV had in die jaren concurrentie binnen Eindhoven van EVV Eindhoven en RKV Brabantia uit Strijp, de katholieke club. In 1939 is Jonkheer Carel Mollerus voorzitter geworden van PSV-voetbal en poogde met de oorlogsjaren voor de boeg met PSV een echte verenigingscultuur op te zetten door middel van activiteiten buiten het voetballen om. PSV is dan nog altijd een amateurvereniging, maar laat spelers vaak via het bedrijf Philips naar Eindhoven komen. Een vorm van indirecte betaling zoals dat destijds bij Oost-Europese clubs ook gebeurde. Daar gaf de militaire overheid voetballers maar ook andere sporters alle faciliteiten en topsport begeleiding. Sporters werden getraind/betaald onder het mom van militaire dienst. De voetbalclubs waren onderdeel van de overheid. Dit was een verkapte betaling waar de UEFA niets tegen kon doen. In Nederland werd directe betalingen of sponsoring werd door de KNVB niet toegestaan op straffe van uitsluiting.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 5102830_orig.jpg

Tijdens de oorlogsjaren trok PSV steeds minder publiek en staat Philips onder druk van de Duitsers en gebruiken de bezetters het sportpark voor militaire trainingen. Na de oorlog werd Aad Voorwinde de voorzitter, die meer een mental coach/motivator was na de zware oorlogsjaren.. Sam Wadsworth is in die jaren 8 jaar lang trainer van PSV, met een tussenfase van de oorlog toen hij terugkeerde naar Engeland. Net voor de officiële invoering van het betaalde voetbal werd de kampioenscompetitie al gedomineerd door Zuidelijke clubs, met name uit de steden met een sterke industrie, zoals die van het textiel uit Tilburg, de mijnen in Limburg en Philips in Eindhoven. In 1929, 1935 was PSV reeds succesvol met twee landstitels. In 1950 won PSV voor de eerste keer de KNVB beker en in 1951 de derde landstitel.

De ‘progressieve ‘ NBVB versus de ‘ conservatieve ‘ KNVB.

In de rest van Europa was betaald voetbal algemeen ingevoerd maar Nederland bleef braaf achter het gedachtegoed staan ‘ Voetballen is voor je plezier, gezondheid en voor de vereniging, daar hoor je niet voor betaald te worden’. Nederlands beste voetballers werden naar het buitenland gelokt met mooie profcontracten en de publieke opinie zag het voetbal in eigen land achteruit gaan. De conservatieve KNVB kwam verder onderdruk toen in 1953 Nederlandse profvoetballers spelend in het buitenland een benefietwedstrijd speelden tegen Frankrijk in Parijs. Deze actie oogstte veel sympathie want het opgehaalde geld ging naar de watersnood-slachtoffers. Met andere woorden voetballers waren geen zakkenvullers/geldwolven of uitschot waarvoor ze door de KNVB voor werden versleten. De algemene opinie keerde zich tegen de starre houding van de KNVB. In december 1953 werd er een alternatieve bond, de NBVB, opgericht om toch een betaald voetbal competitie te starten .

Gerelateerde afbeelding

De vriendschappelijke wedstrijd AlkmaarVenlo in Alkmaar op 14 augustus 1954 wordt echter gezien als de eerste officiële wedstrijd onder de vlag van de NBVB. In het eerste weekend van september 1954 begon de competitie van de NBVB met tien clubs. Tegelijkertijd begon ook de KNVB aan de competitie. De wedstrijden van de NBVB werden goed bezocht en het profvoetbal kreeg steun in de publieke opinie. Hierop verharde de communicatie maar op 2 november was er een eerste overleg tussen vertegenwoordigers van beide bonden. Dit leidde tot onderhandelingen en op 7 november werd een akkoord bereikt. De fusieovereenkomst werd op 25 november 1954 ondertekend en de NBVB opgeheven. Beider competities werden stilgelegd en op 28 november startte de eerste KNVB profcompetitie. Van de benefiet/watersnoodwedstrijd die zo markant is, zijn filmbeelden gemaakt. 

1955: Invoering betaald/semiprofessioneel voetbal

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-18.png

In 1955, kort na invoering van het betaald voetbal, was PSV de eerste Nederlandse vereniging die deelnam aan het toernooi om de Europacup I, een voorloper van de huidige UEFA Champions League. In 1958 speelde PSV tegen RSC Anderlecht om de Beneluxcup zijn eerste avondwedstrijd met kunstlicht van de vier grote lichtmasten rondom het veld. In 1961 nam Frits Philips de leiding over van Frans Otten en de openlijke steun van Philips voor PSV wordt minder. Een interne tegenstelling met de visie van Van Gelder, dan inmiddels manager van PSV die in PSV juist wel de marketingmachine in Philips zag. Beelden uit het Eredivisie archief van de eerste speeldag van de Eredivisie op zondag 23 augustus 1959 met o.a. VolendamDWS A 3-1, AjaxNAC 3-0, Fortuna ’54 – PSV 0-2 en FeijenoordSparta 0-1.

PSV Seizoen 1958/1959. Boven: R. Wiersma, F. v Wissen, J. Renders, P. Bekkering, E. Rensen, T. Brusselaars. Onder: C. Dillen, P.Kruiver, T. Ford, D. Ekners, F. Rohrig. In dit tenue speelde PSV destijds bij wedstrijden onder kunstlicht.

Coen Dillen : Het kanon

In het seizoen 1956-1957 bracht Coen Dillen de netten 43 maal aan het trillen: 43 doelpunten in 34 wedstrijden, een record dat wellicht nooit zal worden geëvenaard. Coen scoorde in dat jaar meer doelpunten dan PSV punten: PSV werd vijfde, met 39 punten uit 34 wedstrijden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-16.png

PSV kwam in dat seizoen moeizaam op gang, de eerste vijf wedstrijden gingen allemaal verloren. Ook Coen had een valse start: in die vijf verloren wedstrijden scoorde hij slechts één keer en nog lange tijd bleef het aantal doelpunten achter bij het aantal gespeelde wedstrijden. Na 19 wedstrijden stond hij op 18 doelpunten. Ineens scoorde hij in de uitwedstrijd tegen Elinkwijk vier keer: plots kwam zijn totaal op 22 uit 20 en hij bleef scoren, vaak twee, soms wel drie keer per wedstrijd. Zijn loopbaan bij Oranje bleef beperkt, vooral vanwege de moordende concurrentie: Faas Wilkes, Kees Rijvers, Abe Lenstra, Andre Roosenburg, Noud van Melis, Coy Koopal, Jan van Roessel, Cor van der Gijp, aanvallers zat. Maar ook in het Nederlands elftal hield hij een mooi cijfers hoog: vier goals in vijf interlands, een prachtig, typisch Dillen-gemiddelde. Na zijn actieve loopbaan is hij nog twee seizoenen trainer geweest van amateurvereniging RKSV Nuenen. In 1966 is hij definitief gestopt met voetballen en trainen. Coen Dillen had inmiddels een sigarenzaak in Eindhoven want semiprof zijn is geen vetpot.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is coen%2Bdillen%2Bhudson.jpg
Coen Dillen afgebeeld op een sigarenbandje

De sigarenzaak ligt aan de Frederiklaan in Eindhoven in dezelfde straat waaraan het Philips Stadion ligt. Coen Dillen geboren op 5 oktober 1926 te Eindhoven overleed 24 juli 1990 tijdens een vakantie in Zeeland aan de gevolgen van een hartstilstand.

Uiteraard werd Coen Dillen een legende en heeft een standbeeld aan de oostzijde van het stadion. Zijn beeltenis was al verschenen op cartoons en prentjes die door de jeugd werd gespaard en zelfs op sigarenbandjes. Roken stond nog niet ter discussie en dat kwam voor Coen als sigarenwinkelier goed uit. De winkel wordt nu nog steeds gerund door zijn weduwe. Coen in bewegende beelden uit de serie: Spitsen van PSV.

PSV’s 1e landstitel in 1963

Op zondag 9 Juni 1963 werd PSV voor het eerst sinds de start van het betaalde voetbal landskampioen door Ajax in eigen huis met 5-2 te verslaan. Scoreverloop: Lambert Maassen (1-0), Ajax (1-1), Gerard Hoenen (2-1), Pierre Kerkhoffs (3-1), Ajax (3-2), Eigen doelpunt (4-2), Wim Wolbers (5-2). Samenvattende Polygoonbeelden van deze wedstrijd komen uit het eredivisie archief. De landstitel van 1963 was de eerste van PSV in het betaalde voetbal en zou tot 1975 de enige blijven. De jaargang ’62-’63 is er een vol verrassingen, met wisselende kansen voor de verschillende titelkandidaten. Titelverdediger Feyenoord speelt Europees en ondervindt daarvan de weerslag. Ajax is topfavoriet, maar presteert wisselvallig en halverwege staat Sparta verrassend bovenaan. De competitie ligt bijna drie volle maanden stil in verband met de strenge winter. Nederland is dan volledig in de ban van de ijspret en niemand denkt aan voetbal. Reinier Paping wordt onsterfelijk als winnaar van de zwaarste Elfstedentocht aller tijden, die geteisterd werd door zware sneeuwstormen en een gemiddelde temperatuur van -9 °C. Als in het voorjaar de competitie wordt hervat, kent Sparta een terugval, maar de ploeg uit Spangen lijkt zich op tijd te herstellen, en staat op vijf wedstrijden van het einde nog steeds op kop. Maar dan verliest Sparta drie keer op rij en wordt door zowel PSV als Ajax gepasseerd.  Beide ploegen ontmoeten elkaar op de voorlaatste speeldag in Eindhoven in een rechtstreeks duel voor de titel. 

PSV kampioen in 1963. Staand: Cees Heerschop, Fons van Wissen, Roel Wiersma, Miel Pijs, Gert Bals en Jan Renders. Gehurkt: Piet Giesen, Anders Svensson, Lambert Maassen, Pierre Kerkhoffs en Gerard Hoenen

De selectie van PSV telt geen echte sterren, maar is door trainer Bram Appel  omgevormd tot een hardwerkend en stabiel geheel. PSV speelt zoals de meeste ploegen in die tijd met klassieke binnenspelers, wat inhoudt dat er maar liefst vijf aanvallers zijn: 3-2-5. Dat maakt de ploeg verdedigend kwetsbaar voor tegenstoten: de meeste nederlagen (4 van de 5) worden in eigen huis geleden. In uitwedstrijden toont de ploeg zich vaak onverzettelijk. Gert Bals is een sobere, degelijke keeper, in de verdediging is Roel Wiersma een rots in de branding, op het middenveld heerst Fons van Wissen en in de aanval zorgen Pierre Kerkhoffs en Lambert Maassen voor de doelpunten.

Fons v Wissen.

Gerardus Jacobus Alphonsus (“Fons”) van Wissen geboren in Margraten op  21 maart 1933 overleden te Best op 7 juli 2015. Van Wissen begon met voetballen bij de amateurs van R.K.V.V.M. uit Margraten, waar hij op zijn vijftiende debuteerde in het eerste elftal. Hij debuteerde in het seizoen 1952/1953 als prof bij MVV. Daar speelde hij zes seizoenen. Hij kon na zijn interlanddebuut naar Feyenoord. Uiteindelijk koos Van Wissen in 1958 voor PSV, omdat zijn moeder liever niet had dat ‘Fonske’ zo ver weg zou gaan spelen.  De rechtshalf won met PSV de landstitel in 1963 en speelde het seizoen daarop in de Europacup I. In acht seizoenen in Eindhoven speelde hij 232 wedstrijden, waarin hij 25 keer scoorde. In 1957 kwam Van Wissen voor het eerst uit voor het Nederlands elftal, in een vriendschappelijke wedstrijd tegen de Rode Duivels. De meest geruchtmakende interland die hij speelde was zijn tweede, het WK-kwalificatieduel tegen Oostenrijk, dat destijds vanwege de hardheid van het spel opzien baarde.

Het Nederlands elftal voor de geruchtmakende WK Kwalificatiewedstrijd in en tegen Oostenrijk (3-2). Op 26 mei 1957. V.l.n.r. Jan Notermans, Eddy Pieters Graafland, Roel Wiersma, Kees Kuys, Jan Klaassens, Cor van der Hart, Piet van der Kuil, Fons van Wissen, Noud van Melis, Faas Wilkes, Bart Carlier.
Fons v Wissen in MVV tenue

Bondscoach Elek Schwartz beschouwde Fons van Wissen vooral als een harde werker; een loopwonder, een balafpakker die negentig minuten voluit ging en over een stevige tackle beschikte. In die jaren, maar ook nog als beginnend international, was Van Wissen een productieve aanvaller. Vier goals in zijn eerste vijf interlands scoorde hij. In de volgende 25 kwam er geen doelpunt meer bij, want toen was hij de noeste werker op het middenveld. Van Wissen kwam 30 keer in actie voor Oranje en scoorde viermaal. Zijn laatste interland was in 1964, de uitwedstrijd tegen Albanië. De armoede die hij in dat land waarnam maakte diepe indruk op hem. “Het was er verschrikkelijk. (…) Na die wedstrijd heb ik een brief geschreven naar de KNVB, dat ik mijn interlandcarrière wilde beëindigen. Zoiets wilde ik nooit meer meemaken.” Hetzelfde jaar werd Van Wissen aanvoerder van PSV. Dit was hij twee jaar. Daarna kreeg hij last van een liesblessure en belandde hij op de bank. In 1967 stapte hij over naar Helmond Sport, waar hij twee jaar later zijn voetbalcarrière beëindigde. Van Wissen kon het voetbal niet loslaten en opende in de Kruisstraat in Eindhoven zijn eigen sportwinkel, waarin hij zelf actief werd. Hierin bleef hij werken tot 2011. Een in memoriam van Fons van Wissen in bewegende beelden samengesteld door PSV TV.

PSV in stormachtig weer.

Volgens sommigen is het team van het jaar 1964 nog sterker dan de kampioensploeg, maar de titel zal niet worden geprolongeerd. PSV strandt op twee punten van promovendus DWS, met spelers als Daan Schrijvers, Rinus Israël en Jan Jongbloed, dat in één keer doorstoot naar de landstitel nog altijd een unieke prestatie. De ploeg ondervindt – net als Feyenoord het jaar ervoor – de weerslag van het Europese avontuur; de uitwedstrijden zijn flinke ondernemingen en de spelers, die veelal nog een volle of halve baan hebben naast het voetbal, hebben veel last van de zware reizen. Na de jaargang ’63-’64 raakt PSV als topclub langzaam in verval. Sommige spelers gaan op pensioen, anderen worden verkocht of vallen weg door blessures en de club is niet altijd gelukkig met het aantrekken van vervangers. In het seizoen ’67-’68 raakt de ploeg zelfs in degradatiegevaar. Met dank aan Simon Gelten supporter en ervaringsdeskundige.

Naast de moeilijke sportieve jaren was er ook gesteggel met de lokale overheid. Er was nauwelijks steun en de gemeente Eindhoven werkte niet mee met vergunningen voor het bouwen van moderne accomodaties en dergelijke. In 1970 werd Aad Groeneveld de voorzitter van PSV. Van Gelder ging als manager door met de professionalisering en commercialisering en Kees Rijvers werd gehaald als nieuwe trainer.

Onder hem groeiden jonge spelers uit tot internationals. De teamgeest was van groot belang voor Rijvers en zijn vrouw Annie betrok de spelersvrouwen bij de club. Midden jaren 70 was de eerste gouden periode voor de club, naar later bleek een zilveren periode met een gouden randje. 

Met voetballers als Willy van der Kuijlen en de gebroeders Willy en René van de Kerkhof won PSV diverse nationale prijzen. In 1975, 1976 en 1978 won PSV het landskampioenschap, de KNVB beker werd veroverd in 1974 en 1976 en in 1971, 1975 en 1976 werden de halve finales van verschillende Europese toernooien bereikt, met als hoogtepunt het winnen van de UEFA Cup in 1978. Over twee wedstrijden in de finale, bleek PSV te sterk voor het Franse Bastia. Na 0-0 in Frankrijk werd thuis overtuigend met 3-0 gewonnen. Als Rijvers en van Gelder vertrekken is het gedaan en kwam wederom een moeilijke tijd.

PSV en de ‘Hilversumse connectie’.

Eind jaren vijftig en begin zestiger jaren reikte het oog van PSV in nieuwe spelers verder dan de zuidelijke provincies. Het woord scouten moest nog worden uitgevonden maar kennelijk was het zoeken naar talentvolle spelers al gewoon binnen de technische staf.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Inked100_LI.jpg

Zo kwam men uit in de regio Hilversum bij de derdeklas amateurs HV&AV Donar. Geen onbekende naam want deze vereniging was de club van international Rinus Schaap. PSV pikte bij Donar de jonge Roel Wiersma op evenals Cees Heerschop. Roel had al naam gemaakt door als enige 3e klas amateur ooit te worden geselecteerd voor het Nederland elftal. Inmiddels keepte Pim Bekkering bij HVV ’t Gooi eveneens uit Hilversum en ook hij werd naar Eindhoven gehaald. Hierna volgt een kleine introductie van voornoemde spelers.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Cees_Heerschop_1959.jpg

Cees Heerschop is geboren op 14 februari 1935 te Hilversum. Bij het Hilversumse Donar speelt Cees samen met Roel Wiersma. Een paar jaar later vinden de twee elkaar terug in de achterhoede van PSV, waarin ze samen met Eugène Rensen een vrij stevig en bikkelhard trio vormen. Heerschop is een rechtsback die spijkerhard en fanatiek speelt met Pim Bekkering in het doel, die eerder bij het Hilversumse ’t Gooi speelt. Een middenveld met Fons van Wissen en Toon Brusselers. De voorhoede met onder anderen Pierre Kerkhoffs (22 doelpunten), Piet van der Kuil (12) en Jan Louwers (10) zorgt voor het goede werk voorin en een stevig fundament voor de titel.

Volgens Louwers dankt PSV de titel vooral aan de achterhoede, want daarin zit volgens hem de kracht van het team. Na zes jaar trouwe dienst volgt een enorme teleurstelling als trainer Bram Appel, Heerschop uit het elftal zet. Heerschop heeft dat altijd gezien als een streek van anderen buiten het elftal. In dat jaar, 1963, vervangt de Fries Jan van der Meer van Leeuwarden de rechtsachter. Dat blijkt echter geen succes, waardoor Cees Heerschop halverwege het kampioensjaar en na een blessure zijn vertrouwde positie terugkrijgt. Op die manier draagt hij nog volop bij aan de vierde landstitel. Cees speelt van 1956 tot 1964 voor PSV in 191 wedstrijden.  Daarna vertrekt Heerschop naar N.E.C. waar hij nog een jaar speelt. Heerschop kwam ook uit voor het Nederlands B-voetbalelftal. Cees Heerschop overleed 24 juli 1014 te Eindhoven.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-15.png

Roelof Wiersma (Hilversum, 15 april 1932 – Eindhoven, 4 februari 1995) was een voetballer die doorgaans als verdediger speelde. Hij speelde dertien jaar op het hoogste niveau, allemaal voor PSV. Hij behoorde onder meer tot de selectie van de Eindhovenaren toen die in 1962/63 voor het eerst in de clubhistorie kampioen van de Eredivisie werd. Wiersma was van 1954 tot en met 1962 ook international in het Nederlands voetbalelftal, waarvoor hij 53 interlands speelde. Wiersma begon op achtjarige leeftijd met voetbal in clubverband. Hij meldde zich aan bij de voetbalvereniging HV & AV Donar uit Hilversum waar zijn vader in het bestuur zat en moeder in allerlei commissies. Als zes jarige werd hij mascotte van het aspirantenelftal van zijn oudere broer en op tienjarige leeftijd werd hij spelend lid in het blauw-zwart gestreepte shirt van de club. Nadat hij hier in 1950 het eerste elftal bereikte debuteerde hij als rechts back in 1954 in het Nederlands elftal. Tot op heden is Wiersma de enige international die ooit is opgeroepen voor Oranje spelend bij een 3e klasser. Tijdens zijn diensttijd trainde hij af en toe met PSV mee als hij op vliegveld Welschap  gestationeerd was. In 1955 tekende hij voor PSV waar Wiersma in elf seizoenen 316 competitiewedstrijden wedstrijden speelde en hij tweemaal scoorde. In 1962/63 werd hij met PSV-landskampioen. Wiersma speelde acht Europese wedstrijden, alle voor PSV, waaronder de eerste wedstrijd die een Nederlandse club ooit speelde in Europees verband, Rapid Wien–PSV op 21 september 1955. In 1965 wilde trainer Bram Appel het elftal verjongen en ging Wiersma transfervrij naar EVV Eindhoven. Daar speelde hij vier wedstrijden. Door een beenbreuk kwam er een vroegtijdig einde aan zijn voetballoopbaan. Wiersma kwam 53 keer uit voor het Nederlands elftal. Naast voetbal beoefende hij verschillende andere sporten op niveau, zoals  honkbal,  tennis, basketbal en tafeltennis. Na zijn actieve carrière werd Wiersma onder meer coach van PSV (waterpolo) en trainer van TOP in Oss, toen een amateurvereniging. Wiersma was ook betrokken bij de oprichting van de VVCS, waarvan hij voorzitter was tussen 1967 en 1975. Hij was tussen 1979 en 1982 ook bestuurslid technische zaken bij de KNVB.

Pim Bekkering geboren op 9 augustus 1931 en overleden te Helmond op 25 februari 2014 kwam op zijn 26e naar PSV, nadat hij in seizoen 1956/1957 zijn profdebuut had gemaakt bij het Hilversumse HVV ’t Gooi in de toenmalige 2e divisie waar hij twee jaar zou keepen. Doelman Pim Bekkering geboren Amsterdammer ooit begonnen bij het hoofdstedelijke RKAVIC was bij PSV opvolger van clublegende Lieuwe Steiger en keepte in totaal 121 competitieduels.  Pim tipte PSV over doelman Gert Bals die zijn positie over had genomen bij ’t Gooi en van 1961 tot 1965 sluitpost werd van PSV. Zo ontstond er een keepers duel tussen Pim en Gert. Bekkering kwam tot 121 competitieduels en was reservedoelman van de ploeg die in 1963 kampioen van Nederland werd. Bekkering, bijgenaamd ‘De Kat’, was ook reservedoelman bij het Nederlands elftal. In zijn maatschappelijke carrière was hij actief voor Philips. Bekkering, teamgenoot van onder meer de PSV-legenden Coen Dillen, Cees Heerschop en Roel Wiersma.