vv Oosterparkers

Van drie naar één arbeidersvoetbalvereniging

In de jaren veertig telde de Groningse Oosterparkwijk, een arbeiderswijk die ook wel bekendstond als ‘Plan Oost’, maar liefst drie voetbalclubs. BRC, Groen-Wit en Oostelijke Boys.

19 mei 1945: Groninger dagblad

Op 18 mei 1945 vlak na de bevrijding fuseerden deze clubs. De nieuwe fusieclub kreeg de naam Oosterparkers. De oprichtingsdatum van de oudste club, BRC was 18 mei 1922 en die datum werd daarbij als oprichtingsdatum aangehouden. De oprichtingsvergadering werd gehouden in de kapperszaak H. Lanting in de Hortensialaan.

2 juli 1945: Groninger Dagblad.

Lucifermerken, sigarenbandjes en suikerzakjes werden in de jaren vijftig gebruikt als reclame en volop verzameld door jong en oud. Vele hadden plakboeken vol en ruilbeurzen werden drukbezocht. Zie hieronder een suikerzakje van Oosterparkers. Het Oosterpark was een gebied tussen de huidige Gorechtkade, het slachthuis aan het Damsterdiep en de Sint Franciscuskerk.

In het eerste seizoen na de fusie 1945/1946, liet de de Groninger vereniging zien over een degelijke elftal te beschikken. In de derde klasse Noord was al ver voor het einde de kampioen bekend. Het Nieuwsblad van het Noorden van 8 april 1946 schreef daar het volgende artikel over:

In het eerste seizoen van Oosterparkers 1946/1947 in de 2e klasse weet de selectie een vierde plaats te bereiken. Een prima resultaat voor de nieuwkomers in een poule van de tien verenigingen. Kampioen werd Alcides uit Meppel.

1949. 1e klasse Oosterparkers-Alcides

Langzaam maar zeker kruipt de Groen-Witte formatie richting de top om in het seizoen 1950/1951 opnieuw een hoogtepunt te bereiken. In de 2e klasse A werd Oosterparkers kampioen na veertien gewonnen wedstrijden van de achttien. Het mag zich nu in het komende jaar meten met landelijke kleppers als Ajax, DOS en plaatsgenoot BeQuick.

Gradus Fransen

Plan Oost groeide snel, er werden veel goedkope huizen gebouwd. Sociale woningbouw. Veel mensen vanachter de Veemarkt kwamen er te wonen. Bouwvakkers, betonvlechters, de mannen van het harde, ruige werk. Veel visboeren ook. En tevens werklozen, die nauwelijks huisvesting konden betalen. Zo ontstond in Plan Oost een bevolkingsgroep die door velen in die tijd met de nek aangekeken werd en niet zelden ‘schooiers en plebs’ genoemd werden. Een aantal jaren later veranderde de naam van de wijk in ‘Oosterparkwijk’.

Vooral nadat er een vaste brug over het Gorechtkanaal en het Damsterdiep was gekomen, werd de toegankelijkheid van de wijk een stuk groter. De wijk groeide en bloeide, maar behield altijd het kenmerk van die typische arbeiderswijk. In de eerste jaren mocht de club volgens een gemeentelijke verordening zondags niet voor elf uur ’s morgens op het Oosterpark voetballen. Men wilde niet dat de kerkgangers van de Sint Franciscuskerk last van het voetballen hadden.

1945: De club krijgt kleur door de bevrijders.

De clubkleuren van Oosterparkers werden door omstandigheden groen-wit. De toenmalige voorzitter Hovenkamp kreeg in de laatste weken van de oorlog een stel groene shirts en witte broeken van de Canadezen en daarin speelde het pas opgerichte Oosterparkers de eerste wedstrijden. Die kleuren zijn altijd gebleven en werden een duidelijk kenmerk van de club. In de glorietijd – de vroege jaren vijftig – was Oosterparkers één van de grootste voetbalverenigingen in ledental van Nederland.

15 mei 1951: Nieuwsblad van Friesland

Het Oostersportpark werd steeds meer een voetbalbolwerk en kreeg het een hoofdveld met stadionachtige allure. Befaamde namen in het noorden zijn Ali Kruger, Heiko Wolda, Henk Duitsch, de Bolhuizen, Klaas Snip, Gradus Fransen en Frans van der Heide. De volksclub van de buurt, vestigde in 1951 een toeschouwersrecord. Tijdens de heenwedstrijd tegen Emmen zaten en stonden er, op de kop af, 11.014 man in het Oosterpark. Het ging dat seizoen buitengewoon goed. Met als kers op de voetbaltaart de terugwedstrijd in Drente tegen Emmen.

15 mei 1951: Overijsselsch dagblad.

Dat jaar verrees er ook een een lichtinstallatie. Dank zij deze voorziening, die populaire avondwedstrijden tot gevolg had, maakten wereldsterren als Pelé, Uwe Seeler, Helmuth Rahn, Lev Yashin en Stanley Matthews er hun opwachting met hun clubs. Op 15 maart 1951 speelden de Oosterparkers hun eerste lichtwedstrijd tegen GVAV. Dit was een groot succes want er werd gewonnen met 4-2.

1952: Struikelend het seizoen door.

De stap van 2e naar de 1e klasse is vaak een te grote stap. Zo ook voor de Groenwitten want aan het einde van het seizoen 1951/1952 bungelde de club onderaan. Degradatie kon nog worden ontlopen wanneer de Oosterparkers de kruiswedstrijd tegen Achilles uit Assen zou weten te winnen. Optimistisme was er volop bij de ploeg. Ten eerste werd er gespeeld in het neutrale stadion van Be Quick wat een bijna thuiswedstrijd is. Maar de positieve houding kwam vooral voort uit de recente resultaten in de competitie namelijk uit 0-2 winst en thuis 4-3. Echter het werd anders.

Oosterparkers 1950. Staand: Henk Duitsch, Meint Mulder, Jan Bolhuis, Tjerk Bolhuis, Kobus Delgorge, Gradus Fransen en Klaas Snip. Zittend: Jan Groninger, Teun Bolhuis doelman Wiebe Haverkamp en Koos Bauman.
12 mei 1952. Het Algemeen Handelsblad.

1953: Opnieuw gaat de club naar de 1e klasse.

ZFC Zaandam tegen Oosterparkers 2-1 op 7 juni 1953.

De rug werd gerecht en zie daar in het seizoen 1952/1953 speelden de Oosterparkers een nacompetitie om een promotie naar de 1e klasse met ZFC en Veendam. De eerste wedstrijd werd uit verloren van ZFC met 2-1. Een week later was er het streekduel met Veendam. Deze werd met 3-2 gewonnen ondanks dat in de 1e helft een Oosterparkers speler uit het veld was gestuurd. Op 22 juni werd de uitwedstrijd tegen Veendam met 2-3 gewonnen maar directe concurrent ZFC wist een week later ook van Veendam te winnen. Het thuisduel tegen de Zaandammers moest de beslissing brengen. Het Oosterpark zat met 13.000 toeschouwers bomvol en de confrontatie tegen ZFC werd met 1-0 gewonnen. Het hoogste doel de 1e klasse is een feit en het spelen tegen de top van Nederland een heerlijk vooruitzicht.

Clubicoon: Klaas Snip creatief binnen en buiten het veld.

Klaas Snip is op 23 augustus 1933 geboren te Groningen en groeide op in de Oosterparkwijk. Hij was als voetballer vooral succesrijk in de kantlijn van het betaalde voetbal. Een grote jongen bij kleine clubs, zo mag Klaas in de Noordelijke sportgeschiedenis worden bijgezet. Zijn domein was de toenmalige tweede divisie, waar hij bij clubs als Oosterparkers, Tubantia, Veendam, Zwartemeer en Be Quick furore maakte als goaltjesdief. Niet voor niets staat Oosterparkers als eerste club in dit rijtje geposteerd. Daar stond zijn voetbalwieg. En via Oosterparkers haalde hij bijna wekelijks de krant als doelpuntenmaker van dienst. Klaas Snip was niet alleen een snelle linksbuiten, maar bovenal een voetballer met overzicht. Hij scoorde niet alleen zelf gemakkelijk, maar bracht ook zijn medespelers kansrijk voor het doel.

In zijn Zwartemeer-periode vormde hij met Tony Roosken een super-duo. In het seizoen 1963/1964 troffen ze getweeën liefst 44 keer het doel. Aan de basis van Roosken’s-doelpunt stond veelal Klaas Snip. De topscorer aller tijden van Zwartemeer Tony Roosken memoreerde eens “Wij vormden een gouden duo”. Klaas Snip bleef als semi-profvoetballer nooit lang bij een club. Hij speelde van 1947 tot 1959 bij vv Oosterparkers om vervolgens in een periode van nog geen tien jaar bij liefst vijf clubs zijn kunsten te vertonen. Aldus was hij een van de eerste voetbalnomaden in ons land. Dat hij zo gemakkelijk verkaste, had deels met zijn werk te maken. Hij veranderde nogal eens van club omdat hij voor zijn werk moest verhuizen.

Uit de EBRO voetballers collage 1950. EBRO Suikerwerk fabrikant uit Den Haag

Naast het voetbal als semi-prof was Klaas overdag etaleur bij winkelketen de HEMA. Het inkomen als clubspeler in het algemeen was onvoldoende om van rond te komen afgezien van de echte toppers. Toen het Hengelose Tubantia hem binnenhaalde, zat er ook in de secondaire sfeer nog een aardige premie aan. Klaas kon bij de Tubanters kiezen uit een Fiat 500 of een complete inrichting in hun nieuwe huis. Klaas heeft toen gekozen voor de auto. Het tekende zijn status van grote jongen bij marginale profclubs. De meeste contractspelers moesten het doen, bij wijze van spreken met een mud Eigenheimers. De laatste keer dat hij zijn kicks aantrok was in 1967 bij het Groningse GRC. Klaas Snip is op 11 oktober 2007 overleden. Hij is 74 jaar geworden.

Profvoetbal is andere Groninger Koek.

Boven: K. Snip, J.D. Hoogen, T. Metus, J. Hielkema, J. Bolhuis, T.J. Bolhuis, H. Duitsch en M. Weessies,. Onder: J. Delgeorge, J. Jansen en A. Maat.

De transformatie van sportpark tot voetbalstadion kwam in een stroomversnelling terecht toen in 1954 het profvoetbal zijn intrede deed in Nederland. Daar waar velen naar uitkijken werd in het seizoen 1953/1954 een schokkend verhaal. Alleen de thuiswedstrijden tegen Enschedese Boys, RCH, Wageningen en Leeuwarden leverden een overwinning op. Vijf keer werd er gelijk gespeeld en zeventien keer verloren. Met een doelsaldo van 25 voor en 59 tegen werd de laatste plaats het resultaat. Ondanks het magere resultaat werd het spelen tegen o.a. Ajax uit in de Meer met een 2-1 verlies als een bijzondere wedstrijd ervaren.

Net als stadgenoten GVAV, Be Quick en Velocitas stortte Oosterparkers zich vanaf 1954/1955 in het avontuur van het betaalde voetbal. De eerste wedstrijd werd gewonnen van Enschedese Boys met 3-2. Diepte punt in de profcompetitie was de wedstrijd tegen PEC Zwolle waar na een voorsprong van 0-3 er met 9-3 werd verloren. Het lukte Oosterparkers niet om aan te haken bij de middenmoot. Op zich niet vreemd want de beste spelers waren weggekocht door o.a. stadgenoot GVAV. Degradatie was onvermijdelijke en ook het daarop volgend seizoen 1956-1957 eindigde de club in de 2e divisie op de twaalfde plaats van de vijftien clubs telde. De twee opeenvolgende jaren eindigden de Oosterparkers met de rode lantaarn om de nek als vijftiende en laatste in de 2e Divisie B.

1956 Op het sportterrein Oosterpark. De sigaren, snoep en broodjes venter heeft alleen oog voor zijn handel en niet voor de wedstrijd.

Terug naar de basis.

De laatste thuiswedstrijd van de club in het betaalde voetbal was op zondag 18 mei 1959 Oosterparkers- Zwartemeer 1-1. Voor 800 toeschouwers was dit een mooi resultaat want de tegenstander speelde nog voor een promotieplaats. De 1-0 kwam van Henk Duitsch en Kalter maakte 1-1 voor de bezoekers. Deze uitslag maakte dat de Parkers ondanks dat er nog een uitwedstrijd gespeeld moest worden de nacompetitie niet kon worden ontlopen. In de allerlaatste wedstrijd van het seizoen voor de Oosterparkers in de profcompetitie was op 24 mei . Het werd een derby tegen stadsgenoot Velocitas in het Groninger Stadspark. Een mooie affiche zo het lijkt maar met een rouwrandje want beide Groninger clubs stonden stijf onderaan in de 2e divisie. Voor 1500 bezoekers werd het 0-0 en Velocitas moest een kruiswedstrijd spelen tegen Rheden dat evenveel punten had. Voor de Groen-Witten werd het een ander verhaal.

25 mei 1959: Het Nieuwsblad van het Noorden publiceert het allerlaatste verslag van de allerlaatste semi-prof wedstrijd van VV Oosterparkers.

1959: Terug naar de amateurs.

Het betekende dat vv Oosterparkers aan het einde van het seizoen 1958/1959 tegen de kampioen van de amateurs moest spelen om een plek in het profvoetbal te behouden. Oosterparkers besloot deze beslissingswedstrijd echter niet af te wachten. De onkosten waren hoog en inkomsten laag en ook het zicht op betere tijden ontbrak. Het finale oordeel kwam op de bestuurstafel en een wijsbesluit volgde. vv Oosterparkers gaat vrijwillig terug naar de amateurs.

Clubicoon: Dirk Jacobus Willem Nanninga: De onverzettelijke.

Veruit de markantste speler bij de Noorderlingen is Dick Nanninga. Hij was een kopsterke spits met een hardheid die op de grens lag van het toelaatbare. De Lange is het verhaal van Dick Nanninga. Journalist Jeroen Siebelink vertelt het levensverhaal van Nanninga. Geboren in het Blauwe Dorp in de Groningse Oosterparkwijk. Daar waar rouwdouwer en sportman Nanninga turnt, tafeltennist en voetbalt en al op zijn negende begint te roken. Hij maakt zijn meisje Elly al jong zwanger, trouwt zoals het hoort en gaat trots aan het werk als betongieter. Voetballen doet hij bij de amateurs van Oosterparkers. Voor trainen heeft hij geen tijd en als hij een klus heeft op zondag zegt hij de wedstrijd af. Hij was een fenomeen: een bikkelharde aanvaller met een geweldige koptechniek. Het Oosterpark loopt voor hem uit. Nanninga kwam tot op 24-jarige leeftijd uit voor de Oosterparkers. FC Groningen – de club waar hij van droomt – ziet hem niet staan. ,,Die ken ik niet’’, zegt trainer Ron Groenewoud als de krant hem vraagt of hij niets ziet in die Nanninga van Oosterparkers.

SC Veendam ziet het wel en lijft hem in voor 350 gulden per maand en een tweedehands Opel Kadett Station. Als na één seizoen eredivisieclub Roda JC op de stoep staat, probeert hij het nog één keer bij zijn jeugdliefde, maar de FC biedt hem een schijntje. In Kerkrade groeit Nanninga uit tot held van Limburg. Die Ron Groenewoud komt Nanninga nog wel een keer tegen. Bij Oranje, waar Groenewoud dan hulptrainer is. De spits weigert hem de hand. ,,Ik ben Ron Groenewoud’’, stelt de coach zich voor. ,,Die ken ik niet’’, zegt Nanninga. Nanninga was een luchthartige man, maar soms nam hij met genoegen wraak. ,,Die anekdote over Groenewoud mocht hij graag opdissen’’, zegt Siebelink. ,,De onderwaardering door FC Groningen, en later ook bij het Nederlands elftal, zat hem wel dwars. In ’74 ging hij naar Roda JC en speelde daar 225 duels met 107 doelpunten. Daar speelde hij acht seizoenen en voor deze club is hij all time topscorer.

Als voetballer had Dick Nanninga de finesse van een vrachtschip. Een rouwdouwer was hij, voor niets en niemand bang, en altijd bereid het duel aan te gaan. Zijn speelstijl had soms hilarische situaties tot gevolg. Tijdens de eerste helft van een allang vergeten wedstrijd van Roda JC raakte hij weer eens geblesseerd. In de rust werd de schade opgenomen. Twee gebroken ribben, een andere rib gekneusd en een verrekte lies. Nanninga beet op z’n tanden, draaide een sjekkie tegen de schrik en liet zich van zijn tepels tot zijn kruis intapen. Zo, als een mummie met bakkebaarden, verscheen hij even later weer aan de aftrap. Hij kon zijn lijf amper nog bewegen, Na de wedstrijd plaste hij bloed. Dat bleek later te komen door een gekneusde nier. Nanninga had er nauwelijks iets van gemerkt, zei hij later.

In gedachte vliegt Dick boven het Groninger landschap.

Hij was een van de grootste specialisten uit de moderne Nederlandse voetbalgeschiedenis. In de lucht had hij de gortdroge stijl die bij zijn persoonlijkheid paste. Dick hield niet van poespas, ook niet als kopper. Kort na zijn eigen lancering strekte hij gewoon z’n lange lijf, trok het als een harmonica uit en ging dan, vaak enigszins schuin en met de armen soms strak langs het lichaam, als een menselijke patriot raket de lucht in. Soms was het alsof hij het vermogen had daar een tijdje te kunnen blijven hangen, wachtend op een voorzet van Pierre Vermeulen, Adrie Koster of Gerard van der Lem om dan zijn kop tegen die bal aan te rammen, want Dick Nanninga had een voorhoofd als een sloophamer. Zijn speelstijl bracht hem bij Roda JC de titel topscorer aller tijden alsmede twee hernia’s, een beenbreuk, twee afgescheurde kruisbanden, tientallen butsen, gaten en littekens op zijn hoofd, een miltbeschadiging en ontelbare gebroken armen, polsen en ribben. Een transfer naar Ajax ketste af, omdat hij ook een bloemenzaak in Kerkrade had. In de WK Finale 1978 tegen gastland Argentinië scoorde hij acht minuten voor tijd de gelijkmaker (1-1) uit een voorzet van René van de Kerkhof. De wedstrijd eindigde na verlenging in 3-1 voor Argentinië, onder meer door twee treffers van Mario Kempes.

In totaal speelde Nanninga vijftien interlands, waarin hij zes keer scoorde. In 1986 beëindigde hij zijn carrière op 37-jarige leeftijd. In 2012 werd zijn linker onderbeen geamputeerd als gevolg van suikerziekte. Tijdens de ziekenhuisopname traden complicaties op, waarna Nanninga enkele maanden in coma lag. Voormalig oranje coach en ploeggenoot Bert van Marwijk, begint altijd als vanzelf te glimlachen wanneer de naam Dick Nanninga valt. ‘Een schitterende kerel’ Als spits was hij voor niemand bang. Hij kon geweldig uitdelen, maar minstens zo goed incasseren. IJzersterk, met een waanzinnig hoge pijngrens. In onze MVV-tijd hebben we flink gelachen. Dirk en ik zaten altijd achterin de bus te kaarten en bier te drinken. Van die halve liter blikken. En roken, hè? Dick was één van de twee Nederlanders die ooit scoorden in de finale van een wereldkampioenschap voetbal en de enige die dat deed via een velddoelpunt. Johan Neeskens deed het uit een penalty in 1974 tegen Duitsland. Dick maakte zes doelpunten in vijftien interlands voor het Nederlands elftal.

Dick Nanninga was getrouwd en had twee dochters en een zoon. Hij scheidde van zijn vrouw en woonde op latere leeftijd samen met een vriendin in het Belgische Neeroeteren. De laatste jaren van zijn leven kampte hij met een slechte gezondheid. In 2012 werd zijn linker onderbeen geamputeerd als gevolg van suikerziekte. Bij de operatie en tijdens de ziekenhuisopname traden complicaties op, waarna Nanninga enkele maanden in coma lag. In 2014 werd ook het rechteronderbeen van Nanninga geamputeerd. Dick Nanninga overleed in 2015 op 66-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Maaseik, waar hij enkele weken eerder was opgenomen met hoge koorts. Dick in een video portret in gesprek met zijn dochter.

Anno 2019 speelt de club in de zaterdag 5e klasse. Na gedwongen verhuizingen door stadsuitbreiding voetbalt Oosterparkers op Kardinge waar de gemeente voor drie miljoen gulden een grootschalig verenigingsgebouw liet bouwen en de club, GVAV-Rapiditas als buurman kreeg. Maar door sentimenten omarmt keert de club het liefst weer terug naar de ‘eigen’ Oosterparkwijk. Het bestuur onderhandelt daarover met de gemeente want wat is v.v. Oosterpark zonder haar wijk daar waar haar ziel en historie ligt en Het Oosterparkers clublied.