ONA Gouda

Voetbalvereniging ONA (Ontspanning Na Arbeid) is een voetbalclub uit Gouda, die werd opgericht op 15 augustus 1919. In dat jaar vlak na de 1e wereldoorlog wordt in Nederland dankzij de Arbeidswet de 45-urige werkweek ingevoerd. Arbeiders kregen meer vrije tijd en zochten ontspanning in het voetbal. Dat leidde tot de oprichting van voetbalclubs zoals middenin Gouda’s eerste arbeiderswijk Korte Akkeren. Victoria was de eerste naam waaronder werd gespeeld. Het veld lag aan de Lazaruskade, nu Westerom. Er bleek echter er al een soortgelijke naam te bestaan.

De vereniging krijgt in 1921 de toepasselijke naam Ontspanning Na Arbeid (ONA). Het eerste kampioenschap bij de onderbond bracht nog geen promotie. In de 1e klasse van de GVB was Bodengraven kampioen. De kruiswedstrijd met ondersteuning van een karavaan aan supporters per fiets/auto of met de vrachtauto van de firma Lafeber eindigde uit in 1-1.

Thuis werd het 2-0 en dus trad ONA in 1922 toe tot de nationale voetbal bond de NVB en werd daar een jaar later afdeling kampioen van de 4e klasse.  In 1928 kwam Gouda voor een promotiewedstrijd op bezoek met rond het veld ruim 4500 toeschouwers. Er waren drie vooraanstaande clubs in Gouda: V & AV Gouda, Olympia en ONA. Deze clubs speelden regelmatig derby’s in de 1e klasse in de hoogste afdeling.

Barco kleurenplaat 1932 in Dordrecht ODS – ONA 1-2

De vv ONA speelt in een shirt dat bestaat uit rode en zwarte verticale banen, te vergelijken met de shirts van AC Milan. Een enkele speler liet uit pure armoede overigens zijn shirt in de crisis jaren door zijn moeder breien. De eerste buitenlandse trainer werd in 1926 de Engelsman Jackson voor een weekloon van 30 euro p.w. Met plaatsgenoot vv Gouda moest er na het kampioenschap worden geduelleerd om promotie. Thuis werd er met 0-3 verloren maar uit met 0-1 gewonnen. De beslissing viel een week later met een verpletterende 7-0 winst voor ONA.

Batco kleurenplaat 1932. Steeds Hooger – ONA 5-2 in Rotterdam. Met doelman Simon Hofman en in het midden rechtsachter Jaap Remeijer.

Op 25 augustus 1929 verhuisde O.N.A. naar de Walvisstraat, waar ze nu nog spelen. Voortgekomen en ontstaan uit de buurtschap de Korte Akkeren heeft ONA nu een eigen terrein, gelegen in de onmiddellijke nabijheid van haar geboortegrond dat aan de gestelde KNVB-eisen voldoet. In 1929 verleend de koningin aan de NVB het predicaat Koninklijk. In 1931 is ONA 3e klasse kampioen na een beslissende wedstrijd tegen SVW uit Gorinchem 1-2. Elke speler krijgt een herinneringsbord met de onvermijdelijke Goudse stroopwafels. Het levert ONA landelijke bekendheid en dat wordt opgepikt door het tabaksconcern Batco die de club vereeuwigd met een ingekleurde actiefoto’s. Deze kon bij aanschaf van rookartikelen en gespaarde punten worden verworven. Tabakswinkels en voetbal waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Later vanaf de jaren vijftig zouden vele voetballers een sigarenzaak beginnen als lucratieve inkomstenbron. Supporters konden dan hun voetbalheld van dichtbij aanschouwen met een babbeltje over de weekendwedstrijd.

ONA seizoen 1931/1932. 2e klasse Staand: W. de Hoop, J. Kersbergen, J.Frie, J. Luitjes, G. van der Spelt en G. Berkhout, Zittend: J. Degenkamp, C. van der Post, S. Hofman, S. Luitjes en L. Sterk.

Terwijl de angst voor een oorlog in 1939 toenam besluit de KNVB om een aangepaste competitie te laten spelen zonder promotie en degradatie. Dit omdat door de Duitse dreiging vele jonge mannen gemobiliseerd werden. Er was begrip maar ook werd het een surrogaat competitie genoemd. In 1941 besloot de Duitse bezetter dat er een normale competitie moest worden gespeeld want het maatschappelijke leven moest zo normaal mogelijk doorgaan. Het was natuurlijk een manier om de bevolking rustig te houden. Met veel zelfredzaamheid werd gedurende de oorlog het clubleven staande gehouden maar er was een tekort aan veel zoals kleding, voedsel en brandstof.

vv ONA Seizoen 1950/1951 opnieuw promotie naar de 2e klasse. Staand: C. Signer, P. Scholten, J. van Hoff, N. Koster en doelman W. Schoonderwoerd. Zittend: J. Vermeer, H. Walthie, aanvoerder P. Honkoop, A. Hommels, C. Jansen en P. Huyzer.

Na de bevrijding in 1945 werd na jaren van armoede het verenigingsleven weer energie ingeblazen. De club accommodatie was in een erbarmelijke toestand want alles van hout was gebruikt om te stoken of te koken. De eerste wedstrijden werden onder medisch toezicht gespeeld gezien het wankele fysiek van de spelers. Ook verstrekte de KNVB-bonnen om voetbalschoenen te kunnen kopen. Het Gemeente Badhuis aan de Groenedaal zorgde met een was voorziening ook voor de hygiëne.

Vele malen werd ONA-kampioen maar even zo vaak werd er in de promotiewedstrijd verloren. Uiteindelijk in het seizoen 1950/1951 bereikte de selectie de 2e klasse met in 15 mei 1955 het allerhoogste, kampioen worden van de 2e klasse en promoveren naar de 1e klasse.    

15 mei 1955 Kampioen en promotie naar de 1e klasse. Staand: J.B. v.d. Gevel (trainer), L. de Jong, A.v.d. Berg, Arie Evengroen, Adrie Evengroen, A. Kasbergen, A. Vat, K. v.d. Berg, A. v.d. Berg, H. Melkert. Zittend: G. Overeynder, J. v.d. Valk, G. Lingen, A. Hersche en C. de Jong.

Het betaald voetbal wordt in 1954 in Nederland geïntroduceerd door de NBVB ook ‘de Wilde Bond’ genoemd. De KNVB die profvoetbal altijd tegen heeft gehouden moest mede onder druk van de publieke opinie met de ‘Wilden’ om de tafel om tot een compromis te komen. De beste Nederlandse voetballers hadden de competitie verlaten en lieten zich over de grens dik betalen waardoor de kwaliteit van het Nederlandse voetbal daalde. In de ons omringende landen was profvoetbal al jaren de gewoonste zaak maar de KNVB huldigde het adagium dat je bij een vereniging uit sportief oogpunt ging voetballen. Het publiek echter morde en de media verweet de KNVB een te conservatieve houding. Na wat gesteggel kwam een overeenkomst tussen de bonden. Deze hield in dat alle bestrafte clubs en spelers werden gerehabiliteerd en de ‘Wilde Bond ingevoegd zou worden binnen de KNVB.

Het bestuur van ONA zag een profcompetitie wel zitten maar moest wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De semi-profclub moest beschikken over voldoende financiële middelen zoals een borgbedrag om spelers voor een heel seizoen te betalen. Reken voor 20 spelers á 300 gulden p.m. een totaalbedrag van 72.000 gulden. Tel daarbij de kosten voor een trainer, boekhouder en terreinknechten bij op dan zijn de totale kosten ongeveer 125.000 gulden. Dat zou betekenen hogere contributies en entreeprijzen want per wedstrijd moest er ongeveer 6500 gulden binnenkomen. Het is daarom begrijpelijk dat er maanden van overleg overheen ging voordat het bestuur een helder voorstel bij de leden kon neerleggen. Op 10 juni 1955 besloten de leden met ruime meerderheid akkoord te gaan.

Inmiddels waren er nog maar een paar maanden om de spelersselectie voetbalproof te maken. Links en rechts werden bij amateurverenigingen de beste spelers weggehaald wat onderling tussen clubs tot een vervelende sfeer heeft geleid. Het Goudse ONA begon in de 1e klasse B, tegen onder andere Blauw-Wit, HFC Haarlem, Helmond, Heracles, Hermes DVS, Leeuwarden, Wageningen en Zwolsche Boys en ‘t Gooi. De spelers en trainer van het eerste elftal van ONA krijgen nu geld voor hun inspanningen maar een vaste baan overdag is nog steeds van levensbelang. Het was nu de vraag of de toeschouwers ook waar voor hun toegangsgeld krijgen aan de Walvisstraat.

Op 11 september 1955 wordt de eerste wedstrijd thuis tegen Blauw-Wit gespeeld en het werd meteen legendarisch. Ruim 7000 toeschouwers aan de Walvisstraat konden volgens de overlevering hun ogen niet geloven toen de Amsterdammers met 6-1 werden afgedroogd. De kranten konden er geen genoeg van krijgen om de wedstrijd in superlatieven uit te drukken. Sensationeel, Goudse surprise, Blauw-Wits roem show en kapitaal aan flarden geschoten. Voorhoedespeler A. van den Berg is de bink want hij scoort 2x , de eerste en de laatste goal. Een week later werd de euforie getemperd en tot de juiste verhouding teruggebracht. Op 16 september 1956 ging ONA op bezoek bij Feijenoord in de KNVB bekerwedstrijd. ONA kreeg een pak op de voetbalbroek en kon naar huis met een 7-2 nederlaag. Het verschil tussen de eredivisie en 2e divisie is duidelijk zichtbaar. Doelpuntenmakers voor Feyenoord waren Bak, De Kreek, Moulijn, De Bleijker, en Schouten. Volgens de krant speelde het duo Brilleman – Blankemeijer sterk. De foto hierboven is gemaakt tijdens de bekerwedstrijd Hans Melkert, normaal de tweede doelman achter Adrie Evergroen, weet een los gebroken hond op te vangen. Het gaf de eenzijdige wedstrijd een welkome opfrisser.

Op de tribune van het sportveld aan de Walvisstraat pronken de initialen van v.v. ONA.

Aan het eind van de competitie 1955/1956 stond ONA op de derde plaats van onderen. Het voelde als een lauwe douche maar alle begin is moeilijk. De profcompetitie wordt voor het seizoen 1956/1957 heringedeeld in één eredivisie, twee 1e divisies en twee 2e divisies. ONA komt uit in de 2e divisie en dat is de laagste categorie. Al snel blijkt dat dit niveau voor de selectie het hoogst haalbare is. Sterker tot en met het seizoen 1958/1959 bevindt het team zich in de onderste regionen. Het doemscenario is nu wel heel dichtbij.

De club ONA moet zich opmaken voor een degradatiecompetitie. In deze beslissingscompetitie zou worden uitgemaakt welke vier ploegen teruggezet worden naar het amateurvoetbal. Tot deze competitie behoren Velocitas , ONA , UVSBaronie, Xerxes, Rheden, Zwolsche Boys en Zwartemeer .

Zwartemeer uit het Drentse Klazienaveen, UVS uit Leiden en de Zwolsche Boys wisten zich uiteindelijk met redelijk gemak te handhaven. ONA uit en Rheden kwamen tekort en worden teruggezet naar de amateurs. Drie ploegen eindigden op dertien punten, waarna in een halve competitie de beslissing moest vallen welke twee ploegen met ONA en Rheden zouden degraderen. Velocitas uit Groningen verloor beide wedstrijden en eindigde als laatste. In de laatste wedstrijd versloeg Baronie uit Breda Xerxes uit Rotterdam, waarmee de laatste beslissing ook is gevallen. Exit vv ONA als betaald voetbal organisatie maar heden een bloeiende vereniging bij de amateurs.

Dick van Dijk en Tonny van Leeuwen zijn van oorsprong Goudse voetballers die het schoppen tot in het Nederlands elftal.

Dick van Dijk altijd op zoek naar de goal

Dirk Wouter Johannes kortweg Dick van Dijk werd op 15 februari 1946 geboren –  scoorde overal waar hij kwam er lustig op los. Van Dijk groeide op in Gouda en voetbalde in zijn jeugd bij de plaatselijke voetbalvereniging ONA. Op zijn vijftiende maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van ONA en een jaar later werd hij door trainer Hans Croon naar SVV, dat destijds uitkwam in de Tweede divisie, gehaald. Van Dijk werd clubtopscorer en promoveerde in 1966 met zijn club naar de Eerste divisie.

Dick van Dijk werd uitgenodigd voor het Nederlands jeugdelftal en het Nederlands militair elftal. Het scorend vermogen van de jonge spits wekte de interesse van FC Twente, maar de vraagprijs van 200.000 gulden vonden de Tukkers te veel. Een minder seizoen zorgde ervoor dat de transfersom een jaar later tot 70.000 gulden gezakt was, waarna FC Twente Van Dijk in de zomer van 1967 alsnog inlijfde. Bij Twente maakte Van Dijk een veelbelovende start met zeven doelpunten in vijf wedstrijden. Hij vormde een sterk aanvalsduo met Theo Pahlplatz. De komst van Dick van Dijk zorgde voor een positieve impuls voor FC Twente; het jonge team eindigde mede dankzij de 22 doelpunten die Van Dijk in zijn eerste seizoen scoorde op een verdienstelijke achtste plaats. Het daaropvolgende jaar ging het nog beter. Twente deed lang mee in de strijd om het landskampioenschap en Van Dijk werd met 30 doelpunten topscorer in de Eredivisie. Legendarisch is de thuiswedstrijd tegen Ajax op 3 november 1968. Twente won met 5-1 en Van Dijk scoorde drie doelpunten.

Dick van Dijk als Ajaxied tegen zijn voormalige club FC Twente

Aangenomen wordt dat met deze wedstrijd de interesse van Ajax in Van Dijk definitief gewekt werd. De waarschijnlijke overgang was ruim voor het einde van het seizoen al een publiek geheim en in juni 1969 werd duidelijk dat de spits voor een transfersom van 750.000 gulden naar Amsterdam verhuisde. Inmiddels had Van Dijk op 26 maart 1969 zijn debuut als international gemaakt, in een wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Luxemburg. Oranje won met 4-0 en Van Dijk scoorde eenmaal.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 06e600c0-3d10-012d-d6fc-0050569428b1.jpg

Terwijl Van Dijk bij Twente nog de absolute vedette was, was hij bij Ajax niet meer dan één van de zestien geselecteerden en moest hij vechten voor een plek in de basisopstelling. Het maakte hem een andere, completere voetballer, die leerde mee te verdedigen. In zijn eerste seizoen scoorde hij 23 doelpunten in 32 wedstrijden. Hoewel hij in zijn tweede seizoen bij Ajax niet meer wekelijks in de basis stond, scoorde hij toch nog 18 doelpunten in 29 wedstrijden. In de finale van de Europa Cup I op 1 juni 1971 tegen Panathinaikos stond Van Dijk wel in de basis. Al na vijf minuten scoorde hij uit een scharende voorzet van Piet Keizer en schampte met het hoofd de bal langs de Griekse doelman. Ajax zou de wedstrijd met 2-0 winnen. Dick van Dijk in een filmisch document.

Op 10 oktober 1971 speelde Van Dijk zijn zevende en tevens laatste interland, tegen de DDR. Na een derde seizoen bij Ajax, waarin hij voornamelijk reserve was, vertrok Van Dijk in 1972 naar OGC Nice in Frankrijk. Ook daar scoorde hij veelvuldig. De ploeg stond in seizoen 1972/1973 maandenlang aan kop in de Franse competitie en haalde een jaar later een opmerkelijk resultaat in de eerste ronde van de UEFA Cup, door het FC Barcelona van trainer Rinus Michels en speler Johan Cruijff uit te schakelen. In 1974 verkaste Van Dijk naar Real Murcia in Spanje. Een jaar later beëindigde hij zijn voetballoopbaan. Hij ging terug naar Nice waar hij makelaar werd. Hij was woonachtig in het nabijgelegen Saint-Paul-de-Vence.

Dick van Dijk de flamboyante spits met de wapperende haren overleed plotseling op 8 juli 1997 op 51-jarige leeftijd. Tijdens een medisch onderzoek in een ziekenhuis liep hij een bacteriologische infectie op aan de hartkleppen, welke hem fataal werd. Ter nagedachtenis werd op 12 oktober 1997 een benefietwedstrijd georganiseerd tussen ONA uit Gouda en het Ajax van de Europa Cup I-finale uit 1971.

De sportwereld in diepe rouw om het overlijden van Tonny van Leeuwen

Tonny van Leeuwen (twee interlands) komt reeds op 28-jarige leeftijd om het leven bij een verkeersongeluk. Dat is vier jaar na zijn laatste optreden voor Oranje in 1967 Boedapest tegen Hongarije. Als jongetje van zes begint hij bij Jodan Boys. Later volgen ONA en het Rotterdamse Sparta, voordat GVAV uit Groningen hem aantrekt. In 1971 werd doelman Tonny van Leeuwen uitgeroepen tot beste keeper van het betaalde voetbal. Met zeven tegengoals in dertig wedstrijden is hij de minst gepasseerde doelverdediger in het Nederlands betaalde voetbal. Op 14 juni 1971 stapte hij met zijn vrouw in zijn witte Mercedes en reed naar Rotterdam om in de Embassy nachtclub een prijs, duizend gulden en een trofee, op te halen.

Gerelateerde afbeelding

In het Hilton-hotel was een kamer voor hem gereserveerd, maar Van Leeuwen sloeg het aanbod om in Rotterdam te overnachten van de hand. Hij wilde naar huis, het Drentse dorp Peize, vlak onder Groningen, en kroop in het holst van de nacht weer achter het stuur. Zijn vrouw Geri lag naast hem te slapen toen hij rond vijf uur ’s morgens op Rijksweg 32 ter hoogte van Meppel, net na een flauwe bocht naar rechts, op de verkeerde weghelft belandde en frontaal op een truck met oplegger, die betonbuizen vervoerde, botste. De vermoedelijk door slaap overmande Van Leeuwen was op slag dood. Zijn vrouw overleefde de klap. De vrachtwagenchauffeur uit Drachten, met zijn 28 jaar even oud als Van Leeuwen, was zwaargewond.  

Feijenoordspeler Ruud Geels doet een aanval op het GVAV-doel maar doelman Tonny van Leeuwen brengt redding.
 

Ploeggenoot en vriend Piet Fransen uit zijn GVAV tijd: ‘Toen ik ’s ochtends met de melkkar om half acht bij mijn eerste klant kwam, kreeg ik het te horen. Het was net op de radio geweest. Ik zei: dat kan niet, dat is godsonmogelijk. Daarna heb ik een black-out gekregen en de hele boel de boel gelaten.’ ‘Ik denk nog bijna elke dag aan hem. Als ik naar het zuiden rijd, zoals zaterdag voor Nederland-Wales, en ik kom bij Meppel dan word ik emotioneel. Bij de plek waar het is gebeurd, gaat de autoradio uit. Heen en terug. Als eerbetoon aan m’n allerfijnste gabber.’ Tonny van Leeuwen ligt begraven op de begraafplaats van Peize.

Van Leeuwen was in de jaren zestig en zeventig doelman van GVAV, de voorloper van FC Groningen. In Groningen en omstreken is hij nog altijd een legende. Er werd al een trein en een tribune naar hem vernoemd, in 2014 komt daar een standbeeld bij. Dat beeld staat boven aan de grote trap bij de ingang van de Euroborg. Het is een geschenk van de supportersvereniging van FC Groningen aan zichzelf: tijdens het 30-jarig jubileum van FC Groningen.