T.S.V. NOAD

N.O.A.D: Niet Ophouden, Altijd Doorzetten

Op zondagmiddag 5 juni 1910 werd in het café van Betje van Rijswijk de oprichtingsvergadering gehouden van T.S.V. N.O.A.D. De TSV staat voor Tilburgse Sport Vereniging, dat is zeker. Maar over de betekenis van de clubnaam bestaat tot op de dag van vandaag geen uitgesproken zekerheid. Niet Ophouden Altijd Doorgaan is de meest gebruikte. Anders dan het gros van de Brabantse voetbalclubs die in het begin van de 20ste eeuw of vlak daarvoor werden opgericht, was NOAD Tilburg van meet af aan een neutrale/niet kerkelijke vereniging. Dat was mede ‘te danken’ aan houding van de fraters Dorotheus en Leonardo van het Heuvels Patronaat. Die verboden de aan hen toevertrouwde jongens op zondagmiddag het voetbalspel te bedrijven. De knapen besloten vervolgens het Patronaat te verlaten en hun eigen gang te gaan. Die zondagmiddag werd Jo Schellekens gekozen als eerste voorzitter en de legendarische Janus Verbunt penningmeester werd. Een ander belangwekkend besluit op dat moment was dat de zestien NOAD-leden 3 cent per week aan contributie moesten betalen om zodoende de jaarhuur van een veld ten bedrage van 8 hele guldens te kunnen bekostigen.

TSV NOAD in 1913 met Hein en Jan Panis resp. zittend in het midden en zittend vierde van links.

Het eerste veld was een weiland aan de Tilburgse Koningshoeve. Daar kon NOAD in de wintermaanden het edele voetbalspel beoefenen voordat in het voorjaar en de zomer de koeien van boer Kees Torremans de grasmat weer betraden.

Rooms versus ‘Rood’ op het groene laken

Met het verstrijken van de tijd ging het steeds beter tussen NOAD en de kerk. Dat kwam ook door de komst van frater Egberto, een goed pedagoog, bezeten van voetbal, die jarenlang in de jeugdcommissie heeft gezeten. ‘Wij gaven hem,’ vertelt Noud Vesters, ‘altijd een elftal met jonge talenten. Bij een C1 kon hij uitstekend zorgen voor sfeer en discipline. Hij had een uitzonderlijke werkwijze, hij stuurde iedere jongen iedere week een briefje met kritiek of lof over de afgelopen wedstrijd. Hij hamerde op begrip en waardering voor elkaar.’ Aanvankelijk speelde NOAD vooral vriendschappelijk tegen andere patronaten zoals die van de Hasselt en de Besterd. Veel zogeheten Roomse clubs mochten echter van de clerus niet tegen de “wilden” van NOAD uitkomen.

In de volgende paar jaar werd het ledenbestand langzaam en vooral bedachtzaam uitgebreid. Een aantal keren werd zelfs een ledenstop ingevoerd om de club niet te snel te groot te maken. Inmiddels was in september 1911 een zekere Jan Panis lid geworden. Dat was een uitstekende midvoor maar de man bleek later ook bestuurder van niveau te zijn. Naarmate NOAD langzaam aan groter groeide, moest er een aantal keren van accommodatie gewisseld. Het werd vlak voor het begin van de 1e Wereldoorlog een terrein aan de Bosscheweg terwijl het clublokaal werd gevestigd op het erf van de familie Panis.

De eerste volledige competities speelden NOAD onder de vleugels van de Brabantse Voetbalbond (BVB). In november 1917 werd een belangrijke stap genomen. De KNVB plaatste NOAD op verzoek in de landelijke 2e Klasse B. Daardoor gingen de Tilburgse voetballers regelmatig de stad en de provincie uit en dat bracht extra kosten met zich mee. Het bestuur besloot het bedrag voor de spelers boven de 1 gulden te vergoeden. Daarmee was het eerste premiestelsel binnen NOAD een feit.

Na het eerste jaar in de landelijke 2e Klasse B werd meteen het kampioenschap behaald. Voor promotie naar de landelijke 1e Klasse dienden twee wedstrijden gespeeld te worden tegen Bredania. In Breda werd het 0-0. Aan de Bosscheweg scoorde Jan Panis – voor ruim 3000 toeschouwers – de enige goal en stelde daarmee de gang naar de 1e Klasse zeker.

Tussen 1918 en 1928 was NOAD Tilburg een begrip op het hoogste niveau van de Nederlandse voetbalcompetitie. De club was kerngezond en kende een steeds groeiend ledenbestand. Een aantal keren moest er een ander voetbalterrein worden gezocht maar tot 1958 kon er worden gespeeld op de grond van de Nederlandse Spoorwegen ook wel het Tilburgse Hoogspoor. In het decennium na de Eerste Wereldoorlog presteerde het eerste elftal van NOAD constant op het hoogste landelijke niveau. Lager dan de middenmoot scoorde de Tilburgse club nooit totdat in het seizoen 1927-1928 het kampioenschap van het zuiden werd bereikt. Dat gaf NOAD het recht mee te doen aan het landskampioenschap met onder meer Feyenoord, Ajax en Velocitas. NOAD won het niet maar geen enkele club lukte het de Tilburgers in eigen huis te verslaan. Het zuidelijke kampioenschap werd in 1928 gevierd in de chique locatie van het etablissement De Lindeboom op de Heuvel.

Tim Coleman: Oorlogsheld en kampioenstrainer. Column ‘Sportwereld’

Tim in Arsenalshirt

In het seizoen 1930-1931 waren er tien NOAD-elftallen actief in competitieverband en werd ook het 300ste lid van de vereniging ingeschreven. In het jaar 1930 werd ook voor het eerst een Engelse trainer aangetrokken. Het ging om Tim Coleman. Met hem behaalt Sportclub Enschede in het seizoen 1925- 1926 voor de eerste en laatste maal het landskampioenschap In zijn tweede seizoen (1928-1929) bij VV Oldenzaal maakt Coleman deze club eveneens kampioen, zij het in de vierde klasse Tim Coleman wordt door het Tilburgse NOAD gecontracteerd, dat hij in de eerste (de hoogste) klasse weet te houden. Maar in 1932 verhuist hij weer, nu naar DHC (Delfia Hollandia Combinatie) in Delft. Ook daar weet hij direct al in zijn eerste jaar te promoveren naar de eerste klasse. Vier Nederlandse clubs en drie maal een kampioenschap in negen jaar tijd. Dat is een erelijst waarop in die tijd niet veel trainers kunnen bogen. Deze oud-prof had uitstekende contacten in zijn vaderland en dat leidde tot een aantal trips van de Tilburgse Geel-Blauwen in de bakermat van het voetbal. In de loop van de jaren ’30 moest NOAD een aantal keren stevig aan de bak om het behoud van de hoogste klasse zeker te stellen. Een keer werd zelfs deelgenomen aan een promotie-degradatiecompetitie. Gelukkig bleef NOAD in 1936 uiteindelijk in de landelijke 1e Klasse.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaf het NOAD-clublokaal geen krimp en bleef het onbeschadigd maar in 1947 brandde het tot de grond toe af waardoor een groot deel van het clubarchief verloren ging. Over de wederwaardigheden van NOAD tijdens de oorlog is niet al te veel bekend. Wel is zeker dat er na de invasie in 1940 nog een paar seizoenen is door gevoetbald.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is scan-20171111-3_orig.png

Maar daar kwam een einde aan toen steeds vaker tijdens wedstrijden Duitse razzia’s plaatsvonden en zelfs werd geschoten. Overigens was in de oorlogsjaren niet alleen veel voedsel alleen “op de bon” verkrijgbaar. Ook lederen ballen en leder sportschoenen bleken schaars. In 1945 werd de draad weer opgepakt met de benoeming van trainer Jan Bijl. Die hanteerde een strak, eigenzinnig technisch en tactisch systeem dat veel kritiek opriep. Maar desondanks ook succesvol was. Het elftal speelde een aantal jaren in de top mee en behaalde in het seizoen 1948-1949 voor de tweede keer in de clubgeschiedenis het zuidelijk kampioenschap. Bij de algemene kampioenscompetitie die volgde zullen we niet te lang stil staan. NOAD bakte er niets van, behaalde een schamel puntje bij het doelsaldo van 3 voor en 28 tegen.

TSV NOAD 1949 Kampioen van het district Zuid. Staand: Jo Walhout, Huijsman, Ebbing, De Wilde, Van Heeswijk, C. Smulders en Frits Louer. Zittend: A. Smulders, Janssen, Komboul en aanvoerder Engel.

Frits Louer: ‘Mannen van de club’.

Fredericus Joannes (Frits) Louer  is geboren in Tilburg op 24 november 1931 Hij speelde in de Eredivisie voor de Tilburgse clubs NOAD en Willem II en kwam drie keer uit voor het Nederlands voetbalelftal, waarbij hij één keer scoorde. Frits Louer degradeert tijdens zijn voetballoopbaan drie keer naar de Eerste divisie. De eerste twee keer is dat met NOAD, in de seizoenen 1958/59 en 1960/61. Frits speelt vanaf 1948 tot 1961 onafgebroken voor NOAD en mag zich een kind van de club noemen. Ooit ging hij van NOAD naar Willem II. Voor 25 duizend gulden inclusief een ruil met Loek Heestermans. Het kostte zijn negotie in friteszakken en ander verpakkingsmateriaal veel klanten. Geen NOAD-man die nog iets bij hem bestelde. Later ging Louer in sportprijzen. Ondanks de degradatie, viert hij met Willem II in 1962/1963 wel het winnen van de KNVB beker.

Afbeeldingsresultaat voor frits louer

Frits Louer opent zelf de score in wat een 0-3-overwinning wordt in de finale tegen ADO. De Tricolores waren Louers vierde Tilburgse team, nadat hij begon met voetballen bij amateurclub Ons Vios. Bij zijn tweede club uit de stad, LONGA, stond hij alleen een week op de ledenlijst, waarna NOAD hem weghaalde en op zijn zestiende liet debuteren in het eerste. Als gevolg van de bekerwinst treedt Willem II in september en oktober 1963 aan in de eerste ronde van de Europa Cup II tegen Manchester United. Willem II wordt met 1-1 en 6-1 uitgeschakeld. Louer scoort in beide partijen het Tilburgse doelpunt. In de aanloop naar en tijdens de tweeluik is alles gefilmd. De beelden zijn 53 jaar na dato afgestoft en verwerkt in een documentaire. Verslaggever Ayolt Kloosterboer blikt met onder anderen Frits Louer, de sterspeler van toen, terug op die duels.

NOAD seizoen 1958/1959 met staand naast doelman W. Onderstal rechts Frits Louer en daarnaast Rinus Bennaars.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-51.png

Frits Louer speelt tijdens zijn lange NOAD periode drie keer voor het Nederlands elftal, in alle gevallen vriendschappelijk en van begin tot eind. Zijn debuut is op 15 november 1952, wanneer ‘Oranje’ met 2-2 gelijkspeelt in en tegen Engeland. Op 19 en 30 mei 1954 treedt Louer aan op bezoek bij Zweden (6-1 verlies) en Zwitserland (3-1 verlies). Tegen de Zweden maakt hij zijn enige doelpunt als international. Frits Louer beleefde de sensatie in het Nederlands elftal als vervanger van Abe Lenstra. De Fries weigerde op het laatste moment mee te gaan naar Hull voor een wedstrijd tegen de Engelse amateurs omdat de Keuze Commissie hem weer eens linksbuiten wilde zetten. De jonge NOAD-linksbuiten Louer kwam zelfs in de basis, ten faveure van de eigenlijke Abe-reserve Mick Clavan. De Sportkroniek schreef ‘Zelfvertrouwen ontbrak Louer ten enenmale. Heel jammer, dat deze talentvolle, kwieke speler zo schuchter en bedeesd aan het spel deelnam’.
Louer miste in 1952 naar eigen zeggen de Olympische Spelen vanwege een meniscusoperatie. In 1954 moest er nog een meniscus uit.Al tijdens zijn voetballoopbaan scharrelde hij bij. Bijvoorbeeld rond de centrale trainingen. ‘Dan gingen we met zes spelers in een taxi van het station in Amsterdam naar het stadion voor de training. Eentje betaalde, alle zes declareerden we. Vast recept.’ 

In 1950 werd op grootse wijze het veertigjarig jubileum gevierd. Het begin van de jaren ’50 kenmerkte zich bij NOAD niet door veel commotie. Het eerste elftal en ook de jeugdafdeling presteerden naar verwachting en hielden een constant hoog niveau in stand.

Een tafel met prijzen tijdens een NOAD feestavond.

1954: Amateur vereniging of semiprofessionele organisatie.

Maar binnen het Nederlandse voetbalwereldje gistte het. Dat had alles te maken met de wens van velen om ook in Nederland een profvoetbalcompetitie van de grond te tillen, zoals in heel veel omringende landen al het geval was. De KNVB zette zich aanvankelijk schrap en bestrafte haar leden die zich “misdroegen”. Maar de druk werd onhoudbaar en op 3 juni 1954 ging de nationale voetbalbond overstag. Op 9 augustus 1954 besloot de Algemene Ledenvergadering van NOAD dat men ook daar de professionele status zou aanvaarden. Drie Tilburgse bestuursleden – onder wie voorzitter Jan Panis – legden daarop hun functies neer. Voetballend plaatse NOAD zich voor de landelijke Hoofdklasse van de KNVB en een jaar later won men een plek in de nieuw opgezette Eredivisie. Daarmee was men toegetreden tot de elite van de Nederlandse profliga.

Jo Walhout: ‘Mannen van de club’.

Jo Walhout in 1961

Johannes (“Jo”) Adrianus Walhout  Tilburg, 2 juni1930 – 19 april 1997 De centrumverdediger speelde betaald voetbal bij  NOAD, Feyenoord en Willem II. Walhout werd op zijn 28e door Feyenoord weggeplukt bij de Tilburgse eredivisieclub NOAD, waarna hij met de Rotterdammers in het seizoen 1960/61 landskampioen werd. Het jaar daarop keerde hij terug naar zijn geboorteplaats, ditmaals om bij Willem II te spelen. Met de Tricolores won Walhout in 1962/1963 de KNVB beker, terwijl het team hetzelfde seizoen degradeerde uit de eredivisie.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-52.png

De Tilburger kwam vier keer uit voor het Nederlands B voetbalelftal. Voor ‘het grote Oranje’ werd hij door zowel George Hardwick als Elek Schwartz geselecteerd, maar kwam hij er nooit voor in actie. Walhout speelde in 1963 twee keer met Willem II voor de UEFA Cup. Daarin werd zijn ploeg in de eerste ronde uitgeschakeld door Manchester United FC (1-1 en 6-1 verlies). Walhout keerde na zijn tijd bij Willem II terug naar NOAD. Walhout speelde er eerder van zijn negende in 1939, tot zijn 28 in 1958, wat het meer dan elke andere vereniging ‘zijn’ club maakte. Vanaf zijn zeventiende jaar maakte hij bij NOAD deel uit van het eerste team, dan nog als rechtsvoor.

Videobeelden van NOAD – DOS Utrecht eindigde op 4 juni 1958 in 3-3. Voor beide ploegen was het een essentiële wedstrijd. NOAD stelde met dit punt het Eredivisieschap veilig, maar DOS Utrecht mistte door het gelijke spel deze middag de kans om landskampioen te worden. De voorsprong van één punt op concurrent SC Enschede ging verloren en een beslissingswedstrijd (op 15 juni 1958 in de Nijmeegse Goffert) werd noodzakelijk. Scoreverloop: Frits Louer 1-0, Jacques Westphaal 1-1, Tonny van der Linden 1-2, Ruud de Chêne 2-2, Jacques Westphaal 2-3, Tini van Osch 3-3. Scheidsrechter Martens, toeschouwers: 20.000. Dat betekende voor NOAD dat men zich veertig jaar onafgebroken had gehandhaafd op het hoogste Nederlandse voetbalniveau.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-50.png

Een jaar later werd er echter wel gedegradeerd naar de 1e divisie. Maar NOAD toonde ruggengraat door het volgende seizoen weer terug te keren in de hoogste afdeling. Dat was een schitterend geschenk aan de supporters van de club die zo een fantastische 50-jarig jubileum meemaakten. In de seizoenen daarna gaat het met NOAD voetballend een tikkeltje bergafwaarts. Via de 1e divisie belandt men in de wat marginale 2e divisie. De jeugdafdeling van de Geel-Blauwen groeit en bloeit in de jaren ’60. De betaalde jeugdafdeling behaalt seizoen na seizoen uitstekende resultaten en streelt ook de ogen van de toeschouwers met prachtig aanvallend spel. Elk jaar werden de grootste talenten verkocht om de begroting op orde te houden. Daarom kan NOAD nauwelijks profiteren van de jeugd.

TSV NOAD op zoek naar een eigen voetbalplek.

In 1919 werd door enkele vooraanstaande Tilburgers, onder aanvoering van Ruud de Grood, de RK vereeniging Het Tilburgsche Sportpark opgericht. Het voornaamste doel was de lichamelijke opvoeding onder de arbeiders te bevorderen, overeenkomstig de katholieke beginselen.

Toegang ‘Sportpark Goirleseweg’.

Eén van de middelen was het aanleggen en onderhouden van sportterreinen. In 1920 werd hiertoe een vier hectare groot sportpark aan de Goirleseweg aangelegd, naar een ontwerp van Jan van der Valk. Aanvankelijk betrof het hier een kleedlokaal, bergplaatsen en velden voor onder meer voetbal, tennis en gymnastiek. In hetzelfde jaar werd het voetbalveld geopend met een wedstrijd tussen TSV NOAD en MVV. In 1921 werden een tribune en een restaurant gerealiseerd. Van 1920 tot 1923 waren NOAD en RKTVV de vaste bespelers van het sportpark maar NOAD voelde zich te beperkt in haar visie en ging op zoek en vond een braakliggend terrein van de NS aan de Industriestraat. Het grootste deel van de periode 1921 tot 1957 speelt de club op dat terrein , ingeklemd tussen twee spoorlijnen naar Breda en Turnhout. 

NOAD heeft lang op NS grond aan de Industriestraat gevoetbald. Hier zien we het veld vanaf het viaduct aan de Ringbaan West gefotografeerd, met een interessante skyline (o.a. de Noordhoekse kerk, muziekinstrumentenfabriek van Kessels, Heikese kerk en St. Anna kerk). In 1958 moest NOAD deze locatie verlaten omdat de grond nodig was voor het spoor (foto: coll. RAT)  

Aan de Industriestraat krijgt NOAD de kans om een eigen terrein in te richten, wat in het gemeentelijk sportpark aan de Goirleseweg niet mogelijk is. Het terrein aan de Industriestraat is bescheiden en knus, met een maximale capaciteit van 15.000 toeschouwers, de eerste tribunes verrijzen hier in 1927. In 1946 werd het in slechte staat verkerende sportpark met vaste bespeler  Willem II  overgenomen door de gemeente en werd besloten om een nieuw gemeentelijk sportpark te realiseren.

Tevens werden onoverdekte zittribunes en staanplaatsen gerealiseerd maar het duurde nog tot 1957 voordat de geplande overdekte zittribune klaar was. De NS, eigenaar van de grond, zegde de huur van het voetbalterrein Industriestraat op. Zij hadden de grond nodig voor de uitbreiding van het spooremplacement. De nood werd een deugd want NOAD kon terugkeren naar het gerenoveerde Sportpark en werd van 1957 tot 1971 toch weer de vaste verblijfplaats voor NOAD. In het seizoen 1959/1960 wist NOAD via de nacompetitie terug te keren naar de Eredivisie. Achter kampioen GVAV en Vitesse bereikten de Tilburgers een derde plaats. Grootste nederlaag leed de club uit tegen Vitesse met 6-1. De grootste overwinning dat seizoen werd thuis behaald met een 5-2 tegen streekgenoot HVV Helmond en een eveneens 5-2 tegen Veendam. In de nacompetitie tegen VSV, Vitesse en DFC werden vier wedstrijden gewonnen, één verloren en éénmaal gelijk gespeeld. Voorwaar een prachtig resultaat.

TSV NOAD seizoen 1958/1959. Staande: J. Meijer, R. de Chene, W. Onderstal, A. Mooij, M. van Osch en Fr. Louer. Knielend: A. Schuijer, J. Loose, J. Rombout, P. Ebbing en M. Bennaars.

Over de prestaties in de Eredivisie kunnen we kort zijn, het was dramatisch. NOAD werd een schietschijf, met nederlagen als 8-1 en 6-0 eindigde de club op de allerlaatste plaats. Terug naar de 1e divisie en de rug rechten werd het motto maar het kon nog beroerder. Van herstel was nog geen sprake want NOAD kwam niet verder dan de dertiende plek. Normaal gesproken een veilige plek maar de KNVB moest het betaalde voetbal saneren. Teveel profclubs hadden liquiditeit problemen. Het totale aantal semiprof verenigingen werd ingekrompen en heringedeeld. In het seizoen 1960-1961 neemt het aantal profafdelingen voor het eerst af. De twee 2e Divisies worden samengevoegd tot één. Twee jaar later wordt dat omgedraaid tot een indeling met één Eerste Divisie en twee Tweede Divisies. NOAD zakte verder af nu naar de 2e divisie. Daar in het seizoen 1962/1963 konden de Tilburgers met een negende plaats op adem komen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-49.png

Eind jaren vijftig kent Tilburg drie (semi)profclubs: LONGA, NOAD en Willem II. LONGA speelt al jaren niet meer op het hoogste niveau. NOAD en Willem II bungelen onderin. Drie profclubs lijkt simpelweg teveel voor een stad als Tilburg. In 1958 komt een fusie voor het eerst ter sprake en jarenlang zal het een agendapunt blijven. LONGA en NOAD staan er niet onwelwillend tegenover, maar voorzitter dr. Bert Schuerman van Willem II is pertinent tegen. En zo blijft het jarenlang bij praten, zonder dat er concrete afspraken kunnen worden gemaakt.  NOAD kwam in de jaren ’60 uit in de 2e divisie. Een verbetering in voetbalprestatie kwam er niet en het bestuur moest aanvaarden dat het ook financieel aan het plafond zit.  In 1971 is het water NOAD tot aan de lippen gestegen. De club moet een keuze maken: fuseren met Willem II of terugkeren naar de amateurs. Hoewel niet van harte neemt Willem II toch plaats aan de onderhandelingstafel. Er moeten nogal wat hobbels genomen worden. Hoe wordt de zetelverdeling (NOAD – Willem II) in het nieuwe bestuur? In welke kleuren gaat de club spelen? En wat te doen met de schulden van beide clubs? Uiteindelijk lijken alle plooien gladgestreken. Er wordt een voorlopige fusieovereenkomst opgesteld die door NOAD wordt ondertekend en vervolgens naar Willem II wordt verzonden. Namens alle betrokken partijen verschijnt er een persbericht waarin wordt bekendgemaakt dat de fusie rond is. Met ingang van het seizoen 1971-1972 zal FC Tilburg een feit zijn.

Het is 30 november 1958: NOAD – Willem II. Onder toeziend oog van scheidsrechter Van Leeuwen schudden Jan Brooijmans (Willem II) en Jan Rombout (NOAD) elkaar de hand. Zouden deze plaatselijke derby’s binnenkort tot het verleden horen ?

Tenminste dat denkt de gemeente en dat denkt NOAD. Maar de fusieovereenkomst wordt door Willem II niet ondertekend. Op het laatste moment trekt Willem II zich namelijk terug, tot verbijstering van de gemeente Tilburg en NOAD. In de kranten liet Willem II destijds optekenen dat onvoldoende financiële garanties van de gemeente Tilburg het breekpunt vormden. Maar later bleek clubsentiment van Willem II-zijde de ware reden te zijn geweest voor het afketsen van de fusie. 1971 wordt dan ook het onvermijdelijke besluit nemen om het voorbeeld van stadgenoot LONGA naar de amateurs te volgen.

Op zondag 31 mei 1971 speelt TSV NOAD haar laatste thuiswedstrijd tegen EVV Eindhoven. Voor drieduizend toeschouwers wordt onderleiding van scheidsrechter Geurens met 1-2 verloren Het laatste NOAD doelpunt in het betaald voetbal wordt gescoord door v Dijk in de 20e minuut.

Op 1 juli 2017 kwam er toch een samenwerking tussen Tilburgse amateurverenigingen. Zo fuseerden LONGA, NOAD en RKTVV uiteindelijk samen tot FC Tilburg. Helaas verdwijnen door naamsveranderingen en fusies veel traditionele clubnamen uit het profvoetbal maar voor sentiment is echter geen plaats.