Limburgia

SV Limburgia  en de geschiedenis van de mijnbouw.

In Zuid-Limburg stikt het van de voetbalhistorie. Oude en roemruchtige clubs zoals Rapid, Bleijerheide, Maurits uit Geleen Juliana uit Kerkrade en Limburgia waren eens leidend maar nu niet meer in het betaald voetbal. De Mijnstreek behoorde toen tot het meest welvarende deel van Nederland.  Limburgia uit Brunssum was voor en net na de Tweede Wereldoorlog een begrip en de eerste Nederlands kampioen uit Limburg. Om SV Limburgia te begrijpen, moet je de Zuid-Limburgse geschiedenis kennen. In 1901 startte de overheid de ontginning van steenkool in het zuiden van Limburg. Het leidde tot een toestroom van arbeiders van buiten Limburg (met name uit Holland en de noordelijke Nederlandse provincies), die het zware werk in de mijnen uitvoerden. Dat je door het hakken en het opwaaiende stof vies werd, was nog de minste zorg.

Het voetbalterrein van SV Limburgia op de achtergrond staatsmijn Hendrik.

De mijnen waren vooral ongezond door de zogenaamde stoflongen. De levensverwachting van een Koempel (mijnwerker) was laag. Overigens wordt de typering ‘Holland’ gebruikt voor alles wat buiten de eigen provincie Limburg ligt. In de 1e Wereldoorlog kwam het door deze barre werkomstandigheden tot een uitbarsting.

Er werden gigantische winsten gemaakt door het bedrijf maar de lonen relatief laag. Mede door de grote mate van saamhorigheid onder de grond en de solidariteit boven de grond leidde de onderwaardering tot een wilde staking. De directie probeerde samen met de overheid de staking te breken door het leger er op af te sturen. Dat riep echter een nog grotere boosheid op bij de koempels. Uiteindelijk kwam Nederlandse Staat incluis de directie tot het besef dat er betere sociale voorzieningen moesten komen. De arbeidsvoorwaarden werden verbeterd, er werden huizen voor de mijnwerkers gebouwd en er werd energie gestoken in sport en recreatie.

Seizoen 1920/1921: Rhenania nam voor het eerst aan de competitie deel. De 2e klasse van de LVB (Limburgse Voetbal Bond). Staand C. Elands (reserve), J. Hartgers, J. Vandeberg, M. Caron, A.J. Janssen, H. Diemont, P. Elands, H. Hof, L. Frijns, S. de Graaf (secretaris), zittend: H. Even, P. Vandeberg, en J. Adams.

De Koempels en de Staatsmijn Hendrik, richtten sportvereniging Rhenania op. Het was op 9 mei 1920 dat een groepje voetballiefhebbers bijeen waren in Café Muijs (het huidige café De Kroeg) op de Schinvelderstraat. Het bestuur bestond uit: J. Janssen, voorzitter, C. Elands, secretaris en J. Vandeberg, penningmeester. Op de oprichtingsvergadering moest ieder lid onmiddellijk 4,50 gulden (€2,05) betalen voor dekking der eerste onkosten, verder werden nog per hoofdelijke omslag de doelpalen en ballen berekend. Buitendien had ieder nog de aanschaffingskosten van de kleding.

Van de Limburgsche Voetbal Bond naar de Nationale Voetbal Bond.

Het eerste speelveld in de 2e klasse LVB werd een terrein aan de Schinvelderstraat. In de 1922 promoveert de vereniging naar de 1e klasse om in 1923 middels een kampioenschap in de 3e klasse NVB te worden ingedeeld. Een volgend kampioenschap werd in 1925 behaald en Rhenania promoveert naar de 2e klasse. In 1927 verhuisde de club naar de locatie van Park Limburgia aan de Venweg en werd de clubnaam omgedoopt tot Sportvereniging Staatsmijn Hendrik.

1936: Opnieuw een naamsverandering

Pas op 14 juli 1936 werd de naam, tijdens de algemene vergadering, omgedoopt in SV Limburgia. Het Park Limburgia bestond uit drie speelvelden, waarvan het grootste voorzien was van een lange overdekte zittribune en onoverdekte staantribunes aan een lange zijde van het veld en achter beide doelen. Het stadion bood plaats aan 14.000 toeschouwers en maakte gebruik van de oude lichtmasten van Fortuna’54 uit Geleen. De selectie bestond voornamelijk uit mijnwerkers. Het knusse en gezellige sportterrein van Limburgia lag tegen de Staatsmijn Hendrik aan, met de schachttoren als kenmerk. Het stadion het lag aan de rand van de kolonie, waar de mijnwerkers woonden en was tevens de ontmoetingsplaats.

1939: Eindelijk naar de 1e klasse

Nadat er vanaf 1925 onafgebroken in de 2e klasse van de KNVB werd gespeeld behaalden de club in 1939 het kampioenschap in de 2e klasse. Ook de promotiecompetitie tegen Bleijerheide, Helmond en Middelburg werd winnend afgesloten. Promotie naar de 1e klasse was een feit, maar Limburgia degradeerde één seizoen later. Twee seizoenen later in 1944 promoveerde de club opnieuw na het behalen van het kampioenschap in de tweede klasse.

Het voetbalseizoen 1944-1945 werd na drie wedstrijden stilgelegd vanwege de oorlogsomstandigheden. Op initiatief van Limburgia werd besloten om over te gaan tot het spelen van een noodcompetitie.

1945: Limburgia fuseert onder Rooms toezicht.

Direct na de bevrijding werd getracht een fusie tot stand te brengen tussen de RK Voetbalvereniging Rumpen en Limburgia. Na diverse vergaderingen over dit punt te hebben gehouden, werd er in de Buitengewone Algemene Vergadering van 28 januari 1945 een fusie tussen beide verenigingen besloten en werd er een Geestelijk Adviseur aan de vereniging toegevoegd.

1946: Het kampioenschap ligt voor het oprapen.

25 mei 1946: Limburgsch dagblad.

Direct na de 2e wereldoorlog, seizoen 1945/1946, werd er weer een normale competitie gespeeld. Dat seizoen is een hoogtepunt geworden in de geschiedenis van de vereniging. Voor de eerste maal wist het eerste elftal beslag te leggen op het kampioenschap van District VI en viel de spelers de eer te beurt te mogen spelen om het kampioenschap van Nederland 1946.

27 mei 1946: Limburgsch dagblad.
1955: Sigarenbandje

Dit succes was extra mooi omdat de spelers stuk voor stuk bovengrondse of ondergrondse mijnwerkers waren die voor de eer van hun collega’s in het weekend op het voetbalveld streden. Als je de senioren uit Brunssum mag geloven, was de wisselwerking tussen publiek en spelers daarmee ook zeer speciaal. Kijk vooral eens naar het logo en zie de verbondenheid met de mijnen en Limburgia in het meest belangrijke gereedschap van de koempel ‘De hamer’.

1946: De strijd om het Nederlands kampioenschap.

De kampioenen der overige districten waren : Ajax, Heerenveen, Haarlem, NEC en NAC. Opvallend in deze nacompetitie zijn de goeie thuisresultaten. Was het de eigen omgeving die extra kracht gaf of de lange heuvelachtige reis voor de tegenstanders. Wat te denken bijvoorbeeld van Limburgia – Ajax.

8 juli 1946: De Volkskrant.

Alleen de latere kampioen Haarlem was in beide duels te sterk. Uiteindelijk eindigden de Brunssumers in dit kampioenschap van Nederland op de laatste plaats. En werden van de 10 wedstrijden er drie gewonnen en wel thuis tegen Ajax, NEC en Heerenveen.

De mijnramp en het onbegrip bij de KNVB.

Op 24 maart 1947 vond de ergste mijnramp in de Nederlandse historie plaats, die aan 13 mensen het leven kostte. Beelden van de ramp in Staatsmijn Hendrik komen uit het archief van Beeld en Geluid. Het elftal van Limburgia verloor er kameraden en familieleden. Het verdriet was groot, mensen dromden rondom de mijn en het stadion te samen om het verlies te verwerken. Het bestuur van Limburgia besloot met de directie van de Staatsmijn, een verzoek aan de KNVB te doen om in dit seizoen 1946/1947 de uitwedstrijd tegen PSV uit te stellen. Het verzoek werd afgewezen en Limburgia moest spelen, op straffe van twee punten aftrek. De reactie was furieus. Limburg vond de houding van de KNVB laakbaar. 6 van de 13 slachtoffers waren geborgen en 4 overleden kameraden lagen nog opgebaard. Deze ongevoelige houding van de KNVB heeft een bittere smaak achter gelaten in het diepe zuiden. In een brief aan het KNVB gaf Limburgia ongezouten haar mening. De boosheid maakte een haast ongekende kracht in het elftal los. Men wilde ook sportief laten zien dat Limburg met respect moet worden behandeld.

SV Limburgia maakt naam en bereikt faam.

In de KNVB bekercompetitie 1947/1948 werd Limburgia pas in de halve finale door Wageningen uitgeschakeld. Op de laatste competitiedag van de periode 1948/1949 verspeelt Limburgia de kans op een beslissingswedstrijd om het kampioenschap tegen BVV . De club verliest met 1-2 van VVV. Mede door het missen van twee strafschoppen. Toch heerst er het gevoel dat er nog meer te halen is uit de Brunssumse selectie.

Olympisch Stadion 24 juni 1950 SV Limburgia. Staand: Mathieu Spanjer, Hub Welzen, Sjra Jacobs, Willy Groen (aanvoerder), Jan van Huizen en Hens van Lübeck. Zittend: Frits Cox, Piet Bruist, Lei Cox, Frits de Graaf en Nelis van Lübeck.

Nederlands kampioenschap 1949/1950 Ajax – Limburgia 0-6

Het is 24 juni 1950, en Limburgia gaat in het Amsterdamse Olympisch Stadion een wedstrijd spelen om het landskampioenschap. Aanschouwd door 60.000 supporters, waarvan vele uit Brunssum, werd in een zinderende finale, tegenstander AFC Ajax met 0-6 van de mat geveegd. Met goals in de 1e helft van Frits Cox en Frits de Graaff en in de 2e helft door Lei Cox, Eggels, Cobben en opnieuw Frits de Graaff behaalde SV Limburgia ‘de heilige graal’ van het betaalde voetbal. Men voelde het als een revanche voor de laakbare houding van ‘Zeist’ ten opzichte van ‘Limburg’. Beelden van SV Limburgia – Ajax komen van de NTS omroep.

Clubicoon Frits de Graaff: De enige Limburgia speler in Oranje.

Frits de Graaf, speler in Oranje - PDF Gratis download

De enige voetballer van Limburgia die ooit voor Oranje heeft gespeeld is Frits de Graaff. Hij is geboren op 10 mei 1926 te Brunssum. Als 16-jarige begint hij zijn carrière als jeugdspeler bij Limburgia. Hij belandt al na vijf wedstrijden in het eerste elftal, waarin hij tegen RKONS uit Schaesberg zijn debuut maakt. Bekend uit die tijd is zijn trainingsijver. Buiten de trainingen van het elftal draaft de kleine snelvoetige Frits regelmatig over de Brunssummerheide of klimt over de schutting van het Limburgia-sportpark, om daar rondjes te lopen en schietoefeningen te houden. Hij is een snelle speler met veel springkracht en een hard en zuiver schot. In 1950 krijgt hij drie uitnodigingen om vriendschappelijke wedstrijden te spelen. Op 15 oktober speelt hij uit tegen Zwitserland en verliest Nederland met 7-5 maar Frits scoort 1x. Een maand later op 12 november wordt het tegen België eveneens een verliespartij maar weet Frits de Graaff opnieuw het net te vinden. De laatste wedstrijd die Frits in oranje speelde is opnieuw uit. In Stade Colombes te Parijs wordt er tegen Frankrijk opnieuw verloren, nu met 5-2. In het dagboek van bondscoach Jaap van der Leck wordt Frits beoordeeld: ‘Frits de Graaf krijgt een onvoldoende. Hij toonde gebrek aan techniek en spelinzicht. Wanneer de bal door de tegenpartij was veroverd, vertoonde hij te weinig activiteit’. We kunnen zeggen dat Oranje en Frits de Graaf ondanks zijn goals geen gelukkig huwelijk is.

Oranje in Bazel op 15 oktober 1950. Zwitserland-Nederland 7-5 Staand: Joop v Stoffelen, Cor Huijbregts, Jan v Schijndel, Piet Kraak, Rinus Terlouw en Ferry Mesman. Zittend: Frits de Graaff, Abe Lenstra, Noud v Melis, Kees Rijvers en Mick Clavan.
Frits de Graaff

Sportjournalist Herman Kuiphof was wat milder in zijn commentaar. Over het debuut van Frits schrijft Kuiphof in de Sportkroniek, “Dan was daar De Graaf, de nieuweling op de rechtsbuitenplaats. Geen groot technicus, maar wel ’n knaap, die met ‘Schwung’ optrad, flink schoot en aldus tot het bevredigende debuut van twee doelpunten kwam, terwijl hij enkele malen verdienstelijk aan zijn dekking ontkwam en goede voorzetten plaatste. Meer raffinement zal zijn spel nog een stuk gevaarlijker kunnen maken. De dag na de wedstrijd tegen Frankrijk, krijgt hij van de Franse club Nancy een aanbod om daar als prof te gaan spelen. Daar waar spelers als Wilkes, Van der Hart, Appel en De Munck voor het grote geld naar het buitenland gaan, legt Frits dit naast zich neer en blijft hij Limburgia trouw. Hij is amateur en heeft naast zijn voetballoopbaan ook nog een betrekking op het laboratorium van de staatsmijn Emma, waar hij sterk aan hecht. Niet lang na de wedstrijd tegen Frankrijk begint hij te sukkelen met een meniscus. In juni 1951 ondergaat hij een knieoperatie en lijkt het erop dat hij zijn voetballoopbaan weer kan oppakken. Na een half jaar van blessure-ellende breekt hij echter als 26-jarige zijn voetbalcarrière af. Later geeft hij aan: Ik had misschien nog wel kunnen voetballen, maar het risico was mij toch te groot. Op 30 augustus 1998 overleed Frits de Graaf op 72 jarige leeftijd.

De KNVB gaat overstag en het betaald voetbal doet zijn intrede.

Afbeeldingsresultaat voor 1954 knvb en NBVB
Bondsvoorzitter Hans Hopster van de KNVB (links) en Egidius Joosten van de NBVB toosten op de fusie tussen beide bonden.

Op initiatief van Fortuna’54 uit Geleen is er gestart met betaald voetbal georganiseerd door de ‘wilde bond’ de NBVB. In Europa wordt er door de clubs volop legaal betaald en vele Nederlandse topspelers vertrekken dan ook over de grens. Het is een verschraling van het Nederlandse voetbal en het publiek alsook de media zijn kritisch op de conservatieve houding van de KNVB. Onder die algemene druk veranderde ‘Zeist’ haar starre houding en nodigde de KNVB de NBVB uit om samen te werken onder de KNVB vlag. De vrede werd getekend. Er wordt een gezamenlijke, betaalde competitie gestart. Bij besluit van 13 november 1954 van de KNVB mogen de verenigingen van de NBVB zich bij hen aansluiten. De lopende competitie werd stopgezet. Op 28 november 1954 werd er  gestart met de eerste semi-profcompetitie in Nederland met vier afdelingen van elk 14 clubs. De eerste negen in de eindstand zullen later gaan uitkomen in de nieuw te vormen hoofdklasse.

Het semiprofessionele voetbalavontuur kan beginnen.

SV Limburgia 1955: Staand: Math Spanjer, Piet Bruis, Joop Hellemans, Hein v Laarbeek, Wim Giepmans en Jan Hoogen. Zittend: Chris Broeders, Gradus Hansen, Jacques Hoyens, Frits Cox en Loek Feijen.

Limburgia eindigde in het seizoen 1954/1955 op derde plaats. Waarin PSV weer kampioen werd. De eenvoudige verdiensten voor de selectiespelers van Limburgia in het eerste semi-profjaar worden in de navolgende column weergegeven. Niet een inkomen waar een gezin van kan rondkomen en dat is ook de reden dat de meeste er nog een baan naast hebben.

In verband met de herindeling van het betaalde voetbal werd Limburgia het seizoen 1955-1956 ingedeeld in de hoofdklasse A, waarvan de eerste negen teams in de eindstand zich zullen plaatsen voor de eredivisie. De overige teams in deze hoofdklasse waren NAC, Eindhoven, Sparta, VVV, Fortuna’54, Ajax, Excelsior, ADO, Amsterdam, EBOH, HVC, Stormvogels, DOS, Vitesse, Rigtersbleek, NOAD en Roda Sport.

Limburgia 1958/1959: M. Spanjer, C, Broeders, E, Gerards, P.M. Hofman, P. Ewe, J. Hellemons, J.F.j Hoogen, T. Pin en oefenmeester H van Lubeck. Onder: P.Stephan, L. Beerendonk, H. Vroomen, H. Moonen, W. Giepmans reservekeeper. Esso voetbalplaten.

Het seizoen 1956/1957 eindigt op de laatste competitiedag met een verloren uitwedstrijd tegen Sparta. Met de 1-0 wordt Sparta kampioen en komt Limburgia één punt tekort om zich te plaatsen voor de eredivisie. Dat punt was de club echter ontnomen door de protestcommissie. Hoe was men tot dit besluit gekomen. De thuiswedstrijd tegen Fortuna’54, gespeeld in oktober 1955, wonnen Limburgia met 1-0 door een benutte strafschop van doelman Sjra Jacobs. Vanwege een protest van Fortuna’54, omdat de stip niet op de juiste plek zou liggen, moest Sjra na de wedstrijd de penalty opnieuw nemen. Door een haag van toeschouwers die zich rond het strafschopgebied verzameld hadden moest hij zich een weg banen om vervolgens de bal tegen de paal te schieten. De toentertijd bestaande protestcommissie bepaalde dat de strafschop genomen na de wedstrijd rechtsgeldig was ondanks de honderden toeschouwers op het speelveld. Door deze beslissing moest Limburgia in de 1e divisie gaan spelen. In de periode 1962/1963 degradeerde de club naar de 2e divisie.

De 2e divisie wordt opgeheven en 11 profclubs worden weggesaneerd.

In 1970 overdonderde de KNVB iedereen met de aankondiging dat het betaalde voetbal gesaneerd zou worden. Aan het eind van het seizoen 1970/1971 zouden 11 clubs het betaald voetbal moeten verlaten en de 2e divisie opgeheven. De schok voor Limburgia en de andere clubs in den lande werd groot toen bekend werd op welke basis de KNVB dit zou gaan doen. De beslissing of een club verder mocht in de profvoetbal werd gemaakt op het gemiddelde aantal toeschouwers over de afgelopen vijf seizoenen. De ondergrens lag op 2000 toeschouwers. Sommige clubs hadden zichzelf in de vingers gesneden. Het was een publiek geheim dat officiële toeschouwersaantallen vaak lager waren dan de werkelijke bezoekersgetallen. Dat scheelde de clubs namelijk weer in de afdracht van belastingen. Bij andere clubs schoten dat seizoen de toeschouwersaantallen omhoog door het gratis verstrekken van entreekaartjes op de plaatselijke scholen. Immers voor de kinderkaartjes was er slechts een lage belastingafdracht en zodoende kwam men niet op de zwarte lijst van de KNVB te staan. Derhalve moest de financieel gezonde vereniging (mede door de jaarlijkse subsidie van 50.000 gulden van de gemeente Brunssum) terugkeren naar de tweede klasse bij de amateurs. 

En de volgende dag weer de mijn in, 4 van 9
Een moment opname in 1969 van de SV Limburgia tribune met toeschouwers, die dan nog onwetend zijn over het KNVB besluit die de toekomst van hun vereniging zal bepalen.

De Brunssumse club zal samen met 10 andere verenigingen verdwijnen zoals Hermes DVS uit Schiedam, SC Gooiland uit Hilversum, NOAD uit Tilburg, AGOVV Apeldoorn, ZFC Zaandam, RCH Heemstede, Baronie Breda, RBC Roosendaal, EDO uit Haarlem en SC Drenthe voortgekomen uit vv Zwartemeer. Deze roemruchte operatie zou met de inzichten van nu heel andere slachtoffers hebben opgeleverd. Tegenwoordig zou vooral gekeken worden naar de financiële huishouding bij de clubs. De eerste Limburgiaan die op de transferlijst komt te staan is Lei Cox.

Terug naar de amateurstatus raakte SV Limburgia in de jaren ’90 in verval en het fuseert met RKBSV tot BSV Limburgia. Het vertrouwde terrein aan de Venweg werd verlaten en het eens roemruchtige stadion lag er verlaten bij. De grond werd opgekocht door een projectontwikkelaar en het stadion werd gesloopt. Het gemeentelijke plan om woningen te bouwen werd uitgevoerd maar daarin moest plaats zijn voor de geschiedenis van die plek, de voetbalhistorie.

De architect van deze nieuwbouwwijk ontwikkelde een woonsituatie waarbij de buitenste huizen als tribunes werden ontworpen. De daken lopen naar het midden van de wijk af, en de middelste huizen werden expres laag gebouwd. Waar ooit de middencirkel van het sportpark Limburgia lag, ligt nu een plein met een levensgroot logo van de Brunsumse club. Wanneer je op het logo staat en rond kijkt, zou je met enige fantasie nog de sfeer en het publiek kunnen ervaren. De naam van de straat is dan ook toepasselijk: Het Limburgia plantsoen.

Een filmische ode aan een klein Limburgs dorpje gemaakt door: T.C.L. van den Berg : Ons geboorte dorp Brunssum toen en nu.