K.F.C.

De club werd op 20 oktober 1910 opgericht onder de naam EDO. In 1911 trad EDO tot de Noordhollandsche Voetbalbond toe, waarna de naam veranderd werd in KFC.  De Koogers speelden aanvankelijk aan het eind van de Bosjesstraat, later aan de Museumlaan en aan de Sportstraat.  In 1913 werd het eerste kampioenschap behaald en promoveerde zij naar de 2e klasse van de NHVB. In 1915 eindigde KFC op de tweede plaats en werden bij keuze tot de 1e klasse toegelaten. Na een paar jaar in de 1e klasse gespeeld te hebben, werd KFC in het seizoen 1917/1918 opnieuw kampioen.

K.F.C. 1912. Koog aan de Zaan ‘Op het Kogerbosje’ : Joh. G. de Boer, Cor Mol, James Roet, Engel Loos, Piet van Calcar, Piet Stadt, Henk van Rossum, Willem Mandjes, Willem Schaap, Piet Kopper, M. Schaap en Gerrit Karten. 

Koog aan de Zaan: Centrum van voetballend Nederland

KFC kende zijn glorietijd in de jaren dertig. De ploeg speelde in die periode steeds in de eerste klasse. Zo ook in het seizoen 1933/1934.
De start van KFC in dat seizoen was bedroevend en de Schotse trainer Jimmy Marshall besloot een anders systeem. Hij introduceerde: de W-formatie, een defensief concept met teruggetrokken binnenspelers en een snelle, op de counter gerichte drieman’s voorhoede. Het systeem, de basis voor het latere stopperspilsysteem, was een schot in de roos. Vervolgens speelde KFC zich naar de kop en werd op zondag 25 februari 1934 kampioen van de 1e Klasse West. Spits Jaap Mol scoorde 23 van de 53 Kooger doelpunten.

Feestelijke opening van de overdekte zittribune op 29 juli 1928

KFC ging nu meedoen aan de Nederlandse kampioenscompetitie.
Nooit eerder was KFC zo dicht bij een landstitel als in 1934. Met de regiotitel op zak nam KFC het op tegen Ajax, Heracles, Velocitas en Willem II. De eerste vier wedstrijden verliepen uitstekend met 1-4 winst in Almelo tegen Heracles en een 1-1 gelijkspel in de uit tegen Ajax. In de return legde KFC de Ajax met 2-0 over de knie. De twee tegen Velocitas werden overtuigend gewonnen. Met deze riante positie werd er een korte pauze ingelast in de kampioenscompetitie. De onderbreking deed KFC geen goed. De wedstrijd tegen Heracles werd in eigen huis met 0-1 verloren. Na een moeizaam gelijkspel (1-1) in Tilburg tegen Willem II was KFC nog steeds de kandidaat voor de landstitel.

Uit de Batco voetbalplaten serie: KFC elftal 1931 met staand 4e van links spits Jaap Mol.

Zondag 15 juli 1934 zou een historische dag kunnen worden. Het kampioenschap ligt voor het grijpen. Een gelijkspel thuis tegen Willem II zou voldoende zijn voor de landstitel. Het werd een drama. Willem II won totaal onverwacht met 2-3 en zo eindigden KFC, Ajax en Willem II gelijk met tien punten uit acht gespeelde matches.

KFC 1934 staande: voorzitter Siem Stadt, Wim Mol, Jan Veen, Maarten Hille en Jimmy Marshall
de trainer. Knielend: Piet Kaaijk, Piet Nieuwenhuis en Baart Bley. Voorste rij: Frans van Wensveen, Piet Boutshoven, Jacob Mol, Manus Visser, Jo Kruiver en grensrechter Cor Mol.


Er wordt nu in een halve competitie gespeeld. KFC, Ajax en Willem II moesten op herhaling in het Olympisch Stadion te Amsterdam. De data werd 24 juli, 25 juli en 26 juli en op dinsdagavond openden Ajax en Willem II het driedaagse voetbalgebeuren. Ajax won overtuigend met 4-1. De volgende avond won KFC, krap met 2-1 van Willem II door twee goals van Jaap Mol. De wedstrijd tussen KFC en Ajax in het uitverkochte Olympisch stadion op donderdag 26 juli 1934 zou de beslissing brengen. KFC speelde sterk, kwam met 2-1 voor en leek het kampioenschap in zijn zak te hebben. Maar het werd twee minuten voor tijd 2-2. Daarmee werd Ajax Nederlands kampioen met een beter doelgemiddelde. Het seizoen 1933/1934 eindigde met een prachtige finale waarin KFC net te kort kwam maar terug kan kijken op een historische hoogtepunt in haar lange geschiedenis.

Jaap Mol: Van Oranje international en getapte jongen naar paria.

Jacob (Jaap) Mol geboren in Koog aan de Zaan op 3 februari 1912 en overleden te  Amsterdam op 9 december 1972  kwam als aanvaller uit voor KFC, waar hij op zijn zestiende verjaardag, in 1928 in het eerste elftal debuteerde. In 1930 werd hij met KFC kampioen van de tweede klasse waarna promotie volgde naar de eerste klasse. In 1934 werd KFC kampioen van de eerste klasse west II. In de daarop volgende kampioenscompetitie werd KFC op een haar na landskampioen. Jaap Mol maakte dat seizoen 30 doelpunten. Vervolgens switchte Jaap van de ene club naar de andere en was daarin net zo onnavolgbaar als zijn voetbalspel. In de zomer van 1936 vroeg hij overschrijving aan naar DWS. Hier speelde hij slechts een seizoen. In 1937/38 was hij nog wel lid van DWS maar kwam niet meer voor deze vereniging uit. Mol speelde dat jaar in Katholiek verband bij R.K.A.V. In 1938 maakte hij de overstap naar tweedeklasser ZFC. In de Katholieke pers werden vraagtekens gesteld bij de overgang van Mol. Zo werd hij “de voetbal-avonturier” genoemd en was hij zijn “sportieve” zwerftochten blijkbaar nog niet moe.

Op 16 oktober 1938 maakte hij zijn debuut voor ZFC in de vierde wedstrijd van het seizoen uit tegen FC Hilversum. Een Gooi en Eemlander verslag. In 1941 werd Jaap aan de vooravond van de promotiecompetitie voor een plek in de eerste klasse door het bestuur van ZFC geschorst wegens handelen in strijd met de amateurbepalingen. Het Nieuws van den Dag meldt op 26 mei 1941. Mol zou een brief aan het bestuur van ZFC hebben geschreven waarin hij een garantie van fl 250,- eiste voor het geval hem iets mocht overkomen in de komende wedstrijd tegen zijn oude vereniging KFC. Het Nieuwsblad van het Zuiden meldt op 30 mei 1941. De eerste wedstrijd tegen KFC na zijn overgang naar DWS was op 18 oktober 1936 uitgelopen op een schoppartij waarbij Mol gekneusd van het veld stapte. Het bestuur van ZFC verwees naar de verzekering die voor iedere eerste elftalspeler gold. Mol bleef aandringen en weigerde anders uit te komen waarop het ZFC bestuur hem schorste en de brief in handen stelde van de voetbalbond. De KNVB schorste Mol vervolgens na onderzoek voor vijf jaar, tot en met 4 augustus 1946, hetgeen effectief een einde aan zijn voetbalcarrière maakte. Het Rotterdamsch Nieuwsblad meldt op 9 augustus 1941 hierover.

Jaap Mol speelde tussen 1931 en 1934 vijf wedstrijden voor het Nederlands voetbalelftal waarbij hij één doelpunt maakte. Die goal scoorde hij in 1931 toen Oranje in een uitwedstrijd Frankrijk versloeg. Binnen twéé minuten scoorde Nederland toen drie goals. Hij maakte deel uit van de selectie voor het wereldkampioenschap voetbal 1934. In de Nederlands Elftal Club van Karel Lotsy was Jaap Mol een getapte jongen. Wanneer Oranje op stap ging, had hij zijn accordeon bij zich. Zijn lievelingsnummer was ‘Nina, lach mir einmal zu’. Er werd beweerd dat Mol eigenlijk beter accordeon kon spelen dan voetballen. Als jongen van negentien jaar werd hij uitverkoren voor Oranje, maar in het KNVB-blad De Sportkroniek kreeg hij nooit lof van zijn critici. 

Na de 3-4 zege op Frankrijk: ‘Een openbaring was Mol beslist niet. Hij is een goede kracht, maar geen uitblinker.’ Na de 1-4 zege op België: ‘Mol komt tempo te kort.’ Na de 2-1 zege op België: ‘De reactiesnelheid van Mol is onvoldoende.’ Na de 0-2 nederlaag tegen Ierland: ‘Mol, nu al enige wedstrijden het zwakke punt, was weer onvoldoende.’ Na de 4-5 nederlaag tegen Frankrijk: ‘Mol was te langzaam en zette slecht voor.’ Jaap vond het verder heel gezellig bij Oranje, maar hij baalde ervan dat hij vier keer linksbinnen was en de laatste keer zelfs linksbuiten.

Opnieuw ‘bijna’ landelijk KFC succes

Twee jaar later in het seizoen 1935/36 bereikte K.F.C. de finale van de KNVB beker, maar verloor het van RFC Roermond met 4-2 . Met Pierre Massy veroverde Roermond, op 21 juni 1936 in De Vliert te Den Bosch als eerste Limburgse club de KNVB-beker.  Pierre is een bekende speler van RFC die uitkwam voor het Nederlands elftal. is. In de jaren twintig was Pierre zelfs zo populair in Roermond dat er speciale Pierre Massy dassen, broeken en jassen werden verkocht.

Het is 1946 en vlak na de oorlog, KFC speelt thuis op een volgepakt sportterrein aan de Pinkstraat. Vernoemd naar de oliemolen het Pink uit 1620.

KFC in de volksmond ook wel de De Groote Koogsche genoemd speelde in begin jaren vijftig afwisselend in eerste en tweede klasse, totdat het in ’54 -’55 overging naar het betaalde voetbal. Het eerste seizoen vierde KFC het kampioenschap van de 1e klasse C, maar de zo begeerde promotie naar de eredivisie bleef uit. 

Piet Kruiver: ‘De blonde doorzetter’.

Piet Kruiver geboren op 5 Januari 1938 ging op 8-jarige leeftijd voetballen bij de club van zijn vader Jo Kruiver. In 1955 werd hij met KFC-kampioen van de 1e klasse C. Piet had in zijn eerste seizoen een vaste plek in de aanval veroverd, en onderscheidde zich met twee hattricks en was volgens het regionale dagblad ‘uit het goede voetbalhout gesneden’. De pagina waarop het kampioenschap breed uitgemeten stond, werd opgesierd met een advertentie: ‘Ook Kruivers manufacturenhandel kampioen’. Die handel was van vader Kruiver. Het betaald voetbal leek uitgevonden voor Piet. In een tijd waarin voetballers nog clubliefde kenden, wilde Piet Kruiver al geen dief zijn van zijn eigen portemonnee. Hij verkaste in 1956 van Koog aan de Zaan naar Eindhoven voor een transfersom van tien mille van KFC naar PSV waar hij 4 jaar bleef,90 competitiewedstrijden speelde en 36 keer scoorde.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-49.png

Oud KFC-doelman Dick Schouten: ‘De verdienste stelde niets voor in die tijd. Je kreeg presentiegeld voor trainingen en wedstrijdpremies. Dat was het. Een overwinning was goed voor veertig gulden, bij verlies moest je het doen met zeven gulden vijftig.’ Met zijn club PSV voetbalde hij in de Noord-Italiaanse stad Vicenza een vriendschappelijke wedstrijd tegen de plaatselijke club die toen nog door het leven ging als Lanerossi. Erg vriendschappelijk was die wedstrijd niet. Kruiver werd na een uur uit het veld gestuurd. Hij was met de keeper op de vuist gegaan. Tot zijn stomme verbazing kwam het bestuur van Lanerossi na afloop van het duel naar hem toe. Of Piet geen zin had het seizoen daarop in de Italiaanse competitie te voetballen. De onvervaarde aanpak van Kruiver, door de kranten in die dagen met zijn geboortestreek in verband gebracht, strekte tot aanbeveling.

Voor een bedrag van 275 duizend gulden veranderde Piet de Doorzetter in Il biondo Kruiver. ‘Alsof je het over bruine bonen hebt in plaats van guldens’, schreef een krant destijds. Het voetbal bood weinig afleiding. ‘Tien man in de verdediging en één man in de aanval. Dat was ik dus. Vreselijk onbevredigend.’ Als Piet de Doordouwer het op z’n Zaans probeerde, kreeg hij met gelijke munt terugbetaald. ‘Ik liep eens stevig op een keeper in. Mooi dat ik meteen een kwartier gestrekt lag. Dat heb ik dus nooit meer gedaan.’ Kruiver hield het uiteindelijk maar een jaar uit in Italië, maar de belevenissen waren genoeg voor menig mensenleven. Toen al werd er volgens hem geslikt en gespoten. ‘Je liep anderhalf uur als een gek, maar als de wedstrijd een dag had geduurd, liep je nog.’ Elke week kreeg Kruiver bovendien vitaminen geïnjecteerd omdat het voedsel in de trainingskampen tekortschoot. ‘Steeds weer een miezerig stukje vlees met sla en een beetje soep. ’s Nachts sloop ik vaak naar de keuken van het hotel om een stuk droog brood te stelen. Echt, ik leefde gewoon als een dief’, zei hij negen jaar geleden in Voetbal International.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-47.png
Piet in het Lanerossi shirt

Ondanks het driejarig contract kon hij na één seizoen vertrekken naar Feyenoord. Ondanks alle ontberingen, nam hij met pijn in zijn hart afscheid. ‘Die menselijkheid bij het vertrek deed me iets. Als je in Nederland bij een club wegging, kon je een schop na krijgen.’ Aan zijn vier seizoenen bij Feyenoord bewaard Piet Kruiver achteraf gezien zijn beste herinneringen. Vooral met Coen Moulijn verliep de samenwerking perfect. ‘Ik heb er erg veel doelpunten gemaakt. Zonder Coen zou het misschien de helft zijn geweest.’ Toch heette hij in zijn eerste Feyenoord-seizoen Piet Miskoop, ook wel Piet Vuurpijl vanwege de schoten die hoog over het vijandelijke doel gingen. Piet was een spits, zoals je ze nu eigenlijk niet meer ziet. Hij was een echte spitsspeler, niet zo technisch maar wel handig en had een neus voor doelpunten en in de duels met de verdedigers kon hij van zijn kracht gebruik maken. Het werd ook wel Zaans fanatisme genoemd en dat had Piet van geen vreemde. Dick Schouten: ‘Jo Kruiver, de vader van Piet Kruiver, had als bijnaam De Diesel en was altijd met Piet in de weer op het voetbalveld. Voor zijn zoon deed Jo, zelf jarenlang 1e elftalspeler van KFC, alles.’ Ook het sarcasme deelden de Kruivers. Als het fanatisme niet het gewenste resultaat had gehad, dan kon het commentaar bijtend zijn Schouten: ‘Tegenwoordig moeten aanvallers meevoetballen.’ ‘Piet was gehaald om te scoren. En met die instelling ging hij ook het veld op. Als-ie niet gescoord had, dan was het geen goede wedstrijd geweest.’ In 96 competitiewedstrijden scoorde Kruiver 75 keer.

Olympisch Stadion op 3 oktober 1965 DWS – Feijenoord Piet Kruiver in een halve omhaal

Het winnende doelpunt in de thuiswedstrijd tegen Real Madrid beschouwde Kruiver zelf als zijn mooiste. NTS Studio Sport beelden. ‘Het was een paar minuten voor tijd. Ik ging in de clinch met de keeper. Hij sloeg mis en via de lat kwam de bal in het net.’ Het Europacupduel leeft echter vooral voort in de herinnering door de live beelden van Studio Sport bij Feyenoord-Real Madrid in 1965 waarin Coen Moulijn ongenadig onderuit getrapt wordt. en commentator Bob Spaak roept verontrust: “Hé Coen, behéérs je. Alsjeblieft.” Uiteindelijk wordt aanslagpleger Miera ook in de wilde achtervolging die er op volgt neergesabeld. Kruiver ging op z’n Zaans voor in die strijd en met hem alle spelers in een klopjacht naar Miera. Met zijn ervaringen in Italië ervoer Kruiver het Nederlandse voetbal als te netjes. Schouten: ‘Piet ging ervoor, maar het was geen gemene voetballer. Zijn overtredingen waren altijd erg opzichtig.’

In 1966 ging Piet Kruiver naar DWS op 1 juli 1966 voor de transfersom van fl. 250.000 en besloot daar zijn carrière. Sportief een achteruitgang, maar voor Kruiver was dat van secundair belang. ‘Je gaat meer geld verdienen en dat is het belangrijkste’, zei Piet, in Het Parool en liet naast het interview een advertentie plaatsen. ‘Wegens vertrek naar Amsterdam prachtige bungalow in Papendrecht te koop. Direct te aanvaarden.’ Slechts één seizoen was hij een ‘Door Wilskracht Sterk’speler. Zijn zwakke rug begon Kruiver steeds meer parten te spelen en al op dertigjarige leeftijd werd hij afgekeurd voor betaald voetbal. Zevenhonderd doelpunten staan op zijn rekening, waarvan twaalf voor volk en vaderland. Hij was van beroep textielhandelaar. Na zijn actieve voetballoopbaan dreef Piet een textielkraam  op de Albert Cuypmarkt Amsterdam, later met Het Broekenpaleis een eigen zaak in Krommenie en Zaandam. Piet Kruiver speelde 22 interlands en scoorde 12 keer. Naast Piet waren er nog twee andere Koogers die ook in het Nederlands elftal hebben gespeeld: Jaap Mol en Piet de Boer. De vitaal ogende Piet Kruiver overleed na een ernstige ziekte op 18 maart 1989 te Amsterdam op een ‘jonge’ 51 jarige leeftijd.

Semiprofessioneel voetbal in de Zaanstreek

Al bij het begin van het profvoetbal in Nederland, in 1955, was er even sprake van dat ZFC en KFC samen een betaalde club zouden beginnen onder een nieuwe naam, terwijl de beide clubs dan verder zouden gaan als amateurs.” Dat is er toen niet van gekomen.

De clubs gingen onafhankelijk van elkaar het betaald-voetbalavontuur aan. Erg succesvol waren ze niet. ZFC en KFC speelden afwisselend in de tweede en de eerste divisie. Het dichtst bij promotie naar de eredivisie was KFC in 1961, maar De Volewijckers uit Amsterdam-Noord bleef de Koogse club één puntje voor in de 1e divisie A. Zo kon het niet langer vonden de bestuurders en in 1960 werd er voor het eerst over een fusie gesproken, maar de ledenvergadering van KFC was tegen. In 1964 werd een nieuwe poging ondernomen om tot één Zaanse profclub te komen. Dat was op initiatief van  Klaas Molenaar die 18 jaar gevoetbald heeft in KFC en zijn broer Cees Molenaar. Beiden waren verdienstelijke KFC-voetballers en lid van de directie van het Zaanse witgoedbedrijf Wastora.

Esso voetbalserie: KFC elftal 1958/1959 Staand: Oefenmeester J. Vereb, C. Roggeveen, Cees Molenaar, doelman D. Schouten, C. Crel, J.H. van Berge en Martin Koeman. Zittend: F. Mol, H. Pauwe, A.D. Kok, F. Koersweer en Dirk Bosschieter.

De gesprekken leken nu de goede kant op te gaan. Zowel KFC als ZFC benoemde met instemming van de ledenvergaderingen een commissie en brachten een positief advies uit maar nu trok ZFC de stekker er alsnog uit. Dat betekende het begin van het einde van het betaald voetbal in de Zaanstreek. Je zou op enige afstand kunnen denken dat er toch wel plaats moest zijn voor één ‘gesponserde’profclub gezien de grote Zaanse bedrijven als Cacao de Zaan, Honig, Albert Heijn, Verkade of Wessanen. De gebroeders Molenaar ondernamen het initiatief en nemen voor 120.000 gulden de proflicentie van KFC over en de Kooger Football Club daalde af naar de amateurs. FC Zaanstreek werd de naam van de nieuwe profclub en zij trokken een aantal bekende voetballers aan. Korte privé documentaire uit 07-02-1965 FC Zaanstreek – Cambuur: 0-0 . Zonder commentaar.

Onder hen verschillende spelers die eigenlijk een beetje aan het eind van hun carrière zijn. Zoals de Ajaxieden Piet Ouderland, Hennie Schipper, Cees Smit, Jan van Veen en Cees Groot. FC Zaanstreek begon het seizoen 1964-’65 in de tweede divisie A, waar ook ZFC speelde. In het tweede jaar van haar bestaan promoveerde Zaanstreek naar de 1e divisie en eindigde in het nieuwe seizoen, op de negende plaats. Wat er daarna gebeurde, is verrassend. Bestuursleden van Alkmaar ’54 kwamen bij FC Zaanstreek op bezoek. Ze wilden de Zaanse aanvaller Wim de Jager overnemen, in ruil voor vier Alkmaar-spelers. In plaats daarvan vroeg Klaas Molenaar 100.000 gulden voor hem. Dat geld had Alkmaar’54 niet; net als FC Zaanstreek verkeerde Alkmaar in geldnood. De besprekingen kregen daarna een ander verloop: Alkmaar en FC Zaanstreek fuseerden. Klaas Molenaar zag economische kansen om Wastora uit te breiden met een tweede Wastora-zaak nu in Alkmaar. Een fusie van FC Zaanstreek met Alkmaar’54 paste goed in dat plan. Het opvallende is dat Alkmaar uiteindelijk dus alle spelers van FC Zaanstreek voor niks heeft gekregen! Een vooropgezet plan ? Een zakelijke handigheid van Klaas ?

Einde aan semiprofessioneel voetbal in de Zaanstreek

Alkmaar/Zaanstreek, voor het gemak AZ genoemd, is een feit. De club ging spelen in Alkmaar, het tweede elftal in Koog aan de Zaan. ZFC bleef als enige betaalde club over, tot het in 1971 werd weggesaneerd door de KNVB en naar de amateurs afdaalt. Het betaald-voetbalavontuur in de Zaan heeft al met al maar zestien jaar geduurd: van 1955 tot 1971. Zestien jaar lang is in de Zaanstreek betaald voetbal gespeeld. KFC uit Koog aan de Zaan en ZFC uit Zaandam waren te klein om afzonderlijk te overleven, maar kinnesinne en achterdocht stond een fusie tussen de clubs in de weg. Een fragment uit de jubileum documentaire: 100 jaar Kooger Football Club