Heracles

Heracles is opgericht in 1903 en behoort tot een van de oudste voetbalverenigingen in Nederland. Het is een club met een rijke historie waarin diverse landskampioenschappen voorkomen.

Al sinds het bestaan van Heracles voetbalt de Almelose club in het gezellige stadion aan de Bornsestraat. In het jaar 1924 werd er begonnen met de bouw van dit schitterende zittribune complex. In het voorjaar van 1925 werd deze tribune voor het eerst in gebruik genomen. De prachtige houten hoofdtribune in Engelse stijl is samen met Het Kasteel van Sparta – nu een stukje nostalgie uit vroegere tijden, dat in Nederland vrijwel geheel verloren is gegaan. Iets later en in de Amsterdamse bouwstijl en zeker zo fraai is de houten tribune op het Sportpark in Hilversum van architect Dudok moeten zijn.

In het begin van deze eeuw bestond er reeds een voetbalclub in Almelo, “Oranje-Nassau” geheten. De club was alleen voor de “gegoede” burgerij uit Almelo.  Voor de “eenvoudige” burgers was het onmogelijk om lid te worden van deze club, dus zat er voor de enthousiaste jongelingen uit Ambt Almelo niets anders op dan zelf te oefenen. De groep Almelose voetbalpioniers kwamen in het bezit van het boekje “De regels van het Voetbalspel”, waardoor men eindelijk kon beginnen met het “echte” voetbalspel. In een openluchtvergadering werd na een langdurige discussie besloten tot de oprichting van een voetbalclub met als naam “Hollandia”. 

De contributie werd in die tijd vastgesteld op 5 cent, de minderdraagkrachtige leden dienden 2 cent contributie per week te betalen. De eerste wedstrijd die “Hollandia” speelde was op het terrein van en tegen de toenmalige voetbalvereniging “Oranje-Nassau”. Besloten werd om de T.V.B. (Twentsche Voetbal Bond) te verzoeken om zich aan te mogen sluiten. Tot grote vreugde van de leden kwam op 3 oktober 1903 het bericht dat “Hercules” was toegelaten tot de T.V.B. De eerste bondswedstrijd die “Hercules” speelde was in het najaar van 1903 thuis tegen “Voorwaarts”. Deze wedstrijd werd met 2-0 gewonnen.

In mei 1906 na een slopende en zeer lange finale werd op het terrein van “P.W.” met 2-1 gewonnen van Phenix, waardoor de Almelose helden de eerste editie van de T.V.B.-wisselbeker wisten te winnen. 

Hercules 1905 achterste rij: Joh. Toren, D. Kortenvoort, J. Ter Stal, J. Nijkamp, C. Lagcher
Middelste rij: H. E. Smit, G. Beverdam, W. Hendriks
Voorste rij: J. Meulenbelt, A. J. Nieuwenhuis, G. Reuvekamp

Men heeft de smaak te pakken en verzoekt de landelijke N.V.B. om over te mogen stappen naar de 2e klasse. Er kwam een positieve reactie op dit verzoek, maar er was reeds een “Hercules” en dus werd de naam AVC Heracles zoals wij die nu kennen. 

1931 C. Schlosser

Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de groei van Heracles zonder de hulp van de Twentse textielbaron Breuning ten Cate sr. niet tot stand zou zijn gekomen. Mede dankzij de hulp van de familie Ten Cate kon Heracles begin jaren ’20 beschikken over een echte Engelse trainer. U moet zich indenken dat Engeland indertijd het voetballand bij uitstek was, waar al competitief werd gevoetbald sinds 1850. Het beste voetbal en de beste trainerskwamen uit Engeland. Normaal gesproken zouden alleen de allergrootste Nederlandse ploegen uit de grote steden kunnen beschikken over een Engelse trainer, maar nu was dit ook het geval bij Heracles. In een klein stadje in het oosten van Nederland gebeurden wonderlijke dingen. In het seizoen 1921/22 werd voor de derde keer het Oostelijk kampioenschap behaald en drie keer is scheepsrecht. Heracles wint op de valreep thuis van “Wageningen” in de slotseconden van de wedstrijd met 3-2. In de return in Wageningen wist Heracles een gelijkspel uit het vuur te slepen. De 1e klasse was nu bereikt. Heracles kreeg nu de kans om werkelijk uit te groeien tot een club van naam en faam.

Heraclied: B. Freese 1931

Moest Heracles in het seizoen 1925-1926 de eer voor het Oostelijke kampioenschap nog aan “Sportclub Enschede” laten, het seizoen daarop wist Heracles wel beslag te leggen op het Oostelijke kampioenschap. Weliswaar was hiervoor een beslissingswedstrijd nodig tegen “Sportclub Enschede“, de 2-0 overwinning voor de Almeloërs gaf aan dat Heracles dat jaar nauwelijks te kloppen was. In de kampioenen competitie moest Heracles het opnemen tegen “Ajax” (Amsterdam), “Feijenoord” (Rotterdam), “N.A.C.” (Breda) en “Velocitas” (Groningen). Heracles had een moeilijk begin met een wedstrijd tegen “Ajax” in Amsterdam. Een ieder in de regio Almelo zou al tevreden zijn geweest als Heracles in ieder geval niet af zou gaan in de kampioenen competitie, maar tot verbazing van velen werd “Ajax” in Amsterdam keurig op 2-2 gehouden. Met nog een gelijkspel – wederom tegen “Ajax” – en verder 6 overwinningen werd Heracles op 19 juni 1927 in Almelo kampioen van Nederland. Op onderstaande foto staan de mannen die ervoor zorgden dat Heracles definitief een prominente plaats kon innemen op de Nederlandse voetbalkaart. 

Heracles 1927  Staand: H. Colclough (trainer), B. Smit, J. Edelijn, H. Hilbrink, B. Freese, J. Reekers, F. Schipper, G. Freese Gehurkt: C. Schlosser, H. Grobben, F. v.d. Kolk, J. Hinnen

In 1937 bleek al snel een jonge “rechtspoot” furore te maken. Zijn naam was Frens van der Veen. Hij is zonder twijfel de beste voetballer die men ooit heeft gehad in Almelo. “Feyenoord” en Heracles streden tot de laatste speelronde om het landskampioenschap. Het lot wilde dat de laatste wedstrijd in Almelo werd gespeeld. Heracles-“Feijenoord” moest de beslissing brengen. Met ruim 19.000 toeschouwers – waaronder alle prominenten binnen het Nederlandse voetbal – werd de wedstrijd voor de zwart- witte formatie een grote teleurstelling.

Afbeeldingsresultaat voor frens van der veen cartoon

In Rotterdam bleek “Feyenoord” reeds met 4-1 de sterkste en ook in Almelo bleken de Rotterdammers sterker (0-2). Het verschil kwam voornamelijk tot stand doordat de jonge Frens van der Veen (hij kwam geblesseerd terug van zijn eerste interland die hij een paar dagen eerder speelde tegen Schotland) evenals de geblesseerde Entjes. En”Feijenoord” had met de geroutineerde Puck van Heel (indertijd veelvuldig aanvoerder van het Nederlandse Elftal) gewoonweg meer kwaliteit dan het licht gehavende Heracles. 

Beelden met commentaar uit de oorlogstijd in Den Haag tussen VUC – Heracles – 1944

Frens van der Veen: De man van de kontstop.

Op 25 maart 1919 werd volgens veel bronnen de allerbeste voetballer die Heracles ooit heeft voortgebracht geboren. Zijn naam? Frens Christiaan van der Veen. Als zestienjarige maakte hij al zijn debuut, drie dagen voordat hij zeventien werd.
Frens van der Veen leerde het voetballen op straat, op klompen. Zowel met links als met rechts ontwikkelde hij een ongelofelijke balbeheersing. Kort nadat hij op zijn zestiende debuteerde in Heracles 1, was de linksbinnen geselecteerd voor vertegenwoordigende elftallen. Eerst voor het Nederlands jeugdelftal en vanaf zijn achttiende voor het Nederlands elftal. Hij speelde in de jaren direct vóór de oorlog in acht opeenvolgende interlands mee. Zijn directe concurrent voor de linksbinnen-positie, Abe Lenstra, toch niet scheutig met complimenten, zou later zeggen: ‘Alleen aan Frenske kon ik niet tippen.‘ Moeder Aal van der Veen zegt het anders: ‘Oons Frens hef gold’n been’n’. Van der Veen beschikte over een buitengewone techniek, een fenomenaal spelinzicht en weergaloze creativiteit. Zowel met links als met rechts kon hij ongelooflijke dingen met een bal. Een van zijn trucs werd wereldberoemd, namelijk ‘de kontstop’. Daarbij liet hij de bal zo stuiteren dat hij deze met het achterwerk kon controleren. 

Kampioen Heracles 1941 Achterste rij: J. Krabshuis, R. Dirkink, J. Velthuis, F. v.d. Veen, F. Jaarsma. Middelste rij: G. Entjes, T. Lassche, A. Wanningen. Voorste rij: A. Dekkers, F. Dekkers, H. Koldewijn

Van der Veen werd gezien als de architect van het aanvalsspel gedurende de periode dat hij bij Heracles voetbalde. Hij dook overal op en was altijd aanspeelbaar. Daarnaast stuurde hij tegenstanders met schijnbewegingen het bos in en bediende hij zijn medespelers met slimme passes. In 1937/1938 bezorgde hij Heracles in de laatste beslissende wedstrijd de oostelijke titel met een fenomenaal schot waarmee hij international Leo Halle passeerde. Slechts vier spelers presteerden het om als speler van Heracles het Nederlands Elftal te behalen. Frens van der Veen debuteerde op zondag 21 mei 1938 op zijn negentiende in Oranje. Hij hield het niet lang vol als international. Vanwege een incident waarbij hij het opnam voor ploeggenoot Bertus de Harder, speelde hij op zijn 21e alweer zijn laatste interland. Van der Veen kwam daardoor ‘slechts’ tot acht interlands voor het Nederlands Elftal en hij vond daarin één keer het net.


Begin 1940 eindigt de interlandcarrière van de dan pas 21-jarige Frens van der Veen al weer. Een grote nederlaag tegen de Belgen, een opstandige houding tegen bobo’s en ongedisciplineerd gedrag van practical joker Van der Veen zullen daarin een rol gespeeld hebben. Er had veel meer ingezeten. Van der Veen is een briljante technicus maar ook één die tegenstanders uitdaagt, met gebaren en woorden: ‘Kom maar, kom maar!’ Hij combineert zijn geweldige vaardigheden verder met een groot tactisch vermogen, met noeste arbeid – zwervend over het hele veld, altijd aanspeelbaar – en je komt uit Almelo of niet – met stevig bikkelen. Van der Veen leidde Heracles in 1940/1941 naar de tweede landstitel in de historie van de club. Spits Veldhuis boezemde vele tegenstanders angst in, in dat jaar zelfs goed voor 34 treffers in 26 wedstrijden (waarvan 14 in de kampioenscompetitie). In Almelo wisten ze wel beter. Het geheim heette Frens van der Veen, die de ballen op een presenteerblaadje gaf en de productie was voor een groot deel op het conto van Frens te schrijven.

Heracles Almelo werd Nederlands kampioen in 1941 door aan de Bornsestraat PSV met 6-1 te verslaan met unieke beelden.

Donkere wolken boven Heracles

Heracles wist in het seizoen 1949-1950 nog lange tijd mee te doen om het afdelingskampioenschap, toch was duidelijk dat de club een zware tijd tegemoet ging. In 1950 werd besloten dat de competitie indeling niet meer regionaal was, maar landelijk. Er werden afdelingen van 13 elftallen samengesteld en daarvan zouden de onderste twee ploegen uit iedere afdeling degraderen. Het geschiedde in Almelo: na 30 jaar onafgebroken in de top van de 1e klasse te hebben gespeeld, degradeerde Heracles in 1951 naar de 2e klasse. Wie echter vermoedt dat de Heraclieden de moed opgaven heeft het mis, vanaf de start van de competitie in het seizoen 1951- 1952 stond Heracles aan kop. Ongeslagen werd Heracles kampioen, ook de noodzakelijk promotiewedstrijden werden winnend afgesloten. In 1952 stond Heracles weer daar waar het hoorde: in de hoogste klasse van het Nederlandse voetbal. Er zou helaas nog een veel slechtere periode volgen… 

Het betaalde voetbal deed haar intrede in Nederland en daar waar Heracles altijd het “amateur zijn” hoog in het vaandel had moest opeens professioneel gewerkt worden. In een kleine stad als Almelo zou dit geen eenvoudige taak zijn. Met de nodige kunst en vlieg werk werd de club in stand gehouden. Zo moesten de prijzen van de donateurskaarten flink omhoog en werd er een Heracles voetbalpool gehouden. De verdiensten van de Heracles-spelers waren niet hoog: fl. 30,- voor winst, fl. 20,- bij een gelijkspel en bij verlies werd er fl. 10,- uitgekeerd. De eens zo trotse club uit Almelo was inmiddels naar de 2e divisie B van de K.N.V.B. (Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond = opvolger van de N.V.B.) afgedaald. Hoe lang kon men in Almelo nog lijdzaam toezien dat de zwart-witte formatie doelloos in de marge van het betaalde voetbal opereerde? Sinds de invoering van het betaalde voetbal in 1954 speelde de Almelose club slechts een marginale rol in de 2e divisie B.

Heracles moet professioneler.

De toenmalige voorzitter, H. van Ingen, besloot dat er reclameborden rond het hoofdveld geplaatst moesten worden, tevens werd in overleg met de toenmalige supportersvereniging besloten om de fabrikantenkring in Almelo te benaderen. Het gevolg was meteen te merken: vanuit de fabrikantenkring werd de heer Molenaar (directeur van de Palthe Stomerijen) naar voren geschoven als nieuwe “leider” binnen Heracles. In 1956 was Heracles nog net voor “Zwolse Boys” op de voorlaatste plaats in de 2e divisie B geëindigd. Dit was het sein voor Almelo om van Heracles weer de trotse club te maken. 

Heracles 1957. Staand: Kamphuis, Vrieling, Edel, ten Brink, de Olde. gebogen: Hulshof, Schonewille, Zittend: Kers, Dekkers, Tusveld en Scholten. Kampioen 1958 2e divisie B.

In 1958 werd Heracles na de met 7-0 gewonnen thuiswedstrijd tegen de Zwolsche Boys kampioen van de Tweede Divisie B.

Onder aanvoering van het legendarische spitsenduo Joop Schuman (topscorer aller tijden van het betaalde voetbal met 47 doelpunten in het seizoen 1961-1962) en de Zuid-Afrikaan Steve Mokone kreeg Heracles de kans haar kwaliteiten als ploeg te bewijzen in de Eerste Divisie. In het seizoen dat Joop Schuman topscorer aller tijden werd promoveerde Heracles naar de hoogste klasse. Wedstrijd beelden Heracles – SC Enschede 1962. Het was rond die tijd eerder gewoonte dan uitzondering dat het stadion aan de Bornsestraat met 14.000 toeschouwers afgeladen vol was. In het seizoen 1962-1963 had Heracles een ongekende wedstrijdreeks neergezet: er werden 10 wedstrijden achter elkaar gewonnen maar het was Feijenoord dat aan deze prachtige reeks een einde maakte door in Almelo met 1-5 te winnen

In het seizoen 1960/1961 streed Heracles lange mee met het Amsterdamse “Blauw-Wit”, maar op het laatst bleken de Amsterdammers toch over meer capaciteiten te bezitten. Het jaar erop was het wel feest in Almelo: Heracles werd na een enerverende strijd met “Elinkwijk” kampioen door in de beslissende wedstrijd thuis met 1-0 van het reeds gedegradeerde “Heerenveen” te winnen. De beslissende promotiewedstrijden tegen “Fortuna Vlaardingen” staan bij menig oudere Heracles- aanhanger nog op het netvlies gebrand. Na een 0-0 gelijkspel in Vlaardingen scoorde Hennie van Nee in Almelo na 10 minuten het enige doelpunt van de wedstrijd: de 1-0 overwinning werd door 22.000 dolenthousiaste aanhangers tot ver na de wedstrijd gevierd. 

Heracles in de Eredivisie

In de Eredivisie bleek al snel dat Heracles een tegenstander was waar een ieder respect voor had, de resultaten waren redelijk tot goed te noemen en in het seizoen 1964-1965 steeg Heracles zelfs boven zichzelf uit. De eerste 8 wedstrijden in de competitie waren de Almeloërs ongeslagen gebleven, er werd onder meer met 1-4 gewonnen bij “Ajax”.

Heracles (Almelo), 1965 staande: G. Borghuis, J. van der Wind, R. Veenstra, B. Westra, G. Pesman en J. Westenberg; gehurkt: R. Greving, D. Reekers, H. van Nee, H. Vrielink en H. Morsink.

Beelden van 11 oktober 1964 van Ajax – Heracles 1-4 met doelpunten van
Van Nee 40’ Greving 70’ Morsing 75’. Petersen van Ajax 85’ Greving 86’. Scheidsrechter Piet Roomer. Toeschouwers: circa 14.000. lengte 7.14 min. Ook “P.S.V.” werd in Eindhoven met 0-1 verslagen. In de thuiswedstrijd tegen “Feijenoord” ging het voor 26.000 toeschouwers dan toch mis voor Heracles. De 1-5 nederlaag sloeg bij de spelersgroep in als een bom. Beelden van Heracles – Feijenoord 1964. Wat trainer van der Leck ook probeerde, de rest van het seizoen was het zeer wisselvallig. Toch behaalde Heracles alsnog een keurige plaats net onder de subtop. De relevatie van dat seizoen was Heracles-aanvaller Hennie van Nee. De razendsnelle Van Nee zag zijn goede vorm beloond middels meerdere uitnodigingen voor het Nederlandse Elftal. 

Heracles-Ajax Hennie van Nee ontwijkt een tackle.

In dat seizoen leek er voor Heracles niets meer aan de hand te zijn. Toch moesten sommige spelers – noodgedwongen – vertrekken uit Almelo en met een half nieuw elftal werd het seizoen 1965-1966 begonnen. Vanaf het begin was het allemaal moeizaam. Toch leek er aan het einde van de competitie niets aan de hand, Heracles zou zich wel kunnen handhaven. Echter het geluk liet Heracles in de steek: volledig tegen de verwachtingen in degradeerden de Almeloërs naar de 1e divisie. Indertijd beweerden de kranten dat Heracles de dupe was geworden van een “omkoopschandaal”, maar al met al was het Heracles dat afscheid moest nemen van de hoogste Nederlandse voetbalklasse. Het sprookje van Heracles in de Eredivisie was in het seizoen 1965/1966 afgelopen: de club kwam 2 punten te kort om degradatie naar de 1e divisie te ontlopen. 

Waar zijn de supporters ?

De Almelose bevolking liet Heracles in de steek: in de jaren ’50 was het stadion altijd goed gevuld, evenals in het begin van de jaren ’60: een kleine 10 à 12.000 mensen zaten er altijd wel. Er waren zelfs perioden dat de kaarten al enkele weken voor een wedstrijd uitverkocht waren! Na de degradatie uit de eredivisie daalde de publieke belangstelling, maar toch zaten er altijd nog zo’n 7 à 8.000 mensen aan de Bornsestraat. Vanaf het begin van de jaren ’70 ging het echter steeds minder en minder, het gevolg was dat gemiddeld nog slechts 4 à 5.000 mensen de weg vonden naar Heracles. En nog steeds nam de publieke belangstelling af. Was de Heracles zondagmiddag opeens uit de mode? Het had er alle schijn van. 

Clublied: “Hart veur Heracles” door Herman Finkers

Vanuit het algemene bestuur van Heracles kwamen steeds somberder berichten. Wilde men de amateurtak van Heracles (AVC Heracles) in stand houden, dan was een splitsing de enige manier van overleven. Tenslotte lag de mooie historie – meer dan 70 jaar voetbal – bij AVC Heracles. De K.N.V.B. gaf het advies om een zelfstandig betaald Heracles op te richten via een soortgelijk systeem van “Alkmaar’54” en “FC Zaanstreek” met succes “AZ” hadden gemaakt. 

Hennie van Nee: Topspits en levensgenieter.

Hennie van Nee is nog altijd de laatste Heraclied die voor het Nederlands Elftal is uitgekomen. De spits stond vijf maal in Oranje in de periode 30 september 1964 tot en met 17 maart 1965. Het waren drie vriendschappelijke wedstrijden en twee WK-kwalificatieduels. In die laatste twee, in Tirana tegen Albanië (0-2) en in Belfast tegen Noord-Ierland (2-1) scoorde hij elk én keer. Van Nee heeft zijn uitverkiezing te danken aan de fenomenale start van Heracles in de competitie van 1964/1965. De ploeg stond na negen wedstrijden ongeslagen bovenaan en Van Nee voerde de topscorerslijst aan, onder meer door er na een 2-0 achterstand tegen Sparta vier ballen in te kegelen. Bondscoach Dennis Neville is onder de indruk van zijn effectiviteit. Bovendien mist Oranje een killer voorin. Van Nee ‘Ik was middelmatig, maar ik kon wel ontzettend hard schieten. Ik was snel en hard, een vechter.’  Maar als zich in 1965 een nieuwe generatie met Johan Cruijff en Willy van der Kuijlen aandient, is het met zijn interlandcarrière gedaan.  Hennie van Nee was een levensgenieter. Hij rijdt in sportauto’s, geeft zich over aan de leuke dingen des levens. Aan het eind van zijn voetbalcarrière heeft hij geen cent overgehouden aan de voetballerij. Hij verdient daarna de kost in de autohandel. In 1996 komt Hennie van Nee te overlijden, hij is pas 56 jaar.

Op 1 juli 1974 gaat de prof en amateursectie uit elkaar : de stichting SC Heracles’74 is geboren.