vv Heerenveen

De ontwikkeling van het voetbal in de provincie Friesland begon in 1883 met de oprichting van Frisia uit Leeuwarden. Tot 1900 volgden er nog drie Friese voetbalclubs, wat een rustige ontwikkeling is in vergelijk met andere delen van het land. Alleen Zeeland en Limburg kenden een nóg moeizamer begin evenals Drenthe waar het totaal ook op drie clubs bleef steken. In de jaren twintig van de vorige eeuw brak voetbal definitief door in Friesland. De geschiedenis van SC Heerenveen begint op 20 juli 1920 wanneer onder de naam Athleta in georganiseerd verband met voetbal werd begonnen Op 30 mei 1922 verandert de naam als gevolg van een fusie met de scholieren van de Hoogere Burger School in ‘De Spartaan’. Dit is van korte duur want op 25 oktober 1922 krijgt de club bericht van de NVB, de Nederlandse Voetbal Bond, dat de vereniging als v.v. Heerenveen in de boeken staat vermeld. Dit wordt wel gezien als een dictaat, maar de vereniging laat het erbij en v.v. Heerenveen is een feit.

De Spartaan 1922

Heerenveen speelt in 1923/1924 in de derde klasse en promoveert na veertien wedstrijden naar de 2e klasse. In 1928 verhuist de club naar een nieuw sportcomplex aan de J.H. Kruisstraat. Bij het nader bekijken van de foto zien we hoe de ‘leeren monsters’ te drogen liggen op de houten tribune. Bij vochtig weer zuigen de leren ballen zich vol en werden zwaarder en zo erg lastig aan de voet en ook bij het koppen.

Een kleine acht jaar later rammelt een groot jong talent, Abe Lenstra, aan de poort en luid daarmee een legendarisch tijdperk in, in de voetbalgeschiedenis van Heerenveen en Nederland. In het seizoen 1935/36 lukte het Heerenveen het kampioenschap van de 2e klasse A te veroveren. Het kwam echter niet tot een promotie want Achilles uit Assen , de nummer laatst van de 1e klasse noord bleef Heerenveen voor in een promotie/degradatiecompetitie.

Onklopbaar in de noordelijke regio

Tot aan 1936 speelt de club met wisselend succes maar met de komst van trainer Syd Castle en Abe Lenstra veranderd dat. De dan pas 15-jarige Abe, geboren in 1920, hetzelfde jaar als de oprichting van Heerenveen, maakt hij zijn debuut in het 1e elftal in het kampioenseizoen 1936/1937. Met de opkomst van Abe groeit Heerenveen uit tot de beste ploeg van het Noorden. De nacompetitie om promotie/degradatie met  Friesland  en  WVV verliep nu wel succesvol en zo beland de club in de 1e klasse.

Heerenveen wordt langzaam aan ‘Abeveen’ en van heinde en verre komen mensen om de magiër aan de bal te zien. Tussen 1942 en 1951 blijft de club domineren in de regio Noord. In de nacompetitie om het algeheel Nederlands kampioenschap wil het zelfs met Abe maar niet lukken.

Jan Wisman, zwager en vriend van Abe, herinnert het zich nog alles uit die tijd. Bijvoorbeeld de eerste van de negen opeenvolgende keren in het seizoen 1941/1942 dat Heerenveen noordelijk kampioen werd. Het was in Groningen tegen GVAV. op 29 maart 1942. ‘Barstensvol zat die extra stoomtram. Indiase taferelen. Ik had een lauwerkrans zo gemaakt dat die opgevouwen in een koffer kon. Want stel je voor dat het mis was gegaan. Vijf minuten voor tijd stond Heerenveen met 2-0 voor. Toen heb ik de krans uit de box gehaald en na het eindsignaal om de nek van aanvoerder Hennie Jonkman gehangen. Op de terugreis brak in het feestgedruis per ongeluk een ruit van de tram. Daar schaamden we ons allemaal diep voor.’

Schaatsen is veruit de populairste sport in het noorden.

Ondanks de doorbraak bleef het voetbal in Friesland zich op een heel eigen manier ontwikkelen, zo blijkt uit gegevens uit de archieven van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het bureau had in 1943 gemeten hoeveel leden de verschillende sportbonden per provincie hadden, waarna bleek dat voetbal zo’n beetje overal de grootste sport was. In Limburg was inmiddels meer dan de helft van de sporters lid van een voetbalclub. Ook in Zeeland was dit midden in oorlogstijd de grootste sport. De enige uitzonderingen waren de drie noordelijke provincies. In Friesland hadden de voetbalclubs bijna 5000 leden, waar de schaatsverenigingen er bijna 70.000 hadden – bijna veertien keer zoveel! Ook in Groningen was schaatsen groter dan voetbal, waar in Drenthe de turnverenigingen de meeste leden hadden.

Het Heerenveen gevoel.


In de tijd dat een bal nog ‘het lederen monster’ heette en Abe, ús Abe, de mensen in vervoering bracht, was vv Heerenveen in het noorden ook al een hype. In de regionale krant in 1947 stond ‘Naar wij vernemen worden er door de supporters pogingen aangewend om voor de uitwedstrijden van Heerenveen, welke in één dag heen en terug kunnen worden bezocht, extra treinen te laten lopen’. Op het plein voor de MULO stonden honderden mensen te luisteren naar de ooggetuigenverslagen van supporters die terug kwamen van een uit wedstrijd uit verre oorden als Amsterdam, Nijmegen, Den Bosch en Maastricht.

Heerenveen 1949 voor de zevende maal noordelijk kampioen. Boven: v.d. Laan, Abe Lenstra, de Jong, J. Ploeg, Jan Lenstra en Germ Hofma. Onder: J. Bosscha, Sjoerd Veenstra, Marten Brandsma, Henny Jonkman en Wuyts.

Er overheerste de sfeer van saamhorigheid, van trots van plezier. Ook toen was er al sprake van het speciale ‘Heerenveen-gevoel’. Ook is het een mooie geste van het bestuur om de helft van de entree inkomsten af te staan aan de Vereeniging 1940-1945, die zorg draagt voor slachtoffers van de oorlog.

1947: MVV – Heerenveen 6-7

Het is 22 juni 1947 en de club speelt uit tegen MVV . Al na een half uur was het 4-0 en in de 87ste minuut werd het toch nog 6-7 . Het zijn deze duels die bijdragen aan de mythevorming rond Heerenveen en rond Abe. Het is het seizoen 1946/1947 dat Heerenveen haar vijfde achtereenvolgende kampioenschap haalt. In de nacompetitie om de landstitel wordt er uit bij Ajax een verdienstelijk gelijkspel gehaald een week later wordt er echter thuis met 0-2 verloren. De Amsterdammers zijn uiteindelijk de sterkste en pakken de titel.

1940/1951: Landelijke grootmacht.

Tussen 1940 en 1951 behalen de pompeblêden negenmaal achterelkaar het Noordelijk kampioenschap. De naam Heerenveen wordt in den lande met respect uit gesproken en vormt inmiddels een rechtstreekse bedreiging voor de voetbalgrootmachten zoals Ajax, DWS, NAC en Haarlem. De superreeks aan titels zouden met alle plezier worden ingeruild voor dat ene, Nederlands kampioen.

Aan het eind van het seizoen 1949/1950 was het SV.Limburgia uit Brunssum die de eerste Limburgse landskampioen werd.

V.V. Abe Lenstra en de andere tien.

1951 international Gerben( Germ) Hofma

VV Heerenveen was natuurlijk niet alleen Abe. Het elftal was een sterk collectief met Marten Brandsma, Henny Jonkman, Wim Molenaar en de international Hofma. Samen met Abe Lenstra vormt Germ in het eerste elftal een fameuze linkervleugel. Als linksbuiten munt Hofma uit door zijn snelheid. Hij maakte als geboren Limburger 111 doelpunten voor de friezen. Hij noemt zijn tijd een ,,Een schitterende tijd”, ,,We waren echte amateurs en kregen niks. Ja, misschien Abe, dat weet ik niet zeker. Als we kampioen werden kregen we een cadeaubon van driehonderd gulden.” Tweemaal speelde Germ Hofma een vriendschappelijk interlandwedstrijd met het Nederlands elftal, respectievelijk op 8 en 11 juni 1950; eerst tegen Zweden en daarna tegen Finland. Beide wedstrijden resulteerden in een 4-1 verlies. Beelden uit het Heerenveen museum: SVV – Heerenveen met Abe Lenstra in de Kuip 1949

Toen in 1954 betaald voetbal zijn intrede deed, brak er voor de club een nieuw tijdperk aan. Er ontstonden binnen de club discussies tussen de voor en tegenstanders. Abe was de laatste van de grote vedettes die amateur was en gewoon bij de gemeente en later een brouwerij werkte, maar Abe Lenstra
besloot uiteindelijk ook te vertrekken. Lenstra koos niet voor het grote geld maar koos voor een contract als semi-prof bij Sportclub Enschede.

vv Heerenveen 1954. Staand: Aalderik Engels, Piet Zwerver, Keeper Henk Nijenhuis, Jisk Liemburg, Imke de Jong, Sjoerd Veenstra en Henny Jonkman (grensrechter) Gehurkt: Abe Lenstra, Jacob (Mollo) de Jong, Cor Blaauw, Marten Brandsma en Germ Hofma.

Sportief en financieel aan de grond

Langzaam aan zakte Heerenveen verder weg met als diepte punt in 1956/1957 een degradatie naar de 2e divisie B . Een kortstondig periode kwam men aan het einde van 1959/1960 via een derde plaats in de 1e divisie, mede dankzij de veel scorende spits Kevin van Galen Last. Ook de jaren zestig zijn voor Heerenveen zowel sportief als financieel geen goede periode. De club speelt nauwelijks een rol van betekenis in het vaderlandse voetbal en kan het hoofd steeds moeilijker boven water houden. Op het moment dat Heerenveen steeds verder in het moeras zakt staat Aktie ’67 op, een actie van de plaatselijke bevolking. De gemeente had zijn handen van het voetbal afgetrokken. Heerenveen kreeg nog wel een bedrag van 12.000 gulden, maar dat was een zoethoudertje. PvdA-wethouder Rudi Boltendal liet in niet mis te verstane woorden blijken dat hij geen hoge pet op had van de plaatselijke voetbaltrots. ,,Dit weggegooide geld in de bodemloze put kan Heerenveen niet redden van een teruggang naar de amateurs.’’ .

Supporters staan op in: Aktie ’67

De initiatiefnemers van Aktie’67 riepen de mensen op een donatie te geven voor het voortbestaan van Heerenveen. De oproep was niet aan dovemans oren gericht, want de actie leverde maar liefst 70.000 gulden op. Het gehoopte streefbedrag van 100.000 gulden werd niet gehaald, maar daarom werd niet getreurd het actie voeren ging door en begon met de verkoop van reclameborden. De verkoop van de boarding werd een belangrijke inkomstenbron.

Het geld bleef in kas van Aktie ’67. Pas na overleg met het Heerenveen-bestuur werd de pecunia aangewend voor investeringen. In het begin werd het geld vooral gebruikt om spelers aan te trekken. Een groot aantal voetballers kon dankzij Aktie ’67 naar Heerenveen worden gehaald, zoals Henk Zoetendal, Gerard Lippold, Jan Smid, Martin Koeman en Rikkert Lacrois. Dankzij deze financiële injectie krijgt de club de wind weer in de zeilen.

In het moeras groeit en bloeit weer het pompeblêd

In het seizoen 1969/1970 werd SC Heerenveen kampioen van de 2e divisie en promoveerde. Dankzij een gelijkspel (1-1) in Breda tegen Baronie en de nederlagen van Wageningen en Velox is Heerenveen kampioen geworden. Baronie nam een voorsprong en het duurde het tot een kwartier voor het einde voordat de Friezen de gelijkmaker konden scoren. De grote animator bij einde offensief was Rikkert La Crois. Na in de eerste helft de Bredase keeper enkele malen tevergeefs op proef te hebben gesteld, was het uiteindelijk toch diezelfde La Crois die de basis legde voor het zo belangrijke doelpunt, dat met een machtige kopbal van linksbuiten Herman Hofstra tot stand kwam. Bij Heerenveen, dat lange tijd een nerveuze indruk maakte, waren Guus Joustra, Henk Zoetendal en La Crois de uitblinkers.

Seizoen 1969/1970. Staand: Johan Zwart, H. Zoetendaal, captain W. de Jong, G. Wede, Th. Haan, C. Kist en keper S. van der Heide. Zittend: res. keeper B. Vriend, R. Lacrois, J. Mulder, H. Prinsen en G. Joustra.

Tweede wereldoorlog 1940/1945: Hartverwarmend Friesland

De laatste winter van de Tweede Wereldoorlog is berucht geworden als Hongerwinter. In het westen van het land heerste extreme armoede en honger en vielen de mensen dood op straat neer. Die verschrikkelijke berichten waren ook in Heerenveen aangekomen en de plaatselijke voetbalclub besloot iets te doen. In Heerenveen werden toen Amsterdamse jeugdvoetballertjes opgevangen om aan te sterken, én om tegen te voetballen: een unieke vorm van sportieve hulp van de Friezen. Heerenveen haalde in de hongerwinter negentig ondervoede jeugdvoetballertjes van Ajax, Blauw-Wit, DWS en de Volewijckers naar Friesland om ze daaraan te laten sterken. Jan Hobby van DWS Amsterdam was een van de uitverkorenen.

“Ik zadelde mijn ouders met een probleem op, want ik wilde op de schoenen bon echte voetbalschoenen kopen”. Je had nog van die ouderwetse kicksen tot op het scheenbeen met een stalen neus. Daar zaten leren noppen onder met drie spijkertjes. De schoenmaker zag het eigenlijk niet zitten, maar hij gaf me toch kicksen op een bon. Gewone schoenen…. ik moest op klompen lopen. ,,Een kind ben ik niet lang gebleven want de levensomstandigheden in Amsterdam werden steeds ondragelijker. Het was aanvankelijk vreemd dat je als kind bepaalde normen en waarden moest overschrijden om in leven te blijven. Ik ging met mijn broer naar de Houthaven om hout en kolen te stelen. Bij de Hembrug stopte de goederentrein altijd even en voor ons het moment om een zak met kolen te jatten. Gevaarlijk want een van mijn vriendjes werd in de Coenhaven door zijn enkel geschoten, toen hij hout wilde stelen.  

Desondanks gaven mijn ouders mij een bonnenkaart mee in de veronderstelling dat de mensen in Friesland die nodig hadden om mij te kunnen voeden.” Direct bij aankomst maakten ze kennis met Abe Lenstra. , Abe was nog niet de legendarische speler van na de oorlog”, zegt Hobby. ,,Hij werkte destijds als klerk bij de gemeente. Lenstra was wel al een bijzondere sportman. Hij was kampioen van Friesland op de 100 meter sprint, schaatsen kon hij als de beste en Abe kon ook aardig tennissen. Ik woonde in Oranjewoud vlak naast hem. Met Us Abe ballen dat duurde wel even, want Jan Hobby was net als zijn lotgenoten slechts een schim van zichzelf toen hij in Friesland arriveerde. ,,Ik kwam bij een weduwe met een zoon en een dochter, die mij als haar eigen kind behandelde. Enig onderscheid tussen mij en de andere kinderen heb ik nooit gevoeld. Die vrouw heeft me letterlijk als een baby moeten heropvoeden, want ik was zo ondervoed dat ik zelfs een theelepel pap niet kon verdragen. Ik had geleefd van water en aardappelschillen, bloembollen en suikerbieten. Ik heb veertien dagen lang diarree gehad, voordat ik in Heerenveen weer normaal voedsel kon verdragen. Met zijn ouders had Jan geen enkel contact. ,,Na de oorlog kregen ze bericht van het Rode Kruis dat ik in Heerenveen zat. We zaten hermetisch van de buitenwereld afgesloten.   

Ik troostte me met de gedachte dat als we zouden worden beschoten ik in elk geval verband om mijn lichaam had, want ik droeg een trui die was gemaakt van rolletjes verband. ,,Ik had mijn bonnenkaart bij me, daar heb ik me achteraf vreselijk schuldig over gevoeld. Bij aankomst in Heerenveen zei mijn pleegmoeder meteen: Ach jongen, had die kaart toch thuisgelaten voor je ouders, er is hier eten in overvloed.’ In Amsterdam sloegen mensen elkaar de hersens in voor een snee brood of een sigaret. In november 1944 vertrokken de voetballertjes op een Rijnaak over het IJsselmeer naar Friesland. , De eerste poging mislukte. Het was te link over het IJsselmeer te gaan, omdat geallieerde vliegtuigen alles beschoten wat bewoog. De volgende dag slaagden we er wel in Friesland te bereiken. Alle luiken gingen dicht in het vooronder van dat schip. We durfden ons nauwelijks te verroeren.

 De heimwee was aanvankelijk groot, ik sprak de taal niet en daarom ging ik ook niet naar school. Voetbal was daarom mijn belangrijkste uitlaatklep. ,,Pas enkele maanden na de bevrijding konden wij naar huis. Ik voelde me bijna ontheemd toen ik terugkeerde in Amsterdam, ik was die muffige, nauwe straatjes niet meer gewend. Ik keerde letterlijk terug naar een bekrompen wereld. In Heerenveen leefde ik buiten op straat, in de bossen, als een vrijgevochten kind dat geen grenzen meer kende.

Intocht van de bevrijders in Heerenveen

Ik moest echt weer leren in het gareel te lopen. Ik had er in jaren niet zo gezond uitgezien. Ik voelde me dan ook opgelaten dat ik anderhalf uur in de rij voor de gaarkeuken moest staan om een pannetje pap voor mijn ouders te halen. Ik was in Friesland beter gewend.”  ,,Ik zal nooit vergeten wat die mensen voor me hebben gedaan, het getuigde van unieke solidariteit. Het DWS-bestuur schreef vol lof over het aanbod om van elke club vijftien jongens op te vangen: ‘Beste mensen uit Heerenveen, jullie hebt prachtig werk gedaan. Niet medelijdend hoofdschuddend ‘gekletst’ over die arme Amsterdammertjes, maar jullie hebt iets gedaan, waarvoor wij jullie ten hoogste dankbaar zijn.’

Clubicoon: Abe Lenstra een fenomeen

Abe Lenstra werd geboren in Heerenveen in het magische jaar 1920 waarin vv Heereveen werd opgericht. Zonder enige twijfel de bekendste en beste voetballer die. Abe Lenstra was in de jaren veertig en vijftig de architect van het grote kampioenselftal van Heerenveen en van Oranje. Hij was een typische vedette. Grillig, onvoorspelbaar en binnen de lijnen onnavolgbaar.
Abe was een natuurtalent. Overigens blonk Abe uit in tal van sporten. Hij was niet alleen een buitengewoon goede voetballer, maar hij kon ook schaatsen, hardlopen (100 m. sprint), dammen en biljarten als de beste. Hij koos dus voor voetbal, bij SC Heerenveen, en hoewel hij alle facetten van het spel beheerste viel vooral zijn buitengewone spelinzicht op. Hij stond vrijwel altijd op de goede plek en kon in een dood spelmoment ineens een wedstrijd beslissen door een briljante actie. Abe Lenstra debuteerde op 15-jarige leeftijd in de hoofdmacht en werd dat seizoen (1936-1937) meteen topscorer, met 19 doelpunten, van de 2e klasse Noord.

Vooral door het voortreffelijke spel van Abe Lenstra regeerde Heerenveen in de jaren veertig het Noordelijk voetbal. Heerenveen werd negen maal op rij noordelijk kampioen. Abe Lenstra beheerste alle disciplines. Hij had snelheid, inzicht, een hard schot, een uitstekende dribbel, was tweebenig en kon geweldig koppen. Als Abe het op zijn heupen had, was hij niet te stuiten. Abe was echter vooral grillig. Soms gaf hij niet thuis en dreef hij zijn medespelers tot wanhoop. Abe was een luie voetballer. Hij spaarde zijn energie regelmatig voor één of twee geniale acties. Hoewel Abe geen echte goalgetter was, is hij de absolute topscorer van Heerenveen (523 doelpunten) en het Nederlands voetbal. In het competitievoetbal heeft hij in de periode van 1936 tot 1963 zo’n 700 doelpunten (in circa 730 duels) gemaakt. Tijdens het seizoen 1946-1947 schoot hij maar liefst 46 maal raak.

Verschillende Italiaanse topclubs probeerden het Friese voetbalgenie te strikken, maar de eigenzinnige Fries weigerde te tekenen. Gehecht. zo leek het, aan zijn bestaan in Friesland. In 1951 werd Lenstra de eerste Sportman van het jaar.
Abe kwam 47 maal uit voor het Nederlands elftal. Gemeten naar zijn capaciteiten een te gering aantal. Abe had de pech dat het interlandvoetbal stil lag vanwege de oorlog. Abe debuteerde op 31 maart 1940 in het Nederlands elftal. Abe werd in 1956 opnieuw geselecteerd tegen regerend wereldkampioen West-Duitsland. Hij vormde met Faas Wilkes en Kick Smit een gouden trio Door twee schitterende doelpunten van Abe werd de machtige Oosterbuur verslagen. Er zouden nog vele interlands volgen. Lenstra bedankte meerdere keren voor het Nederlands elftal omdat de keuzecommissie van de KNVB hem niet op zijn favoriete positie (linksbinnen) wilde opstellen.

Een jeugdige Abe viert met de supporters de zoveelste Noordelijk kampioenschap van Heerenveen.

Op 19 april 1959 speelde Abe tegen de Belgen zijn 47ste en laatste interland. Aan twintig zeer roerige interlandjaren was een eind gekomen . In 1963 zette hij een punt achter zijn carrière van 27 jaar. 

Oud ploeggenoot Germ Hofma sprak in een interview over Abe : ‘Hij kon niet tegen zijn verlies. Als hij tegen mij achterstond met biljarten, dan stopte hij er acuut mee. We konden beiden ook heel goed schaatsen. Toen we een keer tegen elkaar moesten zei Abes vader dat ik maar moest verliezen. Dan zouden we het prijzengeld delen. Dat weigerde ik. Maar mijn eigen vader zei vervolgens dat ik het beter wel kon doen: ‘Anders krijg je nooit meer een bal aangespeeld’. Ik liet hem winnen. Abe kreeg zestig gulden. Maar het duurde wel maanden voordat ik de helft kreeg’, vertelde hij in in De Gelderlander. In het jubileumboek van Heerenveen zei Hofma: ‘Ons elftal bestond uit tien werkers. Een man deed niks, Abe. Zijn slimheid was: als ik niet te veel loop ben ik altijd fit voor de actie. Als mens vond ik hem apart, een beetje kinds ook. Je moest altijd op je qui-vive zijn, als tegenstander en als ploeggenoot. Maar tegenstanders kregen geen vat op hem. Abe speelde met ze.’ Abe Lenstra filmpje.

Aanname: Het ‘Heerenveen – gevoel’ vloeit mogelijk voort vanuit een achterstand ten opzichte van Randstad. Friesland een relatief arme, doch eigenzinnige streek heeft zichzelf door middel van de populairste volkssport een gezicht gegeven. Het heeft zich kunnen meten met de rest van het land. Voetbal bracht glorie en gaf cachet aan een miskend bestaan.