H.F.C. Haarlem

‘Klein Haarlem’.

HFC Haarlem werd opgericht op 1 oktober 1889, vermoedelijk door Piet Charbon die Haarlems eerste captain en voorzitter was en Daan Santhagens. HFC Haarlem speelde haar eerste wedstrijd op 20 oktober 1889 tegen Excelsior (2-0 winst). HFC Haarlem werd aangeduid als
‘Klein Haarlem’. De Koninklijke HFC, opgericht tien jaar daarvoor, kreeg in de volksmond de naam ‘Groot Haarlem’.In 1892 kreeg HFC Haarlem toestemming van de garnizoenscommandant van Haarlem om te spelen voor de Cavaleriekazerne waardoor de club meteen groter werd want veel officieren sloten zich bij de club aan. De HFC Haarlem kreeg later de bijnaam ‘de Roodbroeken’ toen het De Koninklijke HFC in omvang en klasse voorbij gestreefd was. Het was op 4 december 1898 dat in de plaatselijke derby de Roodbroeken wonnen van de Koninklijke en mede daardoor promoveerden naar de 1e klasse. Op 10 april 1898 speelde Jan van den Berg als eerste Roodbroek mee in het Nederlands elftal, dat destijds nog niet in het oranje gekleed ging. De spelers van diverse clubs liepen gewoon in hun eigen clubkleuren rond.

Op 2 april 1899 kwamen er maar liefst 4 Roodbroeken uit voor het Nederlands elftal: Van Wijk, Kremers, Kruseman en de al eens eerder geselecteerde Jan van den Berg. Nog immer in clubtenues werd de wedstrijd tegen een Engels selectieteam met 6-1 verloren. Jan van den Berg was verantwoordelijk voor de enige Nederlandse treffer en is daarmee de eerste Haarlemspeler die een doelpunt maakt voor het Nederlands elftal. In 1907 kreeg Haarlem een eigen stadion op de hoek van de Rijksstraatweg en de Jan Gijzenvaart. Het ging Haarlem erg goed met als hoogtepunt in 1902 het winnen van de Holdert beker, de huidige KNVB beker, en in 1912 de Zilveren Bal, een gerenommeerd toernooi in de aanloop van de competitie gespeeld in Rotterdam.

De belangrijkste namen van  de club in de eerste jaren waren Jan van den Berg, de Engelsman Bert Healey en de gebroeders Haak en Houtkoper. HFC Haarlem was toen nog een eliteclub en had veel vermogende leden waaronder ook een echte suikeroom, Dhr. Hin eigenaar van de bekende kousenfabriek in de stad, hij was een groot fan van de club en spendeerde daar veel geld aan .

Diverse spelfragmenten uit de voetbalwedstrijd Haarlem – Sparta (1-2) uit 27 februari 1921. Scheidsrechter J.H. Elzinga tost; voor de aftrap maken de spelers drie maal het hoezee gebaar. Op de achtergrond is een overdekte tribune zichtbaar. Opname zonder geluid maar historisch.

Aanvullende beelden vanuit Sparta perspectief met onderliggende redactionele toevoeging. De film is een kleine 10 minuten maar door het historische karakter wil ik die u niet onthouden. In het laatste weekend van februari 1921 speelde Sparta die belangrijke uitwedstrijd tegen Haarlem voor de Westelijke Eerste Klasse. De verliezer zou degraderen, de winnaar kon zich juist handhaven. Kortom: een heus degradatieduel met grote belangen. Rotterdam leefde daarom mee met Sparta en daar maakte het Rotterdamsch Nieuwsblad dankbaar gebruik van. Deze krant was er namelijk goed in om rond voetbal een stunt te organiseren, waarmee altijd opnieuw de aandacht weer was verzekerd. Om Sparta in Haarlem te steunen regelde de krant dertig vrachtauto’s, die volgestouwd met supporters vanaf de Coolsingel vertrokken – een lange stoet met meer dan 2.000 Rotterdammers. Het werd een gigantisch succes.

Voordat het Nederlands elftal officieel werd opgericht was er al een elftal met de beste spelers van het land. Zij speelden tegen profclubs uit Engeland of andere landenteams met ook spelers van HFC t.w. Jan van den Berg, Hein Kremer, Muis Kruseman en Herman Gerth-van-Wijk. Soms zelfs één maal met z’n vieren. De eerste officiële international van HFC Haarlem is
Piet Stol hij speelde met het Nederlands elftal in 1905 tegen België en won met 4-1. Na Piet Stol kwamen er tot 1971 nog veertien spelers uit voor Oranje dat waren Gerrit Bouwmeester, Nico de Wolf, Arie Bieshaar, Jur Haak, Henri Baay, Piet Tekelenburg, Martien Houtkooper, Klaas Breeuwer, Wiggert van Daalen sr, Kick Smit, Wim Roosen, Piet Groeneveld, Joop Odenthal en Cees Kuys, In 1934 kreeg de club een speler met ongekende kwaliteiten opgegroeid onder de rook van het stadion kwam Kick Smit naar de club en al snel speelde hij in het Nederlands elftal.

HFC Haarlem in het seizoen 1931-32 Reydon, van Riemsdijk, de Ruyter, Lamp, Hagenaar, P. Jongeneel, v.d. Lee, R. Jongeneel, Wamsteker, van Baasbank, v.d. Meulen.

In 1935 kreeg het Haarlem stadion als één van de eerste clubs in Nederland een lichtinstallatie, deze moest in de 2e wereldoorlog verstopt worden voor de bezetter die opdracht gaf het hele stadion te ontmantelen. Mede daardoor moest de club na de oorlog noodgedwongen haar thuiswedstrijden afwerken bij clubs in de omgeving.

Vlak na de oorlog speelden Nijmegen tegen Haarlem. De wedstrijd werd gespeeld in het RCH stadion in Heemstede. De international en NEC speler Wim Lakenberg was ook van de partij. Op welke datum en het waarom blijft onduidelijk. Wel dat het publiek met plezier aanwezig was en het vooral tot aller genoegen was. Wat na een vijftal jaren bezetting heel goed denkbaar was. De afkomst van de beelden met commentaar zijn onbekend maar geven een goed tijdsbeeld.

Zo speelde de club aan de Spanjaardslaan bij de Koninklijke HFC en op het Heemstede  sportpark bij RCH, hier werd de club in 1946 onder leiding van legende Kick Smit landskampioen van Nederland.

HFC Haarlem in 1946. Staand: Meyer, Jacob, Kees Kuys, Snijders, Roozen, Odenthal en grensrechter v Daalen. Onder: Voogd, Boeree, Laan, Barends en Piet Groeneveld.

De eerste competitie na de 2e wereldoorlog begon op 17 juni 1946 desastreus te voor de club. Deze nacompetitie was tussen de kampioenen van de diverse regio. NEC, dat met HFC Haarlem, Ajax, NAC, Limburgia en Heerenveen om de landstitel streed, nam al heel snel een 3-0 voorsprong. Het veldspel liep niet, totdat Kick Smit in het oor van aanvoerder de Winter fluisterde: ‘Gooi wat om in de opstelling’. Waarna de Roodbroeken alsnog een 4-3 winst uit het vuur wisten te slepen.

Nadat het roemruchte Ajax, met onder meer Rinus Michels in de gelederen, in een uitverkocht Olympisch stadion met 2-0 was verslagen, sloegen de Amsterdammers echter in de tweede ontmoeting genadeloos terug. De imposante Haarlem-keeper Piet Kluit was kansloos en zag de ene na de andere bal achter hem verdwijnen (8-0). Op deze avond van de vernedering trok de Haarlem-ploeg, op verzoek van de ‘nuttige invaller’ Jaap van Balen Blanken jr., naar café Brinkmann. Men zakte even goed door en mede dankzij het inspirerende pianospel van rechtsbinnen George Koning bouwde Haarlem een ‘feestje’ en werd de geest opgefrist. NAC werd vervolgens met 4-1 en 2-1 het eerste slachtoffer van de herboren Roodbroeken. Daarna ging Limburgia twee keer over de knie (2-1 en 3-2), waarna in de thuiswedstrijd, tegen het Heerenveen van Us Abe Lenstra, het kampioenschap kon worden binnengehaald. De Friezen van, dankzij treffers van Koning en Smit, met 2-0 klop, waarna de spelers juichend van het veld werden gedragen. In 1952 speelde HFC na een kampioenschap in de 1e klasse A een barrage met de andere drie kampioenen t.w. Ajax B klasse,
Willem II uit C klasse en Hermes DVS uit klasse D. Met een 12 punten uit 6 wedstrijden werd Willem 2 de ongeslagen landskampioen en eindigde HFC met 4 punten uit 6 op de derde plaats.

HFC Haarlem kampioen van de 1e klasse A. Foto op 18 mei 1952

In 1954 bij de invoering van het betaalde voetbal in ons land werd HFC Haarlem een betaald voetbalvereniging samen met stadsgenoten RCH en EDO .

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Roosen-watermark-2.png
Wim Roosen

Met de terugkeer van de katholieke Kick Smit, die in het eerste oorlogsjaar naar het roomse HBC was vertrokken, bleek de  vereniging een fortuin in handen te hebben. Het team dat in het eerste naoorlogse voetbalseizoen de nationale titel zou veroveren, was meer dan Kick alleen. Zo vormde hij met vleugelspits Piet Groeneveld (408 duels voor Haarlem) de gevreesde  linkervleugel. Tevens beschikte Haarlem in het kampioensjaar over Wim Roosen. De lange midvoor ontpopte zich tot een geduchte kopspecialist, die met 163 doelpunten in 224 duels een enorm rendement etaleerde. Aan het einde van het eerste jaar semiprofvoetbal, spelen Haarlem en NOAD uit Tilburg een tweetal barragewedstrijden. Haarlem verliest in 1954 deze barragepartijen voor een plaats in de Eredivisie en komt uit in de 1e divisie.
In de eerste jaren van het profvoetbal, tot aan 1962, waren de resultaten matig en afwisselend werd er in de 1e divisie of de 2e divisie gespeeld.

HFC Haarlem 1958: Boven: J.P. Groeneveld, A. Goedhart, A, Killian, F. Sybrandi, S. de Graaf, O. Berendregt en gebukt H. Dinkelberg. Onder: J. Oepkes, J. Snijders, P. Kroon en P. Degenaar.

In 1958 maakte het A.N.P. in opdracht van olieproducent Esso een serie elftal foto’s van voetbalteams uit de Eredivisie, 1e Divisie A. en B. Bij de benzinepomp kon de automobilist stempels sparen. Op vertoon leverde dat wekelijks een prachtige kleurenplaat uit het seizoen 1958/1959 met achterop de spelers namen. De beleving van deze magische platen is wellicht te vergelijken met een platenhoes die terwijl de muziek tot leven komt, je voor even deel uitmaakt van een ‘droom’ wereld.

HFC Haarlem kampioen in 1963. Boven: Trainer Ruud v Wilsum, Fred Boom, Gerard Duwel, Jan v ’t Kruys, Bob Maas, Nico Duyster en Otto Barendregt. Onder: Louk Vreken, Henk Angenent, Ruud Frie, Fred Jaski, Nico Jonker en Henk Dinkelberg.

In de zestiger jaren kon het nog: kampioen worden en toch niet promoveren. Het overkwam Haarlem in het seizoen 1962/1963. ” We draaiden een heel goed jaar” zegt Fred Boom, basisspeler van het kampioenselftal. Het kampioenschap werd een feit door een 6-0 overwinning op Wilhelmina in de laatste wedstrijd. Topscorer Fred Jaski maakte vijf goals. Boom: ” Toen moesten we promotiewedstrijden spelen tegen streekgenoot VSV uit Velsen, de kampioen van de 2e divisie A.

1963 HFC Haarlem – VSV 2-2. Henk Angenent in een kopduel met de doelman van VSV.

Het bestuur beloofde duizend gulden per man als we zouden promoveren. Dat was een gigantisch bedrag, zeker als je weet dat wij een basisbedrag ontvingen van vijftienhonderd gulden per jaar. De beslissingswedstrijd werd gespeeld op neutraal terrein t.w. bij RCH uit Heemstede. Het werd 2-2. In de replay stonden we 2-0 voor maar we verloren ongelukkig met 3-2. VSV promoveerde en wij kregen nog een herkansing via de nacompetitie. Maar toen was de fut eruit en BVV, dat in onze competitie nog tweede was geworden, pakte de promotie “. “In dat kampioensjaar hadden we een uitgebalanceerd team met een sterke verdediging, ijverige middenvelders en snelle aanvallers. Boom: ” Met name linksbinnen Fred Jaski en linksbuiten Nico Jonker waren vreselijk snel. Maar Haarlem had dat seizoen ook veel te danken aan sterspeler en ex international Henk Angenent, destijds 33 jaar en veruit de oudste van de ploeg”.

Henk Angenent: Snelheid en een snoeihard schot

Henk Angenent werd geboren op 14 maart 1930 te Haarlem. Hoewel geboren onder rook van HFC Haarlem duurde het tot begin 1962 eer hij voor de Roodbroeken ging spelen. Voor de invoering van het betaald voetbal in Nederland speelde Angenent bij ‘Vliegende Vogels’ uit Haarlem, Stormvogels uit IJmuiden en Sportclub Emma uit het Limburgse Treebeek. In 1954 werd hij aangetrokken door Fortuna ’54, dat opgericht was om uit te komen in de eerste Nederlandse betaald voetbal competitie van de Nederlandse Beroeps Voetbalbond. Angenent was een rechtsbuiten die veelvuldig scoorde.

Op 30 januari 1957 speelde hij zijn enige interland voor het Nederlands elftal tegen Spanje, als vervanger voor zijn geblesseerde ploeggenoot Bram Appel.  De andere voorwaartsen waren rechtsbinnen Tinus Bosselaar, midvoor Faas Wilkes, linksbinnen Tonny van der Linden en linksbuiten Coen Moulijn. Zij werden bijgestaan door de kanthalfs Jan Notermans en Jan Klaassens, spil Cor van der Hart, de backs Roel Wiersma en Kees Kuijs en doelman Frans de Munck. Grote voetbalnamen in de jaren vijftig, maar niet groot genoeg om fameuze Spanjaarden als Antonio Ramallets, Ladislao Kubala, Alfredo di Stefano, Luis Suarez en Francisco Gento aan het schrikken te brengen: 5-1 voor Spanje, voor 105 000 toeschouwers in de burcht van Real Madrid het Bernabéustadion . Het was een wedstrijd, van Nederland dat destijds geleid werd door coach George Hardwick, die tot veel kritiek leidde. De opbrengst was bestemd voor de noodlijdende Hongaren die kort tevoren door de Sovjets onder de voet werden gelopen. Was het niet heel vreemd, een wedstrijd voor dit doel te organiseren in het land van een dictator als Franco? Dat was belachelijk, zo vonden nogal wat kranten. De KNVB dacht er anders over. Henk Angenent kreeg na zijn enige interland redelijke perskritieken.

Niet goed, niet slecht, zeker voor een speler die het als vervanger van de geblesseerde Bram Appel aardig had gedaan. 
Hij speelde tot 1962 voor Fortuna en bouwde daarna zijn carrière af bij Haarlem in de Tweede divisie. Na zijn actieve voetballoopbaan was hij als trainer actief voor Velox en de amateurvereniging  Vriendenschaar uit Culemborg. De voetballer Henk was (verre) familie van de schaatser Henk Angenent. De voetballer en de vader van de schaatser waren achterneven van elkaar. Het nummer 7 speelt een opmerkelijke rol voor de twee top-sportende Angenents. De held van de Elfstedentocht droeg het beennummer 7. Toen de voetballer Henk Angenent op 30 januari 1957 in Madrid tegen Spanje zijn enige wedstrijd voor Oranje mocht spelen, droeg hij het rugnummer 7. Dat nummer hoorde bij de positie van rechtsbuiten in de orthodoxe vijfmans voorhoede. 
Terug naar de sportverslagen en de 5-1 verloren wedstrijd Spanje – Nederland van 1957. Henk is binnen het Oranje elftal de jongen van de gestampte pot die, met zijn sterk Noord Hollandse accent, zijn mond geen moment dicht houdt.

Hij tapte volop moppen en treurde niet erg lang om de pak slaag die Oranje opliep. Zo vrolijk en opgewekt zo treurig blijkt later is wel het ‘korte’ leven van Henk. Hij gaat gebukt onder een slechte gezondheid opgelopen in zijn tijd in de haven waar hij balen van vijftig kilo moest dragen. Dit om maar financieel rond te komen. Hij probeerde na zijn voetbalperiode als trainer zich verdienstelijk te maken maar die poging mislukte. Hij krijg te maken met een aandoening aan zijn ruggenmerg en raakt verlamd. Enkele vrienden van de camping ‘De Eenhoorn’ in Hilversum organiseren in het voorjaar van 1977 een benefietwedstrijd voor de berooide voetballer van weleer. Negen maanden later overlijdt hij, op 47 jarige leeftijd. Op 26 december 1977 eindigde het onrustige leven van Henk Angenent. Hij was toen 47.

In 1969 promoveert HFC Haarlem naar de Eredivisie. Daar zal het voor een lange periode verblijven. Op 25 januari 2010 werd bekend dat de bewindvoerder faillissement heeft aangevraagd en enkele dagen later wordt HFC Haarlem uit de competitie gehaald. Op 29 januari 2010 speelt HFC Haarlem haar laatste wedstrijd uit tegen Excelsior Rotterdam en verliest met 3-0. Een van de oudste voetbalclubs van Nederland, opgericht op 1 oktober 1889, heeft geen recht op het eeuwige leven. Geen voetbal meer aan de Jan Gijzenkade in Haarlem, alleen nog herinneringen, alleen nog weemoed naar ver vervlogen tijden.

Eredivisie-seizoen 1970/1971 was voor Feyenoord-legende Ove Kindvall het laatste jaar in Rotterdam. In de allerlaaste wedstrijd van het seizoen, zijn afscheidswedstrijd, scoorde Kindvall tegen HFC Haarlem twee keer. Feyenoord werd kampioen en Ove topscorer in de Eredivisie met 24 doelpunten. Zondag 6 juni 1971, Feyenoord – HFC Haarlem 2-1. Opstelling Feyenoord in de kampioenswedstrijd: Eddie Treytel, Wim Jansen, Theo Laseroms, Piet Romeijn, Dick Schneider, Willem van Hanegem, Franz Hasil, Jan Boskamp, Henk Wery, Ove Kindvall, Coen Moulijn. Beelden uit het Eredivisie Archief.

Slechts herinneringen aan de ‘rood-blauwe leeuwen’, die in een ver verleden in topwedstrijden ruwweg 15.000 toeschouwers trokken. De emoties die gisteren bij het handjevol nog overgebleven supporters de vrije loop kregen, zijn over enige tijd verdrongen.

Hier zien we jongeren die met smart wachten totdat de hekken van het stadion opengaan.

Aan de Jan Gijzenkade melden zich bij een thuiswedstrijd van Haarlem pakweg duizend bezoekers. De profclub Haarlem heeft geen draagkracht meer. Nostalgie telt niet. Het zakelijke profvoetbal gaat door, alleen buiten Haarlem. Herinneringen blijven, aan de enige landstitel in 1946 onder leiding van de beste voetballer die de Haarlemsche Football Club Haarlem ooit voortbracht, international Kick Smit. 

Kick Smit: één bescheiden grootheid

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is download.jpg

Johannes Chrishostomos ‘Kick’ Smit geboren te Bloemendaal op 18 november 1911 maakte als dertienjarige al zijn debuut in het eerste elftal van Geel-Wit en stapte toen hij 14 jaar was over naar RKVV Onze Gezellen. Met Geel Wit en Onze Gezellen had hij eerst in de Haarlemse Katholieke Voetbalbond gespeeld. In 1931 ging hij in Heemstede naar RCH. In 1934 speelde hij zijn eerste wedstrijd voor Haarlem. Hij was een technisch begaafde linksbinnen. Kees Rijvers vond Kick Smit ‘een schitterend mens en een sublieme voetballer’. Hieronder een interview met Kick in vermoedelijk een plaatselijke courant. Het geeft de omgangsvorm en sfeer uit die tijd prachtig weer.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-30.png
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-29.png

Kick was bijna vijftien jaar ouder dan Kees Rijvers, maar in de lente van 1946 speelden zij eenmaal samen in het Nederlands elftal. In het Olympisch Stadion vormden zij tegen Belgie de linkervleugel. Rijvers en Smit waren vergelijkbare spelers. Hun sociale inslag koppelden zij aan een ernstige opvatting van de voetbalsport. Beiden werden later ook goede trainers. Als spelers hadden zij de voorkeur voor het tactisch spel van de binnenspeler. De linksbenige Smit als linksbinnen, de rechtsbenige Rijvers als rechtsbinnen. Zwervers werden zij genoemd.

Het Nederlands elftal voor de interland tegen België. Van links naar rechts: Puck van Heel, Frank Wels, Bas Paauwe, Kees Mijnders, Leen Vente, Kick Smit, Henk van Spaandonck, Mauk Weber, Bertus Caldenhove, Wim Anderiesen en Adri van Male. België – Nederland (1-1), gespeeld op 3 april 1938 in het stadion van Antwerp FC (De Bosuil) te Antwerpen.

Kick Smit ook wel ‘de eerste zwerver’. Dat kwam omdat het in zijn beginperiode bij Oranje als ongewoon werd ervaren dat een binnenspeler zijn plaats niet hield. Smit vond dat, vooral bij het Nederlands elftal, juist noodzakelijk. ‘Rechtsbinnen is meestal Leen Vente en midvoor is Beb Bakhuys. Die jongens zijn sterk gericht op het maken van doelpunten. Prima, maar er moet ook balans in een elftal zijn. Dus laat ik me regelmatig terug zakken en vul ik soms ook andere posities in.’Kick Smit was een tacticus, zijn medespelers prezen hem om zijn kijk op het spel en het verloop van een wedstrijd. Dat hij vooral anderen goed liet spelen, deed hem zelf iets tekort. Smit kon namelijk ook passeren en scoren als de beste. Die hang naar de goal onderdrukte hij. Dat kon hij goed, op basis van zijn bescheiden en vriendelijk karakter. Achteraf vond Kick Smit dat hij af en toe toch iets te vriendelijk en te bescheiden was geweest. De beroemde Engelse profclub Wolverhampton Wanderers bood hem het ongelooflijke jaarsalaris van 36 duizend gulden. Arsenal wilde later nog meer betalen. Kick Smit, melkboer van professie, durfde de stap uiteindelijk niet aan. Profvoetballer worden, het betekende voor de oorlog een ‘vies’ woord voor de KNVB en als sanctie mocht je nooit meer voor het Nederlands elftal spelen.

wilstra

Een fikse straf derhalve. Pas in 1954 liet de KNVB haar conservatieve houding varen en ging het, net als vele Europese landen, over tot een semiprofcompetitie.Nog tijdens zijn voetbalcarrière werd Kick Smit vereeuwigd door striptekenaar Henk Sprenger, die de stripfiguur Kick Wilstra creëerde. Een combinatie van Kick Smit, Faas Wilkes en Abe Lenstra.

Tijdens de oorlog koos hij voor HBC. Na de oorlog was er de terugkeer naar Haarlem, de club waarmee hij in 1946 landskampioen werd en in 1954 op zijn 43ste warempel nog even officieel betaald voetbal speelde. Nadien was Kick Smit trainer van RCH, Alkmaar en Aalsmeer. Voorts was hij als docent voetbal verbonden aan het CIOS in Overveen.  Voetballegende Kick Smit was de grote architect van HFC Haarlem.
Huldiging van de voetballer Kick Smit na zijn afscheidswedstrijd in 1950. Noord-Hollands Archief, Collectie Kennemer Atlas. De sportredactie van het Haarlems Dagblad riep Smit uit tot Haarlems sportman van de 20e eeuw. Johannes Chrishostomos ‘Kick’ Smit overleed, na een slopende ziekte, in 1974 op 62-jarige leeftijd, twee dagen voordat Oranje zich wist te plaatsen voor de WK finale.