GVAV

Groningen heeft een mooie sporttraditie.

Soms kunnen zaken vanzelfsprekend zijn zoals dat schaatsen in één adem genoemd kan worden met Friesland. Maar dan blijkt de eerste Nederlandse wereldkampioen schaatsen Jaap Eden is en een volbloed Groninger van geboorte. Wanneer men aan een voetbalbolwerk denkt dan doemt bij velen De Kuip of het Olympisch Stadion op maar vast niet Groningen met het Oosterpark Stadion. Toch waren het hier Be Quick, Velocitas, Oosterpark en GVAV die menige westerse voetbalclub ontzag inboezemden. De eerste wedstrijd werd hier gespeeld op 3 februari 1935 toen voetbalclub GVAV-Rapiditas in het nog niet eens officieel geopende stadion speelde tegen Friesland en won met 5-3.

Ingekleurd portret: 1933 Oosterpark stadion Groningen GVAV – Friesland

Historisch gezien was Be Quick de belangrijkste club. Als enige Groninger voetbalclub heeft het één landstitel op zijn conto (1920). Later in 1934 had Velocitas al eens de KNVB beker gewonnen. En Oosterparkers in haar glorietijd, de vroege jaren vijftig, was één van de grootste voetbalverenigingen van Nederland. Met één van de bekendste spelers van Oosterparkers ooit Dick Nanninga.

Voetbalbolwerk Stadion Oosterpark

GVAV: Meer dan voetbal

GVAV (Groninger Voetbal en Atletiek Vereniging) werd opgericht in 1915. De atletiekvereniging Rapiditas volgde in 1917. Beide verenigingen fuseerden op 26 januari 1921 onder de nieuwe naam Groningse sportvereniging GVAV-Rapiditas, waarvan het lidmaatschap alleen opengesteld was voor mannen. Pas in de jaren zeventig werd de club ook opengesteld voor vrouwelijke sporters. De nieuwe vereniging bestond uit een aantal afdelingen, zoals atletiek, boksen, gymnastiek, voetbal en zwemmen. Ook werd er enige tijd rugby gespeeld. In al deze takken van sport werden vele sportieve successen geboekt, waardoor GVAV-Rapiditas een bekende naam werd in Nederland. De voetbal resultaten echter bleven daarbij achter.

Kampioenschap met wat burenhulp.

Otto Bonsema, zesvoudig international en een Velocitas man in hart en nieren brak in 1937 subiet met de club na een hoog oplopend conflict. De KNVB beschuldigde Velocitas van ongeoorloofde betalingen aan spelers. Het ging om vergoedingen van twee gulden vijftig voor verre uitwedstrijden. Dat was volgens de bond in strijd met de amateurbepalingen en in het verlengde daarvan werd het bestuur door de bond tot opstappen gedwongen.

GVAV 1940 Noordelijk Kampioen

De topspelers van Velocitas toonden zich solidair met het bestuur. Die houding werd echter niet gepikt door het nieuwe bestuur, met als gevolg dat ze resultaat bedankten als lid van Velo. Een deel ervan ging met Otto Bonsema mee naar GVAV,  destijds een club die niet echt meetelde in de stad. Dat veranderde met de komst van Bonsema c.s. snel. In 1940 won GVAV Noordelijk kampioenschap voetbal en heeft Bonsema, na zijn actieve voetbaljaren, een belangrijke rol gespeeld in de verdere opmars van de blauwwitten. Als trainer leidde hij GVAV zelfs naar de eredivisie.

1956 GVAV promoveert naar de Eredivisie. Boven: Piet de Koe, Trainer Otto Bonsema, Cor Hoekstra, Jaap van Oosten,, Rikkert la Crois en John de Grooth. Gebogen: Ale Westra, Siep Benninga en Jan Jeltema. Onder: Henk Drewes, Otto Roffel en Abel Alting.

Jan Hekman: Realistist of opportunist maar alles voor GVAV.

Jan Hekman speelt een belangrijke rol in de historie van het Groninger voetbal. Hij mag de grondlegger van het eredivisievoetbal in Gruno’s veste worden genoemd. Niet als voetballer, maar als bestuurder. Jan Hekman was bestuurslid van GVAV en met zijn visionaire eigenschappen, zijn ambities en autoritaire trekjes trok Hekman nadrukkelijk aan de touwtjes in het Oosterpark. Zijn wil was min of meer wet, niet zo zeer uit eigen belang, maar ter meerdere glorie van GVAV als ras echte clubman. Met name in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het Nederlandse voetbalwereldje verscheurd werd door wel of geen betaald voetbal invoeren, loodste Hekman GVAV slim en doortastend over deze woelige baren.   

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-11.png

Nadat in 1954 de Limburgse zakenman Egidius Joosten de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond in het leven had geroepen en daarmee de KNVB met de rug tegen de muur zette, deed Hekman een beroep op de spelers van GVAV toch vooral niet over te lopen naar zo’n NBVB-club. In een allerijl belegde spoedzitting gaf hij hen mee niet te zwichten voor geld. “Amateurvoetbal,” oreerde hij, “is toch eigenlijk heel wat prettiger dan betaald voetbal , want dan heb je je zelf als het ware aan een club verkocht.”.  Het waren, bleek een dag later, slechts woorden voor de bühne. Toen de KNVB bekend maakte dat het alsnog over ging tot de invoering van profvoetbal en aan Jan gevraagd werd naar een reactie, kwam deze tekst uit zijn mond: “Persoonlijk betreur ik deze gang van zaken, maar men moet zo praktisch zijn om de werkelijkheid onder ogen te willen zien.

Betaald voetbal de nieuwe toekomst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-9.png
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-10.png

In eerste instantie keek GVAV vanaf de zijlijn naar de ontwikkeling rond de KNVB en de NBVB. Deze
‘Wilde Bond’ was in 1954 al een profcompetitie gestart met tien verenigingen. In november 1956 kwam er dan toch een overeenkomst en kon het grote profavontuur beginnen.

GVAV promoveerde in 1956 naar de eredivisie en gold als de topploeg van de stad. Dankzij karakteristieke spelers zoals doelman Otto Roffel, Bram van der Hoeven, Henk Drewes, Piet Fransen, een echte lokale held, midvoor Rikkert La Crois en de geweldige rechtervleugel met Pier Alma en Henny Weering, reisden de grote clubs met angst en beven naar Groningen. in het Stadion Oosterpark waren ze allemaal te zien. Feyenoord met Cor van der Gijp en Coen Moulijn, Ajax met Bennie Muller en Co Prins, PSV met Coen Dillen en Toon Brusselers, DOS met Tonny van der Linden en Hans Kraay, en Sportclub Enschede met Abe Lenstra en Arend van der Wel.

Esso serie voetbalplaten. GVAV. 1e Divisie 1958/1959
Boven: J.Koops, A van der Hoeven, G. Borghuis, Otto Roffel, R. Been, K. Buist en H. Forttner. Onder: S. Seemann, Piet de Koe, Berent Kuiper, Rikkert la Crois, Ale Alting en Piet Fransen.

Na een periode van 1958/1960 op 1e divisie niveau vocht de club zich terug en verbleef van 1960 tot 1970 weer op het hoogste voetbalplatform. In september 1960 in de derde thuiswedstrijd van het seizoen speelt GVAV tegen DOS eindstand 1-1. Polygoonbeelden met commentaar van Herman Kuiphof. In die tijd werd in 1963 de Stichting Betaald Voetbal GVAV opgericht en vier jaar later scheidde de professionele tak zich af van de moedervereniging en werd in 1965 besloten tot de oprichting van de Stichting Betaald Voetbal GVAV.

In de openingswedstrijd van seizoen 1963-1964 wint GVAV thuis met 3-0 van Feyenoord. In de eerste helft scoort Klaas Nuninga tweemaal, Martin Koeman zet vlak voor tijd de 3-0 eindstand op het scorebord. Opstelling GVAV: Albert Alma, Dick Bosschieter, Ronald Breinburg, Piet Fransen, Martin Koeman, Tonny van Leeuwen, Klaas Nuninga, Ferry Petterson, Hennie Weering, Henk Zoetendal, Bram van der Hoeven. GVAV – Feyenoord 25 augustus 1963 in beeld maar zonder geluid komt van de NTS/NOS.

Op 18 mei 1964. speelden AFC DWS tegen GVAV. De Amsterdammers pakten daarmee (als promovendus) met 3-1 de landstitel. Opstelling AFC DWS: Jan Jongbloed, André Pijlman, Joop de Jong, Rinus Israël, Joop Burgers, Daan Schrijvers, Henk Wery, Jos Vonhof, Frans Geurtsen, Mosje Temming, Huub Lenz. Opstelling GVAV: Tonny van Leeuwen (Frans Gerdes), Albert Alma, Dick Bosschieter, Klaas Buist, Piet Fransen, Martin Koeman, Henk Meuken, Klaas Nuninga, Ferry Petterson, Hennie Weering, Henk Zoetendal. Polygoonbeelden met commentaar van Bob Spaak.

Een bijzondere zondagmiddag in Groningen.  

Zo voelde dat wel, het eenvoudige GVAV ontmoet het Amsterdamse Ajax dat enkele maanden eerder de lieveling van het Groningse publiek, Klaas Nuninga, voor het recordbedrag van 250.000 gulden uit het Oosterpark had weggeplukt. Een sombere, grijze lucht hing boven het noorden van het land; het was amper elf graden. Gedenkwaardig was de zondag omdat een houterige Friese reus Henk Zoetendal, Klaas Nuninga voortdurend voor de voeten liep en voorkwam dat de oud

Groninger kon schitteren voor het publiek dat hem drie jaar achtereen had gekoesterd en hem nu zijn vertrek naar Amsterdam wel wilde vergeven. Voor hém kwamen de toeschouwers, want ook al hielden ze van GVAV, de sympathie lag deze middag bij Klaas Nuninga. Hij had zich, nog in zijn jongensdagen, snel populair gemaakt bij de mensen uit zijn geboortestreek; vanwege zijn fluwelen vaardigheid, maar vooral vanwege zijn innemendheid. Maar deze middag was het geweld van zijn oude vrienden Nuninga te veel: GVAV gebruikte zijn underdogpositie om alles of niets te spelen en denderde als een wals over Ajax heen.

G.V.A.V. winter 1964: Staande v.l.n.r. K. Buist, T. van Leeuwen, H. Zoetendal, M. Koeman, P. Fransen, F. Petterson, B. van der Hoeven; gehurkt v.l.n.r. H. Weering, H. Alma, K. Nuninga, H. Bosschieter.

Voor de fans van Nuninga was zondag 15 november 1964 een dag om snel te vergeten. Maar deze dag zal er één zijn om nooit te vergeten. Hier debuteerde ene Johan Cruijff in het eerste elftal van Ajax. Zeventien jaar en 205 dagen jong. Het Oosterpark in Groningen maakte zich op voor een thuiswedstrijd van GVAV tegen een Ajax, op dat moment slechts dertiende.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-20.png

Het stadion was al weken stijf uitverkocht, met 17.500 toeschouwers. Al een tijd zoemde het gerucht rond dat er in Amsterdam een supertalent was opgestaan. Ajax trainer, Vic Buckingham, riep het kwetsbare talent onverwacht op nadat zijn ploeg was weggegleden naar de rand van de gevarenzone maar Ajax bezorgde GVAV een gemakkelijke 3-1 zege: treffers van Piet Fransen, Gerrit van Tilburg en Albert Alma. Pas op 3-0 verhief Johan Cruijff zich uit de anonimiteit. Tonny van Leeuwen, de legende in het doel, pareerde nog een ziedend schot van Klaas Nuninga. Het spichtig scharminkel annex spillebeen, reageerde attent. De kranten wisten zich geen raad met de juiste spelling van het ontluikende fenomeen. Cruijff werd verhaspeld tot De Kruijff, Kruijff, Kruyff, Cruyff, enz. Alleen het Algemeen Handelsblad had het goed: Cruijff. Zijn naam viel veelal in de laatste alinea van de verslagen. De landelijke bladen maakten zich meer druk om de belabberde vorm van Ajax.

Martin Koeman en een fractie van Johan Cruijff

In het Oosterpark-stadion riep de komst van Johan Cruijff vele vragen op. Martin Koeman, spelend voor GVAV ‘Vlak voor de wedstrijd vernamen we dat ene Johan Cruijff zou spelen. Mij zei de naam niets. Ik had gelezen dat Ajax weer een groot talent had, maar ik wist niet welke naam daar bij hoorde. Cruijff was voor mij de grote onbekende. ‘Toen de ploegen samen het veld opliepen zag ik hem en ik dacht: ‘Mijn god, wat is dat ventje mager’ Eén maal in het veld vond ik hem nogal druk en opgewonden. Een snotneus met veel praatjes, ook tegen de scheidsrechter, maar ik zag wel dat hij goed kon voetballen. Hij was snel, gewiekst en bovendien voortdurend aanspeelbaar.’

Ronald Breinburg in duel met Johan Cruijff

Het team van trainer Tinus van der Pijl zwierde daarentegen in een roes door de eredivisie. Twintig punten uit de eerste dertien duels; derde in de competitie achter Feyenoord en DWS. Maar in de tweede helft ontsnapte GVAV maar net aan degradatie: veertiende pal voor het veroordeelde Sittardia en NAC. Eén plaats onder Ajax, waar half januari 1965 de geplaagde Buckingham zelf zijn contract liet ontbinden en aldus ruimte schiep voor de entree van de 36-jarige gymnastiekleraar Rinus Michels. De doop van Johan Cruijff, met stip Nederlands beste voetballer aller tijden, verdween stilletjes als een vrij onbeduidende anekdote in de annalen van het noordelijke voetbal. De wedstrijd op 15 november 1964 leende zich ook niet voor enig compliment aan het adres van Ajax.  GVAV verrijkte zich in feite met een simpele overwinning en dat paste precies in de opmars van die maanden.

Feyenoord – GVAV in seizoen 1964-1965 op 25 april eindigt in 1-1. Door dit gelijkspel werd Feyenoord landskampioen. Het GVAV doelpunt werd gescoord door Rikkert La Crois. Opstelling GVAV: Albert Alma, Rikkert La Crois, Piet Fransen, Martin Koeman, Jaap Kooistra, Tonny van Leeuwen, Ferry Petterson, Jan Renders, Gerrit van Tilburg, Dick van Vlierden, Hans Wortelboer. De Feyenoord – GVAV beelden zijn van de NTS/NOS met commentaar van Herman Kuiphof.

Tonny van Leeuwen de legendarische clubkeeper.

Tonny van Leeuwen werd geboren op 21 maart 1943 te Gouda. Hij speelde in zijn jeugd voor de Jodan Boys en ONA uit Gouda. Op 15-jarige leeftijd werd hij ingelijfd door Sparta. Een jaar later maakte hij zijn debuut in de Eredivisie. In de daaropvolgende seizoenen leek Van Leeuwen een vast plaats te verwerven maar raakte echter geblesseerd en moest toezien hoe generatiegenoot Pim Doesburg zijn kans greep. In de zomer van 1963 verhuisde Van Leeuwen naar GVAV, waar hij de opvolger is van Otto Roffel . Van Leeuwen werd direct een basisspeler in het team van de Groningse subtopper. Hij is de vaste doelman van Jong Oranje en werd vanaf 1964 geregeld opgeroepen voor het Nederlands elftal, waar hij reserve was achter Eddy Pieters Graafland. Even werd zijn selectie uitgesteld door een schorsing van acht wedstrijden.

Die liep hij op in de met 2-1 verloren uitwedstrijd tegen MVV op 15 maart 1964, waarin hij tegenstander Nico Mares tegen de grond sloeg en vervolgens uit het veld gestuurd werd. Martin Koeman: ‘Een betere keeper dan van Leeuwen heb ik nooit gezien. Hij was zwaar, maar toch heel atletisch. Hij keepte op souplesse en had gevoel voor show, maar kon goed zijn concentratie bewaren. Alleen als er wrijving met een tegenstander was, kon hij wel eens z’n kop verliezen.’ Koeman wijst naar de plek waar het oude trainingsveld lag. ‘Daar maakte Tonny enorme indruk op ons. Waar het veld het slechtst was, ging hij in de goal staan. Altijd in korte broek, al was het nog zo koud en nat. Een lange broek daar deed hij niet aan. Dat was niets voor een kerel.’ Piet Fransen, was de speler die Van Leeuwen mocht inschieten. ‘Hij wilde balletjes van drie meter, hard en recht op de borst. Die liet-ie dan even lekker natrillen. Ik moest het niet flikken om met een pisboogje te beginnen, want dan was ik m’n leven niet zeker.

Feijenoord – GVAV 0-0 Stijlvol met gevoel voor show pakt Tonny een inzet.

Op 5 april 1967 maakte van Leeuwen zijn interlanddebuut in een uitwedstrijd tegen de DDR. In de met 4-3 verloren wedstrijd maakte hij geen goede indruk en greep bij corners veelal mis en bij de eerstvolgende interland kreeg Pim Doesburg de kans zich te bewijzen. Bij de daarop volgende interland, op 10 mei 1967, kreeg Tonny van Leeuwen zijn plaats in het Nederlands elftal terug. Hij maakte echter in de uitwedstrijd tegen Hongarije opnieuw een onzekere indruk en bleef in de rust, bij een 2-0 achterstand, geblesseerd achter in de kleedkamer. Tonny kwam later met een ontboezeming dat hij een schouderblessure had voorgewend. ‘Maar de werkelijkheid was anders. ‘Ik had geen zelfvertrouwen bij Oranje en kon er niet meer tegenop.’ Toen hij in de kranten las dat de bondscoach Kessler hem afviel, zou hij hebben geroepen: ‘Verbrand maar met je Nederlands elftal. Enkele maanden later bedankte hij mentaal geknakt voor het nationale elftal.  

Tonny van Leeuwen vliegt naar grote hoogte.

Hoe vreemd wellicht maar bij zijn GVAV liep het voorspoedig en was hij onomstreden. Legendarisch is de wedstrijd Ajax – GVAV op 23 april 1967 met de gevreesde Amsterdamse voorhoede Swart, Nuninga, Cruijff en Keizer. Naar later bleek had de Groninger trainer Ludwig Veg, zijn ploeg opgedragen voor het eigen doel van Tonny van Leeuwen te gaan liggen en niemand mocht zich op de helft van Ajax wagen. In de gang van de kleedlokalen naar het veld stonden al bossen bloemen op de aanstaande kampioenen te wachten. Ajax was in dat seizoen ongenaakbaar en had in de heenwedstrijd GVAV verpletterd met 3-8. Het Amsterdamse publiek maakte zich op voor een nieuwe inmaakpartij, maar Tonny van Leeuwen spuwde in de handen en besloot de wedstrijd van zijn leven te gaan keepen.

Tonny van Leeuwen redt op een kopbal van no 8 Cruijff en Ajaxied Klaas Nuninga kijkt toe.

Ook verslaggever Ben de Graaf van de Volkskrant beschreef in zijn sportverslag de volgende ochtend: Tonny ranselde met een gescherpt reactievermogen en boordevol zelfvertrouwen alle hoge ballen weg, die hem tegen de DDR als muskieten om de oren waren gevlogen. ‘Terecht werd Van Leeuwen na afloop op de schouders gehesen. Hij had opnieuw bewezen een klasse keeper te zijn met ‘feeling’ voor talloze (18) hoekschoppen en met een ongelooflijke reflex bij verraderlijke inzetten. Zo intens beleefde Van Leeuwen zijn hoofdrol, dat hij tijdens zweefsprongen nog de tijd vond enige show op te voeren.’ Aan één uitval had GVAV in De Meer voldoende om de volle winst te grijpen.  

Piet Fransen beschreef het doelpunt als volgt. ‘Ik zag mijn kans bij een slordige uitworp van keeper Bals’. ‘Ajaxied Suurbier kreeg de bal tegen zijn rug en ik ben er meteen op afgevlogen. Bij de achterlijn moest ik nog even wachten tot er iemand van ons voor het doel verscheen’. De Deen Ole Fritsen, scoorde uit de afgemeten voorzet. Het kampioensfeest van Ajax, dat het seizoen zou afsluiten met de nooit geëvenaarde score van 122 doelpunten voor, moest een week worden uitgesteld. Hij was niet te passeren en kreeg een staande ovatie van de Ajaxsupporters

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Groningen-GVAV-1970-1971.jpg

Piet en Tonny waren elkaars beste vrienden. ‘Vrienden? zegt Frans; We hebben als broers met elkaar geleefd. Vanaf zijn eerste dag bij GVAV was hij m’n gabber. Hij had alles voor mij over. Voor de kerstdagen en oud en nieuw stond hij ’s ochtends om zes uur bij mij aan de deur. Had-ie een aanhangwagen gehuurd voor achter z’n Mercedes om mij te kunnen bevoorraden. ‘Dan reed hij op en neer naar de melkfabriek zodat ik met m’n kar geen moment stil kwam te staan. En als hij dan eens een fles melk brak, kon-ie wel huilen. Ik zie hem nog zo staan met een emmer en een dweil.

De Nederlandse sportwereld in diepe rouw.

In 1971 werd doelman Tonny van Leeuwen uitgeroepen tot beste keeper van het betaalde voetbal. Met zeven tegengoals in dertig wedstrijden is hij de minst gepasseerde doelverdediger in het Nederlands betaalde voetbal. Op 14 juni 1971 stapte hij met zijn vrouw in zijn witte Mercedes en reed naar Rotterdam om in de Embassy nachtclub een prijs, duizend gulden en een trofee, op te halen.

Gerelateerde afbeelding

In het Hilton-hotel was een kamer voor hem gereserveerd, maar Van Leeuwen sloeg het aanbod om in Rotterdam te overnachten van de hand. Hij wilde naar huis, het Drentse dorp Peize, vlak onder Groningen, en kroop in het holst van de nacht weer achter het stuur. Zijn vrouw Geri lag naast hem te slapen toen hij rond vijf uur ’s morgens op Rijksweg 32 ter hoogte van Meppel, net na een flauwe bocht naar rechts, op de verkeerde weghelft belandde en frontaal op een truck met oplegger, die betonbuizen vervoerde, botste. De vermoedelijk door slaap overmande Van Leeuwen was op slag dood. Zijn vrouw overleefde de klap. De vrachtwagenchauffeur uit Drachten, met zijn 28 jaar even oud als Van Leeuwen, was zwaargewond.  

Piet Fransen: ‘Toen ik ’s ochtends met de melkkar om half acht bij mijn eerste klant kwam, kreeg ik het te horen. Het was net op de radio geweest. Ik zei: dat kan niet, dat is godsonmogelijk. Daarna heb ik een black-out gekregen en de hele boel de boel gelaten.’ ‘Ik denk nog bijna elke dag aan hem. Als ik naar het zuiden rijd, zoals zaterdag voor Nederland-Wales, en ik kom bij Meppel dan word ik emotioneel. Bij de plek waar het is gebeurd, gaat de autoradio uit. Heen en terug. Als eerbetoon aan m’n allerfijnste gabber.’ Tonny van Leeuwen ligt begraven op de begraafplaats van Peize.

Opvallende voetbal feitjes

In de jaren zestig bevond GVAV veelal in de middenmoot. In het Oosterparkstadion werden de meeste punten gehaald. Legendarische zeges destijds waren de 1-3 zegen uit tegen Feyenoord op 13 november 1960 en de 3-1 natuurlijk de thuisoverwinning op Ajax op 15 november 1964. Door uitstekend keeperswerk van Tonny van Leeuwen werd op 23 april 1967 Ajax ook in Amsterdam met 0-1 verslagen. Zeker zo memorabel, echter veel minder positief is de 7-4 nederlaag uit tegen Feyenoord op 24 september 1961. Memorabel, omdat FC Groningen bij rust nog met 1-4 voor stond! Een vreemde situatie was er op 22 mei 1966. In de 88ste minuut van de eredivisiewedstrijd GVAV – Go Ahead (2-4) staat doelman Nico van Zoghel (Go Ahead) op het punt een strafschop te nemen. De bal is echter onvindbaar. Scheidsrechter Vlug is het wachten snel beu en staakt de wedstrijd. Omdat het duel niet werd uitgespeeld, is de strafschop nooit genomen.

Piet Fransen melkboer uit Oosterpark

Piet Fransen, in 1936 geboren als echte Oosterparker in de Hortensialaan, begon zijn loopbaan als voetballer – in navolging van zijn vader – bij Velocitas. Zeker in Noord-Nederland gold Piet Fransen als een van de grootste voetballers en helemaal als een van de meest flamboyante. Fransen was geen grijze muis in voetballand. Ondanks zijn Groningse roots bezat hij een bijna westerse brutaliteit en uitstraling.

Hoe groot hij was, moge blijken uit het feit dat er in stadion Euroborg een tribune naar hem vernoemd is. Daarvoor was hij tussen 1957 en 1973 actief voor GVAV en speelde daar een kleine vierhonderd wedstrijden. In het seizoen 66/67 maakte Piet  een uitstapje naar Feyenoord, toen hij 28 was. Na ruim anderhalf jaar keerde Fransen de Kuip alweer de rug toe, nadat zijn eerste vrouw Lena tekenen van heimwee vertoonde en terug wilde naar Groningen. Piet Fransen had in zijn tijd landelijke bekendheid als de melkboer die ook voetballer was. “Voor mij was het voetballen toen bij GVAV financieel niet voldoende, ik bleef gewoon mijn werk als melkboer erbij doen.” Zes dagen in de week om zes uur in de ochtend arriveerde Piet in een loods aan de Frieschestraatweg om z’n SRV-wagen vol te laden met DOMO-melk en dan trap-op-trap-af om de melkproducten bij de klanten te brengen. Dat was zwaar, want de trainingen waren dan aan het einde van de middag.”

Hard werken en voetballen was in die tijd (1957-1973) de gewoonste zaak van de wereld. Daarnaast had hij nog tijd over voor zijn grootste hobby en dagelijkse bezigheid het houden van duiven. Historisch is de anekdote waarbij hij Feyenoord-doelman Eddy Treijtel van repliek diende toen deze voorafgaand aan de wedstrijd Feyenoord-GVAV een denigrerende opmerking over zijn beroep als melkboer maakte. Fransen zag zijn kans schoon toen hij alleen op Treijtel afkwam, hem op de doellijn passeerde en de bal in het doel tikte met de historische woorden: ‘Kijk Eddy, dit is nou mijn vlaflip’. Snelheid en loopvermogen waren bepaald niet de kenmerken van Piet. De voetballende melkboer beschikte daarentegen over een formidabel spelinzicht, had een uitstekende traptechniek, een prima schot, stuurde z’n ploeggenoten en was op de grasvlaktes een regelrechte boef. Piet had destijds de gewoonte om kort na de aftrap even bij z’n directe tegenstander langs te gaan. Dan loerde hij kort naar de scheidsrechter en als de fluitist de andere kant op keek scheerde Piet even een enkeltje van z’n opponent. Die handelwijze was destijds mogelijk omdat er geen twaalf tv-camera’s in de stadions present waren en de twee grensrechters altijd ziende blind waren. Piet voegde z’n directe tegenstander ook altijd toe “Kom niet weer in de buurt mien jong of je gaat er aan”. In de meeste gevallen kreeg Piet vervolgens vrij spel.

Het Nederlands elftal 6 april 1965 in voorbereiding op de wedstrijd Noord-Ierland.
Staand: trainer Dennis Neville, Pim Doesburg, Daan Schrijvers, Rinus Israëls, Guus Haak, Henk Groot en Piet Fransen. Zittend: Pierre Kerkhoffs, Co Prins, Cor Veldhoen, Coen Moulijn en Eddy P. G. Graafland.

Hij noemde Otto Bonsema een ‘toptrainer’, maar had weinig goede woorden over voor Ron Groenewoud. ,,Een schoolmeester”, zei hij dan laatdunkend. ,,Daar kon ik niet goed tegen.” Als international speelde Piet Fransen zes keer in het oranje shirt. De bewoners van de flat aan de Illegaliteitslaan wisten eigenlijk niet dat Piet heel hoog voetbalde. Pas toen hij voor Oranje uitkwam en scoorde in een duel tegen Israël, werd dat meer bekend. De bewoners uit de buurt wilden wel eens vieren dat “hun” melkboer in het Nederlands elftal speelde, maar Piet wilde daar niets van weten. Hij was geen man van veel poeha. Wel hebben ze een keer voor hem gezongen, maar ook dat vond hij maar ongemakkelijk. Wat dat betreft zou je hem als een typische Groninger kunnen bestempelen.” Eigenlijk vond Fransen dat hem vele interlands ‘ontnomen’ is en werd daarin gesteund door de befaamde arbiter Leo Horn. Leo stapte ooit naar toenmalig bondscoach Elek Schwartz om zich te beklagen over het niet selecteren van Fransen met de woorden, “ Weet je eigenlijk wel hoe goed Piet Fransen is?” Zelf zei Fransen daarover ,,Als je toen niet voor een grote club in het westen speelde, was het bijna niet mogelijk in het Nederlands elftal te komen.”

De laatste competitiewedstrijd in de Eredivisie van Piet Fransen op 20 mei 1973. Fransen schudt de hand van Go Ahead Eagles-aanvoerder Henk Warnas.

Fransen nam afscheid als actief voetballer in de Eredivisie tegen Go Ahead en ging met tranen in de ogen op de schouders van zijn medespelers van het veld, in het Oosterpark. De relatie GVAV/FC Groningen en Piet is altijd gebleven en duurde in z’n totaliteit maar liefst 52 jaar in allerlei functies. Van scout tot jeugdbegeleider en chauffeur van FC-busjes om talenten te vervoeren, Piet was nergens te beroerd voor. In 2011 nam hij afscheid van deze taken, ook omdat zijn gezondheid achteruit ging. Piet Fransen stierf in 2015 op 79-jarige leeftijd. Daarmee verloor het voetbal in Groningen en speciaal GVAV één van de grootste en markantste spelers aller tijden. Bij leven was Fransen al een legende.

In 1963 werd de Stichting Betaald Voetbal GVAV opgericht en vier jaar later scheidde de proftak zich af van de moedervereniging. De amateurtak ging zelfstandig onder de oude naam GVAV verder. Op 16 juni 1971 werd FC Groningen opgericht als opvolger van GVAV. De ‘Trots van het Noorden’ leeft voortaan verder in FC Groningen.