Go Ahead

Go Ahead: Een Deventer volksclub

In één van de zalen van de Volksbond(de vereniging tegen drankmisbruik) in Deventer, werd de oprichtingsvergadering gehouden op 2 december 1902 onder voorzitterschap van Leo zur Kleinsmiede, Karel Hollander en een aantal vrienden. Tot de eerste leden behoorde ook diens broer, de latere sportverslaggever Han Hollander.

De naam van de club werd Be Quick, en het tenue bestond uit rood-wit gestreepte shirts en zwarte broeken. Het was een van de eerste volksclubs in Nederland. In het seizoen 1903-1904 speelde het in de Apeldoornse Voetbalbond, een jaar stapte het over naar de Zutphense Voetbalbond. In 1905 werd de club toegelaten tot de N.V.B. onder de voorwaarde dat de club haar naam veranderde. De clubkleuren werden veranderd in roodgeel.
Go-Ahead begon op het UD veld en verhuisde in 1906 naar een veld in Diepenveen. Het eerste jaar was sportief gezien geen succes. Go-Ahead eindigde als laatste. De eerste tien jaren van Go-Ahead kenmerkten zich door vreugde en verdriet. Maar wat belangrijker was; het doorzettingsvermogen om tot organisatorisch en sportief succes te komen. Go-Ahead bleef haar naam eer aandoen en ging steeds vooruit. Bij de eerste stadsderby Go-Ahead – U.D. waren 5000 toeschouwers aanwezig. De successen van Go-Ahead gingen niet aan het oog van Deventer voorbij.

Han Hollander: De stem uit de radio

De Joodse Han Hollander kwam uit Deventer en werd toevallig een idool. Toen hij in het begin van de twintigste eeuw in dienst zat, vertelde hij vaak op de rand van zijn brits fascinerende verhalen over voetbalwedstrijden die hij gezien had. Han in volle concentratie geeft een beeldend verslag in 1937 voor het medium de radio.


Han Hollander (met bal) en Willem Vogt op 11 maart 1928

Eén van die soldaten die meeluisterde was Willem Vogt, later één van de oprichters van de AVRO-radio. Toen het mogelijk werd om live-verslagen van voetbalwedstrijden te maken, dacht Vogt aan zijn oude vriend. Hollander maakte zo het eerste rechtstreekste radioverslag van een Nederlandse voetbalwedstrijd: Nederland- België, op 11 maart 1928 in het Nederlandsch Sportpark, tegenover het Olympisch Stadion dat nog in aanbouw was.

‘The Eagle’s have landed’

Go Ahead begon in de Tweede Klasse. In 1911 promoveerde de club naar de Oostelijke Eerste Klasse. In 1916 werd de club voor het eerst kampioen van de Oostelijke Eerste Klasse, waarna het in een competitie met de andere regionale kampioenen om de landstitel speelde. In de kampioenscompetitie om het algemeen landskampioenschap was de zuidelijke kampioen Willem II echter te sterk.

Het voetbaleftal van Go Ahead Eagles dat het kampioenschap van Nederland verloor aan Willem II (uitslag 0-1), Foto; Go Ahead, Zandvliet, Pijpenbroek Sr. Oosterenk, Haes Sr., W. Koster, F. Kolkman, Nijenhuis, van de Waarde, Korenblik, B. Haes, Koopman, Stadion Go Ahead in Deventer, Nederland 1 juni 1916.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 001-3_52_orig.jpg
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-28.png
Jan de Kreek

In 1917 werd DVV Go-Ahead voor het eerst kampioen van Nederland. Het kampioenschap van 1917 heeft niet alleen sportieve waarde, maar is ook van cultuurhistorisch belang. Go-Ahead won toen als eerste Nederlandse volksclub de nationale voetbaltitel, waarmee de macht van elitaire clubs als HVV en RAP was gebroken. Het was niets minder dan een sportieve en sociale revolutie, die in Deventer begon, en de weg vrijmaakte voor volksclubs als Feyenoord, Blauw-Wit en DWS. Go-Ahead herhaalde die prestatie in 1922, 1930 en 1933. In 1920 neemt de ploeg. De Adelaarshorst als thuisbasis in gebruik.

Tot op de dag van vandaag wordt op deze locatie gespeeld. Vanaf de begin jaren twintig kwamen Go-Ahead spelers ook in aanmerking voor het Nederlands elftal zoals Jan Halle, doelman Leo Halle, W. Roetert, Theo de Kreek en Hulsman.

In de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog in was Go Ahead veruit de meest succesvolle ploeg in de Oostelijke competitie. Het werd in die periode vijftien keer regionaalkampioen. Van 1916 tot en met 1923 won het de titel zelfs achtmaal op rij.
Op zondag 15 april 1923 werd er in Groningen een wedstrijd gespeeld om het landskampioenschap tussen Be Quick en Go Ahead. De unieke beelden, zonder geluid, komen uit de collectie van EYE (Amsterdam). Het laatste vooroorlogse Oostelijke kampioenschap werd in 1937 gehaald. Daarna ging het minder. In 1941 degradeerde de club naar de Tweede Klasse. Het jaar erop promoveerden ze weer terug.

Leo Halle: ‘De Legende’

Leonhard Herman Gerrit Halle, de legendarische doelman van Go Ahead, kende een hoogst merkwaardige interlandloopbaan. Hij debuteerde in 1928, in Milaan, toen keuze Gejus van der Meulen om studieredenen verstek liet.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is watermark-2.png

De jonge Leo Halle kreeg door zijn heldenverrichting in San Siro de bijnaam ‘Leeuw van Milaan’, later omgedoopt tot ‘Leeuw van Deventer’, maar het duurde daarna ruim zes jaar voor hij opnieuw een kans kreeg.  Dat Leo Halle pas in het late najaar van 1934 aan zijn tweede interland toekwam, was geen gebrek aan talent. Hij werd het slachtoffer van intriges. Met de Feyenoord-doelman Adri van Male was hij de man achter Van der Meulen, die eind 1933 na 53 interlands officieel afscheid had genomen, maar voor het WK in 1934 toch terugkeerde.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Bij-een-Belgische-aanval-bijt-doelman-Leo-Halle-in-het-zand.-Op-de-achtergrond-Bertus-Caldenhove.-Nederland-België-4-2-gespeeld-op-31-maart-1935-in-het-Olympisch-Stadion-te-Amsterdam..jpg
Bij een Belgische aanval bijt doelman Leo Halle in het zand. Op de achtergrond Bertus Caldenhove. Nederland – België (4-2), gespeeld op 31 maart 1935 in het Olympisch Stadion te Amsterdam.

Dat WK werd een afknapper. Nederland kon na een duel retour. Het derde en beslissende doelpunt van de Zwitsers was een afstandsschot, van zo’n 25 meter. Leo Halle herinnerde zich later: ‘Ik zie het nog voor me. Verdomme dacht ik toen, die bal zou ik hebben gehouden.’ Halle kon zich ook later nooit verenigen met de gang van zaken die hem een rol van bankzitter opleverde. Hij schreef het toe aan iets typisch vooroorlogs: het standsverschil. ‘Van der Meulen was een dokterszoontje, ik zat op de vrachtwagen. Dat was het verschil.’ Na de WK-mislukking werd Halle wel de eerste keeper van Nederland. Hij zou dat tot eind 1937 blijven, maar werd geveld door een ernstige ziekte. In januari 1936 stond in Parijs de deur van de kleedkamer te lang open. Het Nederlands elftal had met 6-1 gewonnen en de Nederlandse gezant kwam zijn felicitaties overbrengen. Halle was doorweekt geweest en liep een dubbele longontsteking op. Het land hield het hart vast. De nationale doelman was 49 dagen ernstig ziek, hij verloor zijn haardos en ondanks een terugkeer op het hoogste niveau was hij het ware vertrouwen kwijt. Hij was angstig om kou te vatten. ‘Als er een bui in de lucht hing, was ik daar drukker mee dan met de wedstrijd. Dan raakte ik de concentratie helemaal kwijt.’

Bij een Belgische aanval bijt doelman Leo Halle in het zand. Op de achtergrond Bertus Caldenhove. Nederland – België (4-2), gespeeld op 31 maart 1935 in het Olympisch Stadion te Amsterdam.

Nederlands elftal – België 4-2 Staand, vanaf links Bertus Caldenhove, Leo Halle, Bas Paauwe, Frank Wels, Beb Bakhuys 3x en Kick Smit. Voorste rij Koos van Gelder, Sjef van Run, Puck van Heel, Wim Lagendaal 1x en Wim Anderiesen.

Halle was met de longaandoening zijn oerkracht kwijt geraakt. Hij was een reus van een kerel, 1 meter 88 lang en honderd kilo zwaar. Hij had een vierkante borstkas en handen als kolenschoppen. Als international werd hij wekelijks getraind door Bob Glendenning, de bondstrainer. In de lunchpauze van anderhalf uur werd Halle afgebeuld. Als hij bij VUC de bondstraining meemaakte, dan kwam hij om twee uur ’s nachts pas thuis. Halle had energie voor drie. In 1942 stopte Leo Halle, na bijna 450 duels voor Go Ahead en vijftien interlands. Hij kon contracten tekenen in het buitenland, maar deed het nooit. Leo Halle kon niet buiten Deventer. In de koekstad was hij een legende.

Na de oorlog kwam er weer vaart in de club en in 1948 werd Go-Ahead voor de zestiende keer Oostelijk kampioen, het zou tevens de laatste keer zijn omdat daarna voor een andere competitie-indeling werd gekozen door de KNVB. In de strijd om het landskampioenschap met de overige regionale kampioenen eindigde de club dat jaar achter BVV en Heerenveen als derde. De vijftiger jaren werden misschien wel de meest bewogen jaren in de geschiedenis van de club. In 1953 en 1954 stak het betaalde voetbal de kop op. In 1956 startte “Go-Ahead Betaald Voetbal” in de 2e Divisie en in 1959 volgde promotie naar de 1e Divisie. Maar in 1959 werd, na kampioen ’t Gooi, promotie naar de Eerste divisie afgedwongen.

De selectie van Go-Ahead uit 1959. Boven: Herman Strokappe, Jan ten Wolde, Dick Faber, Adrie Meulenbrug, Gerrit de Groote, Tonny Hulsegge, Henk Weimer en Marinus Kosters. Onder: Henk Hendriks, Jan Groninger, Joop Butter, Willy Mos, Henk van Brussel, Gerrit Niehaus en Joop Smit.

In 1963 tikte de club de top aan van het Nederlands betaald voetbal, de Eredivisie. In de vierentwintig jaren die volgden bleef de club op het hoogste niveau uitkomen. Vooral in de tweede helft van de jaren zestig deed Go Ahead het goed in de Eredivisie. Zo eindigde het van 1966 tot en met 1969 viermaal op rij in de top vijf met als hoogtepunt 1968 toen het achter Ajax en Feijenoord als derde eindigde.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is affiche.jpg

Ook in het bekertoernooi kende Go Ahead in die periode successen. Zo haalde het van 1965 tot en met 1968 viermaal op rij de halve finale. Die van 1966, 1967 en 1968 werden verloren, maar in 1965 haalde Go Ahead wel de finale. Deze werd met 1-0 verloren van Feyenoord, maar omdat Feyenoord ook landskampioen was, mocht Go Ahead toch Europees voetbal spelen.

Aanvoerders Gerard Somers versus Billy MC Neill 29 september 1965

Go Ahead: Schots en scheef gespeeld

In de eerste ronde werd de latere  Europacup I winnaar geloot, Celtic FC. Naar de thuiswedstrijd,  29 september 1965, kwamen de meeste toeschouwers ooit, 25.000, kijken. Vlak voor deze wedstrijd kreeg het stadion kunstlicht. De vier hoogspanningsmasten werden uit een weiland in de buurt van Terwolde gehaald. “Een hoogtepunt voor de club en een feest voor het publiek. Je hoort de mensen er nog over praten.” Wie Gerard Somer, oud-speler van Go Ahead, hoort praten, denkt niet direct aan een duel dat met 0-6 verloren ging. En toch is het een van de meest memorabele wedstrijden in de historie van Go Ahead. Somer is stellig. “In Deventer wisten ze niets over de komende opponent.

Go Ahead doelman Nico v Zoghel verslagen bij één van de zes doelpunten.

De club vertrouwde op KNVB-scout Van Es, die met geruststellende mededelingen terugkwam uit Schotland. Hij zei: ‘Celtic is een ploeg met alleen maar hardlopers, ze kunnen niet voetballen.’ Nou, dat hebben we geweten.”  “Het was onvoorstelbaar”, herinnert Somer zich. “We werden totaal verrast.” Ook Wietse Veenstra, de nummer 10, is duidelijk in zijn oordeel. “We werden van het kastje naar de muur gestuurd. Ik geloof dat niemand goed voetbalde.” 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is download-1-1.jpg

,,We hadden ze een beetje onderschat, maar toen we daar achter kwamen stond het al 0-3″, weet doelman Nico van Zoghel nog. ,,We wilden opportunistisch spelen en voor de overwinning gaan, maar dat viel tegen.” Go Ahead wist zich geen raad met John Hughes – alias Yogi Bear – en Jimmy Johnstone, de rappe buitenspelers van de Schotse ploeg. Van Zoghel: ,,Het was een kansloze missie. We wisten niet wat ons te wachten stond, heel frustrerend.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is GW548H726.jpg

De nederlaag in Deventer was een dure les voor de Go Ahead-selectie, die bij de return in Glasgow beter aan de start verscheen en de schade daar tot 1-0 wist te beperken. Achteraf bezien was de Schotse tegenstander een sterrenploeg in wording. Immers, anderhalf jaar later won Celtic de Europa Cup 1. 

Frantisek Fadrhonc: Trainer: ‘Totaalvoetbal’.

In de jaren ’50 zakte Go-Ahead sportief ver af, zelfs tot in de Tweede Divisie van het toen net ingevoerde betaalde voetbal. Pas halverwege de jaren ’60 kwam er iets van de oude glorie terug. Dat gebeurde onder leiding van trainer František Fadrhonc geboren in het Tsjechische Nymburk.
Na de communistische machtsovername in 1948 in zijn vaderland vluchtte Fadrhonc met zijn vrouw Vera naar het westen. Via Oostenrijk kwam hij in 1949, door bemiddeling van nota bene KNVB-voorzitter Karel Lotsy, in Nederland terecht. Hij werd trainer van Willem II en voerde de club zowel in 1952 als in 1955 naar het landskampioenschap. Een seizoen later stapte hij over naar Sportclub Enschede. Daar wist hij die prestatie in 1958 bijna te herhalen. Pas na een beslissingswedstrijd ging de titel naar DOS. In 1961 is het manager Willem Beltman naar Go-Ahead gekomen om de club op koers. Het stadion werd uitgebreid, het jeugdinternaat geopend, en de club kreeg voor die tijd ultramoderne medische voorzieningen.

Vanaf de jaren zestig is de club baanbrekend met het jeugdinternaat, opgezet door trainer Frantisek Fadrhonc. Door de jaren heen brengt de school grote talenten voort. Fadrhonc was academisch geschoold aan de Karelsuniversiteit in Praag, gepromoveerd in de sportwetenschappen. Sportinstructeur aan de universiteit en daarnaast als masseur verbonden aan het Tsjechoslowaakse nationale voetbalelftal. Fadrhonc had oog voor talent en was een echte vaderfiguur voor jonge spelers. Ook bij 1e divisionist Go-Ahead was hij succesvol. Hij promoveerde door een tweede plaats op de ranglijst meteen al in zijn eerste seizoen naar de Eredivisie. Daarmee bracht hij Go-Ahead na een afwezigheid van acht jaar terug op hoogste niveau. Toonaangevende spelers bij die geleidelijke opmars waren Joop Butter, Henk van Brussel en Gerrit Niehaus, die alle drie al vanaf het eind van de jaren ’50 in het eerste team uitkwamen.

Go Ahead in 1966. Achteraan vanaf links: Peter Ressel, Gerard Somer, Isie Greving, Henk Warnas, Joop Butter en Nico van Zoghel. Vooraan: Gerrit Niehaus, Gerard Wüsteveld, Wietze Veenstra, Pleun Strik en Cor Adelaar. – © FOXSports.NL

Fadrhonc is de enige coach die voor Europees voetbal in Deventer zorgde. Het avontuur was wel van korte duur. Het Schotse Celtic was oppermachtig. Henk Warnas werd de eerste naoorlogse international namens Go-Ahead (vijf interlands). Ook Wietse Veenstra (drie keer) en Nico Rijnders (twee) haalden als speler van Go-Ahead Oranje.

Rinus Michels en Frantisek Fadrhonc krijgen een koninklijk lintje.

Trainer Fadrhonc vertrok in 1970 naar Zeist waar hij Georg Kessler opvolgde als bondscoach van het Nederlands elftal. Ook in die hoedanigheid leverde hij een bijzondere prestatie. Hij werd de eerste coach na de Tweede Wereldoorlog die Nederland naar een WK leidde. Op dat WK (van 1974 in West-Duitsland) kreeg hij Barcelona-coach Rinus Michels echter als supervisor boven zich. Het leverde Nederland achter gastheer West-Duitsland een nooit verwachte en nog altijd legendarische tweede plaats op.

Niet Rinus Michels maar dr. Frantisek Fadrhonc is de geestelijk vader van het totaalvoetbal dat Oranje in 1974 aan de wereld presenteerde. Dat stelt sporthistoricus Thijs van Kemmeren uit Goirle. Als er iets heeft bijgedragen aan het ‘Deventer gevoel’, is het wel de voetbalclub Go Ahead, in de volksmond ‘Kowet’ genoemd. De voetbaltrots was een echte arbeidersclub, zoals Deventer een echte arbeidersstad was.

Dank aan de Deventer stichting ‘Niet te Kraken’ voor de historische info. Clublied Go Ahead ‘Niet te kraken’.