Go Ahead

Go Ahead: Een volksclub aan de oever van de IJssel.

In één van de zalen van de Volksbond(de vereniging tegen drankmisbruik) in Deventer, werd op 2 december 1902 de oprichtingsvergadering gehouden. Onder voorzitterschap van Leo zur Kleinsmiede, Karel Hollander en een aantal vrienden werd er voor naam Be Quick gekozen. Het voetbaltenue bestond uit rood-wit gestreepte shirts en zwarte broeken.

Tot de eerste leden behoorde ook de broer van Karel, radioverslaggever  Han Hollander. Het werd één der eerste volksclubs in Nederland daar waar over het algemeen elitaire verenigingen aan sport deden.

De vereniging verschiet van kleur en naam.

In het seizoen 1903-1904 speelde de club in de Apeldoornse Voetbalbond, een jaar later in de Zutphense Voetbalbond. In 1905 werd Be Quick toegelaten tot de N.V.B. onder de voorwaarde dat de naam werd veranderd, vanwege het bestaan van Be Quick Groningen. Er wordt gekozen voor de clubkleuren rood-geel. Go-Ahead begon op het UD veld en verhuisde in 1906 naar een veld in Diepenveen. Het eerste jaar, in de 2e klasse Oost C, was sportief gezien geen succes. Go-Ahead eindigde als laatste. Go Ahead keerde terug op een veld van UD aan de Ossenweerd in 1908, terug op de uiterwaarden van de IJssel. Sinds jaren heeft de vereniging moeilijkheden met haar terrein. Geen seizoen ging voorbij of de competitie werd vertraagd door de hoge stand van het IJsselwater en de ondergelopen velden van UD en Go Ahead. Toch viert de club hier zijn eerste successen. 

De Deventer UD van 1875 is een gelouterde club, die in 1908 als oostelijk kampioen al speelt om de landstitel, Go-Ahead komt net kijken. Het is ook de sjieke club versus de ‘arbeidersclub’, die de neus aan het venster drukt. ,,Het waren mensen uit een andere sociale klasse en je kwam elkaar in het dagelijks leven toch weer tegen”, zo verklaart UD archivaris Louk Hartong de vriendelijkheid over en weer.

7 december van 1908 werd het nieuwe terrein aan de uiterwaarden van de IJssel met de wedstrijd Go Ahead versus Phenix uit Enschede 2-2. Beide clubs poseerden voor de wedstrijd onder de spoorbrug.

De eerste tien jaren van Go-Ahead voltrokken zich in voor en tegenspoed. De aanloop strubbelingen versterkten het doorzettingsvermogen om tot organisatorisch en sportief succes te komen. Go-Ahead is dan ook een toepasselijk naam die eer doet aan het clubkarakter. Bij de eerste stads-derby op 17 december 1911 waren 5000 toeschouwers aanwezig. Go Ahead – UD was met 0-1 nog een prooi voor de rivaal. In de loop van het seizoen wisten de rood-gelen met 1-3 revanche te nemen en verdere successen van Go-Ahead lagen op de loer.

18 december 1911: Het Nieuws van de Dag Courant.

1902/1911: Stap voor stap hogerop.

Na de oprichting in 1902 en de eerste regionale gewenningsjaren stapte Go Ahead in 1905 de 2e Klasse binnen. Om vervolgens in het seizoen 1910/1911 te promoveerde naar de Oostelijke Eerste Klasse. Dit dankzij een 1-3 overwinning op 23 april 1911 tegen ZAC uit Zwolle.

24 april 1911: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant

In de 1e Klasse presteert Go Ahead voorspoedig. Met achtereenvolgend een 5e, 6e, 5e en 2e plaats kan groot succes niet lang uitblijven. 

1916: Klassenstrijd tussen twee culturen.

In 1915/1916 pakt Go Ahead, voor het eerst de oostelijke titel, door na een spannende tweestrijd met Quick Nijmegen uiteindelijk de hoofdprijs te pakken. In een onderling duel in Deventer valt de beslissing als Go Ahead met 1-0 wint. Go Ahead is daarmee de eerste volksclub die zich tussen de elite mengt. En dat is voor sommige volgers even wennen, zoals blijkt uit onderstaand citaat na de wedstrijd tegen Quick (naar alle waarschijnlijkheid van een correspondent uit het Nijmeegse kamp): “En dan mag niet onvermeld blijven (…) dat deze voetbalwedstrijd alleszins stond in het teken van de klassenstrijd. Dat bleek reeds bij aankomst van de spelers per auto op het terrein, dat bleek tijdens het spel waarbij de „patriciërs” onder de 4500 kijkers zich menige onvriendelijkheid van de zijde der „plebejers” te getroosten hadden, en dat bleek bovenal na afloop van de wedstrijd toen de aanhangers der overwinnaars het geoorloofd achtten de overwonnenen te honen en uit te jouwen op een wijze het voetbalspel, Go Ahead en Deventer onwaardig.”

1916: Go Ahead gaat nu voor de landstitel.

1 juni 1916. Het voetbaleftal van Go Ahead dat het kampioenschap van Nederland verloor aan Willem II (uitslag 0-1). Willekeurige volgorde: Zandvliet, Pijpenbroek Sr. Oosterenk, Haes Sr., W. Koster, F. Kolkman, Nijenhuis, van de Waarde, Korenblik, B. Haes, en Koopman.

Een week later maakt Go Ahead het, overigens na een zeer moeizame 4-3 zege, af tegen Be Quick. Waarna er wedstrijden met de andere regionalen om de landstitel word gespeeld. De rood-gele brigade mag hardop dromen van de landstitel als het na drie wedstrijden en een knappe 3-0 zege op Sparta de titel voor het grijpen heeft. In de laatste wedstrijd gaat het op eigen veld echter fout tegen Willem II (0-1) waardoor de Tilburgers hun eerste landstitel opeisen.

2 juni 1916: Haarlem’s Dagblad

1917: Go Ahead wordt voor de 1e maal Nederlands kampioen

5 juni 1917: Goessche Courant

In 1917 werd DVV Go-Ahead voor het eerst kampioen van Nederland. De Deventenaren nemen de goede vorm mee naar de kampioenscompetitie en morsen alleen tegen Willem II een puntje. In de thuiswedstrijd tegen de grootste concurrent UVV maakt de selectie geen fout (2-0), waardoor één jaar na het zuiden ook het oosten eindelijk de eerste landskampioen aflevert. Doelpuntenmakers Jaap Nijenhuis en Bertus Haes maken het feest in Deventer compleet. Het is opnieuw een bewijs dat het niveau van het voetbal over het hele land beter wordt.Het kampioenschap van het seizoen 1916/1917 heeft niet alleen sportieve waarde, maar is ook van cultuurhistorisch belang.

Boven: de spelers, A. Pijpenbroek, doelman J. Zandvliet en J. Oostenenk. Middelste rij: E, Haes, Miller en F, Kolkman. Oneraan: J, Nijenhuis, Van der Waarde, J. R. Pijpenbroek, B. Haes en Wessels.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 001-3_52_orig.jpg
De aanvoerder van Go Ahead Eagles F. Kolkman, voor de de wedstrijd Ajax-Go Ahead Eagles (uitslag 0-0), om het kampioenschap van Nederland, Amsterdam, Nederland  18 mei 1919.
1919: De aanvoerder F. Kolkman
12 juni 1917: Goessche Courant.

Go-Ahead won als eerste Nederlandse volksclub de nationale voetbaltitel, waarmee de macht van elitaire clubs als HVV uit Den Haag en RAP Amsterdam was gebroken. Het was niets minder dan een sportieve en sociale revolutie, die in Deventer begon, en de weg vrijmaakte voor volksclubs als Feyenoord, Blauw-Wit en DWS. In 1920 neemt de ploeg. De Adelaarshorst als thuisbasis in gebruik. Tot op de dag van vandaag wordt op deze locatie gespeeld.

1922: Go Ahead voor de 2e maal Nederlands kampioen.

Voor de zevende keer op rij is Go Ahead, in het seizoen 1921/1922, de sterkte ploeg van het oosten, maar het kost dit keer een stuk meer moeite om het kampioenschap binnen te halen. Pas in het onderlinge duel tegen HVV Hengelo weet Go Ahead dankzij een 2-0 overwinning een gaatje te slaan ten opzichte van de Hengeloërs en de andere concurrent, stadgenoot UD. De titel wordt officieel veiliggesteld na een moeizaam 1-1 gelijkspel bij ZAC in Zwolle. Op 12 juni 1921 debuteert Gerrit Hulsman in het Nederlands elftal uit tegen Denemarken 1-1. In het totaal werd Gerrit drie keer uitgenodigd voor Oranje.

Ook in de strijd om de landstitel zijn de krachtsverschillen minimaal. Go Ahead presteert wisselvallig, maar dwingt door een zege op Blauw Wit in de laatste ronde toch een beslissingsduel af. Op 9 juli 1922 op het gemeentelijk sportpark Hilversum is de Deventer ploeg na verlenging uiteindelijk met 1-0 te sterk door een doelpunt van Jan Pijpenbroek. Een reportage in beeld/zonder geluid van deze match geeft goed de sfeer weer uit een hele andere tijd. Go Ahead kan na een lang seizoen de tweede landstitel vieren.

10 juli 1922: De Gelderlander.

Go-Ahead herhaalde de regiokampioenschappen in 1922, 1930 en 1933. Op 25 maart 1923 strijdt de club na een behaalde regiokampioenschap o.a. tegen Be Quick om de landstitel. Daarvan zijn beelden uit het Eye archief.

1930: De landstitel halen zonder trainer.

2 juni 1930: Leeuwarder Courant.

In de periode 1929/1930 werd de derde en in 1932/1933 behaalde Go Ahead zijn 4e en laatste landstitel. Vanaf de begin jaren twintig kwamen Go-Ahead spelers ook in aanmerking voor het Nederlands elftal zoals Jan Halle, doelman Leo Halle, W. Roetert, Jan de Kreek en Gerrit Hulsman.

1931: Jan de Kreek
De kampioensploeg van Go Ahead in 1933 op de gewonnen Tesor-fietsen. Leo Halle in keeperstrui.

In de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog in was Go Ahead veruit de meest succesvolle ploeg in de Oostelijke competitie. Het werd in die periode vijftien keer regiokampioen. Van 1916 tot en met 1923 won het de titel zelfs achtmaal op rij. Het laatste vooroorlogse Oostelijke kampioenschap werd in 1937 gehaald. Daarna ging het minder. In 1940/1941 degradeerde de club naar de 2e klasse. Het jaar erop promoveerden ze weer terug.

Clubicoon Leo Halle: ‘De Legende’

Leonhard Herman Gerrit Halle geboren te Deventer op 26 januari 1906 is de legendarische doelman van Go Ahead. Daarnaast kende hij een hoogst merkwaardige interlandloopbaan. Hij debuteerde in 1928, in Milaan, toen keuze keeper Gejus van der Meulen om studieredenen verstek liet. De jonge Leo Halle kreeg door zijn heldenverrichting in San Siro de bijnaam ‘Leeuw van Milaan’, later omgedoopt tot ‘Leeuw van Deventer’, maar het duurde daarna ruim zes jaar voor hij opnieuw een kans kreeg.  

Dat Leo Halle pas in het late najaar van 1934 aan zijn tweede interland toekwam, was geen gebrek aan talent. Hij werd het slachtoffer van intriges. Met de Feyenoord-doelman Adri van Male was hij de man achter Van der Meulen, die eind 1933 na 53 interlands officieel afscheid had genomen, maar voor het WK in 1934 toch terugkeerde. Dat WK werd een afknapper. Nederland kon na een duel retour. Het derde en beslissende doelpunt van de Zwitsers was een afstandsschot, van zo’n 25 meter. Leo Halle herinnerde zich later: ‘Ik zie het nog voor me. Verdomme dacht ik toen, die bal zou ik hebben gehouden.’ Halle kon zich ook later nooit verenigen met de gang van zaken die hem een rol van bankzitter opleverde.

Hij schreef het toe aan iets typisch vooroorlogs: het standsverschil. ‘Van der Meulen was een dokterszoontje, ik zat op de vrachtwagen. Dat was het verschil.’ Na de WK-mislukking werd Halle wel de eerste keeper van Nederland. Hij zou dat tot eind 1937 blijven, maar werd geveld door een ernstige ziekte. In januari 1936 stond in Parijs de deur van de kleedkamer te lang open. Het Nederlands elftal had met 6-1 gewonnen en de Nederlandse gezant kwam zijn felicitaties overbrengen. Halle was doorweekt geweest en liep een dubbele longontsteking op. Het land hield het hart vast. De nationale doelman was 49 dagen ernstig ziek, hij verloor zijn haardos en ondanks een terugkeer op het hoogste niveau was hij het ware vertrouwen kwijt. Hij was angstig om kou te vatten. ‘Als er een bui in de lucht hing, was ik daar drukker mee dan met de wedstrijd. Dan raakte ik de concentratie helemaal kwijt.’

1934. Nederlands elftal – België 4-2 Staand: Bertus Caldenhove, Leo Halle, Bas Paauwe, Frank Wels, Beb Bakhuys 3x en Kick Smit. Zittend: Koos van Gelder, Sjef van Run, Puck van Heel, Wim Lagendaal 1x en Wim Anderiesen.
31 maart 1935. Doelman Leo Halle bijt in het zand. Op de achtergrond Bertus Caldenhove.

Halle was met de longaandoening zijn oerkracht kwijt geraakt. Hij was een reus van een kerel, 1 meter 88 lang en honderd kilo zwaar. Hij had een vierkante borstkas en handen als kolenschoppen. Als international werd hij wekelijks getraind door Bob Glendenning, de bondstrainer. In de lunchpauze van anderhalf uur werd Halle afgebeuld. In 1942 stopte Leo Halle, na bijna 450 duels voor Go Ahead en vijftien interlands. Hij kon contracten tekenen in het buitenland, maar deed het nooit. Leo Halle kon niet buiten Deventer. Daar in zijn geboortestad overleed Leo Halle op 15 juni 1992.

1943: Oprichter en radiostem Han Hollander vergast in Sobibor.

De Joodse Han Hollander kwam uit Deventer en werd toevallig een idool. Toen hij in het begin van de twintigste eeuw in dienst zat, vertelde hij vaak op de rand van zijn brits fascinerende verhalen over voetbalwedstrijden die hij gezien had. Oude dienstkameraad Willem Vogt nodigde hem uit In maart 1928 verzorgt Hollander zijn eerste radioverslag van de voetbalinterland Holland – België. Hollander was daarvoor gevraagd door zijn oude dienstkameraad Willem Vogt, omdat Hollander zo smakelijk over sport kon vertellen. Han Hollander bezat het talent om de radioluisteraar zo te laten meeleven dat hij er als het ware zelf bij was. Hollander was niet alleen rap van tong, hij kon ook heel beeldend spreken. In 1936 verzorgde Hollander het radioverslag van de Olympische Spelen van Berlijn en ontving nadien van Hitler een persoonlijk ondertekende oorkonde als dank voor zijn bijdrage aan het succes van de Spelen. Han in volle concentratie geeft een beeldend verslag in 1937 voor het medium de radio. In mei 1940 werd Hollander bij de AVRO de laan uitgestuurd omdat de directeur Willem Vogt ‘de Duitsers niet voor het hoofd wilde stoten’ met een Joodse verslaggever. 


Han Hollander (met bal) en Willem Vogt op 11 maart 1928

Het ontslag betekende ook het eind van de loopbaan van de welbespraakte verslaggever. Hollander waande zich onkwetsbaar door de dankbetuiging die hij van Hitler persoonlijk had ontvangen. Hem kon niets gebeuren, hij hoefde niet te vrezen voor deportatie. Toen zijn dochter echter werd gearresteerd, meldde Hollander zich bij de bezetter en het gezin werd naar Westerbork gedeporteerd van daaruit werd hij met vrouw en dochter op transport gezet naar Sobibor. Op 9 juli 1943 kwamen zij daar direct na aankomst om het leven door vergassing. Niemand van dit transport heeft het overleefd. Bron: Historiek.net . Daarnaast kende Go Ahead nog eens vijftien spelers die dodelijk slachtoffer werden van het Duitse regiem. Bron: Sporthistoricus Jurryt van Vooren.

Go Ahead na de bezetting.

Na de oorlog kwam er weer vaart in de club en in 1947/1948 werd Go-Ahead voor de zestiende keer Oostelijk kampioen, het zou tevens de laatste keer zijn mede door een andere competitie-indeling. In de strijd om het landskampioenschap met de overige regionale kampioenen eindigde de club dat jaar achter BVV en Heerenveen als derde.

1947: Spelersnamen nog onbekend.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-29.png
1955: Sigarenbandje

De vijftiger jaren werden misschien wel de meest bewogen jaren in de geschiedenis van de club. In 1954/1955 startte het betaalde voetbal met Go Ahead in de 1e klasse A. De schrik zat er goed in bij de Deventer ploeg als het op een laatste plaats eindigt. Als de club in de periode 1955/1956 opnieuw in het onderste deel eindigt wordt het vervolgens ingedeeld in de 2e Divisie. Het kon zelfs nog troostelozer. Aan de onderkant van het semi-prof gilde zat er niet meer dan een dertiende plek in. Een dieptepunt in de Go Ahead historie. Door in de laatste wedstrijd plots overtuigend uit te halen wist de de club Zwartemeer en de laatste plaats op één punt aan Enschedese Boys te laten.

20 mei 1957: Provinciale Drentsche en Asser courant

Go Ahead op de weg terug.

1959. Boven: Herman Strokappe, Jan ten Wolde, Dick Faber, Adrie Meulenbrug, Gerrit de Groote, Tonny Hulsegge, Henk Weimer en Marinus Kosters. Onder: Henk Hendriks, Jan Groninger, Joop Butter, Willy Mos, Henk van Brussel, Gerrit Niehaus en Joop Smit.

Pas in 1958/1959 zit er weer perspectief in de vereniging en promoveert het naar de 1e divisie. In 1962/1963 sluit de club weer zoals voorheen aan bij de top van het Nederlands betaald voetbal de Eredivisie. In de vierentwintig jaren die volgden bleef de club op het hoogste niveau uitkomen. Vooral in de tweede helft van de jaren zestig deed Go Ahead het goed in de Eredivisie. Zo eindigde het van 1966 tot en met 1969 viermaal op rij in de top vijf met als hoogtepunt 1968 toen het achter Ajax en Feijenoord als derde eindigde.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is affiche.jpg

Ook in het bekertoernooi kende Go Ahead in die periode successen. Zo haalde het van 1965 tot en met 1968 viermaal op rij de halve finale. Daarin werd in de semi-finale van 1966, 1967 en in 1968 verloren. In 1965 haalde Go Ahead wel de finale. Deze werd met 1-0 verloren van Feyenoord, maar omdat Feyenoord ook landskampioen was, mocht Go Ahead toch Europees voetbal spelen.

31 mei 1965: Limburgsch Dagblad.

1965: Op Europees avontuur Schots en scheef gespeeld

Aanvoerders Gerard Somers versus Billy MC Neill 29 september 1965

In de eerste ronde werd de latere  Europacup I winnaar geloot, Celtic FC. Naar de thuiswedstrijd,  29 september 1965, kwamen de meeste toeschouwers ooit, 25.000, kijken. Vlak voor deze wedstrijd kreeg het stadion kunstlicht. De vier hoogspanningsmasten werden uit een weiland in de buurt van Terwolde gehaald. “Een hoogtepunt voor de club en een feest voor het publiek. Je hoort de mensen er nog over praten.” Wie Gerard Somer, oud-speler van Go Ahead, hoort praten, denkt niet direct aan een duel dat met 0-6 verloren ging. En toch is het een van de meest memorabele wedstrijden in de historie van Go Ahead. Somer is stellig. “In Deventer wisten ze niets over de komende opponent.

De club vertrouwde op KNVB-scout Van Es, die met geruststellende mededelingen terugkwam uit Schotland. Hij zei: ‘Celtic is een ploeg met alleen maar hardlopers, ze kunnen niet voetballen.’ Nou, dat hebben we geweten.”  “Het was onvoorstelbaar”, herinnert Somer zich. “We werden totaal verrast.” Ook Wietse Veenstra, de nummer 10, is duidelijk in zijn oordeel. “We werden van het kastje naar de muur gestuurd. Ik geloof dat niemand goed voetbalde.” 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is download-1-1.jpg
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is GW548H726.jpg

,,We hadden ze een beetje onderschat, maar toen we daar achter kwamen stond het al 0-3″, weet doelman Nico van Zoghel nog. ,,We wilden opportunistisch spelen en voor de overwinning gaan, maar dat viel tegen.” Go Ahead wist zich geen raad met John Hughes – alias Yogi Bear – en Jimmy Johnstone, de rappe buitenspelers van de Schotse ploeg. Van Zoghel: ,,Het was een kansloze missie. We wisten niet wat ons te wachten stond, heel frustrerend.”

De nederlaag in Deventer was een dure les voor de Go Ahead-selectie, die bij de return in Glasgow beter aan de start verscheen en de schade daar tot 1-0 wist te beperken. Achteraf bezien was de Schotse tegenstander een sterrenploeg in wording. Immers, anderhalf jaar later won Celtic de Europa Cup 1. 

1962/1970: Clubicoon trainer Frantisek Fadrhonc: Totaalvoetbal.

František Fadrhonc

In de jaren ’50 zakte Go-Ahead sportief ver af, zelfs tot in de 2e divisie van het toen net ingevoerde betaalde voetbal. Pas halverwege de jaren ’60 kwam er iets van de oude glorie terug. Dat gebeurde onder leiding van trainer František Fadrhonc geboren in het Tsjechische Nymburk.
Na de communistische machtsovername in 1948 in zijn vaderland vluchtte Fadrhonc met zijn vrouw Vera naar het westen. Via Oostenrijk kwam hij in 1949, door bemiddeling van nota bene KNVB-voorzitter Karel Lotsy, in Nederland terecht. Hij werd trainer van Willem II en voerde de club zowel in 1952 als in 1955 naar het landskampioenschap. Een seizoen later stapte hij over naar Sportclub Enschede. Daar wist hij die prestatie in 1958 bijna te herhalen. Pas na een beslissingswedstrijd ging de titel naar DOS. In 1961 is het manager Willem Beltman naar Go-Ahead gekomen om de club op koers. Het stadion werd uitgebreid, het jeugdinternaat geopend, en de club kreeg voor die tijd ultramoderne medische voorzieningen.

Vanaf de jaren zestig is de club baanbrekend met het jeugdinternaat, opgezet door trainer Frantisek Fadrhonc. Door de jaren heen brengt de school grote talenten voort. Fadrhonc was academisch geschoold aan de Karelsuniversiteit in Praag, gepromoveerd in de sportwetenschappen. Sportinstructeur aan de universiteit en daarnaast als masseur verbonden aan het Tsjechoslowaakse nationale voetbalelftal. Fadrhonc had oog voor talent en was een echte vaderfiguur voor jonge spelers. Ook bij 1e divisionist Go-Ahead was hij succesvol. Hij promoveerde door een tweede plaats op de ranglijst meteen al in zijn eerste seizoen naar de Eredivisie. Daarmee bracht hij Go-Ahead na een afwezigheid van acht jaar terug op hoogste niveau. Toonaangevende spelers bij die geleidelijke opmars waren Joop Butter, Henk van Brussel en Gerrit Niehaus, die alle drie al vanaf het eind van de jaren ’50 in het eerste team uitkwamen.

Go Ahead in 1966. Achteraan vanaf links: Peter Ressel, Gerard Somer, Isie Greving, Henk Warnas, Joop Butter en Nico van Zoghel. Vooraan: Gerrit Niehaus, Gerard Wüsteveld, Wietze Veenstra, Pleun Strik en Cor Adelaar.

Fadrhonc is de enige coach die voor Europees voetbal in Deventer zorgde. Het avontuur was wel van korte duur. Het Schotse Celtic was oppermachtig. Henk Warnas werd de eerste naoorlogse international namens Go-Ahead (vijf interlands). Ook Wietse Veenstra (drie keer) en Nico Rijnders (twee) haalden als speler van Go-Ahead Oranje.

Rinus Michels en Frantisek Fadrhonc krijgen een koninklijk lintje.

Trainer Fadrhonc vertrok in 1970 naar Zeist waar hij Georg Kessler opvolgde als bondscoach van het Nederlands elftal. Ook in die hoedanigheid leverde hij een bijzondere prestatie. Hij werd de eerste coach na de Tweede Wereldoorlog die Nederland naar een WK leidde. Op dat WK (van 1974 in West-Duitsland) kreeg hij Barcelona-coach Rinus Michels echter als supervisor boven zich. Het leverde Nederland achter gastheer West-Duitsland een nooit verwachte en nog altijd legendarische tweede plaats op.

Niet Rinus Michels maar dr. Frantisek Fadrhonc is de geestelijk vader van het totaalvoetbal dat Oranje in 1974 aan de wereld presenteerde. Dat stelt sporthistoricus Thijs van Kemmeren uit Goirle. Als er iets heeft bijgedragen aan het ‘Deventer gevoel’, is het wel de voetbalclub Go Ahead, in de volksmond ‘Kowet’ genoemd. De voetbaltrots was een echte arbeidersclub, zoals Deventer een echte arbeidersstad was.

1969/1970 Staand: Doelman Nico v Zoghel, Henk Warnas, Dick Schneider, Gerard Sommer, Johnny Oude Wesselink, Koos Knoef. en Masseur v/t Veer. Zittend: Gerrit van Tilburg, Oeki Hoekema, Andrey v/d Ley, Kees Aarts en Jan Veenstra.

Op 1 juli 1971 ontstaat de naam Go Ahead Eagles. De profafdeling scheidt zich op dat moment af van de amateurtak, waardoor een nieuwe naam nodig is. De Britse trainer Barry Hughes komt met de toevoeging ‘Eagles’, welke wordt aangenomen door het bestuur. Met de nieuwe naam voor de club, veranderden er nog twee dingen. Het stadion kreeg de naam ‘Adelaarshorst’ en de clubkleuren werden aubergine-wit (zoals Anderlecht).

Clublied Go Ahead ‘Niet te kraken’.