Fortuna ’54

Fortuna 54 en de droom van Gied Joosten

Fortuna ’54 werd in 1954 zonder relatie, met een amateur vereniging, uit het niets opgericht door Gied Joosten. De oprichter was een flamboyante zakenman. Na de oorlog nam hij samen met zijn broers Jo en Jacques het Geleense aannemersbedrijfje van zijn vader over. In deze tijd van woningnood en wederopbouw had de NV Limburgse Bouwmaatschappij de wind in de zeilen; de betonmolens draaiden op volle toeren.  Geleen wordt gezien als de bakermat van het Nederlandse voetbal want Fortuna ’54 is de eerste professionele betaald voetbalclub van Nederland.  Gied Joosten zat al lang te broeden op dit plan en werd geïnspireerd door wat er in het buitenland allang gewoon was, een betaald voetbal competitie.

Watersnoodwedstrijd in beeld en geluid op 12 maart 1953 t.b.v. het Rampenfonds Zeeland.

Op 12 maart 1953 zat Gied Joosten op de tribune in Parijs voor een wedstrijd tussen in het buitenland spelende profs en het Franse nationale elftal. De opbrengst was bestemd voor het Rampenfonds voor het door watersnood getroffen Zeeland. Het Nederlandse gelegenheidselftal won met 2-1. Joosten sloot zich aan bij de Nederlandse Beroepsvoetbalbond een tegenhanger van de KNVB en werd voorzitter. De NBVB bestond uit 10 clubs: Alkmaar ’54, BVC Amsterdam, Fortuna ’54, BV De Graafschap, Den Haag, Rapid ’54, BVC Rotterdam,Twentse Profs, Utrecht, Sportclub Venlo ’54.De vereniging Fortuna ’54 trainden in het Geleense Burgemeester Damensportpark en stonden onder leiding van de Hongaar József Veréb.


  Shirt met Nederlandse driekleur

Fortuna speelde in een wit shirt met de Nederlandse driekleur in een horizontale baan op de borst en werden door internationaal befaamde clubs geïnviteerd. Dus naast de eigen competitie zorgden dit ook voor inkomsten. In het buitenland was men al veel verder dan ons land. In Geleen en bij de NBVB trotseerde men de banvloek van de KNVB. De bond hield het professionalisme tegen er van uitgaand dat je niet voor geld hoorde te spelen maar uit liefde voor je club, volk en vaderland. Buiten het zicht van de buitenwereld werd maandagavond 26 juli 1954 op het sportpark in Geleen onder spaarzaam licht de eerste betaald voetbaltraining in Nederland gehouden, clandestien. De selectie van Fortuna ’54 trainde onder leiding van de Hongaar Joszef Vereb. De toegangspoort tot het park was gesloten. Niemand kon erin en pottenkijkers waren niet gewenst. De KNVB mocht hier niets van weten, overtreders konden rekenen op lange schorsingen. De oprichter van Fortuna ’54, de zakenman Egidius ‘Gied’ Joosten zag dat de KNVB na enkele maanden de ontwikkelingen rond het semiprof voetbal niet verder kon tegen houden en zij zochten contact met de ‘wilde bond’.

Hans Hopster vice voorzitter van de KNVB en Gied Joosten rechts van de NBVB proosten op de overeenkomst.

Na over en weer wat stekeligheden kwam het tot een akkoord. De overeenkomst betekende dat de pas gestarte competitie in het najaar van 1954 werd afgebroken. De KNVB kwam na onderhandelingen met de NBVB overeen dat beider competities werden samengevoegd. In seizoen 1956/57 was Fortuna het dichtste bij het behalen van het landskampioenschap, toen het in de eindstand op twee punten achterstand van kampioen Ajax eindigde. In de daaropvolgende seizoenen eindigde de club als vierde en derde.

In 1958 werd de in 1926 opgerichte voetbalclub SV Maurits, de bedrijfsvoetbalclub van de eveneens in 1926 geopende Staatsmijn Maurits in Geleen, opgenomen in Fortuna ’54. SV Maurits was op dat moment de voornaamste bespeler van het Mauritsstadion en speelde ook meermaals op het hoogste zuidelijke voetbalniveau. Het stadion, in de wijk Lutterade, werd achtereenvolgens gespeeld door Maurits, de Geleense profclub Fortuna ’54 en de latere fusieclub FSC.

Het Mauritsstadion werd kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd voor de bedrijfsclub van de Staatsmijn Maurits. Op 14 augustus 1949 werd de opening verricht door Hans Hopster, de vicevoorzitter van de KNVB. Hierna speelden Maurits en het Belgische RFC Liégeois de openingswedstrijd. De club werd in 1950 afdelingskampioen, waardoor zij met vijf andere afdelingskampioenen mocht deelnemen aan de competitie om het landskampioenschap van Nederland.

De club degradeerde in 1954 echter uit de Eerste klasse. Maurits kwam vervolgens tot een overeenkomst met het door de Geleense bouwondernemer Egidius Joosten opgerichte Fortuna ’54 voor het gezamenlijke gebruik van het Mauritsstadion. 

In het euforische klimaat van de wederopbouw na de 2e wereldoorlog, verzinnebeeld door Fortuna, de Romeinse geluksgodin, voelde Joosten zich als een vis in het water. ‘Gied was een dynamische man met ideeën die twintig jaar vooruit lagen,’ zegt voormalig sportjournalist Nino Tomadesso. ‘Door de oorlog had hij het amerikanisme meegekregen. Twintig huizen was voor Gied te weinig; hij bouwde het liefst een hele stadswijk. Hij had als een van de eersten in Nederland een helikopter. Om tijd te winnen.’  Joosten bouwde het team op door verschillende gelouterde spelers naar Geleen te halen.

Omdat Fortuna’54 uit het niets is ontstaan en de geschiedenis nog geschreven moest worden werd er stevig geïnvesteerd. De grens ging open en vele internationals zoals Frans de MunckCor van der HartBram AppelBart CarlierHenk AngenentWim Huis en Faas Wilkes werden gecontracteerd , alsmede de Luxemburger Spitz Kohn en de Belg André Piters. Uit de eigen regio kwam international Jan Notermans en Jean Munsters. Trainer was de Oostenrijker Friedrich Donenfeld. Ondanks het semi-professionele karakter van het Nederlands betaald voetbal in deze periode, waren er voor deze spelers huizen beschikbaar en werden ze vaak goed beloond.

Fortuna ’54 seizoen 1956/57. Staand v.l.n.r. Trainer Friedrich Donnefeld, Jan Notermans,Jeu
Voncken, Frans de Munck, Arie Pieneman, Wim Dormans, Cor van der Hart.
Zittend v.l.n.r. Wim Huis, Bram Appel, Henk Angenent, André Raverstein, Bart Carlier. (Foto Delahaye Geleen. Collectie Notermans).

 Elke zondag bezocht het gezin Joosten de wedstrijden van Fortuna ’54. Als het team naar Joostens smaak ondermaats presteerde, stapte hij tijdens de rust de kleedkamer binnen. Zijn gebulder was tot op de tribune te horen. In 1957 was Fortuna ’54 de gedoodverfde kandidaat voor het landskampioenschap, maar eindigde als tweede. Ook in de volgende jaren slaagde de ploeg er niet in om de landstitel te behalen. In het seizoen 1959-1960 ontsnapte het sterrenelftal zelfs ternauwernood aan degradatie.  In de jaren zestig trad een teruggang in.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-73.png

Belangrijkste oorzaak was het overvolle programma: de competitie, de bekerwedstrijden, de Europacup, interlands en vooral de talrijke vriendschappelijke wedstrijden vergden veel energie. Fortuna was een gewilde sparringpartner voor buitenlandse topclubs. Het regende uitnodigingen voor vriendschappelijke wedstrijden van onder meer Real Madrid, Rio de Janeiro en Galatasaray. ‘Die jongens speelden soms drie of vier wedstrijden per week,’ zegt de toenmalige verzorger Jeu Jöris. ‘Ze reden duizenden kilometers van stad naar stad en van land tot land. Er waren soms maanden dat er niet getraind werd, alleen maar wedstrijden gespeeld. Dat was slopend.’  De vriendschappelijke ontmoetingen waren noodzakelijk om de begroting sluitend te krijgen, maar ze waren desastreus voor Fortuna’s prestaties. Vaak delfden de doodvermoeide Fortunezen het onderspit tegen degradatiekandidaten als Elinkwijk en Blauw-Wit. Van der Hart: ‘We accepteerden alles. In twaalf jaar heb ik ongeveer duizend wedstrijden voor Fortuna gespeeld voor een salaris van duizend gulden per maand. Twee keer tegen het grote Real Madrid voor een premie van 45 gulden bruto. Een enorme lacher, want er zaten 70.000 tot 80.000 mensen in het stadion. Men heeft zich aan ons verrijkt.’ 

Boven: J. Notermans, H. Weber, E. Belski, A. Pieneman, J, Munsters en C. v. d. Hart. Onder: R. Morond, M. Quanje, H. Angenent, H. Custers en J. Jongen. 1958/1959

De thuiswedstrijden waren met 20.000 toeschouwers bijna altijd uitverkocht. De NS zette extra materieel in om de supporters naar Geleen te vervoeren.  In 1956/57 won Fortuna ’54 in een bomvol en erg warm De Kuip in Rotterdam met 2-4 van Feijenoord. Hierbij de historische Polygoon filmbeelden die meestal in het bioscoopjournaal werden vertoond.

Beelden uit het Eredivisie archief van de eerste speeldag van het seizoen 1959-1960 in de Eredivisie: zondag 23 augustus 1959 met o.a. beelden van Volendam -DWS A 3-1, Ajax- NAC 3-0 Fortuna ’54 – PSV 0-2 en Feijenoord- Sparta 0-1.

Ook in  1963/64 won Fortuna ’54 de KNVB beker en speelde de club op 7 oktober 1964 Europacup II.

Fortuna ’54 wint op 21 april 1963 de derby tegen MVV Maastricht met 1-0. In het Maurits Stadion in Geleen scoort Sef Horsels het enige doelpunt. Opstelling Fortuna ’54: Piet Vogels, Willy Quadackers, Zef Mommertz (Wiel Smeets), Cor van der Hart, Jean Munsters, Jan Notermans, Anton Kohn, Pierre Custers, Michael Pfeiffer, Frans Rutten, Sef Horsels. De beelden zonder commentaar zijn afkomstig van de NTS/NOS.

Fortuna werd in de eerste ronde uitgeschakeld door Torino FC. In de International Football Cup 1965-66 bereikte de club de kwartfinale, die verloren werd van FC Lugano. In 1967 was er reeds sprake van een mogelijk samengaan met streekgenoot Sittardia, maar de fusie ketste af. Fortuna wist nieuwe financiële middelen aan te boren en droomde over een nieuwe succesperiode, mede omdat voormalige internationals Piet Giesen en Bert Theunissen inmiddels naar Geleen waren gekomen. Het seizoen 1967/68 verliep echter desastreus en eindigde met degradatie.

Fortuna fuseerde met het eveneens gedegradeerde Sittardia tot FSC. Omdat het hoger geëindigde Xerxes/DHC zich terugtrok uit het betaald voetbal, mocht FSC in de Eredivisie blijven.
Het betaald voetbal verkeert in een diepe crisis. Veel clubs hebben een miljoenenschuld en vechten tegen liquidatie. Het eerste slachtoffer van de verstrengeling van voetbal en bedrijfsleven was Fortuna ’54 uit Geleen. Door de ineenstorting van het bouwimperium van de flamboyante zakenman en voorzitter Egidius Joosten ging de club in 1968 jammerlijk ten onder.

Faas Wilkes 1961

In 1958 begon Joosten in Heerlen een eigen firma: de Vascomij NV. Hij wilde in de oostelijke mijnstreek op grote schaal goedkope huurwoningen bouwen. De Heerlense stadsbestuurders waren opgetogen, want er stonden achtduizend woningzoekenden op de wachtlijst. De ‘geniale betonconstructeur’ sloot miljoenendeals met de gemeente en stampte woonwijken, torenflats en winkelcentra uit de grond. Keer op keer klopte Joosten bij de gemeente aan voor garantieleningen. Ze werden probleemloos toegekend. 

 In 1962 raakte de Vascomij in financiële moeilijkheden. Het gemeentebestuur besloot om nog meer miljoenen in de firma te pompen, maar het bouwimperium was niet meer te redden. In oktober 1966 ging de firma bankroet; honderden werknemers kregen hun ontslag. Directeur Joosten werd wegens wanbeleid, onverantwoorde investeringen en verkeerde calculaties aan de kant gezet. Ook bankiers, de gemeente Heerlen, Provinciale Staten en het ministerie van Volkshuisvesting kregen de volle laag. De nieuwe directie trof een boekhoudkundige puinhoop aan. Accountants berekenden de schuld op 68 miljoen gulden.

Het bouwschandaal leidde tot veel maatschappelijke beroering. Een aantal woedende crediteuren stelde Gied Joosten persoonlijk aansprakelijk voor het debacle. Met succes. Op 5 januari 1967 werd hij door de Maastrichtse rechtbank failliet verklaard. ‘De gevolgen waren desastreus,’ zegt zijn oudste zoon Maurice. ‘Zijn filosofie was: mijn zaak is mijn zekerheid. Er was geen verzekering, geen bankrekening ,niks. Alles werd via het bedrijf geregeld. Toen hem dat werd ontnomen was er niets voorhanden. Daar heeft het gezin zwaar onder geleden. Er was zelfs geen geld om eten te kopen.’ De neergang van de Vascomij had grote gevolgen voor Fortuna ’54. De zeven vette jaren waren voorbij. In 1968 eindigde Fortuna op de voorlaatste en Sittardia op de laatste plaats van de ranglijst. Een paar weken later werd bekendgemaakt dat de twee kwakkelende clubs gingen fuseren. FSC werd nu veranderd in de volledige naam Fortuna Sittardia Combinatie. Een jaar later degradeerde de fusieclub echter alsnog.

Na omzwervingen door Zwitserland, België en Spanje keerde het berooide echtpaar Joosten in 1993 terug naar Nederland. In oktober van dat jaar overleed Joosten. Op zijn bidprentje stond: ‘Consequent en principieel. Strijdend voor recht in de laatste fase van zijn leven.’ ‘Hij is als een verbitterd en teleurgesteld man gestorven,’ verzucht zijn zoon Maurice. ‘Het was een man met visie, die veel heeft kunnen bewerkstelligen. Helaas zijn er een paar ontzettend vervelende dingen gebeurd, die een enorme stempel op zijn leven hebben gedrukt. De laatste tien jaar van zijn leven was hij straatarm en volkomen afhankelijk van giften.’ Nino Tomadesso: ‘In zijn laatste levensjaar was Gied mentaal gebroken, geknakt. Een dood vogeltje. Het deed me pijn. Als ik bij hem zat, dacht ik: hoe is het mogelijk, zo’n man?’ 

Een historisch wedstrijdaffiche, ‘n affiche met een verhaal. Het gaat om de laatste wedstrijd die de club Fortuna Sittardia Combinatie ooit in het befaamde Mauritsstadion in Geleen heeft gespeeld. Dat was in 1971. In de KNVB-beker kwartfinale versloeg FSC na verlenging GVAV uit Groningen knap en verrassend met 2-1. Na de kwartfinale volgde de halve finale waarin Sparta met 4-1 een paar maten te groot was. Bij de kaartverkoopadressen staat ook de sigarenzaak van mijn ouders in Geleen vermeld. Zij hebben in de loop der jaren vanachter de toonbank in hun winkel vele duizenden Fortunatickets verkocht.

Fortuna’54 pakte twee maal (1957, 1964) de beker. Een landstitel, ondanks een surplus aan kwaliteit, zat er nimmer in. Daarvoor speelde de ploeg door de week her en der in Europa te veel demonstratiewedstrijden. Notermans: ‘We waren vooral een glamourelftal. We speelden overal, tegen alle grote ploegen. Real Madrid, Rode Ster, Bayern München… Zeventig tot tachtig wedstrijden per jaar speelden we, puur voor het geld.’

Op een winterse dag in 1971 deed een terreinknecht een onhandige poging om de kleedruimten van het Mauritsstadion te verwarmen. De hoofdtribune ging volledig in vlammen op. De restanten van de ooit zo fameuze voetbaltempel werden gesloopt en het perceel kwam in handen van een projectontwikkelaar, die er seniorenwoningen bouwde. In 1999 werd aan de rand van de nieuwbouw met enig feestvertoon een monument onthuld. In een plaquette was een hele rits namen gegraveerd van spelers en begeleiders van Fortuna ’54 behalve de naam Egidius Joosten. Inmiddels is men tot inkeer gekomen en is de geschiedenis van Fortuna 54 compleet. Het monument is nu met de naam Egidius Joosten gebeiteld in het geheugen van Geleen en de rest van Nederland.

De geschiedenis van Fortuna ’54 kwam mede tot stand door de inbreng van de Limburgse sportjournalist Nino Tomadesso