Feyenoord

Volksclub van bootwerkers en kantoorbedienden

Het is zondagmiddag 19 juli 1908. Op het plein voor de Wilhelminakerk in de Oranjeboomstraat in de Rotterdamse wijk Feijenoord voetballen een aantal jongens, zoals wel vaker in die dagen. Het wemelde van de buurtvoetballers die om de andere dag een club oprichtte en weer ophielden te bestaan. Geld voor een echte leren bal hebben ze niet. De arbeiders op Rotterdam-Zuid, werkzaam in het havengebied of op kantoor, hebben het niet breed, dus de jongens behelpen zich met een tot bal samengeperste prop kranten, omwikkeld met pakpapier. Die zondag is een bijzondere zondag.

Dit is de oudste foto uit de geschiedenis van Feyenoord! Gerard Muller, Mees Weber en Kees van Baaren in 1908 of 1909, hoogstwaarschijnlijk in een shirt van Wilhelmina. 

Één van de jongens, Kees van Baaren, heeft als verjaarscadeau van zijn vader, die een florerende timmerwinkel drijft, een echte leren bal gekregen. Razend enthousiast besluiten Kees, Gerard van Leerdam, Henk Mulder, Louis den Hartog en Nico Struijs later die middag in koffiehuis De Vereeniging aan de Persoonshaven een voetbalclub op te richten. Als naam kiezen ze Wilhelmina, naar de kerk waar het allemaal begon. Van Baaren“Omdat we niets om handen hadden was voetballen ons enig verzetje en bij het wegkantelen van onze jeugdjaren rijpte langzamerhand in ons het verlangen een echte club op te richten en daarvoor werd dan op die 19e juli van het jaar 1908 de eerste steen gelegd.” Het eerste clubtenue: een rood shirt met blauwe mouwen, witte broek. Speelterrein is De Put een opgespoten terrein tussen het Afrikaanderplein en de Hilledijk. Eind juli 1908 wint Wilhelmina daar zijn eerste echte wedstrijd, met 2-1 tegen Be Quick uit Bospolder in Rotterdam-West. Wilhelmina gaat in het voorjaar van 1909 met Volharding samen en verandert de naam in Hillesluis-Feijenoord-Combinatie (HFC). De Rotterdamsche Voetbalbond (RVB) accepteert die naam echter niet, omdat het te veel verwarring zou geven met het al langer bestaande HFC uit Haarlem. In 1910 opnieuw een naamsverandering van HFC naar Celeritas.

Het elftal van Celeritas in 1910. Op de foto staan onder meer oprichters van de club Kees van Baaren (de keeper) en ervoor Gerard Muller.
  Logo 1912

Om weer later na een bewogen ledenvergadering op 7 juli 1912 drie alternatieven in stemming worden gebracht. Met 21 stemmen voor, en 4 tegen kiezen de leden die middag als nieuwe naam: Rotterdamsche Voetbal Vereeniging Feijenoord. Ook wordt dan het inmiddels klassieke tenue gekozen: een roodwit shirt met zwarte broek en zwarte kousen met een roodwitte band. In dat zelfde seizoen 1912/1913 zien we de huidige naam prijken in de derde klasse West A. Overigens speelt Feijenoord vanaf 1909 op het Afrikaanderplein, waar een echt voetbalveld ligt.Op 25 augustus 1912 wint Feyenoord de eerste prijs in het bestaan: de Concordiaan-beker.

1914: Feijenoord aan het Afrikaanderplein. Spelersnamen ontbreken nog.

1916: Feijenoord neemt met enige hulp een forse stap

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-56.png

Het eerste elftal krijgt door een fusie met DCS een kwaliteitsimpuls met onder anderen Jan Petterson en Kees Pijl. Vooral die laatste, een echte goalgetter, zal later uitgroeien tot een van de grootste voor-oorlogse spelers van de club. Financieel gaat het niet al te best. De wedstrijden op het Afrikaanderplein worden weliswaar door duizenden mensen bezocht, maar omdat het veld eigendom is van de gemeente, kan de club geen entree heffen. Het komt geregeld voor dat de spelers zondagochtend nog moeten lappen om een bal te kunnen betalen, die een van hen dan op de fiets moet gaan kopen bij Dekker’s Sporthandel aan de Botersloot. Het eerste succes in de competitie is in de periode 1915/1916 als de Rotterdammers kampioen worden in de 3e klasse. Een jaar later springt de club vanuit de 2e klasse met een vierde plaats naar de 1e klasse. Dit komt mede door de coulance van de Bond die ziet dat de club in de NVB beker de halve finale bereikt en kennelijk sterk genoeg acht. Feijenoord strand daarin door een 2-0 verlies tegen VSV. In de zomer van 1917 betrekt de club het nieuw onderkomen aan de Kromme Zandweg. Daar is ruimte genoeg voor tribunes en zelfs een clubgebouw met kleedkamers.

Op 13 maart 1921, promoveert de arbeidersclub uit Rotterdam-Zuid, na een eerdere degradatie, en nestelt zich tussen de zogenoemde ‘heerenclubs’ die in die jaren het voetbal domineren. Feijenoord ontmoet voor het eerst stadgenoot Sparta op 22 mei 1921. Op Spangen komt Feyenoord met 2-0 achter, maar door Kees Pijl en Adriaan Koonings – die beiden twee keer scoren – wint Feyenoord de eerste Rotterdamse derby met 2-4. De club is ambitieus en trekt met de Engelsman Bill Julian zelfs een professionele trainer aan die specifiek werkt aan de verbetering van techniek en tactiek.

Logo 1924

De wedstrijden aan de Kromme Zandweg trekken steeds meer publiek. De club breidt de tribunecapaciteit uit en de gemeente legt een tramlijn aan om de mensenmassa’s zo goed mogelijk naar het stadion te vervoeren. Op 9 oktober 1921 zijn tienduizend belangstellenden getuige van de eerste ontmoeting met Ajax. Feyenoord verliest met 3-2, maar tekent protest aan tegen de eerste Amsterdamse goal. De bond honoreert dat, waardoor de eerste Klassieker de boeken in gaat als een 2-2 gelijkspel. Kees Pijl en Ok Formenoy, die later nog een spraakmakende overstap naar Sparta zal maken, zorgen voor de Rotterdamse treffers. Trainer Julian wordt daarna weer bedankt voor zijn diensten, want de club kan zijn salaris niet meer opbrengen. Zonder echte trainer wordt Feyenoord het jaar erop derde. In juni 1923 wordt de officiële naam van de club veranderd in Rotterdamse Voetbal & Athletiek Vereeniging Feijenoord. De actieve Athletiek-tak maakt al sinds 1918 deel uit van de club.

1922. Gerrit Hulsman: De 1e Feijenoorder in het Nederlands Elftal

1922 Feijenoord met op het kruisje Gerrit Hulsman. Overige spelers nog onbekend.
Bertus Bul in Oranje

Op 19 april 1922 speelt Gerrit Hulsman ex Go Ahead, namens Feijenoord in de vriendschappelijke wedstrijd Nederland-Denemarken 2-0. Op 25 november van 1923 spelen Gerrit Hulsman en Bertus Bul, een echte Rotterdammer, in het Nederlands elftal tegen Zwitserland 4-1. De havenwerker Bul, ook wel ‘de terriër’ genoemd vanwege zijn onverschrokken wilskracht, speelt daarin plotseling tussen ‘doktoren en meesters in de rechten’, zoals hij het zelf noemt. Niet lang daarna worden ook Kees Pijl en Adriaan Koonings opgeroepen voor Oranje.

25 november 1923. Het Nederlandselftal: Trainer Bob Glendenning, Hans Tetzner, Dick Sigmond, Harry Dénis, Ber Groosjohan, Gerrit Hulsman, Rat Verlegh, Jan de Boer, Jos van Son, Bertus Bul, Theo de Haas, Peer Krom. Nederland – Zwitserland 4-1 te Amsterdam,

1924: 1e landstitel met de sportieve bloemen uit Amsterdam

De ploeg wordt in de periode 1923/1924 afgetekend eerste met vijf punten voorsprong op naaste concurrent DFC en zes op de nummer drie ’t Gooi uit Hilversum, afdelingskampioen, door een 1-1 gelijkspel bij Ajax. Al bij het vertrek naar Rotterdam worden de Feyenoorders op het station in Amsterdam hartelijk overladen met bloemen waarna duizenden mensen de ploeg opwachten bij het toenmalige station Delftse Poort.

In de competitie om de landstitel met de overige vier afdelingskampioenen Stormvogels, NAC, SC Enschede en Be Quick uit Groningen blijft Feyenoord vervolgens ongeslagen. Met een punt voorsprong op Stormvogels kroont het elftal, met Kees van Dijke, Bertus Bul, Kees Pijl , Jan Petterson en Adriaan ‘King’ Koonings als uitblinkers, zich voor het eerst tot de beste club van het land. De doorbraak van de arbeidersclub uit Rotterdam-Zuid is definitief een feit. De eerste landstitel vormt het begin van de eerste succesvolle bloeiperiode van de club. Zestien jaar na de oprichting en in het derde seizoen als eersteklasser, behaalt Feyenoord dus voor het eerst de landstitel op zeer overtuigende wijze.

1928. Kampioen van Nederland. Staand: W.S. Visser, A.Bul, Dekker, C.A.van Dijke en G.van Heel. Zittend: J.Petterson, A. Konings, C.A.Pijl, R.Bul, J. Barendregt en J. Verbeek.

Clubicoon: Puck van Heel

Puck van Heel

Gerardus (“Puck”) van Heel is te Rotterdam op 21 januari 1904 geboren. De technisch begaafde middenvelder Van Heel geldt als een van de beste voetballers in Nederland in de periode vóór de Tweede Wereldoorlog. De linksbenige middenvelder speelde 322 competitiewedstrijden voor Feijenoord, waarin hij 43 goals maakte. Hij was betrokken bij alle grote Feijenoord-successen van voor de oorlog (vier landskampioenschappen en twee KNVB bekers). Hij kwam uit een groot gezin, dat in Rotterdam-Zuid weinig weelde kende. Hij was het vierde van elf kinderen van een Brabantse katholieke havenarbeider. Gerard werd, gezien zijn geringe lengte, al op de lagere school Puck genoemd. Hij was een ras-voetballertje en een bescheiden man. In het begin van zijn interlandloopbaan, zo gaf hij later toe, had hij moeite met de vele medespelers die aan de universiteit studeerden. “Die mensen kwamen voor ons Feyenoorders uit een andere wereld. Sommigen van die lui zagen ons ook echt niet staan. Maar ach, toen wij later de meerderheid bij het Nederlands elftal vormden, keken wij iemand als doelman Gejus van der Meulen niet meer aan.”

1931: Feijenoord met staand uiterst rechts Puck v. Heel. Overige spelers nog onbekend.

Feyenoord was van oudsher een club van het gewone werkvolk. De spelers kwamen vrijwel stuk voor stuk voort uit het arbeidersmilieu. Het voetbal bood hun wel de mogelijkheid tot enig financieel voordeel, want de populariteit kon bij de supporters te gelde worden gemaakt. Bij Feyenoord had een beetje voetballer een café. Dat gold vanaf 1938 ook voor Van Heel op de hoek van de Bas Jungeriusstraat. Eerder had hij in hartje Rotterdam een sigarenzaak gedreven. Dat werk combineerde hij met de verkoop van kolen voor het bedrijf van de legendarische bestuurder Cor Kieboom.

Toen Puck van Heel in het voorjaar van 19 april 1925 tegen de Zwitsers als international debuteerde, had hij nog geen vaste plaats in het eerste elftal van Feyenoord. Hij werd aanvoerder van het eerste elftal en groeide uit tot het sportieve boegbeeld van de club. Op 2 mei 1937 speelde hij tegen België zijn zevenenvijftigste interland, en brak daarmee het record van Harry Dénis. Op 23 oktober 1938 speelde hij op 34-jarige leeftijd zijn vierenzestigste en laatste interland tegen Denemarken. Het einde van de voetballer Puck van Heel was opmerkelijk. Toen hij eind 1939 gekeurd moest worden voor de mobilisatie-dienst, vormde de linkerknie een beletsel. Van Heel werd afgekeurd, maar van de keuringsarts kreeg hij meteen te horen dat hij dan ook met voetballen diende te stoppen. Misschien is het niet toevallig dat met het afscheid van Puck van Heel als voetballer ook een einde kwam aan Feyenoord’s eerste bloeiperiode. In 1979 is zijn echtgenote Marie Schellekens overleden zij was de gangmaakster in de jaren 1920/1930 onder de vrouwen van Feyenoord en Oranje. Het overlijden deprimeerde de stervoetballer van weleer zeer. Gaandeweg begon hij het contact met de buitenwereld te mijden. Puck van Heel is op 18 december 1984 te Rotterdam overleden.

Vanaf 1926 volgen er een reeks van kampioenschappen.

  De Zilveren Bal

Aan de hand van Puck volgen er vier afdeling kampioenschappen. In 1926 wordt voor het eerst ook de prestigieuze Zilveren Bal gewonnen. Twee jaar later is Feyenoord, opnieuw de beste van Nederland en viert Rotterdam de tweede landstitel van de club. De stad gloeit wederom van trots, nu duidelijk is dat het succes van vier jaar eerder geen incident is geweest. In 1930 voegt Feyenoord ook de KNVB Beker toe. Goaltjesdief Jaap Barendregt zorgt in de finale tegen stadgenoot Excelsior voor de enige treffer. Het stadionnetje barst bijna letterlijk uit zijn voegen. Rijen dik staan de mensen langs de kant, de tribunes zijn elke wedstrijd weer afgeladen.

1928. Staand: Dijke, Koonings,Van Heel, Barendrecht, Dekker, Bul Sr., Rikvoort, Sinke, Heusdens en Verbeek. Zittend: Staal, Pijl en Bul Jr. Feijenoord landskampioen.

Toeschouwers verzinnen de meest uiteenlopende trucs om een plekje te bemachtigen en klimmen onder meer aan de achterkant van de tribunes omhoog om maar een glimp van de sterrenploeg uit Rotterdam-Zuid op te vangen. Opstootjes zijn niet ongewoon en steeds vaker moet de politie ingrijpen om de orde te handhaven. In 1931 wordt daarom besloten dat de poorten worden gesloten zodra er 12.000 mensen binnen zijn. De club wijkt voor belangrijke wedstrijden daarom nogal eens uit naar het stadion van Sparta.

Maar zelfs Het Kasteel kan de enorme toeloop nauwelijks aan, zo blijkt op 1 mei 1932 als de Rotterdammers daar voor de kampioenscompetitie Ajax ontvangen (2-4). Controleurs worden onder de voet gelopen, tribunes bestormd en de politie grijpt fors in. De immense populariteit van Feyenoord betekent maar één ding, denkt Leen van Zandvliet, die in 1925 opnieuw voorzitter is geworden. De club heeft een nieuw stadion nodig. Niet zomaar een stadion. Er moet een stadion komen voor 60 tot 65.000 toeschouwers. Een revolutionair, historisch idee is geboren.

De Kuip: Het antwoord op het uitdijende legioen.

Op 22 juli 1935 slaat de Rotterdamse publiekslieveling Puck van Heel de eerste van 578 palen in de drassige polder van Varkenoord. Het dan komende seizoen 1935/1936 viert de club opnieuw een landstitel. Op de steenkoude zaterdagmiddag 27 maart 1937 wordt De Kuip officieel geopend, met een wedstrijd tegen het Belgische Beerschot. Feyenoord wint met 5-2 en in de winterse buien is de eerste goal in het nieuwe stadion van Leen Vente.

Als de Kuip leeft is 'ie één met het Legioen | Rotterdam | AD.nl

Beelden van de opening van Stadion Feijenoord (de Kuip) in 1937. Drijvende kracht achter de bouw van dit stadion was Feyenoord-voorzitter Leen van Zandvliet, naar wie tevens het aanliggende plein is vernoemd. Het stadion werd ontworpen door de architect Leendert van der Vlugt, van architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt. Deze overleed in 1936 en heeft dus de opening niet meegemaakt. Met de bouw werd in 1935 begonnen; het werd geopend op 27 maart 1937. De naam van het stadion wordt tegenwoordig met een ij gespeld. Aan de Olympiazijde staat de clubnaam nog in de verouderde spelwijze met een y geschreven.

Sportief heeft Feyenoord de successen uit de jaren ’20 geen vervolg kunnen geven. In 1935 legt de club wel beslag op de tweede KNVB Beker in de historie (5-2 winst op Helmond), maar dat wordt na de ‘gouden jaren’ toch echt gezien als een surrogaat-prijs.

Clubicoon: Richard (Dombi) Kohn de wonderdokter.

  Richard Kohn

Vanaf 1935 breekt er weer een nieuwe glansperiode aan, als Feyenoord dat jaar Richard Dombi als trainer naar Rotterdam haalt. De Oostenrijker, die eigenlijk Richard Kohn heet maar als speler bij MTB Boedapest in Hongarije de bijnaam Dombi (grijze eminentie) kreeg, blijkt een garantie voor succes. Hij maakt de ploeg, die nog altijd geleid wordt door de geweldige linkshalf Van Heel en waarin zich inmiddels ook doelman Adri van Male, spil Bas Paauwe en de behendige linksbuiten Jan Linssen (die maar liefst 22 jaar in het eerste speelt) onderscheiden, zowel technisch als tactisch en conditioneel sterker. Daarnaast is Dombi ook psychologisch en medisch goed onderlegd. Zo kookt hij op een vuurtje in de kleedkamer een gloeiend heet brouwsel, dat blessures als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Wat het mengsel precies bevat wordt nooit bekend, alleen dat de basis wordt gevormd door rubberlijm. Daarnaast introduceert Dombi de zogenoemde lampenkorf, een toestel met 16 warme lampen dat zwellingen en kneuzingen wonderbaarlijk laat herstellen.

26 mei 1938: 1 x International Manus Vrauwdeunt scoort tweemaal.
27 mei 1938: De Graafschap-bode.

Het levert Dombi in Rotterdam de bijnaam ”Wonderdokter op. Hij leidt zijn nieuwe club al in zijn eerste seizoen naar de landstitel (1936). Daarna volgen nog twee afdelingstitels (1937, 1938) en een landskampioenschap (1938). Rotterdam zindert, het voetbal van de club uit Zuid is oogstrelend. Dombi heeft het aloude en vooral op Britse leest geschoeide ‘kick-and-rush’ omgevormd tot verzorgd positiespel. De spelers weten elkaar vrijwel blindelings te vinden. Dombi’s vierde seizoen eindigt echter zonder prijs. Zelfs het afdelingskampioenschap gaat aan Feyenoord voorbij, volgens de Wonderdokter vanwege verslapping. Hij vindt dat het elftal nieuw trainersbloed nodig heeft en vertrekt in 1939 ‘in het belang van de club’, zoals hij zelf zegt. Hij zal in de jaren ’50 nog twee keer terugkeren en weliswaar geen titels meer winnen, maar wel de bodem leggen voor nieuwe successen.

1940/1945: Rotterdam een stad in puin.

Op 5 mei 1940 wordt Feyenoord door een 1-0 zege bij DHC opnieuw afdelingskampioen. Nadat dat glorieus is gevierd door spelers en fans, maakt de club zich op voor een gooi naar de vijfde landstitel in de kampioenscompetitie. Vijf dagen later, op 10 mei, landen honderden Duitse parachutisten in Rotterdam-Zuid en is Nederland officieel in oorlog met Duitsland. De Duitsers willen optrekken naar het centrum van Rotterdam, maar de Nederlandse mariniers bieden zwaar verzet. Het Noordereiland is bezet, bij de Maasbruggen wordt fel slag geleverd.

Rotterdammers kijken naar hun Stad, na bombardementen van de Duitsers op 14 mei 1940

Op 14 mei 1940 bombarderen de Duitsers het centrum van Rotterdam. Meer dan 800 mensen komen om, 80.000 Rotterdammers zijn dakloos, het centrum van de stad is verwoest. Een dag later capituleert Nederland. De Duitse bezetter wil dat de kampioenscompetitie wel degelijk wordt afgewerkt. Op 18 augustus 1940 wordt Feyenoord door een 2-0 zege op Heracles op Spangen (waar de club moet spelen omdat de Kuip door de Duitsers is ingenomen) voor de vijfde keer kampioen van Nederland. Doelpunten van Chris Sinke en Leen Vente.

18 augustus 1940: Staand: Eef Zaanen, Manus Vrauwdeunt, Bas Paauwe, Gerard Kuppen, Chris Sinke, Arie de Vroet, Jan Linssen, Leen Vente. Zittend: Ad van der Lelij, Rein Scholtens, Joop van der Heide. Feyenoord voor de kampioenswedstrijd tegen Heracles op Spangen.

Gefeest wordt er niet. ‘Het was onwerkelijk, bizar. De stad lag in puin, trainer Jack Hall was na de Duitse inval meteen naar Engeland gevlucht en de nazi’s hadden De Kuip gevorderd’, zegt Leen Vente, wiens café door het bombardement totaal was verwoest. Met uitzondering van het laatste oorlogsjaar (1944-1945) wordt er tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘gewoon’ door gevoetbald. In het eerste ‘oorlogsseizoen’ is de bekende Rotterdamse bokstrainer Theo Huizenaar de trainer van het elftal, dat als zesde eindigt. Daarna stelt de club met Kees van Dijke een oud-speler aan als oefenmeester. Hij leidt Feyenoord in het seizoen 1941-1942 naar de tweede plaats. Kees Pijl, een andere oud topschutter van het eerste, volgt hem dan op. Onder Pijl wordt Feyenoord in 1943 afdelingskampioen en tweede in de kampioenscompetitie en een seizoen later vijfde. Uit het voetbalarchief van Beeld en Geluid de wedstrijd uit 1943 tussen Feijenoord en Ajax. Er werd gespeeld op het oude Feijenoord veld met de toeschouwers nog naast de doelpaal. Einduitslag 2-1.

Schoorvoetend betaald voetbal.

De jaren ’50 beginnen ronduit slecht. Feyenoord ondervindt de gevolgen van het opkomende professionele voetbal, dat door de Nederlandse bond fel wordt tegengehouden en bestreden. In 1950 kiezen drie Feijenoord internationals, midvoor Joek Brandes, rechtsbinnen Piet Steenbergen en middenvelder Arie de Vroet voor lucratieve contracten in Frankrijk. Ook de ‘wilde’ profbond NBVB, die in tegenstelling tot de KNVB wél betaald voetbal organiseert, trekt veel publiek.

1954: Het betaald voetbalavontuur kan beginnen.

In 1954 gaat de KNVB overstag, mede onder druk van de publieke opinie die het Nederlandse voetbal langzaam aan ziet verschralen. De bond accepteert betaald voetbal en komt tot een akkoord met de NBVB. Dat betekent niet direct een verbetering van de prestaties van Feyenoord. In het eerste prof-seizoen 1954-1955 moet de club bij de eerste negen eindigen om het jaar erop uit te komen in een van de vier nieuw te vormen hoofdklassen. Dat lukt pas in de laatste wedstrijd tegen Alkmaar ’54 waarin per se gewonnen moet worden.

Door een goal van Nico de Bruijn, maar vooral dankzij fenomenaal keeperswerk van Henk van der Bijl is het hoofdklasserschap na een 1-0 zege in Alkmaar een feit. De gewiekste en eigenzinnige Kieboom, in het dagelijks leven eigenaar van een kolen- en oliehandel, werkt in die jaren gestaag aan het bouwen van een degelijk en kwalitatief goed elftal. Hij trekt waar nodig volop de portemonnee om nieuwe spelers te ‘kopen’. In 1955 neemt hij zelfs de volledige Haagse club Holland Sport over, waardoor onder anderen de onbetwiste goalgetter Henk Schouten voor Feyenoord gaat spelen. Hij wordt in 1956 meteen topscorer van Nederland, vooral door zijn negen goals in het duel met de Volewijckers (11-4). Ook Cor van der Gijp komt in dat jaar naar Rotterdam-Zuid. Kieboom betaalt het Dordtse Emma 18.000 gulden voor de spits.

Clubicoon: Coen Moulijn publiekslieveling.

De 8 beste afbeeldingen van Coen Moulijn | Voetbal, Rotterdam, Legioen

Coenraadt (Coen) Moulijn  is een geboren Rotterdammer van 15 februari 1937 en debuteerde op zijn zeventiende voor de Rotterdamse club Xerxes, waar hij in zijn jeugd Faas Wilkes zag voetballen. Hij was 1 meter 72 lang en woog 62 kilo. De toenmalige linksbinnen toonde aan over talent te beschikken. In de zomer van 1955 kocht Feyenoord de dribbelaar voor 28.000 gulden, destijds een groot bedrag. Met dit bedrag kaapte de stadionclub de speler weg voor de neus van rivaal en stadgenoot Sparta.

Op 18 september 1955 debuteert in de thuiswedstrijd tegen MVV (1-3) Coen Moulijn in het rood witte shirt. Hij stond bekend om zijn spectaculaire en vaak onnavolgbare acties op de flanken, maar liet het verdedigen over aan zijn vriend Cor Veldhoen. De publiekslieveling trok tienduizenden mensen naar De Kuip. In zijn beginjaren kon Moulijn een wedstrijd haast in zijn eentje beslissen. Begin jaren zestig informeerde FC Barcelona of Moulijn te koop was, hij ging er niet op in en bleef in Rotterdam. Later liet hij weten dat hij daar spijt van had, als hij toen naar Barça was gegaan zou hij een stuk beroemder zijn geworden was zijn overtuiging.

Als Coen aan de bal was dan was er één en al aandacht van de toeschouwers. Stijlvol houding, dreigen en dan versnellen, de bal kort aan de schoen vervolgens een puntgave voorzet.
Coen Moulijn 1961 Feyenoord | Karikatuur, Voetballers, Voetbal

In het Nederlands elftal speelde Moulijn tussen 1957 en 1969  in zo’n veertien jaar tijd 38 interlands, waarin hij vier doelpunten wist te maken. Doordat de linksbuiten zijn krachten spaarde voor tien beslissende acties per wedstrijd, werd zijn speelstijl vaak verward met wisselvalligheid. Hierdoor twijfelden de bondscoaches vaak aan zijn waarde voor het Nederlands elftal. Coen wordt beschouwd als een belangrijk symbool voor zowel sportclub Feyenoord als van Rotterdam. Door zijn rol in het eerste voetbalteam van Feyenoord droeg hij sterk bij aan de successen van de club. Hij groeide uit tot misschien wel de grootste vertegenwoordiger van de ‘handen uit de mouwen’ mentaliteit van de naoorlogse havenstad. Hij zal tot zijn afscheid in 1972 maar liefst 607 wedstrijden spelen voor de club en uitgroeien tot een van de grootste spelers uit de clubhistorie. Coen Moulijn werd op nieuwjaarsdag 2011 getroffen door een herseninfarct en overleed drie dagen later op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen daarvan.

1956: Eindelijk de eerste ‘klassieker’ Feijenoord-Ajax.

Toen nog Ajax doelman Eddie Pieters Graafland en een vallende Anderiessen hebben het nakijken op een schot van Henk Schouten.

In het seizoen 1956-1957 wordt voor het eerst gespeeld in de Eredivisie zoals we die vandaag kennen. Omdat Feyenoord en Ajax in de jaren daarvoor steeds in andere afdelingen uitkomen, wordt op 11 november 1956 dan ook de eerste Klassieker in negen jaar afgewerkt. In een afgeladen Kuip verslaat Feyenoord de Amsterdammers met maar liefst 7-3.

1955. Staand: Piet Steenbergen, Gerard Kerkum, Henk van der Bijl, Hans v/d Hoek, Tinus Osterholt en Rini van Woerden. Zittend: Daan den Bleijker, Aad Bak, Cor vd Gijp, Henk Schouten en Coen Moulijn.

Daan den Bleijker is die middag de grote held met vier goals. Feyenoord speelt in die jaren bij vlagen prachtig voetbal, het publiek in de Kuip – die vanaf 1957 ook beschikt over een lichtinstallatie – geniet volop. Maar de prestaties blijven wisselvallig en de klasseringen mager. Het ontbreekt vooral aan spelers die de mouwen opstropen. Na de komst van doelman Eddy Pieters-Graafland in 1958 van Ajax, haalt de club in 1959 dan ook erkende mannetjesputters als Reinier Kreijermaat (Elinkwijk), Jan Klaassens (VVV) en Rinus Bennaars (NOAD) naar Rotterdam. Nieuwe successen lijken een kwestie van tijd.

Een terugblik op de verloren KNVB Bekerfinale uit 1957 tussen Fortuna ’54 en Feyenoord. In een warme de Kuip wist Feijenoord ondanks het ‘thuisvoordeel’ niet te winnen en werd de eindstand 2-4 voor de Limburgers. Hiervan zijn Beelden uit het Polygoon-journaal. Ook zijn er Mix-beelden van de eerste speeldag van het seizoen 1959/1960 van zondag 23 augustus 1959 met Volendam -DWS A 3-1, Ajax- NAC 3-0, Fortuna ’54 – PSV 0-2 en Feijenoord- Sparta 0-1.

De 23 beste afbeeldingen van voetbal jaren 70 in 2020 | Voetbal ...

In seizoen 1960/1961 is het eindelijk weer eens feest in De Kuip. Na 21 lange jaren zonder landskampioenschap, behaalt Feyenoord op 28 mei door een 2-1 thuiszege op Rapid JC uit Kerkrade de Nederlandse titel. Rotterdam loopt uit om de kampioenen te eren en niet zonder reden: het elftal van de Tsjechische trainer George Sobotka speelt prachtig voetbal en scoort er lustig op los. Maar liefst honderd goals produceren de Rotterdammers, met Cor van der Gijp (29), Henk Schouten (19) en Coen Moulijn (16) als topscorers.

De zesde titel in de clubhistorie is er één met glans, ook al omdat aartsrivaal en regerend landskampioen Ajax twee keer wordt verslagen. Vooral de 9-5 thuiszege op de Amsterdammers van dat seizoen gaat als historisch de boeken in. In de meest doelpuntrijke klassieker ooit is Henk Schouten met vier goals de lieveling van het Legioen. Het kampioensfeest is een voorbode van nog veel meer succes in de jaren die volgen. Ook in de seizoenen 1961-1962, 1964-1965 en 1968- 1969 is Feyenoord de beste club van het land.

1961/1962 Landskampioen. Staand: Gerard Kerkum, Reinier Kreijermaat, Jan Klaassens, Eddy Pieters Graafland, Cor Veldhoen en Coen Moulijn.
Zittend: Gerard Bergholz, Rinus Bennaars, Piet Kruiver,
Frans Bouwmeester en Hans Kraaij.

1965: Voor het eerst de dubbel.

In de loop van het seizoen 1964/1965 zijn er filmbeelden gemaakt van de wedstrijd Heracles – Feijenoord 1-5 . Ook zijn er samenvattende beelden van de kampioenswedstrijd Feyenoord – GVAV op 25 april 1965 met commentaar van sportverslaggever Herman Kuiphof. Deze match eindigt in 1-1. Door het gelijkspel werd Feyenoord landskampioen en werd aan de landstitel bovendien ook nog de KNVB beker toegevoegd, waarmee de club voor het eerst in het bestaan de ‘dubbel’ wint.

26 april 1965 Algemeen Dagblad. Kopbal Piet Kruiver zorgt voor de 1-1
De feyenoord selectie voor het seizoen 1965/1966.
Staand (vlnr): Cock Luijten, Hans Kraaij, Guus Haak, Thijs Libregts, Piet Fransen, Eddy Pieters Graafland, Cor Veldhoen en Bertus Kik. Knielend: Piet Vrauwdeunt, Kick van der Vall, Henny Weering, Piet Kruiver, Hans Venneker, Frans Bouwmeester en Coen Moulijn.

1969: Opnieuw zowel de landstitel als de KNVB beker.

Datzelfde gebeurt vier jaar later in de periode 1968/1969 als na de kampioenswedstrijd uit bij FC Twente (1-0 winst) in de bekerfinale PSV eraan moet geloven. Dat ging niet eenvoudig want na 90 minuten was er nog geen beslissing ook na een verlenging van 30 minuten bleef de stand 1-1. In de replay 3 dagen maakte Feijenoord aan elke twijfel een eind door doelpunten van Willem van Hanegem en Henk Wery waren de Rotterdammers met 2-0 de terechte winnaar.

Selectiefoto 1968-1969 | Mijn Feyenoord Verzameling
1968/1969. Staand: Trainer Ben Peeters, Cor Veldhoen, Theo Laseroms, Eddy PG, Piet Romeijn, Rinus Israel, Guus Haak, verzorger Gerard Meijer en Frans van der Heide. Zittend: Willem van Hanegem, Henk Wery, Ove Kindvall, Wim Jansen, Coen Moulijn en Eddy Treijtel.
16 juni 1969: Het Vrije Volk.

1961: Het begin van een groots Europacup avontuur.

In september 1961 doet de club als landskampioen voor het eerst mee aan het in 1955 gestarte toernooi om de Europa Cup I, de huidige Champions League. Op 6 september is in Zweden IFK Göteborg de tegenstander. Frans Bouwmeester, een jaar eerder overgekomen van NAC Breda als opvolger van de naar Frankrijk teruggekeerde Kees Rijvers, maakt Feyenoords eerste ‘Europese’ doelpunt in de eenvoudige 3-0 zege. De terugreis naar Rotterdam verloopt nogal problematisch. Het vliegtuig moet wegens motorproblemen een tussenlanding maken in het Deense Aalborg, waarna Cor Veldhoen, Coen Moulijn, Frans Bouwmeester en trainer Franz Fuchs met geen tien paarden meer het toestel zijn in te krijgen en de reis per trein voortzetten. Thuis wordt het tegen de Zweden 8-2, waarna het Londense Tottenham Hotspur de volgende tegenstander is. Daarmee is de eerste Europese campagne van Feyenoord ten einde. De Rotterdamse semiprofs zijn niet opgewassen tegen de doorgewinterde Engelse professionals. Thuis wordt het 1-3, in Londen 1-1.

In 1963 bereikt het elftal verrassend de laatste vier van het Europese kampioenentoernooi. Feyenoord maakt dat seizoen internationaal indruk door Servette , Vasas Boedapest en het Stade Reims van de Franse wereldster Raymond Kopa uit te schakelen. In de eerste wedstrijd van de halve finale tegen het sterke Benfica, een jaar eerder nog winnaar van de Europa Cup voor Landskampioenen door vijfvoudig titelhouder Real Madrid met 5-3 te verslaan, wordt het in De Kuip op 0-0 gehouden.

De Waterman

Zo’n vierduizend Rotterdamse fans geloven in een stunt en reizen de ploeg achterna naar Lissabon. 1500 supporters doen dat met twee grote passagiersschepen, de Grote Beer en de Waterman, die onder massale belangstelling vanaf de kades tussen Rotterdam en Hoek van Holland worden uitgezwaaid.

Uit de privé filmcollectie van Feijenoord doelman Eddy P G. uit 1963

Doelman Eddy Pieters Graafland was een verwoed filmer. Hij filmde vaak op hele bijzonder plaatsen zoals in de kleedkamer tijdens het betoog van de trainer. De NOS heeft samen met sportjournalist Matty Verkamman een greep mogen doen uit de collectie en er een serie uit samengesteld onder de titel ‘Door het oog van Eddy P.G.‘. Dit is deel 4 uit 1963 met een inleiding van Tom Egberts, lengte zeventien minuten.

Ondanks de grote supportersschare is het Benfica van de grote meester Eusebio in de Portugese hoofdstad te sterk: het prachtige Europa Cup avontuur eindigt met een 3-1 nederlaag. In 1965 wordt Feyenoord in de eerste ronde van het Europa Cup I-toernooi gekoppeld aan het grote Real Madrid. ‘Als je dan toch overreden wordt, kan dat beter door een Rolls Royce gebeuren dan door een boerenkar,’ verzucht de altijd uitgesproken voorzitter Kieboom plastisch. In De Kuip is er van overreden worden vooralsnog geen sprake. Door goals van Hans Venneker en Hans Kraaij verslaan de Rotterdammers het Real van Puskas en Gento met 2-1 in een snoeiharde wedstrijd. NTS Studio Sport beelden .

Naar aanleiding van een harde actie van Real Madrid speler Miera op publiekslieveling Coen Moulijn ontploft het stadion. Het commentaar van Bob Spaak behoort inmiddels tot de klassiekers van Sport in Beeld: “Coen, Coen! Beheers je alsjeblieft,” klinkt het op de televisie waar zowat heel Nederland heeft plaatsgenomen. Spaak vervolgt: “Jongens, jongens, dit kan toch niet. Dit kan toch niet! Wat een afschuwelijke vertoning.” Beelden van Sport in Beeld

In de slotfase ontstaat een massaal opstootje tussen de spelers, als de Spaanse rechtsback Miera publiekslieveling Moulijn een doodschop verkoopt. Als één man nemen de Feyenoorders het voor hun teammakker op en onder leiding van de withete Piet Kruiver wordt de Spanjaard achterna gezeten en flink te grazen genomen. De scheidsrechter Galba besluit een paar minuten voor het einde de wedstrijd maar aftefluiten. In de return is Feyenoord kansloos tegen de Spaanse grootmacht (5-0), die het toernooi dat seizoen voor de zesde keer zal winnen.

Feijenoord ‘On top of the world’

Ove Kindvall

Oud-aanvoerder Gerard Kerkum en manager Guus Brox, samen belast met de transfers rond het eerste elftal, hebben in de tweede helft van de jaren ’60 gebouwd aan een ijzersterk Feyenoord. Zij halen onder anderen de verdedigers Rinus Israël (DWS) en Theo Laseroms (uit de VS), de Zweedse spits Ove Kindvall (IFK orrköping), rechtsbuiten Henk Wery (DOS), middenvelder Franz Hasil (Schalke 04), verdediger Theo van Duivenbode (Ajax), middenvelder Willem van Hanegem en keeper Eddy Treijtel (beiden Xerxes/DHC) naar De Kuip. Met Eddy Pieters Graafland, Piet Romeijn, Cor Veldhoen en Wim Jansen, die in 1964 zijn debuut heeft gemaakt, vormen zij het hart van de ploeg die in de zomer van 1969 te maken krijgt met een nieuwe trainer: de Oostenrijker Ernst Happel, die overkomt van ADO. De vooral tactisch en psychologisch ijzersterke meestercoach geeft Feyenoord wat het tot dan toe miste. Voetballen konden de Rotterdammers als de beste, Happel voegt daar lef, flair en zelfvertrouwen aan toe.

Voor het oog van 25.000 meegereisde fans, zorgt Kindvall op 6 mei 1970 in Milaan voor wat nog altijd de mooiste dag is in de geschiedenis van de club. Met een leep boogballetje, diep in de verlenging, beslist hij in het kolkende San Siro in Milaan de finale van het toernooi om de Europa Cup voor Landskampioenen tegen Celtic. Feyenoord wint de Europa Cup I, als eerste Nederlandse club!

Beelden 1970 Europacup finale Feijenoord- Celtic 2-1

Na een indrukwekkende opmars, waarin in de tweede ronde ook al bekerhouder AC Milan op grootse wijze is verslagen (1-0 nederlaag uit, 2-0 thuis), is Feyenoord op de toppen van zijn roem. Honderdduizenden supporters staan een dag later op een volgepakte Coolsingel om de helden te eren, Rotterdam zindert van genot. Vier maanden later is het opnieuw feest in de stad. Na twee slijtageslagen tegen het spijkerharde Estudiantes de la Plata uit Argentinië, wint de club ook de Wereldbeker en mag Feyenoord zich de beste van de wereld noemen. Na het 2-2 gelijkspel in de uitwedstrijd (goals van Kindvall en Van Hanegem, na een 2-0 achterstand) is invaller Joop van Daele in De Kuip de man van de avond.

De feyenoord selectie 1969/1970 Staand: Piet Romeijn, Eddy Treijtel, Eddy Pieters Graafland, Cor Veldhoen, Wim Jansen, Rinus Israël, Guus Haak en Theo Laseroms. Zittend: Franz Hasil, Henk Wery, Theo van Duivenbode, Wim van Hanegem, Ove Kindvall, Ruud Geels en Coen Moulijn.

Wedstrijdbeelden van de terugwedstrijd om de Wereldbeker tegen Estudiantes de la Plata in De Kuip te Rotterdam met 1-0. Met een harde schuiver bezorgt Joop van Daele, Feyenoord een 1-0 zege. Meteen daarna is de jonge Van Daele, die even daarvoor zijn semiprof-bestaan als loketbeambte bij de PTT heeft verruild voor een fulltime profcontract, het middelpunt van tumult, als het Argentijnse duo Malbernat/Pachame het brilletje van zijn gezicht trekt en vertrapt. Naast Europa Cup en Wereldbeker is het legendarisch geworden ‘brilletje van Van Daele’ nog altijd een van de meest bekeken relikwieën in het Feyenoord Museum.

In die jaren vormde Theo Laseroms samen met de al even meedogenloze Rinus Israel het meest gevreesde verdedigingsduo op de Nederlandse velden. IJzeren Rinus en Theo de Tank vulden elkaar perfect aan: Israel was de libero, Laseroms de pure mandekker voor wie zelfs Johan Cruijff het in de broek deed. Juist de meedogenloosheid van Laseroms was één van de peilers onder de grote Feyenoord successen van eind jaren zestig en begin jaren zeventig.

Niet veel later wordt de titelhouder in de eerste ronde van het Europa Cup-toernooi op beschamende wijze uitgeschakeld door het nietige UT Arad uit Roemenië (1-1 thuis, 0-0 uit). Toch viert de club dat seizoen zijn tiende landstitel, onder meer door een 3-1 uitzege op Ajax in de voorlaatste wedstrijd van het seizoen.

Bron: Phida Wolff schrijver van “Geen woorden maar daden”
Bron: Jan Oudenaarden en Paul Groenendijk de trilogie: “De geschiedenis van Feijenoord”.