Excelsior

1902: Rotterdamsche Voetbal & Athletiek Vereniging.

Excelsior was één van de eerste arbeidersclubs tussen de eliteclubs waar voetbal en cricket het vermaak was. Vanaf de eeuwwisseling toen, een gezonde geest in een gezond lichaam werd gepropageerd, nam het aantal arbeiders verenigingen snel toe. De club sloot zich aan bij de Rotterdamse Voetbal Bond (RVB) en kon in 1904 zelfs toetreden tot de Nationale Voetbal Bond. Het veld van Excelsior voldeed echter niet aan de standaardnormen, waarna deze stap voorlopig niet doorging. In 1907 moest Excelsior tijdelijk van het eigen terrein vertrekken omdat op Woudestein een paardenrenbaan werd aangelegd. De voetballers verhuisden naar het Afrikaanderplein, waar ze een moeilijke periode doormaakten. De club wist deze periode ternauwernood te overleven.

Eerste wereldoorlog 1914/1918

Gelukkig voor Excelsior mochten ze snel terugkeren naar Woudestein. De paardenrenbaan was een fiasco en kon men het middenterrein huren. In het seizoen 1908-1909 werd Excelsior voor het eerst kampioen van de eerste klasse RVB en promoveerde de club naar de N.V.B. Desondanks bleef de club het moeilijk houden. Vanaf het seizoen 1911/1912 in de derde klasse tot aan het einde van de eerste wereldoorlog.

Seizoen 1917/1918 einde eerste wereldoorlog werd Excelsior kampioen. Excelsior kreeg de kans om kunnen promoveren uit de derde klasse, maar de beslissende promotiewedstrijden tegen het Amsterdamse Watergraafsmeer gingen jammerlijk verloren. Dit kwam zo hard aan dat verschillende belangrijke leden de club verlieten. Omdat het aantal beschikbare spelers daardoor dramatisch daalde, had het bestuur serieuze plannen voor een fusie met Neptunus. Nadat dit samengaan door de leden van Neptunus werd goedgekeurd, was het de beurt aan de Excelsior -familie. Tijdens een buitengewone ledenvergadering was het Jan Bak die opstond en de volgende, legendarische woorden sprak: ‘Indien deze combinatie doorgang vindt, kom ik niet meer voor Excelsior uit.’ Waarmee het voornemen subiet van tafel verdwenen.

1919: Excelsior krijgt meer kleur na de zoveelste verhuizing.

Na de eerste wereldoorlog ging het beter met de club. Er meldden zich veel nieuwe leden aan, en in het seizoen 1919-1920 werd Excelsior opnieuw kampioen. In de jaren erna stootte men via de overgangsklasse West door naar de 1e klasse van de N.V.B. Meteen was er een nieuw probleem, omdat het terrein daar niet geschikt voor was. De wedstrijden werden vervolgens afgewerkt op de velden van clubs als Feyenoord, Sparta en CVV. In 1922 kon Excelsior eindelijk weer een eigen terrein betrekken, op het Toepad werd Sportterrein Kralingen geopend, niet ver van het oude terrein, waarbij de club ook de beschikking krijgt over een tribune voor 500 bezoekers. 

1930. Spelers namen Excelsior nog onbekend.

De Rood-Zwarte formatie weet zich goed te handhaven in de 1e klasse en werd in 1925/1926 gedeeld eerste met stadgenoot Feijenoord. Pas in de laatste wedstrijd van het seizoen valt de beslissing over het kampioenschap van de 1e klasse west. Het doelsaldo zal bij winst van Excelsior doorslaggevend zijn. Aan de Kromme Zandweg met 12.000 toeschouwers, bungelt de titel voor Feijenoord aan een zijden draadje, maar de minimale 1-2 nederlaag is voor Feijenoord genoeg om op basis van het doelgemiddelde de titel te pakken. Barendrecht 30e min. 1-0. Bak 35e min. 1-1 en 40e min. Mansen 1-2. Mansen mist in de 2e helft nog een penalty.

6 april 1926: Rotterdamsch Nieuwsblad.

Clubicoon: Maarten Grobbe 1e debutant in het Nederlands elftal.

Maarten Grobbe werd geboren in Zwolle en kwam begin jaren twintig in Rotterdam terecht. In het seizoen 1920-1921 stond zijn naam voor het eerst op de ledenlijst van Excelsior en een jaar later – op 10 september 1922 – maakte hij zijn debuut voor het eerste elftal in de uitwedstrijd tegen ZFC (1-2). Tussen 1922 en 1932 zou deze technische voetballer 196 wedstrijden voor het eerste elftal spelen. Eerst als voorhoede speler waarin zijn grootste liefhebberij was om te trachten door alle mogelijke schijnbewegingen zijn tegenstanders van de wijs te brengen. Later kwam Jan Bak tot de ontdekking kwam dat Grobbe beter tot zijn recht kwam als spil.

Grobbe was erbij in de enige KNVB bekerfinale die Excelsior mocht spelen in 1930 (1-0 verlies tegen Feyenoord). Hij was tevens lange tijd aanvoerder van het eerste elftal en werd verschillende keren voor vertegenwoordigende elftallen uitgenodigd. Grobbe was de eerste speler van Excelsior die met het Nederlands Elftal een interland speelde, hij was niet de eerste die werd geselecteerd door de keuzeheren van de KNVB. Die eer viel namelijk te beurt aan doelman Thijs van den Bergen. Twee keer werd hij opgeroepen voor het Nederlands Elftal, maar beide keren was hij wisselspeler en kwam hij niet in actie.

12 juni 1929: Official Boeljon, doelman Gejus van der Meulen, Maarten Grobbe, Felix Smeets, Koos van der Wildt, Kees van der Zalm, Gep Landaal, Cor Kools, Huib de Leeuw, Frans Hombörg, Dolf van Kol en Wim Tap. Noorwegen – Nederland (4-4),
Juli 1939

Op 14 juni 1928 maakte Maarten zijn debuut in Oranje in een toch al historische wedstrijd. De oefeninterland tegen Egypte was namelijk de enige ooit waarin van de drie Rotterdamse clubs een speler in de basisopstelling mocht starten. Naast Maarten Grobbe verschenen onder meer Puck van Heel (Feyenoord) en Jaap Weber (Sparta) aan de aftrap. Nederland en Egypte waren allebei al uitgeschakeld en speelden nog een vriendschappelijk duel op Het Kasteel. Het was overigens geen beste wedstrijd, getuige deze zin uit het verslag uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van een dag later: ‘Wij konden de vertoning op het laatst nauwelijks meer aanzien.’De tienduizend toeschouwers zagen Nederland met 1-2 verliezen, maar Grobbe maakte er voor zichzelf toch een memorabele avond van door in zijn debuutinterland te scoren. Het was al 0-2 voor de gasten toen hij in de 74e minuut met een hard schot de 1-2 binnenschoot. De Egyptische doelman greep volgens een krantenverslag ‘tevergeefs naar den hoogen bal, die over zijn hoofd in het net verdwijnt’.

Op 12 juni 1929 speelde hij zijn tweede en laatste interland in en tegen Noorwegen (4-4). Een week daarvoor, op 4 juni 1929, deed hij met Oranje mee in een zogenaamde ‘semi-interland’ tegen Schotland. Nederland verloor in het Olympisch Stadion van Amsterdam met 0-2 en opvallend genoeg werd deze wedstrijd niet als officiële interland gezien, omdat de Schotten met profvoetballers aantraden. Maarten Grobbe is overleden op 13 mei 1961 te Rotterdam.

Opmerkelijk resultaten

Sportief gezien was de periode tot het begin van de jaren dertig zeer succesvol. In 1927 won Excelsior de Zilveren Bal na een 5-0 winst op Feyenoord. Een toernooi ter voorbereiding van het nieuwe seizoen waarbij er door tweemaal Stolk en tweemaal Vink en Mansen werd gescoord. En in 1930 stonden de Kralingers in de finale van de KNVB-beker, waarin met 1-0 van Feyenoord werd verloren die daarmee revanche namen voor de verpletterende nederlaag een paar jaar terug.

16 juni 1930: Eindhovensche Dagblad

Een paar jaar verblijft de selectie in de 2e klasse om in het seizoen 1932/1933 ongeslagen promoveert. Een jaar later 1933/1934 reikt de selectie in de KNVB beker ronde tot de kwartfinale na zich op PSV gerevancheerd heeft voor een eerder beker verlies. Tegenstander Velocitas is dit jaar erg goed en wint onder aanvoering van het fenomeen Otto Bonsema terecht met 4-2. Dat is geen schande want in de finale zijn de Groningers ook te sterk is voor Feijenoord.

Het voetbal staat qua organisatie in de kinderschoenen, zoals het vinden van een geëgaliseerd en door de bond goed gekeurd voetbalveld. Kort voor de oorlog, toen aan het Toepad een marinierskazerne werd gebouwd, verhuisde Excelsior terug naar het vertrouwde Woudestein. De leden en donateurs van de club verplaatsen de kleedkamers en tribunes van het Toepad naar de nieuwe/oude locatie. Op 9 september 1939 werd Woudestein officieel geopend.

L. Bouter 1931
Manssen 1931

2e Wereldoorlog 1940/1945.

Donkere dramatische jaren volgen als in mei 1940 de Duitsers ons land binnenvallen. De binnenstad van Rotterdam werd op 14 mei gebombardeerd om het laatste beetje verzet van ons land te breken. Veel mensen zijn verbaasd als ze horen dat er tijdens de oorlog werd gevoetbald. De oorlogsjaren worden vooral geassocieerd met onderdrukking, verzet, Jodenvervolging, armoede en honger.

'Op grond van de Verordening van den Rijks-commissaris is het betreden van deze sportvelden aan JODEN VERBODEN'

En dat terwijl het voetbal in Nederland tijdens de oorlog populairder was dan ooit tevoren: tienduizenden Nederlanders sloten zich aan bij een sportvereniging en het publiek in de stadions verdubbelde. Voetbal bood afleiding voor de oorlogsellende. Dieptepunt in de oorlog bij de club, was de dood van erelid Jan Bak, die op 10 november door Duitse soldaten werd neergeschoten tijdens een razzia. Een aantal jaren na de oorlog werd in de kantine een gedenkplaat aangebracht.

Nederland herpakt zich

11 juni 1950: Het Vrije Volk.

Na de oorlog pakte de club de draad weer op. Na een beslissingswedstrijden tegen het Haagse V.U.C. promoveerde Excelsior in 1946 naar de eerste klasse. Een jaar later moest de club tegen diezelfde tegenstander spelen voor behoud van het eerste klasserschap, en opnieuw won Excelsior. In 1947/1948 gaat het dan toch mis valt de club terug naar de 2e klasse om in 1952 weer terug te keren naar de hoogste klasse. Tussendoor wisten de Kralingers in de KNVB bekercompetitie verrassend de halve finale te bereiken met PSV als tegenstander. Een kranten verslag links uit het Vrije Volk.

1954: Ommezwaai van conservatieve KNVB.

Het begin van de jaren vijftig was een roerige tijd. Door het vertrek van vele voetbalsterren naar het buitenland, werd in Nederland de roep om betaald voetbal steeds luider. Tot dan toe werd er in ons land alleen onder de tafel betaald en was de KNVB streng met het straffen van overtreders. De media en een alternatieve voetbal bond, de NBVB, voerden de druk op Zeist op. Excelsior-voorzitter Henk Zon speelde in het ontstaan van het betaalde voetbal een belangrijke rol. Samen met voorzitters van onder meer Feyenoord en Sparta riep hij het bestuur van de KNVB bijeen. In 1954 kwamen beide bonden tot een overeenkomst. De weg is nu vrij tot invoering van prof-voetbal. Elke vereniging kon op voorwaarde een licentie aanvragen. In november begon het spektakel met een verdeling van 64 clubs willekeurig verdeeld over 4 eerste klassen Excelsior startte het seizoen 1954/1955.met een mooie vierde plaats als eindresultaat. De periode 1955/1956 werd een mooie middenpositie behaald echter onvoldoende om in de hoogste klasse te blijven. Zes jaar lang speelde club zonder aansprekende resultaten. In 1961/1962 piekte de selectie naar een 2e plek in de 1e divisie op drie punten van kampioen Heracles.

Een mooi resultaat maar toch geen reden voor een feest. Daar dachten de Kralingers echter anders over gezien het onderstaande artikel. Het tekent de ambitie en de verenigingssfeer van Excelsior dat men tevreden is met een plek bij de eerste zes in de 1e divisie.

De belangstelling voor voetbal en Excelsior was eind jaren vijftig, begin jaren zestig op z’n hoogtepunt. Daarna ging het langzaamaan bergafwaarts en bleek soms moeilijk voor veel verenigingen om de begroting te ordenen. Ook voor Excelsior kwamen er sportief jaren van pas op de plaats was het financieel passen en meten om het hoofd boven water te houden. Wel zorgde de club op een inventieve wijze om in 1958 de eerste overdekte staantribune van Nederland te voltooien en ook om shirtreclame in te voeren. Dit stuitte echter op bezwaar van de bond. Samen met Sparta en Feyenoord drong Henk Zon aan op gemeentelijke steun voor het betaalde voetbal. Ook werd regelmatig gesproken over fusies. In 1964/1965 was ook de 1e divisie een maatje te groot. Van de dertig wedstrijden werden er vijf gewonnen en de laatste plaats was dan ook geen verrassing. Twee weken voor het einde was degradatie onvermijdelijk.

20 april 1965: Het Vrije Volk.

Aad Bak 1953

Met minimale middelen en een maximum aan creativiteit wist Excelsior zich gedurende de historie in leven te houden. Altijd wist de club zichzelf te bedruipen. De meest besproken actie was het inzamelen van oud papier. Met een half versleten busje ging een groepje vrijwilligers wekelijks op pad om op vaste adressen oude kranten, folders e.d. op te halen. Het leverde Excelsior jaarlijks duizenden guldens op en een imago als oud papier club. Het oud papier was voor Excelsior letterlijk bankpapier.

Clubicoon: Arie den Hertog een legendarische doelman.

Arie is geboren op 2 juni 1931 te Rotterdam. De legendarische oud doelman van Excelsior was sinds 1943 lid van de club en speelde tussen 1951 en 1964 280 wedstrijden in het eerste elftal van de Rotterdammers. De voormalig doelman verteld hoe hij bij Excelsior terecht was gekomen: ,,Ik ben in 1943 lid geworden. Ik werd twaalf en heb me meteen aangemeld als keeper. Ik kwam bij bestuurslid Jo Bak en zei: Ik wil in de goal!’’ Eerder vertelde hij al eens dat hij als jong ventje op straat ook altijd in het doel werd gezet. ,,Dat heb ik van mijn vader. Die was keeper in het aller eerste elftal van Celeritas – de voorloper van Feyenoord – dat aan de competitie deelnam. Ze speelden toen op het Afrikaanderplein. Ik had overigens ook wel graag willen voetballen, maar het is de vraag of ik dan het eerste elftal had gehaald.’’

Dat lukte hem als doelman wel. Op 30 september 1951 debuteerde hij in de thuiswedstrijd tegen VUC (1-2). Zijn hoogtepunt beleefde hij naar eigen zeggen in 1952, toen Excelsior promoveerde naar de eerste klasse. Twee jaar na die promotie behoorde Den Hertog ook tot de eerste lichting betaald voetballers bij Excelsior. ,,Er veranderde niet zo veel in het begin. We speelden in een team met allemaal jongens die al sinds de jeugd voor Excelsior voetbalden’’, zei Den Hertog hierover.
In 1961 besloot de doelman van Excelsior zijn maatschappelijke carrière – hij was werkzaam voor een grote liftenfirma – voorrang te geven. Hij stopte bij het eerste elftal, maar toen de prestaties tegenvielen, werd hij al snel weer benaderd. Op aanraden van teamgenoot en boezemvriend Dick van den Polder werd Den Hertog benaderd voor een terugkeer onder de lat. Den Hertog had enkele voorwaarden, maar die werden met voorzitter Henk Zon geregeld.

1955. Staand: Veldhuizen, Gerrie den Hertog, Dick v/d Polder, Heimen Lagerwaard, Arie den Hertog en Westphal. Zittend: Braams, Lo Dörr, Pijper, van Kilsdonk en Corpeleyn.

De zondag erna, op 17 december 1961 in de thuiswedstrijd tegen Scheveningen Holland Sport (SHS), keerde hij terug. Toeval of niet, maar Excelsior won met 4-0. Den Hertog: ,,Daarna gingen we steeds beter spelen. Op een bepaald moment was er geen doorkomen meer aan. Dat was puur een kwestie van vertrouwen. Zelf hoefde ik niet op de voorgrond te treden. Ik wilde simpelweg zo min mogelijk fouten maken. Geen trucs of superduiken, maar gewoon mijn doel schoonhouden.’’ ,,Ik probeerde met zo weinig mogelijk spats, zoveel mogelijk ballen tegen te houden’’, zei hij over zijn keepersstijl. ,,Ik keepte eigenlijk zoals mijn boezemvriend Dick van den Polder voetbalde: op intuïtie. Ik was geen lijnkeeper, maar probeerde de hele zestien te beheersen. Als er een voorzet kwam, stormde ik soms een heel eind mijn doel uit om de bal weg te stompen of te grijpen. Ik probeerde zo weinig mogelijk moeilijk te doen, maar wel om bepaalde gevaarlijke situaties voor te zijn.’’

Seizoen 1958/1959. Boven: Gerrie den Hartog, Arie den Hertog, Lo Dörr, Arie Delwel, Heimen Lagerwaard en Wim Visser. Onder: Gerard Weber, Ben Damen, Piet Slui, J. Slavenburg en Louis Corpeleijn. 

Arie den Hertog, die ook twee seizoenen voor Sparta uitkwam, maar altijd lid bleef van Excelsior, speelde na zijn carrière nog jaren in het beroemde veteranenteam van Excelsior. In 2018 was hij 75 jaar lid van Excelsior. Hij bleef de club volgen, maar vanwege zijn gezondheid bezocht hij de laatste jaren steeds minder wedstrijden van het eerste elftal. Op 13 augustus 2019 is Arie den Hertog overleden op 82 jarige leeftijd.

Clubicoon: Heimen Lagerwaard ‘De ooievaar van Excelsior’.

Heimen werd op 23 april 1929 te Rotterdam geboren. Op vijftienjarige leeftijd was hij al eerste elftalspeler van het Rotterdamse CKC. Een bestuurslid van die vereniging voorspelde hem een grote toekomst en hij bleek gelijk te krijgen. Toen hij negentien was, vertrok Lagerwaard naar Excelsior waarin hij van 1950 tot 1963 ongeveer 258 wedstrijden speelde Zijn debuut was op 24 september 1950 in de uitwedstrijd tegen HOV eveneens uit Rotterdam(0-4). Hij begon als linksachter, maar werd uiteindelijk stopperspil met Dick van den Polder stond naast hem. Hij werd het rechterbeen van Lagerwaard genoemd en andersom Lagerwaard het linkerbeen van zijn collega achterin als centrum verdediger.

  Het centrale verdedigings trio : Dick van den polder, Heimen Lagerwaard en keeper Arie den Hartog

Tijdens het interview hadden we het uiteraard over die ene interland die Lagerwaard speelde op 27 september 1953 tegen Noorwegen. Niet eens een hele wedstrijd, want pas twintig minuten voor tijd kwam hij in het veld voor de ‘geblesseerde’ Frans Tebak. Het stond op dat moment al 3-0 voor Noorwegen en alle doelpunten waren voorbereid door Rube Strandbakke, de directe tegenstander van Tebak. Voor Lagerwaard viel er weinig eer meer te balen. Drie minuten na zijn entree werd het ook nog 4-0 voor de Noren. ,,Toch ben ik trots op die wedstrijd’’, zei hij vol overtuiging. ,,Ik ben de enige van Kralingseveer die het Nederlands Elftal heeft gehaald. Ik ga nog steeds elk jaar naar de reünie van oud internationals. Hartstikke gezellig om al die mannen van vroeger terug te zien.’’

‘Ik ben er gekomen door keihard te werken want voetbal was voor mij alles. Ik leefde de hele week naar die tweemaal drie kwartier toe. Er was voor mij niks mooiers.’ ,,Ik was zo fanatiek met voetballen dat ik zelfs een keer bijna mijn baan kwijt raakte bij Piet Smit omdat ik was geselecteerd voor het Nederlands B-elftal. Ik werd op het laatste moment opgeroepen, maar mocht niet weg van mijn baas. Om twaalf uur liep ik gewoon de poort uit en ging naar Utrecht. Ik heb daar gevoetbald en na de wedstrijd zei ik tegen Henk Zon, die daar ook was: ‘Ik hoef morgen niet meer terug te komen bij Piet Smit’. Even later kwam hij naar me toe, bleek hij mijn baas te hebben gebeld. ‘Ga morgen maar gewoon weer naar je werk, het is alweer in orde’.’’

Lo Dörr 1953

Wie foto’s van de voetballer Heimen Lagerwaard ziet, begrijpt de bijnamen die hij in zijn Excelsior tijd kreeg: ‘Ooievaar van Excelsior’ en ‘De man met de uitschuifbare benen’. De lange Heimen zag er misschien slungelig uit, hij had de kwaliteiten die van hem een heel belangrijke speler maakten. Het meest kenmerkende was zijn traptechniek. Of het nu een pass over twintig of vijftig meter was hij kon een medespeler haarzuiver bereiken.’ Volgens ingewijden beschikte Lagerwaard over een formidabel spelinzicht, maar kon hij slecht tegen zijn verlies. Hij sarde graag tegenstanders en kon vrij hard zijn zonder overigens ooit van het veld gestuurd te zijn. Die ene keer dat dit wel gebeurde, was overigens door zijn eigen aanvoerder Lo Dörr. Het was 1957 en bij een 2-0 achterstand tegen Juliana schoot een gefrustreerde Lagerwaard de bal opzettelijk en hard in het publiek, waarna Dörr hem naar de kleedkamer verwees.

Heimen was ook bijgelovig man en zweerde bij een oude sweater die hij altijd onder zijn shirt droeg of het nu bloedheet of ijskoud was, die sweater moest aan. Over zijn vaste rituelen op speeldagen vertelde hij zelf: ‘Ik deed elke zondag hetzelfde. Ik stond ’s morgens om vier, vijf uur op, ik liep daarna wat over de dijk, ging fietsen of naar fietsen kijken en ging vroeg naar Woudestein om anderen bezig te zien. Vaak speelde ik een partijtje biljart en om elf uur nam ik steevast twee citroentjes. Ik was geen grote drinker hoor. Ik kon alles laten, behalve roken.’ Na zijn enige interland speelde Lagerwaard op 6 oktober 1953 met het voorlopig Nederlands elftal tegen de Franse profclub Stade Francais. Hierna zou de verdediger nooit meer een uitnodiging uit Zeist ontvangen. Zelfs op het befaamde ‘haasje’ dat elke debuterende international krijgt moest Lagerwaard lang wachten. Door bemiddeling van voorzitter Henk Zon kreeg hij dit vijf jaar na zijn enige interland alsnog. Bron: Vincent Wernke in ‘Excelsior 100 jaar’. Heimen Lagerwaard overleed in Rotterdam op 29 december 2006 op 77-jarige leeftijd.

Clubicoon: Henk Zon ‘mister Excelsior’

Henk Zon is van 1916 en wie vroeger over Excelsior sprak, had het automatisch over Henk Zon. Het is moeilijk om iemand te vinden die een groter stempel op de club heeft gedrukt dan hij. Zonder andere mensen tekort te doen, denk ik dat we Henk Zon zonder twijfel Mister Excelsior mogen noemen. Een portret van een echte clubman, met een rood-zwart hart en zijn eeuwige optimisme op zijn Excelsior omhoog te helpen.

Zo maar een anekdote van Koos Postema uit een Voetbal International uit 1991: “Ik zie het nog voor me: Henk Zon in z’n blauwe trainingsbroek en crèmekleurig trui die alle ingooien aan Excelsior gaf. Ook al was overduidelijk dat een van onze spelers de bal het laatst had aangeraakt, Henk Zon wees gedecideerd met de vlag in de richting van de helft van de tegenstander. Dan gierden we het uit.”


Zijn naam klinkt nog regelmatig op Woudestein. Het bord met sponsors en vrienden van Excelsior, aan de rand van de oude zittribune, bevat nog steeds een bord met zijn naam: ‘Henk Zon – ere-voorzitter’. Hoewel hij inmiddels al weer ruim drie jaar geleden overleed, lijkt Henk Zon nog altijd op Woudestein rond te hangen. De mensen praten over hem. Zijn naam valt in een gesprek, en wordt altijd met respect uitgesproken. Of je ziet zijn foto in het sponsorhome: het royale hoofd met een enorme glimlach rond z’n lippen, en natuurlijk met de eeuwige sigaar in de mond. Een voetbalbestuurder in hart en nieren. Maar bovenal een echte clubman met een rood-zwart hart.

Blog 115 jaar #23: Hitsingle van Henri Soleil - SBV Excelsior ...

In 1943 nam Henk Zon voor het eerst plaats in het bestuur van Excelsior. Daarvoor had hij al enkele wedstrijden in het eerste gespeeld, en was hij negen jaar lang aanvoerder van het tweede elftal. In 1952 werd hij voorzitter van de club. Het Nederlandse voetbal stond op dat moment aan de vooravond van een aantal drastische veranderingen. Henk Zon was een van de mensen die in de ontwikkelingen voorop liep. ‘We leven in een materialistische wereld’, schreef Zon in zijn dagboek nadat Excelsior-speler Aad Bak hem duidelijk had gemaakt dat hij voor geld zou vertrekken naar de Profclub Rotterdam. ‘Geld is troef en de KNVB zal eraan moeten.’
In de zuidelijke provincies was in die tijd een ‘wilde’ voetbalbond ontstaan, de NBVB onder leiding van Meneer Egidius Joosten. Hij wilde dat spelers net als in een aantal ons omringende landen betaald zouden gaan worden. Joosten richtte daarom de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond op, waardoor de clubs in het westen achterop dreigden te raken. Samen met Aad Libregts en bestuurders van Feyenoord, Sparta en ADO nam hij het initiatief om met Hopster over de situatie te gaan praten. De verschillende clubs kwamen op 30 juni 1954 bij elkaar in het Utrechtse hotel Terminus. Tijdens de conferentie kwam het betaalde voetbal eindelijk tot stand. Vanaf dat moment werd in Nederland gesproken over de beruchte slaapkamerconferentie. Excelsior-supporter en presentator Sander de Kramer vertelt: “In terug in de tijd” over deze legendarische Henk Zon die in 1994 op 78 jarige leeftijd overleed.

1969: De opmaat tot de succesvolle jaren 1970/1980

Vanaf 1968/1969 veert Excelsior op en promoveert het naast kampioen De Graafschap naar de 1e divisie. In de laatste wedstrijden stuurde trainer Bob Janse zijn ploeg met een zeer behoudende tactiek het veld wat voor de toeschouwers niet aantrekkelijk was. Zoals op het Hilversumse Sportpark bij SC Gooiland waar voor 2000 toeschouwers een 0-0 het beoogde resultaat werd.

Een meevaller was het dat naaste concurrent Fortuna uit Vlaardingen ook gelijk speelde. Het bleef in de laatste weekeinden nagelbijten met alleen gelijke spelen. Na een aantal jaren in de laagste divisie te hebben gespeeld kwam nu punt voor punt de 1e divisie dichterbij.

18 mei 1969: SC Drente – Excelsior 0-1. Na een kopbal van Thijs Librechts. Henk Zon spreekt de bloemrijke selectie toe, met linksonder trainer Bob Janse.

1970: Het succes van Excelsior is mede het succes van Bob Janse.

Vanaf nu zullen er succesvolle jaren aanbreken te beginnen met 1969/1970 toen er met opnieuw een tweede plek promotie werd afgedwongen en de Eredivisie werd bereikt. Op de laatste speeldag werd er met 3-1 van de Zuilense formatie Elinkwijk gewonnen. Voor 10.000 toeschouwers scoorden Thijs Kwakkernaat 2x en Theo v Toledo 1x en is de promotieplaats veilig.

Hans Bassant en Thijs Kwakker-naat

Veel lof is er voor de 49 jarige Bob Janse. Janse voelt zich altijd verbonden met Excelsior, de club waar hij van 1956 tot 1962, van 1968 tot 1971 in dienst is. Na zijn loopbaan bleef hij een trouw supporter van Excelsior. Bob Janse geboren Schiedammer overleed op 6 november 2008 op 88 jarige leeftijd te Rotterdam.  

CLUBLIED EXCELSIOR ‘FERME JONGENS, STOERE KNAPEN’

Gezongen door ‘Henri Soleil’ (Henk Zon) met het Rotte’s Mannenkoor, 1977 Tekst: Toon Kenters. Muziek: Willy Schootemeyer.

1955: Sigarenbandje

Wij gaan naar het terrein, naar ons Woudestein
Waar Excelsior vlag waait in de wind
En wij vinden het fijn, als we daar maar zijn
Want daar is een ieder goed gezind
Daar heerst altijd weer een gezonde sfeer
Daar is vreugd en nimmer klinkt gemor
En met blijheid in het hart
Strijden wij voor rood en zwart
Voor de roem van ons Excelsior
En met blijheid in het hart
Strijden wij voor rood en zwart
Voor de roem van ons Excelsior