EVV Eindhoven

1909: Het blauw-wit van EVV Eindhoven

De geschiedenis van EVV Eindhoven gaat terug naar 16 november 1909 toen de clubs Eindhovia en Sparta fuseerden.  In eerste instantie werd de naam E.V.V een afkorting van Eindhovense Voetbal Vereniging later, na samenvoeging met Gestel, rond 1921 wordt het huidige E.V.V. Eindhoven de naam. Inmiddels speelt de vereniging in de 3e klasse zuid bij de NVB, de voorloper van de KNVB. Er werd gespeeld 1912/1913 in een kleine poule maar het begin is er. Vanwege de mobilisatie als gevolg van het uitbreken van de eerste wereldoorlog is de competitie in het seizoen 1914-1915 een noodcompetitie.Omdat er sprake was van nood was er geen promotie en degradatie na dit seizoen. Dankzij een hergroepering door de NVB gaat EVV naar de 2e klasse met in het seizoen 1921/1922 een kampioenschap en promotie naar de hoogste Nederlandse voetbal niveau. Daar handhaaft de club zich tot 1957 !!! wat een waar kunststukje is.

De clubkleuren worden op verzoek van burgemeester Piet van Mens, blauw/wit, gelijk het wapen van de stad Eindhoven. E.V.V. speelt van 1925 tot 1934 na het noodgedwongen vertrek uit het Villapark in de wijk Stratum. Het eerste terrein ligt aan de oostzijde van de Aalsterweg in het dan nog landelijke gebied tussen de Maple Farm en Villa Eikenburg. Hier speelt de club in totaal negen seizoenen, voordat het moet vertrekken, door de oprukkende stadsuitbreiding van Eindhoven.

Sportpark Aalsterweg

In 1934 steekt EVV Eindhoven de Aalsterweg over, om het hoofdterrein van het nieuw aangelegde gemeentelijk sportpark te bespelen.Het terrein dat is gebouwd als werkverschaffingsproject kent een hoofdtribune en in een hoefijzervorm aangelegde staantribunes aan de overige drie zijden. Rondom het veld ligt een sintelbaan. Er kunnen dan 27.000 toeschouwers een plaatsje vinden langs het veld. De eerste wedstrijd speelde EVV tegen landskampioen Ajax. Het werd een debacle eindigend in een 8-2 nederlaag. In de jaren dertig bungelt Eindhoven steeds in de onderste regionen van de competitie, maar in de KNVB beker weet het toch succes te boeken.

1937: EVV Eindhoven verovert de KNVB beker.

Op 12 juni 1937 veroverd Eindhoven de K.N.V.B. beker door De Spartaan in de finale te Amsterdam met 0-1 te kloppen.

14 juni 1937: Arnhemsche courant

De weg omhoog is ingezet want in het seizoen 1938/1939 wordt EVV, kampioen in de 1e klasse zuiden en mag het met de andere regio kampioenen  AjaxDWS,  N.E.C.  en Achilles 1894 uitmaken wie er landskampioen wordt. EVV Eindhoven wordt uiteindelijk vierde en houdt alleen Achilles achter zich.

1940/1945: De oorlogsjaren in voetballend Nederland.

Bij de instelling van de noodcompetities door de KNVB voor het seizoen 1939-’40 was het aanvankelijk niet de bedoeling dat er aan het einde van het seizoen kampioenscompetities zouden worden gespeeld. Men voorvoelde dat door de dadendrang van de Duitsers, aan de grens en elders, een normaal einde van de competitie niet mogelijk was. Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger echter Nederland binnen. Nadat op 15 mei de Nederlandse regering capituleerde en de gevechtshandelingen voorbij waren, begon men voorzichtig weer het normale leven op te pakken, en ook aan voetballen te denken. In eerste instantie leek het er niet op dat nog om het Kampioenschap van Nederland zou worden gespeeld, mede door de reisproblemen. Uiteindelijk werd 15 juni toch begonnen met de kampioenscompetitie. Eindhoven was in haar 1e klasse op een tweede plek geëindigd achter kampioen Juliana uit Limburg. De vijf kampioenen streden om de landstitel met Feijenoord Nederlands kampioen. Omdat echter een noodcompetitie was ingesteld was het landskampioenschap niet officieel maar slechts officieus en werd de gouden kampioensmedaille niet uitgereikt.

EVV. Staand: v/d Heyden, Muylekom, Smets, De Zeeuw, v. Gemert, Hessels, v/d Honert, Peters en W. van Tuyl trainer. Zittend Giesbers, Van Veghel en Schampers. Vlak voor de eerste wedstrijd in de nacompetitie om de landstitel. Blauw-Wit – EVV 0-1

Ook in het seizoen 1941/1942 wordt Eindhoven kampioen van 1e klasse zuid. Eindhoven had in dat jaar de minst gepasseerde achterhoede van Nederland, 22 wedstrijden, slechts 16 maal gepasseerd. In de nacompetitie om de landstitel strijd EVV om de titel. In de voorlaatste ronde wordt er thuis gespeeld tegen concurrent ADO. Bij winst is de landstitel nagenoeg binnen. Het wordt 1-1 en de kansen zijn erg klein zou een week later blijken. Een achterstallige wedstrijd tegen AGOVV wordt door ADO met 5-2 glansrijk gewonnen.

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

Op last van de bezetter royeren vrijwel alle Nederlandse voetbalclubs hun Joodse leden. Clubs die weigeren NSB’ers aan te nemen – alleen PEC Zwolle en Unitas uit Gorinchem durven dit – worden door de Duitsers ontbonden. Van beide clubs vertrekt een prominent lid naar een concentratiekamp. Clubsecretaris Peters van PEC Zwolle gaat naar Kamp Vught, terwijl Huub Sterkenburg van Unitas in een buitenlands concentratiekamp de dood vindt.

Voetbal bleef in Nederland tijdens de bezetting niet alleen populair, het werd zelfs nog veel populairder dan voorheen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog  verdubbelde het bezoek aan voetbalwedstrijden ongeveer, hoewel verzetsbladen soms tot een boycot opriepen. Tweede pinksterdag 1944 was er een stormloop op de 30.000 kaartjes voor de wedstrijd om het Nederlands kampioenschap. Het blijkt de manier om te ontspannen en even onder ons Nederlanders te zijn. Ook ondergedoken joden bezochten wedstrijden. Simon de Winter, een van oorsprong Nederlandse jood die nu in Israël woont, ging bijvoorbeeld in april 1944 als kind van twaalf jaar naar de kampioenswedstrijd tussen HVV en Neptunus op het Rotterdamse Spangen. Bron: Historiek ‘ Oorlog is voetbal’ en Historisch Nieuwsblad.

Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft de namen van 2000 in de Tweede Wereldoorlog overleden voetballers online gezet. Bijvoorbeeld clubs kunnen er daardoor gemakkelijk achter komen of, en zo ja welke, spelers van hun vereniging tot de slachtoffers behoorden. In dit register doemt de naam op van één speler van EVV. Eindhoven, M. Cahn. Vermoedelijke overlijdens datum 1944.

1950/1954: De gouden jaren van EVV Eindhoven.

Noud van Melis
1955. Sigarenbandje

De jaren vijftig, onder leiding van trainer Wim Groenendijk, kunnen wel de meest succesvolle jaren genoemd worden. In 1950 maakt Noud van Melis als eerste international van Eindhoven zijn debuut in het Nederlands voetbalelftal. Ook Frans Tebak en Dick Snoek zouden snel voor Oranje spelen. In de afdelingscompetitie 1952/1953 hebben Eindhoven en PSV beide 37 punten weten te verzamelen uit 26 wedstrijden en het toenmalige reglement van de KNVB schrijft een beslissingswedstrijd voor. De gigantische publieke belangstelling brengt zelfs de Rotterdamse Kuip even als locatie in beeld. Men besluit evenwel de supporters, in de naoorlogse jaren van de wederopbouw, niet onnodig op reiskosten te jagen.

1954. Boven: Wim Groenendijk, Frans v Kemenade, Lambert van Tuyl, Jan Hansen, Frans v Tuyl, Frans Tebak, Jo Tebak. Onder: Jan Louwers, Piet v Rooy, Noud v Melis, Dick Snoek en Willy Schmidt

Plaats van handeling wordt stadion De Vliert in Den Bosch. Ruim 30.000 toeschouwers, voor het overgrote deel afkomstig uit de Lichtstad, zien de moeder aller overwinningen van Eindhoven. Via een hevig betwiste strafschop, benut door aanvoerder Frans van Tuijl, nemen de blauw-witten al snel de leiding. Coen Dillen maakt met een afstandsschot gelijk, maar kort na rust scoort Piet van Rooij het winnende doelpunt.

Kleedkamer geluk 1954 landskampioen. Trainer Groenendijk, Jan Louwers en Piet van Rooy.

Het feest na afloop houdt kennelijk wat al te lang aan. In de competitie om de landstitel met RCH (Heemstede), Sparta en Vitesse komt EVV maar moeizaam op dreef. Toch dwingt de ploeg nog een beslissingswedstrijd tegen RCH af, maar die gaat in De Kuip,na verlenging met 2–1 verloren. Net als in 1942 is Eindhoven vicekampioen, maar de drang naar revanche overheerst uiteraard de tevredenheid over dit resultaat.

1954: Eindelijk Nederlands kampioen.

Jan Louwers

In de competitie 1953/1954 weet Eindhoven dat jaar concurrent Willem II achter zich te houden. Eerst door de thuiswedstrijd met 5–4 te winnen. Waarbij Eindhoven kort na rust nog tegen een 1-4 achterstand aankijkt, maar mede door de vijfde treffer van Toon Feijen nipt wint. De titel wordt net als in het verleden in Tilburg behaald. Willem II wordt in een regelrechte thriller op 3–3 gehouden wat voldoende is om kampioen te worden. Om het landskampioenschap treft men DOS, het hoofdstedelijke DWS en PSV. Na vier speelronden hebben alle ploegen vier punten. Vervolgens declasseert Eindhoven, de rood-witte stadgenoot PSV, in eigen huis aan de Frederiklaan. De wedstrijd eindigt in 0-4 na superieur spel van de blauw-witten. Tot de grote uitblinkers behoren Jan Louwers en Piet van Rooij.

Een week later wordt het DOS van Joop van Basten, Louis van den Bogert, Hans Kraay sr., Tonny van der Linden en Cor Luiten met 3–1 verslagen. Midvoor Noud van Melis tekent voor het drietal Eindhovense doelpunten. Voor het eerst is Eindhoven landskampioen. Niet veel later zal duidelijk worden, dat deze landstitel de laatste is in het amateurtijdperk. Waarschijnlijk zal Eindhoven tot in lengte van dagen de  ‘allerlaatste amateurkampioen’ blijven.

1954: Nederland gaat semi-professioneel voetbal spelen.

Het seizoen 1954/1955, het eerste in het betaald voetbal, was voor Eindhoven ook succesvol en weer werden zij kampioen van haar klasse. Samen met drie andere Brabantse clubs, NAC, PSV en Willem II, werd de competitie om het landskampioenschap gespeeld. Eindhoven eindigde op de laatste plaats. In het seizoen 1956-1957 kwam aan deze prachtige reeks een einde en degradeerde Eindhoven op 12 juni 1957 uit de eredivisie naar de 1e divisie.

E.V.V. Eindhoven ‘Houd de hand op de knip’.

De revolutionaire introductie van profvoetbal telt vooral slachtoffers onder de clubs die niet hebben geanticipeerd op de veranderingen. Eindhoven is daarvan het beste voorbeeld. De club van de machtige secretaris Gerrit-Jan Blom zweert bij het zuivere amateurisme. Sport en geld kunnen in zijn optiek niet samengaan. Aan het begin van de jaren vijftig weigert Eindhoven zijn spelers onderhands te betalen, wat elders in Brabant en Limburg royaal gebeurt.
Eindhoven heeft in 1956 te weinig jonge spelers om voor aanwas te zorgen en áls er al geld in kas is, wordt dat niet aangewend om voetballers te kopen. In het eerste seizoen Eredivisie eindigt Eindhoven dan ook als laatste. Clubs waarmee het twee of drie jaar eerder nog om de landstitel streed (zoals PSV, Sparta, SC Enschede, Fortuna ’54 en Elinkwijk) maken nu vijf, zes of zeven doelpunten tegen de blauw-witten.

1962: Handhaving op het tweede niveau.

In 1956 vertrekt linksbuiten Willy Schmidt voor 42 mille naar Ajax. Hij levert meteen een grote bijdrage aan de eerste eredivisietitel van de Amsterdamse club. Andere spelers worden een dagje ouder of hangen de voetbalschoenen aan de wilgen. In 1960 stapt rechtsbuiten Jan Louwers voor circa 60 mille naar PSV over.

Drie jaar later wint ook hij een tweede landstitel. De grillige vedette komt dan  door blessures nog maar weinig aan spelen toe. Wel zet hij, samen met Toon Brusselers, nog steeds de lijnen uit. Overigens is ook Noud van Melis in 1956 voor een tweede keer in zijn loopbaan landskampioen geworden, nu met Rapid JC. Deze prestaties geven duidelijk de kracht van de Eindhoven-voorhoede uit de jaren vijftig aan. Voor de blauw-witten zijn echter de magere jaren aangebroken. Dick Snoek vertrekt naar VVV uit Venlo en na een controverse met het bestuur slaat ook de lange aanvoerder Frans van Tuijl de deuren achter zicht dicht.

Op 27 juni 1954, de laatste speeldag van de kampioenscompetitie, staan de aanvoerders van de koplopers Eindhoven (Frans van Tuijl, links) en DOS (Cor Luiten) aan de aftrap voor hun laatste en beslissende wedstrijd om de landstitel. Eindhoven won met 3-1.

Frans voelt zich door het bestuur besodemieterd vanwege niet nagekomen afspraken en zweert ‘nooit meer een stap’ te zetten aan de Aalsterweg. Het afhaken van ‘de lange Van Tuijl’ valt zwaar. Hij is de man die het elftal bijeenhield en namens de spelers onderhandelde met het bestuur. Over premies of consumptiebonnen. Feestjes organiseren kon Van Tuijl ook goed. ‘Ik was een heel slechte aanvoerder’, zei hij met een knipoog.

Seizoen 1955/1956. Staand: Frans van Kemenade, Frans van Tuijl, Frans Tebak, Jan Hanssen, Jan van de Boomen, Jo Tebak. Gehurkt: Martin Gorissen, Piet van Rooy, Wim Verhoeven, Dick Snoek, Willy Schmidt

Van concurrentie met de rijke stadsgenoot PSV is geen sprake meer. Toch wordt aan het begin van de jaren zestig nog een mooi resultaat geboekt. In het seizoen 1962/1963 worden de Eerste Divisie A en de Eerste Divisie B samengevoegd. Eindhoven moet een halve competitie tegen Veendam en SVV (Schiedam) spelen om zich op het tweede niveau te handhaven. Men incasseert een nederlaag in Veendam (2–1), met oudgediende De Munck onder de lat, maar men klopt thuis SVV (2–0). Alle ploegen eindigen dus met twee punten. SVV heeft immers eerder thuis Veendam geklopt (2–0). Nu is het doelgemiddelde in de reguliere competitie bepalend. Veendam (1,58) en Eindhoven (1,33) handhaven zich daarom, ten koste van SVV (1,19). Het is het laatste succes voor Piet van Rooij en Frans Tebak, de twee resterende spelers uit het kampioenselftal van 1954. Ook vanaf de zestiger jaren was er wisselend succes, totdat Eindhoven in het seizoen 1968-1969, na het spelen van een beslissingswedstrijd op 3 juni 1969 tegen de Volewijckers in Arnhem, degradeerde naar de tweede divisie. Om vervolgens twee seizoenen later, in 1971, te promoveren onder leiding van de Engelse trainer Lesly Talbot weer naar de eerste divisie.

Clubicoon: Franciscus Antonius Maria (Frans) Tebak

7 mei 1961 Frans werd gehuldigd voor zijn 500e wedstrijd en krijgt als herinnering een polshorloge met inscriptie. vanaf links: Wim Stoker, Thijs Rutjens en Louis van der Meijden en Frans Tebak.

Frans Tebak is te Eindhoven geboren op 20 september 1927. Hij speelde tussen 1946 en 1963 bijna 600 wedstrijden voor EVV Eindhoven waarmee hij in 1954 landskampioen werd. Tussen 1952 en 1954 kwam hij in totaal tien keer uit voor het Nederlands voetbalelftal. Het was voor Oranje niet de meest gelukkige periode want van de tien wedstrijden werden er slechts twee gewonnen. Vanaf 1959 had hij een slagerij in Eindhoven. Frans is de vader van Evert Tebak, de huidige eigenaar van Keurslager Tebak. Alle zonen van Frans gaan het slagersvak in. Het betaald voetbal was geen vetpot en een combinatie te zwaar. Om het gezin te onderhouden stopte Frans met voetbal en richtte hij zich op zijn bedrijf. De slagerij in de Resedastraat in Eindhoven is nu volledig in handen van zijn zoons. In het Jan Louwers Stadion van FC Eindhoven is een tribune naar Frans Tebak vernoemd. Frans Tebak is te Eindhoven overleden op 8 augustus 2002. 

Boven: F. v. Kemenade, W. v. Gemert, P. v. Rooy, W. Slaats, J. Verspeek, P. Gerberink, F. Tebak, W. Verhoeven. Onder: R. v. Thoor, J. Louwers, M. Sijbers, A. v. Melis, D. Snoek, N. v. Diessen.  1958

Clubicoon: Dick Snoek

Dick Snoek is geboren te Djokjakarta in Nederlands-Indië op 4 april 1926. In 1946, kort na zijn overstap van Gestelse Boys naar EVV Eindhoven, werd Snoek als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nederlands-Indië waar op dat moment een onafhankelijkheid strijd werd gevoerd. Na zijn terugkeer in Nederland maakte de linksbinnen vanaf 1949 een bliksemcarrière bij Eindhoven. Aanvankelijk kreeg hij slechts een plek in het zevende elftal, om vervolgens de sprong naar het tweede elftal te maken. Pas in 1950 maakte hij zijn entree in het eerste elftal waar hij direct een basisplaats veroverde en enkele maanden later zelfs geselecteerd werd voor het Nederlands voetbalelftal. Dick Snoek gold als een harde werker, goede schutter en bekwame spelopbouwer. Hij werd gezien als vervanger van Kees Rijvers, die naar Frankrijk was vertrokken om er profvoetballer te worden en daarom niet meer voor Oranje mocht uitkomen. Snoek kwam in 1950 en 1951 drie keer uit voor het Nederlands elftal en werd in 1954 landskampioen met Eindhoven. Aansluitend maakte de aanvaller een kort uitstapje naar Sportclub Venlo ’54 waar hij een profcontract tekende. Enkele maanden later kwamen de profvoetbal bond NBVB en de KNVB tot een vergelijk waardoor er voortaan ook mocht worden betaald door KNVB-clubs. Snoek keerde terug naar Eindhoven, waar hij in 1960 ook zijn carrière afsloot. 

Clubicoon: Jan Louwers ‘De grillige, ongrijpbare rechtsbuiten’

“Dat waren nog eens tijden” zegt Jan Louwers (68) terwijl hij terugblikt op de wedstrijd Eindhoven – PSV 2-1. ,,De mensen zaten op de daken toen de ploeg Eindhoven binnenkwam.” Zo gek heeft hij de mensen in Eindhoven alleen nog meegemaakt toen de ploeg vervolgens in de beslissingswedstrijd om de landstitel in het Feyenoord-stadion tegen RCH moest spelen. ,,Op de markt in Eindhoven stonden duizenden mensen te luisteren naar de radioreportage van Dick van Rijn en Leo Pagano. ” Hun krakende stemmen weerklonken uit luidsprekers die rondom waren opgehangen. Maar Eindhoven verloor. Eindhoven treurde.

Leo Pagano met de microfoon in de hand

Een jaar later werd Eindhoven alsnog kampioen van Nederland. In de nacompetitie van 1954 werd Eindhoven eerste voor DOS, PSV en DWS. Blauw-wit was toen veel beter dan rood-wit. Het voetbal van de wijk Stratum was toen nog populairder dan het voetbal uit de wijk Strijp, het Philipsdorp. Het stadion aan de Aalsterweg werd regelmatig bevolkt door 16.000 toeschouwers. De mensen kwamen vooral voor Jan Louwers, een geniale en grillige voetballer die de verdedigers tot wanhoop bracht en het publiek in extase. Waar is de tijd gebleven dat het publiek kon genieten van een solist, van een voetballer die mag doen waar hij goed in is? Louwers kijkt met genoegen terug. ,,Het publiek zat tot aan de lijn van het veld. Als ik een hoekschop moest nemen, moest ik tegen de mensen zeggen: ga es weg.” In Eindhoven, bij PSV en bij EVV, herinneren ze Louwers nog als de beste rechtsbuiten die er in Brabant is geweest – in zijn tijd misschien wel van Nederland. Hij was eigenlijk een zwervende rechtsbuiten. Liever speelde hij midvoor of binnenspeler, zijn bijzondere techniek. ,,Maar omdat Noud van Melis beter in de spits was en meer scoorde, ben ik naar de rechtsbuiten plaats gegaan. Noud en ik vonden elkaar blindelings. Zo’n goed koppel hebben ze in Eindhoven niet vaak meer gezien.”

Jan Louwers in het midden scoort tegen Vitesse in de kampioensronde in 1953

Van Melis speelde wel in het Nederlands elftal, evenals Frans Tebak en Dick Snoek, Louwers echter nooit. Te eigenwijs, weten mensen in Eindhoven, grillig en als mens ongrijpbaar. ,,Hij liet zich niet voorschrijven hoe er gespeeld moest worden, hoe laat er getraind moest worden, hij had zijn eigen manier”, zegt Frans van der Putten, die in de jaren vijftig tussen het eerste en tweede elftal pendelde en nu commercieel manager is van de club. ,,Hij was een keer zo kwaad omdat hij niet door Van der Leck werd opgeroepen voor het Nederlands elftal dat hij in de wedstrijd tegen NAC linksback en international Kees Kuijs helemaal zoek speelde. Toen Kuijs in de tweede helft rechtsback werd om een vernedering te voorkomen, vroeg Jan of hij linksbuiten mocht spelen. Daar deed hij precies hetzelfde met Kuijs. Het was fantastisch om te zien. Het publiek werd gek van Louwers. Zo was hij. Maakte je hem kwaad, dan kon hij alles.” Louwers lag vaak dwars. ,,Als hij een keer te laat kwam op de training, zette de trainer, Wim Groenendijk, hem ernaast. Dat maakte Jan niks uit. Dan speel ik toch lekker niet, zei hij. Eindhoven verloor en dus werd Jan de volgende wedstrijd toch weer opgesteld. Soms had je het gevoel dat het voetbal niks voor hem betekende. Maar dat is een verkeerd gevoel. Hij was gek op voetbal, maar wel op zijn voetbal.”

,,Ik was een zelfstandige jongen”, nuanceert Louwers. ,,Ik moest in die tijd een eigen zaak zien op te bouwen. En nu heb ik al jaren een bedrijf in horecaproducten en apparatuur. Als voetballer verdiende je toch nauwelijks wat. Dan kwam ik wel eens te laat op de training. Maar aan de andere kant had ik ook een hekel aan mensen die dachten dat ze het beter wisten. Kessler en Cruijff klikte toch ook niet in het Nederlands elftal.” Toen Eindhoven in het betaald voetbal de aansluiting met de top (PSV in het bijzonder) verloor, verging Louwers ook steeds meer de lust voor Eindhoven te spelen. Hij wilde graag weg, naar PSV, of naar welke club hem ook wilde hebben.

In 1959 gebeurde het: PSV kocht Louwers van eerstedivisieclub Eindhoven, hoewel het al bijna dertigjarige genie niet meer in zijn beste doen was. ,,Het leek wel een aardbeving in Eindhoven”, weet Louwers. ,,Er stonden zeker honderd ingezonden stukken in de krant. Zo kwaad was iedereen op mij en op PSV. Maar ik wilde aan de top voetballen. Ik zei dat ik zou stoppen als Eindhoven me niet liet gaan. We hadden bij PSV een goed elftal: Steiger in het doel, Wiersma, Van Wissen, Brusselers, Van der Kuil, Heerschop, Dillen. Daar leefde ik op als mens en als voetballer.”Met PSV aan de Aalsterweg tegen Eindhoven spelen was dus een riskant avontuur voor Louwers. Hij kijkt terug op een bekerwedstrijd in die tijd. ,,Ik durfde niet zo goed, ik speelde met de handrem op. Het publiek begon steeds harder op mij te schelden. Vuile verrader en ge kunt er niks van. Toen ben ik gaan voetballen en heb ik toch nog gescoord en wonnen we met 2-0.” Na drie jaar PSV speelde hij nog drie jaar voor Roda en een jaartje bij zijn oude club Eindhoven. Lopen deed hij nauwelijks meer in zijn laatste jaar, de kniegewrichten hadden te veel te lijden gehad. Lopen deden die jonge jongens wel voor hem. Een tikje links, een tikje rechts, af en toe nog zijn oogstrelende techniek demonstrerend, zo beëindigde Louwers zijn loopbaan. Midden in het seizoen stopte hij, 37 jaar oud.

Seizoen 1960/1961. Staand: Flip Gerberink, Hennie Bogmans, Louis van der Meijden, Willie Heyink, Tjeu Soers, Wim Stoker, Cor Beks. hurkend: Gerard Versantvoort, Willie Slaats, Frans Tebak, Toon Feijen.

Enige jaren geleden werd het sportpark aan de Aalsterweg naar Jan Louwers vernoemd. Op de gevel van het stadion, dat wordt gerenoveerd tot een voetbaltempeltje met 5.500 overdekte zitplaatsen, staat de naam van de legendarische voetballer. Het streelt hem echt wel, die naam. Zo onverschillig is hij ook niet. Zoals het hem ook wel goed deed toen Eindhoven met aanvallend voetbal onder trainer Rinus Goossens in de jaren zeventig zowaar nog twee jaar in de eredivisie meespeelde. ,,Eindhoven was een fijne club, een echte club van het volk. Maar de tijden zijn veranderd. Ik ga liever niet meer kijken. Niet om Eindhoven, maar om het voetbal in de eerste divisie. Het is God-zegen-de-greep-voetbal, spelers van in de dertig maken de dienst uit. Dat is niet mijn voetbal.”

1970. EVV Eindhoven

Clublied Ole Ole voor E.V.V. gezongen door Theo de Vries en het Koor der Blauwwitten met de Wooltown jazzband.