Enschedese Boys

‘Het kleine broertje van Sportclub Enschede’

De vraag wanneer in Enschede voor het eerst een voetbalwedstrijd is gespeeld, is niet meer met stelligheid te beantwoorden. Bekend is dat er in 1865 een demonstratiewedstrijd is gespeeld tussen Engelse textielmonteurs en leden van een Britse delegatie uit Den Haag. De Blijdensteins, de Van Heeks en de Ter Kuiles, die op vele gebieden zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van Enschede, introduceerden er als eersten het voetbalspel. Evenals elders werd het spel geleidelijk verder ontwikkeld. Het duurde tot 1893 voordat er een Oostelijke klasse met een bijbehorende competitie werd ingesteld. Voetbal in clubverband bestaat in Enschede sinds 31 augustus 1885, toen Prinses Wilhelmina (P.W.) werd opgericht. Van de verenigingen die ook nu nog bestaan volgden De Tubanters in 1897 en Phenix in 1901. Pas in het eerste decennium van de twintigste eeuw kwamen daar de verenigingen bij die bij uitstek het voetbalgezicht van Enschede zouden gaan bepalen: Enschedese Boys (1906), Sportclub Enschede (1910) en in iets mindere mate Rigtersbleek (191 0) .

Een groep jongens in de leeftijd van 16 jaar, de schoolbanken goed en wel verlaten, echte school- en buurtkameraden. kwam op 20 april 1906 op het idee samen een voetbalclub op te richten. De ‘oprichtingsvergadering’ werd gehouden op de stoep van bakkerswinkel van Zuiden aan de Lipperkerkstraat, nabij het kruispunt met de Oliemolensingel. Bij handslag werd elkaar steun toegezegd. De oprichters waren B. Agterhuis, de gebroeders Baake, H. Dalenoord, J. Diekman , B. Groeneveld, J. Hartgers, J. Horst, H.G. Verveld en H. van Zuiden. Als naam voor de vereniging werd gekozen voor ‘ Lotisico “. Geen van hen zal hebben vermoed dat deze eenvoudige daad honderd jaar later nog steeds in de sportwereld voortleeft. De vriendengroep van Lotisico trapte aanvankelijk tegen een bal op een stuk weidegrond, gelegen tussen de Lage Bothofstraat en de spoorlijn Enschede-Gronau. Dit gebeurde echter illegaal, zodat of de eigenaar met hond of een te hulp geroepen diender de actieve jongelui van hun ‘speelveld’ verdreef. Noodgedwongen werd dan telkens uitgeweken naar de destijds nog aanwezige heide op het Hoge Boekel. Een jaar later werd aansluiting gezocht bij de Twentsche Voetbalbond, waarbij de naam van de vereniging werd gewijzigd in Excelsior. Opgetekend door archivaris Bram Nijenhuis in het jubileumboek “Honderd jaar groen-wit (1906- 2006) uitgebracht bij het eeuwfeest van de s.v. Enschedese Boys.

In 1910 moest de club opnieuw haar naam wijzigen en werd besloten tot Enschedese Boys. Tevens werden de clubkleuren veranderd, van geel en zwart naar groen en wit. De ploeg speelde haar wedstrijden in het Volkspark. In 1922 weten de Boys te promoveren naar de 1e klasse in de oostelijke regio. Later werd verhuisd naar een privéterrein van de Enschedese familie Deppenbroek.

Een hoogtepunt uit de clubhistorie was het kampioenschap van Oost-Nederland in 1950. Daarna mocht Enschedese Boys met de overige kampioenen Ajax, vv Heerenveen, Blauw Wit, Maurits en de uiteindelijke kampioen Limburgia om de titel strijden.

Opstelling der beider elftallen Ajax – Enschedese Boys 0 -4 seizoen 1950/51.

De thuiswedstrijd tegen Ajax trok meer dan 25.000 toeschouwers. Vanaf 1954 kwam de vereniging uit in het net gestarte betaald voetbal in Nederland. De Boys kwamen vanaf 1956 uit in de Tweede divisie. Er was sprake van een verhuizing van sportpark Deppenbroek naar het net opgeleverde Stadion Het Diekman, maar uiteindelijk werd SC Enschede de bewoner van het nieuwe stadion en ging de Enschedese Boys haar wedstrijden spelen in het G.J. van Heekpark.

G.J. van Heekpark : Het eerste echte stadion van Enschede

 Zoals wel in meer plaatsen gebeurde besluit textielmagnaat Gerrit Jan van Heek na zijn overlijden een park te schenken aan de Enschedese bevolking, zodat “de arbeiders na hunne zware dagtaak in de fabrieken ontspanning konden vinden, zowel in geestelijke als lichamelijke zin”. In 1918 is het park gereed en een sportveld maakt daar al direct deel vanuit.

In het stadion in het Gerrit Jan van Heekpark is een enorme hoeveelheid Twentse voetbalgeschiedenis geschreven. SC Enschede werd er als eerste Twentse club landskampioen in 1926 en 35 jaar later sleet Abe Lenstra er als speler van Enschedese Boys zijn laatste dagen als voetbalprof.

In 1960 werd promotie afgedwongen naar de Eerste divisie. In het eerste elftal speelde onder andere ex-international Abe Lenstra. Na de vorming van FC Twente ging Enschedese Boys terug naar de amateurs. Wie alleen de prestaties van de laatste jaren bekijkt kan zich nauwelijks voorstellen dat Enschedese Boys kan bogen op een roemrijk verleden.

Toch was er een tijd dat mensen massaal naar het Volkspark en later het G.J. van Heekpark trokken. Veel neutrale voetballiefhebbers gingen de ene week naar de thuiswedstrijd van Enschedese Boys en de andere naar aartsrivaal Sportclub Enschede. Hoewel Sportclub Enschede door de hele geschiedenis heen de toonaangevende club was, kende ook Enschedese Boys een ruim aantal spelers wiens naam en prestaties nog altijd tot de verbeelding spreken. Noem de volgende namen bij vijftigers en ze zullen beamen dat het magische beelden oproept.

Abe Lenstra In 1960 maakte Lenstra de overstap van SC Enschede naar de rivaal: Enschedese Boys, hiermee was een bedrag van 42.000 gulden gemoeid. Op de leeftijd van 42 jaar stopte hij in 1963 bij de Boys met voetballen. Hij kon terugkijken op een 27 jaar durende loopbaan op niveau, waarin hij in ongeveer 730 wedstrijden circa 700 doelpunten maakte. Willem de Vries debuteerde op zestienjarige leeftijd in het eerste elftal van de Enschedese Boys, dat destijds in de Eerste divisie speelde. Hij was in 1961 aanvoerder van de Nederlandse UEFA-jeugd tijdens een jeugdtoernooi in Portugal. In 1963 maakte hij de overstap naar Eredivisionist Sportclub Enschede, waar hij uitgroeide tot een vaste basisspeler.

Darius Dhlomo . Voetballer, bokskampioen en zanger in een jazzkwintet. Nadat de Zuid-Afrikaanse overheid de publiekslieveling aanvankelijk tegen wist te houden, lukte het na een rechtszaak toch het land te verlaten. Nadat de eerste periode voor beide kanten wennen was, Dhlomo was opgegroeid onder het apartheidsregime en reageerde stomverbaasd op de bijna koninklijke ontvangst in 1958 bij Heracles bleek de linkshalf een absolute aanwinst. Daarna volgden Vitesse en DHC, voordat Dhlomo in 1963 naar Twente terugkeerde. Bij Enschedese Boys kwam hij in een elftal met Abe Lenstra. Helaas speelde Dhlomo slechts een seizoen voor de Boys. Toch bleef hij Enschede trouw. Hij bouwde een maatschappelijke carrière op in het sociaal-cultureel werk en werd lid van de gemeenteraad. Egbert ter Mors Was een kind van de club en absolute publiekslieveling. Ter Mors doorliep de jeugdopleiding van de Boys en debuteerde op 18-jarige leeftijd in het eerste elftal. Ter Mors had een prachtige techniek en een neusje voor de goal. Groot was dan ook de teleurstelling toen hij vertrok naar Go Ahead Eagles. 

Gerrit Nijsink: Een voetballeven lang Groen-Wit

Hij werd geboren op 25 augustus 1931 en is afkomstig van het Pathmos, een buurt waar veel leden woonden van Enschedese Boys. In 1948 kwam hij in de selectie van de club. Op zijn achttiende verjaardag debuteerde hij in het eerste elftal waarvan hij tot ‘64 continu deel uit maakte. In zijn eerste jaar bij het eerste werd Enschedese Boys kampioen, echter zonder Gerrit. In de beslissing wedstrijd werd zijn plaats ingenomen door een wat oudere ervaren speler. Hij bleef dat zijn leven lang ervaren als een grote teleurstelling. Toch bleef altijd voor de Boys spelen en werd één van de beste betaalde voetballers die de club in de tien jaar van haar periode als betaald voetbalclub onder contract heeft gehad. Overigens was hij één jaar trainer/speler van de vierde klasser Zeemacht in Den Helder in de tijd dat hij bij de marine zat. Nijsink had een mooie tijd bij de Boys, dat vanaf ’51 in de hoogste klasse speelde. ‘We kwamen op alle velden, bij Ajax, bij PSV. Meestal zat Feyenoord in de eerste klasse A en wij in B, maar in de Kuip heb ik ook wel gevoetbald.’ Nijsink stond bekend als een technisch begaafde speler, een doorzetter, maar ook een teamspeler. ‘Mijn specialiteit was het opvangen van de bal op de borst. Dan zat die bal erop gekleefd’, vertelde hij regelmatig. Op de een topscorerslijstje van de Enschedese oud-profs staat Nijsink op de vijfde plaats met 98 doelpunten.

Links Gerrit Nijsink, midden Egbert ter Mors en rechts Theo Kalter)uit de jaren vijftig

Na een wedstrijd tegen Heracles kreeg hij van trainer Donenfeld een dubbele boete. Hij heeft nooit begrepen waarom, zo vertelde hij. ‘Voor de rust lukte me alles, maar doelman Rein Koers hield alle ballen tegen. In de tweede helft had ik alle pech van de wereld. Paal, lat en Donners kopte twee keer een bal van mij van de lijn. Donenfeld gaf me een boete: ƒ 150 wegens flegmatiek spel. Een maand later tijdens de training, weer een boete van ƒ 150, omdat ik Bennie Stuivenberg onder de kont schopte. Wat stond er op mijn loonzakje aan het eind van de maand? Min ƒ 6,-. We kregen bij de Boys namelijk vijftig gulden voor een overwinning, vijfentwintig voor een gelijk spel, een tientje voor een nederlaag en nog vijf gulden voor een training. Die maand kwam ik dus in de min uit.’ Gerrit Nijsink stond bekend als een voetbaldier. Tot op hoge leeftijd is hij de sport blijven beoefenen . Hij is 81 jaar geworden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 100-1.jpg

Nabericht: 12 juni 2017. Na 111 jaar is er een einde gekomen aan de Twentse voetbalvereniging Enschedese Boys. Tijdens een algemene ledenvergadering op maandag besloten de leden de club op te heffen. Vanwege een ledenterugval en gebrek aan geld had de club geen bestaansrecht meer.