SC Enschede

Sportclub Enschede de trots van Twente

De Sportclub Enschede is opgericht op 1 juni 1910 uit een fusie tussen Hercules (1898) en Phenix (1903). De toenmalige voorzitter Bernard Vos wist de beide culturen samen te smeden tot het grootste voetbalbolwerk in Oost-Nederland. Hij wilde een topclub die de competitie met de grote verenigingen uit het Westen moest aankunnen. “Het bereiken van het hoogste is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen”. Sportclub Enschede moest eerst maar eens zien om het hoogste landelijke niveau te halen. Dat lukte al 1916. Die titel werd behaald op ’t Sprakel, waar SC Enschede in de volksmond kortweg “Sportclub” genoemd, haar thuishaven had. 

SC Enschede- Feijenoord 3-1. In het van Heekpark. 1926

Twee jaar later verhuisde de club naar een park, vernoemd naar de textielfabrikant G.J. van Heek  waar de meeste successen werden behaald. Sportclub was dus aangeland op het hoogste landelijke niveau en dat hoge niveau is tot aan 1965 gebleven. Nu nog aansluiting met de landelijke topclubs, luidde de ambitie. In die tijd was er nog geen eredivisie, maar bestond de top uit een vijftal regionale eerste klassen, waarvan de kampioenen aan het eind van het seizoen om de landstitel streden.

Kampioen van Nederland in 1926 Vlnr: Gerrit Nagels, Nols Frölich, Herman Wevers, Hemmy Veldkamp, Hennie Hagels, Henk de Wit, Jan Stuve, Jan Damstra, Theo Keppel, Johan de Boer, Gerrit Grobbe, Marinus Buijgers. Karel Veldkamp ontbreekt.
Feest na afloop van de wedstrijd MVV – SC Enschede 1-3 en het behalen van de landstitel.
Hemmy Veldkamp
Gerrit Nagels

SC Enschede, werd in het seizoen 1926 ongeslagen landskampioen door  Be Quick 1887, Stormvogels, Feyenoord en MVV te verslaan. Op 30 mei haalde Sportclub de landstitel binnen door in Maastricht bij MVV, met 1-3 te winnen. Het grootste wapenfeit uit haar historie werd behaald, algeheel landskampioen van Nederland. Met steun van ruim 500 supporters werd , de voor die tijd, lange reis naar Maastricht te ondernomen om Sportclub te steunen. Het had de opmaat moeten worden voor nog meer landstitels, maar Sportclub slaagde er niet in de topprestatie  in de daarop volgende decennia te evenaren. De vereniging bleef echter een prominente rol in de top van het vaderlandse voetbal spelen. Tot aan de periode van het betaalde voetbal werd nog drie keer het  kampioenschap van de Oostelijke eerste klasse behaald (in 1932, 1936 en 1943), maar een nieuw landskampioenschap zat er niet in. De naam van SC Enschede als voetbalbolwerk was in Nederland echter definitief gevestigd. 

In november 1954 werd een nieuw hoofdstuk in de voetbalgeschiedenis van Nederland geschreven, het betaald voetbal werd ingevoerd. Als één van de laatste landen in West-Europa ging de KNVB, na een jaren lange conservatieve houding, uiteindelijk overstag en liet betalingen aan voetballers toe. SC Enschede wilde niet achterblijven. Onder leiding van voorzitter Hennie van Dalen trad Sportclub toe tot de rijen der professionals en sloeg meteen haar slag op de transfermarkt door de legendarische international Abe Lenstra van Heerenveen naar Enschede te halen. Abe, die een blanco cheque van het Italiaanse Fiorentina naast zich neer had gelegd, wilde in Enschede nog eens bewijzen wat hij in zijn mars had. Dat lukte, want SC Enschede groeide met Abe uit tot een topclub in de eredivisie. Het hoogste doel, opnieuw landskampioen worden, werden ondanks financiële daadkracht, niet behaald .

SC Enschede 1965 Boven : Hennie Moddejonge, Gerrit Voges, Wim Feldman, Anton Frohlich, Hennie Oonk en Abe Lenstra. Onder: Gerrit Moddejonge, Willem Dusschers, Jan v d Wind, Joop Odenthal en Joop Janssen.
SC Enschede-DOS 3-2. Helmuth Rahn (rechts) in duel met Okhuisen (DOS): 21 augustus 1960 

In 1956 was het Limburgse Rapid JC te sterk en in 1958 verloor Sportclub in een zinderende beslissingswedstrijd in de derde verlenging met 0-1 van DOS Utrecht.  Abe Lenstra was niet de enige transfer, ook de internationals Joop Odenthal, Rinus Schaap, de Luxemburger Antoine ‘Spitz’ Kohn en de Duitser Helmut Rahn maakten hun opwachting in Enschede. De man die in 1954 West Duitsland op het WK naar de wereldtitel schoot, speelde van 1960 tot 1963 in het zwart-wit van SC Enschede, waarmee de ambitie van de club nog maar weer eens werd benadrukt. Op 21 augustus 1960 maakte ‘Der Bomber’ zijn debuut in de eerste wedstrijd van het seizoen voor SC Enschede. De historische voetbal beelden zijn uit het Polygoon journaal. SC Enschede wint met 3-2 van DOS Utrecht. Helmuth Rahn uit Keulen maakt het eerste doelpunt. Ben Wiggers en Gerrit Vogers scoren eveneens voor de Enschedeërs. Tonny van der Linden neemt beide doelpunten van DOS Utrecht voor zijn rekening.

SC Enschede-Heracles 3-1 op 1 december 1963. Samenvatting van de wedstrijd uit het historisch Polygoonjournaal archief zijn zonder commentaar. Dankzij doelpunten van Chiel Jansen, Arend van der Wel (strafschop) en Henk ‘Charly’ Bosveld wint SC Enschede met 3-1 van Heracles Almelo. Herman Morsink is de Heraclied die tegen scoort. Opstelling SC Enschede: Piet Lagarde, Ruud Vondeling, Willem de Vries, Theo Kalter, Johan Plageman, Arend van der Wel, Issy ten Donkelaar, Gyula Nemes, Chiel Jansen, Henk Bosveld, Dais ter Beek.

In het voorjaar van 1963 15 april de Tweede Paasdag, boekt SC Enschede een 2-0 overwinning op DOS Utrecht. De Enschedese goals komen van Henk Bosveld en Helmut Rahn. Opstelling SC Enschede: Piet Lagarde, Theo Kalter, Arend van der Wel, Dais ter Beek, Ruud Vondeling, Johan Plageman, Henk Bosveld, Joop Janssen, Helmut Rahn, Ben Zweers, Gyula Nemes. De beelden zonder commentaar komen uit het archief van de NTS/NOS

In 1956 verhuisde sportclub Enschede van het van Heekpark naar het Diekman stadion. Dat stadion was in eerste instantie bestemd voor stadgenoot Enschedese Boys. Gaandeweg  het bouwproces van het stadion en de gemeentelijke besluitvorming werd duidelijk dat sportclub Enschede de hoogst spelende club in Enschede was en zou blijven. Met een staaltje politiek lobbyen werd de SC Enschede de bespeler van het nieuwe stadion en Enschedese Boys van het Heekpark. In 1965 kwam er een einde aan het betaald voetbalavontuur van sportclub Enschede. Onder zware druk van de gemeente Enschede moesten het zwart van sportclub Enschede en het groen van Enschedese Boys fuseren tot het rood van FC Twente. 

Het werd voor de gemeente een te zware financiële last beide clubs te blijven steunen maar ze stond ook voor de morele keuze. Het gemeenschapsgeld in de zakken van profvoetballers dat ging de gemeenteraad te ver. Na vele emotionele debatten moesten de beide clubs akkoord gaan en werd FC Twente ’65 de nieuwe naam. SC Enschede speelt nu op amateur niveau.  

Rinus Schaap: De voetballende nomade

Rinus Schaap komt uit Hilversum en speelt op amateurniveau als middenvelder bij Donar en ’t Gooi. In het buitenland werd er al volop betaald en vele generatie genoten van Rinus Schaap speelden inmiddels over de grens. Rinus Schaap vertrok naar Frankrijk en met succes speelde hij voor de Franse profclubs Toulouse FC en Racing Club de Paris. In 1953 maakte Schaap deel uit van het elftal van in het buitenland spelende profs, dat Frankrijk versloeg in een legendarische wedstrijd ten bate van het Rampenfonds na de watersnood. Deze sympathieke actie zorgde ervoor dat de KNVB onder druk van de publieke opinie een betaald voetbal competitie ging organiseren. Spelers mochten zonder strafmaatregelen terug keren zo ook Rinus Schaap. Rinus wilde weer terug naar Hilversum en speelde opnieuw voor ’t Gooi, nu als semi-professional. In de periode van 1946 tot 1948 en na 1953 tot 1956 speelde Schaap dertien maal voor het Nederlands elftal. Abe Lenstra was in de zomer van 1957 al bijna 37 jaar, toen hij zich als de onbetwiste sterspeler van SC Enschede bij het bestuur sterk maakte voor de komst van Rinus Schaap. De Twentse clubleiders moesten er wel even over nadenken, want Schaap was ook al 35. Toch werd besloten het transferbedrag van 25 duizend gulden te betalen aan ‘t Gooi, de tweede divisieclub waar de technisch zo mooie voetballer na een Frans profavontuur zijn laatste wedstrijden dacht te spelen. Lenstra was gecharmeerd van spelers met ‘hersens’; precies zo’n voetballer was Rinus Schaap.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is r-s.jpg

Aan het eind van de jaren veertig was hij als binnenspeler bij het Nederlands elftal aanvankelijk geen succes als rechtshalf stuurde hij later het spel bij ‘t Gooi, Toulouse, Racing Paris, SC Enschede en het Nederlands elftal. Lenstra bleek het goed te hebben gezien. In het seizoen 1957/58 glorieerde SC Enschede. Pas in een beslissingswedstrijd tegen DOS werd het landskampioenschap verspeeld.
Rinus Schaap bleef tot zijn 39ste betaald voetbal spelen. De sigaren winkelier werd vervolgens trainer in het amateurvoetbal bij de Koninklijke HFC, Victoria Hilversum en ’t Gooi. Hij overleed in zijn woonplaats Hilversum na een kort ziekbed. De gemeente Hilversum reikt sinds 1991 jaarlijks de Rinus Schaap Prijs uit aan een inwoner die zich als vrijwilliger voor de sport verdienstelijk heeft gemaakt.

Hennie Möring: Stopperen

Heinrich Johann (Hennie) Möring is geboren op 1 augustus 1919 te Enschede. De verdediger Hennie Möring maakte in 1936 zijn debuut voor Sportclub Enschede. Gedurende vijftien seizoenen was hij een vaste waarde in het eerste elftal van de Tukkers. Hij ontwikkelde zich tot stopperspil; een voorstopper die als belangrijkste taak het dekken en afstoppen van de spits van de tegenpartij had. Hoewel het stopperspilsysteem in de grote voetballanden Italië, Frankrijk en Duitsland breed ingang had gevonden, was het in Nederland niet populair. SC Enschede was een van de weinige teams die de aanvallende spil had ingeruild voor een puur verdedigende speler.

Ook Oranje moest wat na een pak slaag dat de Engelse profs in het najaar van 1946 te Huddersfield hadden gegeven (8-2). Er moest wat gebeuren bij het Nederlands elftal. Want op de vele vrijheid die Tommy Lawton kreeg , hij scoorde vier keer, kwam veel kritiek. Zijn tegenstander en debutant Arie Vermeer van Excelsior had geen grip op de Engelsman. Bij de volgende interland, in Amsterdam, april 1947, tegen België, maakte het nieuwe systeem zijn intrede. De keus voor de nieuwe positie viel op Hennie Möring. Hij was met zijn 27 jaar een ervaren verdediger. Voor de 2e Wereldoorlog had hij bij SC Enschede het stopperen al geleerd van de Engelse trainer David Wall.

Het nieuwe systeem bracht direct succes en complimenten voor Möring na een 2-1 overwinning. De keuze commissie en trainer Jesse Carver kwamen na afloop enthousiast het veld op om Hennie persoonlijk te feliciteren. Maar er waren ook kritische geluiden. Velen vonden het een schandalige manier van voetballen. Möring kleefde teveel aan de Belgische midvoor De Cleyn en zijn aanpak leek teveel op rugby en vooral België reageerde furieus . Toen een maand later in Antwerpen België – Nederland opnieuw op het programma stond, werd Hennie Möring met veel geloei ontvangen. De Twentse speler bleef de rust zelve en stapte opnieuw met een overwinning van het veld België – Nederland 1-2.

Voorzitter W ter Duis van Sportclub Enschede neemt afscheid van Hennie Möring

In het voorjaar van 1948 brak Möring in een competitiewedstrijd tegen Wageningen zijn rechterscheenbeen. Als rechtshalf kwam hij een jaar later nog eenmaal terug in het Nederlands elftal maar de echte vorm kwam niet meer terug. Hennie nam na zes Oranje wedstrijden, afscheid als international van het Nederlands elftal. Rinus Terlouw werd zijn vervanger in het nieuwe stopperspil systeem. In april 1951 beëindigde Möring zijn loopbaan als voetballer op het hoogste niveau maar bleef betrokken bij zijn Sportclub Enschede maar nu als voorzitter.