U.S.V. Elinkwijk

Op 20 juni 1919 werd in het schaftlokaal van Werkspoor de Athletiek- en Voetbalvereniging Elinkwijk opgericht. Bijna alle leden woonden in het buurtschap Elinkwijk, gemeente Zuilen , dus vanzelfsprekend dat die naam voor de vereniging werd gekozen. Dit buurtschap is volgens historici vernoemd naar Mr. W.A. Elinck Schuurman, eigenaar van de grond waarop de buurt is ontstaan. De woonwijk werd rond 1927 gebouwd ten behoeve van het hogere personeel van de kort ervoor hier neergestreken metaalindustrie Demka en Werkspoor. De vanuit Werkspoor ontstane U.S.V. Elinkwijk kon het gebied voor een gunstige prijs overnemen van grondbezitter Mr. W.H.A. Elinck Schuurman.

Zicht op de ingang van het terrein van voetbalclub USV Elinkwijk te Zuilen Utrecht.

In november 1954 nam Elinkwijk na overleg met de kortstondige profclub Utrecht NV, de proflicentie over. Utrecht NV bestond een jaar, in een opwelling ontstaan, om spelers binnen een ‘wilde bond’ de NBVB , regulier te betalen. Het was een weinig overzichtelijke situatie in voetballend Nederland. De conservatieve houding van de KNVB die het betalen van spelers al jaren tegen hield ging in 1955 overstag en stemde toe dat er een semiprofessionele competitie komt. Bij de invoering van het betaald voetbal in Nederland werd Elinkwijk in één van de vier 1eklasse A/B/C/of D ondergebracht en eindigde dat seizoen in de middenmoot.

In het seizoen 1955/56 werd de club kampioen in één van de vier afdelingen de Hoofdklasse B. In de nacompetitie om het algeheel Nederlands kampioenschap met Sparta, Rapid JC en NAC eindigde Elinkwijk als derde.

Elinkwijk 1955-1956. Het Kampioenschap van de Hoofdklasse B. Met staand vanaf links: Joop van der Schilden, Jan van Capelle, Roel van Dijk, Piet Labes, Cor van Kilsdonk, Piet Kraak, Wim Roos, Wim Onink, Bertus van Beek, Jan Klein, Chris Willemse en Trainer Gilbert Richmond. Zittend vanaf links: Eef Westers, Wim de Jongh, Jan Vonk, Jan Huntink en Reinier Kreijermaat. 

Een jaar later werd Elinkwijk zestiende in de net gevormde Eredivisie. In deze periode was Elinkwijker Humphrey Mijnals de eerste Surinamer die voor het Nederlands elftal speelde. Thuis op Zuilen spelen Elinkwijk en Blauw-Wit in aanwezigheid van de Surinaamse minister president dhr Emanuels een competitiewedstrijd. Deze match op 9 november 1958 eindigt in een 3-0 overwinning voor Elinkwijk. De historische Polygoon beelden werden vertoont in het bioscoopjournaal met commentaar van Philip Bloemendaal.

Op 1 mei 1960, en bekijk de historische voetbal beelden, verliest USV Elinkwijk thuis van Fortuna ’54 met 2-4. Scoreverloop: Jacques Westphaal (1-0), Peter Benen (1-1), Evert-Jan Vonk (2-1, strafschop), Anton Kohn (2-2), Henk Angenent (2-3), Anton Kohn (2-4). Fortuna ’54 had gerenommeerde voetballers zoals: Cor van der Hart, Arie Pieneman, Anton Kohn, Jean Munsters, Henk Angenent, Faas Wilkes, Bram Appel. Het ging dat seizoen slecht met de Zuilense vereniging en op Hemelvaartsdag op 27 mei 1960 moest Elinkwijk een degradatiewedstrijd spelen tegen Blauw-Wit. De volgende dag stond in het Haarlemsdagblad het volgende verslag.

Elinkwijk kon het degradatiespook een jaar in de ijskast stoppen maar en jaar later, in het seizoen 1960/61, degradeert de club alsnog. Drie jaar later is er toch feest in Zuilen. Elinkwijk werd in 1964/65 kampioen van de 1e divisie en promoveerde, waarna de ploeg twee seizoenen uitkwam in de Eredivisie. Het bleef een komen en gaan. Vanaf 1967/68 speelde Elinkwijk weer in de eerste divisie.

DOS, Elinkwijk, Velox en de fusieperikelen.

Sinds de invoering van het betaalde voetbal in Nederland waren er drie profclubs in Utrecht actief: DOS, Elinkwijk en Velox. DOS speelde continue op het hoogste niveau en werd landskampioen in 1958. Elinkwijk wisselde seizoenen in de kelder van de Eredivisie af met seizoenen in de top van de 1e Divisie en Velox speelde iets lager, in de 1e en de 2e divisie. Vanwege de beroerde financiële situatie van de clubs DOS en Elinkwijk zijn er in 1964 plannen voor een fusie die uiteindelijk niet doorgaat. Tijdens de ledenvergaderingen werd het voorstel bij Elinkwijk en Velox met grote meerderheid van stemmen verworpen.

Jubileum uitgave ter gelegenheid van het 83-jarig bestaan. 

Eind jaren 60, DOS was drie jaar op rij aan degradatie ontsnapt en bijna failliet. Een cynische opmerking uit die tijd was: “De club kan niks, zelfs niet degraderen.” Ook Elinkwijk en Velox ging het financieel niet voor de wind en de gemeente haalde de fusieplannen weer van stal. Zo dacht de gemeente betaald voetbal op hoog niveau in Utrecht te kunnen blijven garanderen. DOS was voorstander van de fusie, een faillissement zou zo voorkomen kunnen worden. Bij Velox en Elinkwijk werden de fusieplannen minder positief ervaren. Bij Elinkwijk leefde onder meer het sentiment, dat het van oorsprong geen Utrechtse club was, maar afkomstig uit het tot 1954 zelfstandige Zuilen. Beide clubs bezweken uiteindelijk onder de druk van de gemeente. Op 15 juni 1970 worden de voorzitters van de clubs het met elkaar eens en op 18 juni gaat de gemeenteraad akkoord, de fusie is een feit en FC Utrecht is geboren. Elinkwijk droeg haar licentie over en gaat als amateurclub verder. De blauwwitten werden landkampioen bij de zondag amateurs en spelen anno 2019 als USV Elinkwijk in de 2e klasse van de KNVB. Op het ogenblik zijn er plannen om op zaterdag te gaan spelen.

Café Elinkwijk : De verhalen leven voort

In café Elinkwijk aan de Amsterdamsestraatweg mijmeren de bezoekers en oud-spelers aan de bar over de gloriejaren van hun club. Daar waar ooit het biljartlaken blauw was en de muren waren opgesierd met foto’s, vaantjes en shirts waait nu een andere wind maar de verhalen leven voort.

Uit een reportage van het AD: Café Elinkwijk ademde voetbal. Maar sinds Anita Geerdink (58) acht jaar geleden de zaak overnam, is de bezem er doorheen gehaald. ,,Ik heb gewoon niet zoveel met voetbal. Dus de meeste souvenirs heb ik weggehaald. Nu hangt er nog één shirt.” Dat betekent niet dat het blauw-witte Elinkwijkgevoel uit het café is verdwenen. ,,O nee, zeker niet”, zegt Geerdink. ,,Aan de bar wordt nog steeds over Elinkwijk gesproken, hoor. Het verbindt de mensen nog steeds. Iedereen heeft een mening over de club.” De club waar wereldtoppers als Marco van Basten en Gerald Vanenburg hun eerste stappen zetten. In een recenter verleden speelden jongens als Ibrahim Afellay, Ismaïl Aissati, Riechedly Bazoer, Zakaria Labyad en ‘Mister FC Utrecht’ Jean-Paul de Jong in het blauw-wit. Over de roemruchte prestaties uit het verleden wordt in het café steeds minder gepraat. ,,De laatste jaren zijn veel oude stamgasten overleden. Daar komt gelukkig wel een nieuwe generatie voor terug, maar die heeft een andere blik. Ze zijn nog steeds trots op Elinkwijk, maar leven veel meer in het heden.” Een videoreportage van het Algemeen dagblad uit 2019.

Doelman Piet Kraak: Caféhouder en politieagent

Naast Humprey Mijnals is de van Stormvogels uit Ijmuiden overgekomen doelman Piet Kraak de enige die uitkomend voor Elinkwijk het Nederlands elftal haalden. Dat gebeurde in de november 1959 thuis tegen Noorwegen die met 7-1 werd gewonnen. Piet was toen 38 jaar. Dit was tevens zijn laatste interland. Kraak was hiermee lange tijd de oudste speler ooit in Oranje. Piet keepte van 1954 tot 1959 voor de Zuilense formatie. In 1956 besloot hij te stoppen om zich als hotelhouder te vestigen in Zierikzee. In oktober een half jaar later keerde Kraak echter weer terug tussen de palen bij Elinkwijk. Na zijn voetbalcarrière was hij actief als trainer in Nederland en Denemarken, onder andere bij Velox. Hij overleed op 63-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Kopenhagen, nadat hij na een hersenbloeding ruim twee jaar in coma had gelegen.

21 mei 1956 SC Enschede – Elinkwijk. Doelman Piet Kraak en Abe Lenstra op hoogste stage.

Reinier ‘Beertje ‘Kreijermaat

Reinier Kreijermaat is in 1935 geboren in de Huetlaan in Zuilen, in de wijk Elinkwijk.  Hij vertelt: “Iedereen die iets met voetballen had ging naar de voetbalclub Elinkwijk aan de Amsterdamsestraatweg. Het kleine, deels historische Zuilen ligt geklemd tussen de Vecht en het Amsterdam-Rijn kanaal en valt sinds de 20e eeuw binnen de Utrechtse stadsgrens.

Na schooltijd kregen we van terreinknecht Piet Smit een oud leren vijfje om mee te goal kicken op een bijveld. Ik viel kennelijk op. Je mocht officieel pas lid worden op je 12e,, maar ik mocht al op 11 jarige leeftijd wedstrijden spelen bij de aspiranten. Ik vocht al duels uit met Tonny van de Linden die toen bij Voorwaarts speelde.” Elinkwijk was in 1948 gepromoveerd naar de hoogste landelijke klasse. Markante spelers van het eerste team als Gerard Hol en Jan Vonk letten sterk op de ontwikkeling van jeugdspelers. Kreijermaat is pas 15 jaar als hij zijn eerste competitiewedstrijd speelt, een uitwedstrijd tegen het beroemde Heerenveen van Abe Lenstra dat het jaar daarvoor landskampioen geworden was. Kreijermaat staat midvoor en scoort twee doelpunten.

Elinkwijk 1956 : 2e van links staand Reinier Kreijermaat

Het nietige Elinkwijk wint met 0-3. Krantenkoppen uit die tijd spreken van een sensatie. “Elinkwijk was een echte buurtclub. Bij belangrijke wedstrijden als de derby tegen DOS en tegen Feyenoord en Ajax werd er een houten tribune bijgebouwd zodat er 17.000 toeschouwers konden komen. Spelers moesten zich omkleden in een tochtige houten kleedkamer. Er was geen warm water. We waren amateur en moesten alle voetbalspullen zelf kopen. Op mijn 18e kreeg ik voor het eerst nieuwe voetbalschoenen. Mijn vader vond dat ik het eerst moest waarmaken.” Kreijermaat speelde op allerlei plaatsen in het team. “Ik moest tegen Ajax uit zelfs als keeper invallen toen onze doelman Piet Kraak met een blessure uitviel. We stonden 0-0 toen we een penalty kregen.

Ik nam hem als net ingevallen keeper tegen de Ajax international Eddie Pieters Graafland en scoorde 0-1. Kon als keeper een bombardement van Ajax aanvallen pareren tot ik vlak voor tijd uitgleed en Ajax 1-1 gelijk kwam. Ik had toch zoveel indruk gemaakt dat ik nog vier wedstrijden in het doel stond.” Elinkwijk was een hechte vriendenploeg waarbij oudere spelers de jongere coachten. “Een belangrijke coach voor mij was Jan Vonk, die ook jeugdtrainer was. Hij wilde dat ik voor elke wedstrijd op zondagochtend om negen uur bij hem thuis kwam om me op de wedstrijd voor te bereiden. Daarvoor moest ik nog wel van mijn moeder naar de kerk.” Kreijermaat is altijd semi-prof geweest. Werkte overdag full-time als automonteur bij de PUEM. Kreeg soms een paar uur eerder vrij van zijn chef Van Doorn als een belangrijke wedstrijd gespeeld moest worden. Met wedstrijdpremies kon hij zo’n 7000 gulden per jaar bijverdienen.

Faas Wilkes ‘Fortuna 54’ , Coen Moulijn, Reinier Kreijermaat en Jan Klaassen in de Kuip.

Elinkwijk had een talentvol team dat in 1956 gewestelijk kampioen werd en play-offs moest spelen om het landskampioenschap. Dat jaar werd Roda JC landskampioen. De bijnaam ‘Beertje’ kreeg hij van voetbalverslaggever Corporaal na de met 3-0 gewonnen wedstrijd tegen PSV. Het was zijn gedrongen gestalte en zijn karakteristieke blok tackel die grote indruk maakte. Kreijermaat ‘speelde als een beer’ was de krantenkop.

Sportjournalist Herman Nelissen raadt Kreijermaat in 1959 aan naar een topclub te gaan om zich verder te ontwikkelen. Het wordt Feyenoord dat een zeer technisch team had met Moulijn, Schouten e.d. Een harde werker op het middenveld ontbrak. 2x speelt Reinier in het Oranje. Bij Feyenoord werd ook voor de Europacup gespeeld. Legendarisch is de halve finale in 1963 tegen Benfica in Lissabon met grote namen als Eusebio, Coluna, Simoes en doelman Costa Pereira.

Een beenbreuk’ in de wedstrijd Feijenoord – Sittardia 2-1 ‘maakt in 1964 een einde aan zijn loopbaan als topvoetballer. Na drie jaar inspannende revalidatie wordt hij in 1967 weer in het eerste team opgesteld.

Twee minuten voor de wedstrijd wordt hij echter door de dokter naar de kant gehaald omdat de wond niet genezen zou zijn. Een enorme emotionele knak. Hij voetbalt daarna nog wel als amateur en werkt tot zijn pensioen bij het RET als chef dagelijkse indeling van bus en trampersoneel. Haalt op zijn 50e jaar nog het diploma Oefenmeester 1 en is tot de dag van vandaag trainer van een jeugdelftal. Kreijermaat: “Met dankbaarheid denk ik nog steeds terug op mijn leerschool bij Elinkwijk en gelukkig heb ik nog steeds veel contact met oud spelers”. Interview uit de Oud- Utrechter 28 december 2010

Esso voetbalplaten serie: Elinkwijk seizoen 1958/1959. Staand: J. Gaudemans, Michel Kruin, G. v Beek, R. Fauth, en doelman Piet Kraak. Zittend: Frank Mijnals, W. de Jongh, E. Westers, A. v d Brink, Reinier Kreyermaat en Humphrey Mijnals.

Humphrey Mijnals: Kroonjuwelen uit Suriname

In het najaar van 1956 had Humphrey Mijnals de oversteek gewaagd. Hij geboren in het baxietstadje Moengo in het Marowijne district had er meer dan veertig interlands opzitten voor Suriname, waar hij als de grootste voetballer uit de geschiedenis van zijn land werd beschouwd. Een zekere dominee Graafland trad op als tussenpersoon tussen Elinkwijk, Mijnals en diens Surinaamse club Robin Hood.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is humphrey-mijnals-10ab096c-586a-47f6-873c-dd491fafb2d-resize-750-1.jpg

Volgens het bijzonder lezenswaardige boek “Het Surinaamse legioen” van Studio Sportpresentator Humberto Tan kreeg Mijnals voor zijn overkomst 15.000 gulden “tekengeld”, terwijl zijn club een transfersom van 3000 gulden ontving. Mijnals speelde nog een afscheidswedstrijd en kwam daarna met de boot naar Nederland, een reis van zestien dagen. Zijn in Leiden wonende zus haalde hem af, en Elinkwijk bezorgde hem een kosthuis. De trainer van de Utrechtse club dacht dat Mijnals een aanvaller was en zette hem in de eerste competitiewedstrijd, op 25 november 1956 tegen Sparta, in de voorhoede. Dat leverde weinig resultaat op (Elinkwijk verloor met 3-0), en Mijnals werd direct geconfronteerd met de ware aard van het Nederlandse voetbal uit de vijftiger jaren. Sparta-middenvelder Hans de Koning schopte hem uit de wedstrijd. Op de brancard hoorde Mijnals een supporter roepen: “Plak hem een postzegel van 15 cent op zijn kont en stuur hem terug.”

In latere jaren kreeg Mijnals ook met racistische taal te maken, onder andere uit de mond van Nederlands meest legendarische voetballer, Abe Lenstra. “Vuile vieze zwarte, ga terug naar je land,” riep de Fries een keer gefrustreerd naar Mijnals. Maar over het algemeen klaagt Mijnals er niet over. Hij voelde zich bij Elinkwijk steeds beter op zijn gemak, vooral omdat een aantal Surinaamse voetbalvrienden de Utrechtse club kwam versterken. Mijnals’ broer Frank bijvoorbeeld, en de grillige, razendsnelle spits Michel Kruin, die Mijnals’ boezemvriend was. Verder nam Elinkwijk ook nog Charlie Marbach onder contract en later Erwin Sparendam, die tot één van de beste Nederlandse verdedigers uitgroeide. Ook wel klavertje vijf genoemd.

Mijnals zelf manifesteerde zich als Elinkwijks wekelijkse uitblinker. De club had een vaste plaats in de onderste regionen van de hoogste klasse en juist daardoor kreeg Mijnals volop kans als verdediger uit te blinken. Volgens de geldende regels kwam hij vooralsnog niet in aanmerking voor een plaats in het Nederlands elftal: omdat hij voor Suriname was uitgekomen, moest er drie jaar verstrijken voor hij het Oranjeshirt mocht dragen.

In de lente van 1960 stond niet iedereen achter de beslissing van bondscoach Elek Schwartz de toen al dertigjarige Mijnals als stopperspil tegen Bulgarije op te stellen. Schwartz was van mening dat de vorm van Cor van der Hart – de aanvoerder nog wel – te wensen over liet. De gezaghebbende hoofdredacteur Kick Geudeker van het maandagochtendblad Sport & Sportwereld had zelfs scherpe kritiek op de keuze voor Mijnals, die wel als een zeer atletische en acrobatische spil te boek stond, maar aan wiens rust- en leidinggevende kwaliteiten in het hart van de verdediging werd getwijfeld. Het was ook de eerste keer dat het tot dan toe altijd ‘blanke Oranje’ een tintje kreeg door de inbreng van Mijnals. Hij verdiende zijn uitverkiezing door bij Elinkwijk, met Thim van der Laan als coach, wekelijks tot de uitblinkers te behoren.

Boven:, Piet v d Kuil, Henk Groot, Tonnie v d Linden, Kees Rijvers, Coen Moulijn. Onder: Bennie Muller, Farns de Munck, Roel Wiersma, Humphrey Mijnals, Jan Klaassen en Kees Kuijs

In het voorjaar van 1960 was het dus zover, en de interland tegen Bulgarije verliep voorspoedig. De wedstrijd was uitverkocht, en een groot deel van de Surinaams gemeenschap in Nederland bevolkte de tribunes. De supportersvereniging van Elinkwijk zette 32 bussen in om de aanhangers naar het Olympisch Stadion te brengen.

Toen Nederland met 4-2 had gewonnen werd Mijnals door zijn supporters van het veld gedragen, alsof hij persoonlijk de wereldbeker had gewonnen. De symboliek van die beelden, waarvoor voetballiefhebbers destijds massaal naar de bioscoop gingen, is overduidelijk: de toegevoegde waarde van de Zuid-Amerikaanse artisticiteit, die later het Nederlands voetbal in de buurt van de wereldtop zou brengen, bleek die 3e april 1960 voor het eerst. Op die lentedag ging achteraf alle aandacht uit naar dat ene spectaculaire moment van Mijnals, toen hij vriend en vijand versteld deed staan met een acrobatische, achterwaarts omhaal in zijn eigen strafschopgebied.

Doelman Frans de Munck kijkt met bewondering naar de omhaal van Mijnals.

Ook doelman Frans de Munck, destijds al 37 jaar oud, wist niet wat hij voor zijn eigen zag gebeuren die met een omhaal redding bracht. Het leverde één van de meest iconische sportfoto’s op. Begin jaren zestig werden interlands van Oranje nog niet rechtstreeks op de tv uitgezonden. De fans moesten zich behelpen met enkele flitsen die veel later te zien waren. Zo gebeurde dat ook begin april 1960 toen het Nederlands elftal tegen Bulgarije speelde in het Olympisch Stadion.

‘Journalist Ad van Liempt’ was destijds zeventien jaar oud en luisterde thuis naar de radio waarop wel het verslag van minuut tot minuut te horen was, met in de pauze een gezongen terugblik door Jan de Cler. De huisarts en cabaretier maakte voor die gelegenheid steevast een liedje, met ‘Hup Holland Hup’ als refrein, waarbij de hoogtepunten van beide speelhelften werden bezongen”.

Hoe anders was het bij zijn debuut in de strenge winter van 1957 toen hij bij de Zuilense club voor het eerst speelde  in de thuiswedstrijd tegen Sparta. Humphrey had een lange onderbroek aan, was gewapend met ferme handschoenen en droeg een petje zoals schaatser Kees Verkerk die destijds droeg. Dat allemaal om zich te wapenen tegen de snijdende kou die Mijnals in Suriname nooit had meegemaakt. Bovendien was het veld bevroren en ook de tegenstander speelde grimmig. Het begon dus weinig bemoedigend voor de Surinamer maar na dat mislukte debuut bij Elinkwijk kwam er steeds meer bewondering voor de atletische verdediger die af en toe zelfs Braziliaanse trekjes in zijn spel durfde te leggen.

Wim de Jongh (89) herinnert zich de eerste trainingen met Humphrey Mijnals nog al te goed. ‘Ik was destijds nogal snel en maakte gemakkelijk goals. Hij probeerde vaak op een atletische manier om de bal af te pakken maar dat lukte hem niet altijd. We hebben hem toen duidelijk gemaakt dat mooi voetbal niet altijd kan en dat hij met iets soberder verdedigen beter uit de verf zou komen. Nou, dat heeft geholpen. Humphrey heeft het niet voor niets tot het Nederlands elftal gebracht.’ De Jongh was blij met de Surinaamse inbreng van destijds. ‘Humphrey en broer Frank Mijnals, Michel Kruin en later Erwin Sparendam bracht een extra soort voetbal op Zuilen waardoor er een enorme belangstelling voor onze thuiswedstrijden ontstond. Zelf heb ik er ook de mooiste tijd van mijn voetballoopbaan beleefd.’ Humphrey Mijnals speelde tot 1962 voor Elinkwijk. Hij bouwde zijn loopbaan af met een aantal jaren bij DOS, HVV ’t Gooi en SC Gooiland.

NB: Op 27 juli 2019 is Humphrey Mijnals overleden. Minna zoals zijn bijnaam luidde is bekend van een spectaculaire omhaal in een wedstrijd van Oranje waardoor hij een doelpunt wist te voorkomen. Na zijn voetballoopbaan werd hij trainer van Faja Lobi/KDS en had Mijnals een eigen tabakswinkel en ook vervulde hij een administratieve functie bij de voormalige uitkeringsinstantie Detam. Zijn vrouw Marianne ‘ Je kon niet om hem heen, hij was flamboyant en erg aanwezig’. Zijn dochter Carmelita, één van de zes kinderen uit zijn eerste huwelijk , noemt hem een strenge vader. ‘Maar hij was heel trots op ons en op wat hij had bereikt als voetballer’. Minna is 88 jaar geworden.