DWS

Club uit de Spaarndammerbuurt

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-36.png

Door Wilskracht Sterk is een Amsterdamse vereniging, opgericht op 11 oktober 1907 als Hercules, anderhalf jaar later omgezet in DWS. Welke de clubkleuren zouden moeten worden dat werd nog even een puntje, uiteindelijk werd gekozen voor het blauw zwart, verticaal gestreepte shirt, met witte broek. Dat de kleuren van een lantaarn van het politiebureau aan de Spaarndammerstraat 100 de doorslag gaf lijkt een fabel maar wordt wel aangehaald in de clubanalen. Hoe dan ook, het is nu al meer dan honderd jaar het huidige affiche. De club uit ‘West” speelde eerst in de Amsterdamse Volks Voetbal Bond later na promotie stapte DWS over naar de Nederlandse Voetbal Bond de voorloper van de KNVB.

Guus Dräger in het Oranje

Op 6 maart 1938 wordt DWS opnieuw kampioen, nu in de 1e Klasse KNVB. Bekende namen waren toen: Bertus Caldenhove 25x international, Bram Wiertz 8x, Guus Dräger 13x en Piet Spel 1x. De spelers werden feestelijk ingehaald in door de Haarlemmerpoort, aan de gevels en op de balkons hingen levensgrote portretten van de spelers in het DWS tenue. Er zouden nog vele feesten en degradaties volgen tot na de 2e wereldoorlog. Het Nederlands landskampioenschap van het seizoen 1953/54 werd beslist via de kampioenscompetitie. Het Nederlandse voetbal was verdeeld in een zuidelijke en noordelijke helft die beide twee klassen herbergden. Zo kon het dus vóórkomen, dat clubs uit één stad zoals PSV en EVV Eindhoven in verschillende klassen speelden en samen in de kampioenscompetitie speelden.

DWS kampioen 1e klasse A 1954

Dat jaar waren het de blauwwitten uit Eindhoven die landskampioen werden. De landskampioen en de nummer laatst scheelden slechts drie punten van elkaar. DOS uit Utrecht werd tweede, PSV derde en DWS vierde. 1954 was ook het jaar waarin het betaalvoetbal werd ingevoerd, ook voor DWS.

Bertus Caldenhove, een technisch briljante rechtsback.

Bertus Caldenhove begon zijn voetballoopbaan bij SDZ, maar al spoedig ging hij naar DWS ook uit Amsterdam West.

Bertus Caldenhove

Hij kwam er als zeventienjarige in het eerste elftal en werd als achttienjarige benoemd tot aanvoerder. Caldenhove bleef vijftien seizoenen lang captain en speelde gedurende zijn hele carrière voor DWS. Clubtrouw was in die tijd normaal, zo niet dan werd je een overloper genoemd, wat men weinig sympathiek vond. Bertus speelde 25 interlands in het Oranje. Hij was een echte vleugel verdediger, een linksback. Een eerste hoogtepunt was het seizoen 1937/38 daarin werd DWS kampioen van Nederland. Op 31 maart 1935 speelde hij zijn eerste wedstrijd voor het Nederlands elftal in een met 4-3 gewonnen wedstrijd tegen België. Vervolgens speelde Caldenhove van 1935 tot 1940, vijf en twintig interlands als basisspeler.

12 Januari 1936 Frankrijk-Nederland 1-6. Rechts achterin naast Leo Halle, Bertus Caldenhove.

Bijzonder moment voor Bertus was de wedstrijd Frankrijk-Nederland, uitslag 1-6, gespeeld in Parc de Princes Parijs. Het was een grote prestatie omdat de Oranje amateurs speelden tegen Franse professionals die in Europa tot de subtop behoorde. Hierin maakte Bep Bakhuys zijn beroemde kopdoelpunt in een duikvlucht . In zijn 25e interland, op 17 maart 1940 tegen België, was hij voor het eerst aanvoerder. De wedstrijd ging met 7-1 verloren, het werd meteen de laatste interland van Bertus door een blessure aan de knie, opgelopen in een wedstrijd tegen ADO.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is BC.jpg

Bertus Caldenhove was een tot over de grenzen gerespecteerde back. Een uitverkocht Olympisch Stadion zag hem aan het werk in een West-Europees elftal dat tegen Centraal Europa speelde (in 1937). Caldenhove was met Beb Bakhuys en Kick Smit namens Nederland uitgenodigd. Caldenhove was technisch briljant. Zijn spel was gebaseerd op elegantie. ‘Op een klein stukje grond draaide hij, vaak in de meest moeilijke omstandigheden, weergaloos handig om zo’n aanvaller heen – en als dat nodig was ook voor de tweede keer – zonder dat daar ooit moeilijkheden voor zijn team uit voortkwamen.’ De pers dichtte hem een bijna magische macht toe over de bal. Na zijn loopbaan was Caldenhove in zijn sigarenwinkel aan de Amsterdamse Haarlemmerpoort te vinden Hij was en bleef wel betrokken bij DWS, voornamelijk als supporter.  

Oud speler André Pijlman blikt voor en achteruit in ‘het Parool’.

Door Wilskracht Sterk is oorspronkelijk de club van Oud-West, van de Spaarndammerbuurt, van alles ten westen van het Centraal Station, tussen het spoor en het IJ. Diep in de vorige eeuw werkten de Spaarndammers in de havens en op de houtwerven aan de Tasmanstraat. Er zat rauw volk tussen, mannen met losse handen die er al gauw op los sloegen. Jatten en matten was schering en inslag in de buurt die ook wel de Moord en Brandwijk werd genoemd. DWS zorgde voor vertier en ontspanning. Bij de buurtvereniging werd niet alleen gevoetbald, maar ook gehandbald en gehonkbald. En er was een visclub: De Woeste Stekel. 

DOS tegen DWS 1-2. Andre Pijlman (links) en Henk Wery in aktie op 15 april 1968.

André Pijlman: “We hebben een rijke historie, maar daar kunnen we niet van leven. Het streelt André dat hij is uitgenodigd voor een interview bij het Parool, het streelt Pijlman, want hij heeft iets met de krant. “Ik heb er gewerkt, als fietsjongen. Het Parool was feitelijk mijn eerste baas. Ik moest op de fiets kopij gaan halen bij Simon Carmiggelt. ‘Zo jongen,’ zei hij dan, ‘mooi op tijd’.” “Ik voetbalde omdat ik het leuk vond. De overstap van het tweede naar het eerste elftal van DWS ging automatisch.” Pijlman groeide uit tot een solide verdediger, die in de jaren zestig vele grootheden uit het Nederlands voetbal mocht afstoppen, onder wie Willem van Hanegem, Piet Keizer, Sjaak Swart en Coen Moulijn. Een hele eer voor de bescheiden Jordanees. Eén speler is hem het meest bijgebleven. “Johan Cruijff was gewoon iets aparts,” zegt hij. “Met zijn snelheid en techniek was hij nauwelijks tegen te houden, daarvoor had je minimaal twee spelers nodig. Eén keer deed ik dat samen met Rinus Israël. Meestal draaide hij zo snel dat hij ons in één beweging allebei tegelijk te pakken had.” Als het aan Ajax en Pijlman had gelegen, waren hij en Cruijff teamgenoten geworden. Helaas kon Ajax het transferbedrag van 250.000 gulden, dat DWS voor de verdediger vroeg, toen niet betalen. Het was een periode dat DWS het hoog in de bol had. Toenmalig voorzitter Henk Solleveld besloot zelfs spelers fulltime in dienst te nemen, waardoor DWS in 1965 de eerste echte profclub van Nederland werd.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-35.png

De voetbalpool
DWS had een sterk sociaal karakter en binding met andere volksbuurten, de Jordaan vooral. Toen het werk in de haven en op de werven terugliep, riep de club een fonds in het leven voor de financieel minst daadkrachtige leden. Die maakten van DWS met nogal wat zelfspot Door Werklozen Sterk. Een gouden vondst was in 1955 de Voetbalpool, waar binnen de kortste keren het halve land aan meedeed. De voorloper van de toto was een simpel spel: een gulden inleggen en op een formuliertje aankruisen of een wedstrijd in een één (winst voor de thuisploeg), een twee (winst voor de uitspelende ploeg) of een drie (gelijkspel) zou eindigen. Cabaretier Wim Sonneveld scoorde een hit met De voetbalpool: ‘Zeg, heb je ’t al gehoord van ome Thijs, ome Thijs heeft de prijs in de voetbalpool.’ Bij DWS stroomde het geld binnen. Sigarenboeren en andere tussenpersonen die aan DWS kwamen afdragen, leegden hun zakken vol guldens boven een grote wasketel, die vervolgens naar de bank werd gesjouwd.

Eén van de grote financiële steunpilaren van de voetbalclubs was de voetbalpool die op 5 mei 1955 voor de eerste keer haar intrede deed. Bij elke inzet van een clublid was er een afdracht naar de vereniging. Er werd dan ook flink gelobbyd bij de leden. Deze voetbalpool werd zo populair, dat de jaren erna heel Nederland eraan deelnam.

In de vakjes werd winst, verlies of gelijkspel aangeven middels een kruisje en die leverde dan op zaterdagmiddag in voor 17.00 uur bij de sigarenwinkel. Met het kopietje zat dan voetbalminnend Nederland aan tafel op zondagmiddag, om half vijf, na afloop van de competitiedag, aan de radio. In het radioprogramma Langs de Lijn, las Frits van Turenhout, de voetbal en toto uitslagen voor. Bij meer dan 8 wedstrijden goed werd het interessant en stuurde je het formulier op of ging je langs bij de tabakswinkel. Frits werd bekend om zijn manier van uitspreken van de uitslag 0-0 en hij dankt daaraan de bijnaam Mister null-null.

Het jaar 1954 werd een roerig jaar voor voetballend Nederland. Er was reeds een profcompetitie door een ‘Wilde Bond’ de NBVB gestart men een tiental net opgericht clubs. Dit gebeurde zonder toestemming van de KNVB op straffe van uitsluiting. De algemene opinie van de media maakte de druk zo groot dat de KNVB wel in gesprek moest met de NBVB. Zij kwamen tot een akkoord en besloten in gezamenlijkheid tot de start van een nieuwe betaald voetbalcompetitie. BVC Amsterdam, in 1954 opgericht door zakenman/voorzitter Dingeman Stoop, zat er financieel zo goed voor dat ze veel bekende voetballers bij DWS weg kochten.

Het voetbalelftal van BVC Amsterdam 1954 (Beroepsvoetbalclub Amsterdam) in het Olympisch Stadion, 9 september 1956. Staand v.l.n.r.: Ben Weenink, Ferry Mesman, Herman van Raalte, Bram Wiertz, Joop de Kubber, Hans Boskamp, zittend: Kees Kick, Jos Vonhof, Henk van der Sluis, Loek Feijen, Han Tolmeijer. Foto Ben van Meerendonk

B.V.C. Amsterdam heeft echter slechts vier jaar bestaan, de sportieve successen bleven uit en in 1958 ging DWS een fusie aan. Zo werd het DWS/ Amsterdam. De toegevoegde A werd er vier jaar later weer gehaald. Op 2e Pinksterdag, 18 mei 1959, wordt door Sparta Rotterdam de landstitel in stijl binnen gesleept. De kasteelheren verslaan DWS A in het Olympisch Stadion Amsterdam met 4-0. Doelpuntenmakers voor Sparta Rotterdam zijn Joop Daniëls (2x), Ad Verhoeven en Wim van der Gijp. Opstelling DWS A: Doelman Bob Bouber, Frits Flinkevleugel, Joop de Jong, Cor Out, Herman Niessen, Dick Schenkel, Cees Kick, Jos Vonhoff, Dick Hollander, Klaas ‘Kip’ Smit, Jan Bons.

Doelman Bob Bouber: een duizendpoot.

‘Uit het eeuwige leven’ Volkskrant 24 september 2019. Bob Bouber werd geboren te Amsterdam en was doelman bij BVC Amsterdam en DWS-A in de periode 1956-1958. Polygoonbeelden van: DWS A – Sparta Rotterdam. Bob heeft in het totaal 7 wedstrijden voor beide clubs gekeept in het betaald voetbal. Na deze periode heeft Bob Bouber nog voor de amateur vereniging De Zwarte Schapen gespeeld als invaller voor de geschorste Snabilie. Zijn eigenlijke naam was Boris Blom, hij was ook acteur, producent, stimulator van jonge dansers en bij de jeugd vooral bekend als zanger. Zijn creativiteit was zo groot dat hij niet alles kon doen wat hij wilde. Voor velen die de Nederlandse pop rond de jaren zestig hebben beleefd zal zijn naam als muziek in de oren klinken.

Zeeuws Dagblad 19 mei 1959 Olympisch Stadion: Bob Bouber in een showman zweefduik. Volle tribunes bij de kampioenswedstrijd van Sparta. Eindstand DWS A – Sparta 0-3.

Hij werd het bekendst als oprichter en solozanger van de legendarische Nederbeatband ZZ en de Maskers, de eerste Nederlandstalige band met langharige muzikanten. Hij was een duizendpoot zoals professioneel doelman, componist/tekstschrijver van o.a. ‘Ik heb geen zin om op te staan’ van beatgroep HET en acteur/hoofdrolspeler in de tv serie Dynastie der Kleine Luyden. Hij werd in 1958 directeur van de Kleinkunstacademie, waar Frans Halsema, Rob de Nijs, Jasperina de Jong en Martin Brozius een opleiding kregen. Met zijn eerste vrouw had hij al vier dochters, voor dat hij Maria More ontmoette , waardoor hij moest bijverdienen met nachtwerk in de Heineken-brouwerij.

ZZ & de Maskers

Vier jaar later begon hij de band ZZ en de Maskers. In de zomer van 1965 vertrekken ZZ & De Maskers voor vier weken naar Engeland. Ze spelen onder andere samen met de Spencer Davis Group in een zaal voor drieduizend man. Spencer Davis, met de dan zestienjarige Steve Winwood, speelt Rhythm & Blues met een vet, zwaar vervormd gitaargeluid. Jan de Hont is op dat moment nog niet toe aan zo’n gitaargeluid. De vervorming uit de Burns-versterker van Steve wordt door hem toegeschreven aan een kapotte speaker. “Zal ik vragen of hij mijn versterker wil lenen?” vraagt hij aan de andere jongens. “Nee, doe dat maar niet, anders heeft hij net zo’n goed geluid als wij,” is het antwoord.
ZZ & De Maskers treden op in zgn workman’s cafe’s samen met Dusty Springfield, ze komen op TV en spelen de beroemde Marquee Club in Londen plat. Overal waar ze komen staat op de affiches vermeld: ‘Look out Beatles, here they come! The Dutch nr. 1 Group: ZZ And The Masks’. Beatles-manager Brian Epstein vindt de groep ‘so exciting’, dat hij serieus overweegt hun manager te worden. Mede door de breuk met Bouber gaat ook het kontakt met Brian verloren.

Bob ontvangt de Edison.

Omdat “zij de enige beatgroep zijn in Nederland met een origineel Nederlands repertoire” ontvangt de groep in oktober 1965 tijdens het Grand Gala du Disque een Edison. In dat jaar wordt ze in diverse muziekbladen verkozen tot beste vocale en beste instrumentale groep. Bekend werden ze landelijk door het nummer Dracula. Hij ontmoette in 1972 danseres Maria More. Met haar zou hij talloze dansproducties maken voor Toppop en richtten zij een Academie op voor Jazzdansers die nu onderdeel is van Hogeschool voor de Kunsten. ‘Hij kon dwingend zijn en daar maak je niet veel vrienden mee’, zegt journalist Henk van der Sluis die hem interviewde voor zijn nieuwe boek ‘Met m’n blote voeten op het kouwe zeil’ over de cultgroep HET. Maria More: ‘Zijn creativiteit was zo groot dat hij meer dingen bedacht dan dat hij kon uitvoeren. Een heel bijzonder mens.’ Zonder enige ruchtbaarheid overleed hij 25 augustus 2019 op vier en tachtig jarige leeftijd in een zelf ontworpen huis in het Noord-Hollandse Limmen. Achter in de tuin had hij een prikkelarme ruimte, omdat acht jaar geleden Asperger werd vastgesteld – iets wat hij eerder nooit wist maar wat hem wel een verklaring gaf voor veel dingen in zijn leven.

Afbeeldingsresultaat voor bvc Amsterdam

In seizoen 1959-1960 verliest AFC DWS met 2-0 op bezoek bij Ajax. Sjaak Swart en midvoor Bob Westra troffen het doel voor Ajax. Opstelling AFC DWS: Jan Jongbloed, Leen Corbran, Herman Niessen, Hans Boskamp, Frits Flinkevleugel (Dick Schenkel), Klaas ‘Kip’ Smit, Wim van ’t Kaar, Jos Vonhof, Arie de Oude, Joop de Kubber, Theo van Doorneveld. Beelden van deze wedstrijd uit het Eredivisiearchief. DWS degradeerde in het seizoen 1961/1962 naar de 1e divisie maar de wederopstanding werd fameus en na vele jaren nog steeds niet geëvenaard.

Leslie Talbot: Engelse succes coach

Trainer is de Engelsman Leslie Talbot, die voor de invoering van het betaalde voetbal ook al eens kampioen was geworden met RCH Heemstede in 1953. De ploeg van de Engelse motivatietrainer Lesley Talbot steunde op een solide verdediging, met keeper Jan Jongbloed, de onverzettelijke ­centrumverdedigers Daan Schrijvers en Rinus Israël en de rappe backs Frits Flinkevleugel en André Pijlman. Talbot was een trainer met simpele oefenstof en een beperkt tactisch inzicht, maar hij kon wel lullen. Hij was de man van de peptalk, die zijn vrolijke enthousiasme wist over te brengen op een elftal dat geliefd was in het land. De populariteit van de volksclub zonder kapsones bracht de Rotterdamse zanger en liedjesmaker Johnny Hoes er zelfs toe een ode aan DWS, de Amsterdamse nummer één van het land, te brengen. Op de muziek van een Duitse schlager klonk het: ‘En van je hoempa, hoempa, hoempa, DWS.’

Voorzitter Solleveld betaalde zijn spelers goed en probeerde ze ook maatschappelijk verder te helpen. André Pijlman leende, tegen gunstige voorwaarden, 25.000 gulden van de club om een goedlopende sigarenzaak in de Palmdwarsstraat over te nemen. In het seizoen 1962/1963 werd DWS kampioen van de 1e divisie en promoveerde weer naar de Eredivisie en maar wat niemand voor mogelijk had gehouden lukte het seizoen later, DWS werd kampioen van Nederland door thuis op de laatste speeldag te winnen van GVAV.

Sigarenbandjes - Zonder merk - Landskampioen A.F.C. DWS 1963-1964 - J. Stroober - Tel. 83408
Sigarenbandje zonder merk van Landskampioen A.F.C. DWS 1963-1964.  Het sparen, ruilen en inplakken van suikerzakjes, lucifermerken, kauwgumplaatjes en sigaren bandjes waren in de jaren vijftig immens populair.

Het Olympisch Stadion, de thuishaven van DWS blijkt dat seizoen een bijkans onneembare vesting. Frans Geurtsen werd topscorer met 28 goals maar tegen GVAV gaat het bijna fout als Daan Schrijvers een penalty gestopt ziet worden door de legendarische Groningse doelman Tonny van Leeuwen. Op dat moment, diep in de tweede helft, wordt het ook nog eens 0-1 voor GVAV. Maar DWS toont mentale veerkracht en wie anders dan Geurtsen maakt de gelijkmaker. Via goals van Huub Lenz en Mosje Temming drukt DWS door en wint met 3-1.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-40.png
Boven: Frans Geurtsen, Jan Jongbloed Rinus Israels, Joop De Jong, Andre Pijlman, Daan Schrijvers
Onder: Henk Wery, Huub Lenz, Joop Burgers, Josje Vonhoff en Frits Flinkevleugel. DWS 1964

Beelden van AFC DWS – GVAV 3-1 in 1964. De Amsterdammers pakken daarmee (als promovendus) de landstitel. Opstelling GVAV: Tonny van Leeuwen (Frans Gerdes), Albert Alma, Dick Bosschieter, Klaas Buist, Piet Fransen, Martin Koeman, Henk Meuken, Klaas Nuninga, Ferry Petterson, Hennie Weering, Henk Zoetendal.

Eind 1964 ging DWS Europa in. De eerste tegenstander in de Europacup 1 was het Turkse Fenerbahce, thuis werd het na een wervelende wedstrijd 3-1 voor DWS en uit in de hel van Istanbul won DWS met 0-1. De volgende tegenstander was het Noorse Ski-Og-Lyn, in Amsterdam won DWS met 5-0 en ook in Oslo was DWS te sterk, het werd 1-3 voor DWS. In 1965 speelde DWS in de kwartfinale tegen het Hongaarse Vasas Györ thuis met 1-1 gelijk en de uitwedstrijd werd met 1-0 verloren. Het sprookje was uit!

In 1968, speelde DWS met linksback André Pijlman uit de Jordaan in het toernooi om de Jaarbeursstedenbeker, de voorloper van de Uefa Cup.

Afbeeldingsresultaat voor fairs cities cup

DWS schakelde in de eerste ronde van de Jaarbeurssteden­beker het Belgische Beerschot en weerstond het elftal van Lesley Talbot ook het grote Chelsea. Na de 0-0 op Stamford Bridge in Londen bleef ook de ­return in Amsterdam, inclusief verlenging, doelpuntloos. Pas na 210 minuten werd de impasse doorbroken. Niet door het nemen van strafschoppen, maar door loting. André Pijlman . “Verdomd ja, Chelsea. En we wonnen nog ook, door loting. Twee keer 0-0 en toen gooide de scheidsrechter een muntstuk op. Chelsea uitgeschakeld.” DWS was de gelukkige, maar zou in de derde ronde niet ­opgewassen blijken tegen Glasgow Rangers. 

Robbie Rensenbrink: Het slangenmens.

Rob Rensenbrink begon bij OVVO uit Amsterdam en zette zijn echte voetbalcarrière in midden jaren ’60 bij DWS. Rob “Ik was zeventien, net achttien, toen DWS me graag wilde hebben. Ze waren de eerste club in Nederland die full-prof werd. Dat leek me wel wat, want ik was hulp-timmerman in de bouw. Alleen voetballen dat leek me wel wat.” Zijn kwaliteiten werden direct onderkend, want hij speelde international Dick Hollander al snel uit de basis. Rensenbrink kijkt daar bescheiden op terug: “Schijnbaar heb ik indruk gemaakt op de trainer, die ie mij opstelde als linksbuiten.”

Rob Rensenbrink in zijn eerste jaren als prof bij AFC DWS thuis in het Olympisch Stadion.

Toen na Ajax de grootste club uit de Nederlandse hoofdstad. Rensenbrink werd er meteen een vaste waarde in het eerste elftal, maar het was pas in zijn derde seizoen dat hij regelmatig de weg naar het doel vond. Rensenbrink scoorde in zijn derde seizoen 10 keer en werd door bondscoach Georg Kessler voor de eerste maal geselecteerd voor de nationale ploeg. Door zijn opvallende prestaties bij DWS toonden heel wat clubs interesse in Rensenbrink. Ajax leek een logische stap hogerop, maar omdat daar Piet Keizer op de positie van linksbuiten speelde, was het vooral Feyenoord dat kans maakte om Rensenbrink aan te trekken. Nochtans had Feyenoord toen, met clublegende Coen Moulijn, ook al een sterke linksbuiten in huis. Er waren contacten tussen Feyenoord en Rensenbrink, maar een transfer kwam er nooit. Hij speelde bij de Amsterdammers 120 wedstrijden en scoorde 34 goals.

FC Brugge 1969

In 1969 verhuisde de Nederlandse trainer Frans de Munck naar Club Brugge. In zijn zog volgden zijn landgenoten Rob Rensenbrink en Henk Houwaart. Club Brugge betaalde toen 450.000 gulden (zo’n € 205.000) voor de linksbuiten. Bij blauw-zwart werd Rensenbrink in die dagen een ploegmaat van onder meer Pierre CarteusRaoul LambertFons Bastijns en Erwin Vandendaele. In zijn eerste seizoen veroverde hij met Club de Beker van België. Het is in Brugge dat Rensenbrink de bijnaam ‘slang’ of ‘slangenmens’ kreeg. De Hongaarse coach Lajos Baróti gaf hem die bijnaam na een wedstrijd van Club Brugge tegen Újpest FC.

Constant Vanden Stock maakte eind jaren 60 deel uit van het bestuur van Club Brugge. Hij verliet de club in 1971 en werd vervolgens voorzitter van RSC Anderlecht. Vanden Stock kende Rensenbrink goed en wilde de Nederlandse dribbelaar mee naar Brussel lokken. Rensenbrink tekende bij Anderlecht, dat in ruil Wilfried Puis en Johnny Velkeneers aan Club Brugge afstond. In Anderlecht werd Rensenbrink opnieuw verenigd met trainer Kessler. Bij paars-wit vond Rensenbrink in de loop der jaren heel wat landgenoten terug. In eerste instantie waren er Jan MulderJan RuiterLeen Barth, later ook Arie HaanPeter Ressel en Ronny van Poucke. De Nederlandse inbreng had succes in Anderlecht. De club won in 1972 meteen de landstitel en Beker. Een seizoen later werd het teleurstellend zesde, maar won het wel opnieuw de Beker.

Rob Rensenbrink in een Anderlecht tenue 1978

Midden jaren 70 groeide Rensenbrink uit tot de nieuwe ster van het elftal. Zijn dribbels maakten hem populair bij de supporters, hoewel ze door tegenstanders vaak bestraft werden met zware tackles. De linksbuiten werd in 1973 topschutter en trad zo in de voetsporen van zijn landgenoot Jan Mulder. Maar ook als uitblinker kreeg Rensenbrink kritiek. Voetbalcritici meenden dat Rensenbrink zich niet kon opladen voor wedstrijden tegen zogenaamde kleinere ploegen als bijvoorbeeld Beringen FC en enkel tot het uiterste ging in topwedstrijden. Zelf ontkende hij dit. Trainer Raymond Goethals verwoordde het als volgt: “Voor galawedstrijden trok Robbie zijn smoking aan.” Rensenbrink: “Van nature was ik een goalgetter. Bij Anderlecht had ik ook een vrije rol, ik kon lopen waar ik wilde. Ik moet altijd nog wel terugdenken aan Goethals, die was toen onze trainer. Die zei altijd bij de bespreking: ‘als je de bal hebt, geef ‘m maar aan Robbie’.”

Dat Rensenbrink in topwedstrijden goed voor de dag kwam, legde Anderlecht geen windeieren. In 1976 bereikte hij met paars-wit voor het eerst de finale van de Europacup II. Paars-wit kwam in die finale 0-1 achter tegen West Ham United, maar won uiteindelijk met 4-2 na onder meer twee doelpunten van Rensenbrink. Enkele maanden later draaide de Nederlander tijdens de UEFA Super Cup zijn bewaker Hans-Georg Schwarzenbeck dol. Anderlecht had de heenwedstrijd met 2-1 verloren, maar maakte in de terugwedstrijd Bayern München met 4-1 in. Rensenbrink scoorde opnieuw twee keer. Wat later werd hij in België voor zijn prestaties beloond met de Gouden Schoen. Bekijk een documentaire met Robbie Rensenbrink van Ron Kroon

Presentatiebeelden van Rob Rensenbrink’s biografie ‘Het Slangenmens’

Een jaar later bereikte Anderlecht voor de tweede keer op rij de finale van de Europacup II, maar ditmaal verloor de club met 2-0 van HSV. In 1978 loodste Goethals paars-wit naar een derde finale op rij. Tegenstander Austria Wien werd toen met 4-0 ingeblikt. Rensenbrink scoorde twee keer en mocht na afloop als aanvoerder de Europacup in ontvangst nemen. In december van dat jaar nam Anderlecht het voor de UEFA Super Cup op tegen Liverpool FC. Het won in eigen huis met 3-1 en kon in Engeland de schade beperken. Anderlecht won zo voor de tweede keer de Super Cup. Rob verbleef zijn langste proftijd bij Anderlecht namelijk van 1971 tot 1980 en heeft in 260 wedstrijden 143 doelpunten gemaakt.

Oranje selectie 1974

In mei 1968 debuteerde Rensenbrink bij Oranje. Zijn eerste interland vond plaats in Amsterdam op 30 mei, toen ook middenvelder Wim van Hanegem (Xerxes) zijn debuut maakte voor Oranje. Nederland speelde toen met 0-0 gelijk tegen Schotland. Het was toenmalig bondscoach Georg Kessler die hem voor het eerst selecteerde.

Rensenbrink maakte deel uit van een sterke generatie bestaande uit onder anderen Johan CruijffRuud KrolArie HaanJohan NeeskensJohn Rep en Willem van Hanegem. Nederland bereikte de finale van het WK 1974 in München, maar verloor toen met 1-2 van West-Duitsland. Rensenbrink werd in de rust vervangen door René van de Kerkhof. Twee jaar later nam hij met Oranje deel aan het EK in Joegoslavië. Nederland werd in de halve finale uitgeschakeld door Tsjecho-Slowakije (3-1), waarna het in de troostfinale met 2-3 uit won van het gastland Joegoslavië en dus als 3de eindigde op het EK 1976 (juni 1976).

Afbeeldingsresultaat voor rob rensenbrink finale 1978
Finale 1978 Nederland-Argentinië. Beelden ‘schot op de paal’ van Rob Rensenbrink in 90e minuut

In juni 1978 nam Rensenbrink voor de laatste maal deel aan een groot landentoernooi. Nederland startte als een van de favorieten aan het WK in Argentinië, ondanks de afwezigheid van aanvoerder Johan Cruijff. Rensenbrink werd op het toernooi een van de uitblinkers en maakte makkelijk doelpunten. Tegen Iran scoorde hij zelfs een hattrick. In de finale stond gastland Argentinië op het programma. Na een spannende wedstrijd stond het 1-1 toen Rensenbrink na bijna 90 minuten, na een lange pass van libero en aanvoerder Ruud Krol, de bal tegen de paal trapte. Hierdoor bleef het 1-1 en kwamen er verlengingen. In die verlengingen scoorde Mario Kempes, die daardoor zijn totaal op 6 doelpunten bracht en topschutter van het WK werd. Nederland verloor voor de tweede keer op rij een WK-finale (met 3-1 ditmaal). Als Rensenbrink had gescoord, dan had Nederland vermoedelijk de wereldtitel veroverd en was hij zelf topschutter geworden. Zijn laatste interland dateert van 2 mei 1979. Oranje kwam toen uit tegen Polen en verloor in Polen met 2-0.

Jan Jongbloed: middelpunt van een twist.

Een dieptepunt in de sfeer van animositeit tussen DWS en Ajax is het volgende incident. Een terugblik naar 17 januari 1965.

Bennie Muller – Ajax

DWS begint in het Olympisch Stadion nog als fiere eredivisie-koploper aan de derby met Ajax. Feyenoord is nog de enige concurrent voor de titel, Heracles is derde en ligt een straatlengte achter. Na de 1-1 tegen Ajax staat DWS er nog goed voor. Maar het tumult dat halverwege de tweede helft ontstaat en tot onrust leidt bij de 35 500 toeschouwers, zal weken lang de sportpagina vullen. In zijn verklaring noteert scheidsrechter Piet Roomer het volgende: “Er moet iets gezegd zijn, maar ik stond te ver af om te horen wat. Wel zag ik dat Muller zich ontzettend kwaad maakte en op Jongbloed af ging. Ik sprong er tussen en riep: ‘Muller, wat doe je nou?’ Hij antwoordde: ‘Meneer Roomer, hij scheldt mij uit voor vuile rot-jood.’ Ik legde het spel stil en riep Jongbloed ter verantwoording. Jongbloed verklaarde waar Muller bij stond: ‘Ik heb niets gezegd.’ Derhalve kon ik niets doen.” Jaap van Praag, voorzitter van Ajax, vraagt de KNVB ‘een diepgaand onderzoek’ in te stellen. De KNVB-commissie onderzoekt het incident maar de tuchtcommissie wijst de klacht van Ajax af. Maar heel opmerkelijk is wel dat Jan Jongbloed zich een tweede maal voor de tuchtcommissie zal moeten verantwoorden.

De doelman herroept zijn eerste verklaring. Jongbloed heeft Muller wel degelijk beledigd in een opwelling maar niet met antisemitische bedoelingen. Voor het in diskrediet brengen van de naam van DWS, wordt hij door zijn club voor twee wedstrijden geschorst en dient hij voorts een boete van vijfhonderd gulden te betalen. De tuchtcommissie schorst Jongbloed voor twee wedstrijden, voor Feyenoord-uit en Fortuna-thuis.

Leo Heeres in duel met Cees Groot Ajax.

De kwestie heeft zware consequenties. Als DWS in de Kuip tegen Feyenoord voor de titel gaat, blundert invaller-doelman Leo Heeres tot drie keer toe en wint Feyenoord met 3-1. Ook tegen Fortuna ’54 verliest het DWS van Leo Heeres een week later met 0-2. Door die resultaten wordt niet DWS maar Feyenoord kampioen.
Toen Jan Jongbloed er onlangs nog eens naar werd gevraagd, was hij nog steeds van mening dat het Ajax er toen vooral om ging het succes van DWS te frustreren. Vijftig jaar na dato komt oud-Ajacied Bennie Muller terug op het antisemitisch incident. Na al die jaren doet het nog steeds pijn bij Bennie Muller.

Jan Jongbloed: Tussen vreugde en verdriet.

Jan keept van 1959 tot 1972 voor DWS maar was vroeg in de jeugd, een veldspeler. “Toen ik in 1964 met DWS kampioen werd, bestond mijn training uit het op doel schieten door Frans Geurts, Henk Wery en Mosje Temming”. “Een echte keepers trainer bestond er niet”. Zijn ervaring als voetballer blijkt later een groot voordeel te zijn. DWSer Jongbloed: “We hadden een goede ploeg. Het waren sterke jongens, niet bang voor de tegenstander. Het was een combinatie Amsterdamse en Utrechtse karakters, die niet gauw opgaven. Je hebt pas verloren als de 90 minuten voorbij zijn.

Dan moet je de spelers hebben die de nul vast kunnen houden én je moet een goede doelverdediger hebben. Toevallig was ik dat”, knipoogt hij. Jan, geboren in 1940 debuteerde in de selectie van DWS op 19 jarige leeftijd om al in 1960 een uitnodiging te krijgen voor het Nederlands elftal. Hij werd tweede keeper achter Eddy Pieters Graafland. Na een blessure van Piet Lagarde, bij Denemarken – Nederland 4-1 in 1962 mocht hij in de 82e minuut invallen. Opmerkelijk genoeg duurde het tot 1974 voordat zijn interland carrière een vervolg kreeg en hij zijn tweede oranje wedstrijd zou spelen.

Het was tegen Argentinië in voorbereiding op het WK in Duitsland. Trainer Rinus Michels was gecharmeerd van de meevoetballende Jongbloed, wat paste in het Totaalvoetbal wat Rinus propageerde. Er zou door het pressen van Oranje ruimte achter de laatste linie komen. Een meevoetballende, meedenkende keeper zoals Jan kon dat probleem oplossen. ‘Dit naar een idee van Johan Cruyff’ Het was een revolutionaire gedachte en ontwikkeld bij Ajax en door Rinus Michels nu ook toegepast bij het Nederlands elftal.

De gedurfde speelstijl van Jan Jongbloed, die vaak ver buiten de zestien meter kwam, was risicovol maar pakte goed uit. Het paste wel bij het karakter van Jan, hij was een vrij denker, spontaan en gevat. Zo keepte hij in de finale van het WK ’74 met blote handen omdat hij dan een betere grip had. “Als het regende”, zo vertelde hij “gebruikte ik gebreide handschoenen met rubberen ribbeltjes er tussen”.

Aan uiterlijk vertoon had de doelman geen behoefte en dat vertaalde zich tevens in zijn sobere kleding. ,,Ik droeg meestal een groene trui. Ik hield niet van die schreeuwerige kleuren. Als een keeper daaraan zijn charisma moet ontlenen, heeft hij veel te verbergen.” Jan paste helemaal in het Totaalvoetbal concept en heeft twee WK toernooien meegemaakt in 1974 in Duitsland en in 1978 in Argentinië en kijkt daar tevreden op terug.

Een lage schuiver van ‘Der Bomber’ Gerd Muller verrast Jan Jongbloed in de finale 2-1.

Zelfs op de verloren finale in München, waarbij een ‘lullig’ rolletje van Gerd Muller de nekslag werd. ,,Dat klopt”, zegt Jan en legt uit ” kijk ook al strek je je armen dan nog kun je er niet bij “. De bal van Müller rolde langs me heen. Ik zie het nog gebeuren en toch heb ik nooit wakker gelegen van die goal, omdat ik wist dat ik mezelf niets te verwijten had.” Jongbloed brak als international een keepersrecord: 683 minuten zonder tegendoelpunt. Ook is hij nog steeds recordhouder voor wat betreft het aantal gespeelde wedstrijden in het betaalde voetbal (717).

Een aanbod van Ajax om in 1974 naar die club te verhuizen sloeg hij af. Hij wilde zijn vrije visdag niet opofferen voor een extra trainingsdag. Hij runde naast zijn bestaan als profvoetballer ook nog een sigarenwinkel annex hengelsportzaak. Jongbloed is zelf een verwoed sportvisser en heeft menigmaal te kennen gegeven het vissen nog leuker te vinden dan het voetbal.

Op 23 september 1984 ging er een schok door Nederland. Een bizar ongeluk trof de zoon van Jan Jongbloed. Die middag, het waaide en regende hard met hagelbuien, keepte de beloftevolle DWS er Eric-Jan Jongbloed de wedstrijd Rood-Wit – DWS. In een lichtflits en harde knal werd Eric geraakt door de bliksem en overleed. Eric is 21 jaar geworden.

Jan Jongbloed denkt nog vaak aan zijn zoon. Soms kan ik zo maar huilen, bijvoorbeeld als ik op televisie mensen heel gelukkig met elkaar zie zijn. Dat koppel ik dan aan het overlijden van mijn zoon. Soms ook als ik in de auto zit en opeens aan Eric denk. Dan barst ik niet enorm in tranen uit, maar ik huil wel. Het gebeurt gelukkig niet zo vaak meer als vroeger. Wat was ik gelukkig toen Eric geboren werd. Onbeschrijflijk. En natuurlijk ook bij de geboorte van mijn dochter. Daar kan het spelen van vijfentwintig WK’ s niet tegenop. Op de vraag of hij in een GOD gelooft antwoord Jan “Nee. Anders vind ik het zeer onredelijk dat hij mijn zoon heeft weggenomen. Er was geen enkele aanleiding voor. Als God wel bestaat, zou ik daar nog graag een uitleg voor krijgen .

AFC DWS AMSTERDAM – seizoen 1970/1971
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-49.png

De dure huishouding en de hoge kosten van het spelen in het Olympisch Stadion begonnen zich te wreken. In 1965 wist DWS nog bijna zijn landstitel te prolongeren, maar daarna ging het langzaam bergafwaarts. Pijlman: “De prestaties werden minder en de supporters die niet uit de Spaarndammerbuurt kwamen, hielden het voor gezien. Toen ging het al snel van kwaad tot erger.” In de loop der jaren heeft DWS vele bekende voetballers voortgebracht. Na de oorlog waren dat o.a.: Arie de Oude, Jan Jongbloed, Frits Flinkevleugel, Rinus Israël. De stadionclub verloor zienderogen zijn populariteit en voorzitter Solleveld zag zich gedwongen zijn waardevolste spelers te verkopen, eerst Daan Schrijvers en Rinus Israël aan PSV en Feyenoord en uiteindelijk, in 1969, ook de beloftevolle linksbuiten Rob Rensenbrink aan Club Brugge. Uiteindelijk verhuisde DWS naar het bijveld van het Olympisch Stadion. Op 20 juni 1972 fuseerde DWS met Blauw wit en werd FC Amsterdam in het leven geroepen, een jaar later sloot de Volewijckers zich hierbij aan. Trainer werd Pim van de Meent.

Enkele bekende spelers, die debuteerden in de succesvolle beginperiode van ‘de Lievertjes’ waren Gerard van der LemNico Jansen en Heini Otto.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 12643.jpg
‘Fritsie’ Flinkevleugel

Na een succesvolle start zakte de fusieclub FC Amsterdam in het seizoen 1977-1978 af van de Eredivisie naar de Eerste Divisie. Dit betekende het einde voor FC Amsterdam: het aantal toeschouwers werd zo klein dat in het voorjaar van 1980 besloten werd om op het bijveld van het Olympisch Stadion te gaan spelen, zoals Blauw-Wit dat al eerder had gedaan. Dit mocht niet meer baten, na circa twee jaar viel het doek voor FC Amsterdam, in mei 1982.