DOSKO

Gerelateerde afbeelding

Het waren enkele jongens van de buurtvereniging ‘Voor Eer en Deugd’ uit Bergen op Zoom,  die op zondag 1 maart 1908 een plan hadden ‘Wij richten een voetbalclub op’. Het  gebeurde in het gebouw van de Rooms Katholieke Militaire vereniging aan de Potterstraat in Bergen op Zoom. Al snel telde de club 30 leden en werd er een bestuur gevormd. DOSKO wordt de naam en ze beginnen op een grasveldje aan de Zuidsingel. Daar worden met jassen en petten – palen waren te duur – twee doeltjes gemaakt, maar nog in hetzelfde jaar is er de verhuizing naar een veld met echte doelen.

“Maar ik weet nu bijvoorbeeld ook waar DOSKO in 1908 echt begonnen is. Dat was het Slingerbos, in de buurt van waar nu hotel De Schelde is. En de eerste kleedkamer was café Van Oevelen aan Kijk in de Pot” aldus Ton Hopmans, schrijver van het jubileumboek. Bernard Stoop wordt voorzitter en bedenkt de naam DOSKO (Door Ons Samenspel Komt Overwinning). De clubkleuren werden een roodgeel shirt en zwarte broek. Een jaar later besluit DOSKO competitie te spelen en niet zonder succes. In 1920 bereiken ze de 1e klasse, toen de hoogste klasse van Nederland en treft tegenstanders als NAC, PSV, Willem II, VVV en MVV.

1920: Sportterrein De Raayberg.

In de eerste periode van DOSKO in de eerste klasse speelt de club op het terrein nabij café De Raayberg. De club bespeelt het veld op het middenterrein van de wielerbaan en is gelegen ten zuiden van de stad. Het veld is aan de kleine kant en volgens de overlevering is de KNVB om de tuin geleid bij het bepalen van de afmetingen. Met een meetlint, waaruit enkele meters zijn weggeknipt, maakt de club de bond duidelijk dat het veld wel degelijk aan de minimale vereisten voldoet. Tot begin jaren vijftig blijft de Raayberg het thuishonk van DOSKO. In het eerste seizoen na de oorlog speelt ook VC Vlissingen een seizoen op De Raayberg, omdat de velden op Walcheren niet bespeelbaar zijn.

1920/1921: Eerste seizoen in de 1e klasse.

Het eerste seizoen 1920/1921 eindigt de club in de onderste regionen. Eigenlijk blijft die situatie onveranderd de komende drie jaren. Zowel in 1921/1922 als in het seizoen 1922/1923 . Vier jaar lang spelen ze 1e klasse maar het was te hoog gegrepen. Zelfs voor een ervaringsdeskundige als DOSKO komt er een einde in 1923/1924. De degradatiestrijd blijkt al snel een tweestrijd te zijn tussen DOSKO en Alliance. De Roosendalers blijven DOSKO uiteindelijk twee punten voor. De club uit Bergen op Zoom degradeert, maar keert, twintig jaar later, bij de introductie van het profvoetbal terug in de schijnwerpers. De club zal in de jaren dertig/veertig met veel plezier een stabiele 2e klasser zijn.

1930: DOSKO; het 1e elftal van S.V. DOSKO op sportterrein ‘de Raayberg’. Vooraan links Bosters. Staand v.l.n.r. Q. Bogers, J. Quick, Buuron, Van Loenhout, C. Smeijers. Overigen onbekend.

1939/1940: Noodcompetitie.

De KNVB besloot op 9 september 1939 een Noodcompetitie in te stellen ter vervanging van de reguliere competitie. In de Noodcompetitie werden de ploegen meer naar geografische ligging dan naar sterkte ingedeeld, was er geen promotie en degradatie mogelijk, en konden er geen protesten op beslissingen van scheidsrechters worden ingediend. De competitie begon op 24 september 1939, een week later dan dat de reguliere competitie had moeten beginnen. De 1e klassers werden bij elkaar ingedeeld. De 2e klassers werden bij 3e klassers ingedeeld, hetgeen zodanige protesten opleverde dat de oorspronkelijke indeling werd aangepast. De indeling voor Dosko zag er als volgt uit. De competitie was enkele wedstrijden van het einde toen op 10 mei 1940 het Duitse leger in Nederland binnenviel. De competitie kwam enkele weken stil te liggen, maar werd eind mei alweer hervat. 

1944/1945: 2e klasse (K)NVB

Na het afkondigen van de Uitzonderingstoestand in Nederland door de Duitse bezetters op 5 september 1944 besloot de NVB de competities stil te leggen. In de Tweede Klasse waren er, naast één wedstrijd in District III (Oost),alleen wedstrijden gespeeld in District IV (Zuid). DOSKO werd ingedeeld in het vierde District.

1952/1953 kampioen in de 2e klasse. Staand v.l.n.r. Hopmans, M. Bennaars, Versluys, Machielsen en Schuurbiers. Midden: v/d Avert, J. Bennaars, W. Veraart. Geknield: Nijsse, Hoondert en aanvoerder Demmers .

1947/1953: De ‘gouden’ jaren.

Dosko-supporters juichen nadat de Bergse ploeg in 1953 gescoord heeft.

Een gouden periode beleeft DOSKO in de jaren die liggen tussen 1947 en 1954. Bijvoorbeeld in 1953 en 1954 als Sportpark De Luiten in Roosendaal de plaats is waar twee jaar achter elkaar twee teams met afgeladen tribunes een strijd strijden. Officieel biedt het pas geopende RBC-stadion plaats aan zo’n 7.000 toeschouwers. In krantenartikelen van het Brabants Nieuwsblad en De Stem, wordt gerept over 14.000 en zelfs 15.000 toeschouwers. Het zijn de beslissingswedstrijden om het kampioenschap in de tweede klasse (het één-na-hoogste niveau) tussen DOSKO en Baronie. Reportageflitsen van de wedstrijd Baronie-Dosko op 21 juni 1953 in het sportpark De Luiten te Roosendaal. DOSKO versloeg Baronie met 2-1 en werd kampioen tweede klasse.

1953. Dosko kampioen 2e klasse. Rinus Bennaars, Jan Schuurbiers, Christ Machielsen, Piet Hopmans, Broer van der Avert, Willy Veraart, Harry Demmers, Jan Bennaars, Willem Versluijs, Raoul Hoondert en Piet Nijssen.

Vaders zaten met hun kinderen en vrouwen in hun zondagse kleding samengepakt. Zelfs naast de doelpalen zat publiek. Vanuit Breda kwam de Baronie-aanhang met meer dan twintig bussen en uit Bergen op Zoom vertrekken hele pelotons met fietsers op die twee warme voorjaarsdagen van ‘53 en ‘54. Sportief wordt de koek eerlijk verdeeld; DOSKO won in ‘53 met 2-1, Baronie in ‘54 met 1-0. Drie keer werden de rood-gelen kampioen, maar in de nacompetitie lukte het niet de stap naar de 1e klasse te maken. Een toegangskaartje bij DOSKO, overdekte tribune kostte 2 gulden, open tribune 1,25 gulden, een jongenskaartje 30 cent en militairen mochten voor 50 cent naar DOSKO komen kijken.

28 juni 1953. Heerlen. Dosko aanvaller in de clinch met de doelman. Promotiewedstrijd om een plaats in de 1e klasse. VVH ’16 – DOSKO 3-1. Andere kanshebber was Helmond. Uiteindelijk is het het Limburgse VVH ’16 de sterkste in deze nacompetitie.

1955: Sportpark Rozenoord.

Als DOSKO in 1955 toetreedt tot het profvoetbal speelt het op het nieuwe terrein Rozenoord, waar het sinds 1950 gevestigd is. Het betreft een klassieke multifunctionele jaren-vijftig accommodatie met een atletiekbaan en tribunes rondom. In totaal kan het complex 18.000 toeschouwers bevatten.

BERGEN OP ZOOM : ROZENOORD .

1955/1956: Eerste prof-seizoen.

In het seizoen 1955/1956 begint DOSKO met 63 andere Nederlandse clubs aan het semiprof avontuur. De aangemelde clubs zijn vooraf, door de KNVB gewogen op levensvatbaarheid. De criteria om aan prof-licentie te komen zijn, een accommodatie voor minimaal 7000 toeschouwers, 50.000 gulden borg en een verenigingsstructuur. De licentiehouders werden vervolgens willekeurig verdeeld over vier eerste klassen. Aan het eind der competitie, worden de clubs op grond van klassering geplaatst in een eredivisie, een eerste divisie of een tweede divisie. De eerste wedstrijd tegen Wilhelmina in ’s-Hertogenbosch, werd met 4- 2 verloren. Jan van de Watering was de eerste speler die in het betaald voetbal, voor DOSKO scoorde (0-1). Met een capaciteit van 18.000 plaatsen is er op het “sportpark Rozenoord”  ruimte genoeg echter de thuiswedstrijden trekken gemiddeld 3500 toeschouwers. DOSKO deed het aardig in het eerste jaar, het elftal speelt zich naar een mooie achtste plek in de hoogste klasse.

Affiche: 3 mei 1956: DOSKO – DHC 4-0 . 1e klasse C

Dit niveau kon de club niet vol houden en in ieder navolgend jaar ging het een beetje minder. Aan het einde van het seizoen 1958-59 vinden we DOSKO terug op de 15de plaats van de Tweede Divisie. Sportief ging het minder maar ook is het niet mogelijk voor DOSKO financieel in balans te blijven. Een topspeler halen lukt niet, maar behouden ook niet, Rinus Bennaars, met een maand salaris van 135,- gulden per maand, vertrekt naar NOAD uit Tilburg en Cor Machielsen naar het Amsterdamse Blauw Wit. Beide clubs spelen op eredivisie niveau.

1957/1958: KNVB beker

Een mooi resultaat behaalde DOSKO in de KNVB beker competitie van 1957/1958 . De selectie kwam tot de vierde ronde. 1e ronde DOSKO- Gilze 3-2, Rinus Bennaars 1-0, Faas (pen) 1-1, Machielsen 1-2, Jan van de Watering (pen) 2-2, Schuurbiers 3-2. 2e ronde DOSKO-Willem II 1-0, Wim Bennaars.

3e ronde DOSKO-NOAD 3-1, onbekend. 4e ronde DOSKO-MVV 1-2, 7′ Georg Hecht 0-1, 59′ Albert Ummels 0-2, 69′ Jack Schuurbiers 1-2 .

1959: Einde semi-profavontuur.

Het semi-profbestaan is zwaar en vele enthousiaste verenigingen in het land zullen dat gaan ondervinden. Er werd gemiddeld voor een gewonnen wedstrijd 22,50 gulden betaald voor een gelijkspel 15,00 en 10,00 gulden voor een verloren partij. De meeste spelers hebben gewoon een volledige baan (een zes daagse werkweek van acht uur). Voor een uitwedstrijd was je zomaar 15 uur op pad en dan moest er ook nog getraind worden. Het DOSKO bestuur en de leden zagen teveel problemen op zich af komen. Onder leiding van trainer Van der Gevel begon DOSKO in het seizoen 1958- 1959 aan het laatste seizoen in het betaald voetbal. Het werd een onmogelijke opgave. Van de 28 competitiewedstrijden werden er slechts 5 gewonnen en werd er 17 keer verloren . DOSKO eindigde op de laatste plaats. Voorzitter Theo Asselbergs deed in juni 1959 nog een vergeefse oproep aan de middenstand en clubleden om 10.000 gulden te doneren.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is f.jwwb.nl%2Fpublic%2Fh%2Fi%2Fn%2Ftemp-zjrwerzwllvsarsitsiy%2Fw8k3np%2FDOSKO00369-1.jpg

Dit bedrag zou genoeg zijn om nog een jaar door te gaan met betaald voetbal, er kwam echter geen positief reactie en dus kwam het moment om een einde te maken aan het semiprof avontuur. Met voldoening kijkt men nu terug, want hoe bescheiden het sportieve verhaal  ook mag zijn, het is wél DOSKO die twee sterspelers heeft voorgebracht. Sterker nog: het is de enige 2e klasser die ooit twee spelers voor een interland leverde. De namen: Louis Overbeeke, de “razendsnelle rechtsbuiten met een ziedend schot” en 3 caps op zijn naam heeft; en Rinus Bennaars 15 caps en voor Oranje, de winnende treffer scoorde tegen Engeland.

Clubicoon: Rinus Bennaars: De held van Deurne

Marinus “Rinus” Apolonia Bennaars uit Bergen op Zoom, geboren op 14 oktober 1931 . Bennaars kwam aanvankelijk uit voor DOSKO uit Bergen op Zoom. In november 1951 werd hij voor het eerst geselecteerd voor het Nederlands elftal, wat opmerkelijk was aangezien DOSKO op dat moment in de Tweede klasse speelde. In de met 7-6 verloren wedstrijd tegen België scoorde Bennaars één keer. Rinus, die tussen 1951 en 1954 tot tien interlands was gekomen werd, op 2 mei 1963, door bondscoach Elek Schwartz voor zijn elfde interland opgeroepen. De wedstrijd tegen het Braziliaanse ‘Samba’ voetbal, van spelers als, Edson Arantes do Nascimento beter bekend als Pele. Rinus Bennaars speelde, volgens de pers en medespelers, een top wedstrijd in de interland Nederland-Brazilië (1-0), maar volgens Rinus Bennaars één met een bijsmaak.

Links Marinus Bennaars

Een beroemde wedstrijd waarbij Peet Petersen, de vervanger van Coen Moulijn, in de laatste minuut scoorde en eeuwige roem bereikte.

Bennaars was een andere uitblinker, hij speelde als linksbinnen in de mandekking op Pele. Eigenlijk een ongebruikelijke positie maar de trainer vond dat nodig. Heel erg lang hoefde Rinus niet in de dekking want Pele stapte na een half uur verontwaardigd van het veld. ‘Niet geblesseerd. Hij vond het niks dat ik hem dekte. Kort voordat hij eraf ging raakte ik hem ook wel wat hard in een duel. Hij had al steeds wegwerpgebaren gemaakt’.

Vanaf dat moment kon Bennaars weer spelen zoals Bennaars: kwikzilver, schakelend, meters makend, de combinatie zoekend. Rinus heeft daar toch niet zo een heldhaftig gevoel over. Dit in tegen stelling tot de pers die Rinus bewierookte. “ Ik vond het eigenlijk jammer dat Pele eraf ging want zo een atletische voetballer is een genot om van te genieten”.

Na de invoering van het betaald voetbal in Nederland speelde Bennaars met DOSKO in de Tweede divisie. In 1958 werd hij ingelijfd door NOAD uit Tilburg, dat op dat moment in de Eredivisie uitkwam. Een jaar later vertrok hij naar Feijenoord, waarvoor hij vijf seizoenen uitkwam. In 1964 verkocht Feijenoord hem voor 25.000 gulden aan tweede divisionist D.F.C.. Bennaars werd twee keer landskampioen met Feijenoord en één keer kampioen van de Tweede divisie met D.F.C. Met Feyenoord kwam hij in de Europacup I 1962/63 tot de halve finale.

Na zijn voetbalcarrière werd hij constructiewerker. Rinus ontmoette onlangs zijn oud ploeggenoot Frans Bouwmeester. De West-Brabanders die Feyenoord op de historische 12e december 1962 in Antwerpen naar de kwartfinale van de Europacup I hielpen, vallen elkaar in de armen, na vele jaren. De ontmoeting, de handdruk, de omhelzing, de schouderklopjes, de speelse porren in de zij, zo ziet 58 jaar  vriendschap er uit. Frans Bouwmeester (78) verteld “Vanaf 1960 zaten we samen bij Feyenoord, Ik heb veel aan Rinus te danken”, benadrukt Bouwmeester. ,,Toen ik 12 of 13 was, zag ik hem al spelen bij DOSKO. Onder meer tegen Baronie, een beslissingsduel om de titel in tweede klasse op De Luiten, bij RBC. Daar zat ik langs de lijn op een veilingkistje.”.

Rinus Bennaars scoort in de Kuip tegen Heracles.

Bouwmeester somt op: ,,We werden regelmatig kampioen, haalden de halve finale van de Europa Cup en wonnen de KNVB beker.” ,,Een grandioze periode”, vat Bennaars bondig samen. ,,Ik zal het herhalen, grandioze tijd gehad, ouwe”, grijnst Bouwmeester, ‘Het was In het stadion ‘De Bosuil dat Rinus Bennaars de beslissing bracht in een derde wedstrijd tussen Vasas Boedapest en Feijenoord.

Rinus met de befaamde linkerschoen .

Beide voorgaande wedstrijden eindigden in een gelijkspel. Het legioen ging massaal mee de grens over naar Antwerpen. Met een bekeken schuiver zorgde Rinus voor de uiteindelijke 1-0 overwinning. Door deze beslissende goal, met zijn ‘luie’ linker voet, kreeg Bennaars de passende bijnaam op: de held van Deurne’.

Louis Overbeeke maaide zijn eigen vierkante meter

Louis werd op 6 september 1930 in Woensdrecht geboren . Een gemeente gelegen in de zuidwesthoek van de provincie Noord-Brabant. In 1940 werd hij lid van METO uit Hoogerheide. op 15 jarige leeftijd debuteert hij in het eerste elftal. Als hij negentien is krijgt hij een uitnodiging voor het Brabants jeugdelftal. Hij hield van een optimale voorbereiding, zo vertelde hij. Op de zaterdagavond, voor een thuiswedstrijd reed hij met een grasmaaimachine achter op de fiets naar het METO-hoofdveld, om op de hoeken van het veld waarop hij als rechtsbuiten speelde het gras te maaien. ,,Op een goed gemaaid veld kon ik het beste uit de voeten.”

De razendsnelle rechtsbuiten stapte in 1951 over naar DOSKO. Dat leverde een nieuwe stroom voetbalsupporters op, die op zondag tijdens thuiswedstrijden, met BBA-bussen vanuit Hoogerheide naar het Rozenoord sportpark in Bergen op Zoom kwamen. Louis Overbeeke stond niet alleen bekend om zijn snelheid, maar vooral om zijn onverwacht harde schot. Zijn beste wedstrijd speelde hij op Rozenoord tegen Goes, toen DOSKO met 7-3 won en Overbeeke vijf doelpunten maakte. In seizoen 1953/ 1954 werd hij samen met zijn clubgenoot Rinus Bennaars drie keer opgesteld in het Nederlands Elftal.

Joop Odenthal, Liewe Steiger, Jan Klaassens, Frans Tebak, Louk Biesbrouck, Rinus Terlouw Louis Overbeeke, Max v Beurden, Cor v d Gijp, Rinus Bennaars en Gerard Gruisen .
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-96.png
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-94.png

Op 15 oktober 1953 in de Kuip de derby der Lage Landen, Nederland – België, uitslag 1-0. Op 7 maart 1954 eveneens in de Kuip, Nederland – Engeland 1-0 en op 4 april 1954 in de Bosuil te Antwerpen, België – Nederland uitslag 4-0.

Louis heeft drie seizoenen voor DOSKO gespeeld en vertrok in 1954  naar NAC en werd met zijn nieuwe club meteen kampioen. Aan het eind van het seizoen 1954/’55 vormden de vier afdelingskampioenen een uniek Brabants kwartet. EVV Eindhoven, NAC, PSV en Willem II gingen strijden in de kleine competitie om de landstitel, die uiteindelijk door Willem II wordt behaald.  Een jaar later verloor NAC de strijd om de landstitel opnieuw nu met 3-0 van Rapid JC uit Kerkrade. Zijn bijnaam bij NAC werd ‘Lowieke van DOSKO’ waarvoor hij 60 doelpunten scoorde.

Jan van Elzakker (66)  goede vriend en schrijver van de Biografie ‘Louis Overbeeke’ noemt Louis ‘een vrolijke hardwerkende jongen’.  “Wij woonden tegenover zijn ouders, die een taxibedrijf, garage annex  benzinepomp hadden. Als ik mijn huiswerk boven zat te maken, zag ik Louis altijd op en neer naar de pomp lopen. Hij stond aan de benzine pomp, was taxichauffeur en bezorgde op zijn Solex-brommertje Butagas flessen bij mensen thuis. ” Louis werd gescout door DOSKO en dat werd door de supporters en bestuur van METO zeer kwalijk genomen. De omgeving ging er van uit dat er ook iets als clubliefde bestond en waren boos en verbolgen.

Toen Overbeeke drie jaar later de overstap maakte naar NAC, hadden de supporters DOSKO daar pest over in. “Louis vertrok nog voor het einde de lopende competitie. Volgens de voetbalbond kan dat alleen als  Louis in Breda werk en een woning had. NAC regelde dat, maar DOSKO had zijn twijfels of het echt zuiver was. Het was een gelegitimeerde truc van NAC. Krien Bogers, bestuurslid van DOSKO, gluurde, van achter de gordijntjes in het café van Suuske Hoeks, naar de garage en het woonhuis van Overbeeke. Hij hield in de gaten, of Louis daar nog woonde of werkte.”

Jan v Elzakker vond het hoog tijd worden om een boek over Louis Overbeeke te schrijven. “Over wielrenners, uit ons Brabant, is al veel gepubliceerd, maar over de grootste voetballer uit Hoogerheide niet. En omdat DOSKO, de club waar Louis zijn mooiste jaren beleefde, dit jaar honderd jaar bestaat, besloot ik het boek ook dit jaar uit te geven. Louis Overbeeke was niet alleen de man van de vele assists, maar gold zelf ook als een gevreesd schutter. In 256 officiële duels voor NAC maakte hij 121 doelpunten.

NAC in 1958. Boven: Puck Storimans, Pau van den Hoven, trainer Jan Blom, Adrie Pelkmans, Stan de Rijk, Kees Kuijs en Jan van Hoogenhuizen. Onder: Louis Overbeeke, Theo Laseroms, Leo Canjels, Cock Luyten en Frans Bouwmeester. – © FOXSports.NL

In verband met een ernstig zieke vader, nam Louis in 1961, het bedrijf van zijn ouders over. Hij nam afscheid bij NAC en kwam terug bij METO. In 1970 liep hij tijdens een veteranenwedstrijd tegen MOC’17 een zware blessure op, voor hem aanleiding om onmiddellijk te stoppen. Louis stond bekend als een sociale jongen die interesse had in de ander. Vrijwel dagelijks reed hij, in zijn taxi, kankerpatiënten naar Rotterdam en voerde inlevende gesprekken met hen. Louis Overbeeke is op 7 juli 1989 overleden aan botkanker, op de jonge leeftijd van 58 jaren.