DHC

1910: De Delfia Hollandia Combinatie 

DHC is ontstaan op 19 maart 1910 uit twee kleine verenigingen t.w. Hollandia en Delfia. De fusiegesprekken vonden plaats in het Stationskoffiehuis. Na een paar jaar van interne verdeeldheid, diverse bestuurswisselingen en het vertrek van selectiespelers wist de vereniging een vast koers varen. De Delftse combinatie vond een speelveld aan de Buitenwatersloot, een afwatering net buiten de vesting Delft. Na vijf jaren viert de club in 1915 haar eerste kampioenschap in de 1e klasse regio Den Haag .

14 mei 1915: De Delftsche courant.
Gerelateerde afbeelding

DHC verhuist in 1916 naar de Laan van Vollering en voorziet het terrein van een houten overdekte zittribune met een clubhuis. De club promoveert naar de derde klasse van de landelijke NVB. Het gaat snel want opnieuw promoveert de selectie nu naar de 2e klasse. In de NVB bekercompetitie seizoen 1917/1918 reikt de Delftse ploeg tot de kwartfinale waarin het thuis met 0-2 verliest van VVA. Ook twee jaar later werd DHC pas in de kwart finale uitgeschakeld, nu door het Haagse VUC.

1922: DHC onder Engelse invloed.

In 1922 stelde DHC zijn eerste trainer aan, de Engelsman Gus Smith. In Engeland was voetbal zo’n beetje uitgevonden en daar moest de kennis dus vandaan komen. DHC werd succesvol en in het seizoen 1922/1923 behaalde men de titel in de 2e klasse en werd er gestreden in een halve competitie met SVV en FC Hilversum om promotie naar de hoogste klasse. Er werd echter na verlenging met 2-1 verloren van SVV en viel de deur naar de 1e klasse dicht.

18 september 1932: DHC-Hermes DVS 2-1.

DHC kwam op stoom en haalde in 1925 de finale van de prestigieuze Zilveren Bal. In Rotterdam werd er met 2-0 van Sparta verloren maar de naam DHC kreeg allure. De Zilveren Bal was in de eerste helft van de 20e eeuw een voetbaltoernooi, georganiseerd door Sparta en Feijenoord dat jaarlijks voorafging aan het seizoen en in Rotterdam werd gehouden. De aanloop van de vele toeschouwers naar Sportpark Vollering achterhaalde al snel de krappe bebouwing zodat langs alle zijden tribunes verrezen met een capaciteit van 15.000 bezoekers. Op 28 augustus 1928 werd ook het clubhuis geopend. Daar staat de club een aantal jaren in de opbouw van haar selectie tot aan het voorjaar van 1932. Dan viert de club een groot feest. In tussen kende de club in 1931 zijn eerste international. Het is Joop van Nellen die debuteerde in een wedstrijd tegen Frankrijk.

1932: DHC rijst naar de 1e klasse

1932. Kampioen elftal 2e klasse. Links staande: trainer Tim Colman. Willekeurige volgorde achterhoede: Doelman P. Boot, W. van Nellen, P. Dorjee. Middenlinie: W. Bakker, J. Pieterse en H. Dorjee. Voorhoede: W. v/d Sloot, G. v/d Bragt, B. Ditmars, M. Post en J. van Nellen.
2 mei 1932: De Delftsche courant.

In 1932 promoveerde DHC naar de hoogste afdeling dit gebeurde onder trainerschap van het ‘fenomeen’ de Engelsman Tim Colman. De beslissingswedstrijd is thuis aan de Parallelweg tegen Gouda en kende een spannend verloop. Na dertien minuten was het Ottevanger die onze doelman Boot kansloos liet 0-1. Het duurt tot acht minuten in de 2e helft eer DHC haar veldoverwicht weet uit te drukken. Het is Joop v Nellen die na een panklare voorzet van v/d Sloot het net weet te vinden 1-1. DHC gaat nu helemaal los en drukt Gouda verder terug. Het nu v/d Sloot die met een bekeken hard schot doelman Leeflang kansloos laat 2-1. Gouda gaf zich niet gewonnen en probeerde met veel bravoure het tij te keren. De ruimte die DHC vervolgens kreeg werd optimaal benut. Een paar minuten voor het einde is het Ditmars naar links uitgeweken die met een laag schot Leeflang verraste en de bal onder zich door zag gaan. Einduitslag een meer dan verdiende 3-1. Na vier jaar jaar op het nippertje de hoogste klasse te missen lukte het de selectie nu wel. Trainer Tim Colman weet direct al in zijn eerste jaar te promoveren naar de eerste klasse. Dat is een erelijst waarop in die tijd niet veel trainers kunnen bogen. Lees meer over Tim Colman in “Oorlogsheld en Kampioentrainer” een column uit Sportwereld.

Clubicoon: Joop van Nellen, een voetballiefhebber.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-29.png
Joop van Nellen.

Joop van Nellen is op 15 maart 1910 te Delft geboren. Als het gezegde ” Wat goed is komt snel” van toepassing is dan is dat in de sportwereld. Joop van Nellen blijkt zo een talent die als de bliksem op zestien jarige leeftijd, in 1926, zijn debuut maakte in het eerste van het Delftse DHC. Twee jaar later, hij is pas achttien jaar, zit hij bij de selectie van Oranje. Holland zoals dat toen werd genoemd speelde een interland tegen Italië in het San Siro Stadion in Milaan. Een aantal vaste krachten ontbraken en werden vervangen door jonge spelers. Met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar speelde het elftal met Joop van Nellen als linksbuiten een frisse onbevangen wedstrijd. Naast Joop debuteerden, de latere klasbakken, Leo Halle 22 jaar, Bep Bakhuys 19 jaar. De uitslag werd Italie-Holland 3-2 wat tegen de olympische bronzen tegenstander een hoopvolle uitslag is. Joop van Nellen vond zichzelf met zijn achttien jaar niet extreem jong voor een international. Elk oponthoud in een lager of minder gevorderd elftal achtte hij schadelijk voor de loopbaan.

1932. Joop v Nellen international.

Zijn carrière werd wel geschaad door een lelijke blessure, in pas de tweede interland die hij speelde tegen Zwitserland. De Zwitser, George Widmer, schakelde met grof en wild geweld, met twee acties, Bep Bakhuys uit en vervolgens Joop v Nellen met een scheenbeenbreuk. Maandenlang staat Joop aan de kant en zal zijn derde wedstrijd voor Oranje pas na twintig maanden volgen. Bizar genoeg dan weer tegen de Zwitsers. Joop v Nellen zal daarin zijn sportieve revanche nemen door al na twee minuten de 0-1 te scoren in Zürich. De tweebenige speler vormde lange tijd een vaste keuze in Oranje. Hij was van origine rechts, maar hij had zichzelf de voorzet met links eigen gemaakt. ‘Al bij de adspiranten speelde ik linksbuiten. Hoe gaat dat? Niemand was links en mij kon het niets schelen. Ik zei toen: zet mij daar maar neer.’ In 1933 raakte Joop van Nellen zijn plaats kwijt aan Kees Mijnders.

Als ‘thuisblijvende reserve’ reisde hij in 1934 aanvankelijk niet mee naar het WK in Italië‘. Toen Mijnders verhinderd was en Van Nellen alsnog werd opgeroepen, kon hij niet direct mee naar het trainingskamp in Cernobbio. Hij schreef af wegens de ziekte van zijn vader. De KNVB vertrouwde het zaakje niet en stuurde Karel Lotsy voor controle. De excuses kwamen vlot en toen zijn vader aan de betere hand was, reisde Van Nellen het elftal achterna. In Italië‘ trof hij een overgeconcentreerde ploeg. ‘Ze waren allemaal overgekookt van de zenuwen.’ Na 27 interlands kwam er in 1937 een einde aan zijn interland carrière.

9 april 1933. Doelman Gejus v/d Meulen, Sjef van Run, Mauk Weber, Henk Pellikaan, Piet van Reenen, Puck van Heel, Wim Anderiesen, Otto Bonsema, Frank Wels, Jan van den Broek en Joop van Nellen. België – Nederland 1-3. De Bosuil te Antwerpen. 

Joop van Nellen was een pure amateur. Voetbal moest vooral gezellig zijn. ‘Kijk na afloop naar hun gezichten en vooral wat ze drinken. De een zegt met een verveeld gezicht: geef mij maar een koppie thee. Een borreltje of een glaasje bier, moet toch kunnen ?’ De strikte amateurregels kregen Van Nellen na zijn actieve tijd toch te pakken. Hij had voor de oorlog 2,50 gulden onkostenvergoeding aangepakt voor het trainen van derdeklasser Laakkwartier en werd daarom in 1946 uitgesloten van het spelen van de Nieuwjaarswedstrijd met de oud-internationals bij HFC. Te flauw voor woorden van de KNVB en roomser dan de Paus, juist bij Joop van Nellen de pure liefhebber en amateur. Op 14 november 1992 overleed Joop van Nellen in zijn geboortestad Delft.

1940/1945: Voetballen in oorlogstijd.

Gezien de spanningen langs de Duitse grens en de militaire troepen opbouw besloot de KNVB op 9 september 1939 een Noodcompetitie in te stellen. In de competitie werden de ploegen meer naar geografische ligging dan naar sterkte ingedeeld en er was geen promotie en degradatie mogelijk. De wedstrijden begonnen op 24 september 1939.

Enkele wedstrijden voor het einde, op 10 mei 1940, viel het Duitse leger Nederland binnen. De competitie kwam enkele weken stil te liggen, maar werd eind mei alweer hervat. De 1e klassers speelden hun resterende wedstrijden nog uit. Feijenoord was op zondag 5 mei vlak voor de Duitse inval al kampioen geworden. Dit na de wedstrijd DHC- Feijenoord 0-1. In de overige afdelingen werden alleen nog de wedstrijden gespeeld die van belang waren voor het kampioenschap.

Chris Sinke maakt hier op 5 mei 1940 in Delft het enige doelpunt tegen DHC waardoor Feijenoord kampioen van Afdeling A werd. DHC – Feijenoord 0-1.

Nadat op 15 mei de Nederlandse regering capituleerde en de gevechtshandelingen voorbij waren, begon men voorzichtig weer het normale leven op te pakken, en ook aan voetballen te denken. In eerste instantie leek het er niet op dat er ook nog om het kampioenschap van Nederland zou worden gespeeld, mede door de reisproblemen. Uiteindelijk werd 15 juni toch begonnen met de kampioenscompetitie. Feijenoord werd op de allerlaatste speeldag op 18 augustus kampioen van Nederland 1939/1940 door met 2 – 0 van Heracles te winnen. Omdat het hier om een noodcompetitie ging was het landskampioenschap slechts officieus en werd de gouden kampioensmedaille niet uitgereikt.

Inmiddels hebben de Duitsers de (K)NVB verplicht het Koninklijke uit haar naam te verwijderen en ook om de voetbalcompetitie op normale wijze te laten verlopen. DHC heeft in het seizoen 1940/1941 een grote kans op de titel in de hoogste landelijke klasse. In het eerste jaar van de 2e wereldoorlog speelt DHC tegen ADO om in de eerste klasse West om de titel. De heenwedstrijd in het Zuiderpark eindigde niet zomaar in 1-1. Er werd vier maal zeven minuten verlengt en niet gescoord. Een tweede duel moest beslissen wie kampioen in de 1e klasse zou worden.

Op 27 april gaan beide op herhaling. Nu laat ADO overduidelijk zien de sterkste te zijn en is DHC kansloos. Een zekere pech had DHC toen de scheidsrechter een buitenspel doelpunt goedkeurde. Niet te min werd het een verdiende 3-1 overwinning voor de Hagenaars in een sfeervolle Rotterdamse De Kuip.

Afbeeldingsresultaat voor ado-dhc 1941
27 april 1941. ADO-DHC 3-1

Langzaam maar zeker worden Joden buitengesloten.

Al in het najaar van 1940 werd bepaald dat Joden geen deel uit mochten maken van het bestuur van de nieuw te vormen eenheidsbonden.
In het voorjaar van 1941 werden op sommige plaatsen sport-accommodaties ‘voor joden verboden’ verklaard – maar dat was nog geen landelijke verordening. Een aantal Joden verliet door dit verbod de neutrale clubs en sloten zich aan bij joodse sportverenigingen. De Joodsche Raad meldt in 1941 een 15-tal Joodse sportverenigingen, voornamelijk in Amsterdam. In juni 1941 werden het Joden verboden zwembaden en paardenrennen te bezoeken. Vanaf 15 september 1941 werd het aan Joden verboden in het openbaar, sport te beoefenen. Op last van de bezetter royeren vrijwel alle Nederlandse voetbalclubs vanaf 15 september 1941 hun Joodse leden.

Verzetsmuseum | SEIZOEN '40-'45. Voetbal tijdens de Tweede ...

Verenigingen die onder druk van de bezetter weigeren NSB’ers aan te nemen worden door de Duitsers ontbonden. Alleen PEC Zwolle en Unitas uit Gorinchem durven dit. Van beide clubs wordt een prominent lid op transport gezet naar een concentratiekamp. Clubsecretaris Peters van PEC Zwolle gaat naar Kamp Vught, terwijl Huub Sterkenburg van Unitas uit Gorinchem in een buitenlands concentratiekamp de dood vindt.

Na de oorlog voetbalt DHC op het tweede niveau.

Tijdens en na de oorlog werden de resultaten van DHC minder en minder. Het dieptepunt werd de laatste plaats in het seizoen 1948/1949 met degradatie naar de 2e klasse. Hierna onderging de selectie een stevige verjonging en heeft even tijd nodig om ingespeeld te raken. De beker competitie is een goede test met een gevarieerd aanbod van clubs uit alle rangen en standen.

Oktober 1947: DHC spelersnamen nog onbekend.

1950: Een jonge DHC ploeg is de bekerverrassing van het jaar.

Een jaar later is er zo een lichtpuntje tijdens de KNVB beker ronde’s in het seizoen 1949/1950. Na een negental voorronden speelt DHC op 10 juni in Den Haag op het VUC terrein in de halve finale tegen 1e klasser HFC Haarlem. Het elftal verrast een ieder zelfs tot en met de meestal kritische media. Het jonge DHC verloor niet het zelfvertrouwen toen Haarlem via Kick Smit al in de eerste minuut een voorsprong nam, 1-0. Met een verfrissende hartstocht bouwden de Delftenaren aanval op aanval. De rood-broeken werden terug gedrongen en Nieuwpoort wist met een keihard schot vlak voor de pauze 1-1 te scoren. Na rust een zelfde spelbeeld waarin DHC op zijn minst gelijkwaardig was. Een kwartier voor het einde raakte de goede Delftse doelman v Schaik de bal kwijt aan Roozen die listig 2-1 maakte. Het was een meer dan mooie ervaring tegen en goede 1e klasser. Er is weer hoop voor de toekomst.

1951: DHC terug in de hoogste klasse.

Juni 1951: Staande: B de Ruiter, G. Fraase Storm, doelman Ch. van Schaik, F. Kraus en M van Maanen. Half gebukt: P. van Geest. Zittend H. Nieuwpoort, J. Borsje, J. Dijkman, D. Vollebregt en G. van de Klooster.

Twee jaar achtereen wisten de zwart-groenen zich met kunst en vliegwerk in de 1e klasse te handhaven. De jonge ploeg bleek toch te instabiel/onevenwichtig. Wat kwam was een bijzonder mager 1953/1954 met een laatste plaats. De Delfia Hollandia Combinatie (DHC) gaat naar de 2e klasse en speelt in 1954 nog steeds op het nostalgische terrein aan de Laan van Vollering.

1954: DHC ontvangt een proflicentie.

Na een jaar van gesteggel tussen de nieuwe ‘wilde ‘bond, de NBVB en de KNVB kwam men in het najaar van 1954 tot een overeenkomst over betaald voetbal in Nederland. Om aan een prof-licentie te komen moest het DHC bestuur de voorwaarde accepteren die de KNVB aan elke nieuwe prof-club voorlegt. Ongeveer 80 clubs schrijven zich in voor de nieuwe competitie waaronder DHC die op het laagste niveau, de tweede divisie ging starten. Aangezien alleen de eerste klasse clubs betaald voetbal mogen spelen, gaat de professionalisering van de Delftse club even de koelkast in. DHC moet toezien hoe voetballers van het eerste elftal in rap tempo het geld achterna gaan en de club verlaten. Als de club zich in 1955 uit de 2e klasse weet te spelen, kan zij alsnog profclub worden. De DHC-leden stemmen massaal vóór het grote avontuur en betaald voetbal in Delft is dan eindelijk een feit.

1955: Het eerste jaar profvoetbal bij DHC.

De Delftse selectie wordt in het seizoen 1955/1956 ingedeeld in de 1e klasse C en de trainer is Eef Ruisch. De indeling is op willekeurige wijze tot stand gekomen. Na dit seizoen zullen de clubs op grond van sterkte/zwakte bij elkaar worden geplaatst. Na enkele jaren komen ook de financieel sterke clubs boven drijven. De prestaties van DHC zijn, na de introductie van het betaalde voetbal wisselend. De vereniging degradeert het eerste jaar naar de tweede divisie en daarnaast zijn er ook financiële problemen. Een trainerswissel en veranderingen in het bestuur moeten zorgen voor de ommekeer. De malaise bleef vooralsnog aan met als dieptepunt een laatste plaats in het seizoen 1957/58. Maar zie daar, een seizoen 1958/1959 later volgt promotie, met een tweede plaats achter kampioen ’t Gooi uit Hilversum. DHC maakt de stap naar de 1e divisie en de selectie biedt perspectief op nog betere tijden.

1959: Stadion aan de Brasserkade in aanbouw.

Het stadion voldeed niet meer aan de wensen van die tijd en het stadion aan de Laan van Vollering moest wijken voor de stedelijke vernieuwing. Aan de noordkant van de stad werd er een voor die tijd gigantisch sportcomplex ontwikkeld. Je verwacht het niet, maar aan de oostzijde van Delft kwam het één na grootste stadion van Zuid-Holland. De Brasserskade, zoals het complex heet, bood plaats aan 18.000 toeschouwers. Het stadion moest de professionele aspiraties van de club vorm geven en er werd ook eredivisievoetbal op het terrein gespeeld. Enkele keren raakte het terrein uitverkocht, jammer, want met enkele monumentale bouwwerken is een bezoekje aan de Brasserskade sowieso aan te raden.

DHC kijkt omhoog en de Eredivisie lonkt.

DHC eindigt in het seizoen 1959/1960 als vijfde eindigt en er is sportief weer perspectief. De club verhuist en op 15 mei 1960 wordt er voor het eerst gespeeld op het nieuwe complex de Brasserskade.

1959/1960. Staand Trainer Jan Van Buitenen, Cees Glaudemans, Jan v/d Velden, Piet Boekee, Gerrit Lupker, Joop Fluit, Dirk Bavelaar en Leendert Huber. Zittend: Karel Jansen, Nelis Kalden, Daan den Bleijker en Piet van Miert.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is DHC00460-1.jpg

De verhuizing lijkt DHC het gewenste zetje te geven. De club professionaliseert mede door de Oostenrijker Friedrich Donenveld als fulltime trainer aan te stellen. Daarnaast wordt met het aantrekken van een aantal versterkingen de formatie verder op peil gebracht. In het nieuwe seizoen 1960/1961 mist DHC met een tweede plaats nipt promotie naar de eredivisie. Duidelijk is, dat het voetbal leeft, want de toeschouwers weten de weg weer te vinden. Sportpark Brasserskade Delft is een fraai vorm gegeven stadion met aan alle kanten van het veld grote tribunes. Het is op een wijze gebouwd waardoor de 18.000 toeschouwers van een goed uitzicht kunnen genieten. Een jaar later seizoen 1961/1962 trekt DHC de stijgende lijn door en de club mengt zich opnieuw in de titelstrijd om de 1e divisie. Op de allerlaatste speeldag verliest DHC de cruciale wedstrijd tegen directe concurrent Fortuna Vlaardingen, en verspeelt het, het kampioenschap. DHC eindigt opnieuw met een troostprijs.

1962: Finale KNVB beker PSV-DHC.

Ook in de strijd om de KNVB beker bereikt de club in 1962 de finale ronde. Deze werd bereikt door te winnen van achtereenvolgens SHS, de Volewijckers, DFC en NAC . In de halve finale wordt er een sensationele overwinning geboekt op PSV . In overleg met finalist Sparta zal de finale gespeeld worden op het Kasteel want de opkomst zal in dit stadion groter en dus ook de te verdelen recette. Het wordt voor Sparta speler Tonny van Ede zijn 500e in het eerste en voor DHC een finale met een pikant tintje. Spits Piet van Miert heeft het vorige seizoen de overstap gemaakt naar Sparta en komt nu tegenover zijn ex ploeggenoot keeper Piet Lagarde te staan. De wedstrijd eindigt na 90 minuten in 0-0 en dus werd verlengen met een spectaculair einde.  

Halverwege de match onder voortdurende regenval raakt Hans Dorjee, namens DHC, twee keer de lat waarna in de tegenaanval, een doelpunt valt. Het is in een scrimmage waarin ex-DHCer Piet van Miert, na een misser van keeper Piet Lagarde, de bal in het doel frommelt. Het is een Golden Goal die direct beslissend is, de beker gaat naar Sparta. Is het door het sompige veld dat de bal die vreemde beweging maakte ? Dramatisch is het voor DHC dat net als in de competitie ook in het bekertoernooi met lege handen achter blijft. Dramatisch zeker ook voor keeper Piet Lagarde die hier nog lang aan werd herinnerd.

 22 september 1963. DHC – Excelsior 1-3. Spelersnamen nog onbekend.

1967: Bestaansrecht ter discussie.

Halverwege de jaren ’60 is het verloop onder de spelers wel erg groot en financieel gaat het ook slecht. In 1966 wordt daarom besloten om de amateurtak en de betaald voetbal tak te splitsen, om zo de professionele aspiraties voort te kunnen zetten. Aan het eind van seizoen 1966/1967 eindigt DHC op de laatste plaats. In het begin van 1967 laat de KNVB een kleine bommetje vallen. De toenmalige sectievoorzitter van de KNVB laat in een interview in een landelijk dagblad weten dat het betaald voetbal erg verzadigd is en dat er flink gesaneerd moet worden. De stichting DHC ’66 wordt als voorbeeld aangehaald als een club die eigenlijk geen bestaansrecht heeft. Het stichtingsbestuur is echter van mening dat als de successen weer komen, de toeschouwers en sponsors de weg naar Sportpark Brasserskade wel weer weten te vinden. Deze verwachting kunnen echter niet met cijfers worden ondersteund en een financieel beleid voeren gebaseerd op hoop is te riskant.

1967: Onvermijdelijke fusie DHC en Xerxes.

In 1967 op 19 mei hield DHC als zelfstandig prof-organisatie op te bestaan. De prof-afdelingen van DHC ’66 en Xerxes uit Rotterdam moeten noodgedwongen fuseren. Op zich geen straf, want met spelers als Willem van Hanegem, Eddy Treijtel en Hans Dorjee geeft Xerxes de nieuwe fusieclub een behoorlijk kwaliteitsinjectie. De wedstrijden van deze fusieclub, Xerxes/DHC’66 geheten, werden in Delft gespeeld.


In één van dat eerste wedstrijden, op zondag 13 augustus 1967 in het nieuwe seizoen, speelt de club onder de nieuwe naam tegen Feijenoord en
verliest met 0-3 van Feyenoord. Van deze wedstrijd zijn door het Polygoon journaal beelden gemaakt echter zonder commentaar.

De Xerxes/DHC’66 combinatie behaalde in het seizoen 1967-1968 nog een zevende plaats in de eredivisie, maar bleek desondanks een doodgeboren kindje. Financieel loopt het niet goed en de eigenaar van Xerxes ziet zich gedwongen sterren als van Hanegem te verkopen.  Er worden nog wel fusiebesprekingen met het Rotterdamse Excelsior gehouden, maar deze lopen op niets uit. DHC ‘66/Xerxes trekt zich uiteindelijk terug. Daarmee gaat de fusieclub failliet en gaan beide club in 1968 afzonderlijk terug naar de amateurs. Zo snel als de eredivisie naar Delft kwam, zo snel was het weer verdwenen. Bron: In de hekken. Op 31 maart 1968 speelt Xerxes/DHC tegen Ajax. Ajax wint met 0-1 zal dat jaar kampioen worden en de Gouden periode van de jaren zeventig begint vorm te krijgen.

Icoon: Piet Lagarde een elegante, gracieuze doelman.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-31.png

Piet Lagarde werd in Dordrecht geboren op 9 december 1939 Al vroeg in de jeugd bij Emma, werd het keeperstalent van Piet Lagarde opgemerkt. Alleen al op het oog was Piet een hele mooie/stijlvolle doelman met zeer snelle reflexen. Als tiener stond hij in het eerste elftal bij Emma maar al in juli 1961 verhuisde naar DHC semi-professional werd. Dat betekende dat je overdag bij een baas werkte en s’ avonds ging trainen met op zondag een wedstrijd. Ook landelijk zag men het talent en dus maakte Piet zijn debuut bij het Nederlands jeugdelftal met spelers als Coen Moulijn en Sjaak Swart. Een mooie carrière gloort aan de horizon.

28 november 1961 Piet Lagarde ,stijlvol, in training. fotograaf Eric Koch

Op 1 april 1962 speelde Lagarde zijn eerste interland voor het Nederlands elftal, tegen België. Jammer voor Piet dat de aandacht rondom Oranje verpest wordt door de animositeit tussen Feijenoord en Ajax spelers. De wedstrijd werd verloren met 4-1, maar in de pers, werd het debuut van Piet, niet genoemd. Alle aandacht ging naar het ontbreken van Ajax en Feijenoord. Want ondanks de dikke nederlaag keepte Lagarde een degelijke wedstrijd.

Nu brak er een belangrijke periode aan voor Lagarde, want er wachtte een bekerfinale DHC- Sparta. Inmiddels is er een aangekondigde overgang bekend want in de zomer zal Piet naar Sportclub Enschede gaan, dat tot de top van de eredivisie behoorde.De bekerfinale tegen Sparta, op het Kasteel, was een curieuze wedstrijd die, na een doelpuntloze strijd in de verlenging, door een mis grabbel van Piet Lagarde, werd beslist.

Boven: Piet Lagarde, Toon Brusselaars, Tonny Pronk, Bennie Muller, Kees Kuijs en Roel Wiersma. Onder: Sjaak Swart, Henk Groot, Tonnie van der Linden, Co Prins en Peet Petersen.

Niettemin, speelde Piet, op 26 september van dat jaar een tweede maar ook voorlopig laatste interland, tegen Denemarken. In de 85e minuut brak hij zijn sleutelbeen en moest hij worden vervangen door de debuterende Jan Jongbloed.  Een paar jaar later, bij SC Enschede, was hij opnieuw ongelukkig. Piet Lagarde raakte bij een actie van Joop Butter van Go Ahead Eagles op 27 september 1964 opnieuw geblesseerd en liep daarbij een nier scheuring op en om levensgevaar te voorkomen werd twee dagen later in een ziekenhuis een nier verwijderd.

Piet staat door een fusie van SC Enschede en Enschedese Boys nu bij
FC Twente onder contract. Hoopvol hervatte hij de training bij , om vanaf de zomer van 1965 aan te sluiten bij de selectie, maar Lagarde zou niet meer in wedstrijden uitkomen. Op 3 mei 1966 werd er nog een benefietwedstrijd georganiseerd tussen een Nederlands bondsteam met onder andere Jan Klijnjan, Coen Moulijn en Theo Pahlplatz en het Duitse Borussia Mönchengladbach. De opbrengst hiervan bedroeg 23.000 gulden. Piet Lagarde stortte zich nu volledig op zijn maatschappelijke carrière bij Adidas, waar hij het tot PR-marketing directeur zou schoppen. Vanuit die functie was hij onder andere nauw betrokken bij het Nederlands elftal, een pleister op een sportcarrière die er verwachtingsvol uitzag maar te kort voor een talent die Piet absoluut was. Op 1 november 2016 is Piet Lagarde overleden.

DHC speelt in de zondag 1e klasse West.

⚽ Voetbalvereniging DHC uit Delft | Clubpagina | KNVB District ...