RKVV Baronie

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image.png

Het sportieve Roomsche leven

De club werd opgericht op 4 juni 1926 onder de naam Vitesse Ginneken. Vitesse begon als een clubje bevriende jongeren. Katholieke jongens uit de middenklasse die zonder enige pretentie lekker wilden voetballen. Hun thuishaven was een veredeld knollenveldje in Ginneken.

Willem Binck

Toch speelden ze al na een jaar in competitieverband en klommen ze snel op tot de tweede klasse van de Brabantse Voetbalbond. In 1929 fuseerde de club – die inmiddels VV Mastbosch heette – met RKVV Bredania, de ploeg opgericht door “voetbalmissionaris” kapelaan W.J.C. Binck. Toen ook werd de definitieve naam bedacht: Roomsch Katholieke Voetbal Vereniging Baronie. In 1941 volgde een fusie met De Nederlandsche Leeuw en werd de naam tot 1949 Baronie-DNL. Er waren neutrale voetbalbonden, dit tot afgrijzen van de katholieke Kerk. Dankzij deze bond konden katholieken tussen 1915 en 1940 onder de hoede van geestelijk adviseurs ‘veilig’ katholiek voetballen tegen geloofsgenoten. Kapelaan Willem Binck richtte daarom in 1915 in Brabant de Roomsch Katholieke Voetbalbond op, om zo de katholieken uit de klauwen van de niet-katholieken te redden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Baronie-2.jpg

De eerste drie decennia van haar bestaan verbleef Baronie in de tweede klasse. De overwegend katholieke club stond altijd in de schaduw van het grotere NAC, en had ook niet de intentie door te breken. Een groot deel van de leden bestond uit personen uit de middelste sociale klasse, die niet ten koste van alles voetballer wilden worden. Van echte concurrentie tussen NAC en Baronie was geen sprake, omdat het verschil in omvang simpelweg te groot was. De katholieke vereniging ging spelen in het nabij gelegen Ginneken/Bavel. Het kon daar een terrein huren voor 120 gulden per jaar. Het veld lag vlak achter Moederheil, een opvanghuis voor ongehuwde moeders, van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph uit Heerlen. Hoewel de accommodatie, zonder verlichting, eenvoudig van aard was, is men zeer enthousiast. Kapelaan A. Theeuwes schreef in het clubblad De Baronieflitser “Sport is dus slechts een middel om tot een hoger doel te komen. Dat wil zeggen, te komen tot een geestelijk en lichamelijk volgroeid christelijk mens.Dat de jeugd hierin een cruciale rol speelt, behoeft nauwelijks uitleg”. Volgens de kapelaan stond het buiten kijf dat het ontbreken van katholieke invloed funest zou zijn voor de jongeren in de samenleving. 

Juichende voetbalsupporters van voetbalvereniging Baronie.

Sportpark De Luiten zat twee jaar achter elkaar afgeladen vol. Een unieke situatie dat er twee jaar achtereen een beslissingswedstrijd, tussen de zelfde teams, een oordeel moest komen wie er kampioen werd. Officieel bood het in 1950 geopende RBC-stadion destijds plaats aan zo’n 7.000 toeschouwers. In krantenartikelen van het Brabants Nieuwsblad en De Stem uit 1953 en 1954, wordt gerept over 14.000 en zelfs 15.000 toeschouwers bij de beslissingswedstrijden om het kampioenschap in de tweede klasse (destijds nationaal het één-na-hoogste niveau) tussen Dosko en Baronie. Een uitgebreide samenvatting van de wedstrijd Dosko – Baronie op 21 juni 1953. Vervaardigd in opdracht van Brabants Nieuwsblad uit het archief van het Markiezenhof.

vv Baronie 7 december 1952 een dubbelportret van Theo Heeren en Toon van de Corput,

Vaders zaten met hun kinderen en vrouwen in hun zondagse kleding samengepakt op de tribunes. Zelfs naast de doelpalen zat publiek. Vanuit Breda werd de Baronie-aanhang met meer dan twintig bussen aangevoerd. In Bergen op Zoom vertrokken hele pelotons met Dosko-fietsers op die twee warme voorjaarsdagen in ‘53 en ‘54. Sportief werd de koek eerlijk verdeeld; Kampioen Dosko won in ‘53 met 2-1, Kampioen Baronie in ‘54 met 1-0. De toeschouwers zagen hoe Rinus Bennaars in de 28st e minuut een strafschop miste en hoe Van den Langenberg Baronie in de 61e minuut op voorsprong schoot, 0-1. Hoewel DOSKO de gehele wedstrijd domineerde, ging de titel naar Breda. Dit kampioenschap betekende nog geen promotie naar de 1e klasse. Die werd betwist in een nacompetitie met DFC uit Dordrecht en Helmondia en door vv Baronie niet verzilverd.

Elftal Baronie 1953 Toon van de Corput, Jan Kools, Theo Heeren, Puck Storimans, Zef Ritzen, Henk van de Langenberg, Toon Grauwmans, Piet van Raak, Frans Roelands, Piet Kools en Henk Lokhof. 

Je mag gerust zeggen dat Noord-Brabant dé voetbalprovincie van Nederland is met de meeste profclubs: we hebben het over de jaren ’50. Brabantia, PSV en EVV Eindhoven uit Eindhoven.In Helmond speelden Helmond en Helmondia een stadsderby, net als BVV en Wilhelmina in Den Bosch, Longa en NOAD in Tilburg, of NAC en De Baronie in Breda. RBC uit Roosendaal en in Bergen op Zoom was DOSKO aan het profavontuur begonnen. Zelfs in Valkenswaard, dat toen krap 17.000 inwoners telde, speelde men betaald voetbal bij De Valk.

Het Zilveren Baltournooi bij voetbalvereniging Sparta in Rotterdam op 15 augustus 1954.Staand van leider Coorman, Henk van de Langenberg, Henk Lokhof, Frans Roeland, J. Kielman, Frans van Thoor, Toon van de Corput (aanvoerder). Zittend: Piet van Raak, De Lange, Jan Kools, Toon Grauwmans, Piet Kools.

Op het moment dat in 1954 het profvoetbal werd ingevoerd in Nederland, promoveerde de Baronnen naar de 1e klasse. In het seizoen 55/56 werd de negende plaats in de 1e divisie B behaald en degradeerde de ploeg naar de 2e divisie. Daarin zou het de daaropvolgende veertien jaar spelen en veelal bij de bovenste eindigen. Geheel in de filosofie van de Baronie was er een hoger “geestelijk” doel en schikten men zich in de schaduw van het grotere NAC,  er was wel de intentie maar niet ten koste van alles. Een groot deel van de leden bestond uit personen uit de middelste sociale klasse, die met plezier voetbal wilden blijven spelen. 

In de winkel in de Dillenburgstraat gingen de gesprekken vooral over Baronie…

Hieronder vertelt Ad van Ierssel over zijn rijke Baronieleven. Je komt uit een echte Baronie-voetbalfamilie? “Ja, dat klopt wel. Als je vader vele jaren bestuurslid is geweest van Baronie, je met drie broers in het eerste elftal hebt gespeeld en je moeder en je zus ook elke zondag op het voetbalveld te vinden waren, dan kun je wel degelijk spreken van een echte voetbalfamilie. Verder werd er in ons sigarenwinkeltje in de Dillenburgstraat uren over voetbal gepraat. Vooral ’s zaterdagsmiddags als mijn vader de klanten bediende”.

Zo’n klant, tevens Baroniesupporter, was Jan Wanrooy. Hij woonde op het Schoolakkerplein en was bode van het ziekenfonds. Hij raakte nooit uitgepraat over de Baronie. Dan had je in onze winkel ook het dagelijks inleveren van de voetbalpool en de voorverkoop van kaartjes voor de thuiswedstrijden van de Baronie. Het was dus de hele week voetbal wat de klok sloeg. Maar eigenlijk moet je wat de familie Van Ierssel betreft nog een generatie terug. Mijn vader Andel van Ierssel heeft ook jarenlang in het eerste van Baronie gevoetbald en twee van zijn broers Toon en Pim van Ierssel stonden in het eerste elftal van NAC.

Zoals elke Ginnekse jongen begon je op straat te voetballen. De ijzeren putjes langs de trottoirrand vormden de doelpalen. Soms verdween de bal in zo’n putje. Je had toen nog geen last van auto’s. Soms moest je heel even wachten om een auto te laten passeren. Slechts enkele personen hadden toen een auto. Bij ons in de buurt was dat bijvoorbeeld de oude dokter Gommers. In die tijd, ik spreek nu over de jaren 1950/1960, kon je pas lid worden van Baronie als je twaalf jaar was geworden. Uiteindelijk eind jaren vijftig kwam ik in een elftal met o.a. Toon van de Corput, Jef Ritzen en Frans Roelandt. Voor de oudere Baroniesupporters hele bekende namen. Mijn eerste contract als semi-prof zag er als volgt uit: de premie voor een overwinning was f 30, voor een gelijkspel f 15. Een nederlaag bracht niets op. Zou je door veel te verliezen bijna niets verdiend hebben, dan werd dat bedrag aangevuld tot minstens f 600. Maar we hebben het wel over de jaren 1958/’59. Een huis dat nu 250.000 euro moet opbrengen kostte toen 25.000 gulden. We waren best tevreden, geld verdienen met je hobby was mooi meegenomen. In de volgende jaren zijn de verdiensten steeds verhoogd. Een paar overwinningen per maand en je kon er goed van leven.

vv Baronie 10 juni 1956 Staand: Charles van Osch (?), Pietje Kas, Jos Kuystermans, Toon van de Corput, Piet van Raak, van de Berk. Zittend: Hans Gielissen, Frans Roeland, Koos Sins, Toon Graumans, A. van de Haterd. A

Ik herinner me nog heel goed de nacompetitie in het seizoen 1959/1960. De KNVB had bepaald dat een aantal betaalde clubs moest verdwijnen naar de amateurafdeling. Daarvoor werd een nacompetitie gehouden. Enkele van deze wedstrijden werden toen op het NAC-terrein gespeeld. Het Baronieterrein was een zandvlakte geworden, waar niets meer aan gedaan werd, omdat Baronie zou verhuizen naar een nieuw terrein aan De Blauwe Kei. Deze nacompetitie met o.a. UVS, Zwartemeer, Zwolsche Boys, Xerxes, Velocitas, Rheden en ONA, verliep zodanig dat er op het einde een beslissingswedstrijd gehouden moest worden. Het was toen: of Baronie of Xerxes zou terug naar de amateurs moeten. De Baronnen wonnen de wedstrijd, die in Dordrecht gespeeld werd, met 1-0, zodat ze behouden werd voor het betaalde voetbal. Ik weet nog dat de maker van het doelpunt een televisietoestel kreeg.

In de jaren 60 kende Baronie een talentvol elftal, met George Knobel als trainer,  die we later terugzien bij Ajax en bij het Nederlands elftal maar ook met spelers als Nico RijndersCees van Ierssel en Gerrie Deijkers, die later bij respectievelijk AjaxFC Twente en PSV zouden doorbreken. De doorbraak van de Bredase club zelf bleef echter uit.

Op het doel Ad van Ierssel en Ad Vermolen, staand vlnr: trainer Jan Blom, Matty Brouwers, Ad Meulemans, Henk van Ierssel, Cees Schoenmakers, Hans de Jongh, Cees van ierssel en Piet van de Broek, Hurkend: Joop van Knijff, Jan Segers, Ad Kop en aanvoerder Frans Roelandt. 1964

Ook het aantal toeschouwers. liep verder terug. De eerste wedstrijd in het betaald voetbal, tegen provincie genoot DOSKO, bracht nog 15.000 mensen op de been maar met een gemiddelde van 1010 toeschouwers per wedstrijd tussen de jaren 1965 en 1970 werd het wel heel mager. In het seizoen 1969-1970 bleef het toeschouwersaantal zelfs beperkt tot 837 gemiddeld. De begroting per jaar was ongeveer 20.000 gulden. Ter vergelijk de kosten voor een trainer was de helft. Vele clubs in het betaalde voetbal stonden voor de keuze of fuseren of terugtreden naar de amateurs. Een hard en ook een emotioneel besluit. De omgeving van een vereniging, families maar ook de plaatselijke middenstand leefden van en voor de club. Het bracht leven in ‘de brouwerij’ maar de KNVB  was duidelijk. Kwam het aantal beneden de 1500 gemiddeld per jaar dan werd er gesaneerd.

Jos Coler, voorzitter van het sectiebestuur betaald voetbal, repte in 1971 ook over een ‘historische dag’. In mei van dat jaar vond in het betaald voetbal een grote schoonmaak plaats en werd het aantal profclubs teruggebracht van 51 naar 39. Ook de Baronie trof dit pijnlijk besluit. Op amateurniveau leeft de club nu zeer naar tevredenheid en draait het mee in de hoogste klasse. De naam De Baronie, heeft bij de wat oudere Mensch nog steeds een mooie klank, met een herinnering aan enerverende duels.

Nico Rijnders: te jong overleden.

Nico was elf jaar toen hij zich meldde bij Baronie en op zijn zestiende zijn debuut maakte als jeugdspeler bij plaatsgenoot NAC. Twee jaar later  speelde hij al voor NAC een verloren bekerfinale maar plaatste NAC zich voor de Europese competitie. Duels volgde er met de Maltezer club Floriana FC en Cardiff City uit Wales. In 1968 transfereerde Nico voor 150.000 gulden naar Go-Ahead om een jaar later zijn debuut te maken voor Oranje. Hij speelde in ’69 en ’70 acht interlands. Inmiddels werd deze middenvelder/afjager door Ajax weggekocht 400.000 gulden en won de landstitel en de beker en in Londen de Europacup tegen Panathinaikos. Tijdens deze wedstrijd kreeg Nico Rijnders pijn in zijn borst en werd in rust gewisseld voor Horst Blankenburg.

Ajax tegen MVV 2-0 op 30 augustus 1970 ; Ko Prins ( MVV) , Nico Rijnders (midden)  met rechts ploeggenoot Barry Hulshof.

Nico speelde 63 wedstrijden voor Ajax alvorens naar het Belgische FC Brugge te vertrekken. Ajax deed geen moeite om hem te houden waardoor er later in de pers werd gesuggereerd dat dit met zijn hartproblemen te maken had. Iets wat door Ajax als laster werd beschouwd. Op 12 november 1972 tijdens een wedstrijd tegen Club Liege, thuis in Brugge, zakte hij na tien minuten in elkaar. Nico werd door de clubarts M. D’Hooge gereanimeerd en werd afgekeurd voor topvoetbal. Na drie jaar in 1975 volgde een benefietwedstrijd georganiseerd tussen Brugge en Ajax.

Links Dick v Dijk en Nico Rijnders rechts. Beiden spelers van Ajax . Beiden jong overleden.

Nico Rijnders probeerde er boven op te komen en startte een sportzaak zoals dat wel vaker gebeurde bij voetballers na afloop van hun carrière. Echter de problemen stapelde zich op. Zijn echtgenote verliet hem, de zaak ging failliet en met drank vulde hij zijn tijd/eenzaamheid. Opnieuw werd Nico onwel nu tijdens carnaval in Deventer in maart 1976 om twee weken later op 16 maart 1976 te overlijden,  eenzaam, in de etage boven zijn oude sportwinkel, aan een hartkwaal. Nico Rijnders werd 28 jaar oud. Een energieke voetballer met een mooie “popster” uitstraling, ooit begonnen bij de Baronie heeft maar kort kunnen genieten van het leven.