BVV Den Bosch

De Bossche B.V.V. is een club van arbeiders

B.V.V. is een Bossche arbeidersclub die op 8 oktober 1906 opgericht werd door sigarenmakers Gijs van Leur en Jan Hootsmans, eerst onder de naam NOAD. Elf jaar later wordt de naam veranderd in B.V.V. om verwarring met het Tilburgse NOAD, te voorkomen. BVV speelde net als de elitaire roomsche stadsgenoot RKVV Wilhelmina in de buurgemeente Vught. Hoe vreemd, want beide waren echte Bossche verenigingen. De club speelt op Heidelust aan de Kampdijklaan op een complex van velden, goed voor een ontvangst van 10.000 toeschouwers. De club nam in diezelfde jaren twintig de terreinen van Wilhelmina op Heidelust over.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-12.png
Spelers profielen uit 1916 met van 1 t/m 11: Frans Kops, Janus Broeren, Hendrik Verkaart,Van Liempt, Piet van der Sluijs, Toontje Hoek, Piet van Lent, Bartje Meeuwissen, Louis van Rooy,Ventje Fleuren en Toon van Beek.
1933. BVV Den Bosch

Zonder onderbreking speelt BVV vanaf 1920 in de 1e klasse Zuid. Diverse keren speelt de selectie om de titel zoals in 1935/1936 toen NAC uit Breda de titel met één punt voorsprong won. In het seizoen 1936/1937 troefde PSV op vier punten BVV af.

1944: De Tweede Wereldoorlog en Puck van Liere.

Britse kogels doorkruisen een voetbaldroom | Den Bosch, Vught | bd.nl
Adriaan v Liere

Maria Hemelvaart is op 15 augustus 1944 nog een rooms-katholieke (vrije) feestdag als even buiten Den Bosch, bij Vlijmen, om 12.25 uur een trein wordt beschoten. Snel raakt bekend dat daarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. ‘Het is de Puck’, gonst het door de stad. Puck van Liere, de reserveaanvoerder van BVV, 23 jaar pas, is als leerling-machinist op de trein dodelijk getroffen door de kogelregen uit twee Britse Spit­fires. Puck, vernoemd naar Puck van Heel, een van de bekendste vooroorlogse spelers van het Nederlands elftal. Op zijn negentiende dringt middenvelder Van Liere door tot het eerste team van BVV. Hij wordt gekozen in het zuidelijk elftal en voetbalt daarin samen met enkele spelers die na de oorlog voor Oranje zullen uitkomen.

BVV op 8 februari 1944. Staand: Sjef Goedmakers (verzorger), Tommy Donhuijsen, Piet van der Sluijs, Puck van Liere, Thijs Sluiter, Dré Saris, Bernard Bossong, Willem van Buel (grensrechter). Knielend: Louis Swanenberg, Kees Krijgh, Frans Tausch, Dorus Donhuijsen, Toon van Beek. © Privéarchief Jan van Mil.

“Een technisch knappe voetballer die zeker international zou zijn geworden. En nog sportief en beminnelijk ook, stelde zijn toenmalige medespeler Thijs Sluiter enkele jaren geleden. De begrafenis, op zaterdag 19 augustus 1944, is behalve een indrukwekkend eerbetoon ook een stilzwijgend protest tegen het oorlogsgeweld. Rijendik wordt Van Liere uitgeleide gedaan op zijn laatste tocht door de stad. Spelers van BVV en medewerkers van de spoorwegen begeleiden hem als slippendragers.

In de hal van het station van Den Bosch hangt een bronzen plaquette ter nagedachtenis aan de acht Bossche NS-medewerkers die tijdens hun werk het slachtoffer werden van oorlogshandelingen. Op de muur naast het clubhuis van BVV, op sportpark De Vliert, eert de club met een herdenkingssteen de elf leden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Bron: Het Brabants Dagblad.

Na de oorlog: BVV Den Bosch en de gouden periode.

De zuidelijke titel, in het eerste vrede’s seizoen 1945/1946 werd bestreden door NAC en de Bossche ploeg. Na twintig wedstrijden in de competitie eindigden ze gelijk. Op 10 juni de tweede pinksterdag ontmoeten de beide rivalen elkaar voor een beslissingsmatch op het LONGA terrein. BVV is de bovenliggende partij in een wedstrijd die door beide defensie’s werd bepaald. Tien minuten voor tijd weet Engelsman met een afstandsschot het enige doelpunt te maken.

11 juni 1946: Het Nieuwsblad van het Zuiden.

Er valt in 1946 ook wat te vieren. De sportterreinen aan de Kampdijklaan staan bekend door café Heidelust. Voor velen die in de jaren zestig een rijexamen hebben afgelegd een bijzondere herinnering.  Beiden Bossche clubs leefden in pais en vree, op enkele honderden meters van elkaar, maar waren ook elkaars rivalen. In het jubileum jaar 1946, werd bij gelegenheid, een historisch overzicht vertoond. Hierbij het unieke gefilmd document van de Bossche vereniging over haar veertigjarig bestaan. Muziek: “Zo tussen de mensen” van Wim Kersten.

Het voormalige sportpark Heidelust in 1947 waar BVV 1e Klasse kampioen werd.

BVV ontwikkelde zich, vlak na de oorlog, tot een grote club. De clubkleding is, een rood/zwart verticaal gestreept shirt, een zwarte broek met rode kousen. Het eerste kampioenschap in het bestaan was in het seizoen 1946/1947. De club werd kampioen van de 1e Klasse zuid. In de gebruikelijke nacompetitie om de landstitel moest BVV met een vijfde plaats, van de zes, genoegen nemen achter een heel sterk Ajax. Een jaar later in 1947/1948 werd de selectie opnieuw kampioen van de regio zuid nu onder leiding van de Schot Charles Jackson. Met vijf andere districtskampioenen werd het een spannende competitie. Uiteindelijk heeft BVV in de laatste wedstrijd het voordeel dat het aan één punt genoeg heeft. In de uitwedstrijd in Haarlem tegen EDO werd het 1-1 en de landstitel de slagroom op Bossche bol.

14 juni 1948: Het Parool.
1948. BVV landskampioen. Grote blijdschap. In Haarlem gaan de spelers op de schouders na de wedstrijd EDO-BVV 1-1.

Terug in Den Bosch werden de spelers gezeten op een platte wagen via de Vughterstraat de stad binnen gereden. Bij hun rondje over de Markt, waar luidspeakers hingen om de wedstrijd tegen EDO Haarlem te volgen, werden zij toegejuicht door honderden Bosschenaren. Het was feest in een stad waar de spelers een paar voetbalschoenen of een fiets cadeau kregen.

Zondagse rituelen.

De successen van BVV zorgde voor een enorme toeloop van toeschouwers. Op zondagmiddag was het een lange stoet van voornamelijk sigaren rokende mannen met gleufhoed en lange jassen die vanuit de wijken op weg naar Stadion Heidelust/de Vliert liepen. Na afloop ging dezelfde lange stoet meestal even langs bij de tabakszaak in de buurt om te kijken wat de concurrentie had gedaan en om te discussiëren over de wedstrijd. De sigarenwinkelier had om vijf voor half vijf het radioprogramma ‘Langs de lijn’ beluisterd, gepresenteerd door Frits van Turenhout. De winkelier noteerde de uitslagen en prikte op een planbord de eindstanden in de etalage. Een ritueel wat in heel Nederland op zondag gewoon was.

1948. BVV-SV & AV Juliana (1-2); Staande: Jackson (trainer), Cor Huybregts, Piet van der Sluys, Dre Saris, Jan Remmers, Kees Krijgh, onbekend, Thijs Sluyters en v. Buel secretaris). Zittend: Zwanenberg, Piet van Overbeek, Langenberg, Dorus Donhuyzen en Toon van Beek

1949: Voor de derde keer op jacht naar een titel.

Aan het eind van de competitie is het ongemeen spannend tussen Limburgia en BVV. Wisselend zijn de resultaten en met nog één achterstallige wedstrijd te spelen en twee punten achterstand, kan de selectie gelijk komen. Aan de hand van krantenartikelen uit o.a. Het Nieuwsblad van het Noorden volgen we de slotfase.

In de laatste speelronde speelt Limburgia tegen VVV en BVV ontmoet Brabantia. VVV en Brabantia hebben niets te winnen en niets te verliezen. Het werd een boeiende match in Brunssum tussen de twee streekgenoten.

Einduitslag Limburgia-VVV 1-2. Dit is een opgelegde kans voor de Bosschenaren om voor derde maal in successie de 1e klasse titel te pakken. Een aardige bijkomstigheid is dat ook BVV tegen een provinciegenoot speelt.

Na dit regionale succes gaan de BVVers opnieuw in een poule spelen om de Nederlandse titel in de hoop/verwachting wederom landskampioen te worden. Tot aan het einde van deze kampioenscompetitie is er spanning. BVV strijd volop mee. Het is zondag 29 mei en de wedstrijd tegen het Schiedamse SVV staat op het punt van beginnen.

30 mei 1949. Twentsch dagblad Tubantia.

Een week later op 4 juni en laatste speeldag staat voor de deur. BVV zit in de wachtkamer en is uitgespeeld. Beide clubs staan met een gelijk aantal punten bovenaan. De Schiedammers hebben, met nog één wedstrijd thuis tegen Heerenveen de titel voor het oprapen. Een gelijkspel is voldoende en heel Den Bosch zit gekluisterd aan de radio.

10 juni 1949: Het Nieuws: Algemeen dagblad

 1951: Stadion De Vliert wordt geopend.

Door de populariteit van BVV was een nieuw stadion zeer gewenst. Na vele jaren net buiten de stadsgrens te hebben gespeeld opende men op 8 september 1951 het stadion De Vliert in Den Bosch. Een sportterrein dat ook uitgerust is voor ander sporten. Zoals een atletiekbaan waar viervoudig Olympisch-kampioen Fanny Blankers-Koen haar sprintbenen kan trainen. Video beelden zijn afkomstig uit het bioscoopjournaal.

 

BVV 1951. Boven: Taks, Utermarkt,Huybregts, Jansen, Dré Saris en Remmers. Onder: Van Overbeek, Van Beurden, Krijgh, Quaadvliet en Heymans.

1954. De grote omwenteling.

Na jaren van succes volgen nu jaren van stabiliteit. De vereniging blijft een voorname rol spelen in de hoogste vaderlandse competitie maar kampioenschappen blijven buiten bereik. In de voetbalwereld heerst opwinding over de vraag: Wanneer bereikt het betaald voetbal nu eindelijk de burelen van Zeist. Vele topspelers vulden hun zakken over de grens op straffe van uitsluiting voor het Nederlands elftal. De KNVB lijkt onwrikbaar tot het moment dat een alternatieve Bond de aandacht trok. Deze ‘wilde’ NBVB begon in 1954 spontaan met het organiseren van een prof-competitie.

De eerste wedstrijd was Alkmaar-Venlo op 14 augustus. Zeist schrok wakker uit haar lethargische slaapstand. Enkele maanden liepen er twee prof-competities naast elkaar. Ook de KNVB was, hals over kop, met een vorm van betaling begonnen. Intussen was er topoverleg tussen de ‘wilde bond ‘ en de Koninklijke. Op 25 november 1954 men kwam tot overeenstemming. Er wordt een historische overeenkomst getekend. Alle straffen aan voormalige profs worden teruggedraaid en op 29 november 1954 start de eerste officiële profcompetitie onder de KNVB vlag.

1954: Den Bosch is twee profclubs rijker.

Bij de KNVB kwamen 80 inschrijvingen binnen voor een proflicentie, waaronder die van BVV en Wilhelmina. Allen teams werden willekeurig verdeeld over vier eerste klasse poule’s. De openingswedstrijd in het seizoen 1954/1955 was BVV – RBC. Op zondag 28 november spelen de rood-zwarten voor 4500 toeschouwers de Roosendalers met 5-2 van de mat, met doelpunten van tweemaal van Overbeek, tweemaal van Beurden en Quaadvlieg. Een week later krijgt BVV uit tegen VVV een draai om de oren, met een 4-0 nederlaag keert het elftal huiswaarts. In de volgende maanden worden de kaarten geschud en de Bossche club draait lekker mee in haar eerste jaar. Het eindresultaat is een mooi zesde plek. De KNVB maakt een zwakte-sterkte analyse. BVV schuift voor het seizoen 1955/1956 door naar Hoofdklasse B. Door opnieuw een middenmoot positie wordt in het seizoen 1956-1957 de Eredivisie bereikt.

1956: BVV gaat zich echt meten met de Nationale top.

In het eerste Eredivisie seizoen bestaat de competitie uit o.a. de volgende topclubs: Ajax, DOS, sc Enschede, Feyenoord, Fortuna ’54, PSV, Rapid JC, Sparta. Het spelen in deze entourage is een hoogte punt in de historie van BVV. De Bossche selectie valt erg tegen en was niet opgewassen tegen zoveel kwaliteit. Van de 34 wedstrijden werden er 21 verloren, 6 gelijk en 7 gewonnen. Degradatie is een feit en de verlossing komt op 4 juni 1958. Het Vrije Volk schrijft de volgende dag een bijzondere column over de laatste wedstrijd in het seizoen 1957/1958 uit tegen BVC Amsterdam.

In de jaren volgen zijn de prestaties sterk wisselend en in dalende lijn met als eindpunt de 2e divisie. De jaren van topvoetbal in de eredivisie lagen ver weg in het Rood-Zwarte geheugen. Somber was men niet want” Vanaf nu kunnen we alleen maar omhoog”. Een waarheid als een Bossche Bol.

Ingegeven door de tegenvallende financiële/sportieve resultaten, komen de fusieplannen tussen Wilhelmina en BVV weer ter tafel. Een discussie die ook elders in het land, bijvoorbeeld in Amsterdam, tussen DWS en Blauw-Wit en in Hilversum, tussen ’t Gooi en Hilversum werd gevoerd. Men voorvoelde in Den Bosch dat twee profclubs er één teveel is. De eigenheid van beide clubs echter liet zich op zulke moment van overleg sterk voelen. Het gevoel voor zelfstandigheid bleek toch sterker dan een samenwerking. Dus werd het fusieonderwerp tussen de Bossche clubs weer vooruit geschoven.

1958/1959. BVV Eerste divisie. Staand: Joep van de Burgt, Tonnie Westbroek, Daan Netten, Thijs Burgerhof, Bart van Engelen en Sjef Weber. Gehurkt: Mari van Bergen, Nees Kerssens, Max van Beurden, Piet van Overbeek en Wim van Helvoirt.

Wim Landman: Ten onrechte beschuldigd.

Het is de 26e mei 1956 als via een beslissingswedstrijd tegen SHS deze met 1-5 wordt gewonnen. BVV plaatst zich voor de Eredivisie waarna er volop wordt gefeest maar na later blijkt met een slechte afdronk. De keeper van SHS, de international Wim Landman, werd er van beschuldigd zich te hebben laten omkopen. De betrokken doelman en verschillende bestuursleden van BVV werden langdurig geschorst en de clubnaam besmeurd. Uit nieuw onderzoek in 2015, blijk dat het een viertal BVV supporters waren die achter de omkoping zaten.

Afbeeldingsresultaat voor wim landman keeper

Wim Landman en de BVV-secretaris werden gerehabiliteerd. Deze conclusie kwam echter te laat voor Wim Landman. Hij, die fenomenale keeper weggehoond en zwart gemaakt, kreeg een mentale klap, ging onderuit en werd zwaar depressief. Het leven had voor hem geen zin meer. Er restte hem uiteindelijk niets anders dan een zelfgekozen levenseinde. Quote uit het boek: ‘Het drama Wim Landman’ van sportjournalist Jan D. Swart; “Op een vroege zomerse vrijdagochtend in 1975 neemt Wim Landman, de oud-doelman van RVV Neptunus , Sparta, SHS en het Nederlands elftal, een dramatisch besluit, dat hij een paar seconden later niet meer kan navertellen. Het is 27 juni 1975 en hij stapt omstreeks 7.00 uur ’s morgens in zijn auto, rijdt richting Bleiswijk en zegt het leven bij een spoorbaan vaarwel”.

 Clubicoon: Max van Beurden kleurt Oranje

Max van Beurden.

Max is geboren op 25 december 1930 te Berlicum speelde direct na de 2e wereldoorlog bij BVV. Hij werd in 1948 als middenvelder kampioen van Nederland met het Bossche elftal. Max heeft tussen 1953 en 1954 in totaal vijf interlands gespeeld en als enige een doelpunt scoort. Hij doorbrak daarmee een negatieve reeks tegen de Belgen vanaf 1949. Met vijf interlands is hij recordhouder bij BVV. Dat was op 25 oktober 1953, in een vriendschappelijke wedstrijd tegen de Rode Duivels uit België. Het enige doelpunt in die wedstrijd was van de voet van Max.

Clubicoon: Cor Huijbrechts driemaal in het Oranje.

Cor Huijbrechts.

Cor Huijbregts geboren op 8 juni 1920 te  ‘s-Gravenland, vergaarde vooral bekendheid als rechtsback van BVV in Den Bosch, waar hij in 1945 belandde na eerder bij Picus te hebben gespeeld. Met de Bossche Voetbal Vereniging, waar hij een sterke defensie vormde met collega-internationals Kees Krijgh (drie interlands) en Piet van der Sluijs (drie interlands), veroverde hij in 1948 het landskampioenschap. Op 8 juni 1950 debuteerde Huijbregts in het Nederlands elftal, dat in Stockholm met 4-1 van Zweden verloor. Al moest hij spelen op de voor hem weinig bekende linksbackpositie, toch deed hij dat verdienstelijk. Nadien volgden nog twee interlands, waarvan hij alleen de laatste (in en tegen Zwitserland) op de voor hem vertrouwde rechtsbackpositie mocht voetballen. Bron: Voetbal International. Cor is overleden op 24 december 2005.

Clubicoon: Piet van Overbeek éénmalig international.

Piet van Overbeek.

Piet van Overbeek is een geboren Bosschenaar van 6 mei 1926. Hij speelde jarenlang voor BVV, waarmee hij in 1948 het kampioenschap van Nederland veroverde. Een jaar later debuteerde Van Overbeek in het Nederlands Elftal. Op 23 april speelde Oranje in Rotterdam tegen Frankrijk, dat met 4-1 klop kreeg. Rechtsbuiten Van Overbeek was op het laatste moment aan de selectie toegevoegd en kreeg direct een plaats in de basis. Ook al speelde hij een verdienstelijke wedstrijd, het zou zijn enige interland blijven. Van Overbeek was een kleine aanvaller, die een sterke dribbel had en een schaar, die in de volksmond de Van Overbeek-beweging werd genoemd. Hij beweerde dat Juventus en Valencia hem destijds wilden inlijven. Beide clubs zouden zelfs al contracten klaar hebben liggen. Maar vader Van Overbeek zou zijn zoon niet toe hebben gestaan op avontuur te gaan in het buitenland. Op 8 januari 2004 is Piet in Den Bosch overleden.

Clubicoon: Kees Krijgh debuteert in het Oranje.

Kees Krijgh

Op 26 juli 1948 was het Kees Krijgh, die al
vijftien jaar aan een stuk in het eerste van BVV speelde die mocht debuteren. De stad stond op zijn kop. Kees ging naar de Olympische spelen van 1948 . Hij kon tegen Ierland meteen aan de bak, als vervanger van de gepasseerde Joop Stoffelen. De Bosschenaar moest rechtshalf spelen en niet stopperspil, zijn eigenlijke stiel. Hij was klein, veel te klein voor een topvoetballer, zou je zeggen maar compenseerde dat met een goed spel inzicht en deed dat zodanig dat hij, in 1950, nog een keer werd uitgenodigd nu tegen België. Na iets minder dan een half uur kwam hij in het veld voor Rinus Terlouw. Het was 0-0, nauwelijks een uur later was het 7-2, onder meer omdat zijn tegenstander midvoor Jef Mermans die twee goals maakte. Kees was nogal cynisch na afloop. ‘Geen best debuut van mij als spil. Ik wist nog nauwelijks waar ik stond en hoe ik stond, of de Belgen hadden er al drie in liggen.’

Clubicoon: Dre Saris ook voor Oranje geselecteerd

Dré met een zelfgebreide keeperstrui.

Een ander Bosschenaar die werd geselecteerd voor Oranje was Dre Saris, de keeper. Geboren op 19 juni 1921 te Den Bosch. Hij debuteerde tijdens de 2e wedstrijd die Oranje afwerkte in de Scandinavië-toer. Concurrent Frans de Munck, keepte tegen Denemarken niet klemvast, daarom kreeg Saris tegen de Finnen de kans en hij deed het goed. Een journalist: ‘laatste man Terlouw voelde zich heel zeker wetende dat hij op onze debuterende doelman Saris vertrouwen kon. De pers schreef over Dre Saris. ’Het zal velen stellig genoegen hebben gedaan, dat de sympathieke en altijd goede BVV-doelman zijn kans ook eens heeft gekregen. ‘Dré Saris heeft goed gespeeld en door moedig werk enkele fouten van zijn verdedigers weet te neutraliseren. Een goed debuut dus, maar als Piet Kraak van Stormvogels genezen is, blijft hij toch onze man.’ Zo ging het ook. De kleine sigarenmaker bleef nog wel vele jaren in het doel staan bij BVV. Hij vormde met stopperspil Kees Krijgh en rechtshalf Jan Remmers een legendarisch club trio. Dré Saris is overleden op 14 juni 2005.

Clubicoon: Piet van der Sluijs maakt het Oranje sextet compleet

Op 11 december 1949 mocht Piet van der Sluijs in het Olympisch Stadion zijn eerst Oranje shirt aantrekken. Extra speciaal, want het gebeurde in een jubileumwedstrijd tegen Denemarken. De KNVB vierde haar 60 jarig bestaan en dus waren de tribunes tot de nok gevuld met 60.000 toeschouwers. De verwachtingen waren groot evenals de teleurstelling. Het was een slechte de wedstrijd die met 0-1 werd verloren door een opvallend gebrek aan technisch handelen, een te laag tempo en een stopperspil systeem die niet werkte.

Alle spelers werden langs de meetlat gelegd in een dagboek bijgehouden door oefenmeester Jaap van der Leck. Piet van der Sluijs werd als volgt beschreven: Zijn ingrijpen door snel inkomen viel te loven. Hij heeft het grote voordeel bekend te zijn in het stopperspil systeem en heeft daarvoor het juiste inzicht. Toch kwam hij vaak in grote moeilijkheden doordat de snelle rechtsbinnen van de Denen zich vaak vrij wist te spelen. Zijn herstel was vervolgens niet snel genoeg, aldus: De trainer. Dit klinkt als een zesje.

1965: De Zwart/Rode clubvlag wordt gestreken

De eredivisie is een mooie ervaring, met volle stadions tegen de top van Nederland en klinkende kassa voor de lokale middenstand. Helaas bleek de BVV selectie niet bestand tegen de Nederlandse top en kwam het vanaf 1958 in een vrije val. Na twee seizoenen degradeert de vereniging via de 1e naar de 2e divisie. De herinnering aan die bloeiende tijd wordt nog altijd gekoesterd en is in het archief met inkt geschreven.

In augustus 1965 wordt de handdoek in de ring geworpen: BVV speelt de thuiswedstrijden in een steeds leger “De Vliert” en kan het financieel niet meer bolwerken. De club laat zich saneren, waarbij de professionele tak opgaat in de Stichting FC Den Bosch en BVV terug gaat naar de amateurs. Het nieuwe seizoen 1965/1966 is de club niet meer de grijze muis in het betaald voetbal. Met slechts één nederlaag in achtentwintig wedstrijden werd de titel behaald en promoveerde de FC Den Bosch naar de 1e divisie. Stadgenoot Wilhelmina besloot zich uiteindelijk ook aan te sluiten bij de Stichting. De nieuwe naam wordt FC Den Bosch ’67.

De fusie was in alles een goede keuze, het voetbal leefde verder op in ‘s-Hertogenbosch. Onder de nieuwe naam FC Den Bosch ’67 kon de selectie prima meedraaien en groeide snel uit tot een vaste waarde in de eerste divisie. In het seizoen 1970/’71 droomden veel Bossche voetbalfans, 23 jaar na de landstitel, weer van nieuwe successen.

FC Den Bosch - Home | Facebook

In 1971 pakte FC Den Bosch één van de eerste prijzen in de historie. O.l.v. trainer Jan Remmers (staand links) werd FC Den Bosch kampioen van de 1e divisie en luid klonk het clublied. Er werden slechts twee wedstrijden verloren, het publiek kwam massaal naar de thuiswedstrijden (gemiddeld 10.150) en ver voor het einde van de competitie stond promotie naar de Eredivisie vast. Er was echter één maar het gebeurde met een elftal die al redelijk op leeftijd is zeker voor de Eredivisie begrippen.

De website’s van BVV en Wilhelmina zijn hier aan te klikken.