Blauw – Wit 1902

Volksclub uit de Kinkerbuurt

Blauw-Wit was populair in de Amsterdamse Kinkerbuurt.  Een vooroorlogs gezegde in Amsterdam luidde: ‘Als Blauw Wit verliest dan heeft de schillenboer een goeie dag’. Met andere woorden ‘in de Kinkerbuurt was de eetlust bedorven’. De club is in 1902 onder de naam Victoria opgericht en werd in 1904 Blauw-Wit.

 De contributie bedroeg vijf cent per week en het eerste speelveld was een openbaar terrein aan de Hugo de Grootstraat. Dit veld werd vervangen door het Zwarte Land (thans Fred. Hendrikplantsoen). Van echt competitievoetbal was nog geen sprake. Wilde je namelijk lid worden van de Nederlandse Voetbal Bond (in 1889 opgericht met 7 verenigingen en 7 elftallen) dan moest de club over een eigen terrein beschikken, met alles erop en eraan en niet zoals bij Victoria, een openbaar terrein. Toch werd er gevoetbald. Diverse buurtteams werden uitgedaagd. De volksclub Blauw-Wit werd een begrip in Amsterdam en daarbuiten. Andere verenigingen uit Amsterdam waren Ajax uit de Watergraafsmeer, Volewijckers uit Noord en DWS uit de Sparendammerbuurt.

Na 1922 werd Blauw-Wit de hoofdgebruiker van het Olympisch Stadion en bijvelden, wat een enorme verbetering was. Het was inmiddels de club met de beste spelers. ‘De club van het Stadion, kwam zag en overwon’, schalde honderden keren door de luidsprekers van het Olympisch.

Blauw-Wit 1931 Co Bergman: staand 3e van links.

Co Bergman: een veelzijdige voetballer

Geboren Amsterdammer op 16 december 1913 overleden 19 november 1982 te Hellendoorn. Co speelde bij RKSVF linkshalf en was keeper bij Wilskracht en St. Louis. Daarna vond hij bij Blauw-Wit zijn ware plaats.

Hij werd er als veertienjarige linksbuiten gezet. Reeds als 17-jarige speelde Co Bergman in het eerste elftal van Blauw-Wit. De roodharige speler met de gekromde rug (zijn bijnaam was destijds de rode kater) beschikte over een splijtende pass bij de aanval. Strafschoppen waren een specialisme van de tweebenige linksbuiten. Hij schoot ze, zowel met zijn linkerbeen als met zijn rechterbeen, zoals 30 jaar later Johan Neeskens, onvoorstelbaar hard, meestal halfhoog links binnen de doelpaal. Hij heeft nooit een penalty gemist, het waren zekere doelpunten! Bergman speelde tussen 1930 en 1951 in totaal 369 wedstrijden voor Blauw-Wit, alle in de hoogste klasse in de Nederlandse voetbalcompetitie, voor hij zich op 37-jarige leeftijd in 1951 uit de actieve voetbalsport terugtrok. Dat is, ondanks de onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, nog steeds een clubrecord. Tussen 1937 en 1947 kwam Bergman acht keer uit voor het Nederlands voetbalelftal, waarbij hij vijf doelpunten maakte. Hij speelde in het Nederlands elftal samen met onder meer het zogenaamde Gouden Binnentrio: Abe LenstraFaas WilkesKees Rijvers.

Rooie Co in het Oranje

Bergman was 22 toen hij in de belangstelling kwam van de keuzecommissie van de KNVB. Op 1 november 1936 werd hij opgenomen in de selectie voor het Nederlands elftal, maar hij bleef bij de 3-3 tegen Noorwegen op de reservebank. Het duurde bijna een jaar voordat hij voor het eerst mocht optreden in het Oranje shirt: 31 oktober 1937 debuteerde hij tegen Frankrijk, in het Olympisch Stadion in zijn woonplaats Amsterdam, in de basisopstelling van de Nederlanders, ter vervanging van Joop van Nellen (DHC Delft). Frankrijk won met 3-2, Kick Smit (HFC Haarlem) maakte de twee Nederlandse doelpunten. De keuzecommissie en bondscoach Bob Glendenning gaven Bergman ook in de volgende wedstrijd tegen Luxemburg hun vertrouwen. Oranje won met 4-0, Bergman scoorde niet, maar opnieuw drie keer Kick Smit en eenmaal Piet de Boer (KFC Koog aan de Zaan). Bergman moest daarna bijna tweeënhalf jaar wachten op de volgende wedstrijd voor zijn land, nadat hij eerst Kees Mijnders (D.F.C. Dordrecht) zijn positie had zien innemen en twee wedstrijden later kwam Bertus de Harder (VUC Den Haag) in het team. Bergman werd vóór de bezetting door de Duitsers nog slechts eenmaal opgesteld, een verlies van 4-5 tegen Luxemburg, de zogenaamde “schande van Rotterdam”. In deze wedstrijd debuteerden Abe Lenstra (sc Heerenveen) en vier andere spelers.

10 Maart 1946 Nederlands elftal-Luxemburg 6-2 vlnr: Cor Wilders, Piet Kraak, Faas Wilkes, Henk Pellikaan, Henk vd Linden, Abe Lenstra, Co Bergman, Jan Holleman, Ko Stijger, Jan v Buijtenen en Kees Rijvers.

De oorlog verhinderde verdere interlandwedstrijden voor Bergman, maar toen op 10 maart 1946 de eerste naoorlogse interland werd gespeeld, was hij weer terug. Het was wederom tegen Luxemburg, deze keer in de hoofdstad Luxemburg van dat land. Deze keer won Nederland en droeg Bergman één doelpunt bij aan de 6-2 score, viermaal scoorde Faas Wilkes (Xerxes Rotterdam) en eenmaal maakte Kees Rijvers (NAC Breda) een doelpunt.

Voor deze wedstrijd waren drie Blauw-Wit spelers geselecteerd waarvan één reserve bleef en dat was doelman Herman v Raalte. Daarna speelde Bergman nog vier wedstrijden voor het Nederlands elftal, waaronder de beruchte 2-8 nederlaag in Huddersfield tegen gastheer Engeland (de laatste wedstrijd waarin het Nederlands elftal nog speelde met een aanvallende spil). Hij maakte een van de twee Nederlandse doelpunten. Daarna volgde een 2-1-overwinning tegen België, waarin hij beide doelpunten op dezelfde wijze maakte: met een schijnbeweging de rechtsback naar buiten jagend en zelf binnendoor draaiend om vervolgens met zijn rechterbeen de bal in het doel te krommen. In zijn laatste wedstrijd speelde hij, net als bij zijn debuut, tegen Frankrijk. Dit keer in een uitwedstrijd: in Colombes in Frankrijk verloor Nederland met 4-0. Na acht wedstrijden, waarin Bergman vijf doelpunten maakte, kwam een einde aan zijn internationale voetbalcarrière.

Bergman in zijn sigarenwinkel ‘Het Koggeschip’ in de Amsterdamse Zoutsteeg (1946)

Co Bergman verloor al op zeer jonge leeftijd, 4 jaar, zijn vader, die overleed aan de gevolgen van de Spaanse griep in 1918. Zijn moeder bleef met 7 minderjarige kinderen achter en kon maar met moeite rondkomen. Co groeide in armoede op en kwam niet verder dan het diploma metaalbewerking van de ambachtsschool. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij als hulp in een bakkerij en als broodbezorger. Die functie gebruikte hij in het verzet door ondergedoken landgenoten in het geheim te voorzien van etenswaren. Voetbal was in Nederland in die tijd nog uitsluitend amateurvoetbal. Na de oorlog kocht Co Bergman samen met Cor Wilders een sigarenwinkel op de Zoutsteeg 12 in de Amsterdamse binnenstad, een drukke doorloopsteeg tussen de Nieuwendijk en het Damrak bij de Bijenkorf. Cor Wilders haakte af omdat hij zijn baan als kassier bij de AMRO Bank uiteindelijk niet wilde opgeven, waarna Co het deel van Cor Wilders afkocht en beroepsmatig zelfstandig winkelier werd als eigenaar van een tabakswinkel, met o.a. ook verkoop van sportbladen en voorverkoop van alle sportevenementen.

Seizoen 1932/1933 ’t Gooi-Blauw-Wit 3-2 ingekleurde actie moment op het Sportpark Hilversum.

Cor Wilders: honkballer, basketballer, hardloper en voetballer.

Cornelis Wilders: Geboren Amsterdammer op 27 juni 1914 en overleden te Amsterdam op 24 januari 1998 was vooral bekend als voetballer maar in honkbal zeker zo goed. Wilders behoort samen met Joop Odenthal en Henk Schijvenaar tot de enige sporters die zowel voor het Nederlands voetbalteam als het Nederlands honkbalteam uitkwamen. Hij speelde bij Blauw-Wit uit Amsterdam. Als honkballer kwam hij tussen 1936 en 1942 twaalf maal als weer uit voor het Nederlands honkbalteam. Met Blauw-Wit werd hij meermaals Nederlands kampioen honkbal. Wilders kwam in de jaren 50 ook uit voor APGS, waar hij ook basketbalde in de eerste klasse, en EDO maar keerde meermaals terug bij Blauw-Wit. Bij Blauw-Wit deed hij ook aan atletiek en nam deel aan baanestafettes. Als voetbalinternational kwam Wilders achtmaal voor het Nederlands elftal uit als verdediger. Zijn debuut maakte hij tijdens de interland op 31 januari 1937 in stadion De Kuip in Rotterdam tegen de Duitse nationale ploeg. In zijn tweede interland uit in tegen België viel hij uit met een hersenschudding. In maart 1940 scoorde hij tijdens de 7-1 nederlaag in en tegen België een eigen doelpunt. In zijn laatste wedstrijd op 10 maart 1946 in Luxemburg tegen het Luxemburgse nationale elftal was Wilders aanvoerder. Wilders speelde als rechter verdediger en vanaf 1940 ook als centrale aanvaller. In 1947 kreeg hij een motorongeluk. Wilders stopte in 1950 met voetbal en trainde aansluitend in het amateurvoetbal. Hij had onder meer Alcmaria VictrixVVGASC Sloterpark en DWV (jeugd) onder zijn hoede.

Blauw-Wit kampioen 1e klasse west 1949/’50 Staand: J. Boonkamp, H van Raalte, W, Kersbergen, J. Altink, F. Mersman en C. Wilders geknield: R van Dijk, P. Koekebakker, C. Heffels, W. Lakenberg en J.F. Bergman.

Veel supporters, uitgedost in de clubkleuren en met auto’s geverfd in de blauwwitte zebrakleuren, begeleidden de spelers bij de uitwedstrijden naar de andere 5 districtskampioenen in de kampioenscompetitie 1949/1950. Met Ajax (met Rinus Michels), Enschedese Boys, Heerenveen (met Abe Lenstra), Limburgia en Maurits. Achter landskampioen Limburgia werden de Zebra’s tweede maar voor Maurits, Ajax, Heereveen en Enschedese Boys. Het clublied klonk luid: Ons ideaal, dat is Blauw Wit, de Club waar pit in zit, de Club van het Stadion, kwam, zag en overwon. Afgesloten met de yell: “alabimba, alabimba, blauw wit, blauw wit, blauw wit”.   

De jaren na het kampioenschap waren minder florissant en was het maar de vraag of het zinvol was om in het betaald voetbalcircus te stappen. In 1954 trad de club, toe tot het betaald voetbal.  De eerste resultaten zijn pijnlijk , de club eindigt als voorlaatste en weet zich niet te plaatsen voor de eredivisie. De seizoenen hierna kon men zich maar amper in de 1e divisie handhaven Het duurde tot 1957 met o.a. Piet Koekebakker als midvoor eer de Zebra’s weer terug kon keren op het hoogste niveau. Vooral keken de Amsterdammers uit naar de matches tegen aardsrivaal Ajax. Met o.a. een winst en verlies partij was Blauw-Wit zeer tevreden en verder wist men zich goed te handhaven. Geestig is de gebruikte supportersslogan ‘Blauw Wit heeft één Koekebakker, Ajax elf’. Clublied met beelden Blauw-Wit

Esso voetbalplaten serie 1958/1959 Blauw-Wit: E. Goedhart, Erwin Sparendam, Jan Roye, Frans v d Klink, Ger Althoff, J. Eype, Andries Mul, J.Dahrs.. H, Stikkelman, Nico Engelander, Herman Koers.

Ondanks doelpunten van Cor Machielsen en Ger Althoff verloor Blauw-Wit Amsterdam in seizoen 1959-1960 met 3-2 van FC Volendam.De grote ster bij FC Volendam is Dick Tol, hij scoort alle doelpunten voor het andere oranje. Opstelling Blauw-Wit Amsterdam: Rob van Heeswijk, Frans van der Klink, Piet Klockenbrink, Jan Royé, Nico Engelander, Herman Koers, Rob Uijtermerk, Dries Mul, Ger Althoff, Cor Machielsen, Paul Degenaar. Beelden van deze wedstrijd uit het Eredivisiearchief.

In 1960 bracht Bleijenberg Blauw Wit terug in de eredivisie. De club eindigde in 1962 als derde, zelfs een plaats boven Ajax. Glippen was in die dagen een bekend begrip in Amsterdam. Vanaf de staanplaatsen – ‘Jongenskaarten ’n kwartje’ – klommen tientallen lefgozertjes in de rust over de wielerbaan naar de zitplaatsen van vak PQ.

AFC DWS wint op 13 oktober 1963 met 3-2 van Blauw-Wit Amsterdam. Doelpuntenmakers aan de kant van AFC DWS waren Frans Geurtsen, Mosje Temming en Henk Wery. De treffers van Blauw-Wit Amsterdam werden gemaakt door Erwin Sparendam en Hans Verhagen: AFC DWS: Jan Jongbloed, Frits Flinkevleugel, Herman Niessen, Joop de Jong, Rinus Israel, Daan Schrijvers, Henk Wery, Mosje Temming, Frans Geurtsen, Jos Vonhof, Dick Hollander. Filmbeelden YouTube

In 1964 vielen de Zebra’s definitief terug in de anonimiteit van de eerste divisie.  De BVC Amsterdam had de beste spelers weggepikt. Zeer verzwakt met een vreemdelingenlegioen speelde Blauw Wit met, Nico Engelander, Anton Goedhart,  Erwin Sparendam. In 1972 fuseerde de profsectie van Blauw Wit met DWS.A tot FC Amsterdam. De stadsderby van Ajax tegen Blauw-Wit werd in totaal, in competitieverband en kampioensnacompetities, 52 maal gespeeld. Ajax won 23 wedstrijden, Blauw-Wit won 16 wedstrijden, 13 wedstrijden eindigden in een gelijkspel. De doelpuntenscore was met 83–66 in het voordeel van Ajax. De eerste wedstrijd was in het seizoen 1914/1915, de laatste wedstrijd in het seizoen 1963/1964.

Herman van Raalte

Linksboven verdwijnt de bal achter Herman v Raalte 1951 Blauw-Wit – Sparta 0-1.

Herman van Raalte is geboren in Hengelo. De oud-doelman van Oranje meldde zich op twaalfjarige leeftijd met een stel vrienden aan bij de HVV Hengelo.
Tijdens de oorlog werkte Van Raalte als fijnbankwerker bij Stork in Hengelo ‘Maar ik ging al gauw naar Amsterdam, naar familie, want dan hoefde ik niet voor de Arbeidseinsatz te werken in Duitsland . Ik kreeg een Ausweiss, zodat ik elke zaterdag van Amsterdam naar Hengelo mocht. Ik speelde nog bij Hengelo en trainde bij Blauw Wit. Later werd me dat te gevaarlijk, want soms werden de treinen beschoten. Uiteindelijk is Herman voor Blauw Wit gaan spelen wat op dat moment een beter elftal had dan Ajax. De club speelde o.a. in het Olympisch Stadion voor meer dan vijftig duizend mensen.  

Raalte kwam tot twaalf Oranje selecties maar speelde slechts één keer in Oranje dat was op 21 november 1948 in Antwerpen tegen Belgíë, 1-1. Oranje had destijds een rits goede keepers (Wim Landman, Lieuwe Steiger, Frans de Munck en vooral Piet Kraak). Hieronder de opstelling:


‘Piet Kraak was de vaste doelman van Oranje’, zegt Van Raalte. ‘Hij was heel goed en bovendien werkte hij bij KNVB-voorzitter Karel Lotsy op het kantoor. Hij zat nooit bij ons, maar altijd bij de commissieleden.’ Herman suggereerde hiermee dat het ruikt naar vriendjespolitiek. Van Raalte is in al die jaren na zijn carrière, een echte Blauw Witter gebleven. Wekelijks bekeek hij vanuit de bestuurskamer, op zijn vaste plek bij het raam, naar de verrichtingen van de club. “Herman was in alles Blauw Wit” aldus voorzitter Bernard Frank . Ik wilde naar Blauw Wit, want was toen een topclub en beter dan Ajax. Ook was Blauw Wit een echte volksclub die speelden in het Olympisch Stadion voor meer dan 50 000 mensen.’

Wat waren de sterke punten van Raalte? ‘Het hele strafschopgebied was van mij. Ik kwam er direct uit. Ik kon goed timen en was goed op hoge ballen. Bij Hengelo en Blauw Wit gaven ze gerust een corner weg. Je moet de bal op het hoogste punt pakken. Als ik er in mijn leven twee keer onderdoor gelopen ben, is het veel. Ik was twee keer de minst gepasseerde doelman van Nederland. Na een uitstapje in ’53 naar De Zwarte Schapen in de toen ontstane wilde bond, keerde Van Raalte in ’55 terug bij Blauw Wit. Hij stopte in ’59 en werd markthandelaar in beenbekleding.

“Het Nederlands elftal aller tijden” aldus journalist Nico Scheepmaker

Het Nederlands elftal allertijden ooit door Nico Scheepmaker, de bekende sportjournalist, bedacht. Doelman Van Raalte, achterin: Caldenhove (DWS), Israel (Feijenoord), Krol (Ajax) Middenveld met: Jan Peters (AZ), Johan Cruijff (Ajax), Willem van Hanegem (Feijenoord) en
De Harder (VUC) De voorhoede Wilkes (Inter Milaan) en .
Lenstra (Heerenveen),Marco van Basten.  

Dit ” Oranje” voelde voor Herman van Raalte als een grote prijs, een grote erkenning voor zijn loopbaan als sportman. Herman is op vijf dagen na 92 jaar geworden.

Martin ” de vader van “Koeman

Martin Koeman voor Blauw-Wit, 14 januari 1962

De naam van Martin Koeman is verbonden aan Groningen maar zijn wieg
(26 juli 1938) stond in het Noord-Hollandse Purmerend. De slagerszoon leerde voetballen bij Purmerstein en speelde daarna betaaldvoetbal bij KFC uit Koog aan de Zaan. De Eredivisionisten Blauw-Wit en Ajax waren zeer gecharmeerd van de voetbalkunsten van Koeman. Ajax schrok echter van het gevraagde transferbedrag van 75.000 gulden en dus trok Koeman in 1960 naar die andere Amsterdamse club.

Martin staat vooral bekend als de vader van Erwin ( vernoemd naar Blauw Wit-speler Erwin Sparendam)en Ronald Koeman, maar hij was veel meer dan dat. Martin groeide uit tot een kopsterke verdediger met een prima pass en een echte leider in het veld Hij speelde meer dan 500 wedstrijden voor GVAV/FC Groningen waarin hij dertig keer scoorde en werkte maar liefst 50 jaar voor de club.

Martin Koeman staand op tweede trede

In zijn eerste seizoen in het Oosterpark maakte hij als verdediger onder meer het debuut van Johan Cruijff mee. Voor FC Groningen vervulde hij diverse functies in de technische staf. Koeman werd regelmatig geselecteerd voor het Nederlands elftal, maar speelde maar één interland, op 12 april 1964 tegen Oostenrijk. Zeven keer zat hij op de reservebank.
De clubheld overleed op 18 december 2013