Ajax

Vriendenclub

De gedachte om een voetbalclub op te richten zouden spelenderwijs vorm krijgen in het Willemspark net buiten Amsterdam . De vrienden, Carl Bruno Reeser, Floris Stempel en de broers Dade waren daar vaak te vinden, om te voetballen en te ontspannen. Zij besloten om uiteindelijk in 1894 de voetbalclub ‘Union’ op te richten en om het later om te dopen in naar ‘Footh-Ball Club Ajax‘ (inclusief de spelfout). Voetballen was, overgewaaid uit Engeland, zeer populair en rond de eeuwwisseling werden in heel Nederland en vooral in Amsterdam vele verenigingen opgericht. De Amsterdamse voetbalbond stelde, om structuur te bieden, strikte regels op. De groep vrienden moest nog even terug in overleg want zij konden daar nog niet aan voldoen. Op 18 maart 1900 waren de papieren in orde waren en de Football Club Ajax een feit.

Gebroeders Han & Johan Dade, mede oprichters van Ajax in de eerste rood-witte shirts.

Dit gebeurde tijdens een vergadering in Café Oost-Indië in de Kalverstraat vlakbij de Dam waarbij de broers Dade aanwezig zijn. In het seizoen 1907/08 won Ajax de eerste echte prijs uit haar geschiedenis. Het Gouden Kruis, de prijs voor een toernooi tussen de acht sterkste clubs van Amsterdam. Rond 1910 besloot het bestuur dat er een Britse trainer nodig was om de top te bereiken. In Engeland werd al veel langer gevoetbald dan in Nederland en het niveau was er veel hoger. De Ier John Kirwan werd aangesteld als trainer en hiermee werd hij de eerste betaalde trainer in Nederland. Kirwan had een verleden als international en als trainer van Tottenham Hotspur en met met Ajax promoveerde hij in
1919 naar de hoogste afdeling.

Trainer van Ajax: Jack Reynolds 

In de zomer van 1915 wordt Jack Kirwan opgevolgd door Jack Reynolds, oud-speler van West Bromwich Albion en Aston Villa. Jack is met uitstapjes naar AFC en Blauw-Wit en met een totaal van 29 jaar is hij de langst werkende trainer trainer van Ajax en hij neemt pas in 1947 afscheid als hoofdtrainer. Reynolds legde met zijn revolutionaire oefenstof en zijn grote belangstelling de basis voor de befaamde jeugdopleiding van Ajax. 
Hij verdubbelde het aantal trainingsavonden, van één naar twee, deed aan tactische besprekingen, gaf krachttraining en oefende zijn spelers in een aanvallend samenspel dat iets weg had van totaalvoetbal, lang voordat die term in het voetbal zijn intrede zou doen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ajax-1918-elftal.jpg
  Staand: 2e van links Jan De Natris met het Ajax kampioenselftal op 9 juni 1918

Reynolds liet Ajax modern voetballen, met overleg en zorgvuldige passing zodat de bal veel werk opknapte. Een opvallende speelwijze voor iemand die ervaring heeft in het ‘Kick en Rush’ voetbal In 1917 wist de club de nationale beker te winnen en het eerste landskampioenschap. In 1919 werd Ajax zelfs ongeslagen kampioen van Nederland. De sterspelers van deze ploeg waren onder andere Henk Hordijk, Theo Brokmann en de meest opvallende speler Jan de Natris. Hij was de beste speler van Ajax op dat moment, maar ook een eigenzinnig man. In het seizoen 1918 had hij een belangrijke bijdrage in de eerste plaats van Ajax, maar toen de kampioenswedstrijd gespeeld moest worden miste hij de trein. In het seizoen 1930/31 werd het eerste kampioenschap in twaalf jaar behaald.

Jan De Natris

Jan geboren 13 november 1895 was in vele opzichten een markant persoon. Hij kwam uit een Amsterdams arbeidersmilieu, men noemde hem daar “Jen”, en dat terwijl de meeste Nederlandse topvoetballers in begin jaren uit de “betere kringen” kwamen. Hij begon zijn carrière bij Swift en kwam via Blauw Wit in 1914 bij Ajax terecht. Daar moest hij drie jaar wachten, voor hij een plaats in het eerste elftal kreeg. Dus klopte hij regelmatig aan bij het bestuur om opheldering. De Natris was uniek, hij was tweebenig en met zijn snelle rushes langs de zijlijn en passeerbewegingen een zeer moeilijke tegenstander. Maar het meest opmerkelijk in de keurige vooroorlogse voetbalwereld was zijn onnavolgbare karakter.

In zijn eerste seizoen in het eerste van Ajax had hij al een belangrijke bijdrage in het bereiken van de kampioenswedstrijd. Maar op de dag dat de Amsterdammers hun eerste landstitel zouden halen, miste hij de trein naar Tilburg en keerde terug naar huis, wat hem op een boete van tien cent kwam te staan. Het jaar daarop miste hij opnieuw de kampioenswedstrijd vanwege een schorsing. Jan debuteerde in het Nederlands elftal in 1920 in een vriendschappelijk duel tegen Denemarken en scoorde meteen. Hij maakte vervolgens deel uit van de ploeg op de Olympische Spelen in Antwerpen. Het Oranje elftal zou daar (voor de derde keer op rij) brons winnen, maar ook dit maakte De Natris niet mee. De spelers waren ondergebracht in kleine woonboten op de Schelde en verveelden zich in deze suffe omgeving.

Uit protest tegen de Bondsbestuurders die in een luxe hotel zich het diner goed lieten smaken verdwenen De Natris en nog een paar andere spelers tot diep in de nacht in de binnenstad van Antwerpen. Toen de keurige bondsofficials daar lucht van kregen was de maat vol. Aanvankelijk werden De Natris en drie anderen geschorst, maar het team verklaarde zich met hen solidair, zodat zij weliswaar mochten blijven, maar Jan en Jaap Bulder speler van Be Quick, werden niet meer opgesteld. Een jaar later zorgde hij opnieuw voor opschudding door, als eerste in Nederland, te pleiten voor de invoering van betaald voetbal. Wat vloeken in de kerk was.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ajax_Nieuws_Logo.jpg

Met een onderbreking van één seizoen bij De Spartaan en vervolgens één seizoen bij Blauw Wit speelde De Natris tot 1925 voor Ajax. De dag voor aanvang van het nieuwe seizoen verraste Jan iedereen door naar Vitesse te vertrekken. Daar speelde hij drie seizoenen. In deze tijd speelde hij zijn 23e en laatste interland, opnieuw tegen Denemarken. Daarna volgde toch nog een seizoen bij Ajax, waarna hij in 1929 zijn carrière beëindigde.

Jan de Natris was niet alleen rebels maar ook een constructief meedenker zo was hij mede oprichter van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond. Na Intern conflicten besloot Jan zich hier uit terug te trekken maar de teerling was geworpen en de bond werd op 3 januari 1954 officieel. De KNVB die tot dan faliekant tegen betaald voetbal was moest onder grote druk van pers en publiek tot overeenstemming komen met NBVB anders zou haar machtspositie komen te wankelen.

In het dagelijks leven was De Natris handelsreiziger in sanitair en had met zijn vrouw een sigarenzaak in Amsterdam. Dat De Natris bij zijn overgang naar Vitesse betaald zou zijn is niet onwaarschijnlijk maar nooit bewezen. 

De oorlog’s jaren

De jaren veertig waren ook voor Ajax diep trieste periode. Sportief was Internationaal voetbal onmogelijk, en door mobilisatie, onderduiken en tewerkstelling in Duitsland konden de clubs niet over alle spelers kon beschikken.

  Jack Reynolds

Jack Reynolds, die toen nog steeds trainer was, bleef coach tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en verdiende de kost met een sigarenzaak. De Duitsers wisten hem te vinden en interneerden hem in een krijgsgevangenkamp in Tost in Silezië, in het huidige Polen. In dit kamp zaten ook andere Engelse voetballers evenals de Britse schrijver P.G. Wodehouse. De Nederlander Dolf van Kol, ooit speler van ’t Gooi met een bijzonder kapsel, verving hem tijdens de oorlog en deze was daarmee de eerste Nederlandse oefenmeester van de Amsterdamse club. Na afloop van de oorlog keerde Jack Reynolds terug naar Amsterdam waar hij het eerste elftal van Ajax nog twee seizoenen leidde. Hij bleef in Amsterdam, trouwde er een Amsterdamse vrouw en overleed op 8 november 1962 op 81-jarige leeftijd. Drie jaar later, eerde de club deze markante trainer met een naar hem genoemde zittribune, aan de overzijde van de eretribune in het Ajax stadion De Meer , De Reynoldstribune.

Edward “Eddy”Hamel

By Source (WP:NFCC#4), Fair use, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=49921642

Eerste elftal speler en talent, Edward (“Eddy”) Hamel werd tijdens de oorlog opgepakt door de Duitsers en op transport gezet naar Kamp Westerbork. Indien hij, opdat moment zijn Amerikaanse paspoort op zak had dan zou hij kunnen worden geruild tegen Duitse krijgsgevangenen. Die tijd kreeg hij niet en dus werd hij op transport gezet naar Birkenau. Hij heeft het daar als dwangarbeider lang uitgehouden. Uiteindelijk is hij op transport gezet naar Auschwitz, waar hij op 30 april 1943 is omgekomen. 
Zijn voormalige ploeggenoot Wim Anderiesen, ex ’t Gooi, herinnerde zich Eddy Hamel als een van de betere spelers waarmee hij gespeeld heeft. De andere vooroorlogse Joodse speler van het eerste elftal van Ajax, Johnny Roeg, overleefde de oorlog door onder te duiken. Eddy Hamel is één van de officieel joodse spelers van het eerste elftal Ajax. Bij discussies over het Joodse imago van de club en de geuzennaam “Joden” van de Ajax supporters wordt Eddy Hamel steevast ter sprake gebracht.

Rinus Michels en het Totaalvoetbal

In het najaar van 1954 werd het betaalde voetbal ingevoerd. Na een jaar van conflicten tussen de “wilde” NBVB en de KNVB werd er met de start van een betaald voetbal competitie begonnen.  Later werd er ook aan een competitie deelgenomen om de Europacup

Op 20 november1957 maakte Ajax daarin zijn debuut tegen SC Wismut. In 1956 debuteerde mister Ajax, Sjaak Swart op 17-jarige leeftijd.
Op 26 mei 1960 was de strijd om het landskampioenschap net als nu ongemeen spannend. Ajax en Feyenoord eindigden gelijk in punten en moesten een beslissingswedstrijd spelen. Het werd een legendarische Ajax – Feijenoord 5-1 in het Olympisch stadion. Bekijk de unieke beelden met dank aan Sport in Beeld. Er staat veel op het spel. Naast het kampioenschap van Nederland strijden de twee teams om eer, roem en glorie. Een onvergetelijke middag voor duizenden supporters.

In 1961 trok Piet Keizer voor het eerst het shirt van het eerste elftal van Ajax aan, eveneens 17 jaren jong. Het seizoen 1964/65 was een dieptepunt in de geschiedenis van Ajax. Ondanks de aanwezigheid van “jonge” talenten zoals Sjaak Swart, Johan Cruijff, Klaas Nuninga en Piet Keizer  ontsnapte de club maar net aan degradatie en eindigde Ajax als 13e in de eredivisie van de 16 clubs. Er moest iets gebeuren want er was talent zat echter het ontbrak aan een visie. De nieuwe voorzitter Jaap van Praag begreep dat zeer en verving Vic Buckinham en stelde oud-speler Rinus Michels aan als trainer. Dit bleek een gouden greep, want onder zijn leiding bereikte Ajax de wereldtop zo bleek later. Rinus Michels greep hard in, verving gearriveerde spelers en was duidelijk en consequent. Zijn norse vierkante uiterlijk en sonore stem met heldere duidelijke zinnen gaf hem de bijnaam “De Generaal”. Hij bracht professionaliteit binnen Ajax .

Rinus Michels paste een aanvallende speelstijl toe met opkomende backs en multi functionele spelers, die zowel aanvallend als verdedigend werk moesten doen, zoals een meevoetballende doelman, een systeem wat later door de pers werd omschreven als Totaalvoetbal . Het is een revolutionair systeem wat nu nog door zowel Ajax als Barcelona wordt toegepast. In zes jaar tijd behaalde Ajax van Michels vier keer het kampioenschap in de Eredivisie en won het drie keer de KNVB Beker. Met de ‘dubbel’ in 1966/67  voor het eerst in bestaan van Ajax . In december 1966 speelde de ploeg tegen het grote Liverpool. Er hing dichte mist in het stadion en het was zeer de vraag of de wedstrijd wel door kon gaan maar tot veler verrassing zag scheidsrechter Sbardella geen problemen. Hij zag dus wel beide doelen maar de vele miljoenen thuis voor de buis niet of nauwelijks. Belangrijk daarbij was nu het tv commentaar en die was legendarisch. Herman Kuiphof stond voor die onmogelijke taak. Met de uitspraak “Ik geloof dat die bal zit, ja die zit”. maakte hij furore. Ajax won de gedenkwaardige match met 5-1.

Johan Cruijff

Johan Cruijff doorliep de jeugdopleiding van Ajax en groeide als selectiespeler in rap tempo uit tot ’s werelds beste. De voetballer-Cruijff maakte magische goals, leek soms over het veld te zweven, ontweek knalharde tackles door ze als een ballerina te ontwijken. Hij was de absolute ster in het Ajax-elftal dat begin jaren zeventig Europa en de wereld domineerde. Cruijff was als vierjarige kleuter al een bekend gezicht bij Ajax. De reden daarvoor was simpel: ‘oom Henk’ was terreinknecht in het oude stadion de Meer en de piepjonge Cruijff liep met hem mee voor allerlei kleine klusjes rondom het stadion. Tien lentes jong was Cruijff, in het seizoen 1956-1957, toen hij zich officieel Ajacied mocht noemen. In de zes jaren die volgden doorliep het talent uit de Amsterdamse wijk Betondorp de jeugdopleiding van met verve. In Cruijffs laatste jaar als ‘junior’ werd hij met de A1, kampioen van Nederland. 

Johan in 4.15 min zweven, dansen en scoren

Vic Buckingham liet Cruijff in het seizoen 1964-1965 debuteren in Ajax 1. Cruijffs eerste wedstrijd in het betaalde voetbal eindigde in mineur. Ajax verloor die dag met 3-1 van GVAV , waardoor de Amsterdammers afzakten richting de degradatiezone. Het enige lichtpuntje was het optreden van de talentvolle Cruijff. Het zo breekbaar ogende talent tekende uit een rebound voor het enige Ajax-doelpunt van de middag. In de tijd van spijkerharde tackles, zwarte kicksen en ongelijke voetbalvelden, de prille begintijd van het profvoetbal kortom, tekende Cruijff vlak na zijn 18e verjaardag als één van de eerste spelers in Nederland een contract als fullprof.

Johan Cruijff: de voetbal ballerina

  Johan no 14

Het publiek omarmde dit fenomeen en kwam massaal naar Stadion om vooral naar Cruijff te kijken. Kijk nu opnieuw naar de historische beelden. Als hij aan de bal was dan veerde het publiek op van de kussentjes om maar niets te missen. Het contract was voor Cruijff het startschot van een glansrijke carrière, die in een stroomversnelling kwam onder de nieuwe coach Rinus Michels. De voormalige gymleraar schonk hét supertalent direct een basisplaats. Michels polijstte het talent Cruijff en begon met het bouwen aan een ploeg die een handvol jaren later de wereld zou veroveren. Dit oorspronkelijke en jonge talent liet niet alleen zijn benen spreken maar was ook verbaal aanwezig. Hij zette de lijnen uit en zijn medespelers zagen zijn talent. Soms stond hij stil met de bal aan de voet om met armgebaren teamgenoten tactische aanwijzingen te geven. Met Cruijff in de gelederen was het Olympisch Stadion het mistige toneel voor de ontmoeting tussen Ajax en Liverpool. ‘Hierboven reeds beschreven’. Mede door een treffer van Cruijff werden de Reds van coach Bill Shankly die historische avond met 5-1 van de mat gespeeld. De zege op dé Europese grootmacht van dat moment werd ook door Cruijff beschouwd als ‘hét begin van het Nederlands voetbal’

 In 1969 verloor de ploeg van Rinus Michels zijn eerste Europa Cup I-finale. In het Bernabéu van Madrid was AC Milan sterker en (vooral ook) slimmer dan de Europees nog relatief onervaren Ajacieden.

Ajax -Panathinaikos 2-0, Wembley Stadion Londen op 2 juni 1971: Boven: Barry Hulshof, Heinz Stuy , en Gerrie Muhren, Onder: Piet Keizer, Sjaak Swart (46′ Arie Haan), Nico Rijnders(46′ Horst Blankenburg), Velibor Vasovic, Johan Cruyff en Johan Neeskens.

Twee jaar later (seizoen 1970-1971) won Ajax , met Cruijff, zijn eerste grote trofee. In het Wembley Stadion Londen was Panathinaikos de laatste horde op weg naar Europees succes. De Griekse ploeg werd met 2-0 verslagen. Cruijff liet zich onder meer zien met een steekbal op Arie Haan die met zijn treffer de finale definitief in het slot gooide.  Ajax was Europees kampioen en had in Cruijff zijn absolute vedette. Het was er om heen ook een onvergetelijke dag. Met treinen en met vliegtuigen reisden ongeveer 60.000 supporters naar Londen en zonder één wanklank verbleven ze daar om te feesten. Bekijk de zwart- wit polygoon beelden

Rijnders in 1969
Nico Rijnders in 1969

Wat niemand op dat moment wist was de reden van de wissel in de rust van Nico Rijnders. Pas de volgende dag hoorden we dat’Nico was onwel geworden en bleek hartproblemen te hebben. Het was het einde van de voetbalcarrière Nico Rijnders, ooit in begonnen bij Baronie uit Breda, die in 1976 op 28 jarige leeftijd kwam te overlijden’. In het voetbaljaar dat volgde vertrok Michels naar Barcelona. Na de strenge succesrijke ‘Generaal’ volgde de aimabele Stefan Kovács. Onder leiding van deze Roemeense coach kwam er wat meer ontspanning in het Ajax spel, het werd wat losser, frivoler en er was meer ruimte voor individuele acties in het veld. De trainers wissel pakte goed uit en Ajax bereikte opnieuw de finale van de Europa Cup I. De rol van Cruijff was in deze finale nóg bepalender; de maestro ging in De Kuip voorop in de bestrijding van het ‘catenaccio’ van de Italiaanse kampioen Internazionale. De rasaanvaller was de keiharde Italiaanse mandekkers keer op keer te slim af.  Twee hoge voorzetten op Cruijff leverden even zoveel doelpunten op. De twee goals van de Amsterdammer leverden Ajax de tweede Europa Cup I overwinning op. Onder aanvoering van Cruijff was Ajax die jaren onklopbaar. Ajax won zowel de Wereldbeker als de Europese Supercup.

Na twee Europa Cup I overwinningen op rij won Ajax ook zijn derde opeenvolgende finale. In het Rode Ster stadion in Belgrado versloeg Ajax in 1973 Juventus. Voor de ‘Oude Dame’ bleek de vroege goal van Johnny Rep ‘het goudhaantje’ fataal: 1-0. De Amsterdamse club mocht de belangrijkste Europa Cup na drie opeenvolgende gewonnen finales definitief in de prijzenkast bijzetten. In het seizoen 1973-1974 verliet Cruijff Ajax en reisde , samen met Johan Neeskens, zijn voormalige trainer Rinus Michels achterna naar Barcelona. 

De Benfica Trilogie

Het klinkt als een aantrekkelijk boekentitel en het navolgende relaas, zal toen zeker zo zijn beleefd. Ajax behaalde in het seizoen 1968 het dertigste landskampioenschap van Nederland. Bovendien speelde de club op Europees niveau bijzondere duels. In dat seizoen beleefden de Amsterdammers  heroïschere momenten. De trilogie tegen Benfica in 1968-1969 door de ogen van Hennie Schuurman, archivaris van Ajax.


“In het seizoen 1968-1969 timmerde Ajax Europees gezien al aardig aan de weg. Nadat Nürnberg en Fenerbahce waren geklopt, wachtte in de kwartfinale van de Europa Cup 1 Benfica. Natuurlijk was Schuurman van dichtbij getuige. ,,Ik weet nog dat er die 12e februari 1969 sneeuw lag in Amsterdam en we allemaal dachten dat die Portugezen niet in de sneeuw konden spelen “.  “Maar Ajax verloor, weliswaar geflatteerd, met 1-3.”. 
Veel media, waaronder de televisie, besloot door dat negatieve resultaat niet mee te gaan naar Portugal voor de return. Schuurman wel. ,,En voor mij speelden ze toen de beste wedstrijd in de geschiedenis. Tot op de dag van vandaag! Wat een schitterend voetbal. En met het hele elftal hè?! Johan Cruijff en Piet Keizer hadden geen shirtje meer over door al dat getrek van die Portugezen. Het spel was zo verschrikkelijk mooi; de combinaties, de snelheid. Alles zat er in”.


“Ik vind het nog steeds jammer dat het niet door de tv werd uitgezonden. Maar de NOS had er geen belangstelling voor, gezien de nederlaag in Amsterdam”. Twaalf minuten had Ajax slechts nodig om de 1-3 nederlaag weg te poetsen. Dankzij doelpunten van Inge Danielsson en Johan Cruijff kwam Ajax in Portugal op een 0-2 voorsprong. Vervolgens was het Cruijff die ook nog de 0-3 wist te maken. Omdat José Torres de eindstand twintig minuten voor tijd op 1-3 zette, moest er op 5 maart 1969 een beslissingswedstrijd in Parijs worden gespeeld “. 

,,We gingen weer met een door oud Ajax speler en broer van Henk, Cees Groot georganiseerde busreis.” Schuurman zag hoe beide ploegen elkaar in het gammele stadion Stade de Colombes voor ruim 63.000 toeschouwers in evenwicht hielden. Maar in de verlenging sloeg Ajax toe. Doelpunten van Cruijff en twee keer Danielsson kregen de Portugezen uiteindelijk op de knieën. Ajax was een ronde verder. Daarin werd Spartak Trnava geklopt en in de finale in Madrid wachtte AC Milan. ,,Ik blijf erbij dat Ajax toen véél te aanvallend was ingesteld”, aldus Schuurman nu. ,,Elke counter van de Italianen was raak. Maar het was natuurlijk een proces. Het was voor de eerste keer dat een Nederlandse ploeg in de finale van de Europa Cup 1 stond. Ajax draaide een heel goed en zwaar seizoen, waarin echter geen prijzen werden gepakt. Ja, ze waren tweede van Europa, maar verder niets.”

Sjaak Swart speelde in zijn loopbaan vijfmaal tegen Benfica. In 1969 moest een derde en beslissende wedstrijd in Parijs uitsluiten wie doorging in het Europa Cup 1 toernooi. Ajax liet zich in Amsterdam verrassen door Benfica, de Portugezen waren op de ijsvloer veel beter dan Ajax. Uiteindelijk bleek Ajax over drie duels de sterkste. Beelden van deze trilogie met commentaar van o.a. Sjaak Swart komen van het NTS/NOS archief.

Tramlijn 9

Tot 1934 voetbalde Ajax in een houten stadion bij het huidige Christiaan Huygensplein. Maar door de sportieve successen in Ajax ‘Gouden Eeuw’ van de jaren ’30, haast vier landstitels op rij, nam het aantal toeschouwers weer toe evenals de kosten aan het onderhoud voor de houten tribunes. 

Ondanks de crisisjaren in Nederland met armoede en werkeloosheid, wilde Ajax verhuizen en het bestuur draaide elk dubbeltje ervoor om. Uiteindelijk werd honderd meter verderop aan de Middenweg hofstede Voorland opgekocht en gesloopt. (Wat ten koste ging van de schooltuintjes)

Het nieuwe stadion, dat niet meer mocht kosten dan 300.000 gulden en waaraan zelfs de spelers mee betaalden, zou verrijzen in Amsterdam Oost, in Tuindorp Watergraafsmeer. Recht tegenover het Betondorp. De omgeving waar Johan Cruijff , hoe mooi, later wordt geboren.  Vanuit het Centraal Station pendelde ‘tramlijn 9’ , op speeldagen overvol met Japanse taferelen, naar het stadion.

  Tramlijn 9

Bestuurslid Daan Roodenburgh, architect in het dagelijkse leven, ontwierp stadion ‘de Meer’ als een ‘huis in een tuin’. De boomrijke omgeving zoals de oprijlaan van de Voorhoeve werd gespaard. De officiële oplevering werd in 1934 feestelijk gevierd.

Het nieuwe oude of het oude nieuwe stadion van Ajax, ‘Stadion De Meer’. Hoe dan ook, de opening ervan. Een bewerkte versie van het Polygoon-filmpje. Filmbeelden zijn geproduceerd door Polygoon-Profilti .

Stadion De Meer zou later opgesierd worden met de beroemde rode neonletters AJAX, met de even simpele als treffende, ‘kers op de taart’ de rode bal op de letter J. Dit ontwerp is mee verhuist naar de Johan Cruijff Arena.