Ajax

18 maart 1900: Oprichting Football Club Ajax.

Gebroeders Han & Johan Dade, oprichters van Ajax.
Clubkaart.

De gedachte om een voetbalclub op te richten kregen spelenderwijs vorm in het Willemspark net buiten Amsterdam. De vrienden, Carl Bruno Reeser, Floris Stempel en de broers Dade waren daar vaak, om te voetballen en te ontspannen. Zij besloten om in 1894 de voetbalclub ‘Union’ op te richten, later omgedoopt in ‘Footh-Ball Club Ajax’ (inclusief de spelfout). Voetballen was, overgewaaid uit Engeland, zeer populair en rond de eeuwwisseling werden in heel Nederland verenigingen opgericht De Amsterdamse voetbalbond stelde, om structuur te bieden, strikte regels op.

1900-1901. Het eerste Ajax elftal: Boven: Franciscus Hendricus (Frans) Pasteuning, Johannes Bote Geisler, Hermann Stallmann, Martaré en Ad van der Laan.
Midden: Hein Brockmann, Chris Holst en Christiaan Gerardus (Chris) Hertel.
Onder: Bernard Elias Harbord, Cor Kist en Robertus (Ro) Dijkstra
.
Het Gouden Kruis.

De groep vrienden moesten nog even terug in overleg want zij konden daar nog niet aan voldoen. Op 18 maart 1900 waren de papieren in orde waren en de Football Club Ajax een feit. Dit gebeurde tijdens een vergadering in Café Oost-Indië in de Kalverstraat vlakbij de Dam waarbij de broers Dade aanwezig zijn. In het seizoen 1907/1908 won Ajax de eerste echte prijs uit haar geschiedenis. Het Gouden Kruis, is de prijs voor een toernooi tussen de acht sterkste clubs van Amsterdam maar promotie naar de 2e klasse zit er vooralsnog niet in.

1910: Under Britse influence wint Ajax de 1e landstitel.

Trainer: Jack Reynolds 

Rond 1910 besloot het bestuur dat er een Britse trainer nodig was om de top te bereiken. Overzee werd al veel langer gevoetbald dan in Nederland en het niveau was er hoger. De Ier John Kirwan werd aangesteld als trainer en werd de eerste betaalde trainer in Nederland. Kirwan had een verleden als international en als trainer van Tottenham Hotspur . In de zomer van 1915 wordt Jack Kirwan opgevolgd door Jack Reynolds, oud-speler van West Bromwich Albion en Aston Villa. Jack is met uitstapjes naar AFC en Blauw-Wit, met een totaal van 29 jaar, de langst werkende trainer van Ajax. Pas in 1947 neemt de club afscheid Jack als hoofdtrainer.

1918. Ajax Landskampioen. Staande: Smit, De Natris, Hordijk, De Haan, Couton en Van Dort. Midden: Jan Pelser. Zittend: Fons Pelser, Terwee, Brockman en Gupfert.

Reynolds heeft met zijn revolutionaire oefenstof de basis voor de befaamde jeugdopleiding gelegd. Hij verdubbelde het aantal trainingsavonden, van één naar twee, deed aan tactische besprekingen, gaf krachttraining en oefende zijn spelers in een aanvallend samenspel dat iets weg had van wat nu totaalvoetbal heet.

Zo liet hij Ajax op een moderne wijze voetballen, met overleg en zorgvuldige passing zodat de bal veel werk opknapte. Een opvallende speelwijze voor iemand die ervaring heeft in het ‘Kick en Rush’ voetbal. De club is onder zijn leiding in een paar jaar tijd getransformeerd van een modale club tot een sterke ploeg die een vast gezicht is op het hoogste niveau. In 1917/1918 wist de club de nationale beker te winnen en het eerste landskampioenschap.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ajax_Nieuws_Logo.jpg

In 1918/1919 werd Ajax zelfs ongeslagen kampioen van Nederland. De sterspelers van deze ploeg waren onder andere Henk Hordijk, Theo Brokmann en de meest opvallende speler Jan de Natris. Hij was de beste speler van Ajax op dat moment, maar ook een eigenzinnig man. In het seizoen 1918 had hij een belangrijke bijdrage in de eerste plaats van Ajax, maar toen de kampioenswedstrijd gespeeld moest worden miste hij de trein.

1926: Ajax ‘ronselt’ vier spelers bij ’t Gooi.

Vlak voor het begin van de competitie 1926/1927  trok Ajax de broers Henk en Wim Anderiesen, Dolf van Kol en Henk Twelker van ’t Gooi aan. Dit zette kwaad bloed bij de Hilversummers. Zij ervoeren dit als een overval en tekenden protest aan bij de NVB in Zeist. De bond geschrokken, van deze Ajax actie, gelastte nog datzelfde jaar een overschrijvingstermijn in van zes weken om zo een spelersvlucht op het laatste moment in te dammen. Een op revanche beluste ’t Gooi selectie behaalde dat seizoen een 1-2 uit overwinning op een Ajax met de vier oud-’t Gooi leden. Niettemin werden de Rood-Witten kampioen maar zij zouden uitgeschakeld worden in de nacompetitie om de landstitel.

1931: Na twaalf jaar weer Nederlands sterkste.

In de nacompetitie met vier 1e klasse kampioenen om de landstitel heeft Ajax nog één wedstrijd te spelen. Het is een uitwedstrijd tegen PSV en het werd een daverende 2-5 overwinning.

8 juni 1931: Eindhovensch dagblad.

De directe concurrent Feijenoord heeft nog drie wedstrijden voor de boeg en kan Ajax ruim passeren maar verliezen verrassend genoeg er twee. Zo werd in het seizoen 1930/1931 de eerste landstitel in twaalf jaar behaald.

1931: Wim Anderiesen
1931: Dolf van Kol
1930/1931. Ajax Landskampioen.

1934: Opening van Stadion De Meer.

Tot 1934 voetbalde Ajax in een houten stadion bij het huidige Christiaan Huygensplein. Maar door de sportieve successen in Ajax ‘Gouden Eeuw’ van de jaren ’30, haast vier landstitels op rij, nam het aantal toeschouwers weer toe evenals de kosten aan het onderhoud voor de houten tribunes. Ondanks de crisisjaren in Nederland met armoede en werkeloosheid, wilde Ajax verhuizen en het bestuur draaide elk dubbeltje ervoor om. Uiteindelijk werd honderd meter verderop aan de Middenweg hofstede Voorland opgekocht en gesloopt. (Wat ten koste ging van de schooltuintjes)

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is De_Meer_1.jpg
Hofstede Voorland

Het nieuwe stadion, dat niet meer mocht kosten dan 300.000 gulden en waaraan zelfs de spelers mee betaalden, zou verrijzen in Amsterdam Oost, in Tuindorp Watergraafsmeer. Recht tegenover het Betondorp. De omgeving waar Johan Cruijff , hoe mooi, later wordt geboren. Bestuurslid Daan Roodenburgh, architect in het dagelijkse leven, ontwierp stadion ‘de Meer’ als een ‘huis in een tuin’.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is De_Meer_2.jpg

De boomrijke omgeving zoals de oprijlaan van de Voorhoeve werd gespaard. De officiële oplevering werd in 1934 feestelijk gevierd. Filmbeelden van de opening zijn geproduceerd door Polygoon-Profilti Vervolgens rijgt Ajax de landskampioenschappen aan één, tot en met het seizoen 1938/1939.

Clubicoon Jan de Natris: Een recalcitrante klasse voetballer.

Jan geboren 13 november 1895 was in vele opzichten een markant persoon. Hij kwam uit een Amsterdams arbeidersmilieu, men noemde hem daar “Jen”, en dat terwijl de meeste Nederlandse topvoetballers in begin jaren uit de “betere kringen” kwamen. Hij begon zijn carrière bij Swift en kwam via Blauw Wit in 1914 bij Ajax terecht. Daar moest hij drie jaar wachten, voor hij een plaats in het eerste elftal kreeg. Dus klopte hij regelmatig aan bij het bestuur om opheldering. De Natris was uniek, hij was tweebenig en met zijn snelle rushes langs de zijlijn en passeerbewegingen een zeer moeilijke tegenstander. Maar het meest opmerkelijk in de keurige vooroorlogse voetbalwereld was zijn onnavolgbare karakter.

1936: Jan de Natris.

In zijn eerste seizoen in het eerste van Ajax had hij al een belangrijke bijdrage in het bereiken van de kampioenswedstrijd. Maar op de dag dat de Amsterdammers hun eerste landstitel zouden halen, miste hij de trein naar Tilburg en keerde terug naar huis, wat hem op een boete van tien cent kwam te staan. Het jaar daarop miste hij opnieuw de kampioenswedstrijd vanwege een schorsing. Jan debuteerde in het Nederlands elftal in 1920 in een vriendschappelijk duel tegen Denemarken en scoorde meteen. Hij maakte vervolgens deel uit van de ploeg op de Olympische Spelen in Antwerpen. Het Oranje elftal zou daar (voor de derde keer op rij) brons winnen, maar ook dit maakte De Natris niet mee. De spelers waren ondergebracht in kleine woonboten op de Schelde en verveelden zich in deze suffe omgeving.

28 augustus 1920. Het Olympisch Elftal-Luxemburg 3-0. Staand: Leo Bosschart, Frits Kuipers, Ber Groosjohan, Henk Steeman, Jan de Natris en scheidsr. Joop Hazeu. Gehurkt, Jaap Bulder. Zittend Jan van Dort, Oscar van Rappard, Ben Verweij, Harry Denis en Dick MacNeill. Achtste finale Olympische spelen te Brussel.

Uit protest tegen de Bondsbestuurders die in een luxe hotel zich het diner goed lieten smaken verdwenen De Natris en nog een paar andere spelers tot diep in de nacht in de binnenstad van Antwerpen. Toen de keurige bondsofficials daar lucht van kregen was de maat vol. Aanvankelijk werden De Natris en drie anderen geschorst, maar het team verklaarde zich met hen solidair, zodat zij weliswaar mochten blijven, maar Jan en Jaap Bulder speler van Be Quick, werden niet meer opgesteld. Een jaar later zorgde hij opnieuw voor opschudding door, als eerste in Nederland, te pleiten voor de invoering van betaald voetbal. Wat vloeken in de kerk was. Met een onderbreking van één seizoen bij De Spartaan en vervolgens één seizoen bij Blauw Wit speelde De Natris tot 1925 voor Ajax.

De dag voor aanvang van het nieuwe seizoen verraste Jan iedereen door naar Vitesse te vertrekken. Daar speelde hij drie seizoenen. In deze tijd speelde hij zijn 23e en laatste interland, opnieuw tegen Denemarken. Daarna volgde toch nog een seizoen bij Ajax, waarna hij in 1929 zijn carrière beëindigde. Jan de Natris was niet alleen rebels maar ook een constructief meedenker zo was hij mede oprichter van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond. Na Intern conflicten besloot Jan zich hier uit terug te trekken maar de teerling was geworpen en de bond werd op 3 januari 1954 officieel.

De KNVB die tot dan faliekant tegen betaald voetbal was moest onder grote druk van pers en publiek tot overeenstemming komen met NBVB anders zou haar machtspositie komen te wankelen. In het dagelijks leven was De Natris handelsreiziger in sanitair en had met zijn vrouw een sigarenzaak in Amsterdam. Dat De Natris bij zijn overgang naar Vitesse betaald zou zijn is niet onwaarschijnlijk maar nooit bewezen. 

1940/1945: Voetballen tijdens de oorlog’s jaren.

De jaren veertig waren ook voor Ajax een diep trieste periode. Desondanks was er door de KNVB een noodcompetitie opgezet maar dat kwam er onder druk van de bezetter. De Duitsers vonden dat het leven er zo ‘gewoon’ mogelijk uit moest zien en daar hoorde ook voetbal bij. Door mobilisatie, het onderduiken en tewerkstelling in Duitsland van jonge mannen konden de clubs niet altijd over alle spelers beschikken. Ook het vervoer bij uitwedstrijden was niet altijd mogelijk. Toch is er tot het aanbreken van de hongerwinter 1944, ruim vier jaar redelijk ongestoord gesport. De Duitse bezetter controleerde door razzia’s ook bij sportwedstrijden.Hoe vreemd ook maar de Nederlandse sport kende tijdens de Tweede Wereldoorlog een forse bloei. De ledentallen van nagenoeg alle sportbonden en verenigingen groeiden aanzienlijk. Juist in moeilijke perioden blijken mensen behoefte te hebben aan afleiding. Sport bood de mogelijkheid om de druk van de dagelijkse gebeurtenissen even van zich af te zetten.

Oorlog is voetbal' - Voetbal in de Tweede Wereldoorlog

Op 15 september werd het hen op last van Höhere SS- und Polizeiführer Rauter verboden om nog langer sportinrichtingen te betreden. Joden mochten wel lid van hun vereniging blijven, maar doordat het hen in feite onmogelijk werd gemaakt nog langer aan sport te doen, zegden velen hun lidmaatschap op. Het is onduidelijk hoe Ajax aan zijn joodse bijnaam komt. In verhouding met andere verenigingen is het aantal joodse leden niet groter. Wel zijn veel aanhangers afkomstig uit de middenstand van Amsterdam-Oost en de binnenstad. In deze stadsdelen bevonden zich relatief veel joden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is De_Meer_Tram.jpg
Tramlijn 9 in de jaren vijftig op weg naar De Meer.

Ook stapten bezoekende clubs uit bij treinstation Weesperpoort. Daar vandaan reed de Gooische stoomtram langs de Weesperstraat waar op zondagochtend een joodse markt gehouden werd, wat ook heeft kunnen bijdragen aan het joodse imago, naar de Middenweg, waar het Ajax-stadion lag.

Jack Reynolds: Krijgsgevangene in Silezië.

Jack Reynolds

Jack Reynolds, die toen nog steeds trainer was, bleef coach tot het uitbreken van de 2e Wereldoorlog en verdiende de kost met een sigarenzaak. Op 14 juni 1940 wisten de Duitsers hem te vinden en interneerden hem in kamp Schoorl en deporteerden hem naar een krijgsgevangenkamp in Tost in Silezië, het huidige Polen. In dit kamp zaten ook andere Engelse voetballers evenals de Britse schrijver P.G. Wodehouse. De Nederlander Dolf van Kol, ooit speler van ’t Gooi, verving hem tijdens de oorlog en deze was daarmee de eerste Nederlandse oefenmeester van de Amsterdamse club. Na afloop van de oorlog keerde Jack Reynolds terug naar Amsterdam waar hij het eerste elftal van Ajax nog twee seizoenen leidde. Op 13 juni 1948 wordt er een benefietwedstrijd georganiseerd, bij het afscheid van deze aimabele Engelsman, tussen Ajax en een gelegenheidselftal. Jack bleef in Amsterdam wonen en trouwde er een Amsterdamse vrouw. Jack Reynolds overleed op 8 november 1962 op 81-jarige leeftijd. Drie jaar later eerde de club deze markante trainer met een naar hem genoemde Reynolds-tribune, aan de overzijde van de eretribune in het stadion De Meer.

Clubicoon Edward Hamel: Slachtoffer van het Duitse regiem.

Eddy Hamel

Eerste elftal speler en talent, Edward (“Eddy”) Hamel werd tijdens de oorlog opgepakt door de Duitsers en op transport gezet naar Kamp Westerbork. Als hij, opdat moment, zijn Amerikaanse paspoort op zak zou hebben dan hij geruild kunnen worden tegen Duitse krijgsgevangenen. Die tijd kreeg hij niet en dus werd hij op transport gezet naar Birkenau. Hij heeft het daar als dwangarbeider lang uitgehouden. Uiteindelijk is hij op transport gezet naar Auschwitz, waar hij op 30 april 1943 is omgekomen. 
Zijn voormalige ploeggenoot Wim Anderiesen, ex ’t Gooi, herinnerde zich Eddy Hamel als een van de betere spelers waarmee hij gespeeld heeft. De andere vooroorlogse Joodse speler van het eerste elftal van Ajax, Johnny Roeg, overleefde de oorlog door onder te duiken. Eddy Hamel is één van de joodse spelers van het eerste elftal Ajax. Bij discussies over het Joodse imago van de club en de geuzennaam “Joden” van de Ajax supporters wordt Eddy Hamel steevast genoemd.

De naoorlogse jaren: De Ajax selectie in opbouw

Tijdens de begin jaren 1940/1941 werd Ajax net als alle voetbalclubs in het elftal geraakt. Spelers werden opgeroepen voor militaire dienst, doken onder of werden tewerkgesteld in Duitsland. Ook gebrekkig openbaar vervoer speelde een rol. Daarnaast moest Ajax afscheid nemen van routiniers en werden jonge spelers zoals Stoffelen, Potharst, Gé v Dijk en Leemhuis ingepast. Al deze facetten bij elkaar opgeteld maken het verklaarbaar dat de resultaten minder zijn. Tot aan het seizoen 1946/1947 toen Ajax weer liet zien wat het in huis had zoals bijvoorbeeld Rinus Michels.

13 april 1947. staand: Joop Stoffelen, Ger Stroker, Scheidsrechter, Gerrit Fischer, Gerard Bruins, Jany v/d Veen, Jan Potharst, Gerrit Keizer, Gé van Dijk en Gus Dráger. Zittend Rinus Michels, Arend v/d Wel en Theo Brokmann. In aanloop naar het 1e klasse kampioenschap Sparta- Ajax 1-3

De jaren vijftig en de geur van het grote geld.

In de periode 1951/1952 wordt Ajax 1e klasse kampioen maar gaat het onderuit in de strijd om de landstitel. Het gaat met de resultaten en beetje op en af. Het is begin vijftiger jaren als de verlokkingen van geld,bij de topvoetballers steeds grotere vormen aanneemt. In het buitenland is profvoetbal al even gewoon als de zon die opkomt. KNVB is echter zeer streng in de amateur leer. Langzamerhand vertrekt het hele Nederlands elftal, op straffe van schorsing, naar het buitenland. Dat was de sanctie die de conservatieve Zeister bond een ieder oplegde die ook maar even naar geld rook. Dat weerhield Cor v/d Hart, Stoffelen en Hans Boskamp er niet van om bij Ajax te vertrekken. De kwaliteit van het Nederlandse voetbal werd uitgehold. De KNVB komt onder grote druk van de publieke opinie en de media. Begin jaren vijftig werd de roep om de invoering van betaald voetbal in ons land steeds luider. Uit protest werd er zelfs een ‘wilde’ voetbalbond opgericht. Tien clubs namen sloten zich aan bij deze Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB). Uiteindelijk ging de KNVB overstag. Beide bonden fuseerden en sinds 25 november 1954 wordt ook in Nederland betaald voetbal gespeeld.

1954: Eindelijk semi-profvoetbal in Nederland.

De eerste semi-profwedstrijd van Ajax was op 28 november 1954 thuis voor 20.000 tegen VVV uit Venlo. Het werd een dampende wedstrijd waar alles inzat maar vooral onvoorspelbaarheid. Het eerste Ajax prof-doelpunt is van de voet van Arend v/d Wel. Aan het eind van het seizoen 1954/1955 staat Ajax op de derde plaats van de 1e klasse D. De landstitel gaat naar Tilburg, naar Willem II.

1956. Staand: van Mourik, van Dijk, Bijker, Pieters Graafland, Geelhuizen en Elzer. Zittend: Ouderland, Michels, Den Edel, Bakker en v/d Kuil.

1956: Clubicoon Jesaha (Sjaak) Swart.

File:Ajax tegen NAC 4-1 Sjaak Swart (Ajax), Bestanddeelnr 919-4666 ...

Sjaak Swart is geboren op 3 juli 1938 te Muidenberg. De liefde voor voetbal begon met een tennisballetje, waar hij mee voetbalde; de putdeksels fungeerden dan als denkbeeldige doelpalen. De jonge Sjaak bleek talent te hebben, en hij droomde al snel van een profcarrière op hoog niveau. Daar heeft Swart alles voor gedaan én het nodige voor gelaten. De beloning kwam al snel: op tienjarige leeftijd werd Swart gescout voor Ajax. Op 18-jarige leeftijd leeftijd maakte Sjaak Swart zijn debuut. Het is op 16 september 1956, als de achttienjarige Sjakie, zijn kicksen mag aan doen in het eerste elftal van Ajax. In het bekerduel tegen Stormvogels dat met 3-2 werd gewonnen kwam Swart de hele wedstrijd in actie. Swart kwam in dat seizoen tot 5 competitiewedstrijden. Het daaropvolgende seizoen maakte Swart zijn eerste doelpunt voor Ajax. Ruim een maand later mocht Swart, net als Ajax, debuteren in het Europacupvoetbal. Sjakie speelde de allermeeste wedstrijden van alle voetballers in Ajax 1.

File:Sjaak Swart telefoneert in zijn sigarenzaak, Bestanddeelnr ...
1965: Sjaak Swart in zijn sigarenwinkel.

De rechtsbuiten kwam in 17 jaar Ajax in 603 duels in actie. Swart zou Ajax nooit meer verlaten en er zijn hele carrière spelen. Hij won alles wat er te winnen viel, mede dankzij zijn flitsende dribbels en messcherpe voorzetten. Sjaak Swart is de gentlemen onder de voetballers en maakte zelden een overtreding. Nog altijd voetbalt Sjaak wekelijks met vrienden en houdt zo zijn lichamelijk conditie op peil, daarnaast adviseert hij jonge spelers in hun carrière. Vriend en voetbalvijand spreken met veel respect over Sjaak die nog steeds de media haalt met zijn kritische/humorvolle commentaren op het voetbal. Ajax maakte een documentaire over ‘Mister Ajax’ toen Swart 80 werd. De recordhouder van het meeste officiële aantal duels in het Ajax-shirt gaat in op zijn leven waarin maar 1 ding centraal staat: zijn club.

1957: Eerste Europacup ervaring.

Op 20 november 1957 maakte Ajax zijn debuut in de Europacup tegen SC Wismut. De eerste wedstrijd was in Oost-Duitsland en werd met 1-3 gewonnen. Ajax speelde sterk verdedigend en counterde Wismut met tweemaal Piet van der Kuil en een doelpunt van Wim.Bleyenberg. De terugwedstrijd in het Olympisch Stadion werd door Piet Ouderland in de 78e minuut 1-0 beslist. In de volgende ronde is het gerenommeerde Hongaarse Vasas Boedapest veel te sterk.

1960: De strijd om de landstitel komt tot een climax.

Ajax leek in het voorjaar regelrecht op de titel afgaan daar waar eeuwige rivaal Feijenoord slordig met de punten omgaat. De selectie was versterkt met de broers Cees en Henk Groot overgekomen van Stormvogels. Te samen waren ze goed voor 66 doelpunten, dat was tweederde van de totale productie.Toch zouden de kansen keren met een geweldige apotheose. De reguliere competitie van 1959/1960 loopt teneinde. De laatste wedstrijd staat op het menu. Het is 23 mei in De Kuip en Feijenoord en Ajax treden aan. Ajax kan door een gelijkspel de Rotterdammers op afstand houden en kampioen worden. Het pakt anders uit want een sterk spelende Feijenoord ondersteund door het legioen legt Ajax met 3-0 over de knie en grijpt haar laatste kans met verve. Doelpunten Kees Rijvers, Cor v/d Gijp en Henk Schouten.

Beide ploegen eindigden gelijk en een beslissingswedstrijd drie dagen later , op Hemelvaartsdag, in het Olympisch Stadion gaat niet alleen om het kampioenschap van Nederland. Beide grootmachten zullen ook strijden om de eer, roem en glorie. Het werd die 26e mei 1960, een onvergetelijke voetbalmiddag voor duizenden supporters. Bekijk de unieke beelden van deze legendarische clash met dank aan Sport in Beeld. Grote man werd Wim Bleyenberg die het grootste deel van de competitie op de bank heeft gezeten. Hij vervangt Cees Groot en tekent voor drie treffers. Sjaak Swart speelt één van zijn beste wedstrijden in wat ook wel een Hemelse prestatie op Hemelvaartsdag werd genoemd.

Met een onnavolgbare loopactie van Wim Bleyenberg, die ex Ajaxdoelman Pieters Graafland passeert, wordt de stand 5-1. Links Kees Rijvers en rechts Ajaxied Henk Groot.

1961. Clubicoon Piet Keizer ontluikt.

Het is het seizoen waarin we kennis maken met het volgende talent. Op 5 februari 1961 trok Piet Keizer, 17 jaren jong, voor het eerst het shirt van het eerste elftal van Ajax aan. Het was in de topper Ajax-Feijenoord 0-1. De aanwezige sportjournalist beschreef waarschijnlijk als eerste de vermaarde schaarbeweging van Piet.

1965: Piet Keizer.
6 februari 1961: Het Vrije Volk.

Op 25 maart 1964 speelde Ajax een kwartfinale om de KNVB beker tegen stadgenoot DWS. Nadat Piet Keizer in de eerste helft de beslissende 2-1 had gescoord raakte hij na de rust in een kopduel met DWS-er André Pijlman geblesseerd. Het blijkt na een bezoek aan het ziekenhuis een ernstige blessure met een risicovolle operatie als gevolg. Er volgde een een langdurige en voorzichtige revalidatie van negen maanden. Op 13 december 1964 keerde Piet weer terug in de wedstrijd thuis tegen Fortuna’54. Door de invloed van Michels die voor een 4-2-4 systeem kiest komt Piet tot volle glorie als linksbuiten. Hij zal in het totaal 365 wedstrijden in de competitie voor Ajax spelen en komt op een vierde plaatst te staan op de lijst van de club van 100. Piet scoorde 189 doelpunten en heeft bij geen andere vereniging gespeeld. De tien fraaiste goals van de Keizer Piet

1972: Piet Keizer en zijn ploeggenoten Barry Hulshof, trainer Stefan Kovács en Sjaak Swart op weg naar de huldiging in Amsterdam.

Piet Keizer werd omschreven als een flegmatieke, creatieve speler , die een goed overzicht had en in een fractie openingen zag. Piet was in beginsel een luie voetballer die in een wedstrijd soms afwezig leek maar met een aantal acties de wedstrijd naar zijn hand kon zetten. Hij moest eigenlijk niets van aandacht in zijn persoon hebben en zo was hij zijn hele leven. Als hem iets niet beviel dan liet hij dat ook merken. Een interviewer stelde eens een vraag waarna Piet een stilte liet vallen vervolgens antwoordde hij “Volgende vraag”. Piet bleef consequent zichzelf, was droog in zijn humor en zijn grootste hobby was vissen met een vast koppeltje vrienden. Zijn carrière staat bol van de prijzen zoals de Europacup serie 1971, 1972 en 1973 met tussendoor ook de wereldbeker. Vrij abrupt eindigde Piet zijn sport loopbaan en in 1974 speelde Keizer zijn laatste wedstrijd. “De hele wereld was verbluft en verbaasd, want hij was nog maar 31. Met zijn gave en klasse had hij nog makkelijk vijf jaar kunnen spelen. Maar hij kon het niet meer opbrengen, denk ik. Hij was mentaal helemaal leeg”, zegt David Endt, destijds ploeggenoot van Keizer. In een fragment uit Keizer de biografie van Bart Jungmann en Jaap Visser lezen we over zijn laatste levensweken. Piet Keizer gruwelde bij de gedachte aan een biografie. Nu, tweeënhalf jaar na het overlijden van de oer-Ajacied, ligt er tóch een prachtig naslagwerk over de onpeilbare en iconische linksbuiten. Met zijn voetbalvisie, want die wilde hij wél nalaten.

28 augustus 1960: Een historisch grote nederlaag.

In de tweede wedstrijd van het seizoen 1960/1961 speelt Ajax in De Kuip tegen rivaal Feijenoord. Het werd een hele merkwaardige ontmoeting die tot op heden nog steeds in de recordboeken staat. De verpletterende 9-5 nederlaag werd door een sportfotograaf heel treffend in beeld gebracht.

Een juichende Cor v/d Grijp met nummer negen en een vertwijfelde Wim Anderiesen nummer vijf.

Was de Ajaxselectie nog bedwelmt door het kampioensfeest of werden de Rotterdammers gevoed door revanche gevoelens, het antwoord blijft ongewis. De 45.000 toeschouwers kregen met veertien doelpunten zeker waar voor hun geld. Als Ajax binnen een maand in de Europacup, ook nog wordt uitgeschakeld door het nietige Frederiksstad FK dan beloofd het een zwaar jaar te worden. Toch weet het elftal zich op te richten door na twintig jaar de KNVB beker te winnen. De loting was Ajax goedgezind. Met tegenstanders als KFC, Haarlem en Leeuwarden kwam het team wel erg simpel door de eerste ronden. In de finale wacht NAC uit Breda die met 0-3 werd verslagen.

1961: Henk Groot tilt de KNVB beker op rechts, Tonnie Pronk en daaronder rechts Piet Keizer.

Een jaar later werd Ajax in de achtste finale door ’t Gooi met 1-0, na een verlenging, uit de bekercompetitie geknikkerd. Een opvallend prestatie van de Geel-Zwarte formatie want zij kwamen uit in de 2e divisie. Opvallend in het navolgende kranten artikel is dat de premie, tussen beide clubs, nauwelijks verschilt.

1964: Clubicoon Johan Cruijff debuteert.

Johan Cruijff geboren op 25 april 1947 in Betondorp/Watergraafsmeer Amsterdam debuteerde onder Vic Buckingham in het seizoen 1964-1965. Cruijffs eerste wedstrijd in het betaalde voetbal eindigde in mineur. Ajax verloor die dag met 3-1 van GVAV , waardoor de Amsterdammers afzakten richting de degradatiezone.

15 november 1964: Johan Cruijff in duel met Martin Koeman, de vader van Erwin en Ronald.

Het enige lichtpuntje was het optreden van de talentvolle Cruijff. Het zo breekbaar ogende talent tekende uit een rebound voor het enige Ajax-doelpunt van de middag. Het was de tijd van spijkerharde tackles, zwarte kicksen en ongelijke voetbalvelden. Kortom de prille begintijd van het profvoetbal.

16 november 1964: Het Parool.

1964/1965: Een rampseizoen.

Het seizoen 1964/65 was een dieptepunt in de geschiedenis van Ajax. Ondanks de aanwezigheid van “jonge” talenten zoals Sjaak Swart, Johan Cruijff, Klaas Nuninga en Piet Keizer moest de club vechten voor Eredivisie behoud.. De kritiek richtte zich op Engelse trainer die de afgelopen jaren de club geen kampioenschap kon geven maar ook op de nieuw aangetrokken speler Klaas Nuninga die niet bracht wat er mocht worden verwacht. Er moest iets gebeuren want er was talent zat echter het ontbrak aan een visie.Tel daarbij het gezichtsverlies in de derby uit tegen Feijenoord met de monsterscore van 9-4. En het begon stevig te rommelen binnen het bestuur en onder de supporters. Geen enkele maal stond Ajax zo laag aan het eind van dat seizoen. Slechts drie punten scheidden het trotse bolwerk van de 1e divisie.

Rinus Michels grijpt in en het succes lonkt

De nieuwe voorzitter Jaap van Praag begreep dat zeer en verving Vic Buckinham op 29 januari 1965 en stelde oud-speler Rinus Michels aan als trainer. Dit bleek een gouden greep, want onder zijn leiding bereikte Ajax de wereldtop zo bleek later. Rinus Michels greep hard in, verving gearriveerde spelers en was duidelijk en consequent. Zijn norse vierkante uiterlijk en sonore stem met heldere duidelijke zinnen gaf hem de bijnaam “De Generaal”. Hij bracht professionaliteit binnen Ajax. Rinus Michels paste een aanvallende speelstijl toe met opkomende backs en multi functionele spelers, die zowel aanvallend als verdedigend werk moesten doen. Zoals een meevoetballende doelman, een systeem wat later door de pers werd omschreven als Totaalvoetbal. Het is een revolutionair systeem wat Rinus Michels invoerde en nu nog door zowel Ajax als Barcelona wordt toegepast.

Johan Cruijff: de voetbal ballerina

Johan Cruijff doorliep de jeugdopleiding van Ajax en groeide als selectiespeler in rap tempo uit tot ’s werelds beste. De voetballer-Cruijff maakte magische goals, leek soms over het veld te zweven, ontweek knalharde tackles door ze als een ballerina te ontwijken. Hij was de absolute ster in het Ajax-elftal dat begin jaren zeventig Europa en de wereld verbaasde. Cruijff was als vierjarige kleuter al een bekend gezicht bij Ajax. De reden daarvoor was simpel, ‘oom Henk’, was terreinknecht in het oude stadion de Meer en de piepjonge Cruijff liep met hem mee voor allerlei kleine klusjes rondom het stadion. Tien lentes jong was Cruijff in 1956, toen hij zich officieel Ajacied mocht noemen. In de zes jaren die volgden doorliep het talent uit de Amsterdamse wijk Betondorp de jeugdopleiding met verve. In Cruijffs laatste jaar als ‘junior’ werd hij, met de A junioren, kampioen van Nederland. 

Cruijff tekende vlak na zijn 18e verjaardag, als één van de eerste spelers in Nederland, een Fullprof-contract.

Het publiek omarmde dit fenomeen en kwam massaal naar Stadion om vooral naar Cruijff te kijken. De carrière van Johan. Als hij aan de bal was dan veerde het publiek op van de kussentjes om maar niets te missen. Het contract was voor Cruijff het startschot van een glansrijke carrière, die in een stroomversnelling kwam onder de nieuwe coach Rinus Michels. De voormalige gymleraar schonk hét supertalent direct een basisplaats. Michels polijstte het talent Cruijff en begon met het bouwen aan een ploeg die een handvol jaren later de wereld zou veroveren. Omdat je er nooit genoeg van kunt zien zweven opnieuw mee met Johan Cruijff in prachtige beelden.

Johan wijst Ajax de weg

Dit oorspronkelijke en jonge talent liet niet alleen zijn benen spreken maar was ook verbaal aanwezig. Johan zette de lijnen uit en zijn medespelers,die zijn talent zagen accepteerden dit. Soms stond hij stil met de bal aan de voet om met armgebaren teamgenoten tactische aanwijzingen te geven. Met Cruijff in de gelederen was het Olympisch Stadion het mistige toneel voor de ontmoeting tussen Ajax en Liverpool. ‘Hierboven reeds beschreven’. Mede door een treffer van Cruijff werden de Reds van coach Bill Shankly die historische avond met 5-1 van de mat gespeeld. De zege op dé Europese grootmacht van dat moment werd ook door Cruijff beschouwd als ‘hét begin van het Nederlands voetbal’. Een uitgebreid interview door tv grootheid Mies Bouman met het gezin Johan Cruijff in Barcelona.

1965/1971: De Gouden Ajax jaren

In zes jaar tijd behaalde het Ajax van Michels vier keer het kampioenschap in de Eredivisie en won het drie keer de KNVB Beker. Met de ‘dubbel’ in 1966/1967  voor het eerst in het bestaan van Ajax . In december 1966 speelde de ploeg tegen het grote Liverpool. Er hing dichte mist in het stadion en het was zeer de vraag of de wedstrijd wel door kon gaan maar tot veler verrassing zag scheidsrechter Sbardella geen problemen. Hij zag dus wel beide doelen maar de vele miljoenen thuis voor de buis niet of nauwelijks. Belangrijk daarbij was nu het tv commentaar en die was legendarisch. Herman Kuiphof stond voor die onmogelijke taak. Met de uitspraak “Ik geloof dat die bal zit, ja die zit”. maakte hij furore. Ajax won de gedenkwaardige match met 5-1. Bekijk de beelden van het voetbalsprookje in de mist

1968/1969. De Benfica Trilogie: een persoonlijk relaas.

Het klinkt als een boekentitel en velen zullen het zeker zo beleefd hebben. Ajax behaalde in het seizoen 1968 het dertigste landskampioenschap van Nederland en speelde op Europees niveau bijzondere duels. De Amsterdammers beleefden heroïsche momenten. Zoals de trilogie tegen Benfica. We kijken mee door de ogen van Hennie Schuurman, archivaris van Ajax. “In het seizoen 1968-1969 timmerde Ajax Europees gezien al aardig aan de weg. Nadat Nürnberg en Fenerbahce waren geklopt, wachtte in de kwartfinale van de Europa Cup 1 het Portugese Benfica uit Lissabon.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ajax_Benfica-.jpg

,,Ik weet nog dat er die 12e februari 1969 sneeuw lag in Amsterdam en we allemaal dachten dat die Portugezen niet in de sneeuw konden spelen “.  “Maar Ajax verloor, weliswaar geflatteerd, met 1-3.”. Veel media, waaronder de televisie, besloot door dat negatieve resultaat niet mee te gaan naar Portugal voor de return. ‘Ik ging wel mee en voor mij speelden ze toen de beste wedstrijd in de geschiedenis. Tot op de dag van vandaag. Wat een schitterend voetbal. En met het hele elftal hè. Johan Cruijff en Piet Keizer hadden geen shirtje meer over door al dat getrek van die Portugezen. Het spel was zo verschrikkelijk mooi; de combinaties, de snelheid. Alles zat er in”.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Benfica_Ajax-2.jpg

“Ik vind het nog steeds jammer dat het niet door de tv werd uitgezonden. Maar de NOS had er geen belangstelling voor, gezien de nederlaag in Amsterdam”. Twaalf minuten had Ajax slechts nodig om de 1-3 nederlaag weg te poetsen. Dankzij doelpunten van Inge Danielsson en Johan Cruijff kwam Ajax in Portugal op een 0-2 voorsprong. Vervolgens was het Cruijff die ook nog de 0-3 wist te maken. Omdat José Torres de eindstand twintig minuten voor tijd op 1-3 zette, moest er op 5 maart 1969 een beslissingswedstrijd in Parijs worden gespeeld . 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ajax_Benfica_Parijs.jpg

“We gingen weer met een door oud Ajax speler en broer van Henk, Cees Groot georganiseerde busreis. We zagen hoe beide ploegen elkaar in het gammele stadion Stade de Colombes in Parijs voor ruim 63.000 toeschouwers, waaronder dertigduizend Ajax supporters, in evenwicht hielden. Maar in de verlenging sloeg Ajax toe. Doelpunten van Cruijff en twee keer Danielsson kregen de Portugezen uiteindelijk op de knieën”. Beelden met commentaar van o.a. Sjaak Swart komen van het NTS/NOS archief. Ajax was een ronde verder

Daarin werd Spartak Trnava geklopt en in de finale in Madrid wachtte AC Milan. “Ik blijf erbij dat Ajax toen véél te aanvallend was ingesteld. Elke counter van de Italianen was raak. Maar het was natuurlijk een proces. Het was voor de eerste keer dat een Nederlandse ploeg in de finale van de Europa Cup 1 stond. Ajax draaide een heel goed en zwaar seizoen, waarin echter geen prijzen werden gepakt. Ja, ze waren tweede van Europa, maar verder niets. ” Aldus Hennie Schuurman, archivaris van Ajax.

1969: De eerste Europa cup Finale

1969 European Cup Final programme .jpeg

Ajax drong door tot de finale van de Europa cup in 1969 en werd gehouden op 28 mei in het Estadio Santiago Bernabéu in Madrid. Ajax stond voor het eerst in de finale van de Europacup I. De Amsterdammers namen het op tegen AC Milan, dat al voor de derde keer aan de finale deelnam. De Italianen wonnen overtuigend met 4-1, Pierino Prati scoorde een hattrick. De Joegoslaaf Velibor Vasović maakte het enige Ajax doelpunt. De Italianen waren meer ervaren,slimmer en harder dan het Europees nog onervaren Ajax. Beelden zonder geluid van de Europacup finale 1969.

Twee jaar later (seizoen 1970-1971) won Ajax , met Cruijff, zijn eerste grote trofee. In het Wembley Stadion Londen was Panathinaikos de laatste horde op weg naar Europees succes. De Griekse ploeg werd met 2-0 verslagen. Cruijff liet zich onder meer zien met een steekbal op Arie Haan die met zijn treffer de finale definitief in het slot gooide. 

Ajax -Panathinaikos 2-0, Wembley Stadion Londen op 2 juni 1971: Boven: Barry Hulshof, Heinz Stuy , en Gerrie Muhren, Onder: Piet Keizer, Sjaak Swart (46′ Arie Haan), Nico Rijnders(46′ Horst Blankenburg), Velibor Vasovic, Johan Cruyff en Johan Neeskens.

Ajax: Op weg naar de Europese trilogie

Tante Leen zingt voor een menigte Ajax supporters tijdens de KRO uitzending ‘Van twaalf tot twee’ op Trafalgar Square in London.

 Ajax was Europees kampioen en had in Cruijff zijn absolute vedette. Het was een feestelijke en een onvergetelijke dag. Met treinen, auto’s en vliegtuigen reisden ongeveer 60.000 supporters naar Londen. Het KRO radio programma ‘Tussen twaalf en twee” zond live uit vanaf het Trafalgar square in hartje Londen. Zonder één wanklank verbleven daar duizenden fans. Bekijk de zwart- wit polygoon beelden

Rijnders in 1969
Nico Rijnders in 1969

Wat niemand op dat moment wist, was de reden van de wissel, in de rust van Nico Rijnders. Pas de volgende dag hoorden we dat’Nico onwel was geworden met hartproblemen. Het blijkt later het einde van de voetbalcarrière Nico Rijnders te zijn. Rijnders in 1976 op 28 jarige leeftijd te overlijden’. Het trieste verhaal over Nico Rijnders is te lezen bij zijn voormalige club uit Breda De Baronie. De vereniging waar hij op jonge leeftijd debuteerde.

1971: Rinus Michels naar Barcelona en Stefan Kovacs komt.

In het voetbaljaar dat volgde vertrok Michels naar Barcelona. Na de strenge succesrijke ‘Generaal’ volgde de aimabele Stefan Kovács. Onder leiding van deze Roemeense coach kwam er wat meer ontspanning in het Ajax spel, het werd wat losser, frivoler en er was meer ruimte voor individuele acties in het veld. De trainers wissel pakte goed uit en Ajax bereikte in 1972 opnieuw de finale van de Europa Cup I. De rol van Cruijff was in deze finale nóg bepalender; de maestro ging in De Kuip voorop in de bestrijding van het ‘catenaccio’ van de Italiaanse kampioen Internazionale Milan. De rasaanvaller was de keiharde Italiaanse mandekkers keer op keer te slim af.  Twee hoge voorzetten op Cruijff leverden even zoveel doelpunten op. De twee goals van de Amsterdammer leverden Ajax de tweede Europa Cup I overwinning op. Onder aanvoering van Cruijff was Ajax die jaren onklopbaar. Ajax won zowel de Wereldbeker als de Europese Supercup.

Johan en Johan ook naar Barcelona.

Na twee Europa Cup I overwinningen op rij won Ajax ook zijn derde opeenvolgende finale. In het Rode Ster stadion in Belgrado versloeg Ajax in 1973 Juventus. Voor de ‘Oude Dame’ bleek de vroege goal van Johnny Rep ‘het goudhaantje’ fataal: 1-0. De Amsterdamse club mocht de belangrijkste Europa Cup na drie opeenvolgende gewonnen finales definitief in de prijzenkast bijzetten. In het seizoen 1973-1974 verliet Cruijff Ajax, en reisde samen met Johan Neeskens, zijn voormalige trainer Rinus Michels achterna naar Barcelona. 

Stadion De Meer zou later opgesierd worden met de beroemde rode neonletters AJAX, met de even simpele als treffende, ‘kers op de taart’ de rode bal op de letter J. Dit ontwerp is mee verhuist naar de Johan Cruijff Arena. Ajax clublied met songtekst