AGOVV

Apeldoornse Geheel Onthouders Voetbalvereniging

Het gaat te ver om de bekendheid van AGOVV alleen te verbinden met de prachtige monumentale tribune op Berg en Bos. Echter als je nu na ruim honderd jaar de naam noemt van de club dan is dat niet omdat de sportieve resultaten zo onvergetelijk zijn. AGOVV werd op 25 februari 1913 opgericht. Het zijn de initialen van Apeldoornse Geheel Onthouders Voetbal Vereniging. Drankmisbruik was kennelijk toen ook al een probleem.

AGOVV bouwde in de eerste jaren van het bestaan al het sportpark Berg en Bos. Werkelozen werden in die tijd in Nederland vaak ingezet in de zo genoemde ‘werkverschaffing’ , zo ook in Apeldoorn. Voor een schamele uitkering, moesten de arbeiders iets terug doen voor de samenleving. De belangstelling voor het voetbal groeide. De ‘drooglegging’ bij de club raakte uit beeld en het bij het zondagse clubuitje mocht er weer gedronken worden.

Licht in de duisternis van Berg en Bos

Op 13 november 1927 maakt de plaatselijke krant melding van de ingebruikname van vier hoge verlichtingspalen ‘waaraan lampen van grote lichtsterkte komen, zodat, naar technici verzekeren, het gehele speelterrein verlicht zal zijn’. Daarmee was AGOVV zijn tijd ver vooruit. De steeds vroeger invallende duisternis maakt het voor AGOVV’s Engelse trainer Billy Julian nagenoeg onmogelijk om zijn manschappen in het najaar in de avonduren tussen de hoge bomen onder handen te nemen. Vandaar dat het bestuur heeft besloten ‘het terrein te doen verlichten teneinde praktische trainingsoefeningen te kunnen houden’.

Na ongeslagen kampioen te zijn geworden in de tweede klasse en aansluitend in promotieduels af te rekenen met Rigtersbleek en Hengelo kon in 1927 de vlag in top.  
Boven: grensrechter Berend van de Kraats, Gep Landaal, Jo Kluin, Rein Nijman, Hannie van der Kraats, Jaap van der Kamp, scheidsrechter (?). Midden: Ety Landaal, Gerrit Willigenhof. Onder: Jan ten Katen, Jan Braams, Han de Graaf, Mais van de Kraats.

Drie jaar later is sportpark Berg en Bos voor het eerst het toneel van een lichtwedstrijd. Een primeur in het oosten van Nederland. Tegenstander is Robur et Velocitas. Plaats van handeling van deze bijzondere derby is het derde veld, het trainingsveld. Liefst 2500 nieuwsgierigen verdringen zich langs de lijnen om het schimmenspel gade te slaan. Een tiental rondom het veld opgestelde, elk met 1000 kaarslampen uitgeruste armaturen, werpen een niet alledaags licht op het plaatselijke onderonsje. De scheidsrechter constateert naderhand meerdere tekortkomingen. Hij vindt de lichtsterkte te zwak en de cornerhoeken te donker. Ook beklaagt hij zich dat de spelers van beide ploegen zich meermaals hebben bezondigd aan zaken die het daglicht niet verdragen…

Op 1 april 1928 het Oranje debuut van Jo Kluin

Op 1 April 1928, gaat er in Apeldoorn, extra aandacht uit naar de Derby der Lage Landen België – Nederland. Want club icoon Jo Kluin gaat debuteren voor Oranje. Het debuut is een primeur voor AGOVV. Hij is de eerste ‘Blauwe’ op dit hoge podium. De wedstrijd wordt gespeeld in het stadion de Bosuil van Royal FC Antwerp en is halverwege, wanneer het hekwerk voor een staantribune het begeeft.

Afbeeldingsresultaat voor jo kluin agovv

Onder luid gegil en hevig gekraak van de hekken komen honderden toeschouwers over elkaar naar beneden gerold. het ongeluk laat zich ernstig aan zien maar naar blijkt is er niet meer dan gebroken armen of benen. Het is een heftige wedstrijd op en naast het veld waardoor scheidsrechter Eugen Braun een afkoeling laat plaatsvinden. Debutant Jo Kluin wordt vroeg in de wedstrijd zo hard aangepakt dat hij een stevige hoofdwond oploopt. De westelijk pers is keihard en vindt het debuut van Heracles speler Frits Schipper en Jo Kluin de slechtste 1 april grap ooit. De technische commissie is het daar kennelijk mee eens want nadien worden beide spelers niet meer opgeroepen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is AGOVV_Wageningen.jpg
Hier een ingekleurde impressie van de op 20 november 1932 gespeelde Gelderse derby op Berg en Bos tussen AGOVV en Wageningen 1-2. 

Mauk Weber 12 x oranje international

Gerelateerde afbeelding
Mauk Weber

Bartholomeus Maurits Weber is welgeteld zeventien jaar, drie maanden en dertien dagen jong als hij op 14 juni 1931 in Denemarken zijn debuut maakt in het Nederlands elftal. Nota bene als speler van het tweede elftal van ADO! De geboren en getogen Hagenaar staat daarmee te boek als de op één na jongste Oranjedebutant ooit. De HVV’er Jan van Breda Kolff is de jongste debutant met zijn zeventien jaar en 74 dagen. Tussen 1931 en 1938 schopt Weber het namens ADO en AGOVV tot in totaal 27 interlands. In de periode 1935 – 1938 zou ook ex ADO speler Mauk Weber als AGOVVer twaalf maal voor Oranje uitkomen. Mauk staat bekend als een stoere maar faire rechtsback. Het is zoeken in de verslaggeving of er iets over de prestatie van Mauk staat vermeld. Het is 12 januari 1936 als Nederland in het Par de Princes, Frankrijk ontmoet waar al jaren betaald wordt. Europees behoren ze tot de top maar daar is niets van te merken want. Oranje boekt hier een opmerkelijke 1-6 overwinning een sensatie in de internationale voetbalwereld. Over Mauk opnieuw geen verslag of het moet de handsbal van hem zijn maar die is zonder gevolg. Keeper Leo Halle stopt deze .

Frankrijk-Nederland 1-6 , 12 januari 1936. Staan 4e van links Mauk Weber: AGOVV international.

Zonder het aanhoudende blessurespook dat Mauk achtervolgt, hadden dat er beduidend meer kunnen zijn. Bij zijn laatste optreden voor de nationale ploeg op 23 oktober 1938, toevallig ook in Kopenhagen, telt de robuuste rechtsback pas 25 lentes. Over het waarom de op dat moment 15 voudig international in het najaar van 1934 ADO verruilt voor uitgerekend AGOVV zijn geen documenten bewaard gebleven. Duidelijk is wel dat dit niet in de eerste plaats voor de fraaie bosrijke omgeving van Apeldoorn zal zijn geweest. Profvoetbal geldt in het verzuilde Nederland van voor de Tweede Wereldoorlog weliswaar als een taboe, het is een publiek geheim dat onder of achter de toonbank verkapte vormen van betalingen plaatshebben. Als sigarenboer of kastelein scoren de toenmalige vedetten volop. De begin twintiger middenstander Weber vormt daarop geen uitzondering.

Oorlogsjaren in Apeldoorn

De Tweede Wereldoorlog werpt tussen 1940 en 1945 een donkere schaduw over het dagelijks leven in Nederland. Ook Apeldoorn zucht bijna vijf jaar lang onder de bezetting van de Duitsers. Het berust op een misvatting dat het verenigingsleven compleet stil komt te liggen gedurende de oorlog. Bizar genoeg blijft de bal van kort na de Duitse inval tot ver in 1944 ‘gewoon’ rollen.
Met de Slag om Arnhem in september 1944 komt het oorlogsgeweld plotseling gevaarlijk dichtbij. Zuid-Nederland wordt bevrijd. De bewoners van de provincies boven de grote rivieren moeten nog bijna acht maanden, waaronder een zware Hongerwinter, lijden alvorens de Duitsers definitief de wapens neerleggen. Op 17 april 1945 rijden de eerste geallieerde tanks Apeldoorn binnen. Een drietal weken later hijst de gehate bezetter de witte vlag. Drie dagen later op 8 mei na de ondertekening van de capitulatie in hotel De Wereld in Wageningen wordt er op Berg en Bos alweer gevoetbald. In een benefietduel verslaat AGOVV een samengestelde Apeldoornse selectie met spelers van Robur, Columbia, Apeldoornse Boys, Alexandria, Albatross en Ratti (voorloper Victoria Boys) met 5-2.

Drie maanden later staat Apeldoorn tijdens een grootse bevrijdingsmanifestatie andermaal stil bij de herwonnen vrijheid. In het weekend van 11 en 12 augustus 1945 vindt onder meer een optocht plaats van lokale verenigingen en instellingen. Onder aanvoering van vlaggendrager Jan de Boer loopt de jeugd van AGOVV voorop bij deze bijzondere happening.

Vlak voor de oorlog beleefde de AGOVV een hoogtepunt. In 1939 werd de bekerfinale gespeeld tegen VSV uit Velzen helaas een verloren finale maar toch. Het duurt tot 1942 (tijdens de oorlog) eer de Apeldoorners hun eerste titel kunnen vieren: voor 16.000 toeschouwers is een 1-1 gelijkspel in Deventer tegen het Nijmeegse Quick voldoende voor de Oostelijke titel. Door deze regionale titel mocht de club zich opmaken voor de titel Nederlands kampioen 1942 in Den Haag tegen ADO.

Historische Polygoonbeelden van de kampioenswedstrijd op 1 juni 1942 tussen ADO en AGOVV. In het Zuiderpark mocht ADO door een 5-2 overwinning zich Nederlands kampioen noemen.

Harmen Veenhuizen: een betrouwbare sluitpost

Op z’n knieën en getooid met zonneklep ‘kijkt’ Harmen Veenhuizen de bal naast in een door AGOVV met 6-3 gewonnen wedstrijd tegen Wageningen in het seizoen 1947-1948. Met de legendarische goalie onder de lat beleeft AGOVV in de jaren ’40 de grootste successen uit de clubgeschiedenis. Zowel in 1942 als 1949 verdedigt Veenhuizen het doel van de Blauwen equipe die zich tot Oostelijk kampioen kroont en tot twee keer toe strandt in het zicht van de landstitel. Na in hem bijna een decennium lang een meer dan betrouwbare sluitpost van de hoofdmacht te hebben gehad neemt AGOVV in 1950 afscheid van de keeper.
Aan de lofzang die clubblad ‘Blauw en Wit’ bij zijn afscheid over Veenhuizen uitstort, verandert dit niets. Die woorden zijn oprecht en welgemeend: ‘Niet alleen dat Harmen een van de beste doelverdedigers is geweest, die AGOVV ooit heeft gehad, was Harmen een clublid die allen ten voorbeeld gesteld kon worden. Een bescheiden figuur, die nooit iets vroeg, maar alles gaf voor zijn club AGOVV’.

Semi-professioneel AGOVV

Een tiental jaren later, in 1954, wordt in Nederland het semi-betaald voetbal ingevoerd. AGOVV sloot zich daar bij aan en dat betekende dat de spelers werden betaald voor het komen naar de training en wedstrijden. Het Zwarte circuit werd wit. Voor spelers nog steeds geen vetpot maar een aardige bijverdienste naast de baan die men had.

Seizoen 1955-1956 AGOVV – RCH. Volgepakte en sfeervol Sportpark Berg en Bos. De latere kampioen van de 1e klasse A komt op bezoek maar krijgt voetballes eindstand 3-0. RCH komt in de Eredivisie. AGOVV eindigt op een vierde plek wat recht gaf op een plaats in de nieuw te vormen 1e Divisie.

De jaren die volgen waren sportief gezien nogal wisselend. Zowel in de eerste klasse als ook vanaf 1956/1957 in de eerste divisie. Het seizoen 1958-1959 gaat de geschiedenis in als AGOVV’s beste seizoen ooit in de eerste divisie. Achter kampioen Volendam en Leeuwarden eindigt Apeldoorns voetbaltrots als derde.

Staand v.l.n.r. Drosterij, Joop Niezen, Vreugd, van Voorst, Houtveen, de Jong; gehurkt v.l.n.r. Hanskamp, Kruitbosch, Kanselaar, Joop Kluin en de Vries. ESSO serie 1959

Dichter bij de Eredivisie zal AGOVV erna nooit meer komen. Het nestelt zich wel keurig in de middenmoot van de 1e divisie. De toeschouwers vervelen zich geen moment. Getuige de doelcijfers gebeurt er meer dan genoeg bij de 32 wedstrijden die de Blauwen spelen: 71 goals voor, maar ook 61 tegen.

Een aansprekende resultaat behaalt het team van trainer Ben Tap bij de latere kampioen van de eerste divisie B: Alkmaar 54. Op de dag na Sinterklaas 1959  bezocht men Alkmaar het werd 0-0. Een prestatie want na de rust krijgt AGOVV een fikse tegenslag te verwerken als Sietze de Vries geblesseerd raakt. In de 18e minuut van de tweede helft werd De Vries met een brancard naar de kleedkamer gedragen.
‘AGOVV bleef met ‘tien spelers’ in de Alkmaarse branding overeind’ luidt een krantenkop de volgende dag. ‘Met Kruitbosch en Matze als helden’, bleef AGOVV wonderwel overeind. 

Gep Landaal

Tot diep in de jaren twintig bestond het Nederlands elftal vooral uit voetballers uit het westen. De voetbalbond nam niet de moeite om naar de ‘provincie’ af te reizen. Het koste te veel tijd maar nog belangrijker er werd neergekeken op het ‘platteland’ . De verandering kwam zo rond de jaren dertig. Nederland-Noorwegen op 3 november 1929 was in dat licht bijzonder.

Boven: Trainer Bob Glendenning, Gep Landaal, Jan v d Broek, Sjaak de Bruin, Cor Kools, Gejus v d Meulen, Dolf v Kol. Onder: Huub de Leeuw, Puck v Heel, Koos v d Wildt, Manus v Loon en Evert v d Heijden. Olympisch Stadion 1929

Die dag bestond de vijfmans voorhoede voor de eerste keer uit louter ’provincialen’ en helaas, een succes was het niet. De Noren wonnen met een duidelijk 4-1 en vooral het binnentrio kreeg het ervan langs.

Rechtsbuiten was Gep Landaal (AGOVV), rechtsbinnen Cor Kools (NAC), midvoor Manus van Loon (Willem II), linksbinnen Jan van den Broek (PSV) en linksbuiten Evert van der Heijden (Wageningen). Na 1929 vormden nog maar één maal vijf aanvallers van een provincieclub de voorhoede van Oranje. 
Kritiek bij een deel van de pers. Een Amsterdams sportblad noemde Landaal en Van der Heijden ‘boerenkool voetballers’. Een onterecht beeld want Gep was een lange, snelle rechtsbuiten met een mooie voorzet en een hard schot. In de lente van 1929 was hij bij Oranje de feitelijke opvolger Adje Gerritse van ’t Gooi. In het najaar van 1930 moest Landaal plaatsmaken voor de veel kleinere en technisch betere Law Adam. Gep Landaal krijgt in het maatschappelijk leven meer waardering, als directeur/eigenaar van de machinefabriek Landaal-De Schelde. 
Landaal sluit zijn Nederlands elftal-loopbaan op 8 juni 1930 af in het stadion van Ferencváros in Boedapest. Het wordt liefst 6-2 voor de Magyaren. Het Blauwen-idool besluit zijn interlandcarrière in stijl. In de voorlaatste minuut scoort hij het tweede Nederlandse doelpunt.

Joop Niezen

Joop was een grote stevige doelman die door zijn imposante verschijning al op jonge leeftijd opviel. Reeds op 16-jarige leeftijd debuteert hij in het eerste elftal van Quick uit Den Haag. Tijdens zijn Quick-tijd werd hij geselecteerd voor de Uefa-jeugd (16-18 jaar). Na zijn dienst tijd, ten tijde van de Suez-crisis in 1956, speelde Joop vier seizoenen bij AGOVV .  Een mooie carrière rolt zich voor hem uit maar het noodlot zet er een dikke streep door. Joop inmiddels doelman bij DHC breekt op 23 november zijn zijn been in een wedstrijd tegen Elinkwijk . Hij moet een jaar lang revalideren en overziet in die tijd zijn toekomst. Zijn studie aan de sportacademie kan hij nu niet voortzetten hij neemt een voor vele verrassend besluit. Na tien jaar semi-betaald voetbal stopt hij resoluut als actieve sporter. 

Joop Niezen blijft betrokken bij het voetbal, gooit zijn toekomst om en ontwikkeld zich tot een vooraanstaand journalist en via sportpresentator Herman Kuiphof komt hij vanaf 1964 in dienst als sportredacteur voor de VARA-radio, waar hij met steun van leermeester Wim Hoogendoorn verslaggever wordt. Joop herkende men aan zijn sonore stem, maar toch vooral door zijn persoonlijke bijdrage aan het radioprogramma Marathon, de voorloper van Langs de Lijn. Joop stapt over naar het blad Voetbal Internationalals hoofdredacteur.

Afbeeldingsresultaat voor joop niezen journalist.

In die tijd was hij een van de gezichtsbepalende sportjournalisten en wordt erelid van de NSP. De Nederlandse sportpers. Deze staat van dienst is voor het bestuur van ADO kennelijk onvoldoende om Joop, al lid vanaf 1945, een gegarandeerde persplaats toe te wijzen maar elders op de tribune. Dit steekt Joop:
,Vanwege wat lichamelijke gebreken heb ik daar geen trek in. De perstribune kan ik bij ADO nog wel redelijk bereiken. Daar voel ik me thuis. Bovendien, met wat ik gedaan heb voor ADO, de NSP en als journalist voor Langs de Lijn, Voetbal International, Sport International en nog wat meer, zou ik toch levenslang een plaats op de perstribune bij ADO mogen claimen.” Joop heeft onder andere de woorden ‘Bondsbons en Bobo’ geïntroduceerd.

Op 21 februari 1965 speelt AGOVV een 2e divisie wedstrijd uit in Friesland tegen Cambuur Leeuwarden. Eindstand 4-2 met commentaar van Theo Reitsma. Beelden afkomstig uit het media archief van Cambuur

Een benarde situatie voor het doel van Cambuur .

In Apeldoorn wordt in de jaren ’60 dan wel betaald voetbal bedreven, maar eigenlijk mag dat nauwelijks naam hebben. Buitenaards is het allerminst. De hoogtijdagen van weleer lijken voorbij. De degradatie in 1962 naar de tweede divisie luidt feitelijk het begin van het einde in. De gedwongen stap omlaag zet de Blauwen in meerdere opzichten terug op aarde. Terwijl in de jaren daarop de Vietnamoorlog, de Beatles en de minirok de wereld in beroering brengen, voert Apeldoorns voetbaltrots een verwoede strijd om weer hogerop te komen. Tevergeefs. Tot sportpark Berg en Bos zal de Flower Power niet doordringen. Slechts incidenteel fleurt de plaatselijke voetballiefhebber op van de behaalde resultaten.

AGOVV clublied: De trots van Apeldoorn.

Een gedenkwaardige wedstrijd aan het einde van het decennium is het bekertreffen met Feijenoord op 15 september 1968. In de eerste ronde van het seizoen 1968-1969 komen de Rotterdammers op volle oorlogssterkte naar Berg en Bos. De nummer vijftien van de tweede divisie, die de competitie begonnen aarzelend is begonnen met één overwinning en drie nederlagen, vormt zoals mag worden verwacht geen partij voor de lijstaanvoerder van de eredivisie. De 7.000 toeschouwers zien Wiegmink in de twintigste minuut een heldendaad verrichten door een strafschop van Henk Wery te keren. De AGOVV keeper houdt zijn doel nochtans niet schoon. Door doelpunten van Rinus Israel, Henk Wery, Willem van Hanegem en twee keer Wim Jansen freewheelen de gasten naar een 5-0 overwinning. Aanvallend heeft AGOVV niets tegen het Rotterdamse geweld in de melk te brokkelen. ‘Feijenoord-defensie trad nogal hard op’ wordt uit een krantenkop duidelijk hoe het illustere duo Israel-Laseroms de Apeldoornse voorwaartsen in toom houdt.

Willem ‘de kromme’ van Hanegem en Coen Moulijn combineren zich een weg.

Terug naar de amateurs door een “foutje”.

In 1971 trok de KNVB een dikke vette streep door het betaalde voetbal. Vele clubs zo vond men in Zeist waren niet levensvatbaar. Een toeschouwers aantal van 2000 gemiddeld per jaar was de ondergrens. Van de 51 clubs vielen er 12 af waaronder AGOVV. Bizar want op Berg en Bos lag het gemiddelde boven de grens. De club had echter een lager aantal opgegeven om de gemeentelijk vermakelijkheidsbelasting te ontlopen. De 2e Divisie werd opgeheven. Protestaktie in Apeldoorn Korte film uit 1971 van Carol Hessels tegen het uitzetten van AGOVV uit het betaald voetbal door de KNVB. In 2003 trad AGOVV weer toe tot het betaalde voetbal en sinds 1 juli 2003 gebruikte de club voor de profsectie de naam AGOVV Apeldoorn. AGOVV Apeldoorn kwam sinds het seizoen 2003/2004 uit in de eerste divisie van het betaald voetbal in Nederland.

Blauw wit AGOVV strijkt de vlag.

Op 11 december 2012 gaf de rechtbank AGOVV vier weken de tijd om een reddingsplan te overleggen. Begin januari 2013 gaf de tuchtcommissie van de KNVB de club twee punten in mindering in verband met de financiële problemen. Daarmee zakte AGOVV van de elfde naar de veertiende plaats op de ranglijst. Op 8 januari werd bij verstek het faillissement van AGOVV uitgesproken. Het doek viel voor de profclub AGOVV definitief op 11 januari 2013, toen namens haar bestuur werd meegedeeld dat werd berust in het faillissement. Door externe investeerders werd de amateurtak gered. Ook bleef Sportpark Berg en Bos behouden.

Een video reportage over de situatie rond Sportpark Berg en Bos.