ADO Den Haag

1925: Opening Zuiderpark

(Alles Door Oefening) HFC ADO is opgericht op 1 februari 1905. De club zag het levenslicht in het toenmalige café ‘Het Hof van Berlijn’ aan de Papestraat 32 in Den Haag. Het café was eigendom van de vader van één van de jongens (Jan van Gulik) die de club oprichtten. Het waren jongens die destijds dagelijks na schooltijd voetbalden aan de voet van de Haagsche Toren. Voetbal was toen nog een sport die officieel werd beoefend door jongens uit de hogere milieus. Geleidelijk breidde de populariteit van het voetbal zich uit naar bredere lagen van de bevolking. In het seizoen 1907/’08 werd de club voor de eerste keer kampioen’bij de Haagse Voetbal Bond. In 1913 stapte ADO over naar de 3e klasse bij de Nationale Voetbal Bond. Het seizoen 1913/1914 ging de boeken in als het jaar waarin ADO beslag legde op haar eerste kampioenschap in de NVB. Het plaatste zich voor een promotie/ degradatie-competitie. Voor ADO was deze competitie te hoog gegrepen en zodoende bleef men in de 3e Klasse.

1914/1918: De Eerste Wereldoorlog

Van 1914 t/m 1918 stond Europa in brand door de Eerste Wereldoorlog. Nederland werd geen prooi der vlammen maar moest in die tijd wel waakzaam zijn. De algehele mobilisatie die in Nederland werd uitgeroepen ontwrichte de maatschappij en sportieve leven in Nederland. Vlak voor het seizoen zag ADO veel leden naar hun garnizoensplaatsen afreizen. In 1918/1919 promoveerde de club naar de 2e klasse . Dat was ook het jaar waarin de club voor het eerst te bewonderen was in een Rood-Groen shirt met Witte broek. 

Op 29 mei periode 1926/1927 maakte ADO de volgende stap nu naar het hoogste niveau van Nederland. In het Zuiderpark werd met man en macht aan een tribune gewerkt, die op 28 oktober 1928 voor het eerst in gebruik werd genomen.

1931/1932. Kees Quax
Seizoen 1931-1932. Achter: v.l.n.r: C. Quax, C. van Maren, F. Vogel, W. de Korte, H. Breitner, A. van Eembergen, M. Weber en H. Groot . Voor: Gerard Tap, C. van Osch en Wim Tap.

Clubicoon: Wim Tap succesvol voetballer en trainer.

Wim Tap.

Wim is geboren op 3 oktober 1903 te Den Haag en speelde aanvankelijk samen met zijn drie jaar oudere broer Gerard bij VIOS. Samen gingen beide in de zomer van 1922 naar ADO. Er werd gespeeld aan de Nieuwe Parklaan op het Sportpark Zee en Duinen. Daar kwamen de kwaliteiten van de geboren aanvaller direct aan het licht: tweebenig, gave technicus en pingelaar pur sang. Na de verhuizing naar het Zuiderpark in 1925 was er voor Tap in het seizoen direct een hoogtepunt. Dat seizoen realiseerde hij liefst zes hattricks en werd hij op 25 oktober 1925 debutant bij Oranje en dat terwijl ADO 2e klasse speelde. Het was een wedstrijd in Amsterdam tegen Denemarken waarbij Wim Tap ook nog de openingsgoal maakte in een wedstrijd die met 4-2 werd gewonnen.

25 oktober 1925. In Amsterdam Nederland – Denemarken 4-2. Wim Tap links haalt uit.

In het seizoen 1926/1927 speelde ADO zijn laatste jaar in de 2e klasse. Vanaf nu vinden we de club alleen nog in de allerhoogste voetbalklasse. In dat jaar vestigde Wim Tap een buiten gewoon record dat nu nog steeds fier overeind staat: Tap scoorde op 16 januari 1927 tijdens ADO-LSC 12-0, liefst zevenmaal en daaronder waren twee hattricks. Tap ontwikkelde zich tot een aanvaller van buitengewone, zelfs internationale klasse. Hij verhief zijn pingelneigingen tot ware kunst, passeerde tegenstanders alsof zij er niet stonden. Hij oogstte bewondering bij de toeschouwers, maar zijn echte fans waren ook vaak de wanhoop nabij. Dat kwam omdat Tap niet zo snel was en daardoor puur vertrouwde op zijn intuïtie en techniek. Soms tartte hij tegenstanders die hij had gepasseerd door hen demonstratief op te wachten, om hen ten tweede male voorbij te streven. Hetzelfde deed hij met vijandelijke keepers. Dat uitdagende gepingel demonstreerde Tap ook in Oranje. Het lied ‘Trap, trap, trap dan toch Tap’ op de wijs van ‘Trink, trink, trink, Brüderlein trink’ gaf exact zijn speelwijze weer. 

1931/1932. Wim Tap

Vanaf zijn debuut in 1925 speelde Tap zeventien interlands op rij in Oranje. Zijn achttiende optreden moest een hoogtepunt worden. Echter, uitgerekend op die 30ste mei 1928 ontbrak hij. Het was de Olympische interland tegen Uruguay, dat werd beschouwd als ’s werelds sterkste landenteam. Juist die interland, waarin het er voor Oranje op aan kwam, was Tap gepasseerd! Een persoonlijk dieptepunt. Debutant Bertus Freese van Heracles speelde op zijn plek. Woest was de Hagenaar, die stadgenoot en aanvoerder Harry Dénis van HBS ervan verdacht daarachter te zitten. En misschien had het ook te maken met het milieuverschil, tussen internationals van de clubs van gegoede burgers versus de arbeidersclubs, waarvan ADO en Tap exponenten waren. Uruguay won de interland met 2-0 en plaatste zich voor de finale, waarin het de Olympische titel zou prolongeren. Eén interland speelde Tap samen met zijn broer Gerard. Dat was op 2 december 1928, uit tegen Italië dat met 3-2 won. Tap nam wel de twee Nederlandse treffers voor zijn rekening. Zijn laatste interland speelde Tap op 3 maart 1931 (België-Nederland 4-2). Hij was toen nog pas 27 jaar. Op zijn 31ste stopte hij als actief voetballer bij ADO waarin hij in 274 competitiewedstrijden 239 doelpunten scoorde. Het was midden in de crisisjaren. Tap was stukadoor, later kastelein en met het geven van trainingen verdiende hij nog een broodnodig extra centje bij. Maar dat was in strijd met de amateurreglementen.

26 augustus 1941: ADO trainer Wim Tap op weg naar een zeer succesvol seizoen.

De KNVB stond niet toe dat actieve voetballers met hun sport geld kregen. Dit noopte Tap het voetballen eraan te geven en zich volledig te gaan wijden aan het trainerschap. Hij volgde Otto Höss hem op, de Oostenrijker die speciale aandacht besteedde aan de ontwikkeling van jeugdvoetballers. Zo verruilde Wim in 1936 het Rood-Groene shirt van ADO voor het trainingspak. Prompt pakte de ploeg onder leiding van de nieuwbakken trainer een prijs, de Zilveren Bal. In het seizoen 1941/1942 behaalde hij de eerste landstitel voor ADO. Wim Tap overleed op 24 september 1979.

1940/1945: Voetballen tijdens de 2e wereldoorlog.

Nadat ADO intrek in het Zuiderpark had genomen groeide de vereniging en probeerde de club het eerste klasse te halen. In mei 1940 eindigde de voetbalcompetitie in een bezet Nederland. De als ‘noodcompetitie’ bestempelde reeks wedstrijden eindigde voor ADO teleurstellend met weer een gemiste afdelingstitel. Nu was het Amsterdamse Blauw Wit te sterk en de reden kan gezocht worden in het feit dat enkele eerste elftalspelers opgeroepen en gemobiliseerd waren.

22 juni 1942: Leidsch dagblad.

Er wordt inmiddels weer ‘gewoon’ gevoetbald en gedurende de oorlogsjaren wordt ADO driemaal kampioen. In het seizoen 1940/1941, moest de selectie het in de nacompetitie af leggen tegen landskampioen Heracles. Een jaar later, periode 1941/1942 , krijgt ADO kans op revanche en hiervan zijn unieke Historische Polygoonbeelden gemaakt. Het is de laatste wedstrijd uit een serie van acht om de landstitel. Op 21 juni 1942 tussen ADO en AGOVV. In het Zuiderpark mocht ADO door een 5-2 overwinning zich Nederlands kampioen noemen.

1942: Sportief gebaar werd politiek geduid.

Op het eerste kampioensfeest van ADO staan enkele spelers met een gebalde vuist te zwaaien op het moment dat er een foto werd genomen. Dit wordt door de Duitsers geïnterpreteerd als een ‘communistische groet’ en men dreigt de club met opheffing, ontbinding en schorsing.

ADO kon dit voorkomen door een wedstrijd te spelen in het kader van de, op Nationaal-Socialistische leest geschoeide, Winterhulp tegen HBS. ADO probeerde op slinkse wijze het publiek niet naar de wedstrijd te laten komen, want als bezoeker betaal je dan mee aan een nazi-initiatief, de populariteit van beide clubs brengt ‘helaas’ nog 2800 gulden op. De door de bezetter aangestuurde pers benadert de wedstrijd echter in termen als ‘ADO neemt initiatief tot wedstrijd voor Winterhulp’. Tijdens de wedstrijd is er een grote schare NSB’ers in uniform aanwezig. Pas in 1979 wordt ADO gezuiverd van alle NSB-blaam nadat journalisten van weekblad Vrij Nederland een uitgebreid onderzoek hadden gedaan na de ware geschiedenis.

Historie - Groen Geel Hart
1942/1943: Feestende ADO selectie na een 1-3 overwinning op Feijenoord in De Kuip.

In het seizoen 1941/1942 wordt ADO opnieuw 1e klasse kampioen en weet de club opnieuw beslag te leggen op de Nederlandse titel. Een jaar later prolongeerde ADO dit kunststukje door een beslissingswedstrijd te winnen van Hermes DVS met 2-1. Vervolgens door de landstitel 1942/1943 te winnen na concurrent Feijenoord in de Kuip met 1-3 te verslaan.

1950: Uittocht van de smaakmakers.

In de jaren 1950 speelde ADO met witte broek en rood shirt waarop een smalle groene ‘V’ was aangebracht. De jaren 1960 droeg men een rood shirt met een verticale groene baan. De broek was daarbij wit en de kousen vaak zwart. Net als vele andere clubs overkwam het ADO ook dat enkele zeer getalenteerde spelers begin jaren 1950 als voetbalprof in het buitenland gingen spelen. De KNVB was zeer conservatief, en terwijl in Europa het betaald voetbal de gewoonste zaak was, hield Zeist vast aan het amateur systeem. Zo raakte ADO, Theo Timmermans aan Nîmes Olympique kwijt, Bram Appel aan Reims en Toon Bauman aan Nantes.

1955 ADO

In 1953 werd de Nederlandse Betaald Voetbal Bond opgericht. 10 nieuw opgerichte voetbalstichtingen sloten zich aan en begonnen een profcompetitie. De KNVB werd overdonderd door zoveel voortvarendheid en kamen tot een een akkoord met de ‘wilde’ bond. Na enige maanden werd er onder toezicht van de KNVB de eerste officiële semi-profcompetitie gestart. Op 28 november 1954 kregen met ADO zo een 80 verenigingen, de vuurdoop in het profvoetbal. Zij waren allemaal, op een aantal voorwaarden, in het bezit van een betaald voetballicentie. De eerste wedstrijd is thuis tegen EDO. Dat blijkt een lastige tegenstander want na negentig minuten is de eindstand 1-2. Er zijn 10.000 toeschouwers op af gekomen en zij zien Valks de eer van de club redden. Een week later op zondag 5 december pakt ADO haar eerste punt, op visite bij Sparta werd het 1-1. Met een fraaie vijfde plaats eindigt de club het eerste prof jaar 1954/1955 maar helaas is die plaats niet voldoende voor de eredivisie, een jaar later.

In de 1e divisie A werd ADO in 1956/1957 kampioen. Het volgende seizoen 1957/1958 was opnieuw succesvol,: men bereikte de 5de plaats in de eredivisie en in dat seizoen werden grootmachten als Ajax en Feyenoord in het Zuiderpark met klinkende cijfers verslagen (6-3, 3-1). ADO zat dicht tegen de top aan zoals op 17 juni 1959 toen de Rood-Groenen de bekerfinale, speelden maar waarin VVV met 4-1 te sterk was. De toon naar de subtop was in ieder geval gezet.

Seizoen 1958/1959. Staand v.l.n.r: Frans Kok, Wim Timmermans, Jan v.d.Meer, Henk Jans, Huub Scherpenisse en Guus Haak. Zittend: Harry Vreken, Harry den Engelse, Carol Schuurman, Mick Clavan en Lex Rijnvis.

Clubicoon: Trainer Ernst Happel: Kein keloel, foezzbal spelen”.

Ernst Happel: 1965

Zonder het kleinste vermoeden, is het aantreden van Ernst Happel in de zomer van 1962 een beslissing. die ADO goed op de kaart zet. Ernst is een Oostenrijkse international en voetbalcoach. Als speler verdedigde hij meer dan 10 jaar lang, als stopperspil, de kleuren van SK Rapid Wien. Hij werd in totaal ook 51 keer geselecteerd voor de nationale ploeg van Oostenrijk. De trainer heeft iets mysterieus over zich, een waas van onaantastbaarheid die hij zelf cultiveert door nauwelijks te praten en al helemaal niet met zijn spelers. Met de altijd aanwezige sigaret in een mondhoek, merk Belga, wijst hij waar de bal moet komen. Voor een tweede keer uitleggen zit er niet in, dan doet hij dat maar zelf en plaats de bal met veel gevoel op de juiste plek. Het liefste zit hij in een Wiener Konditorei onder landgenoten te kaarten aan de Lange Poten. De spelers zijn onder de indruk.

Tram: Affiche Bekerfinale 1966

Happels aanpak “Kein geloel, fuszball” spielen ” pakte uitstekend uit bij een elftal dat voor een groot gedeelte bestond uit Haagse straatschoffies. Na een stroef begin eindigde ADO in 1964/1965 op de derde plaats in de eredivisie. Enkele Hagenezen uit die tijd waren Harry Heijnen, Piet de Zoete, Theo van der Burch, Aad Mansveld en doelman Ton Thie. ADO mocht daardoor voor het eerst aan een internationaal toernooi meedoen: om de International Football Cup. Dit succes herhaalde zich in 1966. ADO haalde opnieuw een hoge klassering. Men bereikte de halve finale te waarin het verloor van FK Inter Bratislava. Onder Happel bracht ADO, tot viermaal toe de finale van de KNVB beker. In 1963 verlies thuismet 0-3 tegen Willem II), een jaar later einde bekerseizoen 1963/1964 is het 0-0 tegen Fortuna ’54) en beslissen penalty’s.

Na hele serie bekerwedstrijden in 1965/1966 behaald ADO opnieuw een finale. Nu is  Sparta de opponent.

Vijfmaal is scheepsrecht

In 1967/1968 is er dan opnieuw een kans op de heilige graal. Het is geen makkelijke opgave want landskampioen Ajax is de opponent. De Hagenaars gaan de strijd met opgestroopte mouwen aan en slaan voor de rust twee keer toe via een piepjonge Lex Schoenmaker en Kees Aarts. Piet Keizer scoort in de tweede helft nog de aansluitingstreffer, maar daar blijft het bij. ADO- Ajax 2-1 Na vier mislukte pogingen in acht jaar wint ADO voor de eerste keer de KNVB beker.  

4 juni 1968: Friese koerier.
Voetbal, KNVB-beker, Finale ADO-Ajax (uitslag 2-1), stadion Zuiderpark Den Haag, Nederland 3 juni 1968. Foto: ADO heeft zojuist het tweede en beslissende doelpunt gescoord. Heijnen (nr7) feliciteert Aarts (nr 11) die het doelpunt maakte, Ton Pronk en doelman Gert Bals zijn verslagen.
1968 KNVB Bekerfinale ADO- Ajax 2-1. Op de voorgrond een verslagen doelman Gert Bals en Tonnie Pronk. Links feliciteert no 7 Heijnen zijn teamgenoot Aarts no 11 met de beslissende 2-0.

Clubicoon: Theo Timmermans, schildert zijn eigen toekomst

Kort na de 2e wereldoorlog begon Timmermans zijn voetbalcarrière bij ADO  om in 1949 voor het eerst te worden opgeroepen voor het Nederlands elftal, voor een wedstrijd tegen Frankrijk. Theo scoort in de eerste helft van de wedstrijd een hattrick en bepaalt zo mede de ruime 4-1 overwinning van Oranje. Hij is een tactisch sterke binnenspeler in een vijfmans voorhoede. In 1950 vertrekt hij naar het Franse Olympique Nîmes. En omdat hij daarmee een profcarrière startte, werd hij niet meer uitgenodigd voor het Nederlands elftal, dat destijds nog geheel uit amateurvoetballers moest bestaan. De KNVB hield het betaalde voetbal nog heftig tegen en strafte iedereen die zich liet betalen. Dit in tegenstelling tot de omringende landen. De druk op deze conservatieve houding werd steeds groter.

1953. Watersnoodelftal. Boven: Gerrie Vreeken, Rinus Schaap, Cor van der Hart, Frans de Munck, Joop de Kubber, Arie de Vroet en Trainer Edmund Delfour. Onder: Bram Appel, Kees Rijvers, Jan van Geen, Theo Timmermans en Bertus de Harder.

In 1953 is Timmermans samen met Bram Appel de initiatiefnemer van de Watersnoodwedstrijd, een voetbalwedstrijd in Parijs tussen in het buitenland spelende Nederlandse voetbalprofs en het Franse nationale elftal, waarmee geld wordt ingezameld voor slachtoffers van de Watersnood. De match wordt gezien als directe aanleiding voor het ontstaan van het betaald voetbal in Nederland. De publieke opinie was sterk op de hand van de voetbalprofs en in 1954 ging de KNVB om. Voor Timmermans de mogelijkheid, om in Nederland, profvoetbal te spelen en terug te keren bij ADO. Ook werd hij weer uitgenodigd om zijn comeback bij het Nederlands elftal te maken.

1963: Theo Timmermans in duel met Leon Aernaudts tijdens een wedstrijd van ‘Oud Internationals’ Nederland-België

Theo kreeg rond 1955 een conflict met de toenmalige bondscoach Max Merkel. Merkel bepaalde dat spelers voor een interland drie dagen bijeen moesten komen op het trainingscentrum op Overveen. Theo die een schildersbedrijf had zag dat niet zitten gezien de inkomsten derving. Daarbij was het voetbal nog in een pré-professionele tijdperk. Uiteindelijk speelde Theo twaalf interlands, waarin hij vier keer scoorde. In 1960 beëindigt Theo Timmermans zijn voetballoopbaan en wordt hij de eerste voorzitter van de  Vereniging van Contractspelers (VVCS). Theo Timmermans geboren in Den Haag overleed op 6 december 1995 op 69 jarige leeftijd.

Deze kassahuisjes bij het Zuiderpark zijn ooit in 1924 gebouwd. Het is recent gerenoveerd na de supportersactie ‘Red de kassahuisjes, sponsor een baksteen’.

Clubicoon: Guus Haak en een bewogen jeugd.

Guus Haak.

Guus Haak werd geboren op 17 april 1937 in Den Haag aan de rand van de tweede wereldoorlog, heeft een bewogen jeugd. Hij is acht jaar als zijn vader Pieter Haak aan het eind van de 2e wereldoorlog wordt opgepakt wegens een overval op een café. Het is dan 13 februari 1945 en via de Scheveningse gevangenis beland hij in kamp Amersfoort. Vervolgens wordt hij op transport gesteld naar Neuengamme daar komt Pieter Haak op 18 maart aan. Het Rode Russische leger rukt op en de Duitsers besluiten met een passagiersschip de krijgsgevangen te evacueren. De Duitsers wilden geen sporen van het vernietigingskamp achterlaten

Cap Arcona

Het schip, de Cap Arcona wordt op 3 mei 1945 op volle zee door Britse geallieerden gebombardeerd in de Lubeckerbucht bij Neustadt. De Britse geallieerden waren niet op de hoogte van de vele gevangenen. Daarbij verliezen 5000 opvarenden het leven waarvan 300 Nederlanders en Pieter Haak. Drie jaar lang wacht Guus drie keer in de week op Hollands Spoor in de hoop dat zijn vader terugkomt. Zijn moeder heeft de zorg voor haar zoon en twee dochters. In 1949 trouwt ze voor de tweede keer nu met Jan Visbeen. 

Guus begint te voetballen bij de plaatselijke VCS. en als hij 16 jaar is speelt hij in het 1e elftal. Het betaald voetbal is inmiddels gestart en Guus maakt in 1956 hij de overstap naar ADO. Hij doet de onderhandelingen zelf en vraagt de Haagse club 3500 gulden voor de transfer. ADO ziet voldoende potentie en gaat in op zijn eis. Guus Haak is een technische verdediger. Hij is handig aan de bal, kan zijn medespelers vrij voor de keeper zetten maar aan een vuile broek heeft hij een hekel. Guus krijgt in zijn ADO-tijd te maken met de Oostenrijkse trainer Ernst Happel. Hij debuteert op 25 jarige leeftijd in het Nederlands elftal. Op 11 november 1962 is hij rechtsback in de wedstrijd tegen Zwitserland en de enige debutant in het team. De Zwitsers leggen het zwaartepunt van hun aanvallen op Guus Haak. Maar dit is een misrekening. Hij laat zich niet van de wijs brengen door het veelvuldig switchen. Nederland komt op een 1-0 voorsprong door een eigen doelpunt. Vlak voor rust scoort Zwitserland de gelijkmaker. Vonlanthen, de Zwitser schiet de bal in de rechterhoek maar Guus schiet de bal van de doellijn. Helaas ziet de scheidsrechter een treffer. Uiteindelijk wordt de wedstrijd met 3-1 gewonnen.

12 februari 1961. ADO-PSV 2-1. Guus belet topspits Coen Dillen te scoren.

Guus Haak kan tevreden terugkijken op zijn debuut, door zijn rustige en doortastende optreden. Oranje is blij en Friesland is trots want via zijn moeder is er een lijn door haar Friesche voorouders. In het totaal komt Guus tot 14 interland wedstrijden in zijn carrière. Aan het eind van het seizoen 1962/1963 gaat Guus van ADO naar Feijenoord. De Rotterdamse club betaalt 175.000 gulden voor hem. Het is de duurste transfer tot dan toe in de vaderlandse geschiedenis. Na zeven seizoenen zoekt hij Den Haag weer op en op 33-jarige leeftijd gaat hij naar Holland Sport voor een transfer van 3000 gulden. In de voorbereiding raakt hij zwaar geblesseerd aan de meniscus. Hij kan enkele maanden niet voetballen en terug raakt hij opnieuw geblesseerd aan zijn knie. Aan het eind van het seizoen besluit hij enigszins teleurgesteld te stoppen met betaald voetbal. Hij had een mooier afscheid verdiend.

Clubicoon: Haagse Aadsjuh ‘het boegveld‘.

Adriaan (Aad) Mansveld geboren in Den Haag op 14 juli 1944 begon zijn carrière bij ADO in 1964 en bleef de club jarenlang trouw. Net als zijn vader leerde Aad Mansveld het vak van verwarmingsmonteur dat hij tot 1968 beoefende. Pas in 1970 werd Mansveld fulltime profvoetballer. Sinds zijn achtste jaar was hij al lid van de Haagse voetbalvereniging ADO en op zijn vijftiende werd hij actief voetballer. Op 20-jarige leeftijd maakte hij als voorstopper zijn debuut in het eerste prof-elftal van ADO. In zijn carrière zou hij 191 wedstrijden spelen en 23 doelpunten maken. Als voorstopper ontwikkelde Aad Mansveld zijn grootste kwaliteiten: het inschuiven op het middenveld, het schot van lange afstand en de feilloze pass over tientallen meters.

Ook werd hij gevreesd voor het opzetten van één-tweetjes met de middenvelders zoals Dick Advocaat of Piet de Zoete teneinde tot scoringspogingen te komen. Een vergelijking met de stijl van Franz Beckenbauer ligt daarbij voor de hand. Als aanvoerder van het team was hij het boegbeeld, een situatie waaraan hij enigszins moest wennen. Een voorbeeld dat vaak wordt aangehaald is de opzettelijke handsbal in een wedstrijd tegen Ajax zodat de Amsterdammers de wedstrijd wonnen.

Duels tussen Johan Cruijff en Aad Mansveld een lust voor het oog.

Dit was nodig omdat ADO in 1968 de KNVB beker van Ajax had gewonnen en pas deel kon nemen aan de Europa Cup II- als Ajax kampioen zou worden. Door de handsbal kreeg Ajax een penalty, scoorde en won met moeite de wedstrijd. Door zijn prestaties kwam Aad in de belangstelling van internationale clubs maar als Hagenees kon hij kennelijk niet buiten het Zuiderpark en bleef Mansveld bij ADO. Na de fusie van ADO met Holland Sport ging Mansveld in 1971 mee naar FC Den Haag waar hij het tot 263 wedstrijden (46 doelpunten) bracht.

1972 Nederland – Noorwegen 9-0 WK Kwalificatie: Neeskens 3x Brokamp 2x Cruijff 2x Keizer 1x de Jong 1x Boven: Jan van Beveren, Theo de Jong, Dick Schneider, Aad Mansveld, Ruud Krol en Barry Hulshoff. Beneden: Piet Keizer, Theo Pahlplatz, Johan Cruijff, Johan Neeskens en Willem van Hanegem.

Op 30 augustus 1972 debuteerde Mansveld in het Nederlands elftal tegen Tsjecho-Slowakije en speelde zes interlands. Aad scheurde in de aanloop naar het WK in Duitsland zijn een enkelband en de kans op een groot toernooi viel in duigen. Haagse Aadje, de onbetwiste clublegende en een toonbeeld van onverzettelijkheid en ‘Haagse Bluf’ won twee maal de KNVB beker. Aan het eind van zijn loopbaan speelde hij nog enkele seizoenen voor  Feyenoord en FC Utrecht, om zijn loopbaan in 1982 te beëindigen bij zijn eerste en enige liefde FC Den Haag. Hij speelde in totaal 559 wedstrijden in de Eredivisie, waarin hij als laatste man het ongebruikelijk aantal van 69 doelpunten maakte.

Bij het nieuwe ADO Stadion staat op het Heldenplein een standbeeld van Mansveld. Aad Mansveld overleed op 5 december 1991 aan de gevolgen van longkanker en werd 47 jaar. Hij had ironisch gezien van 1968 tot 1969 een eigen sigarenwinkel, was getrouwd en had twee kinderen. In een Haags woonwijkje is een Aad Mansveldstraat naast andere topvoetballers zoals : Beb BakhuysAbe Lenstra en Bertus de Harder .

Europacup historie van ADO en FC Den Haag

Vanaf het begin van het betaalde voetbal speelt ADO onafgebroken in de Eredivisie. Niet alleen is dat een prestatiemelding waard maar veelal eindigt de club na 1964 zelfs bij de bovenste vijf. Dat betekent dat ADO ook Europees een gezicht krijgt en de supporters mee kunnen liften. Daarin een rol kunnen spelen is vraagt meer dan ‘Haagse bluf’ en dat lukt de Hagenezen niet. Overigens de meeste inwoners van Den Haag vinden dat er een verschil is. Een Hagenaar is iemand die in Den Haag woont, maar er niet (per se) is opgegroeid. Maar als je Haagse wortels hebt, er geboren en getogen bent, dan ben je een Hagenees. Tenminste: dat zullen de meeste Hagenezen zeggen. Een echte Hagenees zegt natuurlijk ‘Hageneis’.

Op 1 juli 1971 ontstond FC Den Haag uit een fusie van de ADO en het Scheveningse Holland Sport.  Twee clubs met twee verschillende culturen, de één Haags, de ander Schevenings, werden gedwongen samen te gaan. De gemeente Den Haag beloofde met veel subsidiegeld de verschillen te zullen helen en te hopen op wonderen op Europees niveau. De fusie met Holland Sport leverde de verwachting van ‘inter’nationale successen op. FC Den Haag verandert het thuistenue in geheel groen met rode broek. De beste Europese resultaten worden behaald in 1975 wanneer de kwartfinale wordt gehaald. Via het Deense Vejle BK, het Franse Racing Club Lens gaat ADO op voor de kwartfinale.

Thuis tegen het Engelse West Ham United FC uit oost Londen behaald de in het wit spelende formatie een klinkende 4-2 overwinning. De kritieken zijn zeer lovend voor Aad Mansveld. Hans Kraay noemde hem als verslaggever van NRC Handelsblad “de held van het Zuiderpark”, Paul Annema sprak in de Volkskrant van een indrukwekkende aanvoerder”. In het Algemeen Dagblad omschreef Lex Muller, Mansveld als de “stuwende kracht achter de ploeg”. Mansveld was de architect achter vrijwel alle Haagse aanvallen, aldus De Volkskrant. Doelpunten : 13-Mansveld 1-0, 15-Mansveld 2-0, 38-Mansveld 3-0, 44-Schoenmaker 4-0, 50-Jennings 4-1, 59-Jennings 4-2. Scheidsrechter Glöckner. Toeschouwers 29.297 Geniet na met spelers als Mansveld, Kila en Schoenmaker in videobeelden.

Een Europese sensatie gloort. Echter wanneer een week later de oversteek wordt gemaakt maken, de Hammers in het Upton Park binnen dertig minuten met een 3-0 een einde aan het Haagse sprookje. In de tweede helft veert ADO nog op en maakt Lex Schoenmaker 3-1. Dat wordt ook de einduitslag en kan de club weliswaar teleurgesteld maar met een bijzondere ervaring en opgeheven hoofd terug naar de residentie. West Ham United haalt in dat seizoen de finale van het Europacup 2 toernooi maar verloor van het Brusselse Anderlecht.

ADO clublied