EVV Eindhoven

De geschiedenis van EVV Eindhoven gaat terug naar 16 november 1909 toen de clubs Eindhovia en Sparta fuseerden.  In eerste instantie werd de naam E.V.V een afkorting van Eindhovense Voetbal Vereniging later, na samenvoeging met Gestel, rond 1921 wordt het huidige E.V.V. Eindhoven de naam.

Sigarenbandje

De clubkleuren worden, op verzoek van burgemeester Piet van Mens, Blauw-Wit, afkomstig uit het wapen van de stad Eindhoven. E.V.V. begint te spelen in de Brabantse competitie en de eerste velden liggen aan de Aalsterweg en worden door de gemeente in 1934 aangelegd. Dit sportpark gaat later, rond de eeuw wisseling het Jan Louwers Stadion heten.

  Sportpark Aalsterweg

De eerste wedstrijd speelde EVV tegen landskampioen Ajax. Het werd een debacle eindigend in een 8-2 nederlaag. In de jaren dertig bungelt Eindhoven steeds in de onderste regionen van de competitie, maar in de KNVB beker weet het toch succes te boeken. Op 12 juni 1937 veroverd Eindhoven de K.N.V.B. beker door De Spartaan in de finale te Amsterdam met 0-1 te kloppen. De weg omhoog is ingezet want in het seizoen 1938/39 wordt EVV, kampioen in de 1e klasse zuiden en mag het met de andere regio kampioenen AjaxDWS, N.E.C. en Achilles 1894 uitmaken wie er landskampioen wordt. EVV Eindhoven wordt uiteindelijk vierde en houdt alleen Achilles achter zich. Ook in 1942 wordt Eindhoven kampioen van 1e Klasse Zuid. Eindhoven had in dat jaar de minst gepasseerde achterhoede van Nederland, 22 wedstrijden, slechts 16 maal gepasseerd. Deze achterhoede bestond uit: Piet van Veghel (doel), Piet Giesbers, Toon Schampers en spil Huub van Gemert.

Noud van Melis –  E.E.V. Eindhoven 

De jaren vijftig, onder leiding van trainer Wim Groenendijk, kunnen wel de meest succesvolle jaren genoemd worden. In 1950 maakt Noud van Melis als eerste international van Eindhoven zijn debuut in het Nederlands voetbalelftal. Ook Frans Tebak en Dick Snoek zouden snel voor Oranje spelen.  Na eerst tweemaal op de tweede plaats te zijn geëindigd, werd in het seizoen 1952-1953 het kampioenschap behaald.
In de afdelingscompetitie 1952/1953 hebben Eindhoven en PSV beide 37 punten weten te verzamelen uit 26 wedstrijden.

Eindhoven – PSV 2-1 Moeder aller overwinningen !!

Niets doelgemiddelde, niets doelsaldo, want het toenmalige reglement van de KNVB schrijft een beslissingswedstrijd voor. De gigantische publieke belangstelling brengt zelfs de Rotterdamse Kuip even als locatie in beeld. Men besluit evenwel de supporters, in de naoorlogse jaren van de wederopbouw, niet onnodig op reiskosten te jagen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1327283_V169_972.jpg
Boven: Wim Groenendijk, Frans v Kemenade, Lambert van Tuyl, Jan Hansen, Frans v Tuyl, Frans Tebak, Jo Tebak. Onder: Jan Louwers, Piet v Rooy, Noud v Melis, Dick Snoek en Willy Schmidt 1954

Plaats van handeling wordt stadion De Vliert in Den Bosch. Ruim 30.000 toeschouwers, voor het overgrote deel afkomstig uit de Lichtstad, zien de moeder aller overwinningen van Eindhoven. Via een hevig betwiste strafschop, benut door aanvoerder Frans van Tuijl, nemen de blauw-witten al snel de leiding. Coen Dillen maakt met een afstandsschot gelijk, maar kort na rust scoort Piet van Rooij het winnende doelpunt. Het feest na de ‘moeder aller overwinningen’ houdt wat al te lang aan. In de kampioenscompetitie met RCH (Heemstede), Sparta en Vitesse komt het team dan ook maar moeizaam op dreef. Toch dwingt de ploeg nog een beslissingswedstrijd tegen RCH af, maar die gaat – in De Kuip! – na verlenging met 2–1 verloren. Net als in 1942 is Eindhoven Vizemeister, maar de drang naar revanche overheerst uiteraard de tevredenheid over dit resultaat.

Kleedkamer geluk 1954 landskampioen. Trainer Groenendijk, Jan Louwers en Piet van Rooy.

De landstitel: 1954

In de afdelingscompetitie weet Eindhoven dit jaar concurrent Willem II achter zich te houden. Cruciaal daarbij is de 5–4 thuiszege op de Tilburgers. Kort na rust kijkt Eindhoven tegen een 4–1 achterstand aan, maar het elftal knokt zich op weergaloze wijze terug. Toon Feijen scoort de vijfde en winnende treffer. De titel wordt, net als in 1939 en 1942, in Tilburg behaald, nu door bij Willem II in een regelrechte thriller met 3–3 gelijk te spelen. In de kampioenscompetitie treft men DOS (een voorganger van FC Utrecht), het hoofdstedelijke DWS en PSV. Na vier speelronden hebben alle ploegen vier punten.

Vervolgens declasseert Eindhoven de rood-witte stadgenoot, aan de Frederiklaan nog wel. De wedstrijd eindigt in 4–0, maar alleen omdat de blauwwitte formatie het na rust kalmpjes aan doet. Sommigen schrijven dit toe aan de hoge temperatuur, anderen aan een informeel verzoek van enige spelers van PSV. Tot de grote uitblinkers behoren Jan Louwers en Piet van Rooij. Een week later wordt het DOS van Joop van Basten, Louis van den Bogert, Hans Kraay sr., Tonny van der Linden en Cor Luiten met 3–1 verslagen. Stermidvoor Noud van Melis tekent voor het drietal Eindhovense doelpunten. Voor het eerst is Eindhoven landskampioen. Niet veel later zal duidelijk worden, dat deze landstitel de laatste is in het amateurtijdperk. Waarschijnlijk zal Eindhoven tot in lengte van dagen de  ‘allerlaatste amateurkampioen’ blijven. Het seizoen 1954-55, het eerste in het betaald voetbal, was voor Eindhoven ook succesvol en weer werden zij kampioen van haar klasse. Samen met drie andere Brabantse clubs, NAC, PSV en Willem II, werd de competitie om het landskampioenschap gespeeld. Eindhoven eindigde op de laatste plaats. In het seizoen 1956-1957 kwam aan deze prachtige reeks een einde en degradeerde Eindhoven op 12 juni 1957 uit de eredivisie en ging een trapje lager spelen.

E.V.V. Eindhoven ‘Houd de hand op de knip’.

De revolutionaire introductie van profvoetbal telt vooral slachtoffers onder de clubs die niet hebben geanticipeerd op de veranderingen. Eindhoven is daarvan het beste voorbeeld. De club van de machtige secretaris Gerrit-Jan Blom zweert bij het zuivere amateurisme. Sport en geld kunnen in zijn optiek niet samengaan. Aan het begin van de jaren vijftig weigert Eindhoven zijn spelers onderhands te betalen, wat elders in Brabant en Limburg royaal gebeurt.
Eindhoven heeft in 1956 te weinig jonge spelers om voor aanwas te zorgen en áls er al geld in kas is, wordt dat niet aangewend om voetballers te kopen. In het eerste seizoen Eredivisie eindigt Eindhoven dan ook als laatste. Clubs waarmee het twee of drie jaar eerder nog om de landstitel streed (zoals PSV, Sparta, SC Enschede, Fortuna ’54 en Elinkwijk) maken nu vijf, zes of zeven doelpunten tegen de blauw-witten.

Handhaving op het tweede niveau: 1962

In 1956 vertrekt linksbuiten Willy Schmidt voor 42 mille naar Ajax. Hij levert meteen een grote bijdrage aan de eerste eredivisietitel van de Amsterdamse club. Andere spelers worden een dagje ouder of hangen de voetbalschoenen aan de wilgen. In 1960 stapt rechtsbuiten Jan Louwers voor circa 60 mille naar PSV over.

Drie jaar later wint ook hij een tweede landstitel. De grillige vedette komt dan  door blessures nog maar weinig aan spelen toe. Wel zet hij, samen met Toon Brusselers, nog steeds de lijnen uit. Overigens is ook Noud van Melis in 1956 voor een tweede keer in zijn loopbaan landskampioen geworden, nu met Rapid JC. Deze prestaties geven duidelijk de kracht van de Eindhoven-voorhoede uit de jaren vijftig aan. Voor de blauw-witten zijn echter de magere jaren aangebroken. Dick Snoek vertrekt naar VVV uit Venlo en na een controverse met het bestuur slaat ook de lange aanvoerder Frans van Tuijl de deuren achter zicht dicht.

Op 27 juni 1954, de laatste speeldag van de kampioenscompetitie, staan de aanvoerders van de koplopers Eindhoven (Frans van Tuijl, links) en DOS (Cor Luiten) aan de aftrap voor hun laatste en beslissende wedstrijd om de landstitel. Eindhoven won met 3-1.

Frans voelt zich door het bestuur besodemieterd vanwege niet nagekomen afspraken en zweert ‘nooit meer een stap’ te zetten aan de Aalsterweg. Het afhaken van ‘de lange Van Tuijl’ valt zwaar. Hij is de man die het elftal bijeenhield en namens de spelers onderhandelde met het bestuur. Over premies of consumptiebonnen. Feestjes organiseren kon Van Tuijl ook goed. ‘Ik was een heel slechte aanvoerder’, zei hij met een knipoog.

Boven: F. v. Kemenade, W. v. Gemert, P. v. Rooy, W. Slaats, J. Verspeek, P. Gerberink, F. Tebak, W. Verhoeven. Onder: R. v. Thoor, J. Louwers, M. Sijbers, A. v. Melis, D. Snoek, N. v. Diessen.  1958

Van concurrentie met de rijke stadsgenoot PSV is geen sprake meer. Toch wordt aan het begin van de jaren zestig nog een mooi resultaat geboekt. In het seizoen 1962/1963 worden de Eerste Divisie A en de Eerste Divisie B samengevoegd tot één Eerste Divisie. Eindhoven moet een halve competitie tegen Veendam en SVV (Schiedam) spelen om zich op het tweede niveau te handhaven. Men incasseert een nederlaag in Veendam (2–1), met oudgediende De Munck onder de lat, maar men klopt thuis SVV (2–0). Alle ploegen eindigen dus met twee punten. SVV heeft immers eerder thuis Veendam geklopt (2–0). Nu is het doelgemiddelde in de reguliere competitie bepalend. Veendam (1,58) en Eindhoven (1,33) handhaven zich daarom, ten koste van SVV (1,19). Het is het laatste succes voor Piet van Rooij en Frans Tebak, de twee resterende spelers uit het kampioenselftal van 1954.

Ook vanaf de zestiger jaren was er wisselend succes, totdat Eindhoven in het seizoen 1968-1969, na het spelen van een beslissingswedstrijd op 3 juni 1969 tegen de Volewijckers in Arnhem, degradeerde naar de tweede divisie. Om vervolgens twee seizoenen later, in 1971, te promoveren onder leiding van de Engelse trainer Lesly Talbot weer naar de eerste divisie.

Franciscus Antonius Maria (Frans) Tebak

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Frans-Tebak.png

Frans speelde tussen 1946 en 1963 bijna 600 wedstrijden voor EVV Eindhoven waarmee hij in 1954 landskampioen werd.  Tussen 1952 en 1954 kwam hij in totaal tien keer uit voor het Nederlands voetbalelftal. Het was voor Oranje niet de meest gelukkige periode want van de tien wedstrijden werden er slechts twee gewonnen. Vanaf 1959 had hij een slagerij in Eindhoven.
Frans is de vader van Evert Tebak, de huidige eigenaar van Keurslager Tebak. Alle zonen van Frans gaan het slagersvak in. Het betaald voetbal was geen vetpoten en een combinatie te zwaar en om het gezin te onderhouden stopte Frans met voetbal en richtte hij zich op het slagersvak. De slagerij in de Resedastraat in Eindhoven is nu volledig in handen van zijn zoons. In het Jan Louwers Stadion van FC Eindhoven is een tribune naar Frans Tebak vernoemd.   

Dick Snoek (Djokjakarta (Nederlands-Indië) geboren op 4 april1926

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Snoek1956_LI.jpg

In 1946, kort na zijn overstap van Gestelse Boys naar EVV Eindhoven, werd Snoek als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nederlands-Indië waar op dat moment een onafhankelijkheidsstrijd werd gevoerd. Na zijn terugkeer in Nederland maakte de linksbinnen vanaf 1949 een bliksemcarrière bij Eindhoven. Aanvankelijk kreeg hij slechts een plek in het zevende elftal, om vervolgens de sprong naar het tweede elftal te maken. Pas in 1950 maakte hij zijn entree in het eerste elftal waar hij direct een basisplaats veroverde en enkele maanden later zelfs geselecteerd werd voor het Nederlands voetbalelftal. Dick Snoek gold als een harde werker, goede schutter en bekwame spelopbouwer. Hij werd gezien als vervanger van Kees Rijvers, die naar Frankrijk was vertrokken om er profvoetballer te worden en daarom niet meer voor Oranje mocht uitkomen. Snoek kwam in 1950 en 1951 drie keer uit voor het Nederlands elftal en werd in 1954 landskampioen met Eindhoven. Aansluitend maakte de aanvaller een kort uitstapje naar Sportclub Venlo ’54 waar hij een profcontract tekende. Enkele maanden later kwamen de profvoetbalbond NBVB en de KNVB tot een vergelijk waardoor er voortaan ook mocht worden betaald door KNVB-clubs. Snoek keerde terug naar Eindhoven, waar hij in 1960 ook zijn carrière afsloot. 

Jan Louwers ‘De grillige, ongrijpbare rechtsbuiten’

“Dat waren nog eens tijden” zegt Jan Louwers (68) terwijl hij terugblikt op de wedstrijd Eindhoven – PSV 2-1. ,,De mensen zaten op de daken toen de ploeg Eindhoven binnenkwam.” Zo gek heeft hij de mensen in Eindhoven alleen nog meegemaakt toen de ploeg vervolgens in de beslissingswedstrijd om de landstitel in het Feyenoord-stadion tegen RCH moest spelen. ,,Op de markt in Eindhoven stonden duizenden mensen te luisteren naar de radioreportage van Dick van Rijn en Leo Pagano.

Leo Pagano met de microfoon in de hand

” Hun krakende stemmen weerklonken uit luidsprekers die rondom waren opgehangen. Maar Eindhoven verloor. Eindhoven treurde. Een jaar later werd Eindhoven alsnog kampioen van Nederland. In de nacompetitie van 1954 werd Eindhoven eerste voor DOS, PSV en DWS. Eindhoven was toen nog, in de laatste jaren van het amateurvoetbal, EVV Eindhoven. Blauw-wit was toen veel beter dan rood-wit. Het voetbal van de wijk Stratum was toen nog populairder dan het voetbal uit de wijk Strijp, het Philipsdorp. Het stadion aan de Aalsterweg werd regelmatig bevolkt door 16.000 toeschouwers. De mensen kwamen vooral voor Jan Louwers, een geniale en grillige voetballer die de verdedigers tot wanhoop bracht en het publiek in extase. Waar is de tijd gebleven dat het publiek kon genieten van een solist, van een voetballer die mag doen waar hij goed in is? Louwers kijkt met genoegen terug. ,,Het publiek zat tot aan de lijn van het veld. Als ik een hoekschop moest nemen, moest ik tegen de mensen zeggen: ga es weg, ik mot effe een corner nemen.” In Eindhoven, bij PSV en bij EVV, herinneren ze Louwers nog als de beste rechtsbuiten die er in Brabant is geweest – in zijn tijd misschien wel van Nederland. Een echte rechtsbuiten was hij niet, eigenlijk een zwervende rechtsbuiten. Liever speelde hij midvoor of binnenspeler, zijn bijzondere techniek en inzicht tonend. ,,Maar omdat Noud van Melis beter in de spits was en meer scoorde, ben ik naar de rechtsbuitenplaats gegaan. Noud en ik vonden elkaar blindelings. Zo’n goed koppel hebben ze in Eindhoven niet vaak meer gezien.”

Jan Louwers in het midden scoort tegen Vitesse in de kampioensronde in 1953

Van Melis speelde wel in het Nederlands elftal, evenals Frans Tebak en Dick Snoek, Louwers echter nooit. Te eigenwijs, weten mensen in Eindhoven, grillig en als mens ongrijpbaar. ,,Hij liet zich niet voorschrijven hoe er gespeeld moest worden, hoe laat er getraind moest worden, hij had zijn eigen manier”, zegt Frans van der Putten, die in de jaren vijftig tussen het eerste en tweede elftal pendelde en nu commercieel manager is van de club. ,,Hij was een keer zo kwaad omdat hij niet door Van der Leck werd opgeroepen voor het Nederlands elftal dat hij in de wedstrijd tegen NAC linksback en international Kees Kuijs helemaal zoek speelde. Toen Kuijs in de tweede helft rechtsback werd om een vernedering te voorkomen, vroeg Jan of hij linksbuiten mocht spelen. Daar deed hij precies hetzelfde met Kuijs. Het was fantastisch om te zien. Het publiek werd gek van Louwers. Zo was hij. Maakte je hem kwaad, dan kon hij alles.”

Louwers lag vaak dwars. ,,Als hij een keer te laat kwam op de training, zette de trainer, Wim Groenendijk, hem ernaast. Dat maakte Jan niks uit. Dan speel ik toch lekker niet, zei hij. Eindhoven verloor en dus werd Jan de volgende wedstrijd toch weer opgesteld en dan won Eindhoven gewoon weer. Soms had je het gevoel dat het voetbal niks voor hem betekende. Maar dat is een verkeerd gevoel. Hij was gek op voetbal, maar wel op zijn voetbal.”

,,Ik was een zelfstandige jongen”, nuanceert Louwers. ,,Ik moest in die tijd een eigen zaak zien op te bouwen. En nu heb ik al jaren een bedrijf in horecaproducten en apparatuur.” Als voetballer verdiende je toch nauwelijks wat. Dan kwam ik wel eens te laat op de training. Maar aan de andere kant had ik ook een hekel aan mensen die dachten dat ze het beter wisten. Kessler en Cruijff klikte toch ook niet in het Nederlands elftal.

Toen Eindhoven in het betaald voetbal de aansluiting met de top (PSV in het bijzonder) verloor, verging Louwers ook steeds meer de lust voor Eindhoven te spelen. Hij wilde graag weg, naar PSV, of naar welke club hem ook wilde hebben. ,,Maar Eindhoven vroeg steeds te veel. Die regels waren zo stom. De club kon vragen wat ze wilde, maar ik moest blijven doorspelen voor hetzelfde loontje.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1_LI.jpg

In 1959 gebeurde het dan toch: PSV kocht Louwers van eerstedivisieclub Eindhoven, hoewel het al bijna dertigjarige genie niet meer in zijn beste doen was. ,,Het leek wel een aardbeving in Eindhoven”, weet Louwers. ,,Er stonden zeker honderd ingezonden stukken in de krant. Zo kwaad was iedereen op mij en op PSV. Maar ik wilde aan de top voetballen. Ik zei dat ik zou stoppen als Eindhoven me niet liet gaan. We hadden bij PSV een goed elftal: Steiger in het doel, Wiersma, Van Wissen, Brusselers, Van der Kuil, Heerschop, Dillen. Daar leefde ik op als mens en als voetballer.”Met PSV aan de Aalsterweg tegen Eindhoven spelen was dus een riskant avontuur voor Louwers. Hij kijkt terug op een bekerwedstrijd in die tijd. ,,Ik durfde niet zo goed, ik speelde met de handrem op. Het publiek begon steeds harder op mij te schelden. Vuile verrader en ge kunt er niks van. Toen ben ik gaan voetballen en heb ik toch nog effe gescoord en wonnen we met 2-0.” Na drie jaar PSV speelde hij nog drie jaar voor Roda en een jaartje bij zijn oude club Eindhoven. Lopen deed hij nauwelijks meer in zijn laatste jaar, de kniegewrichten hadden te veel te lijden gehad. Lopen deden die jonge jongens wel voor hem. Een tikje links, een tikje rechts, af en toe nog zijn oogstrelende techniek demonstrerend, zo beëindigde Louwers zijn loopbaan. Midden in het seizoen stopte hij, 37 jaar oud. Nog even werd hij adviseur van het bestuur van Eindhoven. Maar daar zag hij uiteindelijk toch weinig in. ,,Eindhoven was een club van amateurs, goedwillend maar niet deskundig. Altijd heibel. Ik ben maar weggegaan. PSV trok me meer.”

  Jan Louwers, icoon van E.V.V. Eindhovenis 82 jaar geworden

Clublied Ole Ole voor E.V.V. gezongen door Theo de Vries en het Koor der Blauwwitten met de Wooltown jazzband.

Enige jaren geleden werd het sportpark aan de Aalsterweg naar Jan Louwers vernoemd. Op de gevel van het stadion, dat wordt gerenoveerd tot een voetbaltempeltje met 5.500 overdekte zitplaatsen, staat de naam van de legendarische voetballer. Het streelt hem echt wel, die naam. Zo onverschillig is hij ook niet. Zoals het hem ook wel goed deed toen Eindhoven met aanvallend voetbal onder trainer Rinus Goossens in de jaren zeventig zowaar nog twee jaar in de eredivisie meespeelde. ,,Eindhoven was een fijne club, een echte club van het volk. Maar de tijden zijn veranderd. Ik ga liever niet meer kijken. Niet om Eindhoven, maar om het voetbal in de eerste divisie. Het is God-zegen-de-greep-voetbal, spelers van in de dertig maken de dienst uit. Dat is niet mijn voetbal.”