DOSKO

Gerelateerde afbeelding

Het waren enkele jongens van de buurtvereniging ‘Voor Eer en Deugd’ uit Bergen op Zoom,  die op zondag 1 maart 1908 een plan hadden ‘Wij richten een voetbalclub op’. Het  gebeurde in het gebouw van de Rooms Katholieke Militaire vereniging aan de Potterstraat in Bergen op Zoom. Al snel telde de club 30 leden en werd er een bestuur gevormd. DOSKO wordt de naam en ze beginnen op een grasveldje aan de Zuidsingel. Daar worden met jassen en petten – palen waren te duur – twee doeltjes gemaakt, maar nog in hetzelfde jaar is er de verhuizing naar een veld met echte doelen.

“Maar ik weet nu bijvoorbeeld ook waar DOSKO in 1908 echt begonnen is. Dat was het Slingerbos, in de buurt van waar nu hotel De Schelde is. En de eerste kleedkamer was café Van Oevelen aan Kijk in de Pot” aldus Ton Hopmans, schrijver van het jubileumboek. Bernard Stoop wordt voorzitter en bedenkt de naam DOSKO (Door Ons Samenspel Komt Overwinning). De clubkleuren werden een roodgeel shirt en zwarte broek. Een jaar later besluit DOSKO competitie te spelen en niet zonder succes. In 1920 bereiken ze de 1e klasse, toen de hoogste klasse van Nederland en treft tegenstanders als NAC, PSV, Willem II, VVV en MVV. Vier jaar lang spelen ze 1e klasse maar het was te hoog gegrepen. Vervolgens wordt de club met veel plezier een stabiele 2e klasser .

Dosko-supporters juichen nadat de Bergse ploeg in 1953 gescoord heeft.

Een gouden periode beleeft DOSKO in de jaren die liggen tussen 1947 en 1954. Bijvoorbeeld in 1953 en 1954 als Sportpark De Luiten in Roosendaal de plaats is waar twee jaar achter elkaar twee teams met afgeladen tribunes een strijd strijden. Officieel biedt het pas geopende RBC-stadion plaats aan zo’n 7.000 toeschouwers. In krantenartikelen van het Brabants Nieuwsblad en De Stem, wordt gerept over 14.000 en zelfs 15.000 toeschouwers. Het zijn de beslissingswedstrijden om het kampioenschap in de tweede klasse (het één-na-hoogste niveau) tussen DOSKO en Baronie.

v.l.n.r. : Rinus Bennaars, Raoul Hoondert, Piet Nijsse, Maarten van Pelt, Kees Lobbezoo, Piet Hopmans, Fred Hoed, Piet Deurlinger, Christ Machielsen, Louis Overbeeke en Jan Schuurbiers.

Vaders zaten met hun kinderen en vrouwen in hun zondagse kleding samengepakt. Zelfs naast de doelpalen zat publiek. Vanuit Breda kwam de Baronie-aanhang met meer dan twintig bussen en uit Bergen op Zoom vertrekken hele pelotons met fietsers op die twee warme voorjaarsdagen van ‘53 en ‘54.

Sportief wordt de koek eerlijk verdeeld; DOSKO won in ‘53 met 2-1, Baronie in ‘54 met 1-0. Drie keer werden de rood-gelen kampioen, maar in de nacompetitie lukte het niet de stap naar de 1e klasse te maken. Een toegangskaartje bij DOSKO, overdekte tribune kostte 2 gulden, open tribune 1,25 gulden, een jongenskaartje 30 cent en militairen mochten voor 50 cent naar DOSKO komen kijken.

In 1955 begint DOSKO met nog 79 andere Nederlandse clubs aan het semiprof avontuur. De eerste wedstrijd tegen Wilhelmina in ’s-Hertogenbosch, werd met 4- 2 verloren. Jan van de Watering was de eerste speler die in het betaald voetbal, voor DOSKO scoorde (0-1). Met een capaciteit van 18.000 plaatsen is er op het “sportpark Rozenoord”  ruimte genoeg echter de thuiswedstrijden trekken gemiddeld 3500 toeschouwers. DOSKO deed het aardig in het eerste jaar, het elftal speelt zich naar een mooie achtste plek in de hoogste klasse.

BERGEN OP ZOOM : ROZENOORD FOTO: THOM VAN AMSTERDAM

DOSKO kwam in de KNVB beker competitie van 1957/58 tot de vierde ronde. 1e ronde DOSKO- Gilze 3-2, Rinus Bennaars 1-0, Faas (pen) 1-1, Machielsen 1-2, Jan van de Watering (pen) 2-2, Schuurbiers 3-2. 2e ronde DOSKO-Willem II 1-0, Wim Bennaars. 3e ronde DOSKO-NOAD 3-1, onbekend. 4e ronde DOSKO-MVV 1-2, 7′ Georg Hecht 0-1, 59′ Albert Ummels 0-2, 69′ Jack Schuurbiers 1-2 .


3 mei 1956: DOSKO – DHC 4-0 . 1e klasse C

Dit niveau kon de club niet vol houden en in ieder navolgend jaar ging het een beetje minder. Aan het einde van het seizoen 1958-59 vinden we DOSKO terug op de 15de plaats van de Tweede Divisie. Sportief ging het minder maar ook is het niet mogelijk voor DOSKO financieel in balans te blijven. Een topspeler halen lukt niet, maar behouden ook niet, Rinus Bennaars, met een maand salaris van 135,- gulden per maand, vertrekt naar NOAD uit Tilburg en Cor Machielsen naar het Amsterdamse Blauw Wit. Beide clubs spelen op eredivisie niveau.

Het semi-profbestaan is zwaar en vele enthousiaste verenigingen in het land zullen dat gaan ondervinden. Er werd gemiddeld voor een gewonnen wedstrijd 22,50 gulden betaald voor een gelijkspel 15,00 en 10,00 gulden voor een verloren partij. De meeste spelers hebben gewoon een volledige baan (een zes daagse werkweek van acht uur). Voor een uitwedstrijd was je zomaar 15 uur op pad en dan moest er ook nog getraind worden. Het DOSKO bestuur en de leden zagen teveel problemen op zich af komen. Onder leiding van trainer Van der Gevel begon DOSKO in het seizoen 1958- 1959 aan het laatste seizoen in het betaald voetbal. Het werd een onmogelijke opgave. Van de 28 competitiewedstrijden werden er slechts 5 gewonnen en werd er 17 keer verloren . DOSKO eindigde op de laatste plaats. Voorzitter Theo Asselbergs deed in juni 1959 nog een vergeefse oproep aan de middenstand en clubleden om 10.000 gulden te doneren.

 Leeuwarder courant van maandag 25 mei 1959 noteerde: Eindstand Seizoen 1958/59

Dit bedrag zou genoeg zijn om nog een jaar door te gaan met betaald voetbal, er kwam echter geen positief reactie en dus kwam het moment om een einde te maken aan het semiprof avontuur. Met voldoening kijkt men nu terug, want hoe bescheiden het sportieve verhaal  ook mag zijn, het is wél DOSKO die twee sterspelers heeft voorgebracht. Sterker nog: het is de enige 2e klasser die ooit twee spelers voor een interland leverde! De namen: Louis Overbeeke, de “razendsnelle rechtsbuiten met een ziedend schot” en 3 caps op zijn naam heeft; en Rinus Bennaars 15 caps en voor Oranje, de winnende treffer scoorde tegen Engeland.

Rinus Bennaars: De held van Deurne

Marinus “Rinus” Apolonia Bennaars uit Bergen op Zoom, geboren op 14 oktober 1931 . Bennaars kwam aanvankelijk uit voor DOSKO uit Bergen op Zoom. In november 1951 werd hij voor het eerst geselecteerd voor het Nederlands elftal, wat opmerkelijk was aangezien DOSKO op dat moment in de Tweede klasse speelde. In de met 7-6 verloren wedstrijd tegen België scoorde Bennaars één keer. Rinus, die tussen 1951 en 1954 tot tien interlands was gekomen werd, op 2 mei 1963, door bondscoach Elek Schwartz voor zijn elfde interland opgeroepen. De wedstrijd tegen het Braziliaanse ‘Samba’ voetbal, van spelers als, Edson Arantes do Nascimento beter bekend als Pele.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is vl5.png

Rinus Bennaars speelde, volgens de pers en medespelers, een top wedstrijd in de interland Nederland-Brazilië (1-0), maar volgens Rinus Bennaars één met een bijsmaak.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-87.png

Een beroemde wedstrijd waarbij Peet Petersen, de vervanger van Coen Moulijn, in de laatste minuut scoorde en eeuwige roem bereikte.

Bennaars was een andere uitblinker, hij speelde als linksbinnen in de mandekking op Pele. Eigenlijk een ongebruikelijke positie maar de trainer vond dat nodig. Heel erg lang hoefde Rinus niet in de dekking want Pele stapte na een half uur verontwaardigd van het veld. ‘Niet geblesseerd. Hij vond het niks dat ik hem dekte. Kort voordat hij eraf ging raakte ik hem ook wel wat hard in een duel. Hij had al steeds wegwerpgebaren gemaakt’.

Vanaf dat moment kon Bennaars weer spelen zoals Bennaars: kwikzilver, schakelend, meters makend, de combinatie zoekend. Rinus heeft daar toch niet zo een heldhaftig gevoel over. Dit in tegen stelling tot de pers die Rinus bewierookte. “ Ik vond het eigenlijk jammer dat Pele eraf ging want zo een atletische voetballer is een genot om van te genieten”.

Na de invoering van het betaald voetbal in Nederland speelde Bennaars met DOSKO in de Tweede divisie. In 1958 werd hij ingelijfd door NOAD uit Tilburg, dat op dat moment in de Eredivisie uitkwam. Een jaar later vertrok hij naar Feijenoord, waarvoor hij vijf seizoenen uitkwam. In 1964 verkocht Feijenoord hem voor 25.000 gulden aan tweede divisionist D.F.C.. Bennaars werd twee keer landskampioen met Feijenoord en één keer kampioen van de Tweede divisie met D.F.C. Met Feyenoord kwam hij in de Europacup I 1962/63 tot de halve finale.

Na zijn voetbalcarrière werd hij constructiewerker. Rinus ontmoette onlangs zijn oud ploeggenoot Frans Bouwmeester.

De West-Brabanders die Feyenoord op de historische 12e december 1962 in Antwerpen naar de kwartfinale van de Europacup I hielpen, vallen elkaar in de armen, na vele jaren. De ontmoeting, de handdruk, de omhelzing, de schouderklopjes, de speelse porren in de zij, zo ziet 58 jaar  vriendschap er uit. Frans Bouwmeester (78) verteld “Vanaf 1960 zaten we samen bij Feyenoord”, ,,Ik heb veel aan Rinus te danken”, benadrukt Bouwmeester. ,,Toen ik 12 of 13 was, zag ik hem al spelen bij DOSKO. Onder meer tegen Baronie, een beslissingsduel om de titel in tweede klasse op De Luiten, bij RBC. Daar zat ik langs de lijn op een veilingkistje.”.

Feijenoord-Vasas Budapest. De 1-0 van Rinus Bennaars

Bouwmeester somt op: ,,We werden regelmatig kampioen, haalden de halve finale van de Europa Cup en wonnen de KNVB beker.” ,,Een grandioze periode”, vat Bennaars bondig samen. ,,Ik zal het herhalen, grandioze tijd gehad, ouwe”, grijnst Bouwmeester, ‘Het was In het stadion ‘De Bosuil dat Rinus Bennaars de beslissing bracht in een derde wedstrijd tussen Vasas Boedapest en Feijenoord.

De linkerschoen van Rinus

Beide voorgaande wedstrijden eindigden in een gelijkspel. Het legioen ging massaal mee de grens over naar Antwerpen. Met een bekeken schuiver zorgde Rinus voor de uiteindelijke 1-0 overwinning. Door deze beslissende goal, met zijn ‘luie’ linker voet, kreeg Bennaars de passende bijnaam op: de held van Deurne’.

Louis Overbeeke maaide zijn eigen vierkante meter

Louis werd op 6 september 1930 in Woensdrecht geboren . Een gemeente gelegen in de zuidwesthoek van de provincie Noord-Brabant. In 1940 werd hij lid van METO uit Hoogerheide. op 15 jarige leeftijd debuteert hij in het eerste elftal. Als hij negentien is krijgt hij een uitnodiging voor het Brabants jeugdelftal. Hij hield van een optimale voorbereiding, zo vertelde hij. Op de zaterdagavond, voor een thuiswedstrijd reed hij met een grasmaaimachine achter op de fiets naar het METO-hoofdveld, om op de hoeken van het veld waarop hij als rechtsbuiten speelde het gras te maaien. ,,Op een goed gemaaid veld kon ik het beste uit de voeten.”

De razendsnelle rechtsbuiten stapte in 1951 over naar DOSKO. Dat leverde een nieuwe stroom voetbalsupporters op, die op zondag tijdens thuiswedstrijden, met BBA-bussen vanuit Hoogerheide naar het Rozenoord sportpark in Bergen op Zoom kwamen. Louis Overbeeke stond niet alleen bekend om zijn snelheid, maar vooral om zijn onverwacht harde schot. Zijn beste wedstrijd speelde hij op Rozenoord tegen Goes, toen DOSKO met 7-3 won en Overbeeke vijf doelpunten maakte.

In seizoen 1953/ 1954 werd hij samen met zijn clubgenoot Rinus Bennaars drie keer opgesteld in het Nederlands Elftal.

Joop Odenthal, Liewe Steiger, Jan Klaassens, Frans Tebak, Louk Biesbrouck, Rinus Terlouw Louis Overbeeke, Max v Beurden, Cor v d Gijp, Rinus Bennaars en Gerard Gruisen .
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-96.png
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-94.png

Op 15 oktober 1953 in de Kuip de derby der Lage Landen, Nederland – België, uitslag 1-0. Op 7 maart 1954 eveneens in de Kuip, Nederland – Engeland 1-0 en op 4 april 1954 in de Bosuil te Antwerpen, België – Nederland uitslag 4-

Afbeeldingsresultaat voor louis overbeeke nederlands elftal

Louis heeft drie seizoenen voor DOSKO gespeeld maar vertrok in 1954  naar NAC en werd met zijn nieuwe club meteen kampioen. Aan het eind van het seizoen 1954/’55 vormden de vier afdelingskampioenen een uniek Brabants kwartet. EVV Eindhoven, NAC, PSV en Willem II gingen strijden in de kleine competitie om de landstitel, die uiteindelijk door Willem II wordt behaald.  Een jaar later verloor NAC de strijd om de landstitel opnieuw nu met 3-0 van Rapid JC uit Kerkrade. Zijn bijnaam bij NAC werd ‘Lowieke van DOSKO’ waarvoor hij 60 doelpunten scoorde.

Jan van Elzakker (66)  goede vriend en schrijver van de Biografie ‘Louis Overbeeke’ noemt Louis ‘een vrolijke hardwerkende jongen’.  “Wij woonden tegenover zijn ouders, die een taxibedrijf, garage annex  benzinepomp hadden. Als ik mijn huiswerk boven zat te maken, zag ik Louis altijd op en neer naar de pomp lopen. Hij stond aan de benzine pomp, was taxichauffeur en bezorgde op zijn Solex-brommertje Butagas flessen bij mensen thuis. ” Louis werd gescout door DOSKO en dat werd door de supporters en bestuur van METO zeer kwalijk genomen. De omgeving ging er van uit dat er ook iets als clubliefde bestond en waren boos en verbolgen.

Toen Overbeeke drie jaar later de overstap maakte naar NAC, hadden de supporters DOSKO daar pest over in. “Louis vertrok nog voor het einde de lopende competitie. Volgens de voetbalbond kan dat alleen als  Louis in Breda werk en een woning had. NAC regelde dat, maar DOSKO had zijn twijfels of het echt zuiver was. Het was een gelegitimeerde truc van NAC. Krien Bogers, bestuurslid van DOSKO, gluurde, van achter de gordijntjes in het café van Suuske Hoeks, naar de garage en het woonhuis van Overbeeke. Hij hield in de gaten, of Louis daar nog woonde of werkte.”

Jan v Elzakker vond het hoog tijd worden om een boek over Louis Overbeeke te schrijven. “Over wielrenners, uit ons Brabant, is al veel gepubliceerd, maar over de grootste voetballer uit Hoogerheide niet. En omdat DOSKO, de club waar Louis zijn mooiste jaren beleefde, dit jaar honderd jaar bestaat, besloot ik het boek ook dit jaar uit te geven.

Louis trefzeker tegen Sparta

Louis Overbeeke was niet alleen de man van de vele assists, maar gold zelf ook als een gevreesd schutter. In 256 officiële duels voor NAC maakte hij 121 doelpunten.

NAC in 1958. Boven: Puck Storimans, Pau van den Hoven, trainer Jan Blom, Adrie Pelkmans, Stan de Rijk, Kees Kuijs en Jan van Hoogenhuizen. Onder: Louis Overbeeke, Theo Laseroms, Leo Canjels, Cock Luyten en Frans Bouwmeester. – © FOXSports.NL

In verband met een ernstig zieke vader, nam Louis in 1961, het bedrijf van zijn ouders over. Hij nam afscheid bij NAC en kwam terug bij METO. In 1970 liep hij tijdens een veteranenwedstrijd tegen MOC’17 een zware blessure op, voor hem aanleiding om onmiddellijk te stoppen. Louis stond bekend als een sociale jongen die interesse had in de ander. Vrijwel dagelijks reed hij, in zijn taxi, kankerpatiënten naar Rotterdam en voerde inlevende gesprekken met hen. Louis Overbeeke is op 7 juli 1989 overleden aan botkanker, op de jonge leeftijd van 58 jaren.